Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


I omgaan met jezelf, zelfaanvaarding

Dovnload 400.92 Kb.

I omgaan met jezelf, zelfaanvaarding



Pagina1/4
Datum28.10.2017
Grootte400.92 Kb.

Dovnload 400.92 Kb.
  1   2   3   4

I OMGAAN MET JEZELF, ZELFAANVAARDING
Ter inleiding

Omgaan met anderen betekent dat je eerst jezelf wat kent en aanvaardt. Jezelf kennen is de eerste en belangrijkste stap naar zelfaanvaarding. Zelfkennis en zelfaanvaarding zijn positieve factoren om met anderen te kunnen omgaan. Je weet dat je zelf fouten maakt en daardoor sta je milder tegenover anderen. Je hebt jezelf aanvaard en daardoor aanvaard je ook anderen. Je kent jezelf en kunt daardoor beter in dialoog treden met je partner, vrienden, nieuwe situaties, onbekenden…

Het is belangrijk dat je aanstipt datgene wat je bent en niet wat je zou willen zijn of wat je denkt dat de leraar graag zou hebben. Uw leraar is ook een zeer onvolmaakte mens en verlangt dus ook niet jij zou perfect zijn. Bovendien moet je hoe dan ook als 7de jaars toch nog een beetje groeien in volwassenheid. Stel dat je nu al zo volmaakt zou zijn.
---------------------------------------------------------

Wat werkzaamheid betreft,



  • ben ik een onverbeterlijke luiaard.

  • zeer werkzaam.

  • doe ik enkel wat ik moet doen, zonder te zagen.

  • ben ik een minimalist.

  • zeg ik : ’t zijn zotten die werken.

Als ik op een feestje(familiefeestje, onder vrienden, in de jeugdbeweging,

sportvereniging…) ben en er moet afgewassen worden,


  • help ik spontaan.

  • zeg ik : anderen eerst en ik drink er nog een op de werkers.

  • verdwijn ik heel discreet naar het toilet of naar buiten.

  • maak ik het nog extra vuil kwestie dat ze zich niet vervelen.

  • zal ik helpen, uit plichtsbesef en tegen mijn goesting.

Als iets niet rap genoeg gaat,



  • word ik nerveus en verlies ik mijn geduld.

  • word ik agressief.

  • blijf ik kalm.

Als anderen zwakker overkomen,



  • ga ik er mee lachen.

  • profiteer ik om er ook meer rond te rijden.

  • wil ik hen helpen.

  • trek ik het mij niet aan.

Wat vreemd en anders is,



  • vind ik keitof : het doorbreekt de sleur.

  • wantrouw ik onmiddellijk.

  • kijk ik de kat uit de boom.

Als er erge dingen gebeuren in de wereld,



  • dan maak ik er grapjes over.

  • laat het mij gewoon koud.

  • voel ik wel mee maar ik weet dat ik onmachtig ben.

  • doe ik iets.

Als er in de buurt, in de klas iets voorvalt,



  • dan zal ik onmiddellijk helpen.

  • dan zeg ik : ieder voor zich.

Als ik iets niet goed begrijp,



  • dan doe ik alsof ik het snap, kwestie van niet bruin te staan.

  • dan val ik in slaap en trek het mij niet aan.

  • vraag ik om uitleg.

Om mijn leven te organiseren



  • stel ik een planning op en volg ik die ook.

  • doe ik helemaal niets ; we zullen wel zien.

  • probeer ik te plannen maar heb ik geen karakter om die planning te volgen.

  • .

Als mijn vriend(in) binnen een serieuze relatie mij laat zitten,



  • dan zeg ik : andere en betere maar ik meen het niet.

  • dan zeg ik : andere en betere en heb ik dezelfde avond een andere.

  • ben ik er de put van in voor heel lange tijd omdat ik moeilijk verwerk.

  • ga ik zuipen en andere domme dingen doen.

  • zal ik dat na enige tijd proberen te aanvaarden.

Als er iemand overleden is in de familie van een vriend,



  • zeg ik : trek je het niet aan, het leven gaat verder.

  • ga ik hem uit de weg.

  • spreek ik over andere zaken.

  • probeer ik mee te leven.

Als ik iets dat ik wilde hebben, niet krijg,



  • ben ik korte tijd gefrustreerd maar dan doe ik weer voort.

  • ben ik voor lange tijd koppig en kwaad.

  • dan neem ik dat filosofisch en rustig op.

Van temperament ben ik



  • _ een spotter.

  • _ nogal ernstig.

  • _ zeer stil en kalm.

  • _ nogal luchtig.

  • _ nerveus.

  • _ opvliegend.

  • _ vrolijk en welgemutst.

Over mijn uiterlijk aanvaard ik stekken en opmerkingen.



  • Absoluut niet.

  • Ik lach er ook mee.

  • Ik word rood en lach groen zonder verbaal te reageren.

  • Ik sla op de andere.

  • Ik maak hem uit voor rotte vis.

  • Ik probeer een steekje terug te geven als ik kans en inspiratie krijg.

Als ik kritiek krijg,



  • word ik sowieso kwaad omdat ik dat als een persoonlijke aanval zie.

  • lach ik die weg.

  • probeer ik er rustig op te antwoorden.

  • aanvaard ik die als ik die terecht vind.

Als ik een moeilijke beslissing moet nemen,



  • neem ik die zonder probleem.

  • vraag ik advies als ik dat nodig acht.

  • stel ik die zoveel mogelijk uit.

  • neem ik die beslissing gewoon niet.

Als ik ongelijk heb,

  • zal ik het toegeven als ik het inzie.

  • geef ik nooit toe en zal alle middelen gebruiken om mijn gelijk te krijgen.

  • geef ik onmiddellijk toe om er van af te zijn.

  • geef ik toe voor de schijn maar ik blijf bij mijn gedacht.

Bij conflictsituaties



  • zwijg ik om de lieve vrede te bewaren.

  • blijf ik koppig.

  • probeer ik het uit te praten.

  • ontloop ik die.

Als ik veel werk heb dat bovendien moeilijk is,



  • begin ik te klagen.

  • pak ik het aan.

  • weiger ik dat.

Als anderen iets zeggen dat tegen mijn gedacht is,



  • geef ik hen gelijk.

  • zeg ik mijn gedacht.

  • zwijg ik en denk ik het mijne er over.

Als ik problemen heb,



  • krop ik die op

  • ben ik daar heel open in en praat gemakkelijk met degenen die ik vertrouw.

  • hou ik het een tijdje voor mij totdat de bom ontploft.

  • verwerk ik dat op mijn eigen.

In onbekende situaties



  • panikeer ik.

  • word ik zenuwachtig.

  • voel ik mij in vorm omwille van de uitdaging.

In mijn oordelen over fouten van anderen



  • ben ik mild.

  • zeer streng.

  • trek ik het mij gewoon niet aan.

Als ik samen moet werken met anderen,



  • speel ik graag de baas.

  • laat ik mij leiden.

  • probeer ik te profiteren van de anderen.

Als ik een extraatje moet doen,



  • begin ik te zagen.

  • ga ik protesteren.

  • doe ik het gewoon.

  • reageer ik van : hij/zij moet het toch ook niet doen.

Geld speelt voor mij



  • een grote rol, ik zou er veel over hebben, zelfs oneerlijkheid.

  • geld heb je nu eenmaal nodig, ik zal er dus voor werken, zonder extreem te doen.

  • geen rol want ik heb niet veel nodig.

Ik ga op de volgende manier om met geld :



  • nogal zuinig.

  • ik leef er op los, geld moet rollen.

  • weeg ik goed af wat ik uitgeef zonder echt zuinig te zijn.

Als ik tegenover gezagsinstanties sta,



  • dan ben ik bang, ook als ik niets te vrezen heb.

  • dan zou ik ze durven uitdagen of testen.

  • dan blijf ik rustig en maak ik mij geen zorgen.

Als ik mij onzeker voel,



  • zet ik een grote mond op om die onzekerheid te verbergen.

  • dan kan ik dat niet verbergen : je ziet het gewoon.

  • dan ben ik heel voorzichtig in wat ik zeg of doe.

  • dan zie ik dat als een uitdaging om een risico te nemen.

Als er afspraken worden gemaakt,



  • leef ik die na.

  • zeg ik van ja maar ik vergeet ze onmiddellijk.

  • dan hou ik mij er bewust niet aan.

In groep ben ik



  • zeer stil.

  • luidruchtig.

  • zoek ik veel aandacht.

In groep


  • laat ik mij gemakkelijk beïnvloeden.

  • probeer ik de groep te manipuleren.

  • trek ik het mij niet aan en leef mijn leven.

  • ga ik dingen zeggen en doen die ik alleen niet zou doen om in de gunst te komen.

Wat orde, netheid en stiptheid betreft ben ik,



  • een pietje-precies.

  • een slordigaard in het kwadraat.

  • probeer ik wat orde te scheppen wat soms lukt en soms niet.

Als ik iets in mijn kopje heb,



  • wil ik dat doordrijven en realiseren tegen alles en allen in.

  • ga ik mij aanpassen aan de kritiek en wensen van anderen.

  • zal ik diplomatisch via een omweg toch proberen mijn doel te bereiken.

  • zal ik wachten tot het gunstige moment aanbreekt om het te bereiken.

Als er iets is dat inspanning vraagt en ik weet dat het belangrijk is maar ik

doe het niet graag,


  • zal ik alles proberen om er van af te geraken.

  • zal ik het gewoon doen.

  • zal ik de schijn geven dat ik het doe.

  • doe ik het gewoon niet.

Als iemand mij misdaan heeft,



  • schrijf ik die voor altijd af.

  • zal ik dat proberen te vergeten en te vergeven na bepaalde tijd .

  • zal ik dat onmiddellijk relativeren.

Ik ben nogal



  • autoritair.

  • een lamme goedzak die alles over zich laat komen.

  • democratisch.

  • voor het principe : leven en laten leven.

Van politiek denk ik het volgende :



  • oersaai.

  • zaag daar nu niet over, het interesseert mij toch niet.

  • ik volg dat enigszins.

  • t zijn allemaal zakkenvullers.

  • ik zou het zelf niet doen, maar het is er nodig.

In dit punt blijven we even stilstaan bij onszelf. De bedoeling is meer kennis te krijgen over jezelf zodat je een stevige basis hebt om naar anderen toe te gaan. Daarom zullen we ons zelfbeeld analyseren en nagaan hoe we ermee omgaan.



1. Kijken naar jezelf: stilstaan bij je eigen gedrag
Je geeft vaak kritiek op de mensen met wie je leeft : vrienden,ouders, leerkrachten,… Dit zorgt dikwijls voor wrevel bij de ander: “Dat hij eerst maar naar zichzelf kijkt, hoor je dan als antwoord.” Sta je soms stil bij je eigen handelen ? Zie je hoe je gedrag op anderen overkomt ? Ken je eigenlijk jezelf ? Als je veel met andere mensen omgaat is het nodig jezelf in vraag te stellen. Als je jezelf niet kent, als je niet weet hoe je bent en hoe je reageert dan is het omgaan met mensen vaak moeilijk. Maar dit is echter niet voldoende, je moet ook leren tevreden zijn met jezelf. Zelfaanvaarding is immers één van de voorwaarden om in relatie te kunnen treden met anderen.
Ter bespreking

In de spiegel kijken om te zien of uiterlijk alles o.k is, doe je meermaals per dag. Vaak zie je dan allerlei dingen die niet in orde zijn. Kijk nu eens in de spiegel van je innerlijke eigenschappen die je nodig hebt in je leven.

Waar ben ik goed in?

Noteer drie positieve eigenschappen

…………………………………………

…………………………………………

…………………………………………
Waar ben ik minder goed in?

Noteer drie negatieve eigenschappen

………………………………………………

………………………………………………

………………………………………………
Wat vond je het moeilijkst : de positieve eigenschappen vinden of de negatieve ?

________________________________________________________

________________________________________________________
A. Positief en negatief zelfbeeld

Wanneer je gemakkelijk kan zeggen waar je goed in bent, wanneer je

overwegend positieve gedachten en gevoelens hebt over jezelf dan heb je een positief zelfbeeld.
B.v. : - Ik kan zelfstandig werken.

- Ik kan goed vertellen.

- Ik leg makkelijk nieuwe contacten.

- Ik voel me doorgaans blij en opgewekt.

- …….

Als je eerder negatieve gedachten en gevoelens hebt over jezelf, als je alleen oog hebt voor je minder goede kanten en alles wat niet goed gaat toeschrijft aan jezelf, dan heb je een overwegend negatief zelfbeeld.


B.v. : - Ik ben onhandig.

- Ik ben te stil.

- Ik heb geen ideeën voor activiteiten.

- Ik twijfel voortdurend.

- Ik weet niet hoe ik aan iets moet beginnen.

- …
Opdracht

Geef jezelf een cijfer van 1(de laagste score) tot 10 (de hoogste score) omtrent :

Openheid : _____

Optimisme : _____

Sociaal gevoel : _____

Rustig zijn : _____

Geduld : _____

Verdraagzaamheid : _____

Ernst : _____

Betrouwbaarheid : _____

Werkzaamheid : _____

Beleefdheid : _____

Om te groeien in je persoonlijk leven is het belangrijk dat je een positief, doch realistisch zelfbeeld ontwikkelt. Dit houdt in dat je positief leert denken over jezelf én leert zien waar je mogelijkheden liggen en waar je tekorten!


B. Enkele kenmerken van het zelfbeeld
1. Je zelfbeeld heeft invloed op je gedrag
Als je op een positieve manier kijkt naar jezelf, dan zal dat ook in je gedrag te zien zijn :

- Vol zelfvertrouwen pak je een nieuwe taak aan.

- Je bent niet bang fouten te maken.

- Je bent open.

- Je durft vragen stellen.

- Je staat open voor de mening van anderen.

- …
Opdrachten

Lees onderstaand voorbeeld.


Jens is door een aantal mislukkingen op zijn vroegere school heel negatief over zichzelf beginnen te denken. Hij heeft na lang wikken en wegen gekozen voor de richting kantoor.

De stages bij bedrijven schrikken hem af. Hij heeft geen ervaring in het omgaan met een baas. Tijdens zijn eerste stage komt hij zeer geremd en onzeker over. De baas van zijn afdeling vindt hem wel ok, maar hij praat te weinig en durft uit zichzelf geen initiatief nemen voor dingen die hem niet gevraagd werden zoals eens koffie zetten voor de mensen van zijn afdeling.
Welke invloed heeft Jens’ zelfbeeld op zijn handelen op stage ?

________________________________________________________

________________________________________________________

Wanneer je eerder negatief denkt over jezelf dan zal dat negatief beeld over jezelf ook weerspiegeld worden in je gedrag :

1. Je durft weinig risico’s nemen omdat je bang bent fouten te maken.

2. Je durft geen moeilijke opdrachten aanvaarden uit angst te mislukken.

3. Je kan moeilijk keuzes maken.

4. Je hebt moeite met opmerkingen.

5. …
Hoe komt het dat Jens zo negatief denkt over zichzelf ?

________________________________________________________

________________________________________________________

________________________________________________________

2. Je zelfbeeld wordt gevormd door je vroegere en huidige ervaringen
Wat je vroeger meemaakte : thuis, op school en in je vriendenkring heeft de basis gelegd voor je zelfbeeld. Als je van je ouders en leerkrachten vaak te horen kreeg dat je flink was en goed werkte, wanneer je het gevoel had dat je wel eens fouten mocht maken, dan leerde je positief kijken naar jezelf en het leven.

Wanneer je als kind nooit goed kon doen en wanneer je veel negatieve commentaar kreeg op wat je deed, is de kans groot dat je een negatief zelfbeeld ontwikkelde.


Opdracht

Geef een voorbeeld uit eigen ervaring :



________________________________________________________

________________________________________________________
Daarnaast zijn er ook de leeftijdsgenoten, vrienden en vriendinnen die je zelfbeeld in positieve of negatieve zin kunnen beïnvloeden.

Als je erg geliefd bent in een groep, voel je je gewaardeerd. Je ontwikkelt een gevoel van eigenwaarde. Pesten echter heeft een negatieve invloed op het zelfbeeld. Als je vaak gepest wordt voel je je afgewezen. Je krijgt negatieve gedachten over jezelf. Je ontwikkelt dus een negatief zelfbeeld.

Ook je persoonlijke mogelijkheden en kenmerken en de ontwikkeling ervan hebben een grote invloed op je zelfbeeld.
B.v. Wanneer je er goed uitziet heb je meer kans een positief zelfbeeld te ontwikkelen. Je vindt jezelf best knap als je in de spiegel kijkt. Bovendien krijg je gemakkelijk aandacht van anderen. Minder aangename eigenschappen zoals onhandig zijn, kunnen leiden tot een negatief zelfbeeld.

3. Je zelfbeeld verandert voortdurend
Je zelfbeeld wordt gevormd door met anderen om te gaan. Je gaat in het leven steeds met nieuwe mensen om. Je komt ook voortdurend in nieuwe situaties terecht waarin je nieuwe ervaringen opdoet. Ook jij verandert voortdurend. Je zelfbeeld verandert ook mee. Verandering in je zelfbeeld gebeurt echter zo geleidelijk dat je het niet opmerkt over een korte tijdsperiode. Over een langere tijdsperiode merk je duidelijk wel veranderingen.
Opdrachten

1. Probeer je eens te herinneren hoe je naar jezelf keek toen je 14 was en vergelijk het eens met je zelfbeeld nu. Je zal zeker verschillen kunnen vinden.

________________________________________________________

________________________________________________________

2. Wat en wie hebben daar vooral invloed op gehad ?

________________________________________________________

________________________________________________________

3. Enkele vragen


a)Wat vind je van jezelf, van je uiterlijk, van je manier van leven, hoe je omgaat met anderen, van je eigen karakter ?

________________________________________________________

________________________________________________________
b)Ben je tevreden met jezelf en weet je op welke punten je nog moet/wil

veranderen ?

________________________________________________________

________________________________________________________

________________________________________________________
c)Er zijn weinig mensen die nauwkeurig weten hoe ze er uit zien, hoe ze lopen en hoe hun stem klinkt. Geldt dat ook voor jou ?

________________________________________________________

________________________________________________________
d)Welk cijfer tussen de 1 en 10 zou je jezelf geven voor je zelfvertrouwen ?

________________________________________________________


e)Hoe voel je je meestal ? Ben je grotendeels tevreden over jezelf ?

________________________________________________________

________________________________________________________
f)Heb je voldoende vertrouwen of ben jij iemand die altijd denkt dat anderen beter zijn dan jij ?

________________________________________________________

________________________________________________________

2. Zelfvertrouwen
Ons zelfvertrouwen heeft invloed op onze houding en ons optreden. Als we tevreden zijn met onszelf, zien we de positieve kanten van nieuwe ervaringen. Indien we niet zo’n goed gevoel hebben over onszelf, krijgt ons zelfvertrouwen door iedere tegenslag er weer een deuk bij.

Zelfvertrouwen is net zoals een kruk met drie poten.

Elke poot is belangrijk : als je één poot afzaagt valt de kruk om.
De drie “poten” van zelfvertrouwen zijn:

1. Het gevoel dat je iets kan = weten waar je goed in bent, dat je in staat

Bent dingen goed te doen.

2. Het gevoel dat anderen je accepteren = weten dat anderen je mogen, dat je geliefd bent en aanvaard wordt.

3. Verantwoordelijkheidsgevoel = het gevoel dat je verantwoordelijkheid en het vertrouwen krijgt van anderen, dat je in staat bent om verantwoorde beslissingen te nemen en daarvan de gevolgen overziet en aanvaardt.

Opdrachten


  1. Hoe krijg ik zelfvertrouwen ?

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

  1. Hoe help ik anderen om meer zelfvertrouwen te krijgen ?

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

  1. Maak een ‘levenslijn’ met dingen waar je trots op bent of die belangrijk zijn. Plaats er tevens positieve eigenschappen van jezelf op.

  2. Neem een blad papier. Schrijf links op je blad ‘geboorte’ en rechts ‘nu’. Verbind de twee door een golvende lijn en probeer drie gebeurtenissen uit je leven te herinneren die je beschouwt als een prestatie. Illustreer deze gebeurtenissen met een foto en plak ze op de juiste plaats op de levenslijn.

  3. Let eens op de goede eigenschappen van elkaar. Wijs iemand aan en noem drie goede eigenschappen van die persoon.

  4. Welke drie dingen vinden mensen goed aan jou ?

______________________________________________________

______________________________________________________

  1. Voor welke dingen voel je je verantwoordelijk in je leven ?

______________________________________________________

______________________________________________________

  1. Waarom denken sommige mensen positief over zichzelf en anderen negatief ?

______________________________________________________

De stenen van ons leven


Op een dag werd een oude professor gevraagd een lezing te geven over efficiënt tijdsbeheer. Hij nam het woord en zei: 'Laten we beginnen met een experiment'.

Hij haalde een aardewerken pot onder de tafel vandaag en zette die voorzichtig voor zich neer. Daarna nam hij een twaalftal grote stenen die hij voorzichtig in de pot legde. Toen deze gevuld was, richtte hij zijn blik langzaam naar zijn publiek en vroeg: 'Is deze pot vol?'. Deze vraag werd unaniem met 'ja' beantwoord.

De professor bukte zich opnieuw en nam een pot met kiezelsteentjes. Minutieus goot hij ze over de stenen. De kiezeltjes vielen tussen de stenen tot op de bodem van de pot. Opnieuw vroeg de professor: 'Is deze pot vol?'. Zijn toehoorders begrepen zijn opzet en één van hen antwoordde: 'Waarschijnlijk niet...'.

Daarop haalde de professor onder de tafel een zakje met zand vandaan, dat hij aandachtig in de grote pot leeggoot. Het zand vulde de plaats tussen de grote stenen en de kiezelsteentjes. Wederom vroeg de professor: 'Is deze pot vol?'. Ditmaal schudde zijn publiek eensgezind het hoofd. 'Goed', zei de professor, en alsof iedereen het verwachtte, nam hij een kannetje water en vulde de pot tot de rand en vroeg: 'Welke grote waarheid laat dit experiment ons zien?'.

De moedigste antwoordde: 'Het laat zien dat onze agenda nooit zo gevuld is als we wel denken en dat er, als we het echt willen, nog altijd wel wat tijd is voor meer afspraken en meer activiteiten'. 'Nee', zei de professor, 'daar gaat het niet om ... de grote waarheid die in dit experiment schuilt, is de volgende: als je niet eerst de grote stenen in de pot doet, krijg je ze er achteraf nooit meer in'.

'Wat zijn de grote stenen van ons leven: onze familie, onze vrienden, onze dromen, onze gezondheid? Als we meer belang hechten aan de futiliteiten zoals het zand en de kiezelsteentjes, zullen ze alle plaats in beslag nemen en blijft er geen tijd meer over voor de belangrijkste dingen in het leven. Daarom mag je niet vergeten jezelf de vraag te stellen wat de stenen van je leven zijn, om ze vervolgens in de pot te leggen'.

Waarden en normen
Inleiding:
Je gaat op stage, je doet een studentenjob. Welke betekenis heeft die job voor jou?

Wat verwacht je van je werkgever? (ivm houding, vergoeding, afspraken,….)




  1. Waarden in mijn leven


Welke waarden vind ik echt belangrijk in mijn leven? Duid in de onderstaande lijst al de waarden die ik belangrijk vind aan. Haal er daarna de 12 belangrijkste uit en rangschik ze van de minst naar de meest belangrijke.
Rechtvaardigheid trouw samenwerken vertrouwen

Delen eenvoud soberheid humor geloof
Helpen iemand worden persoonlijkheid welvaart
Vriendschap durf dienstbaarheid kennis
Romantiek fijngevoeligheid zorg nuttig
Creativiteit stiptheid dankbaarheid bewust leven
Optimisme verwondering kritisch zijn
Aanpassingsvermogen openheid nederigheid
Gehoorzaamheid zelfvertrouwen gezondheid
Sportief smaakvol respect



Solidariteit nieuwsgierigheid zelfstandigheid



Handig zijn verantwoordelijkheid milieubewust
Plichtsbewust er geraken arbeid sociaal zijn
Politiek bewust eerlijkheid onafhankelijkheid
Tederheid prestatie gemak zachtmoedigheid
Flexibiliteit bezorgdheid waarheid rust
Ontspanning vreugde schoonheid begrip
Goedheid geduld wijsheid
12 …………………………………………………………………………………………………………….

11 …………………………………………………………………………………………………………….

10 …………………………………………………………………………………………………………….

9 …………………………………………………………………………………………………………….



8 …………………………………………… ……………………………………………………………….

7 …………………………………………………………………………………………………………….

6 …………………………………………………………………………………………………………….

5 …………………………………………………………………………………………………………….

4 …………………………………………………………………………………………………………….

3 …………………………………………………………………………………………………………….



2 …………………………………………………………………………………………………………….

1 …………………………………………………………………………………………………………….
Wat zijn waarden?


Opdracht : In welk van de volgende activiteiten gaat het om een waarde?


 

wel

niet

aan je fiets sleutelen

 

 

eerlijkheid

 

 

vriendschap

 

 

naar muziek luisteren

 

 

liefde

 

 

geld verdienen

 

 

ruziemakers verwijderen

 

 

naar de dancing gaan

 

 




  1. Normen




Een norm is een concrete richtlijn, afspraak, regel of handeling die je stelt opdat je een bepaalde waarde concreet zou kunnen beleven

Aan de hand van normen wordt je gedrag beoordeelt.

Vb. in het verkeer : ik rijd max 50km/u in de bebouwde kom, de waarde die ik hiermee wil bereiken is bijvoorbeeld respect voor de medeweggebruikers, hoffelijkheid, stiptheid



  1. Geweten en gewetensvorming

Vanuit de waarden die we belangrijk vinden en de normen die we hanteren om onze waarden concreet te maken wordt ons geweten gevormd. Ons geweten bepaald ons innerlijk besef van wat goed en slecht is.

Ons geweten groeit ook naarmate we ouder worden en doorloopt 6 verschillende fasen, op 3 verschillende niveaus, die door een Joodse geleerde Kohlberg bestudeerd werd.
Preconventioneel niveau:


  • Fase 1: gericht op straf en gehoorzaamheid (0-3 jaar)

Vb. Een peuter van 2 jr merkt dat mama straft als hij morst met zijn eten, dus zal hij voorbeeldig zijn eten opeten, want er zijn fysieke gevolgen als hij dit niet doet

  • Fase 2: “Goed zijn” is goed voor zichzelf en voor de ander (3-6 jaar)

Vb. Jij mag met mijn speelgoed spelen als ik ook met dat van jou mag spelen
Conventioneel niveau:

  • Fase 3: een flinke jongen en een braaf meisje (6-9 jaar)

Vb. Als je alles opruimt ben je een flinke jongen, alles wordt hier gecontroleerd door de omgeving (ouders, leerkrachten, groep, …), goed gedrag bestaat pas als anderen het goedkeuren

  • Fase 4: gericht op wet en orde (>9 jaar)

Vb. Je mag niet stelen want de wet verbied het ons, goed gedrag heb je als je je plicht doet, eerbied toont, …
Postconventioneel niveau:

  • Fase 5: Sociaal contract

Vb. schoolreglement: als ik me hieraan houd, word ik aanvaard en word ik niet gestraft

De wetten en de orde worden bepaald door de gemeenschap waar ik deel van uitmaak en kunnen verschillen van gemeenschap tot gemeenschap (niet elke school heeft hetzelfde reglement)



  • Fase 6: Universele principes

Vb. Armoede in de derde wereld, wat met de hongersnood?

Hoe je hiermee omgaat wordt bepaald door het geweten, het wordt afgewogen aan de hand van waarden zoals rechtvaardigheid, respect voor ieder mens, ….


De morele rijpheid van de mens wordt bepaald door de achtergrondidee van waaruit hij handelt in een bepaalde situatie, niet zozeer door hetgeen hij doet in een bepaalde situatie.
Om dit beter te begrijpen gaan we even kijken naar volgend voorbeeld: telkens is de handeling hetzelfde maar de gedachtegang die tot de handeling leidt is telkens een andere. Probeer de juiste fase van de gewetensgroei aan elke redenering te koppelen.


  • Ik houd mij aan de voorrang van rechts, want als de politie mij ziet als ik geen voorrang geef, kost mij dat veel geld.




  • Ja, ik heb zojuist voorrang gegeven, mijnheer! Mensen van mijn leeftijd weten nog wat het betekent een goede chauffeur te zijn.




  • Ik hou mij aan de voorrang van rechts omdat dat nu éénmaal de regel is om ons wegverkeer veilig te doen verlopen.




  • In het verkeer dient voor mij het principe van de veiligheid voorop te staan; voor mij is veiligheid belangrijker dan snelheid of economische kost; de waarde van een mensenleven is immers niet in economische kosten uit te drukken. Ik ben dus voorstander van elk systeem waarbij veiligheid primeert, ook al heb ik soms de indruk dat in ons huidig wegverkeer andere prioriteiten gesteld worden.




  • Je moet je aan de voorrang van rechts houden, al kan ik mij wel voorstellen dat er situaties zijn waarin je dat liever niet zou doen(je bent bijvoorbeeld met een ernstig ziek kind op weg naar het ziekenhuis). Toch denk ik dat het veiliger voor ons zou zijn als we de voorrang van rechts zouden afschaffen en vervangen door een systeem van hoofdwegen en bijwegen. Maar ja, zolang dat niet gebeurd is, hou ik mij natuurlijk aan de huidige voorrangsregels.

  1. Ethiek

Zoals wetenschap zich bezighoudt met vragen over bv. het ontstaan van de aarde of het leven op bepaalde planeten, zo houdt ethiek zich bezig met alle vragen rond normen en waarden.


De bedoeling van ethisch handelen is een oplossing te vinden voor die vragen of een beslissing te nemen die geldt voor alle mensen van die groep, zodanig dat een aantal waarden worden gerespecteerd.

We maken hierin het onderscheid tussen :




  • Beginselethiek: men vertrekt vanuit een bepaalde waarde om tot een beslissing te komen.

  • Gevolgenethiek: men kan zoeken naar die handelingen die een bepaalde waarde tot gevolg hebben.

  • Ethiek gebaseerd op een bepaalde levensvisie: bv. de christelijke ethiek, de humanistische ethiek,

  • Ethiek typisch voor een bepaald afgebakend terrein: bv. bedrijfsethiek, milieuethiek, medische ethiek, ….

4.1 Ethisch ondernemen

‘Ethisch ondernemen’, de term gaat in de jaren negentig veel over de tong. Er circuleren natuurlijk nogal wat definities van het begrip, maar doorgaans bedoelt men ermee dat ondernemingen, uit eigen beweging, nog andere doelstellingen mee aan boord nemen dan winstmaximalisatie. Of nog: dat bedrijven niet enkel rekening houden met de belangen van hun aandeelhouders maar ook met de belangen van hun weknemers, het milieu, de toekomstige generaties, de buurtbewoners, de klanten, de leveranciers, de gemeenschap waarin ze functioneren …, kortom met de zogenaamde ‘stakeholders’. De meeste bedrijven doen dat al ten dele, al was het maar omdat talloze wetten hen dat opleggen. De term ‘ethisch ondernemen’ wordt daarom meestal gereserveerd voor bedrijven die meer doen dan het gemiddelde- bedrijven dus die innoverend zijn in hun ecologisch, sociaal of moreel beleid en veel tijd en energie steken in de communicatie met de ‘stakeholders’.

Ethisch ondernemen veronderstelt dat een bedrijf er eigen waarden op nahoudt en er niet de kantjes afrijdt bv. door wetten niet zo nauw te nemen zonder wroeging.


Een heel concreet voorbeeld daarvan zou zijn dat een bedrijf, in een land waar de regering zelf toegeeft dat het minimumloon feitelijk geen goed leven toelaat, spontaan of na overleg met zijn personeel, een hoger loon uitbetaalt dan het minimumloon.

Zo is er cosmeticabedrijf The body Shop, dat strijdt tegen proeven met dieren en dat zich in sommige van productievestigingen hogere milieueisen oplegt dan wettelijk vereist.

Er is ijsjesproducent Ben&Jerry’s die een deel van zijn winst besteedt aan goede doelen.

Er zijn de wereldwinkels die enkel producten verkopen die aan bepaalde sociale en ecologische voorwaarden voldoen.

Er zijn de biologische landbouwers. Wie de geplogenheden in de biosector een beetje kent, weet dat je niet in die sector stapt om rijk te worden. Integendeel. Nogal wat mensen werken er keihard voor erg weinig geld.

Herwig Peeters (van Ethibel, een organisatie die bedrijven ethisch screent) geeft nog andere voorbeelden: ‘een snoepfabrikant die naar een zero-energieverbruik streeft, een schoonmaakbedrijf dat laaggeschoolden opleidt en hen veel verantwoordelijkheid geeft, een koekjesproducent die zijn werknemers heel veel inspraak geeft bij het opstellen van hun uurrooster.’


Waarom nu?
Ethisch ondernemen is nu in de mode en dat heeft alles te maken met het feit dat staten een deel van hun impact op het economisch gebeuren hebben verloren of zelf hebben afgebouwd. Als staten te veel regels en te hoge taksen opleggen aan bedrijven worden de staten bestraft met kapitaalvlucht of gaan de bedrijven zich in lageloonlanden vestigen.
Een heel andere bron voor het succes van het ethisch ondernemen is dat het imago voor wereldwijd opererende ondernemingen van onschatbare waarde is geworden. Dat imago wordt niet uitsluitend bepaald door de kwaliteit van de producten in enge zin, maar ook door de associaties die het product oproept.

Voorbeelden hiervan:



  • Voor een bedrijf als Shell wordt het slecht nieuws als zijn naam synoniem wordt van milieuvervuiling door het simpelweg dumpen van een booreiland in zee, of van het vertrappelen van mensenrechten door de jarenlange samenwerking met de militaire regimes in Nigeria. Dan moet Shell wakker schieten en verklaren dat het iedereen die met Shell te maken heeft wil consulteren en zich voortaan zal toeleggen op hernieuwbare energiebronnen.

  • Bananenproducent Chiquita vindt het erg als er vlekken komen op zijn blauwwitte meisjesimago. Dat blijkt uit de advertenties waarin het bedrijf meldt wel degelijk bezig te zijn met het welzijn van het personeel op zijn plantages.

Tenslotte is er ook de persoonlijke factor. Carlos Boidin van het reclamebedrijfje Imagine verwoordt dat als volgt: ‘We willen in ons beroepselven dezelfde waarden vorm geven als daarbuiten’


Overgenomen uit Wereldwijd, september 1999



Opdracht: Onderlijn in de tekst aan welke voorwaarden een bedrijf moet voldoen vooraleer dit het label ‘ethische onderneming’ verkrijgt en omschrijf het hieronder in eigen woorden.

Opdracht: Kies een bedrijf uit dat ‘ethisch’ handelt (Colruyt- Oxfam Wereldwinkel- The Body Shop- ….) en beantwoord de volgende vragen:

  1. Welke waarden streeft het bedrijf na?

  2. Geef met een voorbeeld aan hoe zij die waarden in praktijk brengen;

  3. Zou jij je kunnen verzoenen met die waarden en kiezen voor dit bedrijf als werknemer? Geef uitleg.


Bedrijfsfilosofie bij The Body Shop en Coca-Cola

  • The Body Shop

Zal onze hoog ontwikkelde industriële samenleving de mens en zijn milieu vernietigen, of is er hoop dat de toekomst beterschap brengt? Er is ten minste een multinationale die min of meer heeft aangetoond dat ethisch ondernemen economisch haalbaar is. Winst maken hoeft niet ten koste te gaan van het milieu, geloven ze bij the Body Shop.

Het verhaal van de cosmeticaketen heeft iets van een modern sprookje. Het hoofdpersonage daarin is Anita Roddick (nu 55), een dochter van Italiaanse migranten die in het Engelse Brighton een café uitbaatten. Samen met haar man Gordon Roddick knoopte ze de touwtjes aan elkaar door een restaurant en een hotel uit te baten.

Toen Gordon in 1976 enkele maanden vrijaf nam om te paard van Noord- naar Zuid-Amerika te trekken, installeerde Anita haar eerste cosmeticawinkeltje met een banklening van 4.000 pond (toen ongeveer 250.000 frank). Omdat ze een afkeer had van de traditionele cosmetica-industrie die enkel maar "hoop en dromen" verkocht, wilde ze een totaal ander concept. "Ik denk dat je op een ethisch verantwoorde manier zaken kunt doen. Dat je betrokken kan zijn bij je omgeving, in engere en ruimere zin. Dat je je personeel inspraak kan geven zonder dat je bang voor hen hoeft te zien", zei ze achteraf. Het winkeltje in Brighton werd donkergroen geschilderd, niet om het ecologische karakter in de verf te zetten, maar gewoon omdat die kleur zo goed het vocht in de muren camoufleerde.

Tweeëntwintig jaar later is the Body Shop uitgegroeid tot een bedrijf dat meer dan 1.600 vestigingen heeft over de hele wereld. In ons land heeft de onderneming achttien winkels. Sinds de opening van de eerste vestiging in Brussel (die ook het eerste buitenlandse filiaal van the Body Shop was), zijn eerst de grote steden bediend. Op termijn zouden ook kleinere steden een vestiging krijgen. Maar voorlopig liggen er geen concrete plannen op tafel.

The Body Shop is van mening dat winst en principes hand in hand moeten gaan. Daarom verkoopt het bedrijf lichaamsverzorgingsproducten op basis van natuurlijke ingrediënten en in hervulbare flessen. Een klein deel van het assortiment wordt gekocht bij arme gemeenschappen uit landen over de hele wereld. Het bedrijf heeft een eigen fabriek gebouwd in een verpauperde wijk in Glasgow om de werkgelegenheid in het gebied te doen toenemen. The Body Shop is ook tegen dierproeven en voert regelmatig campagnes rond allerlei maatschappelijk thema's.



 

  • Coca-Cola

De Coca-Cola belofte:
Het Coca-Colabedrijf bestaat om iedereen waarmee het in contact komt te verfrissen en voordelen te bieden. Het basisvoorstel van ons bedrijf is simpel, degelijk en tijdloos. We voeden en beschermen onze producten, vooral Coca-Cola en brengen op die manier verfrissing en vreugde aan onze aandeelhouders. Op die manier voldoen we aan onze ultieme verplichting de eigenaars van ons bedrijf iets terug te geven.

(Vrije vertaling van de oorspronkelijke tekst: "The Coca-Cola Company exists to benefit and refresh everyone it touches. The basic proposition of our business is simple, solid and timeless. When we bring refreshment, value, joy and fun to our stakeholders, then we successfully nurture and protect our brands, particularly Coca-Cola. That is the key to fulfilling our ultimate obligation to provide consistently attractive returns to the owners of our business." Te lezen op de site van The Coca-Cola Company)




Oxfam Wereldwinkels … handel, uit respect.

Oxfam-Wereldwinkel is een eerlijke-handelsorganisatie. De organisatie telt meer dan 170 plaatselijke groepen. Ze verkopen voedingsproducten van partners uit het zuiden, doen aan educatief werk en politieke actie. De Oxfam-Wereldwinkels willen meebouwen aan een rechtvaardige en democratische wereld. Via de verkoop van eerlijke producten willen ze de publieke opinie wakker schudden rond de ongelijke handelsverhoudingen in de wereld. Ze willen de machtscentra in de politiek en de bedrijfswereld onder druk zetten om maatregelen te nemen die in het belang zijn van de economisch zwakkeren. Ze willen een 'tegenbeweging' van kritische en geëngageerde mensen op gang brengen die kiezen voor solidariteit en respect. Ze willen steun geven aan de opbouw van tegenmacht in het Zuiden.  Deze doelstellingen willen de Oxfam-Wereldwinkels realiseren door handel, educatief werk en politieke actie. Je kunt de drie pijlers niet los van elkaar zien.




Opdracht:

  • Vergelijk de houding van “The Coca-cola Company” t.o.v. de consument met die van “The Body Shop” of van een ander bedrijf dat ethisch handelt.

  • Geef je eigen persoonlijke mening: Zou jij in je consumptiegedrag rekening houden met de strategie die een bedrijf erop nahoudt?


Fair Play op de Olympische Spelen
Samenvatting
In augustus ontmoeten topsporters uit heel de wereld elkaar in Athene voor de Olympische Zomer Spelen van 2004. Nieuwe records zullen worden gevestigd. De deelnemers zullen sneller rennen, hoger springen en verder gooien dan ooit tevoren en de internationale sportmerken zullen enorme bedragen uitgeven om hun producten met de Olympische gedachte te verbinden. Beelden van Olympische evenementen en de merknamen van ’s werelds bekendste sportmerken verschijnen wereldwijd prominent in de media.
Dit rapport kijkt verder dan de sportmerken en stelt fundamentele vragen over de internationale sportkleding- en sportschoenenindustrie. Vragen die gaan over armoede, arbeidsrechten, handel en globalisering.

De Olympische gedachte (in de woorden van het Olympisch Handvest), ‘wil een leefwijze stimuleren die vreugde vindt in inspanning, opvoeding door middel van het goede voorbeeld en respect voor universele morele beginselen.’



Dit rapport toont aan dat de inkooppraktijken van grote sportmerken de geest en de letter van het Handvest geweld aandoen. In de bedrijfstak van de sportkleding worden winsten gemaakt ten koste van de waardigheid, gezondheid en veiligheid van kwetsbare mannen en vrouwen op een manier die indruist tegen die universele ethische principes. Niettemin heeft de Olympische Beweging, in het bijzonder het Internationaal Olympisch Comité, zich hierover in een opzienbarend stilzwijgen gehuld.
De groei van de internationale handel in sportkleding en -schoenen van sportmerken als Nike, Adidas, Reebok, Puma, Fila, ASICS, Mizuno, Lotto, Kappa en Umbro, heeft miljoenen mensen, vooral vrouwen, het arbeidsproces in getrokken. Van China en Indonesië tot Turkije en Bulgarije snijden, stikken, assembleren en verpakken deze arbeiders producten, die via een keten van tussenleveranciers over heel de wereld worden verkocht. Ver weg van de media-aandacht die het Olympische Stadion in Athene ten deel zal vallen, zijn ze betrokken bij een eigen heldhaftige strijd; de strijd om te overleven. Ze werken lange uren tegen lage lonen onder zware omstandigheden, vaak zonder bescherming van hun rechten als werknemers. Het recht op organisatie in een vakbond en het recht op collectieve onderhandelingen worden systematisch met voeten getreden.
Als uitbuiting van arbeiders een Olympische sport was, zouden sportmerken flink in de prijzen vallen. De sector slaat zich misschien op de borst over zijn fraaie gedragscodes. Maar de inkooppraktijk leidt tot een vorm van concurrentie in de markt die uitbuiting van arbeiders tot gevolg heeft. Het gevolg is dat miljoenen arbeiders door de armoede in een houdgreep worden gehouden en geen eerlijk aandeel krijgen in de enorme winsten. De sportkleding- en schoenenindustrie versterkt daarmee de negatieve uitwassen van globalisering, wat voor velen onzekerheid en kwetsbaarheid betekent en slechts voor een enkeling welvaart.
Het bedrijfsmodel achter globalisering is de kern van het probleem. Ze drukt de prijzen, vraagt naar snelle en flexibele levering en zorgt voor een constante verschuiving van productielocaties naar steeds goedkopere regio’s. Internationale sportkledingbedrijven koppelen miljoenen arbeiders aan de consumentenmarkt door een lange toeleveringsketen en complexe netwerken van toeleveranciers en onderaannemers. De sportmultinationals hebben de macht om van hun leveranciers te eisen dat ze prijzen verlagen, levertermijnen bekorten en zich snel aanpassen aan steeds wisselende opdrachten. De druk wordt via de toeleveringsketen afgewenteld op de arbeiders in de vorm van lage lonen, slechte arbeidsomstandigheden en schending van de rechten van arbeiders.
Veel van deze arbeiders hebben geen mogelijkheid zich tegen uitbuiting en misbruik te beschermen, doordat ze worden gedwarsboomd als ze zich in vakbonden willen organiseren of gezamenlijk willen onderhandelen. Ze vinden daarbij veel te veel obstakels op hun weg. Deze kunnen van administratieve of wettelijke aard zijn. Of er is door de complexiteit van de productieketen geen juridisch herkenbare werkgever. Of de mensen zijn gewoon te bang om geïntimideerd en lastiggevallen te worden. Hierdoor worden ze blootgesteld aan een oneerlijke, onmenselijke en onwaardige behandeling.
Hoofdstuk 1 van dit rapport beschrijft de harde werkelijkheid van het bestaan van de mensen die onderaan de toeleveringsketen werken. Het is gebaseerd op bewijs dat is verzameld door interviews met 186 arbeiders uit zes verschillende landen – Bulgarije, Cambodja, China, Indonesië, Thailand en Turkije. De interviews laten zien dat mensen stelselmatig tegen extreem lage lonen werken, worden gedwongen om buitensporig lange werktijden te maken tegen slechte arbeidsvoorwaarden, seksueel worden geïntimideerd en fysiek of verbaal worden bedreigd. De deelname aan vakbondsactiviteiten is volgens internationaal arbeidsrecht wettelijk toegestaan, maar wordt in de praktijk niet nageleefd. Een aantal van de meest grove schendingen van arbeidsrechten die door ons onderzoek zijn blootgelegd zijn:


  • Indonesische arbeiders worden aangevallen, geïntimideerd en lastiggevallen als ze aan vakbondsactiviteiten deelnemen.

  • Bulgaarse arbeiders krijgen een boete of worden ontslagen als ze overwerk weigeren.

  • Arbeiders in al deze landen naaien sportkleding en sportschoenen, vooral in het hoogseizoen, tot 16 uur per dag, zes dagen per week.

  • Tijdens het laagseizoen ontvangen Chinese arbeiders maandlonen die soms maar 12US$ bedragen.


Hoofdstuk 2 gaat over de wereldmarkt voor sportkleding en sportschoenen – een markt die in 2002 58 miljard US$ genereerde. Een toenemende concurrentie zet de prijzen zwaar onder druk, omdat de sportmerken hun marktaandeel willen vergroten door middel van een meedogenloze onderlinge prijzenslag. De gemiddelde prijs in de VS van een paar sportschoenen is sinds 1997 gedaald van 41 naar 36US$. Voor de toeleveranciers heeft dat geleid tot een markt met dalende inkoopprijzen tegenover stijgende productiekosten. Zo meldt een Hondurese leverancier van sportkleding en -schoenen aan internationale bedrijven een daling van 23 procent over drie jaar in de prijzen per eenheid product. Het is onvermijdelijk dat arbeiders onderaan de keten het meest te lijden hebben onder deze prijzenslag, als fabrieksmanagers hen steeds meer onder druk zetten om harder te werken, meer te produceren in een kortere tijd, tegen minder geld.
Naast deze druk op de prijzen, staan de toeleveranciers ook nog op een andere manier onder druk. Het traditionele systeem van bulkaankopen is vervangen door een systeem waarin van toeleveranciers wordt verwacht dat ze kleinere hoeveelheden leveren op basis van maandelijkse of wekelijkse orders. Productietijden zijn korter geworden. Adidas bijvoorbeeld, wil de productietijd voor sportkleding terugbrengen van 120 naar 90 dagen. Op de werkvloer leidt dit tot buitensporig lange werkdagen en gedwongen overwerk in de race om op tijd aan de exportorders te voldoen.
De sportmerken distantiëren zich van beschuldigingen dat hun inkooppraktijken –de manier waarop ze orders plaatsen en over prijsverlagingen onderhandelen- negatieve gevolgen hebben voor de mensen op de werkvloer. Als bewijs van hun goede bedoelingen wijzen ze op hun beleid omtrent Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en gedragscodes waarin arbeidsnormen zijn vastgelegd. Zoals uit dit rapport zal blijken, maken ze die intenties niet waar. De bedrijfsvoering in de sportkledingsector leidt ertoe, dat leveranciers lage lonen betalen, geen vast werk bieden en arbeidsrechten met voeten treden.
Om buitenlandse investeerders aan te trekken, werken overheden mee aan de uitholling van de rechten van arbeiders om aldus goedkope en flexibele arbeid te kunnen aanbieden. Het recht op organisatie in een vakbond en op collectieve onderhandelingen wordt veelal als eerste ondermijnd. Daardoor worden arbeiders niet meer beschermd en kwetsbaar vooruitbuiting en misbruik.
Hoofdstuk 3 laat zien waarom belangrijke verbeteringen in de arbeidsomstandigheden in de toeleveringsketen van de grootste bedrijven in de sportkleding- en sportschoenenindustrie niet zijn verwezenlijkt. Ondanks een uitgebreide, wereldwijde publiekscampagne die deels heeft bijgedragen aan het opstellen van gedragscodes op het gebied van arbeidsvoorwaarden- en omstandigheden, is er veel te weinig vooruitgang geboekt. Het rapport wijst op drie belangrijke redenen hiervoor:

  1   2   3   4

  • 1. Kijken naar jezelf: stilstaan bij je eigen gedrag
  • A. Positief en negatief zelfbeeld
  • B. Enkele kenmerken van het zelfbeeld 1. Je zelfbeeld heeft invloed op je gedrag
  • 2. Je zelfbeeld wordt gevormd door je vroegere en huidige ervaringen
  • 3. Je zelfbeeld verandert voortdurend
  • Een norm is een concrete richtlijn, afspraak, regel of handeling die je stelt opdat je een bepaalde waarde concreet zou kunnen beleven
  • Geweten en gewetensvorming
  • Preconventioneel niveau
  • Postconventioneel niveau
  • Beginselethiek
  • Bedrijfsfilosofie bij The Body Shop en Coca-Cola The Body Shop
  • Fair Play op de Olympische Spelen Samenvatting

  • Dovnload 400.92 Kb.