Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Iets over de geschiedenis van deze brochure

Dovnload 237.13 Kb.

Iets over de geschiedenis van deze brochure



Pagina1/8
Datum25.04.2019
Grootte237.13 Kb.

Dovnload 237.13 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8

Kanttekeningen bij de Israëlisch-Palestijnse kwestie
Lucas Catherine en Ludo Abicht

1. Iets over de geschiedenis van deze brochure.

2. Houdt het heilige land zijn beloften?

3. Palestina: het Geroofde Land.

4. Aanvulling.

1. Iets over de geschiedenis van deze brochure:


Deze brochure kwam in 1998 tot stand op verzoek van de leraren verenigingen,Vereniging Vlaamse Leerkrachten (VVL), de Vereniging Leraren Geschiedenis (VLG) en de Vereniging Leraren Aardrijkskunde (VLA).

In 1994 ging een werkgroep van start die de inhoud en de toonzetting van de kwestie Palestina in de leerboeken aardrijkskunde en geschiedenis voor het secundair onderwijs onderzocht. Dit resulteerde in 1996 in een net- en vakoverschrijdend colloquium aan de VUB, georganiseerd samen met de lerarenverenigingen.

Nadien werd ondermeer beslist tot de uitgave van een brochure die sommige aspecten van Israëlisch-Palestijns conflict voor de leraren moest verduidelijken. De brochure, werd na lezing door een werkgroep van leraren en academici, in 1998 door de VVL uitgegeven en op 5000 exemplaren verspreid onder de leden van de lerarenvereingingen VVL, VLG en VLA.

Midden 2001 wou staatssecretaris Boutmans zijn ontwikkelingsbeleid naar de Palestijnen toe duiden en stelde voor om de brochure (lichtjes geactualiseerd) heruit te geven, maar nu ook in het frans en deze in het onderwijs te verspreiden.

De politieke context verscherpte: in België startte een gerechtelijke procedure tegen Ariël Sharon en de tweede intifada brak uit. Twee maal gezichtsverlies voor Israël. De zionistische lobby schoot aan het werk. En zowel Eddy Boutmans, als minister van BZ Louis Michel en premier Verhofstadt werden benaderd om de brochure niet uit te geven. De lobby heeft het gehaald.

Wat u op deze site te lezen krijgt is de oorspronkelijke brochure, de enige versie die ooit werd gedrukt, en een zeer korte actualisering achteraan.



2. Houdt het heilige land zijn beloften?


HET VREDESPROCES IN ISRAËL EN PALESTINA

Si vis bellum, para pacem (wil je oorlog, leg het dan op vrede aan): het lijkt wel, of de Latijnse spreuk in het Midden-Oosten vandaag geperverteerd wordt. Nog nooit werden er zoveel plechtige (vredes)verdragen onder zulke ernstige internationale garanties ondertekend, hebben historische aardsvijanden elkaar zo vaak in het openbaar begroet en omarmd, en werden er zoveel concrete plannen voor een vredeseconomie uitgewerkt, en toch is die vrede zelden zo kwetsbaar gebleken. Het volstaat blijkbaar dat een handvol gefrustreerde, wanhopige, en daardoor fanatiek geworden Palestijnse jongeren zelfmoordraids organiseren om een voorspelbare, harde reactie van de Israëlische regering uit te lokken. Daarmee kan de toestand in de Palestijnse gebieden alleen maar verergeren. Een nieuwe golf van acties en reacties wordt veroorzaakt en niemand weet hoe ze kan worden stilgelegd. En terwijl terroristische aanslagen van de kant van fundamentalistische joodse groepen het vredesproces duidelijk bevorderen, zoals gebleken is na de moord op premier Yitzhak Rabin, heeft elke actie van hun Palestijnse tegenhangers en geestverwanten zonder twijfel het omgekeerde effect. Het lijkt wel of de ongeveer zeven miljoen Israëli’s en Palestijnen van wie de grote meerderheid – 80% van de Palestijnen en tot voor kort 55 tot 60 % van de Israëli’s – het vredesproces uitdrukkelijk steunde, definitief of voor een onzalig lange periode gegijzeld worden door de extremistische, gewapende marges in beide kampen. Het einde van de nu meer dan honderd jaar oude strijd lijkt nog niet in zicht, met alle ellende van dien.


Wellicht heeft het ook veel te maken met de dubbelzinnigheid van het begrip “vrede” zelf: voor de meeste Israëli’s betekent “vrede” dat er een einde komt aan het voortdurend bedreigd worden door Palestijnse terroristen en vijandige Arabische staten. Dit vredesvooruitzicht wordt vaak gekoppeld aan het visioen van Shimon Peres van een grote “Midden-Oosterse Gemeenschappelijke Markt” die op termijn tot een politieke confederatie van Israël, Jordanië en Palestina zou kunnen leiden.

Voor de Palestijnen betekent “vrede” echter in de eerste plaats het recht op een volledige autonomie in een eigen soevereine staat die, als gelijke partner met de buurlanden, over concrete vormen van economische, politieke en militaire samenwerking kan onderhandelen.


Dat zijn twee verschillende agenda’s, die elkaar weliswaar niet noodzakelijk uitsluiten, maar die voorlopig in geen van de afgesloten verdragen expliciet zo vermeld werden en daarom in beide kampen aanleiding geven tot interne verdeeldheid en gevaarlijk frustraties. Toch is er sinds september 1993 heel wat gebeurd dat wijst in de richting van een oplossing van het probleem: Israël en “de Palestijnen” (niet:Palestina) hebben elkaars recht op bestaan uitdrukkelijk en plechtig erkend;

  • De Palestijnse leiding heeft haar traditionele eis op een teruggave van het totale Palestijnse mandaatgebied opgegeven en haar eis beperkt tot ongeveer 22 % van het vroegere territorium;

  • Ze heeft zich bereid verklaard om naar een wisseloplossing te zoeken voor het probleem van de terugkeer van de vluchtelingen van 1948;

  • Er zijn geheime maar toch opvallend vaak uitgelekte besprekingen aan de gang over de toekomst van Jeruzalem, zelfs tussen Palestijnse leiders en vertegenwoordigers van de kolonisten op de Westelijke Jordaanoever;

  • Het Israëlische leger heeft zich teruggetrokken uit de meeste Palestijnse stadskernen;

  • En de Palestijnen hebben in de verkiezingen van 20 januari 1996 voor het eerst een eigen parlement verkozen, waarvan de overgrote meerderheid officieel achter de diplomatieke strategie van Yasser Arafat staat.

De internationale opinie, in dit geval vooral de VS en Europa, heeft deze ontwikkelingen met instemming begroet, zodat het om geopolitieke redenen moeilijk zou zijn deze verworvenheden teniet te doen. De vraag is of de acties van extremistische groepen aan beide kanten dit proces alsnog kunnen bevriezen of althans, wat waarschijnlijker is, inhoudelijk zodanig uithollen dat er “aan de grond” weinig van overblijft. Om deze vraag te beantwoorden, is het nodig de grote lijnen van de geleidelijke toenadering te schetsen, om vervolgens het vredesproces zelf, de zogenaamde “Oslo-verdragen”, onder de loep te nemen. Eerst dan wordt het mogelijk de reële kansen op een definitieve oplossing realistisch in te schatten.


  1   2   3   4   5   6   7   8

  • 2. Houdt het heilige land zijn beloften

  • Dovnload 237.13 Kb.