Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Illustraties/ (voor)beelden/ citaten ten dienste van de overdracht van de bijbelse boodschap

Dovnload 301.99 Kb.

Illustraties/ (voor)beelden/ citaten ten dienste van de overdracht van de bijbelse boodschap



Pagina2/10
Datum28.10.2017
Grootte301.99 Kb.

Dovnload 301.99 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Jesus Christus – het waarachtige Licht der wereld

In Johannes 10:22 lezen we: ‘En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem en het was winter.’ Deze woorden herinneren aan de inwijding van de tempel te Jeruzalem in de tweede eeuw voor Christus door Judas Makkabeüs. De Seleucidische tiran Antiochus Epifanes IV had namelijk de tempel in Jeruzalem ontwijd en daar zelfs varkens laten opofferen ter ere van de Griekse hoofdgod Zeus. In december 165 vChr. echter kregen de Joden de tempel weer in handen onder leiding van Judas Makkabeüs. En ter herinnering aan de her-inwijding van de tempel vieren de Joden later jaarlijks in de koude wintermaand (op 25 Kislev) het zogenaamde Chanoekafeest, ook wel genoemd het Engkainia-feest; dat is: het feest van de vernieuwing van de tempel. Het is het prachtige feest van de lichten ofte wel candle-feest (met negenarmige kandelaars), gevierd in het donkerste jaargetijde. Acht dagen lang wordt dan elke dag op de negenarmige kandelaar een kaarsje meer ontstoken (het negende wordt gebruikt om er om de andere mee aan te steken. In die feest-periode was oudtijds het tempelcomplex feestelijk verlicht door vele brandende kaarsen. In de boeken van de Makkabeeën is daarover meer te lezen (1 Makk.4:36vv; 59; 47vv). In 2 Makk.1: 9 heet dit feest het Loofhuttenfeest van de maand Kislev (zie ook 2 Makk.10:6v; Josephus 12, 7.7).


De Joodse traditie vertelt van een wonderlijk gebeuren m.b.t. de heilige olie voor de kandelaar in de tempel. Toen de Grieken in de 2e eeuw de tempel binnendrongen, verontreinigden zij ook alle olie in de tempel. En toen de

vijand door de Hamoneeën verdreven was, vonden de Joden nog slechts een flesje niet verontreinigde olie, in het bezit van de hogepriester. Er was echter slechts zoveel olie in dat flesje als nodig was voor het aansteken van de heilige lamp voor een dag. En toen gebeurde het wonder: de lamp bleef er acht dagen lang op branden (zie Misjna; Tractaat Shabbat 22b). Daarom wordt het Chanoeka-feest nog steeds acht dagen lang gevierd.


Het is ter gelegenheid van dit Chanoeka-feest, dat Jezus in de voorhof van Salomo wandelt en Zichzelf aan het Joodse volk presenteert als de Gezondene van de Vader. Hij is het Licht der wereld (‘Shamash’; Gods zon, schijnend in de donkere wereld). Op het Kerstfeest waarop de Christelijke kerk de komst van het Licht der wereld gedenkt in de geboorte van Jezus Christus, komt ten diepste het Chanoeka-feest tot zijn vervulling. Jezus Christus is Gods tempel onder ons. Hij is ook het waarachtige Licht dat nu schijnt. En aan dit grote Licht ontsteken al Zijn volgelingen het kaarsje van hun leven.
3. GOD DE HEILIGE GEEST (TRANSFORMATOR)
De Geest als transformator

Niemand kan Gods Geest ‘linea recta’ ontvangen. Gods Geest komt ‘via’… Ergens in de buurt van ons woonhuis staat een trans­formatorhuisje. Daar wordt de elektriciteit van de energiecentrales en van de hoogspanningskabels omgezet in een voltage dat bruikbaar is voor de verlichting en verwarming van ons huis. Als dat niet gebeurde, als wij direct aansluiting zouden zoeken aan die hoogspan­ningskabels, zouden alle stoppen doorslaan en wij zouden er zelf het leven bij laten.

Welnu, zo is het ook in het contact met God. Hij is de Heilige. Wij zijn onheiligen, of we het weten of niet.Er is geen doen aan om linea recta in contact te komen met een God Die het kwade niet zien kan. Als wij met die God geconfronteerd worden, brengen we het er niet levend af. We zullen het eeuwig bester­ven. ‘‘t Godd'loze volk wordt haast tot as….’ (Ps.68:1 ber.).

Maar… als daar nu voor ons verzoening is gedaan? Als een Ander voor ons de schuld wilde dragen? Als Jezus voor ons in Gods toorngericht wilde

omkomen? Het is door Christus’ verzoeningswerk, dat de weg ontsloten wordt naar Gods Vaderhart en de gemeenschap met God tot stand komt. En op basis daarvan wordt door Gods Geest het aangezicht van God voor ons getransformeerd in een gelaat met vriendelijke ogen. Zo mag het dan zijn: ‘Hij kusse mij met de kussen van Zijn mond’ (Hoogl.1:2a).


  • Augustinus:‘De Heilige Geest is de kus van de Vader aan de Zoon’


4. DE BIJBEL/ GODS WOORD
Geef mij dat boek

John Wesley schreef: 'Een ding wil ik weten, de weg ten hemel.. God Zelf heeft Zich verwaardigd die weg te leren. Hij heeft die in een boek beschreven. 0, geef mij dat hoek: Geef het voor elke prijs, dat boek van God... Laat mij zijn: 'homo unius libri' (mens van één boek). Uit James I. Packer, Fundamentalisme en het woord van God, a.w., p. 72.


Zoek het dicht bij huis

Er was eens een arme schoenlapper in Friesland die droomde van een schat die ergens onder een brug in Amsterdam begraven lag. Wat deed hij? Hij ging naar Amsterdam, zocht dagenlang, maar vond niets. Wel ontmoette hij daar een arme bedelaar die hem zei, dat hij de gewenste schat dicht bij zijn eigen huis in Friesland onder een paaltje kon vinden. Thuisgekomen, ging hij op de aangeduide plaats graven en vond inderdaad onder een paaltje een ketel met kostbare oude geldstukken; op die ketel stond in het latijn geschreven (de dominee vertaalde die woorden voor hem): hieronder ligt er nog één. Hij groef verder en kwam inderdaad een tweede ketel met een schat tegen. Het geluk lag dichterbij huis dan hij dacht; een ander (een arme bedelaar) moest hem daarop attenderen. Zo gaat dat wel vaker.


Wonderen in de Bijbel

Ergens in een park in Amsterdam zit een man in zijn Bijbel te lezen. Het verhaal van de doortocht van het volk Israël door de Rode Zee. ‘Wat een

wonder!’, denkt hij. Dan komt daar een theoloog voorbij. ‘Zal ik je dat eens uitleggen’, zegt hij. ‘Weet je, de Israëlieten zijn door een droog gevallen zij-

arm van de Rode Zee getrokken; er stond op dat moment juist maar een klein beetje water in. Begrijp je het nu?’ Weg wonder! Even later kwam de theoloog opnieuw voorbij; hij zag, hoe de man nog steeds met grote ogen van verbazing in zijn Bijbel zat te lezen. ‘Wat leest u nu toch weer’, vroeg hij. ‘Wel’, antwoordde de man, ’hebt u mij zojuist niet verteld, dat er maar een klein beetje water op de bodem van de Rode Zee stond. Dan is dus het wonder des te groter. Want in dat kleine beetje water zijn de Farao en zijn ruiters dan toch maar verdronken!?’


Autos efa’

In de Griekse oudheid was er een filosofenschool waar ooit een gezaghebbende leraar aan verbonden was geweest. Als de leerlingen van die school verdeeld waren in hun mening over een bepaalde zaak, maar iemand van hen kon zeggen ‘Autos efa’ – ‘hij (onze grote meester) heeft het (dit of dat) gezegd’, dan was dat het eind van alle tegenspraak. Voor christenen is de Bijbel – Gods Woord – het eind van alle tegenspraak.


Twee of drie…

Rabbi Chanina (ong.135 n.Chr.) heeft gezegd: ‘Als daar twee mensen bij elkaar zitten en woorden van de Thora zijn in hun midden, dan woont de Shechina (God Zelf) in hun midden.’


Gods liefdesbrief

Ik herinner me een vrouw in mijn eerste gemeente die in de oorlogsjaren (1940-1945) een zoon had verloren. Hij was in ford De Bilt gefusilleerd door de Duitsers. Vlak voor zijn dood had hij zijn moeder nog een brief geschreven. Zij bewaarde die als een kostelijk kleinood. Geen wonder. Zo mogen wij ook wel het Woord van onze God bewaren, Zijn liefdesbrief, aan ons geschreven.


Loodrecht boven ons

J.H. Bavinck vertelt ergens, dat hij eens op reis naar het zendingsterrein met een passagiersschip de evenaar passeerde. Toen, zo vertelt hij, viel opeens de zon loodrecht onze hut onder in het schip binnen. De zon boorde zich als het ware door een koker heen die de hut met het dek van het schip verbond.

Zo - aldus Bavinck – geschiedt het, als een tekst uit Gods Woord door de zon van Gods Geest opeens bestraald wordt. Dan is alles één en al licht en vreugde.
Het boek van God op zolder?

Een kind vond bij de schoonmaak op zolder een oud boek. ‘Wat is dat voor boek’ , vroeg het aan zijn moeder. Moeder antwoordde: ‘Kind, dat is het boek van God’. Waarop het kind zei: ‘Zouden wij dat boek dan maar niet aan God teruggeven; want wij lezen er toch nooit in’.


Gods Woord een energiebron

De zon stond hoog aan de hemel, En elke dag zat zij daar. Aan de zijde van de weg. De verkoopster van fruit. Achter haar: kisten met appels en pruimen. En als er geen klanten waren in haar tentje, nam zij haar Bijbel en studeerde erin. Toen kwam daar op een dag iemand voorbij, die haar zag stude­ren in haar boek. Hij vroeg: 'Wat leest u daar'?' 'De Bijbel, mijnheer', antwoordde zij, 'het Woord van God.''Het Woord van God? Maar hoe weet u, dat dat boek het Woord van God is?' Een moeilijke vraag. 'Mijnheer', zei ze. 'Kijkt u eens omhoog. Hoe weet u, dat dat daarboven de zon is?' 'Dat is niet moeilijk', was het antwoord van de heer. 'Dat kan men voelen. De zon geeft licht en warmte.' 'Goed', antwoordde de verkoopster. 'En zo weet ik ook, dat dit boek het Woord van God is. De Bijbel geeft licht en warmte. Als u daarin leest, voelt u het.' De Bijbel is het Woord van God. Een energiebron. Daardoor ontsteekt de levende God in ons een zon die licht en warmte verspreidt.


Heel de Bijbel uit het hoofd

Ik las eens van een Joodse man die heel het Hebreeuwse Oude Testament uit het hoofd kon opzeg­gen. Dat is ontzettend knap. Hoeveel tijd zal het hem gekost hebben om zover te komen!? Toch is het niet het belangrijkste, dat we de Bijbel uit het hoofd kunnen opzeggen. Dat op zich is het niet dat ons tot Licht der wereld maakt. Israel, u en ik kunnen alleen Licht der wereld zijn, als het vuur van het liefdeswerk van God in Christus in ons ontstoken wordt.



Een kind van twee á drie jaar

‘Een kind van twee á drie jaar, als het met Gods Woord bekend gemaakt wordt, of één van zes jaar, als het heeft leren lezen, kan zo veel van Gods Woord in zich opnemen, als het nodig heeft, om zalig te worden. Ook leert zulk een kind veel gemakkelijker teksten uit de Bijbel van buiten, dan, om eens wat te noemen, catechismusvragen.’ (Uit H.F.Kohlbrügge, De gouden scepter toegereikt, a.w., p..308).




  • Wie zich eerbiedig buigt voor het (historisch) gezag van de Bijbel (Gods Woord) komt daardoor echt ‘op verhaal’.

  • J.Calvijn over de brief aan de Romeinen: ‘Als iemand die begrijpt, dan ligt de weg voor hem open voor het verstaan van de hele Schrift.' Uit James I.Packer, Fundamentalisme en het woord van God, a.w.,p. 100.

  • In de hal van een kleuterschool in Zeist stond op een muur een tekst uit Psalm 90 (Psalm 90?ja): ‘Verzadig ons in de morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen en verblijd zijn in al onze dagen’ (Ps.90:14).


5. LEVEN UIT HEILSFEITEN
Lelies in Gethsemane

Er is een oude legende die vertelt over Jezus’ gebedstrijd in Gethsemane. Toen Jezus Zich neerboog voor Zijn Vader in de hemel, bogen alle bloemen vol eerbied hun kopjes. Toch deden niet alle bloemen aan dit treurspel mee. In de hof stonden ook witte lelies, schoner dan Salomo in al zijn heerlijkheid. Ze stonden daar fier en trots. Zij wilden hun kopjes niet buigen. Totdat Christus Zelf naar die lelies keek. Hij verwonderde Zich over hun trots. En wat gebeurde er toen? Door de blik van de lijdende Zaligmaker bloosden de leliën zo sterk, dat zij vuurrood werden en snel haar hoofdjes bogen. Daarom – aldus deze legende – zijn er in het Joodse land vandaag nog steeds rode lelies en daarom buigt zich ook in onze dagen nog de lelie ter aarde. Lelie is in het Hebreeuws: sjosjana (Suzanna). Uit: Vilh.Møller Jørgensen, Plantenleven in de Bijbel,a.w,.p.79.




Goede Vrijdag/ Pasen (M.Luther)

M.Luther: ‘Al gevoelt gij, dat de zonden u nog drukken, zeg dan toch desondanks: ‘ik voel ze niet en dat komt, omdat ik op de Goede Vrijdag nog al mijn zonden aan Christus zag hangen, maar op de Paasdag zijn ze alle ---weg.’’


Stabat mater…

Stabat mater dolorosa (een treurende moeder staat

Iuxta crucem lacrimosa onder tranen naast het kruis)
Altijd brandend altaarvuur

In de Misjna – een oud Joods geschrift waarin de mondelinge traditie inzake de wetsuitleg is vastgelegd – wordt ergens verhaald, dat in de tempel te Jeruzalem het vuur van het brandofferaltaar altijd moest blijven branden. ’s Nachts, als iedereen sliep, moest daarom de dienstdoende priester over het donkere tempelplein gaan; hij mocht geen lamp bij zich hebben. Hij moest zijn weg zoeken bij het licht van het altaarvuur dat eeuwig brandde en op dat altaar de as opruimen. Zo blijft ook ons altaarvuur branden, eeuwig: op Golgotha. Zie prof.dr.J.H.Bavinck, Het geloof en zijn moeilijkheden,a.w. p. 79.


Kruisdrager van der jeugd af aan

Er bestaat een schilderij waarop Jezus is afgebeeld, werkzaam in de timmermanswinkel van vader Jozef in Nazareth. Hij draagt een hout op de schouder. En als u goed kijkt, ziet u ook de schaduw van Jezus op één van de wanden. Hij met het hout op de schouder. En tezamen vormen zij een kruis.


Immanuel; een vaste oeververbinding

Ik ben van huis uit een eilandbewoner. Ik kom van de Hoekse Waard. In vroeger tijden was hier nog geen sprake van een brug en zeker niet zoals nu van een tunnel waardoor wij naar de vaste wal konden gaan. Wij leefden in feite behoorlijk in een isolement. In de vorige eeuw echter kwamen er bruggen, zelfs één over het Haringvliet (richting Zeeland). En er kwamen

tunnels door de Oude Maas en de Dordtse Kil. Dat bete­kende: opheffing van ons isolement. Nu, in de Immanuel heeft God iets dergelijks ge­daan. Hij

heeft Zijn oever met die van ons verbon­den. Hij hief ons isolement op. God met ons. Immanuel.


Jezus - de ladder

Als ik in een rivier door het ijs ben gezakt en in een wak lig, kan ik proberen om uit dat wak te klimmen. Maar mijn erva­ring zal zijn, dat het ijs steeds afbrokkelt. Ik kom er op eigen kracht niet uit. Ik ben alleen maar echt te helpen, als er een ladder over het ijs naar mij toe wordt ge­scho­ven. Daar kan ik mij aan vast­klem­men. Daarop kan ik veilig naar de oever toe krui­pen. Jezus is die ladder, van God uit u naar u toege­schoven.


Rondom Jezus’ verlaten graf (John Bunyan)

John Bunyan, de grote worstelaar die gedurende heel zijn leven gezocht heeft naar de grond van zijn behoud, zag tenslotte al zijn heil vastliggen in de opgestane Christus. Op zondag, als hij de klokken hoorde luiden, dacht hij terug aan Jezus' opstanding uit de doden. En dan zag hij Hem, springende en huppe­lende rondom Zijn verlaten graf, omdat Hij daar voor eeuwig de rechtvaardiging van John Bunyan had bewerkt.


Een zwak verhaal van een zwak geslacht?

In het Nieuwe Testament verkondigen vrouwen als eerste opstandingsge-tuigen, dat Jezus is opgestaan. In de Grieks-Romeinse wereld van toen was dit als ‘bewijsmateriaal’ uiterst zwak. De vrouw had ‘geen stem’. Niettemin (omdat de feiten nu eenmaal zo lagen), geven de schrijvers van het Nieuwe Testament vrouwen als eersten het woord m.b.t. de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Хρίστος ανεστη – Christus is opgestaan. Zie Alister Mc Grath, Jezus de God die mens werd; a.w. p.79.


Het Paaswonder (Ds.van der Linden – Amsterdam)

Er verschijnen dikke boeken over. Van een dominee uit de Westerkerk (Amsterdam), ds. van der Linden. Hij vertelt daarin een begrijpelijk verhaal over een begrijpelijke Jezus. Wat de Evangeliën vertellen, berust op fantasie. Hij weet het blijkbaar beter. Dat Jezus aan een kruis gestorven is, zal wel waar zijn. Maar dat hij is begraven en opgestaan, dat hebben de


evangelisten maar verzonnen.En de voorgangers in de kerken hebben 20 eeuwen lang gewoon leugens verteld. Belachelijk.
Pinchas Lapide over de opstanding

De Joodse geleerde Pinchas Lapide heeft enige tijd geleden geschre­ven, dat de mogelijkheid van een lijfelijke opstanding van Jezus zeker niet uitgesloten moet worden. Hoe is het anders te verklaren, dat 'onver­sneden plattelanders uit Galilea die om een heel nuchtere reden,namelijk de kruisiging van hun meester, wanho­pig bedroefd waren, in een ommezien veranderden in een uit­bundig jubelende heilsge­meente? Dat moet een concrete oorzaak hebben gehad’. Zie P.Lap­ide, Opstanding,a.w. p.82v.


De doden staan weer op (Newton)

De engelse wis-en natuurkundige Is.Newton (ong.1700) kwam eens met zijn studenten langs een begraafplaats. ‘Wie is er zo dwaas’, zei één van hen, ‘dat hij nog gelooft, dat deze doden zullen opstaan?’

Newton, terug in de collegezaal, nam een pot en deed daarin zand en ijzervijlsel. Dat schudde hij goed door elkaar heen. Toen vroeg hij aan zijn studenten: ‘Wie is er zo wijs, dat hij het ijzervijlsel uit het zand kan halen?’ Daarna nam hij een grote en sterke magneet. Die hield hij boven de pot. En zie, de ijzerdeeltjes sprongen eruit.

Zou God de Almachtige dan niet uit het stof de dode mens kunnen ophalen? De mens die slechts met de mogelijkheden van zijn eigen geest rekent, loochent het. Maar wie de Geest die uit God is, mocht ontvangen, buigt eerbiedig voor de Heere. Bij Hem is geen ding onmogelijk.


Geestelijke ‘achteropkomers’

In Handelingen lezen we van discipelen te Efeze die nog niet op de hoogte van de heilsfeiten waren; geestelijke ‘achteropkomers’. Zij leken op die man die zich in de tweede Wereldoorlog verstoken had in een donker bos. Een jaar na het einde van de oorlog, hoorde hij het pas, dat de vrede was gekomen. Wat liep die man een eind achter.


Daar staat geschreven; er is geschied

De eerste Wereldoorlog is officieel beëindigd met de vrede van Versailles (28 juni 1919). Toch is de beslissing inzake de vraag, wie de oorlog winnen

zou, eigenlijk al veel eerder gevallen, nl. met twee slagen aan de Marne (in 1914 en in 1918). En reeds bij de eerste slag aan de Marne, toen de Duitsers geslagen, hoewel nog niet verslagen waren, was het duidelijk wie de oorlog

zou verliezen. Zo is het op Golgotha reeds duidelijk geworden, dat de satan de strijd heeft verloren. Toch voert hij sinds die tijd nog maar steeds zijn loopgravenoorlog. De gelovigen echter mogen leven uit de heilsfeiten: daar staat geschreven; er is geschied.


Τουτωι νι κα - Toetooi nika (Constantijn de Grote)

Er is een oude legende waarin ons verteld wordt, dat keizer Constantijn de Grote die van de christelijke godsdienst de staatsgodsdienst van het Romeinse rijk maakte, in het jaar 325 n.Chr., in de late namiddag, toen hij zich met een groot leger gereed maakte voor een veldslag, opeens aan de

verdonkerende hemel een teken zag: een lichtend kruis en boven dat kruis de woorden: toetooi nika - in dit teken overwin .


  • Augustinus over Jezus’ stervensmoment (‘En het hoofd buigende gaf de geest’; Joh.19,30): ‘Hij boog het hoofd, alsof Hij Zijn gelaat ons aanbood voor een kus’.

  • ‘God in de kribbe’. M.Luther heeft eens urenlang in stomme verbazing zitten staren op die vier woorden: ‘God in de kribbe’.

  • 'Het hele paas­evangelie en daarmee het hele Evangelie kan blijk­baar op de nagel van een duim geschreven worden. Zo eenvoudig is het' (A.A.van Ruler).

  • Reeds om één zondaar te redden, was de dood van Gods geliefde Zoon nodig. Maar door Zijn dood is het ook mogelijk geworden, dat er een schare die niemand tellen kan, wordt gered.

  • Gustaaf Adolf gaf aan zijn soldaten in de slag bij Breitelfeld (1631) en bij Lützen (1632) dit wachtwoord mee: ‘God met ons’.


6. PREDIKING/ KERK
Predik Christus

‘Predik Christus, totdat gij Hem kent en daarna, omdat gij Hem kent.’ Aldus C.H. Spurgeon tot een predikant die bevreesd was Christus niet te kennen.



Wij willen Jezus wel zien

C.H. Spurgeon vertelt in één van zijn preken het volgende voorval. Gemeenteleden hadden eens in hun kerkgebouw tegen de voorkant van de kansel onder de kanselbijbel een groot papier opgehangen met daarop de woorden: Heer, wij wilden Jezus wel zien (Joh.12:21). Elke voorganger op weg naar deze kansel wist dus wat hij te doen had.


Zoeken waar we ’t kwijtraakten

Iemand verloor bij het uitstappen uit de tram een rijksdaalder. Wat deed hij? Hij ging een eind verderop bij het licht van een straatlantaarn zoeken. Maar daar had hij die rijksdaalder niet verloren. Het is niet goed om Gods genade te zoeken bij eigen licht. We moeten die zoeken waar we haar zijn kwijtgeraakt. En we kunnen die vinden in Gods onfeilbaar Woord.


O, coelum…

Een dienaar des Woords moet niet zijn als die bespottelijke toneelspeler die uitriep: ‘O coelum’ (‘o hemel’) en intussen met zijn vinger naar de aarde wees.


Als vlinders in Gods tuin (C.H,. Spurgeon)

Volgens C.H. Spurgeon zijn er mensen die als vlinders zijn in de tuin van God. Ze zitten nu eens op dit bloempje, dan weer op een ander. Ze laten zich door elke leer op sleeptouw nemen, als deze leer maar met veel gewicht en overtuigingskracht naar voren wordt gebracht. In zijn dagen waren er - aldus Spurgeon – mensen die ’s morgens een Calvinistisch prediker (een man van vrije genade) hoorden en zeiden: ‘O, hoe schoon’. En als zij ’s avonds een Arminiaan (een man van de vrije wil) hoorden, zeiden ze: ’Er ontbrak niets aan.’


Jonathan Edwards onder het gehoor van George Whitefield

Dr. D.Martin Lloyd Jones vertelt ergens van Jonathan Edwards, een bekend puriteins prediker in Engeland, dat hij eens bij George Whitefield onder het gehoor kwam. En al luisterend naar deze opwekkingsprediker, raakte hij zo vol, dat de tranen hem over de wangen stroomden en een hemelse glimlach


hem op het gelaat lag. Dat is dus wat anders dan ‘rabiës theologorum’ (het altijd beter kunnen dan een collega theoloog).


Zegen op de bediening (J.Bunyan)

John Bunyan schreef eens: ‘Indien mijn prediking geen vrucht voortbracht, was het mij onverschillig, wie mij gunstig beoordeelde. Maar was mijn prediking vruchtbaar, dan was het mij om het even, wie deze veroordeelde.’


Het Evangelie jaagt mij schrik aan (Augustinus)

Augustinus heeft eens gezegd: ‘Als het aankomt op vrij zijn van beslommeringen, daar is geen mens meer op gesteld dan ik. Want niets is beter, niets is zoeter dan het doorvorsen van de Goddelijke schatten, ver van alle rumoer. Maar altijd weer preken, disputeren, berispen, stichten, voor iedereen klaar staan - dat is een grote last, een zware druk, een afmattend werk. Wie zou zich daaraan niet willen onttrekken? Maar het Evangelie jaagt mij schrik aan!’ (uit sermo 339,4: F.van der Meer, Augustinus de zielzorger, a.w.; titelpagina).


Bidden om zegen onder Gods Woord (C.H. Spurgeon)

C.H. Spurgeon vertelt ergens van een predikant die veel zegen had op zijn bediening. Op een dag werd hem geopenbaard, dat die zegen middellijkerwijs te danken was aan een man die tijdens de preek onophoudelijk op het trapje van de kansel zat te bidden.


Wilhelmus Varicius (Wageningen)

Op 14 september 1578 kreeg Wageningen zijn eerste gereformeerde predikant: Wilhelmus Varicius. Deze man was reeds boven de zestig, moest aanvankelijk in een herberg wonen en leed armoede. Ondanks zijn hoge leeftijd ging hij theologie studeren in Leiden om omgeschoold te worden van priester tot reformatorisch herder en leraar. In 1582 kwam het kerkgebouw (Grote Kerk op de markt) in handen van de Gereformeerden.


Ph.J.Hoedemaker en de Vaderlandse Kerk

Over de Vaderlandse kerk gesproken: Ds.R.Bartlema verhaalt in zijn boek ‘Wereldoverwinnend geloof’, dat de moeder van de onder ons bekende

dr.Hoedemaker reeds voor zijn geboorte van God de belofte had gekregen, dat haar kind voor Neêrlands kerk tot grote zegen zou zijn. Hij werd gedoopt in de afgescheiden gemeente van ds.Scholte te Utrecht. Hij emigreerde voor een tijd naar Amerika. Maar in het bijzonder voor Nederland en voor de vaderlandse kerk alhier heeft hij later toch grote betekenis gekregen.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


Dovnload 301.99 Kb.