Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Ict: Samenvatting handboek (2014)

Dovnload 355.4 Kb.

Ict: Samenvatting handboek (2014)



Pagina1/5
Datum26.04.2017
Grootte355.4 Kb.

Dovnload 355.4 Kb.
  1   2   3   4   5

ICT: Samenvatting handboek (2014)




  1. Grafische technieken

boekdrukkunst: oudheid  rolcilinders en kleitabletten om te drukken

Chinezen  11de eeuw

Nederlander Laurens Janszoon/ Vlaming Dirk Martens

 1450: Johannes Gutenberg: loden letters gieten en gebruiken als puzzelstukjes om

blz tekst samen te stellen

DUS evolutie van handzetten  mechanisch zetten  rotatiepersen,..  elektronisch publiceren

Moderne drukkerijen: tekst en illustraties met computer; digitaal


  1. ONTWERP: vormgeving/layout

= architectuur van de pagina: tekst en beeld over de bladzijde verdelen

samenwerking auteur/opdrachtgever & ontwerper

 vormgever moet intentie van de boodschap begrijpen


  1. ruwe schets op papier

  2. werk- of nettekening: met precieze bepaling waar tekst en illustraties moeten komen

  3. micromontage: met definitieve tekst- & beeldmateriaal

systeemtypologie: grote lijnen van het ontwerp liggen vooraf vast
stramien: kant-en klaar ontwerp dat vormgever enkel met de variabele teksten en illustraties moet opvullen  alle essentiële elementen van de layout
VORMGEVINGSASPECTEN

  1. Formaat: afhankelijk van economische en technische factoren (drukpers)

redactionele factoren (aard van publicatie)

gebruik van de publicatie

formaat van de rekken


  1. Typografie: keuze van lettertype (font) afhankelijk van leesbaarheid, doel en aard boodschap

- Lettertype: schreefloze, schrijfletters, pret- of fantasieletters

vet, cursief, outline

- Lettergrootte: digitaal tijdperk  picapunten/ pica’s

corps = grootte van een letter gemeten van de bovenkant van de hoogste

letter tot de onderkant van de laagste letter

meten van een letter = x-hoogte (hoogte vd onderkastletters zonder stok of

staart bepaalt leesbaarheid van een tekst)

kapitaalhoogte (hoogte vd kapitaal/hoofdletter)

- Letterbreedte: breedtemaat van een letter ( verschillend per letter en lettertype)

links en rechts staat een vaste hoeveelheid wit, kan w afgespatieerd

- Letterstand: helling van de letter (cursief/italic)

- Lettergradatie: verschillen in lijndikte




  1. Regel-, letter- en woordafstand: regelafstand/interlinie

ruimte tss de corpsen van de opeenvolgende regels

  1. regelval: kolommen tekst kunnen op verschillende manieren worden gezet op een blz.  geblokte regelval: regels tekst vooraan en achteraan vormen 1 lijn

 vrije regelval: regels tekst vormen ofwel vooraan ofwel achteraan 1 lijn

  1. niveaus van tekst: teksten w ingedeeld in verschillende niveaus om leesbaarheid te bevorderen  kop, subkop, inleiding, broodtekst, voetnoten

  2. illustraties: voor getekende illustraties opdracht geven aan illustrator

technische eigenschappen

  1. keuze papier: grootte en aard van papier

 meestal A-formaat

 pergamijn, krantenpapier, kromekote




  1. DRUKVOORBEREIDING

  1. Zetten: rangschikken van alfanumerieke tekens tot regels en regels tot kolommen tekst (teksten worden drukklaar gemaakt)

van manueel  mechanisch  elektronisch

elektronisch m.b.v. fotozetmachine (teksten en beelden samenbrengen en op een fotografische drager afdrukken met een belichter)

 OFFSETDRUK: drukvormvervaardiging obv film

eerst loden drukvorm vervaardigen om daar film v te maken

 ELEKTRONISCHE ZETSYSTEMEN: via pc ingebrachte teksten rechtstreeks op

film of fotografisch papier overbrengen

( = teksten drukklaar maken)

Fotozetmachine: - raster image processor (vertaalt digitale gegevens uit zetpc)

- beeldrecorder (belicht bitmapbeeld op film/fotogr papier)

- ontwikkelmachine: ontwikkelt film/fotografisch papier)

 zetsnelheid is hoger en brengt correcties aan, maar is nu vervangen door de COMPUTER-TO-PLATE


  1. Reprografie: illustraties drukklaar maken door de reprograaf

verschillende illustraties: lijnoriginelen, halftoonoriginelen, digitale originelen, kleurenoriginelen,…

klassieke fotografie: sinds 1826 (Daguerre, Talbot en Eastman)

licht w via een diafragma en lens op een licht-

gevoelige materie geprojecteerd. Door

chemische reactie blijft beeld op materie

gefixeerd.

digitale fotografie: digitaal beeld meteen beschikbaar

op pc: beeldbewerkingen

kunnen op digitale media worden opgeslagen

en via netwerken verstuurd & ontvangen w.

Scanning: omdat nog steeds klassieke illustraties verwerkt moeten w

 omzetten v analoge naar elektronische bestanden

in drukkerijen meestal trommelscanners

(kleurscheiding & oprastering van halftoonbeelden  gebruiker moet illusie krijgen v kleurschakeringen omdat kleurpers maar in 1 kleur kan afdrukken)




  1. Micromontage: alle onderdelen van een bladzijde worden samengevoegd door de micromonteur

 foto’s worden op juiste plaats gezet, kaderlijnen aanbrengen, teksten in juiste positie,…

 zetspiegel en bladspiegel van elke pagina worden bepaald



  1. Macromontage: door de monteerder, wanneer hij over alle materiaal beschikt; rekening houden met vouwwijze, bindwijze, mogelijkheden drukpers

 indelingsvel maken waarop alle blz op juiste plaats op een montagefolie worden ondergebracht

 inslagschema bepalen door dummy (manier van ordenen vd bladzijden)



  1. elektronische opmaak (= desktop publishing)

met montagesoftware en grote computerschermen

het opgemaakte beeld wordt daarna met een laserbelichter op film of fotografisch papier gezet



  1. proeven

uitvoeren van kwaliteitscontroles van het drukwerk

- strokenproeven: opgemaakte zetsel controleren

- kleurenproeven: goede weergave van illustraties controleren

-opmaak- en vormproeven: goede plaatsing van alle tekst en illustraties

controleren

-contractproef: proef op ware grootte die de kleuren, tekst en beelden van

het uiteindelijke drukwerk zo exact mogelijk weergeeft

Drukproeven (contractproeven):

- soft proofs: beeld op de computer

- off-press proofs: drukproeven die fotochemisch worden gemaakt zoals

laminaatproeven, overlay proofs en blueline proofs

- digital colour proofs: sinds de opkomst van de volledige digitale opmaak

soort digitale proefsystemen gebruikt

- press proofs: drukproeven die met speciale proefpersen of direct-to-plate

worden gedrukt


  1. drukvormvervaardiging

na de macromontage kan de drukvorm worden vervaardigd.

basis = een van lichtgevoelige laag voorziene aluminium plaat

Deze wordt belicht doorheen de film uit de macromontage. De belichte delen worden zachter en kunnen daarna worden weggespoeld, de niet-belichte delen blijven achter op de drukplaat.

-voor zwart/wit: 1 drukvorm nodig

-voor vierkleurendruk: 4 verschillende drukvormen nodig, 1 voor elke kleur


  1. DRUKKEN

- drukvorm: een drager waarop het te drukken beeld wordt aangebracht

- drukvlak: materiaal dat bedrukt moet worden

- drukinkt: kleurstof die ervoor zorgt dat het beeld op het drukvlak wordt

weergegeven

- drukpers: machine die drukvorm en drukvlak met elkaar in contact brengt zodat

het beeld kan worden overgedragen

3 delen: inleg (papier wordt in de drukpers gevoerd)

drukgedeelte (bestaat uit druktorens, 1 per kleur)

uitleg (na het drukken, poeder wordt tussen vellen gespoten)
 Vellenpersen: papier gaat vel per vel door de pers

 rotatiepersen: er wordt gebruik gemaakt van een papierrol (massadrukwerk)



  1. Klassieke druktechnieken

- hoogdruk:  het te drukken beeld ligt hoog en wordt ingeïnkt; de niet-drukkende

delen liggen lager en ontvangen geen inkt. Een afdruk vindt plaats

wanneer het papier tegen de ingeïnkte delen wordt aangedrukt.

 1 van de bekendste drukkers: Christoffel Plantin (met handpersen)

 nu soms nog gebruikt voor kleine oplagen

 2 varianten op klassieke hoogdruk:

- Flexografie: maakt gebruik van flexibele rubber styps en

sneldrogende vloeibare inkt (voor bedrukken van plastic

zakken en goedkoop eenvoudig drukwerk)

- Foliedruk: gebruikt in de farmaceutische en voedingsindustrie

metaalfolie wordt gelamineerd op het drukwerk

- diepdruk:  het te drukken beeld wordt verdiept in de drukvorm aangebracht

 De dieper liggende delen bevatten de drukinkt en vorm van het beeld

dat moet worden afgedrukt. Beeld bestaat uit putjes/graveringen met

een verschillend reliëf, die worden opgevuld met inkt. Daarna wordt het

papier tegen de drukvorm geperst en wordt de inkt door het papier

opgezogen.

 afgeleide vorm is tampondruk: zachte rubberen tampon wordt over een

voorwerp gerold

- vlakdruk:  een drukvorm met een vlak drukbeeld wordt gebruikt. De techniek

berust op principe dat vet niet met water kan worden vermengd. Drukvorm

is behandeld met een vettige substantie, zodat de niet-drukkende delen

vocht vasthouden en de drukkende delenwaterafstotend zijn en inkt

opnemen. (drukkende partijen stoten water af en nemen inkt op!)

 2 types: - directe steendruk: voor ambachtelijke toepassingen

- offset: voor massadrukwerk dankzij gunstige prijzen,

namelijk voor kranten en weekbladen

(verschil ligt in overdracht van inkt. Bij steendruk wordt er direct

van de drukvorm op het papier gedrukt, bij offset wordt de inkt

van de drukvorm eerst op een rubberdoek overgezet)

 vellenoffset: papier in vellen van juiste formaat gesneden,

die stuk voor stuk op de pers bedrukt worden

 rotatieoffset: papier wordt vanaf een grote rol door de

persen geleid. Is deze vorm dat bij massadruk-

werk gebruikt wordt

- zeefdruk:  gebruikt als drukvorm een sjabloon dat op een zeer fijn geweven zeef

wordt aangebracht. De zeef wordt bedekt met een fotogevoelige laag.

Het sjabloon dekt bepaalde delen van de zeef af en laat andere delen open

De open delen zijn de te drukken delen.

 voor drukwerk met groot formaat en in kleine oplagen, zoals reclame-

borden. Men kan heel veel materiaal bezeefdrukken.


  1. Digitaal drukken

maken de fase van drukvormvoorbereiding en –vervaardiging overbodig

- Printing on demand

- variabele data printing

- distribute and print

 Voordelen: - tijd en kosten voor het maken van de drukvorm vallen weg

- Elk te bedrukken vel kan je mogelijk een andere inhoud geven

Wordt vaak gebruikt in marketingcommunicatie, vanwege de personaliserings-

mogelijkheden.

 2 digitale druktechnieken:

- Direct-to-plate: rechtstreeks belichten van de drukplaat

Het digitaal opgemaakte bestand wordt eerst naar de RIP van de

plaatbelichter gestuurd, die het bestand leest en omzet in een

‘geript’ bestand. Daarmee wordt een kleurproef gemaakt. Daarna

wordt het bestand door de plaatbelichter direct op de drukvorm

belicht. Er wordt meestal gewerkt met offsetplaten.

Ook andere technieken zoals het automatisch met lasers graveren.

- Plateless printing: Er wordt niet meer gedrukt met een drukvorm, geen drukpers

meer. 3 methoden

- xerografisch: volgens fotokopieermachine

beeld wordt geprojecteerd op een foto-elektro-

statische trommel

- laserdruk: volgens laserprinters en is te vgl met offsetprocedé

Toner wordt aangebracht op rubberdoek en met een

tegendrukrol op het papier overgebracht.

- professionele inkjetprinters: kleine inktdruppels worden

computergestuurd op de drager gespoten.

Wanneer digitaal drukken?

 electronic proofing: wordt gebruikt bij proefdrukken door lage prijs

 just-in-time drukken: deel van de drukvoorbereiding valt weg, dus drukken kan

snel gebeuren en herwerkte uitgaven zijn makkelijker uit

te geven.

 personalisering van drukwerk: omdat geen drukplaten worden gebruikt kan elke

druk anders zijn.

 printing on demand: je kunt enkel de inhoud laten drukken die door de gebruiker

wordt gevraagd.


  1. Druktechnieken en toepassingen

- Boekdruk: visitekaartjes, enveloppen, uitnodigingen

- Klein offset: eenvoudig drukwerk op briefpapierformaat (brieven)

- vellenoffset: meest gebruikte vorm van drukken (folders, brochures, boeken)

- rotatieoffset: voor periodieken zoals kranten en tijdschriften

- dieptedruk: zeer grote oplagen, met behoorlijke omvang en in full colour

- zeefdruk: kleine oplagen op bijzondere formaten of met veel kleuren



4) Drukken in kleur

meerdere drukplaten nodig

Kleur = eigenschap van licht die wordt bepaald door de samenstelling van de

verschillende golflengtes waaruit dat licht bestaat. Samenstelling van alle

golflengtes, is het spectrum

Kan ook in intensiteit verschillen (lichtsterkte)

 kleur wordt dus bepaald door de samenstelling van golflengtes die door een

oppervlak worden weerkaatst & de intensiteit van de versch golflengtes.

- alle golflengten volledig absorberen = zwart

- alle golflengtes volledig weerkaatsen = wit

Verschil tussen drukkleuren en beeldschermkleuren

- drukkleuren: gebaseerd op de reflectie van kleur op een voorwerp

3 subtractieve kleuren (cyaan, magenta en geel)

alle 3 100% combineren = zwart, allen afwezig = wit

om zwart te vormen wordt een supplementaire kleur toegevoegd, zwart

( = de key colour)  4 kleuren van subtractieve kleurmenging CMYK

- beeldschermkleuren: additieve kleuren rood, groen en blauw

alle 3 100% combineren = wit, allen afwezig = zwart

Drukkleur wordt ook bepaald door 3 andere eigenschappen

- Tint: onderscheidt de ene kleur van de andere

- helderheid: geeft aan hoe licht of donker een kleur is

- verzadiging: verwijst naar de zuiverheid van een kleur

Vierkleurendruk: meest gebruikte druktechniek voor professioneel drukwerk CYMK

Vijf- of meerkleurendruk: quadridruk gecombineerd met PMS of druk met allemaal

PMS-kleuren  voor verpakkingen

Driekleurendruk: 3 steunkleuren, combinatie van C, M en Y

Tweekleurendruk: meestal zwart gecombineerd met een steunkleur of PMS-kleur

Eenkleurendruk: met alleen zwarte inkt of alleen een steunkleur/PMS-kleur

Kleurmanagement: probleem  kleuren kunnen er op het computerscherm helemaal

anders uitzien dan de uiteindelijke kleur vh drukwerk

Daarom zorgen dat de kleur op verschillende toestellen op elkaar

wordt afgestemd, kan met behulp van kleurmanagementsoftware



  1. AFWERKING

= alle handelingen na het drukken van tekst en illustraties

sommige van deze handelingen door drukker, andere door binderijen



A) Soorten:

- stansen: dmv messen worden figuren uit karton, papier of kunststof gesneden

- pregen: dmv een harde hoogdrukvorm en een tegenvorm wordt een reliëf geperst

in papier of karton

- rillen: dmv een soort mes wordt een rechte lijn in het papier geperst zodat men op

die plek makkelijker kan vouwen

- perforeren: dmv een soort kartelmes worden rijen zeer kleine gaatjes in het papier

aangebracht

- boren: zodat het bedrukte materiaal gemakkelijk in een ringmap kan w opgeborgen

- rondhoeken: dmv ronde messen worden de hoeken van papier of karton afgerond

om de vorm mooier of praktischer te maken.

- holnieten: aanbrengen van een metalen buisje om vellen papier of karton bijeen te

houden (bv kleurenwaaier in de verfindustrie)

- nummeren: dmv kleine drukvormen met automatisch verspringende cijferwerken

worden individuele nummers op het drukwerk aangebracht

- gommeren: op het drukwerk worden kleine gedeelten voorzien van gom of lijm-

soorten (bv zegels, enveloppen)

- lakken: een blanke lak of vernis wordt op delen vh drukwerk aangebracht, om te

beschermen tegen vette vingers, of door hoogglans een afbeelding beter

tot zijn recht laten komen

- lamineren: drukwerk wordt aan 1 of beide zijden voorzien van een transparante

kunststofolie om ervoor te zorgen dat het niet beschadigd wordt door

vocht, vet en vuil

B) Bindmethoden: (inbinden van publicaties)

- Geniet gebrocheerd: de katernen worden bijeengehouden door rugnietjes

- Garenloos gebrocheerd: de katernen worden eerst gefreesd en vervolgens

gelijmd, waarna een slappe omslag om het geheel plakt

- Genaaid gebrocheerd: de katernen worden individueel genaaid, vervolgens

vergaard en op de rug gelijmd & afgewerkt met slappe kaft

- Garenloos gebonden: binnenwerk is gelijmd maar er zit een harde kaft rond

- Genaaid gebonden: katernen worden door de rug met garen aan elkaar gebonden

Er wordt een gaasband tegen de rug gekleefd en een stevig

omslagkarton tegen gekleefd



C) Inline finishing:

verschillende machines worden aan elkaar gekoppeld zodat ze 1 machine vormen waarin verschillende stappen worden uitgevoerd.  alles gebeurt in 1 productielijn

VB: bookfactory: 2 uitgangen, waarbij 1 wordt geniet en 1 voor gelijmde producten


  1. BESTANDFORMATEN

probleem van uitwisselbaarheid van digitale documenten  verschillende digitale bestandsformaten die niet compatibel zijn

2 bestandsfamilies voor beelden, nl bitmapbeelden en vectorbeelden



  1. Bitmapbeelden

samengesteld uit een grote hoeveelheid beeldpunten (pixels). Hoe kleiner de pixels, des te kwalitatiever het beeld (resolutie is dan hoger). Maar hoe hoger de resolutie, hoe groter de digitale omvang van het bestand.

Kunnen niet worden geschaald: wanneer je de afbeelding kleiner maakt, worden er pixels verwijderd en verlies je details.



  1. Vectorbeelden

worden weergegeven via mathematische beschrijvingen. Elke figuur wordt gedefinieerd door een formule die de richting, de vorm en de lengte van de lijnen en beeldvlakken omschrijft.

Paginabeschrijvingstaal nodig om de objecten zichtbaar te maken op een beeldscherm of om ze af te drukken. (omzetten in bitmapbeeld door RIP)

Komt goed van pas bij logo’s, huisstijlen of illustraties.


  1. bestanden aanleveren

zelf aangemaakte beelden/documenten in het juiste formaat kunnen aanleveren aan de drukker. EPS- en vectorbestanden bijna altijd probleemloos.

Bitmapmateriaal: resolutie en formaat is van belang (hoe hoger, hoe beter kwaliteit)




  1. AUTEURSRECHT BESCHERMEN

Kan worden opgespoord wanneer er met documenten of illustraties geknoeid is

Bij elektronische documenten: kopie meestal niet van origineel te onderscheiden, wat weg vrijmaakt voor piraterij en onrechtmatig gebruik van publicaties.

Documenten kunnen op versleutelde wijze elektronisch worden opgeslagen (cryptografie)

steganografie: Op een document, illustratie of geluidsfragment wordt een digitaal watermerk aangebracht waardoor de auteur zijn unieke stempel druk op een afbeelding



  1. EVOLUTIES BINNEN DE GRAFISCHE SECTOR

door technologische en maatschappelijke evoluties

door opkomst en concurrentie van nieuwe elektronische informatiedragers

= nieuwe trends


  1. Drempelverlaging en nieuwe toepassingen

door goedkoper wordende apparatuur en steeds gebruiksvriendelijkere software

aantal activiteiten verschuiven naar communicatie- en reclamebureaus, vormgevers



  1. Ecologisch drukken

procesoptimalisatie, minder gebruik van chemicaliën

  1. Crossmediaal publiceren

data wordt niet meer op film bewaard, maar digitaal op servers

informatie kan dus nog na het drukken worden gebruikt voor andere printtoepassingen



  1. web-to-print/ distribute-and-print

vooral voor klein drukwerk.  totale opmaakproces verloopt online via een centraal online opmaaksysteem. Resultaat kan dan lokaal worden afgeprint via digital printing

  1. 3D-printing

kan objecten driedimensionaal afdrukken, door laag na laag een 3D-model op te bouwen dat met een CAD-computer is uitgetekend

Ontwikkeld door het MIT (Massa-chusetts institute of Technology)

Er wordt gebruik gemaakt van een fijn poeder, telkens worden lagen van dit poeder met elkaar verbonden zodat ze een vaste vorm aannemen.

Gebruikt in de medische sector, in architectuur, in game & filmindustrie




  1. Audio




  1. WAT IS GELUID?

Geluiden zijn afkomstig van bewegende of trillende voorwerpen die drukverschillen in de atmosfeer veroorzaken. Dit luchtdrukverschil wordt als een golf in de ruimte verdergezet. Geluid verplaatst zich met een snelheid van 330 meter/seconde.

 Geluidsgolven van elkaar onderscheiden door:

- Frequentie = aantal trillingen / seconde

bepaalt de toonhoogte

tussen 20 en 20000 Hertz

- Amplitude = uitwijking van het signaal

bepaalt de toonsterkte of – intensiteit (hangt af van de kracht)

boven 120 dB overschrijden we de pijngrens  wordt schadelijk



  1. GELUID OPNEMEN

dmv een microfoon. Deze zet geluidstrillingen om in elektrische spanningen. Geluidstrillingen worden door een membraan opgevangen, die verbonden is met een beweegbare spoel in een magneetveld. De spoel zet de trillingen om in een elektrisch signaal. Deze signalen kunnen via een versterker naar een luidspreker of radiozender worden gestuurd.

 gerichte microfoon: gevoelig voor geluiden uit 1 bepaalde richting

 omnidirectionele microfoon: geschikt voor opvangen van geluiden uit

verschillende richtingen



  1. GELUID WEERGEVEN

Geluidsgolven verzwakken in functie van de te overbruggen afstand. In grote ruimten moet daarom zeker een microfoon en eventueel versterker en luidspreker gebruikt worden!
zelfde als microfoon maar in omgekeerde richting: vanuit een versterker wordt aan de spoel stroom toegeleverd die een magnetisch veld creëert in de permanente magneet. De magneet zal op en neer bewegen en de conus zal trillen, waardoor geluidsgolven worden geproduceerd.

Vermogen uitgedrukt in Watt



Soorten luidsprekers:

- Grote conus = lage tonen

- middentonen

- Kleine conus = hoge tonen

 Klassieke (analoge) luidsprekers: elektroakoestische storingen

 Digitale luidsprekers: storingen worden digitaal gecorrigeerd



  1. Surround Sound

= meerkanaalsstereo: geluid wordt via verschillende kanalen en luidsprekers

weergegeven



  1. Geluid verzenden en ontvangen

Geluidstrillingen planten zich met snelheid van 330 meter/seconde voort

Geluid willen verzenden over grote afstanden, dan moeten de geluidsgolven eerst omgezet worden in een elektrisch signaal!  LF-signaal


LF-signaal is te zwak om over grote afstanden te verzenden. Daarom moet het gemoduleerd worden op een draaggolf.

Via:  amplitudemodulatie: hoogfrequente draaggolf krijgt de amplitude

opgedrongen van het modulatiesignaal. (=AM-signaal)

frequentiemodulatie: hoogfrequente draaggolf krijgt de frequentievariatie

opgedrongen van het modulatiesignaal. (= FM-signaal)


  1. Radiotoestel:

Het gemoduleerde signaal wordt via straal- of satellietzenders en/of via de coaxkabel verspreid en opgevangen via de antenne of de kabelaansluiting. Via de tuner in het radiotoestel kan de gebruiker 1 bepaalde frequentie selecteren. Bij ontvangst wordt signaal weer ontdaan van de draaggolf

VORMEN VAN DIGITALE RADIO



  1. Digitale radio via de ether

DAB (Digital Audio Broadcasting) is een Europese standaard voor digitale

radiotransmissie. Ontwikkeld omdat bestaande FM-systeem steeds minder

voldoet aan de eisen van de gebruiker: frequentieband raakt overbezet, niet

geschikt voor mobiel gebruik.

 T-DAB

 C-DAB


 S-DAB

 DAB is een standaard gebaseerd op de multiplextechniek OFDM. Voordeel hiervan

is mogelijkheid om met Single Frequency Networks (SFN) te werken. Dat zijn

netwerken waarbij meerdere zenders op dezelfde frequentie kunnen worden

uitgezonden! = minder frequentieruimte nodig om hetzelfde aantal radiozenders

te kunnen uitzenden.

Ook door signaal te encoderen betaalradio en Radio On Demand mogelijk

Ook kunnen tekstgegevens worden verzonden

Gebruikte bitsnelheid is 128 Kbps

2 frequentiebanden voor DAB-uitzendingen (TV-band ||| en L-band)

Ontvangst DAB-signalen door radiotoestel, en antenne nodig

Ook opgewaardeerde versie van DAB, nl DAB+  verbeterde audiocompressie en bijkomende foutverbetering

Pulsecodemodulatie: bij omzetten van analoogdigitaal signaal, wordt eerst van het

analoog signaal op regelmatige tijdstippen een staal genomen.

- sample rate: aantal samples per seconde

- sample size: aan elke sample wordt een digitale waarde

toegekend.

Hoe groter, hoe beter de kwaliteit vh digitaal signaal


  1   2   3   4   5

  • Regel-, letter- en woordafstand
  • DRUKVOORBEREIDING Zetten
  • Klassieke druktechnieken
  • Druktechnieken en toepassingen
  • A) Soorten
  • Geluid verzenden en ontvangen
  • Digitale radio via de ether
  • Single Frequency Networks

  • Dovnload 355.4 Kb.