Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Huwelijksmap structuur van de kerkelijke huwelijksviering

Dovnload 0.76 Mb.

Huwelijksmap structuur van de kerkelijke huwelijksviering



Pagina5/8
Datum05.12.2018
Grootte0.76 Mb.

Dovnload 0.76 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Apokalyps 19, 1.5-9a



Daarna hoorde ik iets dat klonk als een luide stem van een grote menigte in de hemel: "Alleluia! De redding en de eer en de macht zijn van onze God."

En een stem ging uit van de troon en sprak: "Loof onze God, al zijn dienstknechten, u die ontzag hebt voor Hem, u, klein en groot.”

Toen hoorde ik een geluid als van een grote menigte en als het gedruis van vele wateren en als het dreunen van zware dondersla­gen, en zei riepen: "Alleluia! De Heer onze God, de Albeheerser, heeft zijn koningschap aanvaard. Laat ons verheugd zijn en juichen en Hem eer bewijzen: de tijd is gekomen voor de bruiloft van het Lam, zijn bruid heeft zich al klaargemaakt." Haar is het vergund zich te kleden in linnen, wit en smetteloos, want het linnen symboliseert de goede daden van de heiligen.

En de engel zei tegen mij: "Schrijf op: Gelukkig zijn zij die uitgenodigd zijn voor het bruiloftsmaal van het Lam." Hij voegde eraan toe: "Dit zijn de eigen woorden van God."

2.2 TUSSENZANG

2.3. EVANGELIELEZING
Voor het evangelie kan geput worden uit alle teksten van de vier evangelisten: Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Altijd zal de originele tekst genomen worden; geen bewerking dus.

-1- Mattheüs 5, 1-12a
Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en toen Hij was gaan zitten, kwamen zijn leerlingen bij Hem.

Hij nam het woord en onderrichtte hen met deze toespraak:

"Gelukkig die arm van geest zijn, want hun behoort het koninkrijk der hemelen.

Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden.

Gelukkig die zachtmoedig zijn, want zij zullen het land erven.

Gelukkig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

Gelukkig die barmhartig zijn, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

Gelukkig die zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Gelukkig die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid, want hun behoort het koninkrijk der hemelen.

Gelukkig zijn jullie, als ze jullie uitschelden en vervolgen en je van allerlei kwaad betichten vanwege Mij. Wees blij en juich, want in de hemel wacht jullie een rijke beloning."


-2- Mattheüs 22, 35-40
Een wetgeleerde vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen: "Mees­ter wat is het grootste gebod in de Wet?"

Jezus zei hem: "U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet van de profeten."


-3- Mattheüs 5, 13-16
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout krachteloos wordt, waar moet je het dan mee zouten? Het deugt alleen nog maar om weggegooid en door de mensen vertrapt te worden.

Jullie zijn het licht van de wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt! Je steekt een lamp niet aan om haar onder de korenmaat te zetten, maar je zet haar op de kandelaar, en dan schijnt ze voor allen in huis. Laat zo jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede werken zien en jullie Vader in de hemel verheerlijken."


-4- Mattheüs 19, 3-6
Er kwamen Farizeeën op Jezus af om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: "Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om een willekeurige reden?"

Hij gaf ten antwoord: "Hebt u niet gelezen dat de Schepper, hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw en die twee zullen één zijn? Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden."


-5- Mattheüs 7, 21.24-29
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Niet ieder die Heer! Heer! Tegen Mij zegt, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar alleen hij die de wil doet van mijn Vader in de hemel.

Ieder die Mij hoort en doet wat Ik zeg, zal het vergaan als een verstandig man die zijn huis bouwde op de rots. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de wind stak op en ze stortten zich op dat huis, en het stortte niet in, want het was op de rots gegrondvest.

Ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal het vergaan als een domme man die zijn huis bouwde op zand. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de wind stak op en ze sloegen tegen dat huis, en het stortte in: het werd één grote ruïne."

Toen Jezus deze woorden beëindigd had, was de menigte geestdriftig over zijn onderricht. Want Hij onderrichtte hen als iemand met gezag en niet zoals hun schriftgeleerden.


-6- Mattheüs 6, 25-33



Jezus zei tot zijn leerlingen: "Daarom zeg ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten en het lichaam niet meer dan de kleding? Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven? En wat maak je je bezorgd om je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. Maak ik zeg jullie:

zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen. Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer dat jullie, kleingelovigen? Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken? Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt. Zoek eerst het koninkrijk van God en diens gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij.


-7- Mattheüs 25, 31-40
Wanneer de Mensenzoon komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaats nemen op de troon van zijn heerlijkheid. Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand. Dan zal de Koning tegen hen die aan zijn rechter­hand staan zeggen: "Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt. Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.”

Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: "Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed? Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toegekomen?"

De Koning zal hun antwoorden: "Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.”

-8- Marcus 10, 1-10
Hij vertrok vandaar en ging naar het gebied van Judea en de overkant van de Jordaan. Weer gingen massa’s mensen samen naar Hem op weg, en zoals gewoonlijk gaf Hij hun weer onderricht. Er kwamen Farizeeën op Hem af met de vraag of een man zijn vrouw mag verstoten; ze wilden Hem op de proef stellen. Hij gaf hun ten antwoord: "Wat heeft Mozes u voorgeschreven?" Ze zeiden: "Mozes heeft toegestaan een scheidingsakte te schrijven en haar dan te verstoten.”

Daarop zei Jezus hun: "Omdat u hardleers bent, heeft Mozes u dat voorgeschreven. Maar vanaf het begin van de schepping, heeft Hij hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een mens man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus: wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden."

-9- Lucas 10, 25-37
Daar kwam een wetgeleerde naar Jezus toe om Hem op de proef te stel­len. "Rabbi,” zei hij, “wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?" Hij zei tegen hem: "Wat staat er in de Wet geschreven? Hoe leest u dat?" Hij gaf ten antwoord: "U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf."

Hij zei tegen hem: "Juist geantwoord! Doe dat en u zult leven."

Maar hij wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: "Ja maar, wie is mijn naaste?"

Jezus nam weer het woord en zei: "Op reis van Jeruzalem naar Jericho viel iemand in handen van rovers. Ze schudden hem uit, mishandelden hem en lieten hem halfdood achter. Toevallig kwam er een priester langs die weg, hij zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Ook een Leviet die voorbijkwam en hem zag, liep in een boog om hem heen.

Toen kwam er een Samaritaan langs die op reis was; hij zag hem en was ten diepste met hem begaan. Hij ging naar hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze. Toen zette hij hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een herberg, waar hij hem verder verzorgde. De volgende ochtend haalde hij twee denariën tevoorschijn en gaf ze aan de waard. "Zorg voor hem,” zei hij, “en als u nog meer kosten moet maken, zal ik ze u op mijn terugreis vergoeden."

Wie van die drie is naar uw mening de naaste geweest van de man die in handen van de rovers was gevallen?" Hij zei: "Hij die hem barmhartigheid heeft bewezen." Jezus zei tegen hem: "Doe dan voortoon net als hij.”
-10- Johannes 2, 1-11
Op de derde dag werd er een bruiloft gevierd te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. Ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn opraakte, wendde de moeder van Jezus zich tot Hem en zei: "Ze zitten zonder wijn." Jezus antwoordde: "Vrouw, wat heb Ik met jou te maken? Mijn uur is nog niet gekomen." Zijn moeder zei tegen de dienaren: "Wat Hij u ook beveelt, doe het maar.”

Nu stonden daar zes stenen waterbakken ten behoeve van het Joodse reinigingsgebruik, elk met een inhoud van twee tot drie metreten. "Doe die bakken vol water," beval Jezus hun. Ze deden ze vol water, tot de rand toe. Vervolgens zei Hij: “Schep er nu wat uit en breng het naar de tafelmeester." En ze deden het. De tafelmeester proefde het water dat wijn was geworden, maar wist niet waar die vandaan kwam; de dienaren die het water geschept hadden wisten het wel. De tafelmeester riep dus de bruidegom en zei: "Iedereen schenkt toch eerst de beste wijn, en de gewone pas wanneer er al flink gedronken is. Maar u hebt de beste wijn bewaard tot het laatst’”

Dat was het begin van Jezus’ tekenen, te Kana in Galilea. Hij openbaarde zijn heerlijkheid en zijn leerlingen geloofden in Hem.


-11- Johannes 15, 9-12
In zijn afscheidsrede zei Jezus tot zijn leerlingen: "Met de liefde die de Vader Mij heeft toegedragen, heb ik jullie liefgehad. Blijf in die liefde met Mij verbonden. Als je mijn opdracht ter harte neemt, zul je in liefde met Mij verbonden blijven, zoals ook Ik de opdracht van mijn Vader ter harte heb genomen en met Hem in liefde verbonden blijf. Dit alles heb Ik jullie gezegd om jullie deelgenoot te maken van mijn eigen vreugde, en zo jullie vreugde volkomen te maken. Dit is mijn opdracht: dat jullie elkaar liefhebben met de liefde die Ik jullie heb toegedragen.


-12- Johannes 15, 12-16
Dit is mijn opdracht: dat jullie elkaar liefhebben met de liefde die Ik jullie heb toegedragen. De grootste liefde die iemand zijn vrienden kan betonen, bestaat hierin dat hij zijn leven voor hen geeft. Mijn vrienden zijn jullie, maar dan moeten jullie ook doen wat Ik jullie opdraag. Voor Mij zijn jullie geen dienstknechten meer: een knecht heeft geen begrip van wat zijn meester doet. Vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb vernomen, aan jullie heb meegedeeld. Niet jullie hebben Mij uitgekozen; nee, Ik heb jullie uitgekozen en Ik heb jullie de taak gegeven eropuit te gaan en vrucht te dragen, vruchten die blijvend zijn. Wat je de Vader ook vraagt in mijn naam, Hij zal het je geven.
-13- Johannes 17, 20-26
Niet alleen voor hen bid Ik, maar ook voor degenen die door hun woord in Mij geloven: dat ze allen één mogen zijn. Zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, zo moeten zij in Ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat U Mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in de heerlijkheid waarin U Mij hebt laten delen, opdat ze één mogen zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen zoals U in Mij; dat hun eenheid volkomen mag zijn, zodat de wereld kan erkennen dat U Mij hebt gezonden en dat U hen hebt liefgehad met de liefde die U Mij hebt toegedragen.

Vader, diegenen die U Mij hebt toevertrouwd, zou Ik graag bij Mij hebben waar Ik ben, zodat ze de heerlijkheid zien waarin U Mij hebt laten delen, want vóór de grondvesting van de wereld had U Mij al lief.

Rechtvaardige Vader, hoewel de wereld U niet heeft gekend - Ik heb U gekend - zijn zij het die hebben erkend dat U Mij gezonden hebt; Uw Naam heb Ik hun bekend gemaakt en dat zal Ik blijven doen, opdat de liefde die U Mij hebt toegedragen, in hen mag zijn - opdat Ik in hen mag zijn.”


-14- Lucas 24, 13-35
Juist die dag waren twee van hen op weg naar het dorp Emmaüs, dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt. Ze spraken met elkaar over alles wat voorgevallen was. Terwijl ze met elkaar in discussie waren, voegde Jezus zelf zich bij hen en liep met hen mee. Maar hun ogen waren niet bij machte Hem te herkennen. Hij sprak tot hen: “Waarover lopen jullie zo druk met elkaar te praten?” Met sombere gezichten bleven ze staan. Een van hen, die Kleopas heette, gaf Hem te antwoord: “Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd?” “Wat dan?” vroeg Hij. Ze zeiden Hem: “Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret. Hij was een profeet, machtig in woord en daad in de ogen van God en van heel het volk. Onze hogepriesters en leiders hebben Hem overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen, en ze hebben Hem zelfs gekruisigd. En wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen, maar al met al is het nu al twee dagen geleden gebeurd. Wel hebben enkele vrouwen uit onze kring ons versteld doen staan. Die waren vanmorgen vroeg naar het graf gegaan en toen ze zijn lichaam daar niet aantroffen, kwamen ze terug met het verhaal dat ze ook nog een verschijning hadden gehad van engelen die zeiden dat Hij leeft. Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan en het bleek zo te zijn als de vrouwen gezegd hadden, maar Hem hebben ze niet gezien.” Toen zei Hij tot hen: “Wat zijn jullie toch onverstandig en traag van begrip als het gaat om het geloof in alles wat de profeten hebben gezegd! Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnengaan?” En Hij legde hun uit wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had, te beginnen bij Mozes en alle profeten. Toen ze bij het dorp kwamen waar ze moesten zijn, deed Hij alsof Hij verder wilde gaan. Maar met aandrang vroegen ze: “Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt al ten einde.” Toen ging Hij mee naar binnen om bij hen te blijven. Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun. Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem, maar meteen was Hij uit hun gezicht verdwenen. Ze zeiden tegen elkaar: “Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons opende?” Meteen stonden ze van tafel op en gingen terug naar Jeruzalem; daar vonden ze de elf en hun metgezellen bijeen. Die zeiden: “Waarachtig , de Heer is opgewekt, aan Simon is Hij verschenen.” Toen vertelden zij wat er onderweg was gebeurd en hoe ze Hem hadden herkend bij het breken van het brood.

2.4. HOMILIE

2.5. GELOOFSBELIJDENIS (fac)

In een huwelijksviering kan, maar wordt bijna nooit een geloofsbelijdenis gezegd.
Ik geloof in God, de almachtige Vader,

Schepper van hemel en aarde.

En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer,

die ontvangen is van de heilige Geest,

en geboren uit de Maagd Maria;

die geleden heeft onder Pontius Pilatus,

gekruisigd is, gestorven en begraven;

die neergedaald is te helle,

de derde dg verrezen uit de doden;

die opgevaren is ten hemel,

en zit aan de rechterhand van God, zijn almachtige Vader;

vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in de heilige Geest;

de heilige katholieke kerk,

de gemeenschap van de heiligen;

de vergiffenis van de zonden;

de verrijzenis van het lichaam;

het eeuwig leven. Amen.

3. HUWELIJKSINZEGENING

3.1. ONDERVRAGING

je kiest eerst een inleiding (1, 2 of 3) en neemt dan de vaste tekst van de ondervraging over.
-1-

N en N, gij zijt naar de kerk gekomen om voor de hier aanwezige kerkgemeenschap en haar bedienaar, de priester, uw liefde te laten bezegelen door de Heer, aan wie gij reeds toebehoort door het doopsel.

Gij verlangt dat uw huwelijk een sacrament is, een teken van het verbond dat God zelf met ons is aangegaan in Jezus Christus.

Mag ik u dan verzoeken van uw liefde te willen getuigen ten overstaan van Gods kerk en op de volgende vragen te antwoorden.
-2-

N en N, hier, omgeven door uw ouders, familie en vrienden, gaat gij voor Gods aanschijn uitspreken dat gij elkaar gekozen hebt voor heel uw leven als man en vrouw. Nog bijna alles van die toekomst is verborgen voor uw ogen. Gij kent het geluk nog niet dat op uw wacht, en niet het verdriet en de zorgen die aan niemand van ons bespaard blijven. Maar in alles wat er gebeuren kan, zal uw huwelijksliefde steeds groeien wanneer gij beiden u blijft spiegelen aan Jezus Christus, die ons zozeer heeft liefgehad. Mag ik u dan vragen:
-3-

N en N, we zijn nu aan het belangrijkste ogenblik gekomen van deze viering. Gij gaat uw trouwbelofte uitspreken voor deze verzamelde gemeenschap. Vraag aan God, onze Vader, dat Hij uw woorden aanneemt en uw beide namen schrijft in de palm van zijn hand, dat Hij uw verbond bezegelt en u aan elkaar schenkt als man en vrouw.

Mag ik u dan verzoeken te antwoorden op de volgende vragen:
tekst ondervraging (geen andere teksten toegelaten)
N en N, zijn jullie uit vrije wil en met de volle toestemming van je hart, naar hier gekomen om met elkaar te trouwen?
(N en N: ) Ja.
Zijn jullie bereid als gehuwden elkaar lief te hebben en te waar­deren al de dagen van je leven?
(N en N: ) Ja.
Zijn jullie bereid kinderen als geschenk uit Gods hand te aanvaar­den, hen in uw liefde te laten delen en hen in de Geest van Chris­tus en zijn kerk op te voeden?
(N en N: ) Ja.
3.2. HUWELIJKSBELOFTE (geen andere teksten toegelaten)

Gij wilt met elkaar een huwelijksverbond aangaan.

Mag ik u dan vragen elkaar de rechterhand te geven en hier in deze gemeenschap voor uw familieleden en vrienden, voor de kerk en voor God uw trouwbelofte uit te spreken.
-1-

N, ik wil uw man zijn en ik beloof u trouw te blijven in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid. Ik wil u liefhebben en waarderen al de dagen van mijn leven.
N, ik wil uw vrouw zijn en ik beloof u trouw te blijven in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid. Ik wil u liefhebben en waarderen al de dagen van mijn leven.
-2-

(priester)

N, wilt gij N nemen tot uw vrouw en belooft gij haar trouw te blijven in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid. Wilt gij haar liefhebben en waarderen al de dagen van uw leven?
(bruidegom)

Ja, ik wil!
(priester)

N, wilt gij N nemen tot uw man en belooft gij hem trouw te blij­ven in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid. Wilt gij hem liefhebben en waarderen al de dagen van uw leven?
(bruid)

Ja, ik wil!

3.3. KERKELIJKE BEVESTIGING (geen andere teksten toegelaten)
Voortaan zal de kerkgemeenschap u beschouwen als gehuwden. Moge de Heer uw huwelijk bevestigen en uw leven zegenen. En u allen, die hier tegenwoordig zijt, neem ik tot getuigen van deze heilige verbintenis. Wat God heeft verbonden, dat zal de mens niet scheiden.


3.4. ZEGENING EN OVERREIKING VAN DE RINGEN

3.4.1 ZEGENING van de ringen

-1-

Heer, zegen deze ringen die bruid en bruidegom elkaar gaan geven als teken van hun liefde en trouw.
Almachtige God, bewaar hen beiden in uw trouw. Dat de ringen, die zij elkaar geven het blijvend teken zijn dat zij in uw naam met elkaar zijn verbonden.
-2-

Heer, in uw naam zegenen wij deze ringen. Laat de gehuwden dit sieraad dragen en hun trouw bewaren als een kostbare parel. Dat zij in uw vrede leven en het geluk vinden in hun liefde voor elkaar.
-3-

Almachtige God, bewaar N. en N. in uw trouw. Laat de ringen, die zij elkaar geven, het blijvend teken zijn van hun trouw en onderlinge liefde.

3.4.2 OVERREIKING van de ringen

-1-

(bruidegom en bruid)

N, neem deze ring als teken van mijn liefde en trouw.

3.5. ZEGENING VAN DE HUWELIJKSKAARS (fac)

Als je dit opneemt, moet je zelf voor een huwelijkskaars zorgen.
-1-

Goede vrienden, vandaag is uw huwelijk nog zo nieuw, zo gaaf, zo wit en zo mooi als deze kaars hier. Het vuur van uw liefde wilt gij aan uw huwelijk schenken.

Gij wilt als deze kaars vuur dragen en opbranden, helemaal licht en warmte worden voor elkaar, voor uw gezin, voor uw gemeenschap. Gij zult liefde geven en liefde zijn, brandend klein worden voor jezelf en groot voor de anderen. Zo zult gij gelukkig zijn uw leven lang.
-2-

Almachtige God, Heer van alle leven, zegen deze kaars. Moge ze een herinnering blijven aan deze dag waarop N en N zich voor heel hun leven aan elkaar wegschenken. Zoals deze kaars licht en warmte verspreidt, zo mogen ook deze mensen het licht van de waarheid en de warmte van de liefde verspreiden.

Dit alle naar het voorbeeld van Jezus, uw Zoon, die licht bracht op deze wereld en nu voor altijd Koning is in alle eeuwigheid.


-3-

Mijn vlammetje wil erbij zijn, bij je huwelijk. Ik ben meer dan een geschenk. Ik ben een stille getuige in het huis van je liefde. Als de zon schijnt hoef ik niet te branden, maar als het donker wordt, als er storm komt in huis, steek me dan aan.

Als de eerste ruzie komt, als je in stilte onder iets lijdt, steek me dan aan.

Als je de eerste stap wil zetten maar je weet niet hoe, als je omhelzen wil maar je armen worden stijf, steek me dan aan.

Mijn vlammetje is een duidelijk teken in huis. Het spreekt de taal, die anderen dadelijk verstaan. Ik hou van jullie beiden.

Laat me branden als het moet, totdat jullie wang tegen wang mijn vlammetje doven kunt, dan zeg ik dankbaar tot volgende keer.

1   2   3   4   5   6   7   8

  • 2.2 TUSSENZANG
  • 2.4. HOMILIE
  • 3. HUWELIJKSINZEGENING
  • 3.2. HUWELIJKSBELOFTE
  • 3.3. KERKELIJKE BEVESTIGING
  • 3.4. ZEGENING EN OVERREIKING VAN DE RINGEN
  • 3.4.2 OVERREIKING van de ringen

  • Dovnload 0.76 Mb.