Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


I niet-zwangere vrouw : Menstruele cyclus a neuroendocrienologie

Dovnload 125.44 Kb.

I niet-zwangere vrouw : Menstruele cyclus a neuroendocrienologie



Datum02.10.2018
Grootte125.44 Kb.

Dovnload 125.44 Kb.

Voortplanting

I Niet-zwangere vrouw : Menstruele cyclus

A Neuroendocrienologie

endocrinologie : studie vd hormonen, neuro : in de hersenen

neuronen in de hypothalamus secreteren gonadotropine-releasing hormoon (GnRH)


  • aanmaak hormoon: GnRH en axonaal transport van GnRH

  • pulsatiele secretie in bloed thv de eminentia mediana

  • GnRH transport via poortaders naar adenohypofyse

  • GnRH bindt gonadotrope cel die 2 hormonen afscheid in het bloed: LH (luteiniserend hormoon en FSH (follikelstimulerend hormoon)

GnRH:pulsatiele secretie: 6min secretie, 1-4u geen secretie, 6min secretie. Indien 1puls/u secretie LH, indien 1 puls/4u secretie FSH

FSH en LH zorgen voor vruchtbaarheid => stimul ↑ vruchtbh, inhib ↓ vruchtbh

Neuronen in de hypothalamus regelen GnRH-secretie met volgende mediatoren:

-kisspeptides stimuleren secretie GnRH. Leptine van het vetweefsel stimuleert kisspeptidesecretie vanaf pubertijd. Bij atleten en anorexia is [leptide] gedaald.

- dopamine wordt aan gemaakt in de nucleus arcuatus → onderdrukt synaps tussen dopaminevezel en GnRH vezel  inhibeert GnRH-secretie. ↓ vruchtbaarheid

vrijzetting in bloed naar de adenohypofyse: inwerking op lactotrope cel: secretie prolactine (PRL) ↓

Belang: prolactine stimuleert borstgroei en productie van melk

dopamine controleert FSH, LH en PRL => problemen vruchtbaarheid ook PRL stoornissen



- noradrenaline aan maak in neuronen in hersenstam → axonen naar nucleus arcuatus: synaps met GnRH neuron: stimulatie ↑ vruchtbaarheid

synaps tss NA en GnRH zenuwvezel ontstaat pas vanaf puberteit → start vruchtbaarheid



- opiaten : zijn lichaamseigen morfine-achtige stoffen. inhiberen de GnHR-secretie bij fysische, nutritionele en emotionele stress en bij borstvoeding omdat respectievelijke corticotrope-releasing hormoon (CRH) en prolactine hun secretie stimuleren
De ovaria hebben een negatieve en positieve feedback. Oestrogenen (via minder kisspeptide-secretie) en progesteron (via meer opiaten) (beide vnl gevormd in 2de helft cyclus) inhiberen GnRH-secretie. Oestrogenen en inhibine inhiberen FSH en progesteron stimuleert het. Een hoge [oestrogeen] stimuleert LH-secretie. borstvoeding geven: ↓ GnRH ↓ vruchtbaarheid  contraceptief

2 Regeling (schema)

d) melatonine: geproduceert door epifyse en geeft info over dag/nacht en seizoenen. In het donker wordt er melatonine afgescheiden. Dit is meest actie in 1ste levensjaar. Veel melatonine ↓ vruchtbaarheid Belang: zorgt bij dieren voor seizoensgebonden vruchtbaarheid
bij mens veel minder belangrijk want maandelijks vruchtbaar, overblijfsel van evolutie
Cyclus vd vrouw wordt onduidelijke beïnvloed door feromonen = vluchtige stoffen zweet van andere vrouw => oksel secreten kunnen menstruele cyclus beïnvloeden  synchrone cycli
tijdens 1e deel van cyclus: zweet → verkorten van cyclus v andere vrouw
tijdens 2e deel van cyclus: zweet → verlengen van cyclus v andere vrouw

B Ovaria (cyclus)



1) folliculaire stadia

a) rekrutering

1 Vroege folliculaire stadia

a) primordiale follikel

oerkiemcel = primitieve eicel: ontstaat bij ongeboren baby buiten de baby en bewegen op eigen kracht naar de baby en komen terecht in de ovaria. aangekomen gaan ze delen: mitotische delingen (aantal chromosomen blijft cte)= oögonia: 6-7 miljoen


(2 ovaria samen) voor 2e helft van zwangerschap;
- beginnen aan meiose = primaire oöcyt: wordt omgeven door granulosa cellen:
- maakt basale mebraan langs buitenkant;
- secreteert langs binnenkant een stof die
zorgt dat de meiose stopt

b) preantrale follikel (meer dan 2 maanden tot hier)

primordiale follikel gaat er een tijdje onveranderd blijven zitten, op bepaald moment beslist follikel om verder te groeien sommige voor baby geboren wordt, andere op 1j, andere op 10j, andere 20j

- eicel wordt groter en krijgt oocyt, rond eicel ° zona pellucida: zorgt dat eicel slechts bevrucht wordt door 1 zaadcel. granulosacellen worden rond en delen en tss granulosacellen: opstapeling van kleine collecties v vocht = Call Exner bodies

- ° nieuwe laag afgeplatte cellen = thecacellen: ertss BV → gaan niet door basale membraan dus granulosalaag is niet doorbloed
FSH werkt in op granulosacellen en stimuleert ze tot aanmaak oestrogenen.


  • FSH ↑ bij vorming preantrale follikel: follikel gaat verder groeien

  • FSH blijft cte of ↓: follikel gaat kapot = atresie

=> ook eicel gaat kapot => vrouw verliest elk moment eicellen

bij geboorte zijn nog 2 miljoen eicellen over

tijdens puberteit zijn er nog 300.000 over :per uur wordt er een eicel verbruikt => op 51 jaar is er geen enkele eicel meer over => dit leidt tot menopauze
[FSH] en [LH] stijgen vanaf dag 26 cyclus. De [FSH] stijging laat 20 preantrale follikels verder groeien tot antrale follikels met grote holte follikelvocht en stimuleert de granulosacel tot de aanmaak oestrogenen zodat 20 follikkels verder groeien. De thecalaag ontwikkeld verder en krijgt LH-receptoren die haar androgene laat aanmaken. Cholesterol uit het bloed wordt opgenomen door thecacel

(tekening)


2 folliculaire fase

(grote tekening grafiek hormonen)

(tekening fig 32)

b) selectie

op dag 6,7,8,9,10 wordt 1 follikel geselecteerd van die 20 follikels: 1 groter = dominant: meeste granulosacellen

→ grootse productie oestrogenen => ↑ oestrogenen inhibeert FSH secretie

→ inhibine secretie: naar overal in het lichaam: gonadotropecel v adeno-hypofyse die FSH produceert, wordt onderdrukt => FSH ↓
LH producerende cel wordt niet onderdrukt (constante)
grootste follikel wordt niet onderdrukt want

- heeft meeste granulosacellen, meeste FSH receptoren

=> is gevoeligste: kan bij ↓ concentratie nog steeds FSH opnemen

- krijgt het meeste bloed, voldoende FSH aanvoer

- perifere granulosacellen van grootste follikel krijgen LH receptoren (eerst enkele op theca)
=> LH: aanmaak oestrogenen
opm als 2 follikels overleven → na bevruchting ° tweeling
19 andere follikels kunnen hun androgenen onvoldoende omzetten in oestrogen en die overmaat zorgt voor afsterven (atresie): granulosacel en oocyt sterven af en thecacellen dedifferentieren tot fibroblasten.
c) preovulatoire follikel

dag 11,12,13,14 dominante follikel groeit snel, vormt meer en meer oestrogenen en piekt 24u voor ovulatie om dan te dalen gezien een hoge oestrogeen zijn eigen synthese remt.

14e dag: ovulatie: oestrogeenpiek 24u voor eisprong
oestrogeen → LH-producerende gonadotrope cel wordt gestimuleerd om LH vrij te zetten(= + feedback)

LH piek: treedt 12u voor de eisprong op, alle LH wordt vrijgezet en vervolgens daling want alle LH is vrijgezet


[LH] piek luteiniseert de theca- en granulosacellen waarbij ze geel pigment luteine opstapelen granulosaluteinecel vormt naast oestrogenen progesteron (tijdens piek) => progesteron ↑

progesteron → belet verder delen van granulosa-luteine cellen en stimuleert FSH-secretie

[FSH] piekt 12u voor ovulatie om dan te dalen want alles is vrijgezet.
LH laat oocyt 1ste meiotische deling doen. FSH maakt perifere granuloso-luteinecellen los van centra. LH, FSH, progesteron en dr LH geïnduceerde PGE2 maken follikelwand elastischer zodat holte heel groot wordt, en zorgen nadien voor dat hij openbreekt. De oocyt en zijn omgevende cellen verlaten het ovarium door spiercontracties o.i.v. PGE2.
follikel net voor eisprong: tekening

2 luteale fase

2e helft vd cyclus


  1. corpus luteum = gele lichaam

granulosa en theca-luteinecellen blijven achter en het basale membraan verdwijnt.

thecacellen stapelen cholesterol op → worden geel: theca-lutheïne cellen

bloedvat gaat tot in de granulosa-luteine: kleine bloeding:centrale holte wordt gevuld met bloed dat snel fibroseert.

wanden groeien naar elkaar toe →° gesloten stuctuur: corpus luteum


LH laat theca-luteine cel androgenen aanmaken en granulosa-luteinecel progesteron en oestrogenen. Beide stijgen tot dag 21 (fig)

→ ↑ opiaten (progesteron, oestrogenen) → inhiberen GnRH ↓ → en dus ook LH, FSH ↓. Oestrogenen inhiberen ook rechtstreeks FSH waardoor FSH meer daalt dan LH


b) luteolyse

= stuk gaan van gele lichaan wanneer men niet zwanger is

persoon is niet zwanger: oestrogenen → productie van prostaglandine F2α → onderdrukking LH-R: kan niet meer gestimuleerd worden

=> STOP productie van oestrogenen, progesteron en inhibine (vanaf dag 22) waardoor onderdrukking LH en FSH wegvalt en hun concentratie terug stijgt.


persoon is wel zwanger: (stippellijnen in curve): verschijnen humaan choriongonadotropine (hCG) in het bloed vanaf dag 22. Dit stimuleert LH-R zo sterk dat er geen luteolyse optreedt

(grafiek)



C Lichamelijke veranderingen

Tekening cyclus

1 endometrium:

(3curves)

oestrogenen:

vaginale bloedingen door weefselafbraak na stoppen stimulatie door oestrogenen en/of progesteron. Endometrium dat enkel aan 1 van de 2 wordt blootgesteld is fragiel en bloedt gemakkelijk. De ovulatiebloeding is een oestrogeen dervingsbloeding

E doorbraak bloeding: tijdens toediening oestrogenen

E dervings bloeding: na toediening oestrogenen

progesteron:

P doorbraakbloeding: tijdens toedienen

P dervingsbloeding: na toedienen
oestrogeen en progesteron:

veel snellere afname

E-P dervingsbloeding: na toedienen

tijdens toediening: geen E-P doorbraakbloeding: stabiel slijmvlies

=> 5 soorten vaginaal bloed verlies:

* E-P dervingsbloeding: duur: kort: gemiddeld 5 dagen, hoeveelheid: weinig. pijnlijke bloedingen owv contractie van baarmoederspier

* 4 andere bloedingen: duur: variabel (seconden tot weken), hoeveelheid: variabel (zo weinig dat ongemerkt, zo veel dat op enkel uren doodgebloed). geen pijn

(curve) oestrogeen en progesteron ifv duur vd cyclus


- einde cyclus ↓ P en E: E-P dervingsbloeding = menstruatie

- abrupte daling E: E- dervingsbloeding: midden van cyclus = ovulatiebloeding (zo weinig dat niet gemerkt)

- andere bloedingen bij inname hormonen: contraceptie
2 myometrium:

(curve) sterkte van de contractie ifv duur


rond menstruatie produceert endometrium prostaglandine F2α → samentrekking myometrium

=> sterkste contracties rond menstruatie: uitstoting slijmvlies en mestruatiepijn (afh van hoeveelheid PGF2a) (indien moeilijk functioneren: dysmenoree


3 cervix

= klier die slijm produceert → centrale kanaal + buitenkant baarmoederhals

zaadcellen moeten door het slijm naar binnen zwemmen

samenstelling van slijm Δ tijdens de cyclus

- eerste helft veel E: Δ uitzicht: troebel → waterachtig (gewoon zichtbaar)
↑ hoeveelheid (tuberculine spuit zonder naald, zien hoeveel men kan opzuigen)
Δ rekbaarheid :na terugtrekken van spuit wordt slijmdraad gevormd tot draad
breekt: hoe ver
begin van cyclus: onmiddellijk doorbreken
midden van cyclus: 10cm
Δ samenstelling:slijm → microscoopglaasje: midden cyclus ° varenblad-patroon
=> zaadcellen knn erdoor (door oestrogenen gewijzigd slijm)

- tweede helft veel P: zaadcellen niet door slijm


opm: pil: steeds progesteron-derivaat: slijm is niet doorlaatbaar voor zaadcellen (= 1vd contraceptieve

werkingen vd pil)


4 Temperatuur

2e helft: P ↑: T ↑ met 0,5 °C

eicel moet bevrucht worden binnen de 24u

Belang:


  • relatie tss ovulatie en T ↑ : belangrijk voor koppels die niet zwanger geraken als gn eisprong, om te weten of er al dan niet een eisprong is

  • relatie tss T ↑ en onvruchtbaa rworden: T↑ = onvruchtbaar: contraceptie: 3 opeenvolgende ochtenden T↑: onvruchtbaar


5 Premenstrueelsyndroom

na optreden van eisprong: geel lichaam: vormt progesteron → nier: meer NaCl in extracell ruimte (minder uitscheiding) → ECV ↑ = vochtopstapeling in borsten, buik,armen en benen, alle mogelijke


psychische klachten

psychische klachten: secundair aan lichamelijke klachten doorvochopstapeling in de hersenen → neuronen graan anders reageren

=> geheel v lichamelijke en psychische klachten die optreden tijdens de premenstruele periode, weg na menstruatie

behandeling: eisprong onderdrukken: bepaalde pil

gn NaCl opstapeling in ECR: diuretica

psychische klachten moeilijker te behanden: antidepressiva


D Puberteit

tekening
oestrogenen en progesteron → opiaten: ↓ GnRH → ↓ LH, FSH (vanaf 28 weken)

LH en FSH hoge [] → ↑ oestrogenen (40 weken)

? LH en FSH secretie ↓ (3 maanden- 10j)

oestrogeen productie ↓ (3 m – 9j)

androgenen bij meisje ↑(7j- 14j) : de adrenarge fase (productie in bijnier en eierstokken)

→ °oksel en pubisbeharing in stijgende deel curve

= pubarche fase

9j gn Δ LH/ FSH, follikels worden meer gevoelig aan LH en FSH: ° meer oestrogenen
=> weefsels die zeer gevoelig zijn aan oestrogenen worden gestimuleerd
- borsten: 1e tekenen v borstonttwikkeling = telarche
tepelhof komt hoger te liggen

- groeihormoon secreterende cellen vd adenohypofyse: secretie GH ↑ => groei ↑

10j stop inhibitie LH, FSH : ↑ secretie => oestrogeenproductie ↑ ( max op 14j)

=> - borsten ontwikkelen verder

- GH secretie: groeispurt

- ook minder gevoelige weefsels w gestimuleeerd → groeien geslachtsorganen

- vetweefsel bevat op bep plaatsen oestrogeenR: groei vb heupen, buik

- endometrium: w dikker op bepaald moment afschilfering: ° oestrogeen doorbraakbloeding

= menarche ! verschilt van andere: P-E dervingbloeding pas 6 maand na de menarche: 1e

klassieke menstruatie omdat dan pas 1e eisprong


puberteit = geheel van veranderingen (lichamelijke, psychische) die leiden tot mogelijkheid tot
voortplanting

wat bepaalt de leeftijd vd puberteit: referentie= leeftijd vd menarche (12,8j)

- genetische factoren vb 2 zussen vroeg/laat

- omgevings factoren: voeding en gezondheid, bepaald gewicht is noodzakelijk: 47kg (niet absoluut)

→ vetpercentage is belangrijker : 17%

=> vet beïnvloed hypofyse: vet produceert leptine → nucleus arcuatus ° synaps tss NO en

GnRH = stimulerende synaps
E Climacterium

= ganse periode in het leven van een vrouw: maandelijks verlies v follikel


op bepaald moment krijgt men hierdoor problemen = start climacterium ( 35-85j)

51j: menopauze= 1 bepaald moment

1 endocrinologie

Tekening


curve
[inhibine]
[FSH]

[E]
inhibine onderdrukt FSH (niet LH!)

FSH ↑ → ↑ oestrogenen

51j alle follikels zijn op: oestrogenen ↓↓ → GnRH ↑ → LH, FSH ↑

menopauze vaststellen: bloedname met ↑ [LH,FSH]

opm: vrouw produceert, naast in de eierstokken, ook oestrogenen in het vetweefsel

=> vrouw met veel vet gaan na de menopauze nog veel oestrogeen produceren (stippellijn)
2 symptomen

door ↓ oestrogenen

=> als sterke ↓ bij magere mensen: meer symptomen

klachten:

a) cyclusstoornissen
vrouw wordt ouder: cyclusduur ↓ : enkele uren (tot 44j)

↓↓ na 44j owv FSH ↑ → snellere groei v follikels => inkorten


folliculaire fase

↑ bij zelfde vrouw

grafiek
leeftijd ↑: follikel barst niet meer open = anovulatoire cyclus

=> preovulatoire follikel blijft groeien : productie van oestrogeen gaat verder => ° E-doorbraakbloeding

cyclus v 40dagen

op bep moment wordt follikel zo groot → afsterven: stop E-productie => ° E-dervingsbloeding


besluit: bepaalde cycli worden korter, andere worden langer
51j: ↓ oestrogenen => endometrium kan niet meer groeien => geen afschilfering meer = menopauze =
stop menstruatie ! menstuatie kan niet meer terugkeren dus bloeding erna: alarmteken (bv kanker)
b) vapeur

hypothalamus: centrum dat warmte afgeeft wanneer het warmte moet afgeven bv koorts

bij de vrouw wordt dit centrum in bedwang gehouden door oestrogenen

na menopauze: wegvallen oestrogeen => op ongepaste momenten warmte afgeven

rood worden => veel bloed naar huid om warmte af te geven enzweten
c) osteoporose

oestrogeen: botaanmaak, gn oestrogeen: botafbraak => makkelijker been breken


d) atheroscleros

vernauwing vd slagaders => hartinfarct, herseninfarct (beroerte)

oestrogenen beschermen hier tegen => tot 51j
e) atrofie

het verdunnen van bepaalde weefsels: degene die oestrogenen nodig hebben vb borsten, slijmvlies v urinewegen, slijmvlies v vagina en vulva

=> jeuk, ontstekingen, pijn,

behandeling:oestrogenen toedienen! gevaarlijk op hogere leeftijd: kanker: borsten, baarmoederslijmvlies



II Zwangerschap

A Endocrinologie

1 humane chorion-gonadotropine (HCG)
hormoon, geproduceerd door placenta

curve
Bevruchting: inplanting in wand baarmoeder →° moederkoek: productie HCG, vanaf dag 22 in bloed moeder en maximaal rond 10 weken waarna het daalt tot plateau.

functie: zorgt ervoor dat geel lichaam blijft functioneren (belet luteolyse), zorgt via braakcentrum voor ochtenmisselijkheid, verlaagt extracellulaire osmolaliteit van 287 tot 277 door [ADH] en dorstgevoel te verhogen en laat leydigcel in foetale testis testosteron secreteren dat de foetus vermannelijkt.

diagnostisch belang: HCG (beta-keten) aantonen = zwangerschapstest

(ook productie door bepaalde tumoren)
naam: menselijke- deel van placenta-stimuleren v gonaden (gele lichaam)
2 Progesteron

HCG piek rond 10 weken => verwacht wordt: corpus luteum is meest actief

MAAR gele lichaam gaat kapot: algemene eigenschap van receptoren: lange tijd sterke stimul → desensitiseren => gele lichaam gaat kapot
progesteronproductie van het gele lichaam wordt overgenomen door de placenta na 2 maanden

curve


[P]
duur van de zwangerschap

stijging tot 36 weken dan plateau

kleine dip rond 10 weken

verklaring dip: gele lichaam stuk, placenta heeft functie nog onvoldoende overgenomen


functie:

- innestelling van vrucht

- onderdrukken van het afweersysteem vd moeder (vnl lokaal in de baarmoeder) baby is voor moeder lichaamsvreemd want de helft vd chromosomen komt van vader

=> progesteron is absoluut nodig voor de zwangerschap


abortuspil:

- blokker van de progesteronreceptor: progesteron bindt receptor niet => onderbreking zwangerschap

- prostaglandine: voor contractie van baarmoeder => afgestoten foeutus uitstoten
3 oestrogenen

productie door gele lichaam, later door placenta

concentratie:

curve


[E]

1 estron


2 estradiol

3 estriol

duur van de zwangerschap

functie:


- als abnl weinig oestrogeen (erfellijke ziekte): nl ontwikkeling van baby in baarmoeder

op einde van zwangerschap: geen bevalling

=> keizersnede

besluit: oestrogenen belangrijk voor arbeid en bevalling

foetus en moeder leveren precursoren van estron en estradiol en de foetos voor estriol. De concetraties stijgen geleidelijk. Estriol vooral tijdens de laatste weken omdat de foetus dan vooral groeit. De oestrogeen/progesteron-ratio stijgt tijdens de laatste weken.
B Fysiologische veranderingen

zoveel mogelijk voeding en zuurstof naar baby zoveel mogelijk afvalproducten en CO2 afvoeren


1 Metabole

a) anabole fase: aanmaak van weefsels

nodig: - bouwstoffen => eetlust ↑ door progesteron voor eetbare en niet eetbare producten (krijt, tandpasta, rotsblokken) = pica gravidarum. eetlust kan tijdelijk ↓ door misselijkheid en braken vnl ’s morgens: door HCG. na 10 weken HCG ↓ misselijkheid en braken neemt af

- insuline secretie ↑ (factor 4)

gevolgen:

- eiwit: opstapelen in spieren: ↑ spiermassa

- glucose ↓

- vet: insuline ↑: vetopslag


b) katabole fase: laatste 3 maanden. eetlust kleine ↓ door oestrogenen: onderdrukken eetlust

(nog steeds groter dan buiten de zwangerschap) en insuline resistentie

gevolgen:

- foetus haalt AZ uit bloed van moeder via insuline resistentie: afbraak spieren moeder = vrijzetting AZ in het bloed → moeder

- niet zwanger vrouw eet glucose → einde zwangerschap vrouw eet glucose: insuline resistentie: opname van glucose wordt onderdrukt. Na maaltijd te hoog suikergehalte = diabetogeen effect
=> glucose in bloed ↑ → grote gradiënt → glucose naar foetus

’s nachts: foetus trekt zich niets aan van dag en nacht: => glucose onttrekken uit bloed van moeder

lever van moeder gaat glucose vrijzetten: gluconeogenese= aanmaak glucose uit AZ. Foetus ontrekt meer dan lever afgeeft => te laag suikergehalte

2 tegenstrijdige effecten

curve

[glucose]



tijdstip vd dag

- vetmetabolisme:

bron:- glucose is voor foetus

- VVZ voor moeder

=>moeder leeft vnl van VVZ, moeder breekt eigen vetweefsel af → ° VVZ

opm: VVZ gaan niet door placenta


2 renale

a) NaCl


schema

zwangere vrouw:

oestrogeen → lever: ↑ angiotenstinogeen

→ nier: ↑ renine

ook baarmoeder gaat renine secreteren

=> systeem wordt sterk gestimuleerd => veel NaCl extracellulair (veel Na-reabsorptie)

gevolg: => ECV ↑↑ omdat NaCl in ECR stijgt en omdat extracellulaire osmolaliteit daalt oiv hCG (meer dorst + ADH) zwangere vrouw zwelt op vb gelaat, armen, benen, voet

= perfect normale reactie


afwijking: pre-eclampsie: tijdens 1e zwangerschap: 5-10% = fequent

uiting in 2e helft

symptomen: ↑ BD → glomeruli worden aangetast waardoor eiwitten door filter kunnen lekken (albuminurie). Minder eiwitten in de bloedvaten (nodig voor aanzuiging vocht: oncotische druk). Netto verlaat meer vocht de BV dit zorgt voor zwellen weefsels (oedeem)

kan evolueren naar eclampsie

symptomen: stuipen: alle spieren trekken ritmisch samen

organen werken niet meer vb lever, bloed stolt niet meer => baby en moeder sterven

Besluit: pre-eclampsie is gevaarlijke ziekte owv mogelijke evolutie naar eclampsie

opm diagnose is moeilijk owv symptomen: opzwellen ook bij normale zwangerschap: verschil in graad


van opzwellen

b) RBF ↑ en GFR ↑ (50% => 270l/ dag)

gevolg: afvalproducten worden efficienter verwijderd vb ureum, creatinine, …

=> concentratie in bloed zal ↓


d) glucose: wordt buiten zwangerschap gefilterd + 100% reabsorptie

zwanger: ↑ filtratie van glucose, geen ↑ reabsorptie => ° glucosurie: meer gefilterd dan


gereabsorbeerd = normaal
3 cardiovasculaire

a) hart


weefsels hebben O2 nodig → hart moet meer bloed rondpompen => hartdebiet ↑ met 40%

hartdebiet = SV ↑x frequentie ↑


b) slagaders

arteriële bloeddruk ↓ tot 20 weken om nadien terug te normaliseren

verklaring: de arteriolen gaan dilateren = ↓ weerstand

reden: endotheel van zwangere vrouwen scheidt dilaterende stoffen af nl NO, prostacycline

curve

BD

duur vd zwangerschap



einde van zwangerschap, terug lagere secretie => bloeddruk ↑ opnieuw

in 2 helft van zwangerschap: BD ↑ ! tijdens normale zwangerschap ↑ BD maar ook ↑ bij ziekte (zie eerder): verschillende graad v ↑ => bloeddruk voor zwangerschap moet geweten zijn = referentie


4 haematologische

a) plasma = 1/4 ECV (extracell vocht)

zwanger ECV ↑ => ↑ plasma (50%) vooral in tweede trimester.

curve


b) RBC

zwanger: ↑ EPO productie → ↑ aanmaak RBC in beenmerg, ↑ is grootst op einde zwangerschap


tot 30 weken kleinere helling dan helling van plasma => plasma ↑ meer

gevolg: tot 30 weken zal [RBC] ↓, Hb ↓, Hematocriet ↓ = fysiologische anemie maar geen probleem

na 30 weken ↑ parameters
5 respiratoire

gewicht ↑

meer O2 transport nodig: 20%

progesteron stimuleert de ademhaling met 40% (teugvolumestijging bij onveranderde ademfrequentie door toegenomen CO2-productie en omdat progesteron PaCO2 verlaagt tot 31mmHG



C Arbeid en bevalling

1 beschrijving

curve

sterkte van



baarmoeder

contracties

in mmHg

tijd
contractie sterker dan 10mmHg wordt gedetecteerd door vrouw = perceptiedrempel

ertss: buik wordt hard

15 mm Hg = pijn, buik wordt hard

voor 20 weken: geen voelbare contracties, verschillende amplirude, regelmatige contractie

na 20 weken: regelmatige contracties, verschillende amplitude, 1 contractie/ dag wordt gevoeld =


Braxton-Hics contractie= pijnloos: buik wordt hard (naar einde zwangerschap: 1/u)

39,5 weken: regelmatige contracties, sterker en frequenter, sommige gn pijn, andere wel = voorweeën

tekening (doorsnede op de midellijn)

baarmoederhals, baarmoeder+ foetus, vagina

gynaecologische onderzoek:

- opening: vinger door hals ? 0cm 0cm 10cm

- hoogte: afstand schatten 3cm 1mm 1mm

- consistentie: hard week week

- positie: hoe ver ligt de hals: posterior anterior anterior

op einde zwangerschap Δ hals: ogenblik verschilt van vrouw tot vrouw

hals van 3cm → 1mm : hals verstrijkt, hoogte vermindert en komt naar voor

hard → week : rijpen baarmoederhals door oestrogenen ° Prostaglandine E2 → rijping

inhibitor van rijping: progesteron
1e stadium: weeën: om de 3 à 4 min contractie; 1e bevalling: 1cm/uur => 10u

2e bevalling: kwartier

onderste uterus segmenten contraheren niet mee

tractie → openrekken van hals, na contractie gaat hals niet terug dicht => telkens beetje verder open


2e stadium: wanneer cervix 10 cem open is. Weeen zijn regelmatig om de 3min zeer sterk en basistonus stijgt boven perceptiedrempel. Tijdens elke contractie trekt vrouw haar buikspieren en diafragma samen om de druk in de uterus nog te verhogen en de baby naar buiten te persen. Dit stadium duurt max. 1u.
3e stadium: moederkoek komt los van de baarmoeder wand via enkel contracties

=> bloedvaten gaan blind eindigen in de baarmoeder → veel bloedverlies, om bloeding te stelpen is er een zeer sterke contractie nodig

eindigt na de geboorte van de moederkoek en duurt max 30’
2 myometrium

2 curves


oxytocine:

  • productie door neurohypofyse

  • zorgt voor samentrekking van de baarmoeder

  • stimulatie van de receptoraanmaak door toegenomen oestrogenen/progesteron ratio tijdens zwangerschap omdat oestrogenen zijn synthese stimuleren en progesteron dit belet.

prostaglandinges

  • productie door endometrium = slijmvlies

  • secretie wordt gestimuleerd door: oestrogenen (↑ einde), oxytocine (↑ einde), factoren geproduceerd door de rijpe foetus (surfactant uit langen baby)

Fergusonreflex (meer oxytocinesecretie) wordt uitgelokt door dilatatie cervix, door hoofdje van de baby,


gevolg: na 20 weken Braxton-Hicks door ↑ R en voorweeën door ↑ R

  • 1e stadium arbeid owv ↑ R

  • 2e stadium arbeid owv oxytocine

  • 3e stadium arbeid owv oxytocine

Besluit: de sterke contracties tijdens de arbeid zijn deels te wijten aan prostaglandines

opm: welke medicatie voor inleiden van de bevalling?

- rijpe baarmoederhals (nodig voor opengaan) PGE2: ’s avonds tabletten in baarmoederhals, volgende ochtend: rijp

- contracties infuus van oxytocine
iemand op 20 weken laten bevallen vb baby is gestorven/ zware misvorming


  • geen oxytocine: op 20 weken nauwelijks R

  • PG: hals doen rijpen + contracties induceren → wel R

! geen PG toedienen op einde van zwangerschap → zeer ziek: braken, diarree


D Borstvoeding

1 melk en productie

tepel → 20 kanaaltjes → kleinere kanalen → alveolen: melkproductie
ganse zwangerschap veel Progesteron = beletten van melkproductie

wel vochtverlies = collostrium, lijkt op melk maar = afschilferende cellen: aantrekken water via osmose

(curve post partum)

Halve week na bevalling is [P] zo gedaald dat deze inhibitie verdwijnt dus er ontstaat ongestoorde melkproductie. De melkophoping en toegenomen vascularisatie veroorzaken stuwing.

onmiddellijk na de geboorte drinkt de baby collostrium (vitaminen, voedingsstoffen), dit wordt geleidelijk vervangen door melk (4d)
na het geven van borstvoeding zal PRL (prolactine) sterk stijgen → leidt tot melkproductie

de basale [prolactine] daalt naar een verhoogd plateau rond 3 maanden. Elke borstvoeding induceert een progressief kleiner wordende prolactinepiek, die lactatie in stand houdt. Naarmate deze pieken kleiner worden, worden de prolactinereceptoren gevoeliger. De [prolactine] stijgt omdat de prikkeling van tactiele receptoren thv de areola en tepel via zenuwen naar de hypothalamus doorgeseind wordt om de inhiberende dopaminerge neuronen te onderdrukken en de secretie van de stimulerende thyrotropine-releasing hormoon (TRH) te verhogen.


↓ PRL ifv tijd => verwacht dat melkproductie ↓

MAAR melkproductie ↑ nl receptoren in de borstklier worden gevoeliger

als er geen borstvoeding wordt gegeven zal de nl PRL secretie snel dalen (1w)
2 ejectie

transport van melk van alveool → tepel

= reflex: oxytocine laat de spieren rond de alveolen en in de afvoerkanalen de melk knijpen naar de tepel en laat de uterus contraheren, wat bijdraagt tot zijn involutie (gewichtsafname). Oxytocine wordt pulsatiel door neurohypofyse vrijgezet bij zuigen aan borst, horen van wenen via geconditioneerd reflex, en coitus (ferguson reflex) opiaten onderdrukken de oxytocinesecretie en dus de ejectie vb stress.
nadeel oxytocine doet baarmoeder samentrekken → kan kort na de bevalling pijnlijk zijn = na-weeën

na tijdje borstvoeding geven: conditionering vb baby weent → ejectiereflex

Fergusonreflex bij uitrekking van baarmoederhals, vagina,…→ ejectiereflex
III Mannelijke reproductie

A Endocrinologie

1 Androgeenproductie (testosteron)

Leydig cellen homoloog aan thecacel secreteert testosteron na stimulatie door LH.


opm mannen maken 30 maal meer T per dag dan vrouwen owv testes en hun concentratie is 10x hoger dan bij vrouwen en vertoont 24-uur ritme met hoogste concentratie s’ochtends. 3% is vrij en rest is gebonden aan eiwitten.
2 Puberteit

GnRH: hoog: ↑ LH, FSH ↑ A: vroege piek: nood voor normale groei + functie vd latere testes


8j: adrenache: bijnier produceert meer A → ° pubisbeharing, okselbeharing = pubarche

( 1j later dan bij meisjes)

GnRH onderdrukking van hersenen valt weg door gewicht: min 55kg en vetweefsel

=> GnRH ↑ → ↑ LH, FSH  ↑ A

vervolgens lichte daling van GnRH
! sterke ↑ v Androgenen

gevolg: weefsels met A receptoren worden gestimuleerd:

- spieren in de bovenste lichaamshelft: ↑ spiermassa

- ↑ groeihormoon secretie door adenohypofyse: ° groeispurt

- larynx, stembanden: ontwikkeling adamsappel → langer en dikker wordenvan stambanden
→ °mannenstem

- geslachtsorganen: groeien

prostaat begint te secreteren

huid van scrotum begint te rimpelen

wordt meer gepigmenteerd

productie van zaadcellen = spermatogenese

- huid: talgkieren (= sebumklieren) w gestimuleerd

verstoppen van afvoerkanaal → ontsteking door bep huidbacterie →° acné

↑ [A] → seksuele beharing: baard, snor, armen, benen

- hersenen: libido ↑

mannelijk gedragspatroon

=> geheel van Δ tussen 8 en 14,5jaar → ° mogelijkheid tot voortplanting


B Spermatogenese (vorming zaadcellen)

- in de tubuli seminiferi = zaadbuisjes en duurt 70 dagen: beginnen en eindigen in dezelfde structuur (= niet blind)

- 4 stadia

* mitose Sertolicel

# chromosomen = cte
* meiose

# chromosomen/2 Leydigcel


* spermiogenese

= Δ vorm
* spermiatie

= loskomen van zaadcellen

doorsnede tubuli Sertolicellen ~ granulosacellen

ertss bevinden zich de zaadcellen
Besluit: 4 stadia, regeling door LH,FSH

Testosteron stimuleert dit via androgeenreceptoren in de sertolicel. FSH stimuleert de spermatogenese door testosteron om te zetten in estradiol dat dan oestrogeenreceptoren in spermatozoa activeert, door groeifactoren in het lumen te secreteren, en door androgeenbinden proteïnen in het lumen te secreteren dat testosteron 100 concetreert in tubuli seminiferi en in sertolicel. FSH zet ook inhibine vrij in bloed dat de FSH-secretie door gonadotrope cel onderdrukt.


C Transport

epididymis: in de staart worden zaadcellen opgeslagen. Spermatozoa komen hier na 12 dagen.


Δ zaadcellen: stimul door testosteron:

- absorptie van veel vocht => ° zeer geconcentreerde zaadcellen

- rijping → zaadcel kan eicel bevruchten

D Afvoer

1 Erectie

= reflex < centrum thv ruggemerg

Orhtosympaticus laat zwellichamen en hun arteriolen contraheren en houdt penis slap. Receptoren in de penis en de hersenen activeren het erectiecentrum in het ruggenmer dat de orthosympaticus inhibeert en parasympaticus stimuleert.

 penis vult met bloed (tumescentie) waardoor venen gedeeltelijk worden dichtgeknepen.

Parasympaticus laat ook urethra voorvacht secreteren. In de finale fase laat de n. pudendus de musculi ischiocavernosi contraheren waardoor de venen volledig dichtgedrukt worden en rigiditeit optreedt

tijdens erectie: accumulatie van cGMP

na erectie: afbraak cGMP door fosfodiësterase (inhibitie door viagra → meer relaxatie = meer erectie)


2 Emissie

enkele seconden na ejaculatie

= reflex: stimulerende prikkels < genitalien, vnl top vd penis

~ bloedstolling : sperma na ejaculatie: gevorming oiv fibrinogeen

gel wordt afgebroken → waterachtig uitzicht = lique factie ( 30’ na ejaculatie)

vulling vd urethra posterior: samentrekking van



  • prostaat: vocht bevat thrombine en plasmine

  • epididymis (staart) + ductus deferens → zaadcellen naar urethra posterior
    opm zaadcellen zijn zeer geconcentreerd => kleverig: # plakt aan de wand vd prostaat

  • zaadblaasjes: toevoegen van fibrinogeen, fructose (beweging), PG (samentrekken v baarmoeder)
    = stimulatie van transport, alkalischer maken van sperma (vagina is zuur => neutralisatie), sleuren klevende zaadcellen mee door grote debiet

3 Ejaculatie



Receptoren in penis activeren het ejaculatiecentrum in het ruggenmerg, dat ook door de hersenen gecontroleerd wordt. De orthosympathicus vult de urethra met sperma door contractie van de staarten van de epididymes en de ducti deferens, de prostaat, en de zaadblaasjes. De orthosympathicus sluit de interne blaassphincter zodat sperma niet in de blaas kan. Tenslotte laat de nervus pudendus de musculi bulbospongiosi het sperma ritmisch naar buiten stoten.

  • B Ovaria (cyclus)
  • C Lichamelijke veranderingen
  • II Zwangerschap
  • B Fysiologische veranderingen
  • D Borstvoeding
  • III Mannelijke reproductie
  • B Spermatogenese (vorming zaadcellen)
  • D Afvoer

  • Dovnload 125.44 Kb.