Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hybriditeit als een van de Kernconcepten van een Toekomstvisie op de Kunstvakken

Dovnload 23.25 Kb.

Hybriditeit als een van de Kernconcepten van een Toekomstvisie op de Kunstvakken



Datum13.04.2019
Grootte23.25 Kb.

Dovnload 23.25 Kb.

Hybriditeit als een van de Kernconcepten van een Toekomstvisie op de Kunstvakken.
Howard Gardner schreef een inspirerend boek Five Minds for the Future (2006) waarin hij zijn visie op het onderwijs van de toekomst uiteenzet. Zijn visie heeft mij geïnspireerd om een visie op de kunstvakken in de toekomst te formuleren. Daarnaast baseer ik mijn visie eveneens op actuele ontwikkelingen in de professionele discipline van de Kunst(en). Hoewel we op dit moment prachtige kunstvakken in de bovenbouw hebben, zou je kunnen overwegen om in de toekomst toch naar één kunstvak als examenvak te streven (uiteraard naast ckv in het gemeenschappelijke deel) zodat we in het veld onze krachten weer samen kunnen bundelen voor dat ene kunstvak. Hoe zou een dergelijk kunstvak als examenvak er in de toekomst uit kunnen zien? Hoe zou je de contouren voor dat kunstvak kunnen schetsen op basis van alle goede inzichten en verworvenheden vanuit de huidige kunstvakken gecombineerd met nieuwe inzichten? Dit zijn de uitgangspunten geweest voor de visie die ik hieronder verder uiteen zal zetten.
Wat moeten leerlingen leren op school, waardoor je hen goed voorbereidt op het leven, werken en leren in een snel veranderende, geglobaliseerde maatschappij? Gardner noemt Five minds als de kern van het onderwijs van de toekomst: the disciplined mind, the synthesizing mind, the creating mind, the respectful mind, the ethical mind. Hij kijkt daarvoor naar onze huidige maatschappij waarin bijvoorbeeld globalisering een feit is en bekijkt vervolgens wat in dat kader van belang zou kunnen zijn voor het curriculum van het onderwijs van de toekomst. Gardner vindt het voor leerlingen belangrijk dat zij op school de manier van denken van verschillende disciplines leren kennen. Een discipline bevat volgens hem kenmerkende manieren van denken, die niet in andere disciplines voorkomen. 1 Gardners opvatting is gerelateerd aan het ‘discipline-based learning’. Zijn methode van het definiëren van de verschillende ‘minds’ is verwant aan zijn methode bij het definiëren van de verschillende intelligenties zoals hij dat eerder deed in Frames of Mind (1983). Kunst (Art) is volgens hem ook een te onderscheiden discipline. Maar wat houdt deze discipline Kunst in, wanneer je naar de kunstvakken in het voortgezet onderwijs kijkt? Hoe bepaal je wat zinvol is voor leerlingen om te leren bij een kunstvak in de bovenbouw, ter voorbereiding op vervolgopleidingen maar ook als relevant algemeen vormend vak voor de toekomst van veel leerlingen in het profiel Cultuur en Maatschappij en als examenvak in het vrije deel?
Discipline-based learning’ neemt als referentiekader de ontwikkelingen in de professionele disciplines. De professionele discipline in de Kunst is breed van karakter. Zo zijn er al meerdere, van elkaar te onderscheiden kunstdisciplines als beeldende kunst, muziek, dans en drama. Maar daarnaast zijn er ook wetenschappelijke disciplines als kunstgeschiedenis, cultuurgeschiedenis, muziekwetenschappen, theaterwetenschappen, filmwetenschappen enzovoort. In mijn visie zouden zowel actuele als historische – wereldwijde – ontwikkelingen in en kernconcepten uit deze brede discipline ‘Kunst’ de leidraad moeten vormen voor wat leerlingen bij de kunstvakken als examenvak, moeten leren. Omdat er sprake is van cognitieve, affectieve en sensomotorische aspecten in de kunstvakken, is het heel essentieel dat leerlingen de onderscheidende manieren van denken leren en dus zowel productieve, receptieve als reflectieve aspecten van de Kunst(en) leren kennen.
Het leren over kunst, zou gerelateerd moeten zijn aan het ervaren en leren van ‘echte’ Kunst, in musea, theaters, concertzalen enzovoort (Resource-based learning - waarbij Kunst zowel schilderkunst als design, zowel popmuziek als opera kan zijn). In mijn optiek is er daarbij sprake van twee verschillende subdisciplines: de praktijk of productie van Kunst en de theorie van de Kunsten. Ik bepleit – kijkend naar de actuele en historische ontwikkelingen in de professionele discipline Kunst – dat leerlingen ten aanzien van de praktijk van Kunst zouden moeten kunnen kiezen voor één van de kunsten: beeldende kunst, dans, drama of muziek waarbij multidisciplinariteit als open mogelijkheid wel aanwezig zou moeten zijn. Op deze manier kunnen leerlingen zich verdiepen in de creatieve processen van het maken van Kunst (analoog aan de creatieve processen van professionele kunstenaars).2 Dit is verdedigbaar vanuit de bovengenoemde definitie van een discipline – een discipline bevat namelijk kenmerkende manieren van denken die in andere disciplines niet voorkomen. Toch zou er ook een ruimte voor multidisciplinariteit moeten zijn, omdat dit in de hedendaagse Kunst veel voorkomt.
Voor de theorie van de Kunsten geldt dat er ook in de professionele disciplines, sprake is van multidisciplinariteit en interdisciplinariteit: grenzen van de theoretische Kunstdisciplines lijken nauwelijks meer afgebakend te kunnen worden door een alsmaar uitbreidende stroom aan nieuwe invloeden vanuit de film, de fotografie, de mode, de reclame, de psychologie, de filosofie enzovoort. In de theoretische Kunst en Cultuurwetenschappen zijn in de afgelopen jaren debatten gevoerd over wat de belangrijkste onderwerpen en methodes in het hedendaagse kunst en cultuurhistorische onderzoek zouden moeten zijn. Kritische theorieën hebben de ontwikkeling van de kunstgeschiedenis, de theaterwetenschappen, de filmwetenschappen bepaald, waardoor het accent verlegd is van een mono-disciplinaire benadering naar een veel bredere benadering, waarbij kunst beschouwd wordt in relatie tot de culturele context en waarbij interdisciplinariteit en interculturaliteit centraal staan. Het blikveld is verbreed vanuit de westerse cultuur naar de wereldcultuur. Hybriditeit als concept is vanuit het postkoloniale denken doorgedrongen tot de productie van Kunst waarin het nu bepalend is voor artistieke, creatieve processen.3 Gardner noemt een van de Five minds, de synthesizing mind, waarbij ideeën uit verschillende disciplines tot een nieuw coherent geheel samengevoegd worden. Dit sluit aan bij deze ontwikkelingen van hybriditeit.
De twee onderdelen van het kunstvak als examenvak voor de toekomst zijn (of blijven) dus naar mijn mening de praktijk van de Kunst en de theorie van de Kunsten. Beide onderdelen hebben zowel een geheel eigen functie als ook een complementaire functie. Inzicht dat ontstaan is door het produceren van beelden, muziek en dergelijke is belangrijk voor een goed begrip van de theorie, de theorie leidt tot een verdiepend inzicht dat belangrijk is voor de productie van Kunst. Arthur Efland heeft in Art and Cognition (2002) beargumenteerd waarom het belangrijk is in te zien dat Kunst niet alleen bepaald wordt of zou moeten worden door affectieve of senso-motorische aspecten, maar dat ook cognitieve aspecten heel wezenlijk zijn. Hij toont aan dat in het onderwijs in de kunstvakken veelvuldig sprake is van het aanleren van misconcepties (bijvoorbeeld door teveel te vereenvoudigen), waardoor een goed inzicht in de werkelijke (complexe) kernconcepten van Kunst voor veel leerlingen ontbreekt. Aan de hand van een voorbeeld over La Grande Jatte van Seurat laat hij zien dat leerlingen misconcepties ontwikkelen, wanneer zij uitsluitend over de pointillistische techniek leren en niets over de visie van Seurat op moderniteit. Kernconcepten zouden ook volgens Gardner in de relevante contexten geplaatst moeten worden voor het ontwikkelen van een goed inzicht in de discipline.
Voor de praktijk van de kunstvakken zou ik willen bepleiten dat we de wetenschappelijke inzichten over creativiteit op een structurele manier gaan implementeren. Gardner benoemt ook de creating mind als een van de Five Minds. De capaciteit om nieuwe problemen te onthullen en verhelderen en nieuwe vragen te formuleren of fenomenen te ontdekken, beschouwt hij als een wezenlijke component voor de toekomst. En juist bij de kunstvakken kun je deze creativiteit optimaal leren ontwikkelen. In wetenschappelijk onderzoek zijn recent veel nieuwe inzichten ontwikkeld over creatieve processen, over wat iemand tot een creatieve persoonlijkheid maakt, over de sociale context waarin creativiteit goed tot ontwikkeling komt. Wat maakt een bepaalde omgeving geschikt voor creativiteitsontwikkeling? Wat zijn de kenmerken van een creatieve persoonlijkheid en hoe zou de vorming daarvan bijvoorbeeld gestimuleerd kunnen worden bij de kunstvakken? Een van de inzichten is dat er in creatieve processen sprake altijd sprake is van zowel problem-solving als van problem-finding.4 In de huidige didactiek van de praktijk van de kunstvakken is problem-solving het leidende principe geweest voor de procesmatige manier van werken. Bijvoorbeeld bij de eindexamens in de praktijk van de tehatex vakken. Problem-finding blijkt echter als principe veel belangrijker te zijn bij het maken van kunst en het ontwikkelen van creativiteit. Problem-finding houdt in dat er geen van tevoren vastgesteld probleem is dat opgelost kan worden, maar dat eerst

- door een open houding en via experiment en onderzoek - gezocht moet worden naar de formulering en vaststelling van het probleem. Het formuleren van een goede onderzoeksvraag die voortkomt uit het werkproces zelf, is van groot belang voor het ontwikkelen van creativiteit.5 In een latere fase, wanneer er een probleem geformuleerd is, kan er sprake zijn van het oplossen van dat probleem. Een didactiek ontwikkelen waarbij leerlingen leren hun creativiteit te ontwikkelen in de kunstvakken, en hen daarbij ook meta-cognitieve kennis over creativiteit bijbrengen, lijkt mij een belangrijk uitgangspunt voor het kunstvak van de toekomst. We kunnen daarbij de verworvenheden bij de kunstvakken bij het C.P.E. als uitgangspunt nemen en van daaruit verder gaan denken over hoe we leerlingen bij de kunstvakken leren wat creativiteit is en hoe zij kunnen leren wat problem-finding inhoudt. Dat is ook in het belang van innovatie en vernieuwing in de toekomst.


Terugkomend op het begrip van hybriditeit: in de actuele Kunst, zie je dat grenzen tussen disciplines vervagen. Kunstenaars zoals Eberhard Havekost (schilderkunst gebaseerd op digitale fotografie), Olafur Eliasson (the weather project en New York Waterfalls), Bill Viola (The Tristan Project), Pierre Huyghe (Streamside Day en A Journey That Wasn’t), Michel Blazy (Patman 2), Alexander McQueen (Weird Science), Future Systems (Selfridges, Birmingham), Steve McQueen (Hunger), Peter Greenaway (Nightwatching), Saskia Olde Wolbers (The Falling Eye), Dennis Darzacq (La Chute), Matthew Barney (Cremaster cycle), Ruud van Empel (Moon/world series), Björk (björk.com/unity), Arvind Palep, Animatie/VFX 1st AVE Machine (Alias “Sixes Last”), Radiohead (Kid A, www.inrainbows.com), Chris Cunningham (Videoart/clips/reclame), Eric de Vroedt (Mighty Society), Hussein Chalayan (Transformer dresses, 2007), Mats Ek (opera L’Orphée), Diller & Scofidio (Blur Building), Jane Alexander (sculpturen/installaties/fotografie) zij allen maken geen eenduidige schilderkunst, beeldhouwkunst, textiel vormgeving of dans of theater meer. Zij vermengen mode en technologie, digitale fotobeelden en schilderkunst, performance en film, choreografie en videoclips tot nieuwe hybride vormen van kunst. Ook invloeden vanuit andere disciplines (filosofie, psychologie, technologie) zijn daar in toenemende mate onderdeel van geworden.
In deze hybride vormen van hedendaagse kunst, worden de mogelijkheden om te experimenteren en vernieuwen steeds verder uitgebreid, de grenzen tussen de kunstdisciplines worden steeds verder vervaagd. Hedendaagse kunstenaars voelen zich vrij om nieuwe ideeën en nieuwe concepten te formuleren, en deze met welk materiaal of welke techniek dan ook uit te werken. Betekenis maken met en door kunst staat daarbij centraal, en daarna komt pas de vraag of het daarvoor nodig is een traditionele techniek te beheersen, of dat er een nieuwe techniek gecreëerd moet worden om deze nieuwe, hybride kunst te maken.6 Wanneer je, zoals ik bepleit, vertrekt vanuit de ontwikkelingen van de professionele discipline ‘Kunst’, en in deze discipline blijkt het concept van hybriditeit centraal te staan, zou dit kernconcept dus in ieder geval een van de uitgangspunten moeten vormen voor het kunstvak van de toekomst. Daarbij hanteer ik dus een ander uitgangspunt dan het uitgangspunt van de ons bekende schoolvak-kunstdisciplines als handvaardigheid of tekenen. Het kunstvak van de toekomst zou volgens mij het beste als een hybride vak getypeerd kunnen worden, met daarin zowel productieve, receptieve en reflectieve aspecten als multidisciplinariteit en interdisciplinariteit. In het nieuwe, hybride kunstvak zouden belangrijke kernconcepten in de kunsten (uit heden en verleden) aan de orde gesteld moeten worden, met aandacht voor de relevante contexten daarvan (uit heden en verleden) en zouden innovatie en creativiteit een belangrijke rol moeten spelen bij de productie van kunst.7
Marie-Thérèse van de Kamp, docent Kunstvakken VO – Theresialyceum, Tilburg; docent multidisciplinaire kunsttheorie - Master Codarts/Willem de Kooning, Rotterdam; vakdidacticus Kunstgeschiedenis/CKV/Kunst Algemeen - ILO-UvA, Amsterdam.
Bhabha, Homi. K. (1994) The Location of Culture

Bhabha, Homi. K. (2006) Without Boundary, with Fereshteh Daftari & Orhan Pamuk

Efland, Arthur D. (2002) Art and Cognition. Integrating the Visual Arts in The Curriculum.

Gardner, Howard. (1983) Frames of Mind.

Gardner, Howard. (2006) Five Minds for the Future.

Heartney, Eleanor. (2008) Art & Today.

Nekuee, Shervin. (2001) Hybriditeit heeft de toekomst (op website De Balie)

Runco, Marc. A. Creativity. (2007) Theories and Themes: research, development and practice.

Sawyer, R. Keith. Explaining Creativity. The Science of Human Innovation. (2006).

SBKV. (2003) Ruimte Laten en Kunst Bieden.



Walker Art Center, Minneapolis. Hybrid Art Forms. http://schools.walkerart.org/arttoday/index.wac?id=2355 Website geraadpleegd op 22 oktober 2008.

1 Disciplines zoals Gardner deze toelicht in Five Minds for the Future: “Disciplines represent a distinctive way of thinking about the world.” p. 27. Deze disciplinaire manieren van denken, zouden volgens hem aan de hand van belangrijke concepten (ofwel kernconcepten) uit een bepaalde discipline aan de orde gesteld kunnen worden in het onderwijs. Door deze kernconcepten in een complexe context aan te reiken, leren leerlingen de manier van denken van een bepaalde discipline te doorgronden. pp. 30-40

2 Ruimte laten en Kunst Bieden, publicatie SBKV

3 Bhabha (1994), Nekuee (2001)

4 Runco (2007)

5 Sawyer(2006)

6 Walker Art Center, Minneapolis.

7 Op www.kunstcontext.com is meer informatie te vinden over creativiteit en over de didactiek van creatieve processen bij de kunstvakken in uitgewerkte opdrachten, zoals voor 3BV, 4KUBV of 5KUBV. Een voorbeeld van een opzet voor een kernconcept in de kunsten zoals moderniteit, zal daarop binnenkort eveneens te vinden zijn.



Dovnload 23.25 Kb.