Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Illustraties/ (voor)beelden/ citaten ten dienste van de overdracht van de bijbelse boodschap

Dovnload 301.99 Kb.

Illustraties/ (voor)beelden/ citaten ten dienste van de overdracht van de bijbelse boodschap



Pagina9/10
Datum28.10.2017
Grootte301.99 Kb.

Dovnload 301.99 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

24. RONDOM HET STERVEN
Het dal der schaduw des doods (I. Kant)

Immanuel Kant zei eens: ‘Van de duizenden boeken die ik ooit in mijn leven gelezen heb, heeft mij geen woord zo getroffen als uit deze Psalm (Psalm 23):’ Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen; want Gij zijt met mij’. Ps.23,4. C.H. Spurgeon schrijft: ‘De schaduw van een leeuw kan niet verscheuren. De schaduw van een zwaard kan niet doden. De schaduw van de dood kan ons niet verderven. Laat ons dus niet vrezen.’



Psalm 23, Psalm 23, Psalm 23, Psalm 23

Een predikant bracht eens vier kinderen achter elkaar naar het graf. Hij schreef op de grafsteen van het eerste kind: ‘De Heere is mijn Herder.’ Toen stierf zijn tweede kind. Op de grafsteen van dit kind liet hij de woorden beitelen: ‘Hij doet mij nederliggen in grazige weiden’. Toen zijn derde kind was overleden, kwamen op diens grafsteen de volgende woorden uit Psalm 23 te staan: ‘Hij verkwikt mijn ziel’. En tenslotte op het grafje van de vierde was het: ‘Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen’.


Een vrijdenkerskerhof

Bij de ingang van een vrijdenkerskerkhof, ergens in Nederland, staat geschreven: ‘Maak u het leven goed en schoon; er is toch geen hiernamaals’. Dood is dood.


Memento mori’

Onlangs werd aan een hoogleraar kerkgeschiedenis in een inter­view gevraagd: 'Denk je wel eens na over de dood?' Hij ant­woordde: 'Nee, ik zie het wel als het zover is.' Dat lijkt me niet wijs. Het lijkt me beter, als we bij alles wat we aanpak­ken in het leven, ons herinneren, dat er in onze beide hand­palmen een 'M' geschreven staat: memento mori.


De Titanic

Een passagiere van de Tita­nic (het schip dat niet kon vergaan en toch verging) had zich op het nippertje kunnen vastgrijpen aan een overvolle reddings­boot.Helaas zij kon er niet meer bij. Zij hing aan de rand van de reddingsboot in het ijskoude water, totdat zij tenslotte los moest laten. Het enige dat van haar nog gevonden is op de bodem van de boot, is een kostba­re ring die van haar bevroren vinger was gevallen.


Sterven en dan… ; het peinzertje

Ik herinner me het gebeeldhouwde figuurtje aan de oude ingang van de begraafplaats in Zeist. Als ik er voorbij kwam, dacht ik altijd: daar heb je hem weer, het peinzertje. Met zijn rug naar de graven toe. Aan zijn houding kon je zien, dat hij diep nadacht. Sterven, waarom? Sterven is: de laatste adem uitblazen. En dat is niets iets waar een mens zich even bij neerlegt.Het


is toch niet zo vanzelfsprekend, zoals het enige tijd geleden op de bussen van centraal Neder­land stond geschreven (een propaganda-slogan van een begrafenisonderne­ming): Eenmaal moet een mens toch uitstappen.
De dood van Socrates

Van Socrates, een bekend filosoof uit de Griekse oudheid, wordt verteld, dat hij in de gevangenis tot het drinken van de gifbeker is veroordeeld en dat hij die gifbeker in volle ge­moedsrust en berusting heeft leegge­dronken. Maar is berusting hetzelfde als overgave?


Genade, o God….(Augustinus)

In zijn ‘Confessiones’ wordt het Augustinus ook tot zonde, dat hij in zijn jeugd met zijn vriendjes erop uittrok om peren te gaan stelen. Ootmoed, ootmoed, ootmoed. Toen Augustinus ging sterven, waren de wanden van zijn sterfkamer beplakt met teksten uit de boetepsalmen.


In de doodsrivier

Toen Christen uit de Christenreis van John Bunyan, in de doodsrivier kwam, ontzonk hem alle moed; hij voelde geen grond meer onder zijn voeten; hij werd gekweld door de gedachten aan zijn zonden. Maar wie hield hem ook toen het hoofd boven water? Zijn kameraad Hoop. En zo kon Christen ook in die grote nood tenslotte zeggen: ’O, ik zie Hem weer en Hij zegt tot mij: “Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn en door de rivieren, zij zullen u niet over­stromen” ‘(Jes.43:­2).


Moet verlaten worden

We zijn op doorreis. Soms zien we op een huis het woord ‘relinquenda’ staan. ‘Moet verlaten worden.’ Dat woord kan gerust op al onze huizen geschreven worden, ook als het huizen zijn, die meer dan een miljoen hebben gekost.

Ook de vraag die ik eens op een paar rustban­ken in de stationshal van ‘s Hertogenbosch zag staan:
‘Waar reist, reiziger uw hart naar toe,

Als het is van reizen reizensmoe?




Onsterfelijkheidsgeloof

Het onsterfelijkheidsgeloof is de laatste tijd in kerkelijke (syn.ger.) kringen behoorlijk teloor gegaan. Aldus de socioloog G.Dekker in Theol.Tijdschrift. Hij vergeleek de ‘In Memoriams’ in Jaarboeken van de Geref.Kerken in Nederland uit de perioden 1948-1952 en 1989-1991 met elkaar. Het aantal Bijbelteksten waarin geen verwijzing naar een eeuwig leven voorkomt, is rondom 1990 twee maal zo groot als rond 1950. Het aantal verwijzingen naar een persoonlijk eeuwig leven van de overledene is rond 1990 de helft van het aantal rond 1950.


Een persoonlijke zaak

Ik hoorde onlangs van een man die altijd zijn vrouw maar alleen naar de kerk liet gaan. Hij zei dan altijd, als zij de deur uitging, tegen haar: ‘Bid jij gelijk ook maar voor mij’. Maar eens midden in de nacht schrok die man wakker. Hij had gedroomd. En in die droom – heel vreemd – kwamen zij beiden te sterven; zijn vrouw en hij. Op één en dezelfde dag. Zij klopten beiden aan bij de hemelpoort. Toen klonk er een stem - van achter die poort : ‘Vrouw, kom maar binnen; je komt zeker ook gelijk voor je man?’




  • Arminianisme in de hemel? Aan George Whitefield werd eens gevraagd, of hij verwachtte John Wesley in de hemel te zien. Hij antwoordde: ‘Nee; want John Wesley zal zo dicht bij de troon van God staan en ik zover daar vandaan, dat ik hem waarschijnlijk niet ontmoeten zal’.

  • Toen u geboren werd, huilde u; maar ieder om u heen was blij. Als u gaat sterven, huilt ieder om u heen; als u dan maar blij bent.

  • De Griekse wijsgeer Solon zei ooit tegen de rijke koning Croesus: ‘Men moet niemand gelukkig noemen vóór het uur van zijn dood.’ Jaren later stond Croesus op de brandstapel. Hij riep: ‘O Solon, Solon’.

  • De dood heeft mij een brief geschreven,

Ik las haar in het vallend blad...
25. OVERDRACHT/ OPVOEDING

Adam en de Heidelberger

In een oude Statenbijbel is Adam afgebeeld in een versierde beginletter van een hoofdstuk aan het begin van de Bijbel. Daarin is Adam bezig zijn nageslacht te onderwijzen. Hij doet dat aan de hand van een leerboekje. En welke titel heeft dat boekje? Heidelbergse Catechismus. Wat een vergissing! Of niet?!


Wees geen hoogvlieger (Daedalus/ Icarus)

De oude Grieken vertellen van Daedalus en Icarus, een vader en zijn zoon die van een eenzaam eiland naar Griekenland vlogen. Daartoe hadden zij zich vleugels van was gemaakt. Op een dag stegen ze op. Maar niet dan nadat vader Daedalus zijn zoon Icarus gewaarschuwd had niet te hoog te vliegen, omdat anders de was door de warmte van de zon zou smelten en hij in de zee zou storten. Onderweg echter werd Icarus overmoedig. Hij vergat de raad van zijn vader. En er gebeurde wat vader Daedalus had gezegd; zijn vleugels smolten en Icarus stortte in de zee. Daarom heet die zee nog steeds: de Icarische Zee. Wat wij onze kinderen, zeker in onze tijd, hebben te leren, is geen hoogvlieger te willen zijn.


De appel in de fles (C.H. Spurgeon)

C.H. Spurgeon zag in zijn jonge jaren, als hij bij zijn grootmoeder op bezoek was, op de schoonsteenmantel in haar woonkamer een fles met een mooie rode appel erin. Steeds vroeg hij zich dan af, hoe die appel in die fles was gekomen. Totdat hij eens in het voorjaar in de tuin van grootmoeders huis in een appelboom zo’n zelfde fles zag hangen. Door de smalle hals was een bloeiend takje geschoven. Toen begreep hij het. Die appel in de fles in grootmoeders huis was er niet later ingebracht. Ze was erin gegroeid. C.H.Spurgeon gebruikt dit voorval om duidelijk te maken, hoe belangrijk het is, dat wij reeds in onze jongste jaren gekoesterd worden door het warme zonlicht van Gods Woord en opgekweekt worden in de kennis van dat Woord.


Je moeder wacht

Een meisje in de onderwereld van Chicago, gangster van ‘beroep’. Ganse dagen en nachten brengt ze door in beruchte kroegen en verknoeit haar jonge lichaam. Ongrijpbaar voor iedereen, ook voor de recherche. Maar niet


onvindbaar voor de liefde van haar moeder. Op een dag besluit die moeder haar verloren dochter een brief te schrijven. Maar hoe kan een moeder een brief schrijven aan een spoorloos en zoekgeraakt kind, zonder vaste woonplaats? Wat doet zij? Ze laat een foto maken van haar door verdriet gerimpelde gezicht, plakt die op een stuk papier en schrijft daaronder: ‘Kom naar huis. Je moeder wacht.’ Dan laat ze er posters van maken en brengt die in de kroegen van Chicago waar ze een plaats krijgen aan de wanden. En dan komt er een nacht waarin er iets schokkends en ongelooflijks gebeurt. Een jong meisje met een vergooid lichaam en een leeg hart zwerft door één

van die lokalen van de onderwereld. Opeens staat ze stil. Daar aan de wand….’Kom naar huis; je moeder wacht’. Moeder, thuis. Twee woorden die haar blijven achtervolgen en die haar straks weglokken van de weg van de dood en de ondergang. Ze gaat tenslotte. De weg naar één die wacht. De weg van de trekkende liefde. De weg naar het liefhebbend moederhart.


Besteed extra zorg aan de lammeren van de kudde

Aan een herder die een grote kudde had van allemaal sterke en fors gebouwde schapen, werd eens gevraagd, hoe hij aan zo’n kudde kwam. Hij antwoordde: ‘Het geheim daarvan ligt in de extra zorg die ik altijd besteed aan de lammeren.’


Ik kon altijd bij mijn vader terecht

Onlangs las ik ergens, dat vele vaders amper drie minuten per dag aandacht geven aan hun klein­tjes die over de vloer kruipen, zonder hen de warmte van hun schoot te laten gevoe­len en de klop van het vader­hart. Zorg, dat zij later kunnen zeggen: 'Ik kon altijd bij mijn vader terecht'.


Een betoverende wereld (Informatica)

Hele gezinnen worden vandaag verwoest door de invloed van de moderne media (t.v., internet) die ons ‘safety’ en geluksgevoel prediken. We leven in een informatica - cultuur. Spreken wij als ouders en kinderen nog wel eens met elkaar over de zin van ons leven, over sterven en dan…? Zien onze kinderen het aan ons, dat het zwaartepunt van ons leven niet ligt in: carrière, status, kleding en een mooi figuur, in geld en goed?


Het gezin geen logement

Een ouderlijk huis is wat anders dan een logement waar mensen kunnen eten en slapen. Onlangs belde een leraar de ouders op van een jongen die nog al eens ontbrak op school. Zij wisten echt niet, waar hij zat. ‘Maar’, zeiden ze, ‘bel hem zelf maar op; hij heeft een mobieltje’.


Moeder

Bij Heinenoord staat het standbeeld van een jongen die in de oorlog 1940-45 door de Duitsers is gefusilleerd. Zijn armen zijn smekend omhoog geheven. Nog één woord heeft hij gezegd (het staat onder op het standbeeld geschreven); het woord: MOEDER.


De rattenvanger van Hameln

Het gaat er in onze wereld vaak aan toe als bij de bekende rattenvanger van Hameln. De man die met zijn toverfluitje door de staten van het Duitse stadje Hameln ging en alle ratten waardoor de bewoners geplaagd werden, achter zich aan kreeg en ze naar buiten de stad bracht. Maar diezelfde man ging even later, toen hij naar zijn idee onvoldoende beloond was voor die weldaad, weer door de stad heen, lokte vervolgens met zijn betoverende fluitspel alle kinderen mee en sloot hen op in een spelonk even buiten de stad.


Moet ieder doen wat goed is in zijn ogen?

Onlangs vierde de Rabo-bank in Barneveld zijn honderdjarig bestaan. Op het torenplein, vlak voor de Oude Kerk: het jubileumgeschenk van de jarige aan de jeugd: een tent waar de jongeren in de flitsende lichten als van de disco konden hossen en springen naar hartelust. In mijn brief aan de directie van de bank heb ik gevraagd, of wij als opvoeders van de jongeren van Barneveld hen niet wat beters aan te bieden hadden. Het antwoord was: ‘Over smaak valt niet te redetwisten’.


1 + 1 =…en 1x 1 =…?

Hoe zit het precies in elkaar, dat 1 + 1 = 2 is en 1 x 1 = 1? Dat is in feite niet te beargumenteren. Als een man en vrouw als twee losse individuen met elkaar getrouwd zijn - zonder dat de liefde van Christus hun hart veroverd heeft - is hun huwelijk een optel­som van twee naast elkaar levende mensen.

Maar als een ver­loofd paar een onderbouwing kent van hun relatie, bestaande uit Christus' Zaligmakers­lief­de, dan wordt hun huwe­lijk geen optelsom, maar een vermenigvuldi­ging: één maal één = één; een tweetal dat er voor elkaar is. En dat kan een goed fundament heten voor een gezin als bouwsteen van de samenleving.
Groot brengen door klein houden

Helaas,dat lijkt voor veel ouders de enige opvoedingsregel te zijn. Maar is opvoeden dan niet: je kind leren met Gods hulp op eigen benen te staan?

Waarom zijn mensen soms zo achterdochtig en waarom zoeken zij soms een kwade bedoeling achter onze woorden? Het kan zijn, dat hun vertrouwen in wat mensen zeggen reeds in hun jeugd zwaar is geschonden; hun opvoeders trapten hen altijd op de tenen. Dat leverde faalangst op. En zo kan het dan ook zijn, dat zij God in Zijn Woord niet weten te vertrouwen en zich niet durven laten vallen in de handen van de Almachtige.
Zending onder de Eskimo’s van Groenland

Julie von Hausmann en haar man hadden zich klaargemaakt om onder de Eskimo’s op Groenland het Evangelie te verkondigen. Maar zij werd ziek en moest haar man alleen laten gaan. Toen zij weer beter was geworden, vertrok zij per oceaanschip naar Groenland om daar met haar man samen te gaan werken in de Evangelieverkondiging. Ze sprak af met hem af, dat de kapitein van de boot bij aankomst in de haven van Groenland twee keer op de scheepsfluit zou blazen als teken, dat zij aan boord was. Aldus gebeurde het. Maar toen zij aan land ging, stond haar geliefde echtgenoot haar niet op te wachten. Men vertelde haar, dat hij ziek was geworden. En toen zij eindelijk bij hem was gekomen, was hij reeds overleden. Hoe wonderlijk toch zijn Gods wegen. Intussen heeft Julie toch gedaan wat ze de Heere beloofd had: het Evangelie verkondigen onder de Eskimo’s. Zij maakte het volgende gedicht.


1. Houd Gij mijn handen beide

met kracht omvat!

Geef mij Uw vast geleide

op 't smalle pad

Hoe zwaar valt me elke schrede,

als ‘k U verlaat;

O, neem mij met U mede

daar, waar Gij gaat!


2. Op de ongewisse baren

van d'oceaan,

in stormen en gevaren,

grijp, Heer’, mij aan!

Ik zie uw aanschijn blinken

in duistren nacht;

behoed mij dan voor zinken

door Uwe macht!


3. En blijft mij soms verborgen

Uw grote macht,

Gij voert mij tot de morgen,

ook door de nacht!

Neem dan mijn beide handen,

en leid uw kind,

tot aan de eeuw’ge stranden

ik ruste vind!


Naar Julie von Hausmam, 1826-1901. Uit de bundel ‘Geestelijke liederen uit den schat van de kerk der eeuwen’ (Jongbloed, Leeuwarden); nr.563: Houd Gij mij handen beide. Melodie van Friedrich Silcher, 1789-1860; 1842: Wie könnt ich ruhig schlafen.
26. ENKELE GEDICHTEN
Meester, hoe kunt Gij zo slapen!

De stormen bedreigen ons zeer;

de golven, zij stijgen steeds hoger.

En Gij ligt daar rustig terneer.

’t Angstzweet staat ons op het voorhoofd.

Bevend zien wij de nood.

Ieder ogenblik kan zijn ’t laatste;

dan zijn wij ten prooi aan de dood.

Daar staat Hij en spreekt tot wind en zee:

Zwijg, wees stil!…

(Uit de zangbundel van Joh. De Heer, nr.757)

* * *


Eens ging ik langs het lage riet

dat ruisen kan en anders niet,

toen langs mijn pad een herder kwam,

die één van deze halmen nam

en die besnoeide en besneed

en maakte tot zijn dienst gereed.


Door dit gekorven rietje dat

als dood hij in zijn handen had,

die stemmeloze stengel zond

hij straks de adem van zijn mond.

En als hij blies, zo zong het riet;

en als hij zweeg, verstomd’ ’t lied:


De zoete, pas ontwaakte stem

Bestond en leefde slechts…door hem!

(Jacqueline van der Waals)

* * *


Kleine liefdedaden,

woordjes teer en zacht

hebben vaak in ’t kleinste huis

‘t grootst geluk gebracht


* * *

Ze mint Naomi en ze wil wel met haar trekken;

haar lokt het vreemde van het verre land.

Maar Moab blijft haar oude liefde wekken;

zij heeft de schepen achter zich nog niet verbrand.
Zij heeft de schepen achter zich nog niet verbrand.

Ze weifelt en ze weet niet, wat ze zal verkiezen.

Nog gaat ze zwijgend achter d’ and’ren aan.

Maar op de tweesprong blijft ze schreiend staan.

Ze wil voor Kanaän haar Moab niet verliezen.
* * *

Er moet veel strijds gestreden zijn

en ook veel leeds geleden zijn,

zolang wij hier beneden zijn,

dan zal ’t hierna in vrede zijn.

* * *


Zie, blode ben ik aan Uw dis geschoven

en strek de hand uit naar Uw brood en wijn.

Mijn hart klopt zwaar - dit uur van samenzijn.

Want onstandvastig was mijn zwak geloven.

Schoorvoetend, Heer’, ben ik tot U gekomen:

een kind, in eigen angst en schuld verward.

Gij hebt mij in Uw priesterlijk hart

en zalige gemeenschap opgenomen.

(Jo Kalmijn-Spierenburg)
In een apotheek las ik eens de volgende treffende versregels:

Zo eenig lid verbrooken zij,

de Meester moet er haastig bij,

opdat het wijs’lijk word’genezen.

Maar of de reukeloze ziel

in spies of zwaard van zonden viel,

daar schijnt geen swarigheid te wezen.
27. POSTSCRIPTUM (Op de grens van kerk en wereld)

In het onder staande een aantal opmerkingen over wat ik zou willen noemen: het moderne leven.


1. Over huwelijk en gezin

In Duitsland beweert de homo-beweging, dat het huwelijk een achterhaald onderdrukkingsinstrument is. Intussen worden daar de jongens die van huis zijn weggelopen, daar geen enkele liefde ontvingen en op straat gaan rondhangen, voor de prostitutie/ porno geworven. Zij hebben geldgebrek; verkopen hun lichamen. Binnen de kortste keren zijn ze psychisch een wrak.


Het gezin is met recht altijd de hoeksteen van de samenleving genoemd. Waar het gezin wegvalt, valt de samenleving in puin. Daarom was het goed, dat 1994 het jaar van het gezin was (hoeksteen van de samenleving); maar elk jaar en elke dag moet het zo zijn. In het gezin mag het worden geleerd wat liefde is. Dat is nog wat anders dan een geïntensiveerd gevoel. Helaas, er lopen 40.000 depressieve jongeren (tussen 12 en 16 jaar) in Nederland rond. Geweld op straat bestrijden, is sleutelen aan de marge, zolang als het gezin niet meer functioneert als cel van de samenleving.
2. Over abortus en euthanasie

Het totaal aantal abortussen in Nederland was in 1999: 25.384 (stijging van 38% vergeleken met 1990). Nederland is ook op dit kwalijke punt verreweg koploper.


Pim Fortuin in Elsevier (21-08-1999), Christenen doe wat. ‘Het kabinet-Kok-II heeft net een wet over euthanasie aangeboden. Hulp bij levensbeëindiging door artsen blijft strafbaar, tenzij aan eisen van zorgvuldig medisch handelen is voldaan. De controle wordt aan de beroepsgroep zelf gelaten…Aan personen vanaf twaalf jaar is onder voorwaarden het recht toegekend om desnoods tegen de wil van de ouders in zelf te besluiten hun leven te beëindigen…Uiteraard wordt daarover met sensatie gesproken in de buitenlandse massamedia. In de polder kun je vanaf je twaalfde de dood bestellen, zo is de teneur…Geleidelijk en op

kousenvoeten wordt één van de basisbeginselen van de joods-christelijke humanistische cultuur met zijn’ Gij zult niet doden’ aangetast….’

Het lijkt mij (C.d.B.), dat artsen en verpleegkundigen het in zo’n maatschappij uiterst moeilijk hebben. Hoe lang kunnen zij nog ‘nee’ zeggen tegen een dodelijke overdosis aan ‘medicijnen’ in de transfers van een patiënt in ‘uitzichtsloos’ lijden?
3. Over modern levensgevoel

Pythagopras (5 eeuwen v.Chr.) heeft reeds gezegd: ‘De mens is de maat van alle dingen’. Driftig en eigenzinnig stapt de mens erop los; hij alleen en hij eerst nu is de mens die goed in de pas loopt. Zoals in het verhaal van die moeder die bij het gadeslaan van de optocht van mening is dat iedereen uit de pas is behalve haar eigen zoon.' Uit James I.Packer, Fundamentalisme en het woord van God, 116. Het lijkt alsof de mens van nu (van de 21e eeuw) als eerste de waarheid in bezit heeft gekregen. Groen van Prinsterer zag het. Hij schrijft: ‘Wij leven in een tijd dat staat en maatschappij losgesneden zijn

van hun godsdienstige wortels ….Godsdienst, zo zegt men, brengt scheiding en verdeeldheid. Ontsla de volken van dat juk, dan zijn de voorwaarden aanwezig van werkelijke vrijheid en voor echt geluk, aldus de geleerden uit de school van het humanisme en het liberalisme’.
We leven in een ervaringscultuur. Reeds Spinoza liet God verhuizen van daarboven (het heelal) naar ons binnenste/ ’t diepst van onze gedachten. Alleen de Naam bleef. Maarten ’t Hart is naar zijn eigen zeggen tot geloof gekomen door het horen van Bachs cantate 104; maar bij hem is geloven: geloven in god Bach. De wereld (bijv.internet) daagt uit om steeds nieuwe(re) ervaringen op te doen. Maar ’t mooiste is natuurlijk niet mooi genoeg. Het moet steeds prikkelender. En het laat ook steeds een onbevredigd gevoel achter, een leegte. Waarden en normen dreigen uit te slijten, als we in deze ervaringscultuur duiken. De waarde/ norm is: wat mijn behoefte lijkt te kunnen bevredigen. Dat is een droom- en drogwereld. Ook al omdat er bepaald niet alleen te genieten valt in ’t leven. Er is ook veel verdriet. En dat is niet altijd ‘in te polderen’. Soms voelt een mens zich dan als een soldaat die naar het front gaat en eerst voor de spiegel gaat staan

om te zien, of hij er goed uitziet. Zelfmoord bij ‘uitzichtsloos’ lijden (ook omdat men de ander niet langer tot last wil zijn) is geen ‘oplossing’.


Laten wij in kerk en theologie er grondig mee rekenen, dat het niet maar gaat om spiritualiteit/ authenticiteit in religieuze ervaringen, maar om bevinding (waarheid in het binnenste, gefundeerd in de waarheid/ werkelijkheid van de levende God Die Zich historisch openbaarde. Blij zijn is nog wat anders dan verheugd zijn in God.
4. Over de maatschappij-nu

‘Wij zijn thans in een nieuw emancipatieproces. Na de arbeiders, vrouwen, jongeren en (seksuele) minderheden, nu: de democratisering van verantwoordelijkheden (door informatietechnologie komen verant-woordelijkheden op steeds lager niveau te liggen). Aldus Sorgdrager in Elsevier, 26-06-1999.

Juist deze dagen bleek uit een steekproef, dat 3/4 van de Nederlanders geen bezwaren heeft tegen prostitutie en legali­sering van het bordeelwezen. Zou er bij deze Nederlanders in principe nog wel sprake kunnen zijn van enige trouw in hun eigen huwelijk? De geeste­lijke en morele toestand van ons volk is diep treurig. De massa dwaalt. Jongeren op house-party's gaan uit hun bol. In Duitsland - zo las ik ergens - wordt er in minstens één op de drie huwelijken (seksueel) geweld gebruikt. De oorzaak van deze agressiviteit lijkt te liggen in de werkeloosheid, in het verlies van 'status'. Of is misschien de maatschappij verziekt door egoïsme?

Er is geen enkele reden om te denken: aan het eind van het tweede millennium is de mensheid vast wel wat beter geworden. We zullen toch wel eens wijs worden en ophouden met al dat oorlog voeren, met porno, met ter­reur op straat. Meer blauw op straat. De moraal weer een beetje terug zien te krijgen...En dan komt het wel weer goed.


5. Over milieuzaken

Over 40 jaar is de aardolie op; over 50 jaar het aardgas. Binnenkort wordt er een bevolkingsexplosie in Azië verwacht; intussen sterft Zd Afrika een (zachte) hongerdood. Een forumleider zei tijdens een radiodiscussie over deze zaken: ‘Niemand weet een oplossing; misschien God.’


De wereldbevolking groeit snel. Uit het rapport ‘Een wereld in balans’ (Bevolkingsfonds VN): de wereld wacht spoedig een catastrofe, tenzij de bevolkingsgroei wordt afgeremd. In 1998 zijn er 6 miljard mensen op de
aarde. Er is een jaarlijkse groei van de wereldbevolking met 97 miljoen (vooral Afrika, Azië en Latijns Amerika). Naar verwachting zal de totale wereldbevolking in 2050: 8.5 miljard tot 12.5 miljard zijn. Met een verdere stijging tot 20.7 miljard in 2150.
6. Postmodernisme *

De tijd van de grote verhalen lijkt voorbij. Genieten, zich amuseren, consumeren zijn de modewoorden. En alle godsdiensten zijn gelijk.



  • Over het postmodernisme is de laatste tijd veel geschreven. Zie o.a. Seldenrijk, a.w. p. 304vv; Theol.Ref/ .Juni 1999 (A.Noordegraaf);

Alister McGrath, a.w. blz.43vv+45 + 10v (ook over de situatie aan de Amerikaanse universiteiten in de 60er jaren); B.Loonstra, De Bijbel recht doen, p.106; W.H.Velema, brochure CHE (lezing 25j.jub.); Paul Frissen in Elsevier 26-06-1999. Sinds de 60-er jaren is er sprake van een enorme kerkverlating (ook RK); nu (1999) willen velen een retourtje 60; zij zijn blijkbaar toch gelovig gebleven; zie H.F.Massink in Elsevier 13-08-1998.
7. Over de prediking

Over de prediking: zie verder de artikelen in het Gereformeerd Weekblad over ‘De boodschap over de kloof’ (C.den Boer) (eind 2000).

C.den Boer ‘Over de kracht en de zwakte van de Gereformeerde Gezindte’ (in ‘De Gereformeerde Gezindte anno Domini 2000; Driestar uitgave (De Groot Goudraan).

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • Psalm 23, Psalm 23, Psalm 23, Psalm 23
  • Sterven en dan… ; het peinzertje
  • Genade, o God….(Augustinus)
  • 25. OVERDRACHT/ OPVOEDING Adam en de Heidelberger
  • Wees geen hoogvlieger (Daedalus/ Icarus)
  • De appel in de fles (C.H. Spurgeon)
  • Besteed extra zorg aan de lammeren van de kudde
  • Ik kon altijd bij mijn vader terecht
  • Een betoverende wereld (Informatica)
  • De rattenvanger van Hameln
  • Moet ieder doen wat goed is in zijn ogen
  • Groot brengen door klein houden
  • Zending onder de Eskimo’s van Groenland
  • 27. POSTSCRIPTUM (Op de grens van kerk en wereld)

  • Dovnload 301.99 Kb.