Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Illustraties/ (voor)beelden/ citaten ten dienste van de overdracht van de bijbelse boodschap

Dovnload 301.99 Kb.

Illustraties/ (voor)beelden/ citaten ten dienste van de overdracht van de bijbelse boodschap



Pagina8/10
Datum28.10.2017
Grootte301.99 Kb.

Dovnload 301.99 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

22. EVANGELISATIE/ ZENDING
Over Psalmen gesproken (Martinus Nijhoff )

Blijkbaar is het zingen van Psalmen een goed evangelisatiemiddel. De nieuwe brug over de Waal bij Zaltbommel is genoemd naar de dichter Martinus Nijhoff. In zijn gedicht ‘De moeder de vrouw’ vertelt hij van een schippersvrouw die achter het roer van haar schip psalmen zong.


Ik ging naar Bommel om de brug te zien…

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer

kwam langzaam stroom af door de brug gevaren.

Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer.

En wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.

O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer

Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
Is er hoop?Enquête Evang.Omroep

Onlangs is er een enquête gehouden onder zgn. algemeen religieuzen. Hoe men zich de toekomst van de wereld indacht? 36% van de ondervraagden was daar knap positief over. En 65 % meende, dat de techniek wel voor een oplossing zou zorgen van de problemen waarmee de wereld te maken heeft (geweld, kloof tussen rijk en arm, materialisme, milieuproblemen). Voor 88 % maakte het niet veel uit, welke godsdienst men meent te moeten belijden (als men maar gelukkig is).


Dichtbij huis beginnen

Veel kleine mensen die op veel kleine plaatsen veel kleine dingen doen, kunnen het gezicht van de wereld veranderen. Laten zij vooral thuis/ dicht bij huis beginnen. ‘Oikos’-evangelisatie = spreken over het Evangelie met hen die tot je ‘oikos’ behoren (mensen in jouw leefwereld).


Vraag het de buren

Aan iemand werd eens gevraagd: ‘Bent u een christen?” Hij antwoordde: ‘Vraag het de buren, of ik christen ben’.



Nike en Naf-Naf

Als onze kinderen op school geen dure Nike schoenen en Jack Pot/ Naf-Naf kleding dragen, tellen ze in de ogen van sommi­gen van hun leef­tijdgenoten amper mee. Maar is dat zo erg? Kun je niet voor je klasgenoten ook een echte kameraad zijn, ook al ga je wat schamel gekleed. Schaam je daar niet voor.


Waarom ga je door? (Elie Wiesel)

In zijn boek Het Testament vertelt Elie Wiesel ons de volgende legende. Eén van de Rechtvaardigen kwam naar Sodom, vastbesloten om de inwoners van zonde en straf te redden. Dag en nacht liep hij door de straten en op de pleinen en protesteerde tegen hebzucht en diefstal, leugen en apathie. In het begin luisterden de mensen en glimlachten ironisch. Toen luisterden ze niet meer; ze vonden hem zelfs niet grappig meer. De moordenaars bleven moorden, de wijzen zwegen alsof er geen Rechtvaardige in hun midden was. Op een dag kwam een kind dat medelijden had met de ongelukkige leraar naar hem toe en zei: ‘Arme vreemdeling, je roept, je schreeuwt, zie je dan niet dat het hopeloos is?’ ‘Ja, ik zie het’, antwoordde de Rechtvaardige. ‘Waarom ga je dan door?’ ‘Dat zal ik je zeggen. In het begin dacht ik, dat ik de mensen kon veranderen. Vandaag weet ik, dat ik het niet kan. Ik roep vandaag nog en ik schreeuw, omdat ik de mensen wil verhinderen, dat zij tenslotte míj zullen veranderen’ (uit dr.W.S. Duvekot, Begrijpt u wat u leest?a.w. p.156).


Een krijtje in Gods hand

Iemand vroeg eens: 'Heere, maak mij tot een krijtje in Uw hand.' Als de Meester op school een krijtje gebruikt, geeft hij aanschouwe­lijk onderwijs. Hij tekent wat uit op het bord. Intussen wordt het krijtje kleiner. Zo is het goed. Een krijtje zijn in de hand van de Meester. Zich laten wegschrijven. Opdat ons leven een tekening mag zijn, iets van het beeld van Christus mag vertonen.


Hij preekt zelfs in zijn slaap

Op 14 februari 2001 is een vooraanstaande dominee in Colombia (ds.Gómez te Bogotá) door een gewapende bende ontvoerd, vermoedelijk

voor verkoop aan een guerrilla-beweging. Al heel lang had hij het verlangen om onder de guerrilla’s het Evangelie te mogen verkondigen. En dat ‘mag’ hij nu doen. Zijn dochter zei onlangs: ‘Wie hem ook vasthoudt, hij zal hem moeten aanhoren, want hij preekt zelfs in zijn slaap’. Open Doors, april 2001, nr.330.
Elisabeth-kirche (Marburg)

Enige tijd geleden waren mijn vrouw en ik in de Elisabeth-kirche in Marburg (Duits­land). Die kerk is genoemd naar Elisabeth, dochter van de Hon­gaarse koning. Zij trouwde op 12-jarige leeftijd met de Thüringse land­graaf Ludwig IV, werd spoedig daarna weduwe werd en deelde de laatste jaren van haar leven al haar bezit­tingen uit­ aan armen en zieken. Ze stierf op 17 novem­ber in 1231; 24 jaar oud. Een kort­stondig leven. Maar ze keek naar het hart, niet naar uiter­lijke schoonheid, rijkdom, eer en macht. Alle roem is uitge­slo­ten.


De kloof tussen het Evangelie en de moderne wereld

Een commentator (Frank Thielman) schrijft in zijn behandeling van de verzen 25vv van Filippensen 2 (a.w. p.162) over de cultuur van de westerse wereld (Amerika). Hoezeer wordt die be­heerst door een fundamen­tele ontrouw aan de ander ten gunste van de leus: 'Wees - ten koste van alles - trouw aan jezelf'. Een sociologisch onderzoek in Amerika (1989) voor­spelt, dat weldra tussen de 50% en 60 % van alle pas gesloten huwelijken zullen eindigen in een schei­ding en dat meer dan de helft van alle kinderen in het jaar 2000 stiefkinderen zullen zijn. Dat alles - zo oordeelt de moderne mens - moet ook een be­gaan­bare weg heten binnen het normale gezins­leven.

Thielman vraagt zich af, hoe ooit de kloof tussen het Evange­lie en deze moderne wereld te over­bruggen is. In ieder geval niet door theore­tische beschou­wingen die met het volle leven weinig ­of niets uitstaan­de hebben. De Bijbel, ook Filippensen 2:19vv maakt ons duide­lijk, dat chris­telijk geloof alles te maken heeft met een zichzelf opofferend en die­nend leven.
Gemeente-zijn (‘Fellowship;(Jes)us only’)

Ook christenen moeten ervoor oppassen niet al te zeer met hun eigen zaken en met de eigen onderlinge gemeenschap bezig te zijn. Warren W. Wiersbe


(in zijn uitleg van de brief aan Filippi; a.w., p.82) vertelt van een groep gelovigen die steeds met 'fellowship' bezig was en weinig aan­dacht had om met het Evangelie de deur uit te gaan, naar verlore­nen en vijanden van het Evangelie toe. Vóór het gebouw waar zij samenkwa­men hingen zij een bord op: 'Jesus only'. Maar de wind blies de eerste drie letters weg. Toen stond er: 'us only'.
Gastvrijheid = de gast is vrij???

Een christelijke gemeente kent gastvrijheid. Dat is een in de Bijbel verankerde roeping. Maar wat is nu eigenlijk de inhoud van dit begrip gastvrijheid? In een kerkblad (Herv.Amersfoort) werd het aldus omschreven: ‘Iedereen mag aanschuiven en wie na kortere of langere tijd de deur achter zich dicht trekt, hoeft niet bang te zijn dat hij in z’n kraag wordt gegrepen. Gastvrijheid betekent immers ook dat de gast vrij is’. Deze opmerkingen worden aangediend als bouwstenen voor een open kerk. Ra,ra hoe kan dat?


Breng ze thuis…(Fr.von Bodelschwing)

Friedrich von Bodelschwing, een bekend man uit de geschiedenis van de inwendige zending in de vorige eeuw, werd tot zijn arbeid onder de ellendigen van de maatschappij aangespoord door het lezen van een traktaatje. Daarin stond het verhaal van een jongen uit China die in Engeland opgroeide en reeds jong vurig begeerde om, als hij groot geworden zou zijn, naar China terug te keren om daar het Evangelie te verkondigen. Maar deze jongen stierf, toen hij nog heel jong was. Op zijn sterfbed zei hij: ‘Wat zal ik op de dag van het gericht zeggen, als mijn broeders mij vragen zullen, waarom ik die de weg des heils gekend heb, hun die niet heb meegedeeld?’ De vraag van deze stervende jongen is ook een vraag voor ons.


Nunnia, de kleine zendelinge der Iberiërs

Krummacher vertelt ergens, hoe de Iberiërs in Georgië (aan de voet van de Kaukasus) ruim 300 jaar na Christus’hemelvaart tot het christelijk geloof zijn overgegaan. Daar heeft de Heere een klein meisje voor gebruikt: Nunnia, een christen, als slavin verkocht en dienstbaar onder het volk der Iberiërs. Op een dag werd er in de plaats waar zij woonde, naar gewoonte,


een ziek kind langs de deuren gedragen met de vraag, of iemand een geneesmiddel wist. Niemand wist raad. Bij Nunnia aangekomen echter, zegt zij tegen de ouders van het zieke kind, dat zij een middel weet: de Naam van een groot en machtig God. Zij knielt neer en bidt voor het zieke kind. Terstond geneest het. Iedereen spreekt van dit wonder. Ook de koningin hoort ervan. En als deze op een dag ernstig ziek wordt, mag Nunnia opnieuw het middel zijn om God groot te maken. Zij bidt voor de vorstin. En ook die mag genezen. Nunnia wordt overladen met geschenken. Maar ze weigert die allemaal. De koning, op een avond in het bos verdwaalt, knielt en roept de God van Nunnia aan. En hij vindt de weg naar huis terug. Vanaf die tijd zorgen de koning en zijn vrouw ervoor, dat het Evangelie in heel Iberië wordt verbreid…
Een groot geleerde - een eenvoudige evangelist

Dr.John Sung, de grote Chinese evangelist van de dertiger jaren van de vorige eeuw, was gepromoveerd in de chemie, had een gouden medaille voor een prijsvraag ontvangen en had ook verschillende aanbiedingen voor professoraten gekregen. Op een dag wist hij het zeker: ik kan niet meer zijn dan een eenvoudige evangelist, zoals mijn vader. En zo trok hij door de oosterse landen, als een arme zwerver, met een ziek lichaam, maar met grote geestelijke kracht.


In dienst van de Koning van de gehele wereld (moeder Teresa)

Van de bekende moeder Teresa wordt verteld, dat zij, toen zij nog een jong meisje was, hoorde, dat haar broer adjudant van de koning van Albanië was geworden. Zij schreef hem een felicitatiebrief en liet hem meteen ook weten, dat zij het besluit had genomen om in de zending te gaan. Hij schreef haar daarna een brief terug. Maar dat was bepaald geen felicitatiebrief. Hij betreurde haar beslissing. ‘Hoe kan een knap jong meisje een prettig leven opgeven en zo ver weg gaan?’ Waarop zij hem antwoordde: ‘Jij gaat een koning van twee miljoen mensen dienen, ik zal de Koning van de hele wereld dienen.’


Wie is mijn naaste?

Het gebeurde in Tibet. Zendeling Soendar Singh en een Tibetaner werden door een sneeuwstorm overvallen. Langs de weg vonden ze een bewuste-


loze man, halfbevroren. Soendar wilde hem naar het dichtst bij zijnde dorp dragen, maar zijn metgezel weigerde en liep door, omdat hij bang was door het oponthoud zelf dood te vriezen. Soendar hees de man op zijn rug. Moeizaam kwam hij vooruit. Door de grote krachtsinspanning echter werd hij zelf warm. En door zijn lichaamswarmte kwam ook de bewusteloze man weer bij. Dat gaf nieuwe moed. Een heel eind verderop troffen ze een man aan die even was gaan zitten uitrusten, door de kou bevangen was en doodgevroren. Het was de man die geen hulp had willen verlenen. Hij had niet begrepen dat mensen elkaar nodig hebben.

Soendar bereikte met de geredde het dorp. Nu begreep hij de woorden van Jezus pas goed: ‘Zo wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal het behouden’ (Luk.9:24).


De schatten van de kerk (Laurentius)

Lang geleden – in de tijd van het Romeinse keizerrijk - was er in de stad Rome een diaken die Laurentius heette (de Laurenskerk te Rotterdam is naar hem genoemd). Op een dag (in 268 nChr.) kwam de keizer van Rome – Valerius - bij deze diaken. Hij zei: ‘Die kerk van jullie is rijk. Ik kom om de schatten van jullie kerk op te halen’. Toen bedacht Laurentius een plan. Hij riep alle arme mensen van de stad Rome bijeen en liet hen vervolgens in een lange rij langs de keizer trekken. ‘Keizer’, zei Laurentius, ‘daar hebt u de schatten van de kerk van Rome’. Inderdaad, de armen zijn de schatten van de kerk.


Zendeling - schoenmaker/ meubelmaker

In de 19e eeuw was er een Duits zendingsgenootschap dat zendelingen uitzond naar Oost-Indië. Het bestuur in Batavia stuurde ze naar een uithoek van de kolonie, de Sangir en Talaud eilandengroep. Deze zendelingen waren zogeheten zendelingwerklieden. Ze moesten zelf voor hun onderhoud zorgen door een beroep uit te oefenen. De een was schoenmaker en de ander meubelmaker. Maar de inheemse bevolking droeg geen schoenen en was ook niet van plan die te gaan dragen. Van meubels was er ook geen sprake. Men zat gewoon op de grond.

En wat deden toen die zendelingen? Ze stichtten een schooltje en een medische post, hoewel ze daarvoor niet waren opgeleid. Daaraan bleek wel
behoefte te bestaan. Uiteindelijk zijn de eilanden gekerstend en is er een levende kerk ontstaan. De bevolking is goed opgeleid en dagelijks werden er schoenen en meubels gebruikt. De graven van de zendelingen worden met eerbied onderhouden. Uit: predikant en pensioen (uitgave van Pensioenfonds Predikanten PKN (nov.2007)


  • Lukas, Martin Loyd Jones en A.Capadose (Scherpenzeel) waren dokters die hun werk staakten en in het Evangelie gingen dienen.

  • Communiceren is een kunst. In menig gesprek wordt er niet echt receptief/ belangstellend geluisterd naar de gesprekspartner om mede daardoor een landingsbaan te vinden voor iets wat men die ander wil aanreiken. Sta open voor de ander.

  • In Lev.22:28 lezen we: ‘Gij zult ook een os, of klein vee, hem en zijn jong, op één dag niet slachten’. De parafrase van de Targum Pseudo-Jonathan bij deze tekst is: ‘Mijn volk, kinderen van Israel, zoals onze Vader genadig is in de hemel, zo zult u genadig zijn op aarde; koe en ooi, die en hun jong, zult u niet op dezelfde dag doden. Vergelijk Luk.6:36: ‘Wees dan barmhartig gelijk ook uw Vader barmhartig is’. Dat is kennelijk ook van toepassing op het vee.

  • William Carey: ‘Expect great things from God; attempt great things for God’ (verwacht grote dingen van God; onderneem grote dingen voor God). Carey was eind 18 eeuw de eerste zendeling in India; hij opende de ogen in Engeland voor de roeping om zending te bedrijven. Hij is de vader van de protestantse zending genoemd (1761 – 1834).



23. VERVOLGING
Als een dadelpalm (tamar)

Het Hebreeuwse woord voor dadelpalm is: tamar. Het is - ook in de Bijbel - tegelijk een meisjesnaam. De bruid uit het Hooglied wordt met zo’n palm vergeleken; liefelijk. De Arabier zegt van de palm: de koning van de oase staat met zijn voeten in het zand en met zijn hoofd in het hemelvuur. Zo is het met de gelovige.



Gelijk een schaap

Philpot schrijft ergens van het schaap, dat het verreweg het onnozelste dier is, dat er bestaat. Maar dat niet alleen. Het is ook volkomen weerloos. Een hond en een zwijn hebben althans nog tanden waarmee ze zich verdedigen kunnen, als ze in gevaar komen. Maar een schaap, al heeft dat dier tanden, kan ze toch niet gebruiken om zichzelf mee te verdedigen. Het stomme schaap is in gevaar volkomen weerloos. Het kan alleen maar blaten om de herder. Het moet opgeraapt worden en thuisgebracht.


Vereelte handen – twee kleinzoons van Judas

Keizer Domitianus (eerste eeuw n.Chr.) had eens een ontmoeting met twee kleinzoons van Judas, de broer van Jezus. Hij had vernomen, dat zij familie van Jezus waren en vreesde, dat ze vroeg of laat wel eens tegen zijn gezag zouden kunnen opstaan. Toen zij hem echter hun vereelte handen lieten zien en vertelden, dat zij slechts een klein stuk land bezaten en dat zij een Koninkrijk uit de hemelen verwachtten, begreep hij, dat hij hier niet te maken had met revolutionairen. Daarna liet hij hen minachtend gaan.


QNDS

In Rome zijn oude graven gevonden waarop slechts de letters QNDS stonden. Lange tijd wist niemand wat de betekenis van die letters was. Totdat iemand het ontdekte: Quorum nomina Deus scit – wier namen God alleen weet. Het waren graven van martelaren die om hun geloof in Jezus Christus waren gedood. Niemand op aarde kende hun namen. God wel.


ICHTHUS (het paleis van keizer Diocletianus)

In Split (Joegoslavië) bevindt zich nog steeds het paleis van de Romeinse keizer Diocletianus. Wie de verweerde muren van dit paleis bekijkt, bespeurt daarin hier en daar de afbeelding van een vis (Gr.’ichthus’). De christenhater Diocletianus heeft indertijd (derde eeuw n.Chr.) christenen dit paleis voor zich laten bouwen. En nadat zij hun werk volbracht hadden, liet hij hen in de Adriatische zee verdrinken. Intussen konden die christenen het toch niet laten om tijdens het metselwerk het symbool van hun geloof in de muren te beitelen: Jezus Christus Zoon van God, de Redder (‘Ichthus’).


Martelaren - zaad der kerk

De Romeinse keizer Diocletianus liet eens 12.000 christenen tegelijk ombrengen. Maar in plaats van uit te sterven, nam het christendom hand over hand toe, zodat men tenslotte tegen Diocletianus zei: ‘Van tweeën één: of u moet het Evangelie vrij laten verkondigen of u moet het aanzien, dat uw land woest en ledig wordt’. Er bleven namelijk nagenoeg geen boeren en ambachtslieden meer over. Uit vrees voor een straf van de hemel zou Diocletianus toen zijn kroon hebben neergelegd en tuinier zijn geworden. Dit vertelt Luther (in zijn verklaring van de brief aan de Galaten).


Ook op de linkerwang

Jezus zei: ‘Als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem ook de linker toe.’ Als je iemand op de rechterwang slaat, doe je dat met je linkerhand. Maar op zijn linkerwang kan je diezelfde persoon met de rechterhand een nog hardere klap geven.


Het geheim van de smid

De kamer van de landgraaf in de ‘Wartburg’ (Eisenach) waar Maarten Luther ruim een jaar de gevangene van zijn vrienden was, bevindt zich op één van de wanden een fresco. Daarop is de smid van Ruhlia afgebeeld. Hij is bezig het harde staal krom te slaan. Naast hem: landgraaf Ludwig II. Terwijl de smid met zijn grove hamer slaat, roept hij maar voortdurend die landgraaf toe: ‘Word harder, word hard als dit ijzer…’: welja, man, loop de mensen maar onder de voet. Gedraag u als een ware tiran. Maar vergeet het geheim van de smid niet. Er is er Een die u klein krijgt.’


Neem goed en bloed ons af…(M.Luther)

M.Luther schrijft: ‘Hoe meer zij dreigen, des te groter wordt mijn vertrouwen. Vrouw en kinderen, akker en huis, geld en goed, heb ik niet. Mijn roem en naam wordt reeds verscheurd. Het enige wat nog over is, is mijn zwakke en gebrekkige lichaam. Als zij mij dat toch ook nog afnemen, leef ik misschien één of twee uur minder. Maar de ziel kunnen zij niet afnemen. Ik zing met Joh.Reuchlin: ‘Wie arm is, kan niets verliezen…’.’


Guido de Brès (brief aan zijn echtgenote)

Guido de Brès, de opstel­ler van de 37 geloofsartikelen (de Nederlandse Geloofsbelijdenis) schri­jft aan zijn vrouw vanuit zijn gevangenis, waar hij wacht op zijn terechtstelling: ‘Ik bid u, lieve trouwe gezellin, om u met mij te verheugen en de goede God te danken om wat Hij gedaan heeft...Beschouw met vol bewustzijn de eer die God u ver­leent door u een echtgenoot geschonken te hebben die niet alleen dienaar is van de Zoon van God, maar ook zo door God geacht en op prijs ge­steld wordt,dat hij hem waardig acht deelgenoot te worden van de kroon der martelaren. Een zodanige eer geeft God zelfs aan Zijn engelen niet...Ik breng nu in praktijk wat ik anderen gepredikt heb. En zeker, ik moet het belijden, nl. dat ik, toen ik predikte, sprak als een blinde over de kleuren, zo ik het vergelijk met wat ik nu door de bevinding gevoel. Ik heb meer vorderingen gemaakt en geleerd in mijn gevangenschap dan in heel mijn leven. Ik bevind mij op een zeer goede school. Ik heb de Heilige Geest, Die mij voortdurend bezielt en Die mij onderwijst de wapenen in de strijd te hanteren. Aan de andere kant omringt mij de satan, de tegen­stander van alle kinderen Gods, die als een brie­sende leeuw is om mij te verslinden. Maar Degene Die tot mij gezegd heeft: ‘Vrees niet. Ik heb de wereld overwonnen’, doet mij overwinnen, Hij troost en sterkt mij op een ongelofelijke wijze. Ik ben meer op mijn gemak dan de vijanden van het Evange­lie. Ik eet, drink en slaap beter dan zij. Ik ben geplaatst in de sterkste en somberste gevan­ge­nis die zich laat denken...Ik ontvang geen lucht of licht dan door een klein gat, waardoor men het vuil werpt. Ik heb grove en zware ijzers aan mijn handen en voeten, die mij een voort­durende kwelling zijn….

Maar in weerwil van dit alles laat mijn God Zijn belofte niet varen en troost mijn hart en geeft mij een grote vergenoegdheid.’ Zie A.D.R.Polman, De Nederlandsche Geloofsbelijdenis, deel I, a.w. p. 105v.
O, wat een eer… (Guido de Brès aan zijn moeder)

Guido de Brès, de opsteller van de 37 artikelen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis schrijft aan zijn moeder vanuit de gevangenis waar hij wacht op zijn terechtstelling: ‘O, wat een eer! Zelfs aan de engelen verleent God de eer niet voor Zijn Naam te lijden. En wie ben ik, dat mij deze eer geschonken wordt? Inderdaad, ik ben verrukt over de hemel, als ik deze dingen beschouw. En alsof dit nog niet genoeg was, troost Hij mij zonder ophouden in mijn strijd….Ik zie Hem om zo te zeggen, ingesloten in mijn


boeien en banden. Ik zie Hem met de ogen van mijn geest in mijn obscure en duistere gevangenis ingesloten, zoals Hij mij beloofd heeft in Zijn zeer waar Woord met mij te zijn al de dagen tot het einde. Hij is hier met mij met een oneindige menigte van engelen, mij vertroostende en versterkende en deze zeer zoete melodie van woorden uit Zijn mond doet Hij in mijn oren weerklinken: aan Hem die overwint, zal Ik geven te eten van de boom des levens die in het midden van het paradijs mijns Gods is. Ik ken uw moeite en armoede, maar gij zijt rijk….O, welk een vertroosting….’. Zie A.D.R.Polman, De Nederlandsche Geloofsbelijdenis, deel I, a.w. p. 107.
Pra del Torno (de barbenschool der Waldenzen)

Pra del Torno. Een schitterend oord in de Gottische Alpen van Noord Italië. Daar is voor wie erin geïnteresseerd is, nog steeds de zogenaamde barben-school te vinden. In die barben-school zijn in de donkere Middeleeuwen jonge mannen opgeleid tot evangelist. Zij studeerden in de Bijbel, leerden hele stukken van het Nieuwe Testament uit het hoofd. En als ze eenmaal geschoold waren, trokken ze erop uit om overal onder de Roomse bevolking te getuigen van het licht dat schijnt in de duisternis (‘lux lucet in tenebris’). Om niet meteen gegrepen te worden door de inquisitie trokken zij dan als koopman door het land, klopten aan bij de edelen van de kastelen. En als zij hun juwelen aan de dames verkocht hadden, zeiden zij: ’Nu hebben we nog wat anders: mooier en kostbaarder juwelen dan die we zojuist aan u verkochten. Beloof ons, dat u ons niet zult verraden’. En dan spraken zij van de parel van grote waarde, zo schitterend, dat haar licht een ieder God doet kennen. En ook nog een andere, waarvan de fonkelende glans de liefde Gods doet ontvlammen in ieder die haar bezit.


Ik weet waar u woont (een Quaker op bezoek bij John Bunyan)

Van John Bunyan wordt verteld, dat hij in de gevan­genis waar hij 12 jaren verkeerde, eens een Quaker bij zich kreeg; een man die leefde bij het zogenaamde inwendig licht (ingevingen van boven). 'Wat heb ik lang naar u gezocht', zei die Quaker, toen hij eindelijk bij Bunyan aankwam. 'Hoe kan dat,' ant­woordde Bunyan, 'want de Heere weet toch zeker opperbest, waar ik me be­vind?'


Marie Dunant (Aiges-Mortes)

Wie in Aiges-Mortes komt (Zd. Frankrijk), gaat zeker ook een kijkje nemen in de toren-gevan­genis waar enkele honderden jaren geleden Marie Durant gevangen is gezet. Een Hugenoten-meisje, 14 jaar oud. Zij en dertig andere vrouwen. Daar heeft ze 38 jaar lang vastgezeten. En toen ze er eindelijk uit mocht, liet ze één woord achter op de muur van haar gevangenis, het woord 'Weersta' (‘resistez’).


De Beringhen (de Bastille)

In de 18e eeuw (de tijd van de vervolgingen van de Hugenoten), sprak de Beringhen, één van de Hugenoten, in de Bastille opgesloten: 'God laat mij in mijn gevangenis een zeer diepe blijdschap en volmaakte rust vinden; ik weet niet wat verdriet en druk zijn. De zon die hier vier, vijf uur per dag schijnt, kan zich niet meer verheugen in haar baan dan ik in de mijne. En als ik dan bedenk, dat ik niet als misdadiger, maar als christen ben opgesloten en dat ik in deze lichte verdrukking deel heb aan het lijden van Christus, dan

weet ik, dat Zijn Geest, de Geest van Gods heerlijkheid, kennelijk op mij rust' (Jean-Daniel Benoit, Calvijn als zielzorger,a.w. p.106).


  • Donald Cargill (een Schotse predikant uit de tijd van de bloedige vervolgingen in de 17e eeuw) zei, terwijl hij de ladder naar het schavot opklom: ‘Ik ga deze ladder met minder vrees en gemoedsverstoring op dan ik ooit de kansel beklom om te prediken.’

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • Is er hoopEnquête Evang.Omroep
  • Vraag het de buren
  • Waarom ga je door (Elie Wiesel)
  • Een krijtje in Gods hand
  • Hij preekt zelfs in zijn slaap
  • Elisabeth-kirche (Marburg)
  • De kloof tussen het Evangelie en de moderne wereld
  • Gemeente-zijn (‘Fellowship;(Jes)us only’)
  • Gastvrijheid = de gast is vrij
  • Breng ze thuis…(Fr.von Bodelschwing)
  • Nunnia, de kleine zendelinge der Iberiërs
  • Een groot geleerde - een eenvoudige evangelist
  • In dienst van de Koning van de gehele wereld (moeder Teresa)
  • De schatten van de kerk (Laurentius)
  • Zendeling - schoenmaker/ meubelmaker
  • 23. VERVOLGING Als een dadelpalm (tamar)
  • Vereelte handen – twee kleinzoons van Judas
  • ICHTHUS (het paleis van keizer Diocletianus)
  • Martelaren - zaad der kerk
  • Neem goed en bloed ons af…(M.Luther)
  • Guido de Brès (brief aan zijn echtgenote)
  • O, wat een eer… (Guido de Brès aan zijn moeder)
  • Pra del Torno (de barbenschool der Waldenzen)
  • Marie Dunant (Aiges-Mortes)
  • De Beringhen (de Bastille)

  • Dovnload 301.99 Kb.