Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


India: Delhi en Radjasthan

Dovnload 29.15 Kb.

India: Delhi en Radjasthan



Datum05.04.2017
Grootte29.15 Kb.

Dovnload 29.15 Kb.

India: Delhi en Radjasthan 4/9 - 24/9/2010 Sjikke Mulder en Jan Dol

4/9/10 Chauffeur staat klaar met het bordje Jan&Sjikke. Wel even zoeken voor ons, want hij is niet de enige met een bordje. De kennismaking met chauffeur Bharat is aardig. Een man met gevoel voor humor, die weet wat hij wil, maar ook uitstraalt dat hij weet wat zijn plaats is: 'you’re the boss, you say wat we will do’, enzovoort. Wij bepalen en hij voert uit. Hij neemt meteen de koffers over en brengt ons naar zijn auto 'Ambassador'. Een product uit de tijd van de Britse overheersing. Lekker ruim en het zit wel goed. Ze worden nog steeds gemaakt. Deze is uit 2007. Een half uurtje rijden naar Hotel Amax Inn. Om het te bereiken moeten we een eindje lopen vanwege wegversperring. De volgende morgen ontbijt op het terras (na een half uur),waar ook een Nederlands stel en een oudere man (Jan) zitten te ontbijten. Ze gaan ongeveer dezelfde route afleggen als wij. Daarna zijn ze van plan om naar Afrika te gaan, om aan een of ander project te gaan werken. Hotel Amax Inn (budget), is nogal minimaal voor onze begrippen en we vertrekken weer (Bharat schiet het bedrag even voor, want we hebben nog geen pinautomaat kunnen vinden). Hij stelt hotel Sunstar voor. Maar dit hotel is eigenlijk weer te duur (€ 50 per nacht). Desondanks blijven we toch nog twee dagen. Diner op het platte dak (we zijn de enigen). Ontbijtplek en zwembad naast elkaar gelegen in de kelder.


Het zwemmen hebben we maar gelaten.
5/9 We laten ons rondrijden in Delhi. Een ware ‘cultuurschok’ vanuit het keurig aangeperkte Nederland. Een arm en soms vies maar kleurrijk straatbeeld. Een scharenslijper op de fiets. Een aandrijfband in het achterwiel van de fiets, aangesloten op een messenslijper die aangesloten is op de stang en die in beweging wordt gebracht door te fietsen en ondertussen een mes te slijpen. Memorial of Ghandi. De plek waar Ghandi is gecremeerd. Een graftombe in het midden van een enorm keurig aangelegd park,met bomen en grote groene grasvelden. Zou hij het zo gewild hebben? Een enkele buitenlandse toerist en veel Indiase dagjesmensen, scholieren met leraren, en een moslim, waarbij we in de buurt in de schaduw gaan zitten en die ons vraagt hoe hij aan werk kan komen in Nederland. We maken hem duidelijk dat dat een lange weg is. Wat er zoal te zien is in Delhi? Hij prijst als eerste de grote Moskee aan. Maar daar zijn we net geweest en die was op dat moment gesloten. Hij ligt in Old Delhi, vlakbij de bazar. Maar we komen daar niet ver, door bedelende jongetjes die aan ons zitten en het armoedige en troosteloze. Het heeft er ook net geregend. Ik voel me daar niet gepast en onprettig. Het Parlementgebouw en Poort van India, Indiagate, staat in schril contrast met de sloppenwijkaandoende bazar. Auto's mogen langzaam rijden,maar niet stoppen. Er staat veel politie en bewakingsgilde, die allemaal erg gewichtig in de weer zijn om het volk te wijzen op de regels. Het lijkt overbodig gewichtigdoenerij, want het Indiase volk is gezagsgetrouw. En ook nog niet met veel vreemds bekend, want ze willen met ons op de foto op de plek van het monument van de gevallen soldaat. Ziet er uit als een soort Arc de Triomf. Lodipark Grootste park van Delhi –met tombes, vlinders, vogels, mooi aangelegd park. Hamayjuns Tomb: verschillende Tombes op een groot terrein, gedeeltelijk ommuurd door een stenen wal/dijk, waar je overheen kunt lopen en die telkens een gat heeft waar je via een trap naar beneden kunt. Centraal een groot gebouw dat je bereikt via hoge trappen. Daar zijn ook mannen en jongens –soms nog maar 12 jaar- bezig steengruis sjouwen. In een mandje, mandje op het hoofd, en dan naar beneden kieperen via een band. Soms is de band verstopt en dan slingeren ze zich naar beneden om de weg vrij te maken door te trappelen met hun sandalen en vervolgens weer omhoog te klimmen.
Steeds in restaurants eten, je koffer niet zelf dragen en in de auto zitten, betekent een aanslag op je lichamelijk welzijn. Hardlopen dus. Er is niet veel gelegenheid om in afzondering te draven. Wel een parkje rondom een vijver in de buurt, maar daar wordt veel gewandeld op smalle paden en niemand haalt het in z'n hoofd kennelijk in India om hard te lopen. En langs de weg krijg ik bekijks als nooit te voren. Onderweg nog een kapper ontdekt, die na het douchen mij genegen is te knippen voor nog geen euro.
Route : Delhi - Mandawa - Bikaner - Jaisaimer - Johdpur - Ranakpuhr – Puhskar – Jaipur - Delhi

7 /9/10 vanuit Delhi naar Mandala. Een tocht van 8 uur s' morgens tot 7 uur s’ avonds. Ongeveer tweehonderd kilometer. Langs kleine (witte) wegen. Druk en zeer slechte wegen. Achterstallig onderhoud plegen zal een enorme arbeidsduur vragen en een vermogen aan kosten. De zogenaamde opkomende economie van India profiteert hier vooralsnog niet van. Maar er is ondertussen wel veel te zien. Een veelzijdig en groen landschap (regentijd).Vrachtauto's, bussen, tjuktjuks, busjes die volgepropt zitten met mensen. Als ze er niet in kunnen zitten, dan zitten ze er wel op of hangen eraan. Er lopen of staan voortdurend heilige koeien en honden op de weg, waarvoor gestopt of omheen gereden moet worden. Gesluierde Hindoe vrouwen in het rood, geel, groen, oranje, paars, geel, met of zonder een streepje blote buik, die hun sluier soms omhoog doen. Om beter te kunnen zien of tegen de warmte? Geen paard en wagen, maar kameel en wagen, vrouwen met bossen stro of hooi op hun hoofd. Verder allemaal voertuigen zoals wij die in de jaren '50 kenden. Onderweg komen we ook de drie Nederlanders weer even tegen. Zij eten voortreffelijk en goedkoop en vers langs de weg, terwijl wij in een internationaal restaurant 'Continental' zitten te eten. Willen wij niet aan de schijterij raken of is het onnodige angst?


In Jhunjhunju gestopt om de tempel te bezoeken. Vanwege de grote drukte is de weg afgesloten. De chauffeur moet omrijden en stopt ergens. Hij zegt dat we het laatste eindje wel kunnen lopen. Dat vinden wij ook. Maar na het eerste steegje komt er nog een en nog een. We raken bijna in paniek bij de gedachte dat we de chauffeur niet meer terug kunnen vinden. De tempel is adembenemend. Maar voor het Indiase volk zijn wij naast de tempel ook een attractie. We lopen weer zorgvuldig door de steegjes terug. Is dat niet onverantwoord van de driver? 'Wat had hij gedaan als wij niet waren teruggekeerd'? 'Gewoon naar de politie gegaan'. Een geruststellende gedachte.
8/9. Na een nacht vol hinderlijk lawaai (later bleek dat het in het kader van Ramadan was; veel moslims maken dan tot 4 uur 's nachts muziek en zingen en blijkbaar lag de feestzaal naast ons hotel), zijn we opgestaan en waren we benieuwd naar het ontbijt. Het is steeds een verrassing: nu krijgen we een combinatie van Continental (toast met jam) en American (met omelet). Jan moet opeens naar de wc en jawel je kunt wel raden waarom. Na het ontbijt overleggen we met onze chauffeur of we vandaag zullen vertrekken of niet vanwege het nachtelijke lawaai. Het hotel stelt een andere kamer voor beneden, waar veel minder lawaai doordringt. De hotelmanager laat ons ook nog een kamer zien, die een soort bruidssuite moet voorstellen: allemaal gedecoreerd mozaïek met spiegeltjes. Ze houden hier erg van kleuren, decoraties en tierelantijntjes. Ons hotel is een van de Haveli's die hier in Mandawa zijn: de Haveli Heritage. Overal kom je hier in het hotel rijk versierde (geschilderde) wanden tegen, maar ook in de binnenplaatsen. Het hele dorp zit er vol mee, alleen zijn de meeste niet bewaard gebleven of in zeer slechte staat. Op zoek naar het postkantoor voor postzegels lopen we door het stadje en lijkt het alsof we in een film lopen: het verkeer rijdt links, wat we niet gewend zijn en bij elke passering wordt er getoetert. Om de haverklap springen we opzij bij weer zo'n schelle toeter. Tegelijkertijd moet je op het straatdek letten, want een gladde asfaltweg is vaak niet vanzelfsprekend. Het is druk op straat met voetgangers, riksjas, tuktuks, driewielers en overbevolkte bussen. De passagiers hangen allen uit het raam om ons te bekijken en om ons te lachen. De mensen die we tegenkomen kijken ons nieuwsgierig en een beetje lacherig aan. Ook de schoolkinderen die in keurige schooluniformen uit hun college komen moeten glimlachen om onze verschijning. Sommigen zeggen ‘hello’, waarschijnlijk net geleerd in de Engelse les en de meer brutalen durven ons te vragen om een pen. We zijn op zoek naar het postkantoor en willen mensen vragen. Dan staat op het goede moment een jongen bij ons die al eerder onze aandacht heeft getrokken. Hij wil ons wel naar het postkantoor brengen. Hij heet Alexander en is zeventien jaar, vernemen we later. Hij spreekt zeer goed Engels en ook Frans en een beetje Duits en Italiaans. Ook weet hij enkele woorden in het Nederlands te zeggen. Hij neemt ons mee door het stadje en ontpopt zich als een volleerde gids, die daarbij ook gevoel heeft voor wat de toerist wil en niet onnodig en om de haverklap lastig gevallen wil worden. Hij brengt ons naar het postkantoor. Totaal niet te herkennen als postkantoor. Daarna leidt Alexander ons dwars door het stadje naar de verschillende Haveli’s en vertelt ons over het leven in India. Hier in Mandawa leven 20.000 moslims en 15.000 hindoes. Als je het straatbeeld bekijkt zie je ook veel vrouwen die hun gezicht bedekken, maar niet zo straks als de moslims die wij kennen in het zwart; hier zijn de vrouwen heel kleurig gekleed , en hebben ze vaak een soort voile sjaal die ze voor hun gezicht trekken. Maar ook veel vrouwen hebben die sjaal los om zich heen hangen, half over hun haar. Het is de traditionele dracht van hindoevrouwen. Weinig blote mouwen zie je hier en ook weinig westerse kleding, zoals spijkerbroeken en t-shirts. De mannen dragen allemaal een overhemd met lange mouwen en een pantalon. Kinderen en scholieren hebben allemaal een uniform aan, aangepast aan de stijl van India. Maar ze zijn dus meteen herkenbaar van welke school ze zijn, want elke school heeft een ander uniform. Alexander vertelt dat de school vijftienhonderd Roepie (30 euro) per maand kost. We worden aangeklampt door een 'viool' speler die graag iets wil verdienen door voor ons te spelen. Verder vertelt Alexander ons dat een appel hem tien Roepie kost, maar bij ons zullen ze vijftig vragen. Dat vind ik hier vervelend, ook al is het wel begrijpelijk: je moet overal mee uitkijken om niet getild te worden en het neemt mijn plezierig gevoel enigszins weg. Vooral omdat Alexander er zelf ook een handje van heeft. Hij neemt ons namelijk ondertussen mee naar de zaak van zijn broer, die sjaals en kleden enzovoort verkoopt. Hij doet een beroep op zijn gastvrijheid, die we niet kunnen weigeren en nemen plaats in de winkel. Uiteindelijk kopen we niks en voelen ons vervelend. We lopen met Alexander richting ons hotel, geven hem honderd roepie voor de toch wel interessante tocht en gaan in het nabije Sekawati Hotel lunchen, op het dak van het hotel: mooie plek en smaakvol eten.

9/9 Het ritje van Mandala naar Bikaner duurt een paar uurtjes, over redelijk goede wegen. In Bikaner bezoeken we eerst een NGO coöperatie winkeltje (Abhovyakti) en kopen wat kleding. Vlakbij ons Hotel Sagar ligt het paleis van de gewezen Maharadja van Bikaner. Omdat hij geen opvolger meer heeft (geen zoon) is de functie afgeschaft. De familie leeft nu in een deel van het paleis. In een ander deel is een Hotel (Lallargh Palace) gevestigd en een museum. De gids in het museum aarzelt niet lang, om te vragen waar wij vandaan komen en begint over zijn familie en (dure) leefomstandigheden. Een duidelijke aansporing tot een gulle tip. Helemaal niet erg voor ons, want de tip van honderdenvijftig roepie is het dubbele van de entree.


10/9 Fort Junagarh! Dat dit niet wereldberoemd is. Een soort conglomeratie van paleizen. Een wal van 986 meter omgeeft de binnenplaats, met 37 bastions. Indrukwekkend wat hier aan mensenwerk ligt. Om een vergelijkende indruk te geven: 30x de kathedraal van Den Bosch? Buiten de imposante gebouwen, op een pittoresk terrasje, bekomen we van de indrukken met een koud colaatje. Vandaar naar de kamelenboerderij waar je alles kunt zien van geschiedenis, werkwijze, gebruik enzovoort. Zelfs kamelen hebben een soort stamboek: de sterke, de zware, de lenige. Grappig om een bus met Nederlanders en zelfs bejaarde Friezen daar tegen te komen. Van de kamelen naar de ratten is hier een kleine stap. Een heuse ratten KarniMata Temple. Overledenen komen gereïncarneerd terug als ratten. Het betreden van de tempel is als bij een Moskee: schoenen uit. En daar lopen we dan, tussen de ratten, op blote voeten. Het heilige zien wij er niet zo aan af,maar de Indiase mensen beschouwen het als een serieuze goddelijke aangelegenheid.
En dan komt onherroepelijk de dag dat het voedsel zich zonder hindernis wil laten gelden. Een van ons moet een dagje in bed blijven en het eten laten staan. Maar de volgende dag is mogelijk dankzij norit (?)weer normaal. Helemaal in de stemming om een reis door de woestijn (volgens het boekje) naar Jaisaimer te maken. Maar de mensen van het boekje zijn hier vast niet in de regentijd geweest. Er is wel zand te zien, maar nog veel meer groen, struiken, bomen, zelfs gewassen en vee dat graast. En de heilige koe graast, luiert, of steekt als zij zin heeft de weg over, of niet, net zoals de honden. De schapen en geiten, bijeengehouden door een herder, lopen ook op elk moment de straat over. Het beest heeft in India in alle gevallen voorrang. Geremd, gestopt, ontweken of met nog zoveel haast, voor het dier lijkt meer ontzag te bestaan dan bijvoorbeeld voor een bedelaar. Wat niet weg neemt, dat er wel eens een heilige koe of hond dood op straat ligt. Niet verwonderlijk met dit soort verkeer. Over verkeer gesproken. Naar Jaisaimer moet voortdurend gestopt worden, omdat de wegen overbezet zijn door pelgrimgangers, die in september naar een bepaalde tempel gaan. Duizenden, misschien wel honderdduizenden rijden we achterop. De heenreis duurt een week, dan blijven ze een dagje en gaan dan weer terug. Te voet. Op slippers of sandalen. Het is een bont gezelschap, dat in groepen of alleen loopt. Zeer kleurig gekleed. Geen kostuum met stropdas. Soms een korte broek of interlock. De vrouwen met rode, gele of groene gewaden en soms een sluier. Mannen/jongens in dezelfde kleuren behorend bij een bepaalde groep. Vrouwen lopen met een tas op hun hoofd,met mannen ernaast die gewoon niets dragen. Een heel enkeling draagt een flesje water. De meerderheid drinkt bij watertankwagens, die langs de weg staan. Op elk moment is er een kampement van tenten of doeken, waar mensen rusten. Of slapen,want er wordt gewoon in de openlucht geslapen. Zonder tent, zonder matje, laat staan iemand die met je tandenborstel klaar staat. Ook eetplekken met lange rijen wachtenden. Moeders met baby's, ouders dragen een kind in een doek aan stokken, jongens met vlaggen,een keur aan vrachtwagens met proviand en geluidswagens, die de juiste stemming erin brengen met keiharde muziek. Een groep met een vrouw voorop, die steentjes van de weg veegt, met daarachter een man, die zich om zijn eigen as over het asfalt rolt. Een uitzonderlijk fysieke boetedoening? Een stroom aan mensen die eindeloos doorgaat. Geen politie, geen ordetroepen te zien. Alles wijst zichzelf. En de zon schijnt. De vierdaagse organisatie zou hier eens moeten gaan kijken. Hoe het ook kan.

13/9 Een hotelletje in een smerige achterbuurt is de eerste indruk, na het binnenrijden in Jaisaimer. Plassen en kuilen ontwijkend bereiken we hotel Bharat Village. We laten ons eerst de kamer tonen. Klein, maar proper. De onderhandeling doen we zoals de succesvolle in het vorige hotel en die ging zo:


Jan: What’s the prices?
Hotelman: two thousand five hundred
Sjikke: Oh no that's too much! (en wil de kamer uitlopen)
Hotelman: What’s your budget mam?
Sjikke: fifteen hundred . . .
Hotelman: Okee
In dit hotel werkt het niet, want bij de vraag naar de prijs komt meteen het antwoord dat we al in gedachten hebben. De volgende dag naar Kothari's Patwa Haveli. Een prachtig herenhuis, vol met gebeeldhouwde ornamenten en kunstig houtsnijwerk. Binnen een museum, waar je een aardige indruk krijgt van de rijkdom, waarin families geleefd moeten hebben. Ook het Fort in Jaisaimer is een geweldig bouwwerk. Hoog op een heuvel en binnen de muren een oude stad, met rijk versierde huizen, nauwe straten en winkeltjes. Slecht voor twee winkeltjes zien we een vrouw als verkoper zitten. Een van de vrouwen strijdt voor meer rechten voor vrouwen. Zij heeft het niet gemakkelijk in dit door mannen gedomineerde India en wordt flink tegengewerkt. Maar een zeer strijdbare vrouw en ook een goede handelsvrouw, want zij verkoopt ons ook een tafelkleed. Schuldgevoel weer mooi afgekocht. We laten ons ook naar een stoffen/kleding fabriekje brengen, waar ze in eén dag een broek, jurk en jasje maken. We beloven onszelf plechtig vanaf nu geen kleding meer te kopen!

Na twee nachten verlaten we Jaisaimer en rijden het eerste stuk over dezelfde weg als we gekomen zijn. Nog steeds pelgrims. We zien nu hopen slippers langs de weg liggen. Waarom is dat nu weer? Bharat stopt en vraagt en krijgt als antwoord: 'de mensen zijn bijna bij de tempel en de God wil dat ze op blote voeten komen'. Of ze de terugweg blootsvoets gaan, of nieuwe slippers kopen? We hopen het nog eens ergens te kunnen vragen. Zoals veel vragen waar je mee blijft zitten in dit bijzondere land. Jodhpur rijden we binnen terwijl het regent. Filevorming van auto's, motoren, Tjuk tjuks, voetgangers, fietsers. Met soms niet meer dan een krant tussen bumper en broek van bromfietser. Vele wegen staan blank en via via bereiken we Hotel Heritage Kuchaman Haveli. De kamer ziet er schitterend uit, maar die vinden we te duur(2500). Het alternatief wat de man aanbiedt voor 1500 is ook een fraaie. Een zekere grandeur kan dit hotel niet ontzegd worden en fraai onderhouden. Wat is de positie van die oudere man in het wit, vraag ik aan Bharat. Bharat schiet in een schaterlach. Hij is de eigenaar! De volgende morgen gaan we naar het fort Mharangargh. Foto's nemen. Na vijf klikjes is de batterij leeg. Toch heel jammer, want het is een indrukwekkend, uitgestrekt en hoog fort, waar via lange trappen een museum, paleis en prachtig versierde kamers te bewonderen zijn. Vandaar nog even naar een wit paleis wat vlakbij dit complex ligt. Een sober uitgevoerd paleisje, maar trappen en tuinen eromheen verraden een vormgeving waarover nagedacht is. Een paar toeristen. Groot contrast met het fort, waar drommen Indiase toeristen luidruchtig de museale uitstallingen voorbij razen. Dan gauw terug naar het hotel, omdat de wc daar zo goed zit. Nu is namelijk de ander aan de beurt.


Je bent in India en dan koop je natuurlijk kruiden. Bharat heeft nog connectie met een specerijenwinkeltje. Hij brengt ons nu eens niet met de auto maar te voet. Onderweg weer massaal aan het fotograferen. We worden geholpen door een dame die goed Engels en Frans spreekt. Dat blijkt als er een groep oudere fransen binnenkomt. We drinken thee en kopen wat kruiden. Dankzij Wifi in dit hotel kunnen we met onze minilaptop s' avonds skypen met onze kinderen.

16/9. De weg van Jodtpuhr naar Ranakpuhr heeft grotendeels een slecht wegdek. Alleen het stukje tolweg is redelijk vlak. De chauffeur heeft het af en toe zwaar. Optrekken, inhalen, afremmen, gaten ontwijken en om de haverklap verkeersdrempels. En voortdurend tegenliggers die hij met de arm uit het raam naar rechts dirigeert, als ze teveel op zijn weghelft zitten ( links rijden). Onderweg stopt hij om een kopje thee bij een stalletje te drinken. Wij nemen genoegen met een flesje water. Terwijl we regelmatig een slokje nemen, passeren we dorpen en valt het op dat het landschap nog groener wordt en er zelfs heuvels in zicht komen.


Het Ranakpuhr Hill Resort (Hotel) is een soort duur bungalow park, met mooie grote hoge kamers en zowaar met een zwembad. Vanwege het laagseizoen is onze onderhandelingspositie gunstig en kunnen we een mooie kamer bedingen. Ook het eten zoals de Tikka Massala is lekker. Het geiten- en schapenvlees mag dat zijn, het eten voor de typische vegetariër is dankzij de mixed groente en heerlijke sauzen voortreffelijk. Bij het zwembad de Canadese Whillina ,die al jaren naar India op vakantie gaat. De gesprekken zijn zodanig, dat we vergeten dat de Indiase zon onverbiddelijk kan zijn en net wat te lang de huid teistert. De volgende dag uit de zon dus. Dan neemt Bharat ons mee naar de tempel hier vakbij. Voor de eerste keer een korte broek aan en prompt moet daaroverheen een lange, bij de kassa te lenen voor twintig roepie. Blote armen voor vrouwen mag wel, het water en de koekjes moeten we bij de ingang afgeven, net als onze schoenen. De Adinatempel behoort tot het Jainisme. En dit is een van de indrukwekkendste in de Indiase tempelcultuur. Wit marmer, met enorme afmetingen, nissen, zuilen, gangen, en, we hebben ze niet zelf geteld, 1444 pilaren bewerkt met verschillende soorten bloemmotieven. Een centraal gedeelte, waar alleen Indiërs mogen komen. Altijd wat hè. Nabij is nog een kleine tempel. Geen entree kosten. Met weer een wacht/politiepet ervoor, die bij het weggaan vijf roepies vraagt. Moet je zo'n man dat geven?

Een extra dag in Ranakpuhr om van het zwembad te genieten en te lezen en te hardlopen. s' Middags toch nog even een korte toeristische wandeling. In september stroomt tijdelijk vanwege de moesson een meer vol. Tussen een paar huizen door komen we bij een riviertje en dat moeten we oversteken om bij het meer te kunnen komen. Met helpende handen van een ander stel met gids en een bewoner van de huizen, waden we door het water met opgetrokken broekspijpen. Daarna nog een steil pad omhoog klimmen. Waar vind je zo'n avontuur? Uitzicht op het meer en de heuveltjes eromheen zijn de moeite van het klimmen waard.

Dan na twee autoloze dagen in zwembad en boek in beweging op weg naar Pushkar. Ook nu liggen de wegen er erbarmelijk bij. Kuilen en gaten moeten weer zo goed als mogelijk ontweken worden. Dat slalommen, plotseling stoppen en weer optrekken is niet de meest begeerde vorm van beleven. Bharat rijdt alsof hij haast heeft. Maar geen haast betekent langer onderweg. Een mooi discussiepunt voor ons! Er rijden op deze weg ook veel (langzame)vrachtwagens en jeeps, die hier als taxi fungeren. Die jeeps worden volgestouwd met soms wel twintig mensen. Even is er verlichting tijdens een stukje tolweg. Ondertussen is het landschap soms kaal, soms mooi begroeid en groen, zelfs bosrijke heuvels waar apen in bomen zitten of op een steen langs de weg. De honderd en tachtig kilometer van Ranakpuhr naar Pushkar duurt inclusief lunch bij een AC(airconditioned)restaurant, van tien tot zestien uur.

We blijven nog een dagje (20-09) in Hotel Master Paradise in Pushkar, een stad waar je verplicht vegetariër moet zijn; je kunt er zelfs geen eitje stuk slaan. Een aardige ruime kamer, matige badkamer, want na het douchen staat de hele badkamer blank. En het bed is in tegenstelling tot alle bedden hiervoor, nogal klein en hard. Maar er is wel weer een zwembad. Hoera. En weer zwemmen. En bewegen. Maar ook bewegen richting Puhskar city. Volgens Bharat een oord met veel heilige tempels. Heilige tempels genoeg, maar ook veel mensen. En die mensen laten weten dat ze er zijn. Drommen Indiase toeristen trekken door de nauwe straatjes. Auto's mogen er niet komen, maar wel brommers. En die hebben en nemen voorrang door om de haverklap te toeteren en zo mensen opzij te jagen. Vinden ze hier allemaal heel gewoon. Wij kijken ernaar en schudden ons westers georiënteerde hoofd. Bij de ‘Bramatempel ‘ moeten we onze schoenen en tas achterlaten. Maar om de tas onbeheerd achter te laten tussen de slippers en sandalen? Is dat hier vertrouwd? Een van ons gaat wel eerst alleen kijken en komt met het volgende verhaal terug: ‘mensen staan te dringen om bloemen en korrels te kopen, vervolgens strooien ze de korrels uit in de tempel. Wat opvalt is dat, terwijl je op blote voeten loopt, de vloer er smerig de vloer uitziet.


21/9. Vandaag vertrekken we van Pushkar naar Jaipur, een reis voor een groot gedeelte over een zes baans tolweg. (Onderweg zien we een smsje van onze zoon dat op zijn huis een bod is gedaan. Hoera!) Vlak voor dat we bij het beoogde hotel aankomen, draait Bharat een parkeerplaats op bij wat hij noemt circus. Hij had ons beloofd dat we in Jaipur naar het circus zouden gaan en de voorstelling van een Indiase Hans Kazan noemt hij een circus. We kopen 3 kaartjes voor de voorstelling van die avond en gaan naar het Hotel Sajjan Niwas. Geen discussie over de prijs van de kamer. Misschien kunnen we lager gaan zitten, maar we vinden de kamer wel goed en het zwembad heeft ook wel een bepaalde aantrekkingskracht. We laten onze bagage achter in het hotel en gaan in een restaurant waar veel westerse toeristen en ook Indiase mensen lunchen.


Dan op weg naar het Rose Amber Fort, elf kilometer buiten Jaipur, waar we naar boven klimmen. om vooral te beseffen dat het een hell of a job moet zijn geweest om dit te bouwen, zo boven op een rots. Als we willen kunnen we ook op een olifant naar boven gaan, maar we besluiten dat we ons eigen beste beentje voor zetten. In de Lonely Planet wordt aandacht gevraagd voor de slechte condities waaronder deze olifanten leven in Jaipur. Of is dit een slechte smoes?
Jaipur is een druk stadje. Als we ergens naar toe rijden, moeten we eerst steeds door het oude gedeelte. Het krioelt er van de voet gangers, handwagens, fietsers, riksja's, paarden/kamelen, wagens, brommers, tjuktjuks, auto's en bussen die langs elkaar heen razen/oversteken/inhalen enzovoort. Alles door elkaar en op basis van het recht van de sterkste. Maar de sterkste is uiteindelijk de heilige koe. De enige die amper beweegt.
The City Palace in Jaipur. Weer zo’n enorm paleizencomplex in de oude stad. Hoe enorm en hoe mooi. Jammer dat na een paar foto's de batterij leeg is. Zie boek Jaipur met foto's. Daarna weer een rondje tempel, elf kilometer buiten Jaipur. Ditmaal een Apentempel. Bijna alle beesten lijken hier heilig te zijn. Je kunt apart voer kopen om de apen te voeren. In schrille tegenstelling met de meeste mensen, die het heilig zijn moeten ontberen. Zwervende jongetjes die tussen de auto's door lopen te bedelen. Maar het apencomplex was weer een staaltje 'mensenwerk door miljoenen handen', van tweehonderd jaar geleden. Een mooie beboste plek, gelegen op een heuvel en gebouwd tegen de rotsen aan. Een viersterren kuuroord voor apen. Je kan ze mogelijk aanraken, maar zulke helden zijn we niet. Daarna nog even langs het kleding-en lappenfabriekje, waar we toch nog wat kopen: een paar geborduurde zakdoeken als verjaardagskadootje. Nee, we willen beslist niet meer kopen. Dat moeten we daar wel een paar keer duidelijk zeggen. Dat is hier ook een plaag: 'Hello Sir, where do you come from, have a look Sir' en dat soort praatjes om je iets te verkopen. Velen willen iets van je. We zijn verbaasd als je aangesproken wordt zonder geld bedoelingen zoals mensen die nieuwsgierig zijn naar waar je vandaan komt of met je op de foto willen.
De laatste dag bezoeken we weer een fort en de Tai Mahal in Agra. Deze is adembenemend mooi en maakt veel indruk door haar perfecte balans. In Delhi nemen we bij het vliegveld afscheid van Bharat en bedanken hem voor zijn inzet en zijn stuurkunst. We beloven hem dat we even zullen bellen als we thuis goed aangekomen zijn en spreken de hoop uit dat we nog een keer terugkomen – en dan ook naar Nepal gaan.

  • Route : Delhi - Mandawa - Bikaner - Jaisaimer - Johdpur - Ranakpuhr – Puhskar – Jaipur - Delhi

  • Dovnload 29.15 Kb.