Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Huwelijksmap structuur van de kerkelijke huwelijksviering

Dovnload 0.76 Mb.

Huwelijksmap structuur van de kerkelijke huwelijksviering



Pagina7/8
Datum05.12.2018
Grootte0.76 Mb.

Dovnload 0.76 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8
3.10. GROET AAN HET KOPPEL

Hier nodigt de voorganger de mensen uit naar voor te komen en hun hand even op het aangereikte (net gezegende)kruisbeeld te leggen, als teken van deelname aan de vreugde van het koppel, én als teken van geloof in Jezus Christus die met het koppel meestapt, een leven lang.



De mensen krijgen de gelegenheid in het voorziene mandje een vrijwillige bijdrage te leggen. Die bijdrage wordt door de pastoor gestort op een rekening waarmee allerlei goede doelen gesteund worden.

3.11. LIED

Dit lied (of muziekstuk) start onmiddellijk na de uitleg van de pastoor over de ‘groet aan het koppel’.


3.12. ONZE VADER

Het Onze Vader wordt niet gezongen, maar gebeden.
Onze Vader,

die in de hemelen zijt,

geheiligd zij uw naam

Uw Rijk kome.

Uw wil geschiede op aarde als in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ook onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.

En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.

Amen.

3.13. HUWELIJKSZEGEN

-1-

God, naar uw beeld hebt Gij de mens geschapen. Man en vrouw hebt Gij aan elkaar toevertrouwd om één te worden en eensge­zind hun zending te vervullen in deze wereld.

Laat uw zegenende hand dan rusten op N en N. Geef, Heer dat zij van harte één zijn en houden van elkaar, dat hun leven vruchtbaar zij, dat het huis, het werk van hun handen, een thuis wordt, waar het goed is om te wonen en dat zij de kinderen, die Gij hun geeft, opvoeden in de geest van het evangelie.

Zegen N met een overvloed van gaven tot echtgenote en moeder, dat zij haar taak in het gezin ter harte neemt met toewijding en bevalligheid.

Zegen N tot echtgenoot en vader, dat hij voorziet in alle noden met plichtsbesef en bekwaamheid.

Heilige Vader, verleen nu dat zij het brood van uw liefde samen breken, samen drinken de beker van het verbond.

Door Christus, onze Heer.

Amen.
-2-

Heer God, in de gemeenschap tussen man en vrouw ligt een grote liefde. Zij is bestemd om de liefde tussen Christus en zijn kerk uit te beelden en te belichamen.

Wij bidden U: zegen N en N, die U dankzeggen voor elkaar, en die hun leven en hun geluk uit uw hand willen ontvangen. Laat uw vrede in hen wonen, laat uw trouw in hen groeien. Zegen hen met uw weldaden. Dat zij verbonden blijven in wederzijdse liefde, dat hun samenleven voor allen een christelijk getuigenis mag zijn, dat zij voor hun kinderen goede ouders worden, dat zij samen het volle geluk in U mogen vinden.

Door Christus, onze Heer.

Amen.

-3-

Almachtige God, uit uw scheppende hand ontvangen wij het bestaan. Gij roept de mens tot leven om het beeld te worden van wat gij zijt, om uw liefde gestalte te geven in deze wereld. Man en vrouw schenkt Gij aan elkaar om een gemeenschap te vormen en niet langer alleen te zijn.

Wij bidden U: zegen N en N, die U dankzeggen voor elkaar, en die hun leven en hun geluk uit uw hand willen ontvangen. Laat uw vrede in hen wonen, laat uw trouw in hen groeien. zegen hen met uw weldaden. Dat zij verbonden blijven in wederzijdse liefde, dat hun samenleven voor allen een christelijk getuigenis mag zijn, dat zij voor hun kinderen goede ouders worden, dat zij samen het volle geluk in U mogen vinden.

Door Christus, onze Heer.

Amen.
-4-

God, Schepper van alles wat bestaat, wij bidden U voor N en N: laat uw zegen in overvloed over hen neerdalen. Dat zij elkaar liefhebben, dat het leven dat Gij hun gegeven hebt, vruchtbaar zij, dat kinderen hun vreugde worden, dat zij in geluk U loven, U zoeken in droefheid, dat zij U vol blijdschap vinden in hun werk, en in moeilijke omstandigheden uw vertroosting ondervin­den. Dat zij tot U bidden in de gemeenschap van de kerk en van U getuigen in de wereld, dat zij gelukkig mogen leven tot in lengte van dagen.

Door Christus, onze heer.

Amen.
-5-

God, naar uw beeld hebt Gij de mens geschapen. Man en vrouw hebt Gij aan elkaar toevertrouwd om één te worden en eensge­zind hun zending te vervullen in deze wereld.

Laat uw zegenende hand dan rusten op N en N. Geef, Heer dat zij van harte één zijn en houden van elkaar, dat hun leven vruchtbaar zij, dat het huis, het werk van hun handen, een thuis wordt, waar het goed is om te wonen en dat zij de kinderen, die Gij hun geeft, opvoeden in de geest van het evangelie.

Zegen de bruid met een weelde van gaven. Steun en heilig haar pogen om steeds een lieftallige vrouw te zijn en een zorgzame moeder.

Zegen de bruidegom met een overvloed van bijstand. Maak hen sterk in minzaamheid. Wil zijn plichtsbesef omkransen met vaderliefde en dienstbaarheid.

Voorzie hun huis van het nodige brood. Laat hen dat brood delen met mensen in nood. Laat hen het brood van uw liefde samen breken en laat hen samen drinken de beker van het verbond.

Door Christus, onze Heer.

-6-

God, zegen N en N.

Zegen hun handen opdat zij voor elkaar niets verbergen, maar alles delen wat het leven biedt: de zon en de schaduw, het licht en het duister, het kleurloze en het onbe­stemde.

Zegen hun ogen, opdat zij elkaar in de ogen zien en stilzwijgend verstaan wat er in de ander is, opdat zij één en al oog worden voor mensen om hen heen, die geen uitzicht hebben en verblind zijn door angst, eenzaamheid of verdriet.

Zegen hun mond, opdat zij goede woorden spreken en elkaar bevesti­gen in waarheid.

Zegen hun oren, om de verborgen vragen van de andere te verstaan en al te vervullen vóór zij uitgesproken worden.

Geef hen zo vele jaren van geluk met elkaar, met hun kinderen en met alle mensen die zij ontmoeten.
-7-

God onze Vader, verhoor ons gebed nu wij uw zegen vragen over N en N: dat zij voor elkaar gegeven zijn als gebroken brood en geniet­baar als een beker wijn, dat hun liefde edelmoedig en vruchtbaar mag zijn, dat zij mag groeien als een steeds nieuwe morgen onder de dauw van uw Heilige Geest.

Moge hun huis een thuis worden, met een open deur voor velen en met een warme haard van geborgenheid en menselijke warmte.

Zegen hun komen en gaan, het ritme van hun dagen, opdat zij kunnen werken om te leven en tijd vinden voor elkaar, stilte en weder­zijds begrip en moed om te vergeven als dat nodig is.

Dat zij steeds verwonderd blijven over het geschenk dat zij voor elkaar zijn.

Zegen hen met uw weldaden, dat zij steeds verbonden blijven in wederzijdse liefde en dat zij voor hun kinderen goede ouders worden.

Mogen zij, in alle omstandigheden van het leven, hun kracht vinden in de blijvende boodschap van Jezus Christus, onze Heer.

Amen.
-8-

God, Gij hebt N en N bijeengebracht, wil en ook voor elkaar bewaren. Gij hebt immers de mens geschapen als man en vrouw, hen in het leven geroepen voor elkaars geluk. Voltooi wat Gij begonnen zijt in N en N.

Laat tot bloei komen de liefde die zij elkaar toedragen.

Houd hen bijeen en maak hun leven tot een teken van de liefdevolle zorg waarmee Gij ons omgeeft.

Schenk hen daartoe geloof in U en in elkaar, geef hen vertrouwen in de mensen en laat hen steeds ontdekken wat goed en waardevol is.

Wij bidden U, moge hun liefde vruchtbaar zijn, zodat zijn elkaar blijvend terugvinden in het nieuwe leven dat uit hen geboren wordt.

Maak hun gezin tot een gelukkige en veilige thuis voor de kinde­ren.

-9-

Almachtige God, uit uw scheppende hand ontvangen wij het bestaan. Gij roept de mens tot leven om het beeld te worden van wat gij zijt, om uw liefde gestalte te geven in deze wereld. Man en vrouw schenkt Gij aan elkaar om een gemeenschap te vormen.

Wij bidden U dan ook, zegen het samenzijn van deze beide mensen die U dankzeggen voor elkaar en die hun leven en hun geluk uit uw hand willen ontvangen.

Heer God, in de gemeenschap van man en vrouw ligt zo'n grote belofte, dat zij bestemd is om de liefde tussen Christus en zijn werk uit te beelden en te belichamen.

Wij bidden U, zegen N en N. Laat uw vrede in hen wonen, laat uw trouw in hen groeien, zegen hen met uw weldaden, dat zij steeds verbonden blijven in wederzijdse liefde.

Mogen zij, in alle omstandigheden van het leven, hun kracht vinden in het evangelie van Jezus Christus, onze Heer.

Amen.
-10-

God, laat uw zegenende hand rusten op N en N, geef dat zij onder­ling de gaven van uw liefde delen en voor elkaar het teken zijn van uw aanwezigheid.

Geef ook, God, dat zij één van hart en één van geest zijn, dat het huis, het werk van hun handen, een thuis wordt, waar het goed is om te wonen en dat zij de kinderen, die Gij hun geeft, opvoeden in de geest van het evangelie.

Zegen N met een overvloed van gaven tot echtgenote en moeder, dat zij haar taak in het gezin ter harte neemt met toewijding en bevalligheid.

Zegen N tot echtgenoot en vader, dat hij voorziet in alle noden met plichtsbesef en bekwaamheid.

Vader, verleen dat zij die in uw tegenwoordigheid met elkaar getrouwd zijn, het brood van uw liefde samen breken, en samen drinken de beker van het verbond, om eens te delen aan de vreugde van het hemels gastmaal.

Door Christus, onze Heer.

Amen.
-11-

Heer, zie welwillend neer op N en N, die over hun huwelijk uw zegen vragen. Geef hun liefde en vrede, deemoed en goedheid, aandacht en sterkte en trouw in lief en leed, geef hun eerbied voor elkaar, standvastigheid in hun vertrouwen op U, laat hen de krach­tige grond zijn waarop kinderen, die Gij hen toevertrouwt, geluk­kig en blij kunnen leven, geef hun vele jaren van geluk met elkaar, met hun kinderen en met alle mensen die ze ontmoeten.

-12-

God, Schepper van alle mensen, wij vragen uw zegen over N en N. Moge hun liefde van dag tot dag groeien, dat ze zichzelf kunnen vergeten, elkanders tekortkomingen vergeven en trouw blijven ook wanneer het moeilijk wordt.

Help hen ook om te groeien in geloof, dat ze samen zouden bidden en kracht vinden in Jezus' woord en leven. Blijf hen altijd nabij. Moge hun gezin een haard zijn van vrede, een huis vol hartelijk­heid en vreugde, een toevlucht voor allen die hulp behoeven.

Zegen dit echtpaar vandaag en alle dagen van hun leven.

Amen.
-13-

God, Vader van al wat leeft, man en vrouw schenkt Gij aan elkaar opdat zij niet langer alleen zouden zijn, maar samen een gemeen­schap vormen. Wij danken u voor deze twee mensen, die nu als man en vrouw hun levensweg vervolgen.

Zegen welwillend hun huwelijk, geef hen liefde en vrede, aandacht, sterkte en trouw in lief en leed.

Geef hen eerbied voor elkaar in het dagelijkse leven en standvas­tigheid in hun vertrouwen op U, begeleid dit huwelijk dat Gij zelf bekrachtigd hebt met uw vaderlijke zorg.

Wij bidden u dat N en N in alle omstandigheden van hun leven hun kracht mogen vinden in elkaar en in de goedheid van de mensen.

Amen.

3.14. VREDESWENS

Alleen de titel typen.

3.15. BEZINNINGSTEKST of LIED

-1-

Zeg niet enkel dat je me liefhebt, woorden zijn broos en klein. Liefde is enkel "zijn".

Liefde is "samen dragen, het eigen eenzaam zijn".

Zeg niet enkel dat je me liefhebt, al die woorden doen pijn, want nooit is liefde in woorden.

Liefde is enkel "zijn".
-2-

(uit "De tederheid" van T. Lemaire)

De zachtmoedigheid is weet hebben van de breekbaarheid van de dingen, van de teerheid van de planten, van de kwetsbaarheid van de dieren en van de eenzaamheid van de mensen. Het hart van de zachtmoedigen is klein want het is gauw ontroerd. Maar het kan tegelijk groot zijn want het kan alles wat bestaat in zich bevat­ten en in zijn armen omhelzen? De zachtmoedigheid ten aanzien van de mensen is weet hebben van hun eenzaamheid, de wijze waarop de kwetsbaarheid van het levende zich in de mens onthuld, en is daarom ook tederheid.
-3-

Je betekent zoveel voor mij. Hoe moet ik het in woorden vatten?

Je brengt zon n mijn leven, je bent me meer waard dan bloemen, boeken en geld.

Je doet me leven, jij maakt me beter, jij bindt me niet, je maakt mij vrij.

Je ogen zitten vol sterren, je handen zijn tederheid, je kunt luisteren naar kinderen.

Omwille van jou kan ik veel missen. Ik weet dat jij er bent en dat je in mij gelooft. Zolang jij er bent, hoef ik nergens bang voor te zijn en kan ik blij zijn met heel weinig.
-4-

(van Sint-Franciscus van Assisië)

Heer, maak mij tot een instrument van uw vrede, opdat ik liefde breng waar haat heerst, vergiffenis waar zonden worden bedreven, hoop waar de wanhoop verduistert, geloof waar twijfel wordt ge­zaaid, licht waar duisternis vertroebelt, vreugde waar droefheid is.

Heer, help mij, niet zozeer om gelukkig te willen zijn als geluk­kig te maken,

niet zozeer om begrepen te worden als de andere te begrijpen,

niet zozeer om getroost te willen worden als de andere te troos­ten,

niet zozeer om bemind te willen worden als te bemin­nen.

Want ik zal ontvangen door te geven, vergeven worden door zelf te vergeven, in eeuwigheid leven door te sterven.

Geef mij Heer, vrede, kracht en vreugde, opdat ik anderen vredig, krachtig en vreugdevol kan helpen leven.

Amen.
-5-

(uit "Op adem komen" van Hans Bouma)

Telkens weer het wonder van de man en de vrouw, ja zeggend tegen elkaar, elkaar beamend elkaar omhelzend, voorgoed elkanders mens. De man en vrouw, niet zoekend maar elkaar, alles delend met el­kaar, ook elkaars sterfelijkheid, twee mensen, tweemaal zo weer­baar, tweemaal zo kwetsbaar.

O, God, zegen hen, houd hen bij hun geheim, maak hen vindingrijk, onvermoeibaar, fantasievol, zodat zij zich eindeloos over elkaar verheugen.
-6-

(van Ad Van Beers)

Wens me dat toe

Als dat een grote vreugde voor je is, veel voor me te bidden, laat je gebed dan een hardnekkige wens voor me zijn, dat ik eerbied voor je heb, zoals je bent, en dat ik naar je wezen luister, dat ik je niet overstem, dat ik op zoek ga naar het kind in je, dat ik tijd weet te vinden en stilte, even maar, voor jou alleen, om je steeds weer af te staan aan het geheim waaraan we samen het leven danken, waar we samen van afstammen en waarnaar we onderweg zijn, dat ik de nieuwe dag dankbaar aangrijp, omdat er weer een dag is waarop we elkaar hebben, waarop we misschien iets meer gaan ver­moeden, dat ik je honger naar een beetje waardering, een beetje gastvrijheid, een beetje warmte, niet probeer te verzadigen met restjes, overschotjes, dat ik je de ruimte geef om even onmachtig te zijn als ikzelf, en dat ik fel eerlijk tegenover je ben, wan­neer dat goed voor je is, en dat ik je vooral vrij laat in jouw gebed voor mij.
-7-

(naar Bijbelteksten bewerkt door Teilhard de Chardin)

Geloven zonder te zien

Heer, geloven is mij wagen aan U, een leven lang.

Maar ik ben kleingelovig, dat is: zenuwachtig en vooral ongedul­dig. Ik wil proefondervindelijke zekerheid, nog wel onmiddellijk. En ik vergeet dat elk groeiproces onzekerheid inhoudt en twijfels. Ik wil zekerheid in mijzelf ontdekken en vasthouden.

Gij zijt mijn zekerheid. En in deemoed wachtend achterhaal ik uw belofte dat "wie zijn leven verliest, het wint".

En Gij, Gij gooit mij, weerloos zaad, in de diepte van de voren, bevestigde afgrond. Het koren draagt een lief gelaat. Leven werd in pijn geboren.

Laat mij in de donkere uren, mijn God, begrijpen dat Gij het zijt die de vezels van mijn zijn pijnlijk uiteenbuigt om tot het merg van mijn wezen door te dringen en mij op te nemen in U.
-8-

(uit "Menslief, ik hou van jou" van Phil Bosmans)

Wie de liefde mist, mist alles

De zon is voor velen de gewoonste zaak van de wereld. Toch doet ze elke dag een wonder. Ze steekt het licht en het vuur voor ons aan. Ze vecht tegen de wolken om ons te zien en ons een mooie dag te schenken.

's Nachts gaat ze naar de andere kant van de aarde om ook daar de mensen haar licht te schenken. Doof ik de zon dan zit ik in de zwartste duisternis en de ijzige kou.

Zo is het met de liefde.

Gaat de liefde op in ons leven dan brengt ze licht en warmte. Als ik de liefde heb dan kan ik veel missen. Maar als de liefde onder­gaat in mijn leven, worden de schaduwen steeds groter en geraak ik stilaan in de nacht en in de kou. De liefde is als de zon: wie ze heeft kan veel missen maar wie de liefde mist, mist alles!
-9-

Eenheid ... in veelheid

God schiep de mens, man en vrouw, opdat deze op Hem zou lijken. Beeld van liefde, waar eenheid in veelheid zou blijken.

Twee mensen: man en vrouw.

Ik zie ze als twee werelden, als strand en zee. Bij vloed omhelst de zee het land en heeft het zand gemeenschap met het water. Ze zijn één in de branding.

Maar er is ook eb, er is ook afstand nemen van elkaar. Zover, dat het strand denkt: waar is de zee?

En zover dat de zee denkt: waarom duwt het strand me zover terug?

Ze willen één zijn, maar ze verliezen elkaar uit het oog, en toch in de hoop elkaar opnieuw te vinden in een nieuwe vloed, in een nieuwe branding.

Vloed en eb, feest en eenzaamheid, vreugde voor elkaar, maar helaas ook pijn doen aan elkaar.

Want zo is het leven voor ons allemaal: eb en vloed, altijd weer!
-10-

(van Miel Cools)

Mijn liefste

Ik heb je, mijn liefste, mijn liefste gekozen, onder de zovelen die ik ken. Ik wil je mijn liefde, mijn liefde beloven.

Ik wil je behoren zoals ik ben.

Er komt een dag vol twijfels, er komt een dag vol van vernedering, je blijft bij mij voor alle tijden, tot over de grens van de herinnering.

Zo gaan de dagen voorbij in dit leven, regen en zon en veel koude misschien. Morgen, dan gaan onze handen al beven. Morgen zijn wij al heel oud misschien.

Er komt een dag dat ook jij eens zal sterven, dat ik alleen door de winter moet gaan, dan zal ik jouw glimlach, jouw warmte moeten derven, maar jij zult altijd in mij blijven staan.
-11-

(uit "Ons gezin")

Ik sta voor je open

Ik sta voor je open omdat je hart groter is dan het mijne, omdat je me in je sterke armen draagt en je me kunt opheffen uit mijn verdriet.

Ik sta voor je open omdat je me kunt meenemen in je dromen, die je diepste wezen ontsluieren, omdat jouw ogen me volgen en liefkozen, omdat je kunt luisteren naar mijn lang verhaal.

ik sta voor je open omdat je me helpt geloven in het leven en de toekomst, omdat je me gunt mezelf te zijn in grote en kleine dingen.

Ik sta voor je open omdat je me toelaat je te leren ontdekken dat er meer is dan het tastbare en grijpbare, waar je dagen zo vol van zijn, omdat je kunt verdragen dat ik anders denk en voel en mijn "anders zijn" als een verrijking in je leven aanvaardt.

Ik sta voor je open omdat we samen kunnen zoeken naar wat ons beider leven schraagt, naar Hem die we Vader mogen noemen en op wie we steeds blijven vertrouwen.

Ik sta voor je open omdat we bewonderend naar Hem mogen zien die ons mensenleven heeft voorgeleefd en wiens aanwezigheid we een enkele keer ontwaren als we elkaar heel dicht benaderen.

Ik sta voor je open omdat we elkaar omarmen mogen, omdat we elkaar niet missen kunnen.

Ik sta voor je open gewoon omdat je er bent.
-12-

(van Ward Bruyninckx)

Mysterievol man en vrouw

Vrouw zijn is het mysterie van het leven dragen, is hart zijn in een harde wereld, open oog voor nood aan tederheid en liefde, is oase zijn van begrip en geborgenheid, attentie-antenne voor het kleine en het goede in de mens, is richtsnoer zijn voor het zoe­kende kind, stut en steun betekenen voor ouderen, zieken, eenza­men, is heimwee hebben naar het paradijselijke. Vrouw zijn is gewoon maar mens zijn met de mensen, eigen-aardig en onvervangbaar. Dat alles is mysterievol vrouw zijn.

Man zijn, is het leven in handen nemen, is instaan voor, bouwen aan en zich riskeren in een wereld van voort­durende strijd voor leven en liefde, is toekomst bevechten, wegen banen, eenzaam zijn, is inzien en niet verwerven, en wegroezen in passievolle idealen, is stormram zijn en stut waartegen men leunt en waarachter men zich veilig voelt, is opstandig zijn als een kind dat soms schrei­en kan van onmacht. Man zijn is ook maar gewoon mens zijn met de mensen, eigenaardig en onvervangbaar. Dat alles en nog veel meer is man zijn, vol mysterie.
-13-

(van Gabriël Smit)

Jij bent mij zo nodig, ik weet wel dat de Heer mijn herder is en dat Hij mij niets laat ontbreken, maar wanneer jij mij dat niet bent, weet ik niet wat mijn leven nog kan zijn. Wanneer Hij jou niet geeft, geeft Hij mij niets, want wat mij niet gereikt wordt door jouw hand is dood voordat ik het ooit zou krijgen.

Dat kan niet zeg je, want dat stel je mij voor Hem, een verant­woordelijkheid die ik niet dragen kan. Weet je dat zeker?

Lees de psalm. Wie dorst schenkt Hij in overvloed zijn wijn. Maar liefste, wie anders dan jij is mij zijn beker?
-14-

Brief aan een jonge dichter

Liefhebben is mooi, maar de liefde is moeilijk. Beminnen is mis­schien wel de zwaarste opgave voor ieder van ons, de grootste getuigenis van onszelf, de meest verheven taak. Alle andere zijn alleen maar voorbereidingen.

Daarom kunnen kinderen geen liefde geven of ontvangen. Ze moeten dat leren net zoals alle andere dingen van het leven.

Liefde, dat is niet zich meteen overgeven aan de ander, het is vooral een unieke kans om te groeien, zichzelf te vormen, een wereld worden voor diegene van wie je houdt.

Dus moet je jezelf voor de ander verbeteren, en dat moeten de jongeren leren, vóór elke lichamelijke relatie.

Als je jong bent, moet je dus goed nadenken en veel dingen in je opnemen. Je overgeven in het einde van de les.

Misschien zijn volwassenen zelfs nog onbekwaam.


-15-

Ontmoeten

Ontmoeten is de stap durven zetten, je ware gezicht durven tonen, je vrees en je onzekerheid opzij schuiven en je vertrouwen aan iemand schenken, weten dat je geborgen bent.

Ontmoeten is niet veel vragen stellen; aandringen of uitpluizen, beslag leggen of veroordelen.

Ontmoeten is nooit "meten".

Het is aanvoelen, luisteren, stil worden.

Ontmoeten geeft nieuwe horizonten aan je leven.

Je moet voortaan je kleinheid, je onmacht niet meer verbergen, je moet ze niet langer alleen dragen, er is iemand bij wie je altijd terecht kunt.
-16-

Geloven, beminnen, hopen

Elkaar aanvaarden zoals men is, met zijn tekortkomingen.

Elkaars mogelijkheden bevorderen zonder blind te zijn voor elkaars beperk­theden.

Elkaar bemoedigen en bevestigen, zonder in de plaats van de ander te treden.

Dat is geloven.

Zichzelf mogen zijn.

Naar elkaars gelaat kijken en daarin de vreugden en de angsten lezen.

Aan elkaars gevoelens van tederheid en mildheid kwijtraken, ver­giffenis schenken en nieuwe kansen bieden.

Bij elkaar thuis komen, samen brood eten en de feestwijn drinken.

Dat is beminnen.

Zeggen dat het morgen zonniger zal worden, ook al was de vorige dag veeleer grauw.

Verwachten dat de lente alles weer in het groen zal zetten, ook al was de winter streng.

Niet echt tevreden willen zijn met eigen geluk, zolang nog zovelen naast jou in de wijde wereld ongelukkig zijn.

Dat is hopen.
-17-

(te lezen door bruidegom)

Ik wil

Ik wil je trouw zijn, liefste, en dat is zoveel meer dan trouwen.

Ik wil dat mijn leven in het jouwe huist, en dat ik met jou de seizoenen ben, zolang jij wil.

Ik wil jouw brood zijn en jouw wijn, dagelijks op onze tafel, waar jij de eerste bent, zolang jij wil.

Ik wil blij zijn om jouw voetstappen in de gang als het avond wordt en wij weer weten wie we zijn.

ik wil lachen in je kwetsbare ogen en zingen met je lieve mond, zolang jij wil.

Ik wil achter je staan als de wereld je miskent en je kleiner wil maken dan je bent.

Ik wil met je oud worden omdat mijn hart voor jou gekozen heeft en mijn voorliefde, wortels alleen in jouw grond tot rust kunnen komen.

Ik wil voor jou sterven als het moet, want ik weet dat de liefde het leven toch overleeft.

Maar ik wil vooral, liefste, geen woorden strooien in de wind, geen woorden, die alleen voor dichters en roze zielen zijn.

Woorden zijn maar waar als ik ze mag nestelen in jouw hart en als jij ze daar een kans geeft. Mijn woorden zijn maar echt, als jij ze vangt als zaad en ze bemint opdat ze leven.

Want, liefste, ik wil je trouw zijn, maar ik kan niet zonder jou.
-18-

(te lezen door een getrouwde vriend of een familielid)

Getrouwd

Getrouwd, dat is met heel je wezen blij en arm zijn, koud en moe zijn, groot en klein zijn, bij elkaar.

Dat is van top tot teen, met huid en haar, volop mens zijn, man en vrouw zijn, bij elkaar.

Getrouwd, dat is zwijgend moe zijn, onbegrepen, niet in staat een weg te banen naar elkaar.

Dat is vragend, plagend, lievend, gevend, stil maar wachtend bij elkaar.

Getrouwd, dat is getweeën groeiend als mensen, ieder naar zijn aard.

En daarin elkaar steeds weer boeiend: je bent mijn leven waard.
-19-

(van Pablo Neruda)

De put

Soms zink je weg, je valt in een gapende stilte, in je afgrond van hoogmoedige toorn, en nauwelijks kom je ervan terug dan met flar­den slechts van wat je trof in de diepte van je bestaan.

Liefste, wat vind je toch in je dichte put? Algen, poelen, rots­blokken? Wat zie je toch met blinde ogen, wrokkig en gekwetst?

Lieveling, niets vind je in de put waarin je valt, wat ik je, heel hoog bewaar: een bedauwde tak jasmijn, een kus dieper dan je ravijn.

Vrees me niet, val niet opnieuw in je wrok, schud mijn woord dat je kwetste, van je af en laat het door het open venster vluchten.

Het woord komt naar mij terug om me te kwetsen, zonder dat je het uitspreekt, omdat het immers met een hard moment geladen was, en dat moment zal zich in mijn borst ontladen.

Lach me stralend toe als mijn mond je kwetst.

Ik ben geen zachte herder als in de sprookjes, maar een flinke houthakker, die met jou aarde, wind en doornen deelt.

Je moet me liefhebben, glimlach naar me, help me goed te zijn. Verwond je niet aan mij, dat zal nutteloos zijn, wond mij niet, want je verwondt jezelf.

-20-

(uit "Bid om vrede" van Huub Oosterhuis)

God, die in het begin uit aarde, naar zijn beeld de mensen voor elkaars geluk geschapen heeft.

Hij doet u samen zijn. Hij maakt u man en vrouw, elkanders brood en wijn, elkanders woord van trouw. Zoals van meet af aan een mens geen antwoord vindt als hij niet door de mens ten diepste wordt bemind, zo zult gij voortaan in liefde en in leed elkanders ant­woord zijn: één lichaam en één geest.

Zoals ten einde toe de mensen twee aan twee hun lange wegen gaan en God gaat met hen mee, zo zal Hij met u zijn in leven en in dood, Hij wordt uw brood en wijn en dit geheim is groot.
-21-

(uit LP E. J. Mozaïek 2, Yeah-songs E. J. 104)

In heel kleine dingen heb ik U ontmoet:

het groen van de bomen, vogelgezang,

in adem en aarde, in zonson­dergang.

In heel kleine schoonheid heb ik U ontmoet:

een lelie op het water, een schelp op het strand,

bloemen op tafel, een ring aan je hand.

In heel kleine vreugde heb ik U ontmoet:

een heldere hemel, een warme wind,

een tedere moeder, een trouwe "vrind".

In heel kleine daden heb ik U ontmoet:

vragende ogen, een hand door je haar,

zoenende lippen, een zegenend gebaar.

In eenvoudige mensen heb ik je ontmoet:

stoeiende kinderen, jeugd die zich geeft,

een man die kan knielen, een vrouw die vergeeft.

In al deze gaven kwam ik U tegemoet.

Wees Gij nu de brug waardoor ik anderen ontmoet.
-22-

(uit "De vrede van God en de vrede van de wereld" van Heinz Zahrnt)

De liefde van de ander kan men met geen enkel middel verwerven. Hij moet haar ons uit eigen beweging schenken.

Hoezeer wij ons ook inspannen en alles doen war in ons vermogen ligt: aandacht vragen, brieven schrijven, bloemen sturen, opbel­len, verzoeken doen, bedelen, ons vernederen, dat alles helpt ons niets.

De ander heeft ons lief, onafhankelijk van wat wij doen, of hij houdt niet van ons.

Als het vertrouwen tussen twee mensen altijd alleen maar berust op de prestatie van de ander, dan komen beiden nooit van hun weder­zijds wantrouwen af.

Maar de menselijke liefde is slechts de afschaduwing en gelijkenis van de goddelijke liefde.

De liefde van God gaat haar oneindig te boven.

-23-

Geef me je hand als ik de weg niet vind, als ik een kind ben dat verdwaald is in de tijd en als de lange reis pas echt begint wees dan een engel die me leidt langs de stenen en de kuilen, naar een huis om in te schuilen, waar we lachen om het huilen van de wind, om te spelen en te eten en alles te vergeten en te weten dat jij er bent.
-24-

(van Huub Oosterhuis)

Liefde, liefde

Nu nog met halve woorden, hier en daar, kijkend in donkere spie­gels, bijna waar, blijven wij vreemden die zien en weer vergeten, doen in den blinde wat moet, maar ongeweten.

Dan, eenmaal, wordt wat niet bestaat: wij zullen opengaan en zien en horen, oog in oog, van mens tot mens verstaan.

Weten voorbij aan alle angst en schijn, en liefde, liefde zal geen woord meer zijn.

Lichaam en zwijgen genoeg, en onze namen rusten in licht als leeuw en lam tezamen.

Dit woord is hard, het komt en gaat en brengt de dood in jou.

Wie droomt zo'n lied ten einde toe, twee mensen, man en vrouw.
-25-

(van Huub Oosterhuis)

Behoed de liefde van de geliefden. Gij weet hoe broos en bijna niets twee mensen zijn, en dat hun hart onrustig is en bestendig als het weer.

Gij die hen toegekeerd hebt naar elkaar, opdat zij niet meer half zijn, onbestemd en onvervuld, leer hen verstaan het dodelijke geheim dat liefde lijden is, dat geven leven doet.

Geef hun de tijd elkaar te kennen en te troosten, blaas hun harts­tocht aan, maak hen geduldig en oneindig lief, dat zij de nacht doorkomen met elkaar.
-26-

Zeggen "ik hou van jou" is gemakkelijk. Heel anders wordt het als je elke dag opnieuw durft beginnen. Echt houden van elkaar is trachten te doen wat je mond zegt.

Het is je man, je vrouw elke morgen een nieuwe kan geven. Altijd terug in elkaar geloven. Steeds weer enthousiast kunnen worden over de mensen en de taal der kleine dingen leren verstaan.

Het is dankbaar antwoorden op attenties, waaraan anderen voorbij­gaan.

Naar haar luisteren, alsof je haar voor het eerst hoorde praten.

Glimlachen om zijn vragende blik en blij verwonderd blijven over handen die willen strelen.
-27-

De mist trekt op als iemand je zegt: ik geloof in je, ik ben blij dat je er bent, ik hou van jou.

Er komt ruimte, je ademt dubbel, de zon breekt door.

Je vindt ogen en handen, een mond en een hart, een toekomst voor het leven.

Je vindt kinderen, man en vrouw, vrienden, mensen als jij, mensen die je in je armen wil drukken, met wie je wil opstappen naar verre einders want het leven is goed.

Je weet wel: er is pijn en verdriet maar diep in je ziel zingt een lied en nog verder in jezelf zegt God: herken je me niet.
-28-

Vreugde wordt je deel als je klein voor God durft staan want Hij brengt je tot voltooiing.

Vreugde wordt je deel als je hen die treuren moed inspreekt want Hij zal je hoop en sterkte zijn.

Vreugde wordt je deel als je woord bevrijding brengt dan ont­springt in jou nieuw leven.

Vreugde wordt je deel als je nieuwe levenskansen schenkt, dan geschiedt ook jou barmhartigheid.

Vreugde wordt je deel als je in oprechtheid leeft want je zal de Heer aanschouwen.

Vreugde wordt je deel als je hunkert naar gerechtigheid, je ver­langen zal verzadigd worden.

Vreugde wordt je deel als je naar de vrede streeft want je zal Gods trouw ervaren.

Vreugde wordt je deel als je dienend voor de Heer getuigt want je zal in God geborgen zijn.
-29-

(van Kahlil Gibran 1883-1931)

Want zo de liefde u kroont, zij kruist u ook. Als korenschoven gaart zij u bijeen. Ze dorst u tot gij naakt zijt. Zij want u tot gij vrij zijt van uw kaf.

Zij maakt u tot gij blank zijt. Zij kneedt u tot gij buigzaam wordt, en geeft u over aan haar heilige vuur, opdat gij worden zult tot heilig brood voor Godes heilig feest.

Maar zo gij in uw angst alleen naar vrede en haar genoegen zoeken zoudt, dan deed gij beter uw naaktheid te bedekken en van liefdes dorsvloer weg te gaan, de seizoenloze wereld in, waar gij zult lachen maar niet uw volle lach, en wenen maar niet al uw tranen.

De liefde geeft zichzelf alleen en put ook uit zichzelf alleen.

De liefde neemt niet in bezit en wil ook niet in bezit genomen worden.


-30-

Gehuwd leven: zich onvoorwaardelijk aan elkander schenken. Traag en soms moeizaam, in de geschiedenis van ons bestaan, trouw en liefde waar maken. Deze overgave in vertrouwen, alles wat

"getrouwd" zijn aan levenservaring inhoudt, wordt signaal of sym­bool, krachtgevend sacrament van Iemand anders!

Dit is iets ernstig en geweldig.

Wat joden, indianen en hindoes in vertelsels verlangend hebben uitgesproken is historisch in Christus gebeurd: God bemint ons!

Zijn adem vaart door onze liefde. Samen zullen man en vrouw in dit bewustzijn voor elkander leven, met het soort liefde die Christus heeft gebracht.
-31-

(uit "Glaubend und liebend" van K. Rahner)

Wat gij vandaag samen aanvangt is reeds ontelbare malen door anderen begonnen, en in hoever het werkelijk ergens geslaagd is, blijft Gods geheim.

En toch is, wat vandaag begint, iets wat nog nooit gedaan werd. Want elk mensenleven, elk huwelijk ook, is iets unieks. Zó uniek, dat de mens die het huwelijk doorleeft en het naar Gods eeuwigheid tot beleeft, er letterlijk door vereeuwigd wordt. Nog nooit werd er geleefd zoals hier geleefd moet worden. Dat kan men weliswaar van elk huwelijk zeggen. Maar daarom is het niet minder waar. Van elk mens kan men zeggen dat hij uniek is. En toch houdt hij daar­door niet op, het werkelijk te zijn.

Zo is het ook met het huwelijk. Met elk huwelijk. En daarom, men kan u wel een aantal raadgevingen en vingerwijzingen meegeven. Zoals een menselijke ervaring en de godgegeven wijsheid van de kerk dat steeds weer doen.

Maar het unieke mysterie, waar het onvervangbare unieke van uw huwelijk naartoe leeft, dat is slechts aan één bekend: aan God. En daarom verstomt hier alle wijsheid van de mensen en van de kerk. Zij kunnen alleen nog zeggen: ga met God, de ene die alles weet.

De Heer zij met u, Hij zij uw licht, uw kracht, uw trouw, de eeuwige voedende bron van uw liefde.

Ga met Hem, ga al de wegen van uw leven met Hem samen, zodat Hij u zal thuisbrengen in het huis van zijn onzegbaar geluk.
-32-

(van Ed. Hoornik)

Hebben en zijn

Op school stonden ze op bord geschreven, het werkwoord "hebben" en het werkwoord "zijn". Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven, de ene werkelijkheid, de andere schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven. Is van de wereld en haar goden zijn.

Zijn is boven de dingen uitgegeven, vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Zijn twee borsten. Is naar de aarde hongeren en dorsten. Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken, is kind worden en naar de sterren kijken, en daarheen langzaam worden opgelicht.
-33-

(uit "De hovenier" van R. Tagore)

Waarom doofde de lamp?

ik hield er mijn mantel voor, om haar voor de wind te beschermen. Daarom doofde de lamp.

Waarom welkte de bloem?

Ik drukte haar aan mijn hart in angstige liefde. Daarom welkte de bloem.

Waarom verdroogde de stroom?

Ik legde er een dam door, om hem nuttig voor mijn gebruik te maken. Daarom droogde de stroom.

Waarom brak de harpsnaar?

Ik trachtte haat een toon te ontwringen, die boven haar macht was. Daarom is de harpsnaar gebroken.
-34-

(luisterlied van Herman Van Veen)

Hier heb ik iets voor als de ochtend begint, als een vroege vogel wordt gewekt door de wind, als we wakker worden met de zon in ons bed, heb ik iets voor jou.

Ik wil alles voor je doen, ik wil alles voor je zijn.

Ik geef je alles wat ik heb, alles, alles wat ik heb ben jij.
Hier heb ik iets omdat je vaak om me lacht, iets voor als je boos bent, als je huilt en ik zacht lieve woordjes fluister in het holst van de nacht, heb ik iets voor jou.

Ik wil alles voor je doen, ik wil alles voor je zijn.

Ik geef je alles wat ik heb, alles, alles wat ik heb ben jij.
Teder als jouw glimlach even breekbaar en teer liever zonder woorden, want het is zoveel meer, meer dan ik kan zeggen, dat besef ik elke keer als ik jou weerzie.

Ik wil alles voor je doen, ik wil alles voor je zijn.

Ik geef je alles wat ik heb, alles, alles wat ik heb ben jij.
-35-

(luisterlied van Ellie en Rikkert Zuiderveld)

Een huis om in te schuilen

Geef me je hand als ik de weg niet vind, als ik een kind ben dat verdwaald is in de tijd en als de lange reis pas echt begint.

Wees dan de engel die me leidt langs de stenen en de kuilen naar een huis om in te schuilen, waar we lachen om het huilen van de wind, om te spelen en te eten en alles te vergeten en te weten dat jij er bent.

Jij bent de tuinman die me water geeft, jij bent de vogel die me meedraagt op z'n rug en als de vrede mij verlaten heeft breng jij mij altijd weer terug langs de stenen en de kuilen naar een huis om in te schuilen, waar we lachen om het huilen van de wind, om te spelen en te eten en alles te vergeten en te weten dat jij er bent.

En als ook jij opeens geen weg meer weet, wanneer je zweeft tussen de waarheid en de waan, als je de sleutel zoekt die liefde heet, weet dat ik met je mee zal gaan langs de stenen en de kuilen naar een huis om in te schuilen, waar we lachen om het huilen van de wind, om te spelen en te eten en alles te vergeten en te weten dat jij er bent.

Jij die m'n liefde kent, jij die een spiegel bent, jij die jezelf herkent in mij.

Wat ben ik blij, wat ben ik blij, dat jij het bent, dat jij het bent.
-36-

Wanneer ik morgen doodga, vertel dan aan de bomen hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan de wind die in de bomen klimt of uit de takken valt, hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind dat jong genoeg is om het te begrijpen.

Vertel het aan een dier, misschien alleen door het aan te kijken.

Vertel het aan de huizen van steen, vertel het aan de steden, hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens. Ze zouden je niet geloven. Ze zouden niet willen geloven dat dit alleen maar een man, alleen maar een vrouw, dat een mens een mens zó lief had als ik jou.
-37- uit "De Profeet" van Kahlil Gibran 1883-1931

Iemand uit het volk vroeg aan de profeet: "En wat kunt gij ons zeggen over het huwelijk?"

En hij antwoordde: "Tezamen zijt gij geboren en tezamen zult gij voor immer zijn. Ge zult tezamen blijven, als de witte vleugels van de dood uw dagen verstrooien. Ja, gij zult zelfs tezamen zijn in Gods stille herinnering. Maar laten er tussenruimten zijn in uw tezamenzijn. Laat de winden des hemels tussen u dansen.

Heb elkander lief, maar maak van de liefde geen kluister: Laat zij veeleer zijn een golvende zee tussen de kusten van uw zielen. Vul elkanders beker maar drink niet uit dezelfde beker. Deel uw brood met elkaar maar eet niet van hetzelfde stuk. Zing en dans tezamen en wees blij, maar blijf ieder van u alleen, zoals de snaren van de luit alleen zijn al doortrilt hen dezelfde muziek.

Geef uw harten, maar geef ze niet aan elkander in bewaring. Want alleen de hand des Levens kan uw harten bevatten. En sta tezamen, maar niet te dicht bijeen: want de zuilen van de tempel staan ieder op zichzelf en de eik en de cypres groeien niet in elkaars schaduw."
[Het boekje "De profeet" is geschreven door een Libanese

dichter, die leefde in het begin van deze eeuw. De profeet

is iemand die rondgaat in het dorp en aan wie de dorpelingen

vragen hen te spreken over kinderen, arbeid, huizen,

vriendschap, huwelijk, ...]

-38-

De zon is voor velen de gewoonste zaak van de wereld. Toch doet ze elke dag een wonder. Ze steekt het licht en het vuur voor ons aan. Ze vecht tegen de wolken om ons te zien en ons een mooie dag te schenken.

's Nachts gaat ze naar de andere kant van de aarde om ook daar de mensen haar licht te schenken. Doof ik de zon dan zit ik in de zwartste duisternis en de ijzige kou.

Zo is het met de liefde.

Gaat de liefde op in ons leven dan brengt ze licht en warmte. Als ik de liefde heb dan kan ik veel missen. Maar als de liefde onder­gaat in mijn leven, worden de schaduwen steeds groter en geraak ik stilaan in de nacht en in de kou. De liefde is als de zon: wie ze heeft kan veel missen maar wie de liefde mist, mist alles.
-39-

Oosterse parabel over de liefde

Vanuit de late nacht bereikte het meisje de hut waarvan de enige toegang naar buiten een deurtje was, zo smal dat enkel een ver­heerlijkt lichaam door deze opening zou kunnen glippen.

In de ochtendstilte hoorde zij iemand snikken die om haar weende; Op haar kloppen aan de deur vroeg een stem van binnen: "Wie is daar aan de deur?"

Zij antwoordde: "Ik ben het."

Toen werd het stil, zelfs de bomen hielden hun ruisen in en deden het eerste morgenlied van de vogels verstommen. Maar, van binnen kwam geen antwoord en de smalle deur werd niet geopend.

Dan hulde het meisje zich in een sluier van overweging en zonder een klacht, zonder een zucht strekte zij zich uit op de grond vlak bij de deur.

Heel de dag en heel de nacht bleef zij zo liggen en stilaan rijpte in haar het Weten dat de uitverkorenen van de liefde eerst na volledig aan zichzelf gestorven te zijn mogen treden voor het aanschijn van de liefde!

Nu was zij gereed om de smalle deur te benaderen. Zij reinigde zich in de rivier en met vaste tred keerde zij terug naar de hut en klopte aan de deur. Van binnen klonk een stem: Wie is daar aan de deur?"

En ditmaal gaf het meisje ten antwoord: "Jij bent het!" en de deur ging vanzelf open. Het overige is het geheim der uitverkore­nen van de liefde.
-40-

Houden van elkaar is vaarwel zeggen tegen je moeder, je vader, zonder weg te gaan. Is een heel nieuw leven beginnen, zonder die hand, die je zolang hebt gevoeld als hulp, wanneer je die nodig had. Toch voelen wij de kracht, dat zacht egoïsme, dat ons gebiedt om weg te gaan, uit de omgeving die zolang de onze was.

Houden van elkaar is nooit zeggen 'het spijt me', is een sprookje van gisteren, de werkelijkheid van vandaag maken. Een verlangen naar alleen zijn, om te praten, te dromen, om lief te hebben. Wanneer je dat voelt dat zij alle betekent voor jou in tegenslag, in pijn en wanneer je geen zin meer hebt om verder te doen. Wan­neer je ergens gehoor vraagt naar dingen die gek zijn, naar woor­den die er eigenlijk niet meer nodig zijn, dan voel je dat je houdt van elkaar.

Wanneer je voelt dat hij alles betekent voor jou, als je de lucht blauw zien en het regent, als je de warmte voelt en het is koud, als je gehoor geeft aan onuitgesproken woorden, die je begrijpt in de stilte. Dan voel je dat je van hem houdt.
-41-

Diep in jou klopt het ritme van het leven. Elke dag klinkt een nieuwe melodie, soms één van vreugde, soms één van pijn. Het klopt snel als er mensen zijn van wie je houdt. Het klopt traag als je vol verwondering gegrepen wordt door de grootheid van de natuur. Je droomt van een leven waar de zon nooit ondergaat, waar de bloemen nooit verwelken, een leven waar mensen lachen en blij zijn, elkaar liefhebben, grenzeloos.

Je droomt van een leven vol oneindigheid. Op zulke momenten word je boven jezelf uitgetild. Je weet dan dat er ergens een hart klopt op jouw ritme, een mens die om je geeft. Dat maakt je ziels­gelukkig.
-42-

Man zijn, is het leven in handen nemen, is instaan voor, bouwen aan en zich riskeren in een wereld van voortdurende strijd voor leven en liefde, is toekomst bevechten, wegen banen, eenzaam zijn, is inzien en niet verwerven, en wegroezen in passievolle idealen, is stormram zijn en stut waartegen men leunt en waarachter men zich veilig voelt, is opstandig zijn als een kind dat soms schrei­en kan van onmacht. Man zijn is ook maar gewoon mens zijn met de mensen, eigen-aardig en onvervangbaar. Dat alles en nog veel meer is man zijn, vol mysterie.

Vrouw zijn is het mysterie van het leven dragen, is hart zijn in een harde wereld, open oog voor nood aan tederheid en liefde, is oase zijn van begrip en geborgenheid, attentie-antenne voor het kleine en het goede in de mens, is richtsnoer zijn voor het zoe­kende kind, stut en steun betekenen voor ouderen, zieken, eenza­men, is heimwee hebben naar het paradijselijke. Vrouw zijn is gewoon maar mens zijn met de mensen, eigen-aardig en onvervangbaar. Dat alles is mysterievol vrouw zijn.
- 43 -

Eens was er een jonge vrouw. Op de vooravond van haar huwelijk stond zij bij haar moeder en keek naar de zon die over het strand onderging in volle zee.

Toen vroeg zij haar moeder: "Moeder, mijn vader houdt van je en is je altijd trouw gebleven. Wat moet ik doen opdat mijn man me steeds meer zou beminnen?"

De moeder zweeg en dacht even na, dan bukte ze zich en vulde elke hand met zand en kwam bij haar dochter staan.

Zonder verder iets te zeggen knelde ze de vingers van één hand steeds sterker om het zand. Het zand glipte ertussen. Hoe kramp­achtiger zij haar hand balde, hoe sneller het zand eruit gleed.

Toen zij haar hand opende kleefden nog slechts enkele korrels aan haar handpalm.

Maar haar andere hand had de moeder opengehouden als een kleine schaal. Daar bleven de zandkorrels liggen. Ze schitterden steeds heerlijker in het licht van de late zon.

"Dit is mijn antwoord," zei de moeder zacht.
1   2   3   4   5   6   7   8

  • 3.11. LIED
  • 3.13. HUWELIJKSZEGEN
  • 3.14. VREDESWENS

  • Dovnload 0.76 Mb.