Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Illustraties/ (voor)beelden/ citaten ten dienste van de overdracht van de bijbelse boodschap

Dovnload 301.99 Kb.

Illustraties/ (voor)beelden/ citaten ten dienste van de overdracht van de bijbelse boodschap



Pagina5/10
Datum28.10.2017
Grootte301.99 Kb.

Dovnload 301.99 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

12. HOOP
De doos van Pandora

De oude Grieken vertellen ons de mythe van de doos van Pandora. Pandora was een vrouw die naar de aarde gestuurd werd door de goden om de mensen te straffen, omdat Prometheus het vuur uit de hemel had gestolen. Zij had een grote doos bij zich, vol onheilen en rampen. Nieuwsgierig opende zij die doos om te kijken wat erin zat en opeens begonnen alle ongelukken, ziekten en rampen eruit te stromen en zich over de aarde te verspreiden. Op het nippertje echter, toen ze zag wat er gebeurde, deed Pandora de doos dicht. En wat bleef er toen nog aan de rand van die doos hangen: de hoop. Toch nog een beetje hoop die de mensheid enige verlichting bezorgt. Ja, schrale troost. Zing liever met H.F.Kohlbrugge:


Al is de smart ook nog zo groot,

Al wordt het u ook nog zo bang,

Schud uit uw leed in ’s Heeren schoot,

Dan zingt ge dra een lofgezang.




Alles wordt nieuw, de hemel en de aarde

H.F.Kohlbrugge schreef eens: ‘Daarom wanneer ik sterf – ik sterf echter niet meer – en iemand vindt mijn schedel, zo moge deze schedel hem nog prediken: Ik heb geen ogen, toch aanschouw ik Hem; ik heb geen hersens of verstand, toch omvat ik Hem; ik heb geen lippen, toch kus ik Hem; ik heb geen tong, toch zing ik Hem lof met u allen die Zijn Naam aanroepen. Ik ben een harde schedel, toch ben ik geheel zacht geworden en versmolten in Zijn liefde; ik lig hier buiten op het kerkhof, toch ben ik binnen in het Paradijs. Alle lijden is vergeten. Dat heeft Zijn grote liefde voor ons gedaan,

toen Hij voor ons Zijn kruis droeg en uitging naar Golgotha.’ (Uit: Documenta Reformatoria; teksten uit de geschiedenis van kerk en theologie

in de Nederlanden sedert de Hervorming); Deel II (van de 18e eeuw tot 1940); Kampen 1962; a.w. p.188 (nr.516 Golgotha).


De zachtmoedigen beërven de aarde

Enige tijd geleden hoorde ik het verhaal van een boer die met zijn knecht over zijn landerijen wandelde. 'Kijk', zei de man tegen zijn knecht, 'zover als je kijken kunt - bunders land - allemaal van mij.' 'Maar wilt u nu eens omhoog kijken, baas', antwoordde de man die zich geen vierkante meter grond de zijne kon noemen; 'zover u kijken kunt: allemaal van mij; want door het geloof in de Heere Jezus mag ik de koning te rijk zijn. En weet u, straks zal ook dat bezit van u niet maar van u alleen zijn. Want de Heere heeft het beloofd, dat de zachtmoedigen de aarde erf'li­jk zullen bezitten.'


Het goud thuis in mijn koffers

John Bunyan heeft eens gezegd, dat al de genadegiften die God hem verleend had, slechts het kleine geld waren dat rijke mensen in hun beurzen dragen, terwijl het goud thuis in hun koffers ligt. ‘O, ik zag mijn goud in mijn koffer thuis liggen. In Christus, mijn Zaligmaker en Heere. Nu was Christus alles, al mijn wijsheid, al mijn rechtvaardigheid, al mijn heiligmaking en al mijn verlossing” .


Maranatha (‘Hinterburgseeli’)

In Zwitserland (in de buurt van Briënz) is er hoog in de bergen een prachtig klein meertje, het 'Hin­terburchseeli'. U kunt er slechts via een moeilijk

bergpad komen. Rondom dat meertje verhef­fen zich machtige bergmassieven die werken als een klank­bord. Als iemand met enige stemverheffing roept: 'Ik kom', hoort hij van de overkant de echo: 'Kom'. Onze Hogepriester in de hemel roept: ‘Ik kom’. En in het gebed - weerklank van die roep – zegt de gelovige: 'Kom'. Zie Openb.22:12, 17.
Wachten op de Messias

Er is een anekdote van een Joods-Amerikaanse schrijver Isaac B.Singer over een Joodse man die in een klein Pools dorp Chelm was aangesteld als wachter op een toren. Hij moest uitzien naar de komende Messias; Die zou dat kleine gehucht bij Zijn komst wel eens onopgemerkt voorbij kunnen gaan. Zodra die wachter hem zou zien, moest hij het melden aan zijn dorpsgenoten. Maar het wachten duurde lang. Hij werd er ook maar slecht voor betaald. Maar weet u, wat de dorpelingen zeiden, toen hij daarover zijn beklag deed? 'Man’, zeiden ze, ‘je hebt niet te klagen,je hebt immers een baan voor het leven gekregen?!' ‘Wat zegt u? Duurt wachten op de Messias een leven lang?’ Is het dan niet waar wat Jezus zei: ‘Zie, Ik kom haastig…’ (Openb.22:7a)?


Het symbool van de duif

Vanouds treft u het symbool van de duif aan in kerken, op preekstoelen en altaarta­fels. Ook vindt u de duif met het olijfblad in de bek op grafstenen van christenen afgebeeld: het teken van een ziel in de eeuwige rust, toonbeeld van de thuiskomst der vromen.


Totaliter aliter’

Er is een Middeleeuws verhaal (’t is maar een verhaal) over twee monniken die vaak met elkaar spraken over de hemel. Geen van beiden echter konden zij begrijpen, hoe ’t daar precies zou zijn. Daarom spraken zij met elkaar af, dat hij die het eerst heen zou gaan, aan de ander nog een keer in een droom zou verschijnen om er iets van te vertellen.

Dat gebeurde. Eén van hen ging heen. En in een nacht verscheen hij aan zijn broeder. ‘Taliter qualiter?’, vroeg deze. ‘Is het zoals wij er samen over spraken? En het antwoord van de overleden broeder was: ‘Totaliter aliter’- totaal anders.

Strijdende en triomferende kerk

Er is een Engels gedicht dat gaat over een meisje dat geboren was in een gezin met zeven kinderen. Twee van die kinderen waren er echter niet meer. Zij waren vroeg gestorven en vroeg bij God.Aan dat meisje werd eens gevraagd: 'Met hoeveel kinderen zijn jullie thuis?' Ze antwoord­de: 'Met zeven'. Met zeven? Ja, want dat meisje rekende de overleden kinderen er nog steeds bij. Daar zijn kinderen van God op aarde, nog midden in de strijd. En er zijn kinderen van God daar­boven, triomferend voor Gods troon. Die rekenen we er ook bij.


Naar Gods Vaderhuis

Misschien heeft dat Zondagsschoolkind dat op een Zondagmiddag moest navertellen waar de juffrouw de vorige week over verteld had, wel gelijk. ‘Henoch’, zei dat kind, ‘ging elke dag met God een eindje wandelen. Elke dag een beetje verder weg. En toen waren ze tenslotte eens zo ver van huis ge­gaan, dat God tegen Henoch zei:’We zijn nu zo ver van jouw huis vandaan en zo dicht bij Mijn huis, zou je nu maar niet met Mij meegaan?’


Hij komt spoedig

Blumhardt liet elke dag de paarden voor de wagen spannen om onmiddellijk de Heere Jezus bij Zijn komst tegemoet te kunnen gaan, maar ondertussen bleef hij keihard doorwerken. Uit dr.Simon Schoon, Paulus grensganger tussen Israël en de volken, a.w. p. 60.



De deur nog niet op het nachtslot

Waarom komt Christus vandaag nog niet terug? Antwoord: Hij is net als die vader die ’s avonds laat de deur nog niet sluit, zolang als er nog een kind van hem buiten in het donker loopt.


Ins Himmelreich’

Koning Wilhelm van Pruisen ging eens op bezoek op een school. Hij stelde vragen aan de kinderen. 'Tot welk rijk behoort deze', vroeg hij. Daarbij wees hij op een plant. 'Tot het plan­tenrijk’, antwoordden de kinde­ren. 'En deze'. Toen wees hij een dier aan op een plaat aan de wand. 'Tot het dierenrijk', zeiden zij. Daarna hief hij zijn hand omhoog en toonde hun een diamanten

ring aan zijn vinger. 'En deze?' was zijn vraag. ‘Tot het mine­ralenrijk', was het ant­woord..Ten­slotte wees hij op zichzelf en vroeg: 'En deze?' Lang bleef het stil in de klas. Toen stak een klein meisje haar vinger op en zei: 'Ins Himmel­reich.' Ont­roerd nam de koning het kind op de arm en kuste het.
Een andere prijs, ook voor de maandag

Ik hoorde onlangs van mijn buurvrouw die in de wachtkamer van een arts in het zie­kenhuis naast een postbode kwam te zitten. 'Hebt u dat ge­hoord van uw collega in Engeland?', zei ze. 'Die man heeft een enorme prijs gewonnen met…’Ach, mevrouw', zei hij, ‘ik ding naar een andere prijs, de prijs van de kroon der over­winning'. Waarop zij antwoordde: ‘Maar is dat niet iets voor de zondag’? ‘Nee’ reageerde hij, ‘ook voor de maandag'.


De duivel trekt aan ’t kortste eind (Napoleon in Rusland)

Laat het satanswerk hoogtij vieren in onze dagen. Het gaat met de vorst der duisternis als met de legers van Napoleon in Rusland. Ze trokken onge­hinderd voort. Niemand stuitte hun loop. Totdat zij in Beresina kwamen. Daar - in het hol van de leeuw - werden zij in de pan gehakt. En die dag komt er ook aan voor de gemene tegenstander van God. Geloof me. Ook al kan hij thans nog ogen­schijnlijk ongehinderd zijn gang gaan.




  • De hemel in de Divina Commedia (Dante) is volgens een tentoonstelling in België: een lege ruimte met alleen een rustbankje. De hemel is de plaats waar niets meer hoeft en alles kan. Dat is het dus wat de postmoderne mens zich voorstelt van de hemel.

  • Hoe verheugd zullen wij zijn, als die grote dag daar is. Nee, het bezit van de zaak is dan bepaald niet het einde van ’t vermaak.

  • John Cage maakte toevalsmuziek. Dat deed hij door een handvol centen op de grond te laten val­len. Het geluid dat hij dan hoorde, werd de basis voor zijn muziek. Gewoon toevalsmuziek. Zing liever: Ik heb de vaste grond gevonden, waarin mijn anker eeuwig hecht.

  • J.H.Gunning Jhzn schreef ooit een boek voor bejaarden dat hij de titel meegaf De Morgenstond nadert. Achterin dit boek een aantal

grafschriften, o.a.van een kindergrafje in Engeland: Freddie, yes Lord.


13. LIEFDE (tot God en tot elkaar)
De liefde, toon die de muziek maakt

Op de morgen van een dag is Millie bezig het ontbijt klaar te maken voor haar vader die in de afgelopen nacht weer dronken thuis is gekomen. ‘Millie, waarom blijf jij bij mij?’, vraagt hij. ‘Omdat u mijn vader bent en omdat ik van u houd’, zegt ze. ‘Millie, houd je werkelijk van mij, zo’n waardeloos schepsel?’ ‘Ja, vader, dat doe ik en ik zal u nooit verlaten; want – toen moeder stierf – zei ze: ”Millie, blijf bij je vader en bid altijd voor hem; hij zal zeker eens ophouden met drinken en een goede vader voor je worden”, daarom zal ik u nooit verlaten.’ Dat is verregaande liefde. En het is door die liefde van Millie, dat haar vader straks de drank aan de kant gooit. Als ze gezegd had: ‘Jij slechtaard, ik ga vandaag nog weg’, zou hij zeker niet met drinken zijn opgehouden. De liefde breekt het hardste hart stuk.


Narcisme

Wie een getuige van Christus wil zijn, moet vrij zijn van narcisme, van zelfingenomenheid. Narcissus, een figuur uit de Griekse mythologie was een beeld­schone jongeling die gestraft werd door de goden. Hij raakte verliefd op zichzelf. Toen hij zich aan de oever van een rivier eens voorover boog en zich­zelf in het water weerspiegeld zag, werd hij zo gefascineerd door zijn eigen beeld, dat hij beide armen uitstrekte om zijn eigen beeltenis te omhelzen en jammerlijk verdronk. Daarna werd hij veranderd in een bloem, de narcis. Zelfin­genomenheid zij elke getuige van Christus vreemd. Predik het Woord met al de warmte van uw eigen hart. Doe het zo, alsof uw eigen leven ervan afhangt.


Als broeders samenwonen

Twee broers hadden op de berg Moria een landbouwbedrijf. Eens, toen de oogst gedaan was en ieder van hen op de deel van de boerderij zijn eigen stapel korenschoven had staan, kon één van de broers, de jongste van de

twee niet slapen. Hij overwoog, dat de stapel korenschoven bij de verdeling van de oogst voor zijn oudere broer best wat groter had kunnen uitvallen. Wat deed hij. Hij stapte uit zijn bed, ging naar de deel en bracht armen vol korenschoven van zijn stapel naar die van zijn broer. Daarna ging hij weer naar zijn slaapkamer. Een enkel uur later werd ook de oudere broer wakker. Was het niet beter geweest – bedacht hij -, als zijn jongste broer wat meer van de oogst had gekregen? Hij moest er immers wellicht nog langer van leven dan hij. Wat deed hij? Hij stapte uit zijn bed, ging naar de deel en droeg armen vol korenschoven van zijn stapel naar die van zijn broer. Daarna ging hij weer terug naar zijn slaapvertrek. De volgende morgen zagen zij beiden tot hun verbazing, dat elke stapel korenschoven nog even groot was als de dag ervoor. Zij waren kennelijk van het geven niet armer geworden. De volgende nacht konden zij beiden weer niet slapen. Zij bleven maar piekerden over het probleem. Toen stapten zij – op hetzelfde moment – weer uit hun bed om te gaan herstellen wat er de vorige nacht kennelijk niet goed was gegaan. Op de gang kwamen zij elkaar tegen. Ja, en toen begrepen zij het: twee zielen, één gedachte; echte broeders die elkaar het beste gunden.


  • Bernard van Clairveaux heeft eens gezegd: 'Ik ken Jezus, voorzover ik Hem liefheb'.De leer van een christen mag zijn als een donderslag. Maar niet zonder dat tegelijk zijn leven is als de bliksem.


14. BEKERING
De bruid van Korinthe

Er is een gedicht van Goethe dat tot titel draagt: de bruid van Korinthe. Het bezingt de liefde van een heidense jongen voor een meisje in de stad Korinthe. Op een dag reist die jongen van Athene naar Korinthe om haar als bruid op te halen. Maar wat is er intussen gebeurd? Het Evangelie van Jezus Christus en Zijn onsterfelijke zondaarsliefde heeft zijn intrede in Korinthe gedaan. En het gezin van de bruid is tot het geloof in dat Evangelie overgegaan. Daarom hebben de ouders van het meisje nu grote bedenkingen om hun dochter af te staan aan een jongen die nog midden in het heidendom

leeft. Het leven delen met zo’n jonge man, betekent vroeg of laat, dat zij haar geloof in de Heiland van zondaren zal verloochenen. Maar hun kind is niet te vermurwen. Zij verlaat de ouderlijke woning en volgt haar bruidegom. Ja, zij heft zelfs een loflied aan op alles wat haar herinnert aan de oude schone godsdienst van Hellas (Griekenland): het natuurlijk bekoorlijke en menselijk-edele. Vergeleken daarmee is het christelijk geloof een verkrachting der natuur. Zie J.H.Gunning, Blikken in de Openbaring, deel 4, a.w. p. 208.
Keerpunt

Het overkomt u – denk ik – wel eens, dat u met uw auto op een weg terecht bent gekomen die niet naar de plaats van bestemming leidt waar u eigenlijk heen moet. Opeens ontdekt u dat. U moet precies in omgekeerde richting gaan rijden. Maar dat kunt u niet zo maar even. Fijn, als u dan een verkeersbord tegenkomt, waarop geschreven staat: keerpunt; een kromme pijl op dat bord laat het u zien, dat het daar mogelijk is om te keren. Een weg terug. Helemaal de andere richting uit.

Wel, zo wil Jezus Christus voor u en voor mij een keerpunt zijn. U hebt wellicht tot nu blindelings de weg gevolgd die de grote massa volgt: de weg van een hartstochtelijk leven voor alles wat mooi en aantrekkelijk is. U hebt tot op dit moment het pad der deugd betreden en u zo ingespannen om heilig voor God te leven, alsof uw leven ervan afhangt. U voelt zich te goed voor de hel, al vreest u dan wellicht tegelijk, dat u niet goed genoeg bent voor de hemel. Intussen bevindt u zich geheel en al op de verkeerde weg. Want zo bereikt u de bestemming van uw leven niet. Dat te denken is een fatale vergissing. Want u bedoelt er toch niets anders mee dan uzelf. Bovendien wordt u helemaal beheerst door zelfoverschatting. Alsof u ondanks uw innerlijke afkerigheid van God, het met uw goede wil en voornemens wel rond krijgt in het leven. Zo raast u voort op de weg naar het verderf. U zit volkomen op de verkeerde weg. Ga terug. Maak intijds gebruik van het keerpunt.
Bekeerd tot het licht van Gods Woord (J.Calvijn)

J.Calvijn kon tegen kardinaal Sadolet zeggen: ‘Ik ben zelf uit de duisternis bekeerd tot het licht van Gods Woord. Ik heb niets om mijzelf tegenover God te handhaven.’


Ter nauwer nood gered (Joh.v.d.Kemp)

Van Johannes van der Kemp (een geziene gast op de dansvloer; maar voor God een vreemdeling) is bekend, dat hij op 26 juni 1791 met zijn vrouw en enig kind een zeiltocht maakte op de Merwede. Door een plotseling opstekende storm sloeg de zeilboot om; zijn vrouw en kind verdronken. Zelf ontkwam hij ter nauwer nood aan de verdrinkingsdood. In de daarop volgende nacht kwamen de zelfverwijten. Was hij voor vrouw en kind geweest wat hij moest zijn? Hij begon de Bijbel te lezen, leerde zijn zondig leven voor God betreuren en kreeg Jezus lief. Later ging hij naar Indonesië om daar het Evangelie te verkondigen.


De Eiger

Sedert 1938 zijn tientallen bergbeklimmers omgeko­men tegen de steile Nordwand van de Eiger in Zwit­serland. Zij aanvaardden de verschrik-kelijke tocht, hoewel zij wisten, dat ze misschien nooit levend terug zouden komen. Ze hingen daar tegen de steile rotswand: 1000 meter boven de begane grond. Ze brachten er de koude nachten door: 15 graden vorst. Ze lieten daar het leven. Van alle waarschuwingen hadden zij zich niets aangetrokken. En wij? Mogen ‘wij ons moedwillig in enig gevaar begeven’? (Heid.Cat., zondag 40 ,antwoord 105).


Bekering-nu

Boven de Niagara-rivier zweeft een adelaar. Opeens strijkt hij neer op een ijsschots in de rivier en doet zich tegoed aan het aas van een dood dier dat daarop ligt. Dat die ijsschots langzaam maar zeker in de richting van de waterval getrokken wordt, doet die adelaar blijkbaar niets. Hij kan immers op het laatste nippertje, als hij zijn buik gevuld heeft, zijn brede vleugels uitslaan en opwieken. Kijk, het is al zover. Nog een enkele meter en dan zal die ijsschots de ontzagwekkende diepte ingaan. De adelaar slaat zijn vleugels uit, probeert zich los te trekken van zijn prooi. Helaas, het lukt niet.

Zijn poten zitten vastgevroren in het ijs. Daar gaat hij dan, de diepte in, de ondergang tegemoet. Ommekeer kan altijd nog! Of niet?!
Uw zieleheil (J.C.Ryle).

J.C.Ryle schrijft: ‘Mensen die het niet ernstig menen met hun zielenheil, hebben geen tijd om in de Bijbel te lezen, of te bidden en naar de


evangelieprediking te luisteren. Zij hebben alleen tijd voor geld, zaken, plezier en politiek!’ Wij moeten bekeerd worden van een leven zonder God tot een leven met God, een dagelijkse omgang met God. ‘
Later misschien

Ik herin­ner me een verhaal van een jongen uit Indonesië die graag onder het gehoor van een zende­ling kwam. Maar als die zendeling hem vroeg, hoe hij over Jezus dacht, gaf hij altijd een ont­wijkend antwoord. Hij zou er nog eens over nadenken. Later misschien. Toen werd die jongen ziek, doodziek. Hij stuurde iemand naar de zendeling om te vragen om een medi­cijn. Dat kreeg hij. Een flesje met een etiket waarop geschreven stond: Twee eetlepels, vandaag over een jaar. Wat? riep die jongen. Maar over een jaar ben ik er misschien niet meer. Terug naar de zendeling. En die begreep het natuurlijk wel. Hij plakte een nieuw etiket op het flesje. Dit keer met de woor­den: twee eetlepels vol, vanaf morgen. Vanaf mor­gen? zei de zieke jon­gen. Maar leef ik morgen nog wel? Voor de derde keer kreeg de zendeling het medicijnflesje terug en schreef opnieuw een etiket: driemaal ’s daags twee eetlepels. En in het gesprek tussen die doodzieke jongen en de evange­liedie­naar is het daarna uitgepraat. Voor de dodelijke ziekte van een leven zonder Jezus, is een medicijn voor over een jaar of ook voor de dag van morgen, niet de oplossing. Nu, ja nu!


Bent u bekeerd?Wanneer en hoe?

Sommige mensen krijgen een bekering als Paulus. John Wes­ley, een methodistisch prediker uit de 18e eeuw vroeg vaak aan zijn hoorders: ‘Bent u bekeerd, wanneer en hoe?’ Hij zelf wist, hoe het met hem was gegaan; bekeerd op 24 mei 1738, 's avonds kwart voor negen, tijdens het voorlezen van Luthers voorrede op de brief aan de Romeinen, waarin ge­sproken wordt over de verandering die God werkt in het hart door het geloof in Christus.


Ga terug

Op sommige afritten van onze dubbelbaans autowegen staat een bord. ‘Ga terug’ staat erop. Maak van deze afrit geen oprit. Ga niet spookrijden.


De open haard van Edam

De grootmoeder van H.F.Kohlbrugge (Edam) had in haar huis een open haard met haardtegels waarop Bijbelse voorstellingen stonden. Aan de hand daarvan vertelde zij aan Fritz, haar kleinzoon, dat hij net als Lot de stad Sodom (de wereld) moest verlaten, zijn oude natuur moest doden en in een nieuw godzalig leven wandelen.


D.Cornilescu

D.Cornilescu was een priester in de orthodoxe kerk van Roemenië. Toen hij - in de twintiger jaren van de 19e eeuw - bezig was met een nieuwe vertaling van de Bijbel in het Roemeens, werd hij stilgezet bij Rom.3:10 waar geschreven staat: Daar is niemand rechtvaardig; daar is ook niet tot één toe. Toen leerde hij inzien, dat hij ook als theoloog een verloren zondaar was, die moest terugkeren tot God en in geloof de Heere Jezus als Zaligmaker en Meester moest leren aannemen. Dat is een zware les, ook voor theologen en Bijbelvertalers.




  • Wij moeten niet ver-een-zelf-igen, maar ver-ander-en.

  • Iemand die voor het eerst zijn eigen gezicht in een spiegel zag en van zichzelf schrok, zei: ‘De spiegel liegt’.

  • Dante (Divina Comedia) schreef boven de poort van de hel: ‘Wie hier binnentreedt, late alle hoop varen’.

  • Γνωθι σεαυτον - ken uzelf. De oude Grieken wekten de mens op om zichzelf te leren kennen met de woorden: 'Gnoothi seauton' = ken uzelf. Maar zij bedoelden: ontdek in uzelf de mogelijkheden om u te ontplooien tot wat u diep uw wezen bent, ontwikkel het goede in u; haal dat naar boven. De Bijbel leert ons, dat wij onszelf alleen recht

leren kennen, wanneer wij onszelf meten met de maat waarmee God ons meet. En wie kan dan voor Hem bestaan?

  • Als iemand bijna de trein haalt, kan het hem een uur kosten. Als iemand bijna slaagt voor een examen, kan het hem een jaar kosten.

  • Als iemand in het verkeer een verkeerde inhaalmanoeuvre maakt, kan het hem het leven kosten. Maar als iemand bijna christen is en blijft, kost het hem de eeuwige heerlijkheid.

  • Aan Luther werd eens gevraagd door iemand, wanneer hij zich moest bekeren. Hij antwoordde: ‘Een uur voor je dood.’



  • ‘Tegenwoordig zeggen niet de tollenaars, maar de Farizeeërs: “O God, wees mij zondaar genadig” ’(S.Kierkegaard).

  • Zonde (de boze drift) begint als spinrag, maar eindigt als kabeltouwen (Rabbi Akiva, Genesis Rabbah 22:6). Zie dr.G.H.Cohen Stuart, Tweestrijd; a.w.p. 45.

  • Hoedemaker: ‘Onze zonden worden onze beulen’.

  • Toen de duivel ziek werd, wilde hij monnik worden.

  • ‘Een zgn.kleine zonde is als een dunne draad waarmee een visser grote vissen vangt’. Lees de belijdenis van Manasse in het apocryphe geschrift met Manasse’s gebed.

  • Toen Jezus Lazarus van dood levend maakte, kwam deze uit zijn graf, ‘gebonden aan handen en voeten met grafdoeken en zijn aangezicht was omwonden met een zweetdoek’ (Joh.11:44). Toen zei Jezus : ‘Ontbindt hem en laat hem heengaan.’ Ook als een dode zondaar van dood levend is gemaakt, is het nodig, dat de graf-en zweetdoeken (alles wat herinnert aan een doods bestaan) gedurig worden weggenomen.


15. CHRISTELIJK LEVEN
De brief aan Diognetus

In de brief aan Diognetus (de tweede helft van de tweede eeuw na Chr.) wordt over Christenen aldus geschreven: Christenmen­sen wonen in een eigen land, maar als vreemdelingen; ze delen in alles mee als bur­gers, maar hebben alles te lijden als vreem­de­lingen. Elk vreemd land is hun vaderland en elk land is hun vreemd. Zij trouwen als ieder an­der; ze krijgen kinderen. Maar ze leggen hun nageslacht niet te vonde­ling. Ze delen hun tafel, maar niet hun bed.Ze leven in het vlee­s, maar niet naar het vlees. Ze vertoeven op aar­de, maar ze zijn thuis in de hemel...Ze houden van allen, maar ze worden door allen ver­volgd. ...; ze worden onteerd,maar die ont­ering str­ekt hun tot roem.Ze worden belasterd, maar ze wor­den gerechtvaardigd. Ze worden gesmaad en ze zegenen. Ze worden bele­digd en ze bewij­zen eer...'


Bekeerd met een ‘d’?

Onlangs sprak ik met een jong meisje. Ze vertelde, dat ze drie jaren geleden bekeerd was, toen ze vijftien was. Voor die tijd: zonder God en zonder hoop. Maar vanaf die tijd: elke zondag trouw onder het Woord, gedoopt… ' Hoe geweldig, als je kunt zeggen: ‘Toen ik vijftien was, ben ik bekeerd’. ’Bekeerd? met een ‘d’’, vroeg ik. Ze begreep me niet zo goed. Ik heb het haar uitgelegd. Als je zegt:’ Ik ben bekeerd’, heb je het over iets dat in het verleden heeft plaatsgevonden. Maar bekering is eigenlijk nooit iets van een voltooid verleden tijd. Nadat je gearresteerd bent door de Heere, ga je de heilige oorlog in. Een 'heilssolda­te' van Koning Jezus die elke dag moet strijden tegen o zo veel, wat in je hart leeft, tegen de wereld en de duivel. Bekering is een zaak van al­ledag. En juist daarin blijkt, dat God met je be­gon.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • Alles wordt nieuw, de hemel en de aarde
  • De zachtmoedigen beërven de aarde
  • Het goud thuis in mijn koffers
  • Maranatha (‘Hinterburgseeli’)
  • Strijdende en triomferende kerk
  • De deur nog niet op het nachtslot
  • Een andere prijs, ook voor de maandag
  • De duivel trekt aan ’t kortste eind (Napoleon in Rusland)
  • 13. LIEFDE (t ot God en tot elkaar)
  • Als broeders samenwonen
  • 14. BEKERING De bruid van Korinthe
  • Bekeerd tot het licht van Gods Woord (J.Calvijn)
  • Bent u bekeerdWanneer en hoe
  • Ga terug
  • 15. CHRISTELIJK LEVEN De brief aan Diognetus

  • Dovnload 301.99 Kb.