Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inderdaad: er zijn wel een paar praktische regelingen voor nodig

Dovnload 3.11 Mb.

Inderdaad: er zijn wel een paar praktische regelingen voor nodig



Pagina3/3
Datum05.12.2018
Grootte3.11 Mb.

Dovnload 3.11 Mb.
1   2   3

dit lied van verwondering, op deze dag die Gij hebt gemaakt.
Wij die U nooit gezien hebben, zomaar mensen, kortstondig,

wij wagen en zingen Uw naam

en in woorden van mensen noemen wij U,



met namen van eeuwen zoeken wij U, o eeuwige levende God.
Gij die geroepen hebt: "Licht !" en het licht werd geboren;

die zag dat het goed was, het land van de morgen, aarde en hemel,

en alle gewelven van water en vuur;



die zag dat de bomen goed waren, en alle dieren heel goed,

en de vogels gemaakt;



Gij die geroepen hebt "O mens !" en de mens werd geboren;

Gij die de mens hebt gezien, ontroostbaar en eenzaam;

Gij die hen toen man en vrouw hebt geschapen,



Gij die alle wegen hebt omgebogen, opdat deze elkaar zouden vinden:

wij danken U, dat Gij het zó en niet anders gedaan hebt.
Ik bid U, God, voltooi en zegen N en N,

doe hen mensen worden, meer en meer,



en aan den lijve ondervinden dat zij geroepen zijn

om voor elkaar zo goed als God te zijn;



dat zij gelijken mogen, meer en meer,

op Hem die is Uw beeld, Uw Zoon, Jezus van Nazareth,

die nieuwe mens, die ons heeft voorgedaan

wat leven is, wat liefde doet;

die een mens voor anderen geworden is

en zich met hart en ziel gegeven heeft aan deze wereld;

Die op de avond voor Zijn lijden en dood,

ten teken van de Geest die Hem bezielde,

het brood genomen en gebroken heeft en aan zijn vrienden uitgedeeld

met deze woorden:


"Neemt en eet, mijn lichaam voor U, doet dit tot mijn gedachtenis."
Die ook de beker heeft genomen met de woorden:
"Dit is de beker van het nieuwe verbond,

mijn bloed voor u vergoten tot vergeving van uw zonden,

doet dit tot mijn gedachtenis."


O God die groter zijt dan alle zonde, alle dood,

Gij die de Mensenzoon hebt doen verrijzen,



Gij zult ook deze twee nimmer verloren laten gaan.

Laat niets in hen verloren gaan omwille van vandaag.

Houdt hen in leven, laat de dood,

die alles scheidt en leeg en donker maakt, niet komen over hen.

Bewaar hen tegen de lange duur;



dat zij niet wankelen, want deze wereld gaat voorbij,

maar niet de liefde, die is als de zee,

flitsend als vuur en sterker dan de dood.
Bewaar hen in de liefde, schrijf hun namen in de palm van Uw hand;

schrijf hen in Uw hand omwille van hun vrienden, die wij zijn,

omwille van Uw Zoon, de zoon der mensen,

die bij U leeft, nu en in eeuwigheid.
Zo bidden wij U, God, met de woorden die Jezus ons gegeven heeft,
Onze Vader ...
164.

Onze Vader



die in de hemel zijt,

geheiligd zij uw Naam.

Uw Rijk kome.

Uw Wil geschiede op aarde als in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij vergeven

aan onze schuldenaren.

En leid ons niet in bekoring,

maar verlos ons van het kwade.




17. HUWELIJKSZEGEN




168.

Heer, laat Uw zegenende hand rusten op N en N.

Geef dat zij één van hart zijn en houden van elkaar,

dat hun leven vruchtbaar worde,

dat het huis dat zij gaan bewonen,

een thuis wordt waar het goed is om te wonen.
Zegen N (bruid)

met overvloed van gaven, tot echtgenote en moeder,

dat zij haar taak in het gezin ter harte neemt

met toewijding en bevalligheid.
Zegen N (bruidegom)

tot echtgenoot en vader, dat hij voorziet in alle noden

met plichtsbesef en bekwaamheid.


Dat zij samen het brood van de liefde breken

en samen de beker van het verbond drinken.


169.

God onze Vader, zegen N en N.


Zegen hun handen, opdat zij voor elkaar niets verbergen,

maar alles delen wat het leven biedt:

de zon en de schaduw, het licht en het duister,

het kleurloze en het onbestemde.


Zegen hun ogen, opdat zij elkaar in de ogen zien

en stilzwijgend verstaan wat er in de ander is;

opdat zij één en al oog worden voor mensen om hen heen,

die geen uitzicht hebben en verblind zijn

door angst, eenzaamheid of verdriet.
Zegen hun mond, opdat zij goede woorden spreken

en elkaar bevestigen in waarheid.


Zegen hun oren,

om de verborgen vragen van de andere te verstaan

en al te vervullen vóór zij uitgesproken worden.
Zegen hun hele zijn, hun frisse lichaam

om in tederheid met elkaar te kunnen omgaan

elkaar lief te hebben in zachte omhelzing
Geef hen zo vele jaren van geluk met elkaar,

met hun kinderen en met alle mensen die zij ontmoeten.


170.

God onze Vader,

verhoor ons gebed nu wij Uw zegen vragen over N en N:
dat zij voor elkaar gegeven zijn als gebroken brood

en genietbaar als een beker wijn,

dat hun liefde edelmoedig en vruchtbaar mag zijn,

dat zij mag groeien als een steeds nieuwe morgen

onder de dauw van Uw Heilige Geest.
Moge hun een thuis worden,

met een open deur voor velen en met een warme haard

van geborgenheid en menselijke warmte.


Zegen hun komen en gaan,

het ritme van hun dagen,



opdat zij kunnen werken om te leven en tijd vinden voor mekaar,

stilte, wederzijds begrip en moed om te vergeven als het nodig is.

Dat zij steeds verwonderd blijven

over het geschenk dat zij voor elkaar zijn.



Zegen hen met Uw weldaden,

dat zij steeds verbonden blijven in wederzijdse liefde

en dat zij voor hun kinderen goede ouders worden.
Mogen zij, in alle omstandigheden van het leven, hun kracht vinden

in de blijvende boodschap van Jezus Christus, onze Heer.

Amen.
171.



God, Gij hebt hen bijeengebracht,

wil hen ook voor elkaar bewaren.


Gij hebt immers de mens geschapen als man en vrouw,

hen in het leven geroepen voor elkaars geluk.

Voltooi wat Gij begonnen zijt in N en N.
Laat tot bloei komen de liefde die zij elkaar toedragen.
Houd hen bijeen en maak hun leven tot een teken

van de liefdevolle zorg waarmee Gij ons omgeeft.
Schenk hen daartoe geloof in U en in elkaar,

geef hen vertrouwen in de mensen



en laat hen steeds ontdekken wat goed en waardevol is.
Wij bidden U, moge hun liefde vruchtbaar zijn,

zodat zij elkaar blijvend terugvinden in het nieuwe leven

dat uit hen geboren wordt.


Maak hun gezin tot een gelukkige en veilige thuis voor de kinderen.
174.

Heer, laat Uw zegenende hand dan rusten op N en N,

geef dat zij onderling de gaven van Uw liefde delen

en voor elkaar het teken zijn van Uw aanwezigheid.
Geef ook, Heer, dat zij één van hart zijn en één van geest;

dat het huis, het werk van hun handen, een thuis wordt,

waar het goed is om te wonen;

dat zij de kinderen, die Gij hun geeft,

opvoeden in de geest van het evangelie

zodat hun kroost eens tot Uw volk behoort.
Zegen N (bruid) met overvloed van gaven tot echtgenote en moeder;

dat zij haar taak in het gezin ter harte neemt

en haar huis siert met toewijding en met bevalligheid.
Zegen ook N (bruidegom) tot echtgenoot en vader;

dat hij getrouw voorziet in alle noden

met plichtsbesef en met bekwaamheid.
Heilige Vader,

verleen dat zij die in Uw tegenwoordigheid met elkaar getrouwd zijn,

het brood van Uw liefde samen breken,

en samen drinken, de beker van het Verbond,

om eens te delen aan de vreugde van het hemels gastmaal.

Door Christus onze Heer. Amen.
175.

Laat ons bidden dat de Heer in stand houdt

wat vandaag voor Hem werd gesticht.



Heer, zie welwillend neer op N en N,

die over hun huwelijk Uw zegen vragen.



Geef hun liefde en vrede, deemoed en goedheid,

aandacht en sterkte en trouw in lief en leed.,

geef hun eerbied voor elkaar in het leven van alle dagen,

standvastigheid in hun vertrouwen op U,



laat hen de krachtige grond zijn waarop de kinderen

die Gij hen toevertrouwt gelukkig en blij kunnen leven;

geef hun vele jaren van geluk met elkaar,

met hun kinderen en met alle mensen die ze ontmoeten.
176.

God, Schepper van alle mensen,

wij vragen Uw zegen over N en N.

Moge hun liefde van dag tot dag groeien,

dat ze zichzelf kunnen vergeten,

elkanders tekortkomingen vergeven en trouw blijven

ook wanneer het moeilijk wordt.



Help hen ook om te groeien in geloof,

dat ze samen zouden bidden

en kracht vinden in Jezus' woord en leven.

Blijf hen altijd nabij.



Moge hun gezin een haard zijn van vrede,

een huis vol hartelijkheid en vreugde,

een toevlucht voor allen die hulp behoeven.

Zegen dit echtpaar vandaag en alle dagen van hun leven. Amen.
177.

Priester:



Vrede voor jou en vrede voor jou;

alles wat goed is en gelukkig maakt,

het kome over jullie beiden.
De vrede van de Heer zij met u allen en in heel de wereld.

Samen: En met Uw Geest.


178.

Priester: De vrede des Heren zij altijd met u.

of: De vrede van de Heer zij altijd met u.
Samen: En met Uw Geest.





18. COMMUNIERITUS


179.

N en N, ontvang dit brood en deel het met elkaar.

Neem ook deze beker aan en geef hem elkaar te drinken.

De Geest van Christus begeleide u uw leven lang.

En weet dat God uw wederzijdse belofte bekrachtigt,

uw samenzijn zegent en zich borg stelt voor de zin van uw trouw.
180.

Priester:



Zie het Lam Gods

onze reisgezel op onze levenstocht,

die alle zonden van de wereld wegneemt.
Samen:

Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt,

maar spreek en ik zal gezond worden.

Priester:

N en N, ontvang dit Brood en deel het met elkaar.
N en N, drink uit deze Beker,

en weet dat Hij uw God zal zijn tot in eeuwigheid.
In Zijn Naam nodig ik ook u allen uit

tot de maaltijd van de Heer.


181.

Priester:



Jezus Christus is het brood om van te leven.

Zie dan dit brood, voor ons gebroken en aan ons gegeven.
Samen:

Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt,

maar spreek en ik zal gezond worden.






19. SLOTGEBED


183.

Heer God,

wij danken U voor ons samenzijn rond N en N



die nu hun levensweg zullen vervolgen als man en vrouw.

Wil bij hen blijven, Heer, altijd, in het licht van de dag

en het duister van de nacht.

Laat hen veel blijde dagen kennen.



Dat zij eenvoudige en goede mensen mogen zijn,

boordevol levensoptimisme.


184.

Heer, wij danken U voor dit gelovig samenzijn

in de liefde van Jezus, Uw Zoon.



Wij danken U voor alle familieleden en vrienden

die Gij hier hebt samengebracht om te delen in Uw liefde.

Wij danken U voor N en N,

die Gij aan elkaar hebt gegeven als eeuwige liefdegave.

Wij bidden U, Heer,

dat zij in de kracht van Uw Geest

samen op weg zouden gaan,

vruchten van liefde voortbrengen

en de liefde zo aan de wereld geven. Amen.

185.


Laten wij tot slot bidden:

God, onze Vader,

doordring N en N met uw Geest:

dat zij man en vrouw zijn voor elkaar,

voor ons allen én ook voor u.



Leg hun armen als een deken over elkaar.

Leer hen liefdevol en teder te zijn voor elkaar,

vertrouwend in alles wat het leven biedt, ontvankelijk voor Uw liefde

die duurt tot in de eeuwen der eeuwen.


186.

Heer, wij danken U voor deze mooie dag.

Gij hebt hen aan elkaar gegeven als man en vrouw,

om samen de weg door het leven te gaan.

Maak dat zij hun schip recht door zee sturen,

dat zij de kronkels van hun levensweg veilig doorkomen

en dat zij steeds weten te genieten van de vreugde en het geluk

die zij vinden bij elkaar en bij anderen.
187.

Almachtige God, wij danken U voor deze twee mensen,

die nu als man en vrouw hun levensweg verder gaan.



En wij bidden U: wil het huwelijk dat Gij zelf hebt bekrachtigd

met Uw Vaderlijke zorg begeleiden.



Wil hen, die Gij in Uw trouw verbonden hebt,

voor altijd in Uw vrede bewaren. Door Jezus Christus onze Heer.

Amen.


188.

God van liefde,

vandaag vieren wij het begin van een nieuw bestaan.

N en N zullen voortaan leven als man en vrouw.
Samen zullen ze wonen en leven als man en vrouw.

Samen zullen ze zoeken naar vrede in voorspoed en tegenspoed,

in het licht van de dag en in de duisternis van de nacht.

Moge Uw manier van leven in hen bewaard worden

van uur tot uur, van dag tot dag, in eeuwigheid. Amen.
189.

Almachtige God,

diepe vreugde vervult ons om deze twee mensen

die het leven aandurven en van een mooie toekomst durven dromen,

om de vriendschap en genegenheid van zo velen hier rondom hen,

om Uw aanwezigheid, Heer, midden onder ons,

die eeuwigheidswaarde geeft

aan wat wij op aarde tot stand brengen.

Wij danken U door Christus onze Heer.
190.

Wij danken U, Vader, voor de vreugde van deze dag.

Wij danken U voor de kracht van Uw woord en Uw brood.

Wij zijn blij dat wij getuigen mochten zijn

van het geluk van deze twee jonge mensen

die voor Uw altaar hun woord hebben gegeven

om voor elkaar te zijn: woning en spijs en drank en liefde en licht.
Wij bidden U: Gij die een God zijt die bij de mensen wilt wonen,

blijf hun nabij met heel Uw kracht en al uw zegeningen

vandaag en al hun dagen tot in eeuwigheid.

Amen.
191.

Almachtige God

wij vragen U dat N en N uit dit sacrament de kracht putten

om hun leven in Uw liefde te voltooien.

Geef dat wij allen die aan deze viering hebben deelgenomen,

ook delen in het geluk dat Gij hen hebt geschonken.

Door Christus, onze Heer.


192.

Heer Jezus,

maak mij tot een instrument van Uw vrede,



opdat ik liefde breng waar haat is,

eenheid waar verdeeldheid heerst

vergiffenis waar zonden worden bedreven,

hoop waar de wanhoop verduistert,

geloof waar twijfel wordt gezaaid,

licht waar duisternis vertroebelt,

vreugde waar droefheid is.
Heer, help mij, niet zozeer om gelukkig te willen zijn

als gelukkig te maken,

niet zozeer begrepen te willen worden als anderen te begrijpen,

niet zozeer getroost te willen worden als anderen te troosten,

niet zozeer bemind te willen worden als te beminnen;

want ik zal ontvangen door te geven,

vergeven worden door zelf te vergeven,

in eeuwigheid leven door te sterven.

Geef mij, Heer, vrede, kracht en vreugde

opdat ik anderen vredig, krachtig en vreugdevol kan helpen leven.

Amen.
194.



Deze dag, Heer,

opent voor ons een nieuwe toekomst, vol nieuwe kansen,

die Gij ons geeft om met elkaar te bouwen aan een huis van liefde.

Steun ons, Heer, maak ons liefdevol

tegenover alles wat ons zal gegeven worden.



Stap met ons mee, Heer, houd ons in Uw liefde, blijf op weg met ons !

Wij danken U, Heer, voor deze dag.
195.

Bruid:


God, Gij alleen weet hoe mijn liefde voor mijn man

steeds hechter wil worden.



Gij kent mijn verlangen om hem steeds méér gelukkig te maken.

Geef, Heer God, dat mijn liefde pril en fris blijft

zodat wij bij elkaar steeds nieuwe levenskracht blijven vinden.

Gun mijn man de kansen

dat hij zich helemaal kan uitleven en realiseren in zijn werk,

in zijn vriendenkring en bij ons thuis.

Gij die elke mens dóór en dóór kent,

kunt zijn diepste levenswensen in vervulling brengen.
Bruidegom:

Dank U God, dat U onze levenswegen zó hebt omgebogen

dat wij elkaar gevonden hebben.



Mogen wij het altijd beleven als een geschenk

waarvan wij nog lang niet alle verrassingen gesmaakt hebben.

Dank U voor haar lieftalligheid, voor haar begrip, voor haar liefde.

En laat Uw liefde méér dan ooit de warme stroom zijn

waaruit onze liefde steeds weer ontspringt

en nieuwe levenskracht krijgt.

196.

God, tot U wil ik bidden vandaag, op deze blijde dag.

U alleen weet ten volle wat vandaag leeft in mij

aan hoop en vreugde, verwachting en liefde.

Het leven dat vandaag begint voor N en mij

is nog zo verborgen voor ons.

De stap die ik vandaag zet, is een stap in het onvermoede

doch gedragen door vertrouwen en liefde.


In de tederheid van N voor mij, in de kracht die hij in mij wekt

om mezelf te overstijgen, om tenvolle open te bloeien,

en ook in mijn eigen tedere liefde voor hem, in de mogelijkheid in mij

hem gelukkig te maken, hem nabij te zijn,

in dit alles, God, vermoed ik iets van U,

in dit geheim van wederzijdse liefde

ervaar ik iets van Uw liefde voor ons,

van Uw bekommernis om ons.
Daarom, God, ben ik blij vandaag tot U te mogen bidden,

U te mogen danken,

U mijn hoop en verwachting te mogen toevertrouwen,

en U te durven vragen vandaag en elke verdere dag

met ons mee te gaan, ons verder te begeleiden

op onze weg naar elkaar en naar U. Amen.




20. ZEGEN



197.

Priester:



N en N,

bewaar de vreugde van deze dag en blijf trouw aan uw woord;

het geve u kracht om als gelukkige mensen

met elkaar te leven een heel leven lang,

als een goed teken en een onmisbare schakel

in de opbouw van een goede wereld.



Daartoe zegene u, de almachtige God,

de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Allen: Amen.
Priester: En gaat nu allen heen in vrede.

Allen: Wij danken God.


198.

Heer, Gij zijt met N en N begonnen en op weg gegaan.

Gij kunt hen ook thuisbrengen en voltooien.



Wij vragen U dat Jezus hun Gids mag zijn

en dat zij in Zijn licht mogen leven met elkaar.

Moge God hen daartoe zegenen

in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
199.

De almachtige God, die voor u alles ten goede heeft geleid,

de God van al wat leeft, de God van uw ouders;

Hij moge u zegenen, Hij geve u liefde en trouw,

Hij make u vruchtbaar en sterk en vol vreugde



in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
200.

Voor u, N en N,

is het leven als man en vrouw begonnen.

Ga samen moedig op weg.

Moge het een heel lange en heel mooie weg zijn.
Daartoe zegene u en u allen hier aanwezig,

de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.

201.


God, de almachtige Vader, verlene u vreugde

en zegene u in uw kinderen.


De eniggeboren Zoon van God bescherme u

en zij met u in goede en kwade dagen.
Gods Heilige Geest vervulle uw hart met Zijn liefde.
En u allen die hier aanwezig bent, u zegene de almachtige God,

Vader, Zoon en Heilige Geest.
Amen.
202.

De almachtige God, die voor u alles ten goede heeft geleid,

de God van al wat leeft,

Hij moge in lengte van dagen uw enige God zijn,

Hij weze het licht op al uw wegen,

de kracht bij uw zoeken naar liefde en trouw.

Ga nu heen in vrede.

En ook u allen

zegene de almachtige God.

Vader, Zoon en Heilige Geest.
Amen.
203.

De almachtige God zegene u.



Hij schenke u Zijn kracht om samen,

in de geest van het evangelie,

te bouwen aan een betere wereld.
De almachtige God zegene u en uw familie.

Hij schenke u vrienden,



die uw vreugde vergroten en uw tegenspoed verlichten.
De almachtige God zegene uw gezondheid.

Hij schenke u een lang en vruchtbaar leven,



tot Hij u opneemt in Zijn koninkrijk.

En ook u allen, die aan deze viering hebt deelgenomen,

zegene de almachtige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.


21. ZOMAAR



206.

Waar werd schoner trouw

Dan tussen man en vrouw

Ter wereld ooit gevonden?


Joost Van Den Vondel
207.

In een huwelijk voor God gesloten is het steunpunt niet

het wankele hart van twee mensen maar het krachtige hart van God.
Godfried Kardinaal Danneels
208.

Man en vrouw zijn boog en snare

Krank verschêen en kloek te gare.
Guido Gezelle
209.

Toen ik u koos

waart gij mijn voorjaarswind.

Sindsdien

zijt gij mijn aarde.
Herweg Hensen
210.

Zoals van meet af aan een mens geen antwoord vindt

als hij niet door een mens ten diepste wordt bemind

zo zult gij nu voortaan in liefde en in leed

elkanders antwoord zijn één lichaam en één geest.
Huub Oosterhuis
211.

Liefde is

ruimte scheppen

waarin een ander

zichzelf kan zijn.
212.

Om oud en wijd als licht te zijn,

om lippen, water, dorst te zijn,

om alles en om niets te zijn,

gaat iemand tot een ander.
Naar verte die niemand weet,

door vuur dat mensen samensmeedt,

om leven in lief en leed,

gaan mensen tot elkander.


Huub Oosterhuis
213.

Je betekent zoveel voor mij.

Hoe moet ik het in woorden vatten ?
Je brengt zon in mijn leven,

je bent me meer waard

dan bloemen, boeken

en geld.
Jij doet me leven,

jij maakt me beter,

jij bindt me niet,

jij maakt me vrij.
Je ogen zitten vol sterren,

je handen zijn tederheid,

je kunt luisteren naar kinderen.
Omwille van jou

kan ik veel missen.

Ik weet dat jij er bent

en dat je in mij gelooft.

Zolang jij er bent,

hoef ik nergens bang voor te zijn

en kan ik blij zijn

met heel weinig.


214.

Eén dag in ons jonge leven,

vreugde en liefde,

droom en opdracht.

Ons hele leven in één dag.
215.

Leg je hand in de mijne.

Vertel mij je vreugden en zorgen.

Zo zal jouw wereld ook de mijne worden

en ons leven een rijkdom voor elkaar.
216.

Door eenvoudige tekens van liefde

hebben wij van elkaar leren houden.

Nu willen wij samenleven.


217.

Je glimlachte en sprak tot mij

en ik voelde dat het dit was

waarop ik lang gewacht had.


218.

Ik wil een traan zijn,

om geboren te worden in je ogen,

te leven op je wangen,

en te sterven op je lippen.

219.


Een dag als dit

is als een zeepbel

broos en glanzend.
Een dag als dit

is iets waarvan je lang nadien

nog de vreugde proeft.
Ik voel je verbazing

wanneer je mijn tranen ziet

maar op zo'n dag

schreien de mensen van geluk.


220.

Voor altijd wil ik bewaren jouw hart in mijn hand

onze droom duizend ervaren

waar jij bent en ik ...

er is ogenblik

en eeuwigheid



er is altijd het wonder van de liefde ...
221.

Loop niet voor mij,

ik kan niet volgen.

Loop niet achter mij,

ik kan niet voorgaan.

Loop naast mij

en geef mij je hand.

Wij zullen samen gaan

hand in hand.
222.

Kom en stap mijn leven binnen,

boetseer mijn hart, mijn mond, mijn huid.

Maak ruim mijn armen, zee mijn zinnen,

wees strand voor mij,

ik ben jouw bruid.


223.

Laat mijn liefde,



gelijk zonlicht, U omsluiten,

en U toch uw lichtende vrijheid schenken.
R. Tagore
224.

Liefde en het besef

van liefde,

daartussen bouwen

mensen zich een warmende woonplaats.
Ellen Warmond
225.

Ik heb je zo nodig, broodnodig,

jij geleidt me naar de nieuwe

wereld, zonder jouw liefde

ben ik een man zonder gezicht.
Guillaume Van Der Graft
226.

Trouwen doet een mens allereerst met zichzelf

vervolgens met zeer velen

en tenslotte eventueel met één iemand.


Herman Verbeek
227.

Heer,


maak mij tot een instrument van Uw vrede,

opdat ik liefde brenge waar haat is,

éénheid waar verdeeldheid heerst,

vergiffenis waar zonden worden bedreven,

hoop waar de wanhoop verduistert,

geloof waar twijfel wordt gezaaid,

licht waar duisternis vertroebelt,

vreugde waar droefheid is.


Heer, help mij,

niet zozeer om gelukkig te willen zijn

als gelukkig te maken,

niet zozeer om begrepen te willen worden

als de andere te begrijpen,

niet zozeer om getroost te willen worden

als de andere te troosten,

niet zozeer om bemind te willen worden

als te beminnen.

Want ik zal ontvangen door te geven,

vergeven worden door zelf te vergeven,

in eeuwigheid leven door te sterven.

Geef mij, Heer,

vrede, kracht en vreugde,

opdat ik anderen

vredig, krachtig en vreugdevol

kan helpen leven.

Amen.
Sint Franciscus van Assisië


228.

Telkens weer het wonder

van de man en de vrouw

ja zeggend tegen elkaar

elkaar beamend omhelzend

voorgoed elkanders mens

de man en vrouw

niet zichzelf zoekend

maar elkaar

alles delend met elkaar

ook elkaars sterfelijkheid

twee mensen

tweemaal zo weerbaar

tweemaal zo kwetsbaar

o God zegen hen

houd hen bij hun geheim

maak hen vindingrijk

onvermoeibaar

fantasievol

zodat zij zich eindeloos

over elkaar verheugen.
Hans Bouma (Uit : Op adem komen ‑ gebeden)

229.


WENS ME DAT TOE
Als dat een grote vreugde voor je is,

veel voor me te bidden,

laat je gebed dan een hardnekkige wens voor me zijn,

dat ik eerbied voor je heb, zoals je bent,

en dat ik naar je wezen luister,

dat ik je niet overstem,

dat ik op zoek ga naar het kind in je,

dat ik tijd weet te vinden en stilte,

even maar, voor jou alleen,

om je steeds weer af te staan aan het geheim

waaraan we samen het leven danken,

waar we samen van afstammen

en waarnaar we onderweg zijn;

dat ik de nieuwe dag dankbaar aangrijp,

omdat er weer een dag is waarop we elkaar hebben,

waarop we misschien iets meer daan vermoeden,

dat ik je honger naar een beetje waardering,

een beetje gastvrijheid,

een beetje warmte,

niet probeer te verzadigen met restjes, overschotjes;

dat ik je ruimte geef

om even onmachtig te zijn als ikzelf,

en dat ik fel eerlijk tegenover je ben,

wanneer dat goed voor je is;

dat ik je bescherm tegen mijn waanidee,

dat ik zou weten wat het beste voor je is,

en dat ik je vooral vrij laat

in jouw gebed voor mij.


Ad Van Beers
230.

Psalm 8
Lezer : Heer, onze Heer,

hoe machtig is Uw Naam,

allerwegen op aarde.


Samen : Gij die Uw majesteit toont aan de hemel,

Gij opent de mond van weerloze kinderen,

en dan klinkt een lied dat Uw vijand beschaamt

en brengt Gij Uw tegenstanders tot zwijgen.


Lezer : Als ik kijk naar de hemel,

het werk van Uw vingers,

de maan en de sterren

die Gij hebt bevestigd,

wat is dan de mens,

dat Gij aan hem denkt,

de zoon van Adam,

dat hij U ter harte gaat.


Samen : Toch hebt Gij hem bijna een god gemaakt

en hem met glorie en luister gekroond.

Gij doet hem het werk van Uw handen beheren

en alles hebt Gij aan zijn voeten gelegd,


Lezer : schapen en runderen, alles en alles,

en ook de dieren in het vrije veld,

de vogels van de hemel, de vissen van de zee,

al wat er wandelt op de paden van het water.


Samen : Heer, onze Heer,

hoe machtig is Uw Naam,

allerwegen op aarde.
231.

Geloven zonder te zien


Heer,

geloven is

mij wagen met U,

een leven lang.


Maar ik ben kleingelovig

dit is : zenuwachtig

en vooral ongeduldig.

Ik wil proefondervindelijke zekerheid,

nog wel onmiddellijk.

En ik vergeet

dat elk groeiproces

onzekerheid inhoudt en twijfels.

Ik wil zekerheid in mijzelf ontdekken

en vasthouden.


Gij zijt mijn zekerheid.

En in deemoedig wachten

achterhaal ik Uw belofte

dat "wie zijn leven verliest,

het wint"
Johannes 20, 29
"Een graankorrel blijft

een graankorrel

als hij niet in de aarde valt

en sterft."


Matteus 16, 25
En Gij,

Gij gooit mij,

weerloos zaad,

in de diepte van de voren,

bevestigende afgrond.

Het koren draagt een lief gelaat.

Leven werd in pijn geboren.
"Laat mij in de donkere uren,

mijn God,

begrijpen dat Gij het zijt

die de vezels van mijn zijn

pijnlijk uiteenbuigt

om tot in het merg van mijn wezen

door te dringen

en mij op te nemen in U."


Johannezs 12, 24
Teilhard de Chardin

J. Van Den Broeck S.J.

232.

Wie de liefde mist, mist alles


De zon is voor velen de gewoonste zaak van de wereld.

Toch doet ze elke dag wonderen.

Ze steekt het licht en vuur voor me aan.

Ze vecht tegen de wolken om me te zien,

en me een mooie dag te schenken.

's Nachts gaat ze naar de andere kant van de aarde

om ook daar mensen haar licht te schenken.

Doof ik de zon

dan zit ik in de zwartste duisternis

en de ijzigste kou.


Zo is het met de liefde.
Gaat de liefde op in mijn leven

dan brengt ze licht en warmte.

Als ik de liefde heb, kan ik veel missen.

Maar als de liefde ondergaat in mijn leven

worden de schaduwen steeds groter

en geraak ik stilaan in de nacht en in de kou.

De liefde is als de zon.

Wie ze heeft kan veel missen.


Wie de liefde mist, mist alles !
(uit : 'Menslief, ik hou van je' van Phil Bosmans)
233.

Een open hand


Eens was er een jonge vrouw.

Op de vooravond van haar huwelijk

stond ze bij haar moeder

en keek naar de zon die over het strand onderging in volle zee.

Toen vroeg de dochter :

"Moeder, mijn vader houdt van je

en is je ook altijd trouw gebleven.

Wat moet ik doen

opdat mijn man mij steeds meer zou beminnen ?"

De moeder zweeg en dacht even na.
Dan bukte zij zich en vulde elke hand met zand.

Zo kwam ze bij haar dochter staan.

Zonder verder iets te zeggen

knelde zij de vingers van één hand

steeds sterker om het zand.

Het zand glipte eruit.

Hoe krampachtiger zij haar hand balde,

hoe sneller het zand eruit gleed.

Toen zij haar hand opende,

kleefden nog sechts enkele vochtige korrels

aan haar handpalm.
Maar haar andere hand

had de moeder opengehouden

als een kleine schaal.

Daar bleven de zandkorrels liggen;

ze schitterden steeds heerlijker in het licht

van de late zon.



"Dat is mijn antwoord" zei de moeder zacht.

234.


Eenheid ... in veelheid
God schiep de mens, man en vrouw,

opdat deze op Hem zou lijken.

Beeld van liefde,

waar eenheid in veelheid zou blijken.

Twee mensen : man en vrouw ...
Ik zie ze als twee werelden,

als strand en zee.


Bij vloed omhelst de zee het land

en heeft het zand gemeenschap met het water.

Ze zijn één in de branding.
Maar er is ook eb,

er is ook afstand nemen van elkaar.

Zover, dat het strand denkt :

waar is de zee ?

En zover, dat de zee denkt :

waarom duwt het strand me zo ver terug ?

Ze willen één zijn,

maar ze verliezen elkaar uit het oog,

en toch in de hoop

elkaar opnieuw te vinden in een nieuwe vloed,

in een nieuwe branding.
Vloed en eb,

feest en eenzaamheid,

vreugde voor elkaar,

maar helaas ook pijn doen aan elkaar.


Want zo is het leven voor ons allemaal :

eb en vloed altijd weer !


235.

Mijn liefste


Ik heb je mijn liefste, mijn liefste gekozen,

onder de zovelen die ik ken.

Ik wil je mijn liefde, mijn liefde beloven.

Ik wil je behoren zoals ik ben.


En komt er een dag vol twijfels,

komt er een dag vol van vernedering,

je blijft bij mij voor alle tijden,

tot over de grens der herinnering.


Zo gaan de dagen voorbij in dit leven,

regen en zon en veel koude misschien.

Morgen, dan gaan onze handen al beven.

Morgen zijn wij al heel oud misschien.


En komt de dag dat ook jij eens zal sterven,

dat ik alleen door de winter moet gaan,

dan zal ik jouw glimlach, jouw warmte moeten derven,

maar jij zult altijd in mij blijven bestaan.


Miel Cools

236.


Ik sta voor je open
Ik sta voor je open
omdat je hart groter is dan het mijne,

omdat je me in je sterke armen draagt

en je me kunt opheffen uit mijn verdriet.
Ik sta voor je open
omdat je me kunt meenemen in je dromen,

die je diepste wezen ontsluieren,

omdat jouw ogen me volgen en liefkozen,

omdat je kunt luisteren naar mijn lang verhaal.


Ik sta voor je open
omdat je me helpt geloven in het leven en de toekomst,

omdat je me gunt mezelf te zijn

in grote en kleine dingen.
Ik sta voor je open
omdat je me toelaat je te leren ontdekken

dat er meer is dan het tastbare en grijpbare,

waar je dagen zo vol van zijn,

omdat je kunt verdragen

dat ik anders denk en voel

en mijn anders‑zijn als een verrijking

in je leven aanvaardt.
Ik sta voor je open
omdat we samen kunnen zoeken

naar wat ons beider leven schraagt,

naar Hem die we Vader mogen noemen

en op wie we steeds blijven vertrouwen.


Ik sta voor je open
omdat we bewonderend naar Hem mogen zien

die ons mensenleven heeft voorgeleefd

en wiens aanwezigheid we een enkele keer ontwaren

als we elkaar heel dicht benaderen.


Ik sta voor je open
omdat we elkaar omarmen mogen,

omdat we elkaar niet missen kunnen.


Ik sta voor je open
gewoon omdat je er bent.
(uit : 'Ons gezin')
237.

Heb elkander lief,

maar maak van de liefde geen band.
Iemand uit het volk vroeg aan de profeet :

"En wat kunt gij ons zeggen over het huwelijk ?"


En hij antwoordde :
"Tezamen zijt gij geboren

en tezamen zult gij immer zijn.

Gij zult tezamen blijven,

als de witte vleugels van de dood

uw dagen verstrooien.

Ja, gij zult zelfs tezamen zijn

in Gods stille herinnering.

Maar laten er tussenruimten zijn in uw samenzijn.

Laat de winden des hemels tussen u dansen.

Heb elkander lief,

maar maak van de liefde geen kluister :

laat zij veeleer zijn een golvende zee

tussen de kusten van uw zielen.

Vul elkanders beker,

maar drink niet uit dezelfde beker.

Deel uw brood met elkaar,

maar eet niet van hetzelfde stuk.

Zing en dans tezamen, en wees blij,

maar blijf ieder van u alleen,

zoals de snaren van een luit alleen zijn,

al doortrilt hen dezelfde muziek.

Geef uw harten,

maar geef ze niet aan elkander in bewaring.

Want alleen de hand des Levens

kan uw harten bevatten.

En sta tezamen,

maar niet te dicht bijeen :

want de zuilen van de tempel staan ieder op zichzelf.

en de eik en de cypres groeien niet

in elkaars schaduw."


(uit : 'De Profeet' van Kahlil Gibran)
240.

Brief aan een jonge dichter


Liefhebben is mooi,

maar de liefde is moeilijk.

Beminnen is misschien wel de zwaarste opgave

voor ieder van ons,

de grootste getuigenis van onszelf,

de meest verheven taak.

Alle andere zijn alleen maar voorbereidingen.
Daarom kunnen kinderen geen liefde geven of ontvangen.

Ze moeten dat leren

net zoals alle andere dingen van het leven.
Liefde,

dat is niet zich meteen overgeven aan de ander;

het is vooral de unieke kans op te groeien,

zichzelf te vormen;

een wereld worden voor diegene van wie je houdt.

Dus moet je jezelf voor de ander verbeteren,

en dat moeten de jongeren leren,

voor elke lichamelijke relatie.


Als je jong bent,

moet je dus goed nadenken

en veel dingen in je opnemen.

Je overgeven is het einde van de les.


Misschien zijn daarom volwassenen zelfs nog onbekwaam. . .
241.

Ontmoeten


Ontmoeten is de stap durven zetten,

je ware gezicht durven tonen,

je vrees en je onzekerheid opzij schuiven

en je vertrouwen aan iemand schenken,

weten dat je geborgen bent.
Ontmoeten is niet veel vragen stellen,

aandringen of uitpluizen, beslag leggen of veroordelen.
Ontmoeten is nooit "meten".
Het is aanvoelen, luisteren, stil worden.
Ontmoeten geeft nieuwe horizonten aan je leven.
Je moet voortaan je kleinheid, je onmacht niet meer verbergen,

je moet ze niet langer alleen dragen,
er is iemand bij wie je altijd terecht kunt.
242.

Geloven, beminnen, hopen


Elkaar aanvaarden zoals men is,

met zijn tekortkomingen.

Elkaars mogelijkheden bevorderen zonder blind te zijn

voor elkaars beperktheden.

Elkaar bemoedigen en bevestigen, zonder in de plaats

van de ander te treden.

Dat is geloven.
Zichzelf mogen zijn.

Naar elkaars gelaat kijken en daarin de vreugden

en de angsten lezen.

Aan elkaar gevoelens van tederheid en mildheid

kwijtraken, vergiffenis schenken

en nieuwe kansen bieden.

Bij elkaar thuis komen, samen brood eten

en de feestwijn drinken.

Dat is beminnen.
Zeggen dat het morgen zonniger zal worden,

ook al was de vorige dag veeleer grauw.

Verwachten dat de lente alles weer in het groen

zal zetten, ook al was de winter streng.

Niet echt tevreden willen zijn met eigen geluk,

zolang nog zovelen naast jou in de wijde wereld

ongelukkig zijn.

Dat is hopen.


243.

God,


Gij die steeds liefhebt,

leg Uw hand op onze vergeving aan elkaar

zodat wij weten

dat ook Gij ons vergeven hebt.


244.

Ik wil ...


Ik wil je trouw zijn, liefste,

en dat is zoveel meer dan trouwen.


Ik wil dat mijn leven in het jouwe huist,

en dat ik met jou de seizoenen ben, zolang jij wil.


Ik wil jouw brood zijn en jouw wijn,

dagelijks op onze tafel, waar jij de eerste bent,

zolang jij wil.
Ik wil blij zijn om jouw voetstappen in de gang

als het avond wordt en wij weer weten wie we zijn.


Ik wil lachen in je kwetsbare ogen

en zingen met je lieve mond, zolang jij wil.


Ik wil achter je staan als de wereld je miskent

en je kleiner wil maken dan je bent.


Ik wil met jou oud worden

omdat mijn hart voor jou gekozen heeft

en mijn voorliefde wortels alleen in

jouw grond tot rust kunnen komen.


Ik wil voor jou sterven als het moet,

want ik weet dat de liefde het leven toch overleeft.


Maar ik wil vooral, liefste,

geen woorden strooien in de wind,

geen woorden, die alleen voor dichters

en roze zielen zijn.


Woorden zijn maar waar,

als ik ze mag nestelen in jouw hart

en als jij ze daar een kans geeft.

Mijn woorden zijn maar echt,

als jij ze vangt als zaad

en ze bemint opdat ze leven.


Want, liefste,

ik wil je trouw zijn,

maar ik kan dat niet zonder jou.
245.

Getrouwd
Getrouwd,

dat is met heel je wezen

blij en arm zijn,

koud en moe zijn,

groot en klein zijn,

bij elkaar.
Dat is

van top tot teen,

met huid en haar

volop mens zijn,

man en vrouw zijn,

bij elkaar.


Getrouwd,

dat is zwijgend moe zijn,

onbegrepen,

niet in staat een weg te banen

naar elkaar.
Dat is

vragend,


plagend,

lievend,


gevend,

stil maar

wachtend

bij elkaar.


Getrouwd,

dat is getweeën groeiend

als mensen

ieder naar zijnn aard.

En daarin elkaar steeds weer boeiend :

jij bent mijn leven waard.


246.

De Put
Soms zink je weg,

je valt in gapende stilte,

in je afgrond van hoogmoedige toorn,

en nauwelijks kom je ervan terug

dan met flarden slechts van wat je trof

in de diepte van je bestaan.
Liefste,

wat vind je toch

in je dichte put ?

Algen ? Poelen ? Rotsblokken ?

Wat zie je toch met blinde ogen,

wrokkig en gekwetst ?


Lieveling,

niets vind je in de put waarin je valt,

wat ik je, heel hoog, bewaar :

een bedauwde tak jasmijn,

een kus diper dan je ravijn.
Vrees me niet,

val niet opnieuw in je wrok,

schud mijn woord dat je kwetste, van je af

en laat het door het open venster vluchten.


Het woord komt naar me terug

om me te kwetsen,

zonder dat je het uitspreekt,

omdat het immers

met een hard moment geladen was;

en dat moment zal zich in mijn borst ontladen.


Lach me stralend toe

als mijn mond je kwetst.

Ik ben geen zachte herder als in de sprookjes,

maar een flinke houthakker,

die met jou

aarde, wind en doornen deelt.


Je moet me liefhebben;

glimlach naar me,

help me om goed te zijn.

Verwond je niet aan mij,

dat zal nutteloos zijn,

wond mij niet,

want je verwondt jezelf.
Pablo Neruda
247.

God die in het begin

uit aarde,

naar Zijn beeld

de mensen

voor elkaars geluk geschapen heeft.

Hij doet u samen zijn.

Hij maakt u man en vrouw,

elkanders brood en wijn,

elkanders woord van trouw.


Zoals van meet af aan

een mens geen antwoord vindt

als hij niet door een mens

ten diepste wordt bemind,

zo zult gij nu voortaan

in liefde en in leed

elkanders antwoord zijn :

één lichaam en één geest.


Zoals ten einde toe

de mensen twee aan twee

hun lange wegen gaan

en God gaat met hen mee,

zo zal Hij met u zijn

in leven en in dood,

Hij wordt uw brood en wijn

en dit geheim is groot.


Huub Oosterhuis 'Bid om vrede'
248.

In heel kleine dingen,

heb ik U ontmoet :

het groen van de bomen, vogelgezang,

in adem en aarde, in zonsondergang.
In heel kleine schoonheid

heb ik U ontmoet :

een lelie op het water,

een schelp op het strand,

bloemen op tafel, een ring aan je hand.
In heel kleine vreugde

heb ik U ontmoet :

een heldere hemel, een warme wind,

een tedere moeder, een trouwe vriend.


In heel kleine daden

heb ik U ontmoet :

vragende ogen, een zegenend gebaar.
In eenvoudige mensen

heb ik U ontmoet :

stoeiende kinderen, jeugd die zich geeft,

een man die kan knielen,

een vrouw die vergeeft.
In al deze gaven

kwam ik U tegemoet.

Wees Gij nu de brug

waardoor ik anderen ontmoet.


249.

De liefde van de ander

kan men met geen enkel middel verwerven.

Hij moet haar ons uit eigen beweging schenken.

Hoezeer wij ons ook inspannen



en alles doen wat in ons vermogen ligt :

aandacht vragen, brieven schrijven, bloemen sturen,

opbellen, verzoeken doen, bedelen, ons vernederen,

dat alles helpt ons niets.



De ander heeft ons lief,

onafhankelijk van wat wij doen,

of hij houdt niet van ons.
Als het vertrouwen tussen twee mensen

altijd alleen maar berust

op de prestatie van de ander,

dan komen beiden nooit van hun wederzijdse wantrouwen af.

Maar de menselijke liefde is slechts de afschaduwing en gelijkenis

van de goddelijke liefde.



De liefde van God gaat haar oneindig te boven.
250.

Een mens wil gezocht worden en niet bezeten.

Op het moment dat ik precies kan formuleren

wat ik van mijn vriend verlang,

neem ik hem al in mijn bezit,

moet hij al naar mijn hand gaan staan.

Maar werkelijk verlangen is eigenlijk een rusteloos zoeken

naar iets wat ik niet in mijn vingers heb.

Het is de ervaring van een gemis in mijn leven,

van iets wat niet onmiddellijk te grijpen is,

dat verborgen ligt in jou, in de toekomst, in God,

in het geheim van het leven.



Wat merkwaardig eigenlijk, dat twee mensen die elkaar liefhebben

tegen elkaar kunnen zeggen : "Wat zoek ik toch in jou ?"

terwijl beiden het antwoord schuldig blijven.



In plaats van op te houden, blijven ze verlangen naar elkaar.

Je kunt blijkbaar leven van je verlangen.

Je kunt zelfs leven van het verlangen van de ander naar jou !

Maar het gaat gepaard met een voortdurende onrust.

Onrustig ben je op zoek naar wat je in het leven

het meest ter harte gaat, maar wat nog geen woorden heeft.

Je diepste verlangens gaan eigenlijk uit naar vermoedens,

naar iets wat zich nog niet aan jou laat zien.

Waarnaar ik verlang en waarvan ik droom,

daar kan ik nog niet bijkomen.



Het meest eigene van verlangen zou wel eens kunnen zijn,

dat je moet kunnen leven met uitstel,

dat je nu nog moet kunnen leven met afwezigheid, met nog‑niet !

Maar dat gaat je vaak niet zomaar af.

Ik kan mij zelfs voorstellen dat iemand stuk kan gaan van verlangen,

en toch op de been blijft.

Verlangen kan een mens ruïneren.

Verlangen om elkaar te zien kan je ziek maken.

Maar de vraag is wel :



in hoeverre durf je vertrouwen op het verlangen dat in je leeft ?

In hoeverre durf je je eraan over te geven,



durf je te leven van wat nog niet is ?

Zou je het niet kunnen omdat je vertrouwt op anderen

in wie je eenzelfde verlangen aanwezig ziet ?

Is het niet omdat je een mogelijkheid ziet een geheim te delen,

zonder het te hoeven ontraadselen ?



Is het niet een mee‑ en overdoen

van wat anderen vóór mij gedaan hebben,

en waarvan zij geleefd hebben ?

255.


Geef me je hand als ik de weg niet vind

als ik een kind ben dat verdwaald is in de tijd

en als de lange reis pas echt begint

wees dan de engel die me leidt langs de stenen en de kuilen

naar een huis om in te schuilen

waar we lachen om het huilen van de wind

om te spelen en te eten en alles te vergeten

en te weten dat JIJ het bent.
256.

Liefde liefde


Nu nog met halve woorden, hier en daar,

kijkend in donkere spiegels, bijna waar,

blijven wij vreemden die zien en weer vergeten

doen in den blinde wat moet, maar ongeweten.

Dan, eenmaal, wordt wat niet bestaat :

wij zullen opengaan,

en zien en horen, oog in oog,

van mens tot mens verstaan.


Weten voorbij aan alle angst en schijn,

en liefde, liefde zal geen woord meer zijn.

Lichaam en zwijgen genoeg, en onze namen

rusten in licht als leeuw en lam tesamen.

Dit woord is hard, het komt en het gaat

en brengt de dood in jou.

Wie droomt zo'n lied ten einde toe,

twee mensen, man en vrouw.


Huub Oosterhuis
257.

Behoed de liefde van de geliefden.



Gij die weet hoe broos en bijna niets twee mensen zijn,

en dat hun hart onrustig is en onbestendig als het weer.
Gij die hen toegekeerd hebt naar elkaar,

opdat zij niet meer half zijn, onbestemd en onvervuld,

leer hen verstaan het dodelijk geheim



dat liefde lijden is, dat geven leven doet.
Geef hun de tijd elkaar te kennen en te troosten,

blaas hun hartstocht aan,



maak hen geduldig en oneindig lief,

dat zij de nacht doorkomen met elkaar.
Huub Oosterhuis
258.

Zeggen "ik hou van jou" is gemakkelijk.

Heel anders wordt het

als je elke dag opnieuw durft beginnen.

Echt houden van elkaar

is trachten te doen wat je mond zegt.

het is je vrouw, je man

elke morgen een nieuwe kans geven.

Altijd terug in elkaar geloven.

Steeds weer enthousiast kunnen worden

over de mensen en de taal der kleine dingen

leren verstaan.

Het is dankbaar antwoorden op attenties,

waaraan anderen voorbijgaan.

Naar haar luisteren,

alsof je haar voor het eerst hoorde praten.

Glimlachen om zijn vragende blik

en blij verwonderd blijven

over handen die willen strelen.
259.

De mist trekt op als iemand je zegt :

ik geloof in je, ik ben blij dat j' er bent ik hou van je.
Er komt ruimte je ademt dubbel de zon breekt door.
Je vindt ogen en handen een mond en een hart

en een toekomst voor 't leven.


Je vindt kinderen, man en vrouw, vrienden
mensen als jij mensen die je in je armen wilt drukken

met wie je wilt opstappen naar verre einders

want het leven is goed.


Je weet wel er is pijn en verdriet

maar diep in je ziel zingt een lied

en nog verder in jezelf zegt een God herken je me niet.
260.

Vreugde wordt je deel

als je klein voor God durft te staan

want Hij brengt je tot voltooiing.


Vreugde wordt je deel

als je hen die treuren moed inspreekt

want Hij zal je hoop en sterkte zijn.
Vreugde wordt je deel

als je woord bevrijding brengt

dan ontspringt in jou nieuw leven.
Vreugde wordt je deel

als je nieuwe levenskansen schenkt

dan geschiedt ook jou barmhartigheid.
Vreugde wordt je deel

als je in oprechtheid leeft

want je zal de Heer aanschouwen.
Vreugde wordt je deel

als je hunkert naar gerechtigheid

je verlangen zal verzadigd worden.
Vreugde wordt je deel

als je naar de vrede streeft

want je zal Gods trouw ervaren.
Vreugde wordt je deel

als je dienend voor de Heer getuigt

want je zal in God geborgen zijn.
261.

Want zo de liefde u kroont, zij kruist u ook.

Als korenschoven gaart zij u bijeen.

Ze dorst u tot gij naakt zijt.

Zij want u tot gij vrij zijt van uw kaf.

Zij maakt u tot gij blank zijt.

Zij kneedt u tot gij buigzaam wordt,

en geeft u over aan haar heilig vuur,

opdat gij worden zult tot heilig brood

voor Godes heilig feest.

Maar zo gij in uw angst



alleen haar vrede en haar genoegen zoeken zoudt,

dan deed gij beter uw naaktheid te bedekken

en van liefde's dorsvloer weg te gaan,

de seizoenloze wereld in,

waar gij zult lachen maar niet uw volle lach,

en wenen, maar niet al uw tranen.
De liefde geeft zich‑zelf alleen en put ook uit zichzelf alleen.

De liefde neemt niet in bezit en wil ook niet in bezit genomen worden.
Kahlil Gibran
264.

In je liefde zie je op de wereld alleen elkaar,



in het huwelijk ben je een schakel in de keten der geslachten,

die God tot Zijn eer laat komen en gaan en roept tot Zijn Rijk.

In je liefde zie je alleen de hemel van je eigen geluk,

door je huwelijk aanvaard je verantwoordelijkheid

tegenover de wereld en de mensen.



Je liefde is van niemand dan van jullie alleen, ze is persoonlijk,

het huwelijk is iets bovenpersoonlijks,

het is een levensstaat, een ambt.

Pas de kroon maakt de koning en niet de wil om te heersen;

zo maakt pas het huwelijk en niet je wederzijdse liefde

jullie tot echtpaar voor God en de mensen.

Je hebt de ring eerst aan elkaar gegeven en

toen opnieuw ontvangen uit de hand van de predikant;

de liefde komt voort uit jullie zelf,



het huwelijk komt van boven, van God.

Zover God staat boven de mens,

zover staat de heiligheid, het recht

en de belofte van het huwelijk boven de heiligheid,

het recht en de belofte van de liefde.

Jullie liefde draagt niet het huwelijk,

van nu af draagt het huwelijk jullie liefde.
D. Bonhoeffer
267.

Vroeger schreef ik : samenleven is voor ieder

tweemaal leven, maar het is duizendmaal,

het is ons beiden op genade of ongenade verliezen

aan alle leven, in iedere ademhaal,
voor alles van aarde en hemel kiezen,

geluk en ongeluk, naam en zonder naam,

durven weten : er is geen schuldeloze liefde

en toch onschuldig in elkaar bestaan.


Kom dichterbij, doe overal je ogen open,

in je ogen, je mond, je borst, je schoot,

overal worden wij elkaar geboren.
Daartoe heeft het leven ons gekozen,

kijk maar, lees, hier staan de woorden

van ons hart : de liefde overwint de dood.
268.

Hebben en zijn


Op school stonden ze op het bord geschreven

het werkwoord 'hebben' en het werkwoord 'zijn'

hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven

de ene werkelijkheid, de andere schijn.


Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.

Is van de wereld en haar goden zijn.

Zijn is, boven de dingen uitgeheven,

vervuld worden van goddelijke pijn.


Hebben is hard. Is lichaam. Zijn twee borsten.

Is naar de aarde hongeren en dorsten.

Is enkel zinnen, enkele botte plicht.
Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,

is kind worden en naar de sterren kijken,

en daarheen langzaam worden opgelicht.
269.

Waarom doofde de lamp ?



Ik hield er mijn mantel vóór, om haar voor de wind te beschutten.

Daarom doofde de lamp.


Waarom welkte de bloem ?

Ik drukte haar aan mijn hart in angstige liefde.

Daarom welkte de bloem.


Waarom verdroogde de stroom ?

Ik legde er een dam door, om hem nuttig voor mijn gebruik te maken,

daarom droogde de stroom.


Waarom brak de harpsnaar ?

Ik trachtte haar een toon te ontwringen, die boven haar macht was,

daarom is de harpsnaar gebroken.


270.

Luisterlied :


Hier heb ik iets voor als de ochtend begint

als een vroege vogel wordt gewekt door de wind

als we wakker worden met de zon in ons bed

heb ik iets voor jou.


Ik wil alles voor je doen, ik wil alles voor je zijn

ik geef je alles wat ik heb alles

alles wat ik heb ben jij.
Hier heb ik iets omdat je vaak om me lacht

iets voor als je boos bent



als je huilt en ik zacht lieve woordjes fluister

in het holst van de nacht heb ik iets voor jou.
Ik wil alles voor je doen ik wil alles voor je zijn

ik geef je alles wat ik heb alles

alles wat ik heb ben jij.
Teder als jouw glimlach even breekbaar en teer

liever zonder woorden want het is zoveel meer

meer dan ik kan zeggen dat besef ik elke keer

als ik jou weerzie.


Ik wil alles voor je doen ik wil alles voor je zijn

ik geef je alles wat ik heb en alles wat ik heb

is voor jou.


Herman Van Veen
271.

Luisterlied : Een huis om in te schuilen


Geef me je hand als ik de weg niet vind

als ik een kind ben dat verdwaald is in de tijd

en als de lange reis pas echt begint

wees dan de engel die me leidt

langs de stenen en de kuilen

naar een huis om in te schuilen

waar we lachen om het huilen van de wind

om te spelen en te eten

en alles te vergeten

en te weten

dat jij er bent.
Jij bent de tuinman die me water geeft

jij bent de vogel die me meedraagt op z'n rug

en als de vrede mij verlaten heeft

breng jij me altijd weer terug

langs de stenen en de kuilen

naar een huis om in te schuilen

waar we lachen om het huilen van de wind

om te spelen en te eten

en alles te vergeten

en te weten

dat jij er bent.
En als ook jij opeens geen weg meer weet

wanneer je zweeft tussen de waarheid en de waan

als je de sleutel zoekt die liefde heet

weet dat ik met je mee zal gaan

langs de stenen en de kuilen

naar een huis om in te schuilen

waar we lachen om het huilen van de wind

om te spelen en te eten

en alles te vergeten

en te weten

dat jij het bent
jij die m'n liefde kent

jij die een spiegel bent

jij die jezelf herkent

in mij.
Wat ben ik blij

wat ben ik blij

dat jij het bent

dat jij het bent.
Ellie en Rikkert
272.

Wanneer ik morgen dood ga

vertel dan aan de bomen

hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan de wind,

die in de bomen klimt

of uit de takken valt

hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind

dat jong genoeg is

om het te begrijpen.

Vertel het aan een dier

misschien alleen door het aan te kijken.

Vertel het aan de huizen van steen,

vertel het aan de steden,

hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens.

Ze zouden je niet geloven.

Ze zouden niet willen geloven

dat alleen maar een man,

alleen maar een vrouw,

dat een mens een mens zó lief had

als ik jou.
Hans Andreus

273.


Pools sprookje (Louis Verbeeck)
Als je van Warschau naar Oznan rijdt, dan kom je voorbij het dorpje Parovia. Veel is er over Parovia niet te vertellen. En ik zou er dan ook niets over vertellen als Jan Pommeranski er niet woonde. Als je van Warschau komt, dan staat zijn hoevetje aan de derde electriciteitspaal links. Pommeranski woont al jaren in Parovia en hij zal er waarschijnlijk heel zijn leven blijven wonen. Zijn moeder en vader zijn tijdens de oorlog gestorven; én omdat het toen zo’n beroerde tijden waren, lieten ze Jan alleen het kleine hoevetje na, plus twee geiten. Breznja en Brozja, die allebei even lief en oud waren, want het was een tweeling. Jan verzorgde ze goed, dat had hij van zijn moeder geleerd. Hij was er gelukkig met zijn twee geiten en zijn hoevetje, maar helemaal gelukkig was hij toch niet, omdat er iets ontbrak op de hoeve.

God, van wie Jan Pommeranski veel hield, had er echter voor gezorgd dat er in de buurt van Parovia een ander klein dorpje lag, dat Rozalin heette. Nu wilde het toeval dat Jan veel dichter bij de smid van Rozalin woonde, dan bij de smid van Parovia zelf, en zo kwam het dat hij op een dag in Rozalin een ketel ging laten herstellen. Toen heeft Jan Pommeranski in Rozalin het meisje Grazina ontmoet. Zij glimlachte op hem en hij glimlachte terug, en in zijn hart wist hij opeens wat er nog in zijn hoevetje ontbrak.

De volgende dagen en maanden ging Jan nog dikwijls naar het dorpje Rozalin, ook al ging hij niet iedere keer om een ketel te laten herstellen, want zoveel ketels waren er niet in het kleine hoevetje van Jan Pommeranski.

Een jaar later, het was toen lente, stonden ze voor de pastoor van het dorp en er was ook een beetje familie bij. En de pastoor vroeg of ze van elkaar hielden en zouden blijven houden; en ze antwoordden allebei : "Tak". Het klinkt misschien gek, maar 'Tak' betekent

'ja'.
Nu verwacht je natuurlijk dat er iets wonderlijks gaat gebeuren met Jan en Grazina, maar dis is net het gekke van dit verhaal, dat er eigenlijk niets meer gebeurt, of toch niets bijzonders. Tenzij dat ze gelukkig waren, heel erg gelukkig. En dat ze heel wat kinderen kregen waaronder drie dochters, en dat stemde hen blij, want ze hadden graag drie dochters gehad. En ze kregen ook nog drie zonen. Die noemden ze



allemaal Jan. De dochters echter heetten Danka, Irena en Dadutschka. Danka was de mooiste, Irena de liefste en Dadutschka was de kleinste; zo hadden ze allemaal iets anders om speciaal van te houden. Bovendien waren ook de zonen heel lief, zodat Jan en Grazina de hele

dag bijna niets anders te doen hadden dan van hun kinderen te houden.
En als je toevallig eens van Warschau naar Poznan rijdt, dan moet je voorbij het bordje van Parovia maar eens kijken : de derde electrici-teitspaal links. Trouwens Breznja en Broznja zullen wel buiten staan.



1   2   3


Dovnload 3.11 Mb.