Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inderdaad: er zijn wel een paar praktische regelingen voor nodig

Dovnload 3.11 Mb.

Inderdaad: er zijn wel een paar praktische regelingen voor nodig



Pagina1/3
Datum05.12.2018
Grootte3.11 Mb.

Dovnload 3.11 Mb.
  1   2   3

HUWELIJKSVOORBEREIDING 2017


Daag,

Proficiat bij jullie mooie plan om in de loop van komend jaar 2017 jullie huwelijksliefde ook kerkelijk te kunnen vieren en bevestigen.


Inderdaad: er zijn wel een paar praktische regelingen voor nodig.
Op de volgende bladzijden vinden jullie alles concreet:

blz. 2: een inschrijvingsformulier.
Dit downloaden – opslaan – invullen – opslaan

en mailen naar marcdecroos@gmail.com


(Als het voor jullie gemakkelijker is kun je gewoon dit bestand in zijn geheel laten – invullen – opslaan en terugmailen)
Van zodra dit formulier gemaild is wordt dit genoteerd en doorgemaild naar je eigen parochie alwaar jullie datum dan genoteerd wordt.

blz. 3: het voorbereidingsprogramma:
De algemene info-avond

De twee reeksen van drie voorbereidings-ontmoetingsavonden



blz. 4: Een plannetje:
Ligging van de federatielokalen in de abdij Tongerlo: daar waar de avonden doorgaan in.
blz. 5 e.v. : Werkboek bij opmaak van de huwelijksviering. Meer info op 8 januari 2017.

Van harte welkom.





HUWELIJKSAANVRAAG parochie datum

BRUID : VROUW

gegevens

BRUIDEGOM : MAN




familienaam







voornaam







straat en nr







postnummer &

woonplaats









gsm







e-mail







geboorteplaats







geboortedatum







doopdatum

(zie trouwboekje ouders)









parochiekerk mét heilige-naam

waar je ouders woonden ten tijde van je doop









Dorp/Gemeente/stadsdeel

waar de doopkerk ligt









voornaam vader







voornaam+naam

moeder








getuigen







Trouwparochie :

Priester/diaken :

dag :

datum :

uur :

Toekomstig adres : straat en nr :

postnummer en woonplaats :



Eventuele kinderen :

Naam en voornaam

geboortedatum

doopparochie

doopdatum




















































Voorbereidingsavonden

waar we aan deelnemen: (Delete wat niet past)



Voorbereidingsavonden : reeks naar keuze:
of reeks 1 : 16 en 30 maart en 13 april 2017
of reeks 2 : 27 april en 11 en 25 mei 2017



HARTELIJK WELKOM OP DE HUWELIJKSVOORBEREIDING

samen met hen die trouwen in 2017 op één van de parochies van de



DE GEMEENTEN HERSELT – HULSHOUT – WESTERLO

PROGRAMMA 2017



1. Een INFO-START-AVOND op zondag 8 januari 17, van 19.30 u. tot 21.00 u.

Plaats wordt je in december 16 – eenmaal je ingeschreven bent - meegedeeld.

Op het programma van deze korte bijeenkomst:

- voorbereiding van de ontmoetingsavonden

- interessante suggesties en tips voor het zelf opmaken van jullie huwelijksviering

- kennismaking met de priesters die jullie viering voorgaan

2. Drie ‘ONTMOETINGSAVONDEN’: telkens op donderdagavond van 20 tot 22 u. :

reeks 1 : op 16 en 30 maart en 13 april 2017

of reeks 2 : op 27 april en 11 en 25 mei 2017

in het lokaal van federatie Herselt-Hulshout-Westerlo in abdij Tongerlo

Binnenplein abdij, aan zijpoort (kant Oevelsedreef): zie plannetje volgende blz.

Avonden van gesprek en uitwisseling tussen jonge mensen die ‘in hetzelfde schuitje varen’ als jullie. Sommigen zijn reeds verschillende jaren samen, anderen sinds kort of niet....

Een boeiende uitwisseling rond verschillende items : o.a. goede communicatie tussen twee vreemde’ partners, afstand en intimiteit, spanning en ontspanning, gelovige belevingskan- sen voor het huwelijk, enz...


Kostprijs : € 15,- voor de drie avonden, per koppel, ter plaatse te betalen.
Inlichtingen :

Marc Decroos, Abdijstraat 40, 2260 Tongerlo Tel. : 0475 77 09 46 e-mail : marcdecroos@gmail.com

Inschrijven:
met formulier op vorige blz.

Dit mail je naar marcdecroos@gmail.com – die je onmiddellijk aanmeldt in de parochie waar je huwt.

Hartelijke groeten

Marc Decroos

In de abdij vind je Marc Decroos

In ’t WATHUIS




Vanuit “Oevelsedreef”

zij-inrit abdij Dierenparkje

en daar onmiddellijk

links: in het Wathuis

Poort aan

grote parking

Hierna volgt nu een “Teksten-keuzeboek”. Dit is een verzameling keuze-teksten die we veel gebruiken – en zijn er natuurlijk nog andere!


Het is misschien lastig deze digitaal te moeten doornemen – al heb je nog wat tijd natuurlijk – jullie kunnen ook een print bekomen.
Maar… op de infoavond van 8 januari wordt het hele traject naar jullie huwelijk duidelijk voorgesteld. Daar is ook het tekstenboek beschikbaar.

Veel groeten,


Marc Decroos.

Teksten
voor


HUWELIJKSVIERINGEN

Deze verzameling “teksten voor een huwelijksviering”

is een kopie voor persoonlijk gebruik van het

“Werkboek Huwelijksvieringen”,

een uitgave van
Gezinspastoraal Brussel, Vlasfabriekstraat 14, 1060 Brussel.
Het boek is niet meer op de markt en wordt niet herdrukt.

INHOUD


HET BEGIN VAN DE VIERING

1. Verwelkoming 5

2. Vergevingsmoment 7

3. Openingsgebed 10


DIENST VAN HET WOORD

4. Lezing 11

5. Evangelie 16

6. Geloofsbelijdenis 18


DE HUWELIJKSSLUITING

7. Ondervraging 20

8. Trouwbelofte 22

9. Kerkelijke bevestiging 23

10. Overreiking van de ringen 24

11. Volledige huwelijksvieringen 25

12. Huwelijkskaars 24

13. Voorbeden 25

DIENST VAN DE EUCHARISTIE

14. Gebed bij de gaven 29

14. Prefatie 29

15. Eucharistisch gebed 31

17. Huwelijkszegen 36

18. Communieritus 38

19. Slotgebed 38
EINDE VAN DE DIENST

20. Zegen 40

21. Zomaar-teksten 41
1. VERWELKOMING



1.

Dierbare bruid en bruidegom,

wij heten u van harte welkom.

De kerkgemeenschap is blij

u vandaag in haar huis te ontvangen.

Gij komt hier om voor elkaar en voor deze gemeenschap

uw trouwbelofte uit te spreken

en God te vragen dat Hij uw levensverbintenis bezegelt.

Wij delen in uw vreugde.

Samen met u willen wij God danken

voor het wonder van de liefde.

Hem vragen dat Zijn trouw het hart van u beiden mag vervullen,

en dat gij elkaar gelukkig moogt maken,

uw leven lang.
2.

Dierbare vrienden, familieleden en alle aanwezigen,

met grote vreugde zijn wij hier verenigd

voor het huwelijk van N en N.



Wij mogen vandaag getuigen zijn van het jawoord

waardoor N en N voor God en kerk, en voor ons,

hun ouders, familie en vrienden,

hun wederzijdse liefde en trouw bevestigen.

Samen willen wij bidden tot God

om Zijn zegen voor hen beiden.
3.

N en N, gij zijt naar hier gekomen

omdat gij gelooft dat God de bron is van uw menselijke liefde

en dat Hij met u meegaat op uw nieuwe levensweg.

In naam van de kerkgemeenschap

heet ik u gaarne welkom.

Wij gaan God vragen

dat Hij uw wederzijdse liefde bezegelt.

Wij zullen Zijn naam loven en prijzen

want God de Heer is de oorsprong

van al wat liefde heet onder de mensen.


4.

N en N,in het leven van elk van ons

zijn er heel belangrijke ogenblikken :

ogenblikken waarop wij een besluit nemen

dat de gang van ons leven bepaalt

en dat de weg zal tekenen voor ons uit.

Jullie hebben het besluit genomen

om samen door het leven te gaan.

Deze dag is daarvan de uitdrukkelijke bevestiging

voor de Heer en Zijn kerkgemeenschap.

Laten wij samen God danken voor het wonder

dat zich tussen 2 mensen afspeelt,

ook vandaag weer,

en laten wij kracht vragen

om dit wonder "wonder te laten zijn"

ook morgen en overmorgen.

5.

N en N, ouders, familieleden, kennissen en vrienden,



wij heten jullie allen hartelijk welkom op deze vreugdevolle dag.

Op een dag als vandaag gaat er eigenlijk veel in ons om

dat moeilijk onder woorden te brengen is :



gespannen afwachting, hoop en verwachting, blijdschap,

en ook een beetje weemoed.



Er is een lach en een traan, een lied en een woord,

een handdruk en een kus, duizend kleine dingen,

die wij onuitgesproken maar toch sprekend



met elkaar willen delen, duizend kleine dingen,

gebundeld tot een kring van warmte

waarbinnen wij een ogenblik mogen staan,

met het gevoel dat God ons toelacht.



Daarom is het fijn dat wij bij elkaar zijn gekomen

om samen de God van liefde te danken in deze viering.
6.

N en N, van harte welkom.

De kerk is blij jullie vandaag in haar huis te ontvangen.

Jullie komen hier

om jullie voor het leven aan elkaar weg te schenken,



en God te vragen dat Hij uw levensverbintenis mag bezegelen.

Wees ook hier welkom, jullie allemaal

die deze 2 mensen willen omringen in dit uur :



om te delen in hun geluk, om hun geluk nog groter te maken,

om getuige te zijn van hun ja‑woord,

om hun woord mee te bekrachtigen

en om samen met hen voor alle vreugde en tranen van gisteren,

morgen en vandaag de God der liefde te danken

in de eucharistieviering waartoe wij allen worden uitgenodigd

door de Vader en door deze twee jonge mensen.

Laat ons dus vreugde en blijdschap genieten

met een nieuw en zuiver hart, laat ons blij zijn

dat de Heer zich door ons laat vinden

en dat deze twee jonge mensen elkaar

gevonden hebben.


7.

Van harte welkom.

Jullie aanwezigheid is voor N en N een grote vreugde.

Het is aan uw jarenlange inzet te danken,



beste ouders, dat deze jonge mensen hier

hun liefhebben kunnen bevestigen aan elkaar.

Het samen opgroeien met broers en zussen,

de gezellige kinderuren in de grote familiekring,

de bemoediging van de vele vrienden,

en de voelbare aanwezigheid



van een christengemeenschap rondom hen,

dit alles willen N en N hier beantwoorden



door in blijheid het sacrament van het huwelijk te ontvangen,

en hierin te beloven steeds te trachten voor elkaar,

voor jullie en voor de Heer een voorbeeld te zijn

van Gods bedoeling hier op deze wereld.

8.

N en N, hartelijk welkom hier in de kerk.

Samen met u zijn hier de mensen die het zo goed menen met u

en die u geluk wensen omdat u bereid bent

als man en vrouw elkaar lief te hebben.



Laten we samen God danken

voor dat grote wonder van de liefde.

Laten we samen bidden

opdat uw liefde elke dag mooier en dieper mag worden,



zodat u bij elkaar de vervulling vindt

van dat diepe verlangen :



elkaar gelukkig te maken en goed te zijn voor alle mensen.
9.

In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.



Van harte welkom, N en N, en gelukgewenst met jullie huwelijk.

Van harte welkom ook, familieleden en vrienden.



Wij zijn blij en dankbaar dat wij vandaag getuige mogen zijn

van dit mooie moment in jullie leven.



Ontelbare keren is al begonnen wat vandaag begint.

En toch is wat vandaag begint, nog nooit gebeurd.

Want het leven van een mens, en het huwelijk, is éénmalig.

Graag zullen wij samen met hen de Heer danken

voor het geheim en het wonder van hun liefde,

want zij hebben de taal van de liefde verstaan.


10.

Beste ouders, familieleden, vrienden en bekenden,



wij zijn gelukkig u hier allen te mogen verwelkomen

op onze huwelijksviering.



Wij danken u dat gij getuigen wilt zijn van het jawoord

dat wij uitspreken voor het aanschijn van de levende God.

Wij vragen u samen met ons te bidden om Gods zegen

over ons boordevol hart,

over ons jong leven,

over de trouw die wij elkaar vandaag toezeggen,

over onze huwelijksliefde van morgen.

Uw aanwezigheid maakt ons geluk nog groter

en onze belofte nog sterker.



Laat vreugde zijn in ons hart op deze mooie dag

die de Heer heeft gemaakt en gegeven.


11.

Beste ouders, familieleden en vrienden,

N en ik zijn oprecht blij

dat jullie hier vandaag samen met ons in de kerk bent.

Voor ons beiden is het een grote dag.



Wij willen vandaag onze liefde voor het leven bezegelen

door het huwelijk dat wij sluiten

voor God en voor de gemeenschap van de kerk.



Wil samen met N en mij aan de Heer de kracht vragen

die wij nodig zullen hebben om in blijvende liefde en trouw

mekaar ons hele leven lang gelukkig te maken.
12.

N en ik zijn blij jullie hier vandaag welkom te mogen heten.

We hebben met verlangen uitgezien naar deze dag



en we vinden het fijn dat jullie dit belangrijk moment

nu samen met ons willen meemaken.



Bij de aanvang van deze viering zeggen we van harte "dank"

aan onze ouders, broers en zusters,

familieleden en alle mensen die ons leven hielpen opbouwen.

We zeggen vooral "dank u"

aan God, die ons aan elkaar heeft gegeven.

Wil dan samen met ons God danken

voor deze grote gave van de liefde,



en wil samen met ons bidden dat onze liefde diep en trouw mag zijn

en een bron van geluk voor ons beiden en voor u allen.
13.

Dag mensen allemaal !



We zijn blij en dankbaar dat jullie getuigen willen zijn

van dit mooie moment in ons leven.



Gedurende ruime tijd hebben wij de taal van de liefde leren verstaan;

nu willen wij deze liefde aan elkaar zichtbaar en tastbaar maken

door te trouwen : elkaar onze trouw beloven voor God,

die ons houvast zal zijn en onze leidraad

voor heel ons verdere huwelijksleven.


14.

Priester:

Ik ben blij u allen,

die vandaag naar hier gekomen zijn,

voor de viering van het huwelijk van N en N

van harte welkom te mogen heten.



N en N hebben ons uitgenodigd om hun huwelijksfeest in te zetten

rond de tafel van de Heer.



Ik zou dan ook graag voorstellen dat wij proberen

ons zo rustig en eenvoudig mogelijk in te stellen

om van ons samenzijn echt een moment van bezinning te maken,

een moment van gebed,

van beroep doen op de Heer



opdat Hij bij hen zou zijn vandaag en alle dagen van hun leven.
Bruidegom :

Beste ouders, familieleden en vrienden,

N en ik zijn echt blij

dat jullie hier vandaag samen met ons in deze kerk aanwezig zijn.

Voor ons beiden is het een grote dag.



Als vreemden kwamen we elkaar tegen

op de kronkelweg van het leven.

God, wat een wonder !

We mochten elkaar ontmoeten

en langzaam ging onze vriendschap groeien.

We raakten vertrouwd met elkaar,

verwezen in elkaars gedachten en gevoelens.


Bruid:

Ons ik werd wij



en samen stapten we verder naar een doel, ons welbekend.

Vandaag willen N en ik



onze liefde voor het leven bezegelen

door het huwelijk dat we sluiten



voor God en voor de gemeenschap van de Kerk.

Wil samen met ons aan de Heer vragen



dat we voor altijd thuis mogen zijn bij elkaar,

dat Zijn liefde ons mag verrijken dag na dag

en dat we samen de weg mogen gaan zoals Hij die voor ons droomt.



2. VERGEVINGSMOMENT


15.

Bij elke huwelijkssluiting wordt een bepaalde periode

in het leven afgesloten.

Vandaag is dat ook zo : niet alleen voor N en N

begint vandaag voorgoed iets nieuws, maar ook voor allen die met hen

verbonden willen leven.

Op onze wegen hebben wij mekaar wel eens pijn gedaan

als ouders, zus of broer, verloofde of vriend.

Als wij wegen gaan die de Uwe niet zijn, God,

zoekt Gij ons telkens weer op, opdat ook wij het doen

en elkaar terugvinden op de wegen van vriendschap en vrede.

Heer, wij vergeven aan elkaar, vergeef Gij dan ook onze schuld.

God, spijker ons niet vast op ons verleden.



Gij wilt onze vrijheid, als ook wij elkaar die ruimte geven.

Wij vragen U, Vader, Zoon en Geest, ons te vergeven.



Heer, wij vergeven aan elkaar, vergeef Gij dan ook onze schuld.
16.

Samenleven is niet zo gemakkelijk,

zelfs niet als je mekaar liefhebt.

Maak u geen illusies,

je zal jezelf en de ander nooit helemaal begrijpen.



De ander zal dingen doen, waarvan jij zegt : "Hoe is het mogelijk ?"

Soms zal je voor jezelf een raadsel zijn en denken :

"Hoe bestaat het dat ik zoiets doe ?"

Eerst draag je elkaar in enthousiasme en zonder zorgen,

dan draag je elkaar

en tenslotte moet je vechten voor je liefde na elk onbegrip.

Na elk incident is er dan dat wel‑willen en niet‑kunnen,

die onmacht en die pijn.

Willen spreken en geen woord over je lippen krijgen,

willen strelen en je hand voelen stijf worden als een mattenklopper,

willen glimlachen en je gezicht vertrekken tot een grimas,

willen omhelzen en als een stuk hout naast de ander blijven zitten,

willen vergeven en toch zeggen : "Waarom heb je dat gedaan ?"

Voor al die keren dat we de ander niet begrepen,

voor al die keren dat we niet konden vergeven,

vragen wij vergeving, Heer.

Heer, ontferm U over ons.
17.

God, die in het begin naar Uw beeld

de mens hebt gemaakt voor elkaars geluk, wees hier aanwezig,

nu wij ons berouwvol tot U keren om vergiffenis te vragen

voor alles dat ons van U en van elkaar verwijderd houdt.

Heer, ontferm U over ons.


18.

Priester :



Een stap naar de toekomst brengt vaak een blik in het verleden mee.

Op onze wegen hebben wij elkaar wel eens pijn gedaan,

als ouder, zus of broer, verloofde of vriend.

Het is zinvol dat wij bij de aanvang van dit huwelijksfeest

proberen uit de grond van ons hart

elkaar vergeving te schenken.


Allen:

God, bij wie de liefde het eerste en het laatste woord heeft,

geef dat we woorden van vergeving vinden

die anderen en onszelf open maken

voor elkaar en voor U, in de diepe vrede van Jezus.
19.

Priester :

Menselijke verhoudingen verlopen over goede en kwade dagen.

Daarom is het zinvol dat wij bij de aanvang van dit feest,

proberen uit de grond van ons hart

elkaar vergeving te vragen en te schenken.



Lezer : Omdat wij niet altijd liefdevol geweest zijn voor elkaar,

teveel bekommerd met ons zelf,

niet genoeg denkend aan het geluk van de anderen :
Allen: Heer, ontferm U over ons.
Lezer :

Omdat wij zo dikwijls door zwakheid of door onverschilligheid

onvoldoende attentie opbrachten, zelfs ondankbaar waren tegenover hen die ons oprecht liefhebben :
Allen: Christus, ontferm U over ons.
Lezer :

Om alles wat we voor de medemensen hadden kunnen doen en zijn,

om alles wat ongezegd bleef en ongedaan :


Allen: Heer, ontferm U over ons.
Priester :

Laten wij elkaar vergeving schenken en moge de barmhartige God ons in Zijn liefde opnemen en geleiden tot het eeuwige leven.
Allen: Amen.
20.

Lezer :

Vergeven is iemand bevrijden,

iemand weer kans geven nieuw te worden.



Vergeven is iemand de hand reiken om over zwakheid heen te geraken.

Vergeven is zon brengen, is de muur afbreken,is een brug bouwen,

is terug contact opnemen.



Vergeven is de ander weer zo gaarne zien als jezelf.

Vergeving vragen is de eigen pretentie op zak steken

en bekennen dat je liefde nodig hebt.

Vergeven is nog eens de liefde gelijk geven.

Priester :



Ons samenleven verloopt over goede en kwade dagen.

Daarom is het zinvol dat wij, bij de aanvang van dit huwelijksfeest,

proberen uit de grond van ons hart

elkander vergeving te vragen en te schenken

voor alle fouten die wij ooit tegen elkander hebben begaan,

als ouder of kind, als broer of zus, als verloofde, als familielid of vriend.
Allen: Amen.
21.

Lezer :

Tijdens ons leven ontmoeten wij heel wat mensen,

die het goed met ons menen : onze ouders, broers, zusters,

familieleden, kennissen, vrienden, geburen en werkkameraden

Dikwijls hebben wij hun goede bedoelingen niet gemerkt

en schoten wij tekort tegenover hen in begrip en genegenheid.

Daarom bidden wij :


Allen : Heer, wij vergeven aan elkaar, vergeef Gij dan ook onze schuld.
Lezer :

Allen ontmoeten wij mensen,



die behoefte hebben aan wat vriendschap en genegenheid,

die van ons steun en aanmoediging verwachten.



Omdat wij dikwijls de vriendenhand niet reiken, omdat wij ons regelmatig opsluiten in ons kleine ik, daarom vragen wij :
Allen: Heer, wij vergeven aan elkaar, vergeef Gij dan ook onze schuld.
Lezer :

Heer, dikwijls zijn wij U zo weinig dankbaar om al het schone en het goede dat wij in ons leven mogen ondervinden.

Wij beantwoorden niet voldoende aan Uw wil :



Uw oproep tot gebed en bekering gaan wij achteloos voorbij,

Uw genadevol aanbod in de sacramenten verwaarlozen wij.

Om ons gebrek aan inzet en wederliefde weer goed te maken,

vragen wij U :


Allen : Heer, wij vergeven aan elkaar, vergeef Gij dan ook onze schuld.
22.

Lezer:

Wat ik het moeilijkste kan geven,

moet ik eerst geven : vergiffenis !

'Vergiffenis', ja dat is het !

Ik moet vergeven,

altijd weer opnieuw vergeven !

Als ik stop met vergeven,staat er onmiddellijk een muur.

En een muur is het begin van een gevangenis.

Ik moet in 't leven vooral 2 dingen doen :

'begrijpen' en 'vergeten' !

Ik ken veel mensen en ik ken de geheimen van veel mensen.

En ik ben hoe langer hoe meer overtuigd

dat geen 2 mensen hetzelfde zijn.

Ieder mens is een wereld op zich,

en leeft en voelt en denkt en reageert vanuit die eigen wereld,

waarvan de diepste kern me altijd vreemd blijft !

Daarom ontstaan tussen mensen bijna noodzakelijkerwijze

contactstoornissen, wrijvingen en botsingen.



Alleen maar als ik begrip heb voor het feit dat de andere 'anders' is

en als ik bereid ben te vergeven,is het 'samenleven' mogelijk.



Anderzijds wordt het een wederzijdse belegering

en leef ik dag in,dag uit in een koude of warme oorlog.

Er zijn uitzonderlijk gunstige gelegenheden om vrede te maken,

om ruzies op te ruimen.



Ik heb zo dikwijls de kans een geschenk te geven,

een kaartje te sturen,

iemand uit te nodigen ten teken van verzoening, van vergiffenis.

Als de moeilijkste eerste stap gezet is,



wordt de rest een 'feest',

vergiffenis.

De mooiste gave !

(Phil Bosmans)


Priester:

Laten wij dan elkaar van harte vergeving schenken, voor alle fouten die wij ooit tegen elkaar hebben begaan :

als ouder of kind, als broer of zus, als verloofde, familielid of vriend.

Als wij elkaar van harte vergeven,

dan mogen wij ook de Heer bidden

om Zijn ontferming.
Allen : Heer, ontferm U over ons.
23.

Priester :

Wanneer mensen samen feest willen vieren

is het goed dat zij in volledige vrede leven met zichzelf,

met anderen, met God.



Laten wij ons daarom eerst verzoenen met de Heer

en met alle mensen die wij pijn hebben gedaan.
Lezer :

Dag na dag proberen wij gelukkig te worden,

maar het lukt ons niet altijd.



Dag na dag proberen wij elkaar gelukkig te maken,

maar soms slagen wij er niet in.

Bidden wij daarom om vergeving.
Allen : Heer, ontferm U over ons.
Lezer :

Dag na dag zijn wij, ondanks onze goede wil,

ontgoocheld over het weinig resultaat,

over onze zwakheid en onze onmacht.



Dag na dag hopen wij daarom op Uw vergeving,

en hoopt Gij dat ook wij vergeven.

Daarom bidden wij :


Allen: Christus, ontferm U over ons.
Lezer :

Leer ons over de zwakheden van anderen heenstappen;

van de mensen te houden ondanks hun tekorten en fouten,

altijd blijven geloven in hun goede bedoelingen.

Leer ons zijn zoals Gij, alle dagen van ons leven.
Allen: Heer, ontferm U over ons.
Lezer :

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen,

onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

Amen.


24.

Lezer :

Er is de weg van de kleine goedheid van mens tot mens :

geduld, luisterbereidheid, een lieve attentie.



Een weg, die wij niet gaan, en daardoor waren er

omwille van onze tekorten minder gelukkige mensen.
Allen: Heer, wij vergeven aan elkaar, vergeef Gij dan ook onze schuld.
Lezer :

Er is de weg van de dagelijkse taak :

doen wat moet gedaan worden,

eerlijkheid in tijd en taak,



een weg die wij niet altijd gaan, en daardoor is er

wat minder gerealiseerd, waarvoor toch op ons gerekend werd.
Allen: Heer, wij vergeven aan elkaar, vergeef Gij dan ook onze schuld.
Lezer :

Er is de weg naar de grote wereld, inzet voor de maatschappij,

voor de mens veraf of dichtbij, de weg die wij niet volhouden,

en zo komt het dat anderen dubbele inzet moeten geven.
Allen:

Heer, wij vergeven aan elkaar, vergeef Gij dan ook onze schuld.
25.

Priester:



Wij zijn geen heiligen, God, dat weet Gij best.

Dag na dag ondervinden wij dat zelf.



Wij willen het goede, maar doen het niet altijd.

Wij houden van de anderen,

maar dikwijls het meest toch van onszelf.



Leer ons daarom te leven zoals Uw Zoon,

in eerlijkheid en trouw

en naar Zijn maat en intensiteit,

maar ook in het voortdurende besef

dat wij nog vaak falen.
Bruid :

Vergeef me, N, voor al die keren dat ik niet altijd even liefdevol was,

voor elk boos woord dat over mijn lippen kwam,

en omdat ik soms zo moeilijk kan begrijpen

dat jij helemaal anders bent dan ik.


Allen : Heer, wij vergeven aan elkaar,vergeef Gij dan ook onze schuld.
Bruidegom :

Vergeef me, N,voor elk vernietigend oordeel dat ik uitsprak,

voor het zwijgen dat soms zoveel meer

kwaad doet dan het eerlijk samen uitpraten,



en voor al die keren dat ik je niet op de eerste plaats zette.
Allen : Heer, wij vergeven aan elkaar, vergeef Gij dan ook onze schuld.
Bruid + bruidegom :

Lieve ouders,



wij vragen jullie om vergeving voor al die keren

waarop wij jullie te weinig vertelden over onze plannen,

voor al die keren waarop we jullie teleurstelden,

of goed bedoelde raad niet wilden begrijpen.


Allen :

Heer, wij vergeven aan elkaar, vergeef Gij dan ook onze schuld.
Priester:

Laten wij elkaar dan nu alle fouten vergeven,

als ouder of kind, broer of zus, als verloofde, familielid of vriend.

Als we elkaar van harte vergeven,

dan mogen we ook rekenen op de ontferming van de Heer,

op Zijn vergeving,die nieuwe levenskracht en vreugde brengt.


26.

Priester:



Vergeven is iemand bevrijden,

iemand weer kans geven nieuw te worden.



Laten wij elkaar vergeving vragen en schenken.
Bruid :

Voor elke hoop die ik bij jou heb uitgedoofd,

voor elke vreugde die ik van jou heb weggeroofd, voel ik zo'n spijt.
Bruidegom :

Voor elk boos woord dat over m'n lippen kwam,



voor elk moment dat ik iets van jou ontnam, voel ik zo'n spijt.
Bruid :

Voor elk verwijt dat uit m'n mond heeft pijn gedaan,

voor elke vrees die ik je ooit heb aangedaan,

voor elke smart die jij voor mij hebt uitgestaan,voel ik zo'n spijt.
Bruid + bruidegom :

Ik heb je lief voor al wat je vergeven hebt,

voor elke gunst waarvoor je stil gebeden hebt, zeg ik je dank.
Priester:

Aan God die altijd bereid is te vergeven,vragen wij om ontferming :

Heer, ontferm U over ons.

Allen : Heer, ontferm U over ons.


Priester: Christus, ontferm U over ons.

Allen : Christus, ontferm U over ons.


Priester: Heer, ontferm U over ons.

Allen : Heer, ontferm U over ons.


27.

Bruid :


Sorry, N,voor al die keren dat ik zo opvliegend kon zijn

zonder ernstige reden en waardoor ik je soms kwaad kon krijgen.
Bruidegom :

Sorry N, voor de dagen waarop ik me tegenover jou

onvriendelijk heb gedragen.


Bruid :

Sorry, voor al diegenen die ik heb kunnen kwetsen

met mijn soms bitsige opmerkingen en mijn arrogantie.
Bruidegom :

Sorry, voor de mensen die ik soms ergerde door mijn gebrek aan ernst of verantwoordelijkheidsbesef

en door andere kleine kanten van mijn karakter.
Priester:

HET VERLEDEN DICHTDOEN.



Op de deur waarmee je het verleden dichtdoet,

staat maar één woord : VERGIFFENIS !

Na alles wat mensen hebben meegemaakt
en van elkaar moeten verdragen,

kan alleen met vergiffenis "vrede" groeien !

Elk woord en elk gebaar dat vergiffenis schenkt,

is een bijdrage tot vrede !





3. OPENINGSGEBED


28.

God van liefde, uit ontelbare mensen hebt Gij één man en één vrouw

geroepen voor elkaar. Twee mensen hebt Gij samengebracht.

Gij ziet iets groots in hun liefde; op hen rust nu de levensgrote taak

om elkaar gelukkig te maken, dag na dag.

Kom bij N en N met al Uw kracht en zegen,

opdat zij voor elkaar kunnen zijn bouwstenen van geluk

en van Uw liefdestad.



Blijf daarom bij hen wonen vandaag en morgen en altijd.

Amen.
29.

Laat ons bidden :

Heer onze God, Jij vertrouwt de ene mens aan de andere toe.

Zo fijn, dat ze liefde voor mekaar kunnen zijn.

Wij bidden U :



dat N en N in elkaars liefde U mogen leren kennen

als een bron van leven en goedheid.



Laat hun liefde voor elkaar de taal zijn waarin Jij tot hen spreekt.

Laat hun wederzijdse liefde voor ons een openbaring zijn

dat Jij midden onder ons leeft, Jij die liefde zijt,

vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.
30.

God, Gij hebt de huwelijksband geheiligd tot een verheven mysterie

om in de verbintenis van man en vrouw de liefde uit te beelden

van Christus voor zijn bruid, de kerk.

Wij vragen U

dat N en N in liefde vervullen wat zij in geloof ontvangen.

Door onze Heer ...


31.

Goede God,uit ontelbare mensen hebt U N en N samengebracht

om met elkaar hun leven te delen. Gij ziet iets in hun liefde.

Het is hun opgave elkaar gelukkig te maken,

voor elkaar een thuis te zijn.



Wij bidden U : laat hun liefde de taal zijn waarin Gij tot hen spreekt,

dan zullen zij een licht zijn voor hun omgeving,

dan zullen zij voor elkaar één en al hart zijn.

Wees met hen van uur tot uur, van dag tot dag,

alle dagen van hun leven.

Amen.
32.

God van liefde,



uit ontelbare mensen hebt Gij één man en één vrouw

geroepen voor elkaar.



Twee mensen hebt Gij samengebracht. Gij ziet iets in hun liefde.

Op hen rust nu de grote levenstaak

elkaar gelukkig te maken en voor elkaar een thuis te zijn.

Wij kennen de moeilijkheden van deze opgave.



Wil daarom met N en N zijn, van uur tot uur, van dag tot dag.

Laat hen groeien naar een bestaan, waarin ze alles delen :

vreugde en pijn, vertrouwen en onzekerheid, geloof in het leven

en onmacht door eigen falen.



Laat hen zorgzaam omgaan met hun teer en kwetsbaar geluk,

waarvan ze de rijkdom nooit helemaal kunnen beseffen.

Dat vragen wij U door Christus onze Heer.

Amen.
33.



Heer, Gij kent deze beide jonge mensen,

die naar hier gekomen zijn om elkaar gelukkig te maken.

Wij bidden dat de gezindheid van Jezus in hen beide moge groeien,

dat zij elkaar echt liefhebben en waarderen,dat zij, in alle eenvoud,

elkaar diepe vrede en vreugde mogen schenken.

Moge hun liefde voor elkaar en voor de mensen,



die zij zullen ontmoeten, een teken van Gods genegenheid zijn

en een oproep om deze boodschap door te geven.



Dat vragen wij U, God, voor hen, nu en altijd en tot in eeuwigheid.

Amen.
34.



God, Gij hebt man en vrouw geschapen voor elkaar.

Gij hebt het zo beschikt dat zij verenigd worden in één band van liefde

en trouw.



Geef dat de genegenheid van N en N mag groeien en getuigen

van Uw goedheid.

Door onze Heer Jezus Christus ...
35.

Gij, die ongekend en niet te noemen zijt,

maar wiens Naam wij stamelend uitspreken :

God, Vader van ons mensen,open ons dit uur voor Uw aanwezigheid,

luister naar ons als wij proberen iets van U te zeggen, kom ons nabij

en verlicht ons leven met een goed woord,

dat mensen aan elkaar verbindt en vol belofte is.

Dan zal het goed zijn elkaar te beminnen en trouw te beloven

voor al onze levensdagen.


36.

Laat ons bidden : Almachtige God, het is Uw werk en Uw geluk

dat er liefde wordt gevonden in deze wereld,

en dat er gemeenschap tussen mensen mogelijk is.



Wij bidden U : open ons hart voor het woord van de liefde,

voor het evangelie van Jezus Christus.



Hij heeft het ons gezegd, en wij geloven, dat Gij zelf liefde zijt,

barmhartig en betrouwbaar, onze God en Vader,

vandaag en alle dagen, tot in eeuwigheid.

37.


God, het is Uw werk en Uw belofte dat er liefde wordt gevonden in deze wereld, dat er gemeenschap tussen mensen mogelijk is.

Wij bidden U : dat wij als man en vrouw, als vriend en naaste,

ons mogen spiegelen aan de eerbied, waarmee Uw zoon Jezus Christus

Zijn medemensen heeft liefgehad;



opdat wij in Zijn geest gelukkig worden en geloven dat Gij de bron van alle liefde zijt, de Liefde zelf, onze God en onze Vader.



4. LEZING


38.

Genesis 1, 26-28 + 31a


In het begin sprak God :

"Nu gaan wij de mens maken,

als beeld van ons, op ons gelijkend;

hij zal heersen over de vissen van de zee, over alle wilde beesten

en over al het gedierte dat over de grond kruipt.

"En God schiep de mens als Zijn beeld;

als het beeld van God schiep Hij hem;

man en vrouw schiep Hij hen.

God zegende hen, en God sprak tot hen :

"Wees vruchtbaar en wordt talrijk;

bevolk de aarde en onderwerp haar;

heers over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht,

en over al het gedierte dat over de grond kruipt.

"God bezag alles wat Hij gemaakt had,

en Hij zag dat het heel goed was.
39.

Genesis 2, 2-24


Toen Jahwe God de aarde en de hemel gemaakt had,

was er op aarde nog geen enkele wilde struik te zien

en op de velden groeide er nog geen sprietje gras :

want Jahwe God had het nog niet laten regenen op aarde

en er was nog geen mens om de grond te bewerken,

om water uit de grond omhoog te halen en de bodem te bevloeien.

Toen boetseerde Jahwe God uit het fijne stof van de aarde

de mens en blies hem levensadem in de neus.

Zo werd de mens een levend wezen.

Daarna legde Jahwe God een tuin aan in de vlakte van Eden,

ergens in het oosten en daar plaatste Hij de mens

die Hij geboetseerd had.

Jahwe God liet uit de aarde allerlei bomen opschieten,

heerlijk om te zien en goed om van te eten.



En aan de mens gaf Hij de beschikking over de tuin van Eden

om die te bewerken en te beheren.

Toen sprak Jahwe God :

"Het is niet goed voor de mens dat hij alleen blijft.

Ik zal een hulp voor hem maken die bij hem past,

iemand waarin hij zich herkennen kan."



En Jahwe God boetseerde uit de aarde alle dieren op het land

en alle vogels in de lucht



en bracht ze bij de mens

om te zien hoe hij ze zou noemen.

De naam die de mens aan elk levend wezen zou geven,

die naam zou het dragen.

De mens gaf namen aan al de tamme dieren,



aan al de vogels in de lucht en aan al de wilde beesten.

Maar een hulp die bij hem paste



één waaraan hij zijn eigen naam kon geven

vond de mens niet.



Toen liet Jahwe God de mens verzinken in een diepe slaap,

en terwijl hij sliep,



schiep Hij de vrouw en bracht haar bij de man.

Toen riep de mens uit :



"Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees !

'Vrouw' zal zij heten."

Zo komt het dat de man zijn vader en moeder verlaat

en zich zo aan zijn vrouw hecht dat zij volkomen één worden.
40.

Genesis 24, 48-51 + 58-67
In die dagen sprak de dienaar van Abraham tot Laban :

"Ik viel op mijn knieën,



boog mij voor Jahwe neer en zegende Jahwe,

de God van mijn meester Abraham,



die mij langs de juiste weg had geleid,

zodat ik voor de zoon van mijn meester de dochter van diens broer

mocht vinden.

Als mijn meester Uw vriendschap en trouw wilt betonen,

zeg het mij dan;

zoniet, zeg het dan eveneens;

dan kan ik ergens anders gaan zoeken."

Daarop antwoordde Laban en diens familie :

"Dit is een beschikking van Jahwe;

wij kunnen er niets tegen in brengen.

Rebekka staat voor u gereed;

neem haar met u mee



als vrouw voor de zoon van uw meester,

zoals Jahwe beschikt heeft."

Zij riepen dus Rebekka en vroegen haar :

"Wil je met deze man meegaan ?"

Zij antwoordde : "Ik ga mee."

Toen lieten zij hun zuster Rebekka vertrekken,



samen met haar voedster,

en met de dienaar van Abraham en zijn mannen.

Zij zegenden Rebekka en zeiden tot haar :

"Zuster, moogt gij worden tot duizend maal tienduizend

en moge uw nageslacht de poort van zijn vijanden bezitten !"

Toen maakten Rebekka en haar slavinnen zich gereed.

Zij bestegen hun kamelen en volgden de man.

De dienaar begaf zich met Rebekka op reis.



Isaak was teruggekomen van de bron Lachai‑Roï;

hij woonde toen in de Negeb.



Bij het vallen van de avond ging hij buiten wat afleiding zoeken;

toen hij zijn ogen opsloeg, zag hij ineens kamelen aankomen.

Ook Rebekka keek op, en toen zij Isaak zag,

liet zij zich van haar kameel glijden en vroeg aan de dienaar :

"Wie is die man daar, die over het veld naar ons toekomt ?"

De dienaar antwoordde : "Dat is mijn meester."

Toen deed zij haar sluier voor.

De dienaar vertelde aan Isaak alles wat hij gedaan had.



Daarop bracht Isaak Rebekka in zijn tent en nam haar tot vrouw.

Isaak kreeg haar lief en vond troost

voor het verlies van zijn moeder.
41.

Tobit 7,9c-10 + 11c-17


Toen Raguel zijn gasten uitnodigde aan tafel te komen,

zei Tobias : "Ik zal hier vandaag niet eten of drinken,

voordat u mijn verzoek hebt ingewilligd

en beloofd dat u mij uw dochter Sara zult geven."

Toen Raguel aarzelde met op deze vraag antwoord te geven,

zei de engel tot hem :

"Wees maar niet bang Sara aan hem te geven;



omdat Tobias God vreest,

komt uw dochter hem als echtgenote toe.

Bijgevolg kon geen ander haar bezitten."

Raguel antwoordde :

"Nu ben ik er zeker van,



dat God mijn gebeden en tranen welwillend heeft aanvaard.

En ik geloof dat Hij U daarom tot mij heeft gezonden,

dat mijn dochter met haar bloedverwant

in het huwelijk verenigd zou worden,volgens de wet van Moze

Twijfel nu dus niet : ik geefhaar aan jou."

Hij nam de rechterhand van zijn dochter



en legde die in de rechterhand van Tobias terwijl hij sprak :

"De God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jacob moge met jullie zijn.

En Hij verenige u en hij moge Zijn zegen over jullie uitstorten."

Toen namen zij papier en schreven de huwelijksakte.

Daarna gebruikten zij de maaltijd en zij prezen God.
42.

Tobit 8, 4-10


Tobias richtte zich tot het meisje :

"Sta op, Sara. we moeten God smeken,

vandaag en morgen en overmorgen.

Want in deze drie nachten verenigen wij ons met God.

Als de derde nacht voorbij is,



zullen we onze echtvereniging beginnen.

We zijn immers kinderen van de heiligen



en wij kunnen ons niet zo verenigen als de heidenen,

die God niet kennen."

Ze stonden beiden op en vurig baden zij samen,



dat ze behouden mochten blijven.

Tobias sprak : "Heer, God van onze vaderen,



mogen U rijzen de hemel en de aarde,

de zee en de bronnen,



en de rivieren, en al uw schepselen, die daarin zijn.

Gij hebt Adam geschapen uit het stof van de aarde



en aan hem Eva gegeven, als een hulp.

Welnu dan, Heer,



Gij weet dat ik niet uit wellust mijn verwante tot vrouw genomen heb,

maar alleen uit verlangen naar een nageslacht,

dat uw naam zal prijzen in de eeuwen der eeuwen."

Ook Sara sprak : "Ontferm U over ons, Heer, ontferm U

over ons. Laat ons samen oud worden, behouden en wel."
43.

Prediker 3, 1‑11


Alles heeft zijn uur, er is een tijd voor alles

wat zich afspeelt onder de hemel.

Een tijd om te baren en een tijd om te sterven,

een tijd om te planten en een tijd om het geplante te plukken.

Een tijd om te doden en een tijd om te genezen,



een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen.

Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,

een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.

Een tijd om stenen te gooien en een tijd om stenen te stapelen,



een tijd om te omhelzen en een tijd om zich van liefde ver te houden.

Een tijd om te zoeken en een tijd om verloren te laten gaan,

een tijd om te bewaren en een tijd om weg te doen.

Een tijd om te scheuren en een tijd om te naaien,

een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken.

Een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten,

een tijd van oorlog en een tijd van vrede.

Hij die werkt, wat wint hij met al zijn gezwoeg ?

Ik zag de last die God de mensen oplegt om zich er mee af te matten.

Alles heeft Hij gemaakt, geschikt op zijn tijd;

ook de lange duur legde Hij in het hart van de mens,

maar zonder dat de mens het werk van God

kan doorgronden van het begin tot het einde.
44.

Jeremia 31, 31‑32a + 33‑34a


Er komt een tijd ‑ godsspraak van Jahwe ‑ dat ik met Israël

en Juda een nieuw verbond sluit :

geen verbond zoal ik met hun voorvaderen gesloten heb,

toen ik hen bij de hand heb genomen om hen uit Egypte te leiden.

Dit is het nieuwe verbond dat ik in de toekomst met Israël sluit :

ik schrijf mijn wet in hun binnenste, ik grif ze in hun hart.

Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.

Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden :

leer mij de Heer kennen.

Want iedereen, groot en klein,

kent mij al ‑ godsspraak van Jahwe.


45.

Hooglied 2, 8‑10 + 14‑16a; 8, 6‑7a


Bruid :

Hoor, daar is mijn geliefde;



kijk, daar komt hij aan, over de heuvels snelt hij voort.

Mijn geliefde is als een gazel,

hij lijkt wel het jong van een hert.

Daar staat hij achter de muur van ons huis.



Hij ziet door het raam en kijkt door de tralies naar binnen.

Nu roept mijn geliefde en zegt tegen mij :


Bruidegom :

"Sta op, mijn liefste, komt toch, mijn schoonste.



Mijn duif, die u verscholen hebt in de kloven van het gesteente,

in de holen van de rotsen.



Laat mij uw gezicht zien, laat mij uw stem horen,

want uw stem is zo mooi,uw gezicht zo lieftallig."


Bruid :

Mijn geliefde is van mij en ik ben van hem.

Leg mij op uw hart als een zegel,

om uw arm als een band :

want sterk als de dood is de liefde !

Onverbiddelijk als het graf is haar gloed,

zij laait op als het flitsende vuur,

haar vlammen zijn vlammen van de Heer !



Watergolven missen de kracht om de liefde te blussen,

en haar stromen verzwelgen haar niet.


46.

Jezus Sirach 26, 1-4 + 13-16
Gelukkig de man die een goede echtgenote heeft :

zijn leven zal dubbel zo mooi zijn.

Een kranige vrouw is de vreugde van haar echtgenoot,

zijn leven lang zal hij gelukkig zijn.

Een waardevolle vrouw is een grote gave,

een geschenk van de Heer voor wie Hem dienen.



Al zijn ze rijk, al zijn ze arm, in hun hart leeft altijd de vreugde

en in alle omstandigheden ligt de glimlach op hun gelaat.

De bevalligheid van de vrouw behaagt aan haar man

en haar talenten brengen welzijn in het gezin.

Een echtgenote die op haar taak is voorbereid



en die deze taak bescheiden en bekwaam

weet te vervullen, is een geschenk van God.

Een man die met vaste hand leiding kan geven,

is een sterke steun voor zijn vrouw.

Van onschatbare waarde is de man die zich weet te beheersen.

Als op de opgang van de zon over de bergen van de Heer,

zo zal de kracht van de man en de bevalligheid van de

vrouw een schitterend licht zijn in hun huis.


48.

Romeinen 8, 31b-35 + 37-39
Indien God vóór ons is,wie zal dan tegen ons zijn ?

Hij heeft zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard,

voor ons allen heeft Hij hem overgeleverd.

En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken ?

Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen ?

God die rechtvaardigt ? Wie zal hen veroordelen ?

Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt

en die, gezeten aan Gods rechterhand, onze zaak bepleit ?

Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus ?



Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid,

levens-gevaar of het zwaard ?

Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk,

dank zij Hem die ons heeft liefgehad.



Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven,noch engelen

noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht

in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal

ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods,

die is in Christus Jezus onze Heer.


49.

Galaten 5, 13‑14, 16, 18, 22‑23


Broeders, gij werd geroepen tot vrijheid.

Alleen, misbruik de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht.

Integendeel, dient elkaar door de liefde.



Want de hele wet is vervat in dit ene woord :

Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.



Ik bedoel dit : leef naar de Geest,

dan zult ge de begeerte van de zelfzucht niet volvoeren.

Maar als ge u door de Geest laat leiden, staat ge niet onder de Wet.

Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld,

vriendelijkheid,



goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid.

Tegen zulke dingen bestaat geen wet.


50.

Romeinen 12, 1-2 + 9-18
En nu smeek ik u bij Gods erbarming : wijdt uzelf aan Hem toe als een levende, heilige offergave, die Hij kan aanvaarden.

Dat is de geestelijke eredienst die u past.

Stemt uw gedrag niet af op deze wereld.

Wordt andere mensen, met een nieuwe visie.

Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God van u wil,

en wat goed is, wat zéér goed is en volmaakt.

Uw liefde moet ongeveinsd zijn.

Haat het kwaad, weest het goede welgezind.

Bemint elkander hartelijk met broederlijke genegenheid.

Acht anderen hoger dan uzelf.



Laat uw ijver niet verflauwen, weest vurig van geest, dient de Heer.

Laat de hoop u blij maken, houdt stand in de verdrukking,

volhardt in het gebed.



Draagt bij voor de noden der heiligen, beoefent de gastvrijheid.

Zegent hen die u vervolgen,

ge moet ze zegenen in plaats van ze te vervloeken.

Verblijdt u met de blijden en weent met hen die wenen.



Weest eensgezind.

Schikt u zonder hooghartigheid in de omgang met gewone mensen.



Weest niet eigenwijs. Vergeldt niemand kwaad met kwaad.

Hebt het goede voor met alle mensen.



Leeft voor zover het van u afhang met alle mensen in vrede.
51.

Korintiërs 13, 1‑13 (Hooglied van de liefde)


Al spreek ik de talen van mensen en engelen,

als ik de liefde niet heb, ben ik niet meer

dan een galmende gong of een rinkelende bel.



Al bezit ik de gave van de profetie, en ken ik al Gods geheimen

en weet ik alles wat er te weten valt, en al heb ik het volmaakt geloof

dat bergen verzet : als ik geen liefde heb, ben ik niets.

Al besteed ik mijn hele bezit aan eten voor de armen,

en al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood :

als ik geen liefde heb, helpt het me niets.

De liefde is geduldig, vriendelijk en niet jaloers.

De liefde vervalt niet in grootspraak en doet niet trots.

Is niet grof en egoïstisch, wordt niet geprikkeld

en rekent het kwaad niet aan.

De liefde verheugt zich niet over het onrecht,

maar vindt haar vreugde in de waarheid.

Zij geeft het nooit op : zij blijft geloven, hopen en verdragen.

De liefde houdt nooit op te bestaan.



Profetische boodschappen zullen verdwijnen, het spreken in vreemde taal zal verstommen, aan kennis komt een einde.

Beperkt is ons kennen en beperkt is ons profeteren.

Maar wanneer de volmaakte toestand komt,

zal, wat beperkt is, verdwijnen.

Toen ik een kind was, sprak ik als een kind,

dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind.



Eenmaal man geworden, leerde ik mijn kinderlijke manier van doen af.

Wat we nu zien, zijn de vage beelden in een spiegel,

maar dan staan we oog in oog.

Nu is mijn kennis beperkt, maar dan zal ik kennen zoals God mij kent.

Intussen blijven deze drie bestaan : geloof, hoop en liefde.

Maar daarvan is de liefde de grootste.


52.

I Korintiërs 13, 1‑8a


Stel dat ik zou spreken als geen ander,

wijs en verstaanbaar voor iedereen, als ik de liefde niet heb,

zal het klinken als koude elektronische geluiden

en het ijlen van een megafoon.

Al zou ik profetische gaven hebben,

al zou ik alle geheimen van de wetenschap doorgronden,

al heb ik het geloof om aan een wereld van rechtvaardigheid te werken,

als ik de liefde niet heb, heb ik niets.

Al deel ik heel mijn bezit uit,

al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood,

ben ik solidair met wat arm is,

protesteer ik tegen de krankzinnige wapenwedloop,

als ik de liefde niet heb, baat mij niets.

De liefde is geduldig, de liefde is zachtmoedig.

Zij is niet afgunstig,

zij praalt niet en geeft niet om de schone schijn.

Zij kwetst niemands gevoel en is niet uit op eigen belang.

Zij wordt niet verbitterd en rekent het kwade niet aan.

Zij schept geen plezier in het onrecht,

maar vindt haar vreugde in de waarheid.



Alles verontschuldigt zij, alles gelooft zij,

alles hoopt zij, bij alles houdt zij stand.

De liefde zal nooit vergaan.


53.

Filippiërs 1, 3 + 6 + 9-11
Ik dank mijn God telkens als ik u gedenk.

Ik ben er zeker van dat Hij die het goede werk in u begonnen is,

het zal voltooien tegen de dag van Christus Jezus.

En dit is mijn bede :



moge uw liefde steeds rijker worden aan inzicht en fijngevoeligheid,

om te kunnen onderscheiden waar het op aankomt.



Dan zult gij op de dag van Christus ongerept en onberispelijk zijn,

verzadigd met de vrucht der gerechtigheid,



die komt van Jezus Christus, tot eer en lof van God.

54.


Efeziërs 5, 2a + 25-32
Leidt een leven van liefde naar het voorbeeld van Christus.

Mannen, hebt uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad :

Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen,

haar reinigend door het waterbad met het woord.

Hij heeft de kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid zonder vlek

of rimpel of fout, heilig en onbesmet.

Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben,

zoals ze hun eigen lichaam liefhebben.

Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf.



Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; integendeel,

hij voedt en koestert het.

En zo doet Christus met de kerk,

omdat wij ledematen zijn van Zijn lichaam.



Daarom zal de man vader en moeder verlaten om zich te hechten

aan zijn vrouw, en die twee zullen één vlees zijn.

Dit geheim heeft een diepe zin.

Ik voor mij betrek het op Christus en de kerk.
55.

Kolossenzen 3, 9-17
Leg de oude mens met zijn gedragingen af.

Bekleed u met de nieuwe mens.



Tooi u met tederheid, ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en

geduld. Verdraag elkaar, vergeef elkaar

als de een tegen de ander een grief heeft.

Zoals de Heer u vergeeft, zo moet ook gij vergeven.

Bind alles samen met de liefde. Zij is de gordel der volmaaktheid.

En laat de vrede van Christus heersen in uw hart.



Daartoe zijt gij geroepen als leden van één lichaam. En wees dankbaar.

Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen.

Leer en vermaan elkander met alle wijsheid.



Zing voor God met een dankbaar hart liederen ingegeven door de

Geest.


En al wat gij doet in woord en werk,

doe alles in de naam van Jezus de Heer,

God de Vader dankend door Hem.
56.

Filippiërs 1, 27 en 2, 1-11
Alleen, gij moet een leven leiden

dat het evangelie van Christus waardig is.



Als dan vermaning in Christus en toespreken in liefde iets vermogen,

als gemeenschap van Geest,



als hartelijkheid en mededogen u iets zeggen,

maakt dan mijn vreugde volkomen door uw eenheid van denken,

uw eenheid in de liefde, uw saamhorigheid en eensgezindheid.

Geeft niet toe aan partijzucht en ijdelheid,

maar acht in ootmoed de ander hoger dan uzelf.

Laat niemand alleen zijn eigen belangen behartigen,

maar liever die van zijn naasten.



Die gezindheid moet onder u heersen welke Christus Jezus bezielde :

Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet

willen vastklampen aan de gelijkheid met God.

Hij heeft zichzelf ontledigd

en het bestaan van een slaaf op zich genomen.

Hij is aan de mensen gelijk geworden.

En als mens verschenen, heeft Hij zich vernederd



door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan een kruis.

Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend

die boven alle namen is, opdat bij het noemen van Zijn naam zich

iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde,

en iedere mond zou belijden tot eer van God, de Vader :

Jezus Christus is de Heer.


57.

1 Johannes 3, 16-18 en 4, 12
Van Christus weten we wat liefde is :

Hij heeft Zijn leven voor ons gegeven.



Ook wij zijn verplicht ons leven te geven voor onze broeders.

Als iemand over voldoende middelen beschikt, maar zijn hart sluit voor zijn naaste die hij gebrek ziet lijden, hoe kan hij dan beweren,

dat hij in zijn hart liefde voor God heeft ?



Kinderen, we moeten niet liefhebben

met mooie woorden, maar metterdaad en waarachtig.



Nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar liefhebben, woont God in ons en in Zijn liefde in ons tot volle ontplooiing gekomen.
58.

1 Petrus 3, 1-9
Eveneens moet gij, vrouwen,

het gezag van uw mannen aanvaarden;



dan worden ook zij die nog gehoorzaamheid weigeren aan het woord,

zonder woorden gewonnen door het gedrag van hun vrouw,

als zij getuigen zijn van uw reine en godvruchtige levenswijze.

Zoekt uw schoonheid niet in uiterlijke dingen,

zoals kunstige kapsels,



gouden sieraden en mooie kleren,

maar veeleer in de innerlijke hoedanigheden van het hart,

in het onvergankelijke sieraad van een zacht en gelijkmatig gemoed,

dat kostbaar is in het oog van God.

Zo tooiden zich eertijds de heilige vrouwen

die hun hoop hadden gesteld op God

en aan hun man onderdanig waren,

zoals Sara, die gehoorzaam was aan Abraham

en hem haar Heer noemde.

Gij toont u haar dochters,



als gij deugdzaam leeft

en geen verschrikking vreest.

Eveneens gij, mannen,

toont in het huwelijk begrip voor uw vrouwen;

bewijst hun de eer die het zwakkere geslacht toekomt,

want met u zijn zij erfgenamen van de genade des levens;

dan zullen uw gebeden geen belemmering ondervinden.

Tenslotte, weest allen eensgezins in meegevoel,

broederliefde, barmhartigheid en ootmoed.



Vergeldt geen kwaad met kwaad; als men u uitscheldt,

scheldt dan niet terug. Integendeel, zegent elkander,

opdat gij de zegen verwerft waartoe gij geroepen zijt.
59.

1 Johannes 3, 18‑24


Wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen

maar met concrete daden.

Dat is onze maatstaf;



daardoor krijgen wij de zekerheid

dat wij thuishoren bij de waarachtige God.



Dan mogen wij ook vóór Zijn aanschijn ons geweten geruststellen,

ook als het ons veroordeelt, want God is groter dan ons hart

en Hij weet alles.



Dierbare vrienden, daar ons geweten ons dus niet hoeft te veroordelen,

mogen wij vrijmoedig met God omgaan;

wij krijgen van Hem alles wat wij vragen,

omdat wij zijn geboden onderhouden en doen wat Hem aangenaam is.

En dit is Zijn gebod : van hart geloven in Zijn Zoon Jezus Christus

en elkaar liefhebben zoals Hij ons bevolen heeft.



Wie zijn geboden onderhoudt, blijft in God, en God blijft in hem.

En dat Hij in ons woont, weten we door de Geest,

die Hij ons gegeven heeft.
60.

1 Johannes 4, 7-12
Vrienden,laten wij elkander liefhebben, want de liefde komt van God.

Iedereen die liefheeft is een kind van God en kent God.



De mens zonder liefde kent God niet, want God is liefde.

En de liefde die God is, heeft zich onder ons geopenbaard

doordat Hij Zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft,

om ons het leven te brengen.



Hierin bestaat de liefde : niet wij hebben God liefgehad,

maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft Zijn Zoon gezonden

om door het offer van zijn leven onze zonden uit te wissen.

Vrienden, als God ons zozeer heeft liefgehad,

moeten ook wij elkander liefhebben.



Nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar liefhebben,

woont God in ons, en is Zijn liefde in ons volmaakt geworden.
61.

1 Johannes 4, 12‑16


Vrienden, nooit heeft iemand God gezien,

maar als wij elkaar liefhebben, woont God in ons,

en is Zijn liefde in ons volmaakt geworden.



Dit is het bewijs dat wij in Hem verblijven zoals Hij verblijft in ons,

dat Hij ons deel heeft gegeven aan Zijn Geest.



En wij, wij hebben gezien en wij getuigen

dat de Vader Zijn Zoon heeft gezonden

om de heiland van de wereld te zijn.

Als iemand erkent dat Jezus de Zoon van God is,

woont God in hem en woont hij in God.

Zo hebben wij de liefde leren kennen die God voor ons heeft,

en wij geloven in haar.



God is liefde : wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem.



5. EVANGELIE


62.

Matteüs 5, 1‑12a


Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op en,

nadat Hij zich had neergezet, kwamen Zijn leerlingen bij Hem.

Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus :



"Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.

Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden.

Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,

want zij zullen verzadigd worden.

Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.

Zalig die vrede brengen,

want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,

want hun behoort het Rijk der hemelen.



Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en

lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil.



Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel."

63.


Matteüs 22, 35‑40
Een wetgeleerde vroeg Jezus

om Hem op de proef te stellen :

"Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet ?"

Hij antwoordde hem :

"Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart,

geheel uw ziel en geheel uw verstand.

Dit is het voornaamste en eerste gebod.



Het tweede, daarmee gelijkwaardig :

Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.



Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten."
64.

Matteüs 5, 13‑16


In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :

"Gij zijt het zout der aarde.



Maar als het zout zijn kracht verliest,

waarmee zal men dan zouten ?



Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen

en door de mensen vertrapt te worden.

Gij zijt het licht der wereld.

Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt !

Men steekt toch ook niet een lamp aan



om ze onder de korenmaat te zetten,

maar men plaatst ze op de standaard,

zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn.

Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen,



opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken

die in de hemel is."


65.

Matteüs 19, 3‑6


Er kwamen Farizeeën naar Jezus toe

om Hem op de proef te stellen met de vraag :

"Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten

om welke reden dan ook ?"



Hij gaf hun ten antwoord : "Hebt gij niet gelezen dat de Schepper,

in het begin hen als man en vrouw gemaakt heeft en gezegd heeft :

Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden

aan zijn vrouw en deze twee zullen worden één vlees ?

Zo zijn zij dus niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn.

Wat God derhalve heeft verbonden, mag een mens niet scheiden."
66.

Matteüs 7, 21 + 24‑29


In die tijd zei Jezus tot Zijn leerlingen :

"Niet ieder die tot Mij zegt : "Heer, Heer !"

zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen,

maar die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is.



Ieder nu, die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt,

kan men vergelijken met een verstandig man

die zijn huis op rotsgrond bouwde.



De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag,

de storm stak op en zij stortten zich op dat huis,

maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots.

Maar ieder die deze woorden van Mij hoort,

doch er niet naar handelt,



kan men vergelijken met een dwaas die zijn huis bouwde op het zand.

De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd."

Toen Jezus deze toespraak beëindigd had, was het volk

buiten zichzelf van verbazing over Zijn leer.

Want Hij onderrichtte niet zoals hun schriftgeleerden,

maar als iemand die gezag bezit.


67.

Matteüs 6, 25‑33


Jezus zei tot Zijn leerlingen :

"Daarom zeg Ik u : weest niet bezorgd voor uw leven, wat ge zult eten,

en ook niet voor uw lichaam, wat ge zult aantrekken.



Het leven is meer dan voedsel en het lichaam is meer dan de kleding.

Let eens op de raven : ze zaaien niet en maaien niet, ze hebben geen voorraadkamer of schuur, maar God voedt ze.

Hoeveel meer zijt ge dan vogels !

Trouwens, wie van u is in staat met al zijn tobben

aan zijn levensweg één el toe te voegen ?



Als ge dus zelf machteloos staat tegenover zoiets gerings,

wat tobt gij dan over de rest ?



Let eens op de bloemen, hoe ze groeien : ze spinnen noch weven.

Toch zeg Ik u : zelfs Salomon in zijn pracht

was niet gekleed als één van hen.



Als God nu het veldkruid, dat er vandaag nog staat en

morgen in de oven wordt geworpen, zó kleedt,

hoeveel te meer dan u, kleingelovigen ?

Vraagt dus ook niet wat ge zult eten en wat ge zult drinken,

en weest niet ongerust want



dat alles jagen de heidenen in de wereld na.

Uw Vader weet wel dat gij dat alles nodig hebt.



Maar zoekt Zijn Rijk, dan zullen de dingen u erbij gegeven worden."
68.

Matteüs 25, 31‑40


Lezer : Kom en wees deelgenoot aan mijn leven,

want jij hebt mij ontmoet in alles en in allen.

Ik was in nood en jij had tijd om mij te onthalen

in het drukste van je werk.



Ik benadeelde je en jij vergaf me en je hield geen wrok in je hart.

Ik was ziek en je luisterde naar mij met je bloemen en je lach.

Ik werd geminacht en jij bleef mij liefhebben,

heel mijn persoon zoals ik was.

Kom en wees deelgenoot aan mijn leven,

want jij hebt mij ontmoet en bemind in alles en in allen.
Priester : Wanneer de Mensezoon komt in Zijn heerlijkheid

en vergezeld van alle engelen,

dan zal Hij plaats nemen op Zijn troon van glorie.

Alle volken zullen vóór Hem bijeengebracht worden

en Hij zal ze in twee groepen scheiden.

Dan zal de Koning tot die aan Zijn rechterhand zeggen :

"Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvang het Rijk

dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld.

Want Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven.

Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven.

Ik was vreemdeling, en gij hebt Mij opgenomen.

Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed,

Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht,

Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht."

Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen :

"Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven,

of dorstig, en U te drinken gegeven ?



En wanneer zagen wij U als vreemdeling en hebben U opgenomen,

of naakt en hebben U gekleed ?



En wanneer zagen wij U ziek of in de gevangenis

en zijn U komen bezoeken ?"

De Koning zal hun ten antwoord geven :

"Voorwaar, Ik zeg u : al wat gij gedaan hebt voor een dezer

geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan !"
69.

Markus 10, 1‑10


Hij vertrok nu vandaar en ging naar het gebied

van Judea en het Overjordaanse.

Ook daar kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe

en als naar gewoonte onderrichtte Hij hen.

Er kwamen ook Farizeeën die Hem vroegen :

"Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten ?"

Daarmee wilden zij Hem op de proef stellen.



Hij antwoordde hun met een wedervraag :

"Wat heeft Mozes u voorgeschreven ?"

Zij zeiden :

"Mozes heeft toegestaan een scheidingsbrief op te stellen

en haar weg te zenden."

Doch Jezus antwoordde hun :

"Om de hardheid van uw hart

heeft hij die bepaling voor u neergeschreven.

Maar in het begin, bij de schepping,

heeft God hen als man en vrouw gemaakt.

Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten

om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen één worden.

Zo zijn zij dus niet langer twee,

één als zij geworden zijn.

Wat God derhalve heeft verbonden, mag een mens niet scheiden."
70.

Lukas 10, 25-37
Daar trad een wetgeleerde naar voren om Hem op de proef te stellen.

Hij zeide :



"Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven ?"

Hij sprak tot hem :



"Wat staat er geschreven in de wet ? Wat leest ge daar ?"

Hij gaf ten antwoord :

"Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart

en met geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand;

en uw naaste gelijk uzelf."

Jezus zei :

"Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven."



Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden,

sprak hij tot Jezus :

"En wie is dan mijn naaste ?"

Nu nam Jezus weer het woord en zei :

"Eens viel iemand,



die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in de handen van rovers.

Ze plunderden en mishandelden hem

en toen ze aftrokken, lieten ze hem half dood liggen.

Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg;

hij zag hem wel, maar liep in een boog om hem heen.

Zo deed ook een leviet : hij kwam daar langs, zag hem,

maar liep in een boog om hem heen.

Toen kwam een Samaritaan die op reis was, bij hem;

hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe,

goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze;

daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier,

bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem.

De volgende morgen haalde hij denariën te voorschijn,

gaf ze aan de waard en zei :

Zorg voor hem, en wat ge meer mocht besteden,

zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden.

Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man

die in de handen van de rovers gevallen is ?"

Hij antwoordde :

"Die hem barmhartigheid betoond heeft."

Jezus sprak : "Ga dan en doet gij evenzo !"
71.

Johannes 2, 1-11
Op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea,

waarbij de moeder van Jezus aanwezig was.



Jezus en Zijn leerlingen waren eveneens op de bruiloft uitgenodigd.

Toen de wijn opraakte, zei de moeder van Jezus tot Hem :

"Ze zitten zonder wijn !"

Jezus zei haar : "Vrouw, wat heb ik met jou te maken ?

Mijn uur is nog niet gekomen."

Zijn moeder zie tot de dienaren :

"Wat hij u ook beveelt, doe het maar !"



Nu stonden daar zes stenen waterbakken

ten behoeve van het Joodse reinigingsgebruik,

elk met een inhoud van twee of drie metreten.

Jezus zei hun : "Doe die bakken vol water."

Zij deden ze vol water, tot de bovenrand toe.

Daarop zei Hij hun :

"Schep er nu wat uit en brengt dat aan de tafelmeester."

En ze deden het.

De tafelmeester proefde het water dat wijn was geworden,

maar wist niet waar die vandaan kwam.

De dienaren die het water geschept hadden, wisten het wel.

De tafelmeester riep dus de bruidegom en zei hem :

"Iedereen schenkt toch eerst de beste wijn

en de gewone pas wanneer er al flink gedronken is.

Maar u hebt de beste wijn bewaard tot het laatst.

Dat was het begin van Jezus' tekenen, te Kana in Galilea.



Hij openbaarde zijn heerlijkheid, en zijn leerlingen geloofden in Hem.
72.

Johannes 15, 9‑13


In Zijn afscheidsrede zei Jezus tot Zijn leerlingen :

"Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad.

Blijf in Mijn liefde.

Als gij Mijn geboden onderhoudt,

zult gij in Mijn liefde blijven, zoals Ik,

die de geboden van Mijn Vader heb onderhouden,

in Zijn liefde blijf.

Dit zeg Ik u, opdat Mijn vreugde in u mag zijn

en uw vreugde volkomen mag worden.

Dit is Mijn gebod : dat gij elkaar liefhebt,

zoals Ik u heb liefgehad.

Geen groter liefde kan iemand hebben, dan die,

dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden."

73.

Johannes 15, 13‑16


"Gij zijt Mijn vrienden, als gij doet wat Ik u gebied.

Ik noem u geen dienaars meer,

want de dienaar weet niet wat zijn heer doet,

maar u heb Ik vrienden genoemd,



want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord.

Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u

en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan

en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.



Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in Mijn naam vraagt."
74.

Johannes 17, 18‑26


"Vader, zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt,

Zo zend Ik hen in de wereld, en omwille van hen wijd Ik Mij aan U,

opdat ook zij in de waarheid aan U toegewijd mogen zijn.

Niet voor hen alleen bid Ik, maar ook voor hen

die door hun woord in Mij geloven,



opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U.

Dat zij ook in Ons mogen zijn



opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt.

Ik heb hun de heerlijkheid gegeven,

die Gij Mij geschonken hebt,

opdat zij één zijn zoals Wij één zijn :

Ik in hen, en Gij in Mij,

opdat zij volmaakt één zijn



en de wereld zal erkennen,

dat Gij Mij gezonden hebt en hen hebt liefgehad,

zoals Gij Mij hebt liefgehad.

Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt

met Mij mogen zijn waar Ik ben,

opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen,

die Gij Mij gegeven hebt,



daar Gij Mij lief hebt gehad vóór de grondvesting van de wereld.

Rechtvaardige Vader,

al heeft de wereld U niet erkend,

Ik heb U erkend,



En dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt.

Uw naam heb Ik hun geopenbaard

en Ik zal dit blijven doen,

opdat de liefde waarmee Gij mij hebt liefgehad,

in hen moge zijn en Ik in hen."



6. GELOOFSBELIJDENIS




75.

Ik geloof in het leven,

mij gegeven als enige kans om mens te worden.

Ik geloof in de vader van dit leven,

die zin geeft aan mijn bestaan.



Ik geloof in Jezus Christus,

mensgeworden God van liefde,



de mens voor anderen, gekruisigd maar levend voorgoed,

de mens om nooit te vergeten,

de Christus : eten en drinken voor mensen van alle tijden.

Ik geloof in Zijn Geest, die levend maakt en kracht geeft,

die perspectief en toekomst biedt,



die werkt in mens en tijd, die het kwaad en onrecht aandurft

en niet ophoudt de liefde waar te maken.

Ik geloof in Zijn kerk van mensen,

die op weg is naar de verlossing toe.

Ik geloof in dit leven, als weg en mogelijkheid naar de liefde,

die volkomen is.

76.

Ik geloof in een liefde die goddelijk heet,

het rijkste geschenk in deze wereld :

meevoelend begrip en hartelijke trouw.



Ik geloof dat geen groter liefde iemand heeft

dan hij die zijn leven geeft aan zijn vrienden,

zijn zorg en zijn vreugde, zijn ruimte en zijn tijd.

Ik geloof dat vriendschap onbetaalbaar is,

de fijnste gave en de rijkste vrucht.

Ik geloof in de adel van elke mens die ik ontmoet

en wil zijn rechtmatige verwachtingen graag beantwoorden.



Ik dank voor gulle sympathie en talloze diensten,

waardoor ik ben wie ik ben en heb wat ik heb.

Ik wil mij inzetten om anderen gelukkig te maken.

Graag wed ik op een liefde die nimmer vergaat.
77.

Priester :

Ik geloof in God de Vader,

Samen:


die alles in handen houdt en al het mooie van deze aarde

schenkt aan ons.



Ons bestaan is geboren uit Zijn zorg en liefde.
Priester :

Ik geloof in het evangelie van Jezus Christus.
Samen:

Hij openbaarde Gods koninkrijk,

toen Hij weldoende rondtrok



en blijdschap bracht.

Hij gaf Zich weg toen Hij brood en vissen deelde onder de armen

en brood en wijn reikte aan Zijn vrienden.
Priester :

Hij gaf Zich volkomen, toen Hij stierf aan het kruis.

Hij is de Messias, die de dood overwonnen heeft in eeuwigheid.
Samen:

Zijn dood verkondigen wij, telkens als wij bijeen zijn.

Zijn belijdenis belijden wij, als wij onze naasten helpen opstaan.

Zijn wederkomst in heerlijkheid verwachten wij,

als wij bouwen aan een wereld van morgen.


Priester :

Ik geloof in de kracht van Zijn Geest,

die ons tot kerk maakt, die de wereld bezielt tot liefde

en ons leidt naar een hemel van geluk en leven

voor altijd en eeuwig.


Samen: Amen.
79.

Wij geloven dat God Hemel en aarde heeft geschapen,

dat Hij onze God en Vader is.



Wij geloven dat God de wereld in Zijn handen houdt en dat Hij ons

de vrijheid geeft om te leven.



Wij geloven dat God ons zijn Zoon Jezus Christus heeft gezonden

en dat de Mensenzoon om onze zonden aan het kruis werd geslagen.

Door Zijn dood en verrijzenis verlost Hij ons van zonde en schuld,

en schenkt Hij eeuwig leven aan allen die in Hem geloven.

Voor alle mensen wil God liefde, vrede en gerechtigheid.

Wij geloven in de gemeenschap van de Kerk en wij weten

ons verbonden met allen die ons in geloof zijn voorgegaan.

Wij geloven dat God onze zonden en fouten vergeeft,

dat Hij voor ons, het leven wil en niet de dood.

En dat God door zijn Geest bij ons is, alle dagen van ons leven.

Amen.
80.

Ik geloof in God, de Vader de almacht van de liefde.

Hij is de schepper van hemel en aarde;

van heel deze ruimte met al zijn geheimen;

van deze wereld waarop wij leven

en van de sterren waarheen wij reizen.

Hij kent ons van eeuwigheid,



nooit vergeet Hij dat wij uit het stof van de aarde zijn gemaakt,

en eenmaal als stof tot haar terug

zullen keren.

Ik geloof in Jezus Christus, de enig geliefde Zoon van God.

Hij heeft, uit liefde voor ons allen,



willen delen in onze geschiedenis, ons bestaan.

Ik geloof dat God op een menselijke wijze

God‑voor‑ons heeft willen zijn.

Hij heeft als mens onder ons gewoond,een licht middenin de duisternis.

Maar de duisternis heeft Hem niet begrepen.

Wij hebben Hem aan het kruis geslagen.

En Hij is gestorven en begraven.

Maar Hij vertrouwde op Gods laatste woord,

en is verrezen, eens en voor goed,

zeggend dat Hij ons een plaats zal bereiden in het huis van Zijn Vader,

waar Hij nu woont.



Ik geloof in de Heilige Geest die Heer is en die leven geeft.

En voor profeten onder ons is Hij hun vuur, hun kracht, hun taal.

Ik geloof dat wij mensen samen op weg zijn,

pelgrims, geroepen en verzameld



om één heilig volk van God te worden,

want ik belijd de bevrijding uit het kwaad,



de opdracht tot gerechtigheid en de moed om lief te hebben.

Ik geloof in het eeuwige leven, in de liefde die sterker is dan de dood,

een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.



En ik geloof dat ik hopen mag op een leven met God en met elkaar

tot in alle eeuwen der eeuwen :

Glorie voor God en vrede voor de mensen.

  1   2   3

  • HUWELIJKSAANVRAAG parochie datum BRUID : VROUW gegevens
  • 16 en 30 maart en 13 april 2017 of reeks 2 : 27 april en 11 en 25 mei 2017 HARTELIJK WELKOM OP DE HUWELIJKSVOORBEREIDING
  • Plaats wordt je in december 16 – eenmaal je ingeschreven bent - meegedeeld.
  • 2. Drie ‘ONTMOETINGSAVONDEN’
  • In ’t WATHUIS Vanuit “Oevelsedreef” zij-inrit abdij 

  • Dovnload 3.11 Mb.