Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Informatieblad salmonella

Dovnload 125 Kb.

Informatieblad salmonella



Pagina3/3
Datum05.12.2018
Grootte125 Kb.

Dovnload 125 Kb.
1   2   3

6.0 Serotypen

Als zich een salmonellabesmetting heeft voorgedaan, moet het serotype worden bepaald.


Uit de informatie van de EG-monitoringsystemen blijkt dat de vijf meest voorkomende salmonellaserotypen in salmonellose bij de mens zijn: Salmonella Enteritidis, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis, Salmonella Typhimurium en Salmonella Virchow.
Zodra het serotype bekend is, kan de exploitant de gepaste maatregelen bepalen in verhouding tot het risico van de salmonellabesmetting.
De voorschriften betreffende salmonellabesmetting verschillen tussen de EU-lidstaten onderling. Doordat de standpunten van de lidstaten sterk uiteenlopen wat de differentiatie van de salmonellaserotypen betreft, moet elke exploitant rekening houden met de geldende Europese en nationale voorschriften. Op basis hiervan moet hij de te nemen maatregelen vaststellen.

7.0 Meer feiten




  • http://en.wikipedia.org/wiki/Salmonella

  • FDA Bad Bug Book

8.0 Referentiedocumenten





  • European Food Safety Authority. 2008. Microbiological risk assessment in feeding stuffs for

food-producing animals. Scientific Opinion of the Panel on Biological Hazards. The EFSA

Journal 720:1-84



  • DG SANCO - Opinion of the Scientific Committee on Veterinary Measures relating to Public Health On Salmonellae in Foodstuffs (April 2003)

  • AFIA - Salmonella Control Guidelines (November 2010)

  • GMA - Control of Salmonella in Low-Moisture Foods (February 4, 2009)

  • FDA - Compliance Policy Guide Salmonella in Food for Animals

  • DTU Food - Assessment of the human-health impact of Salmonella in animal feed

  • NGFA - Industry Guidance - Considerations for Testing Animal Feed or Feed Ingredients for Salmonella

  • FEFAC, COPA-COCEGA, FEDIOL, COCERAL - Common set of principles for the management of Salmonella risk in the feed chain



9.0 Dankwoord

Wij willen graag de volgende personen bedanken voor hun oordeel en advies:

Mevr. Tine Hald - National Food Institute, Technical University of Denmark - Division for Epidemiology and Microbial Genomics

Dr. Helmut Steinkamp - Deutsches Institut für Lebensmitteltechnik, Bereich Lebensmittelsicherheit


Bijlage 1 - Verslag DTU Food - National Food Institute - Beoordeling van de gevolgen voor de menselijke gezondheid van salmonella in diervoeders



Blz. 37 - 7. Conclusies en aanbevelingen

1. Beoordeling van het verband tussen salmonella in diervoeders en salmonellabesmetting bij Deense vleeskuikens, leghennen, runderen, kweekvissen, slachtvarkens en mensen

Verschillende studies wijzen uit dat diervoeders een bron van salmonellabesmetting bij dieren vormen.


Op basis van de prevalentie van salmonella in diervoeders en de verbruikte hoeveelheden diervoeder wordt geoordeeld dat besmet diervoeder in de meeste gevallen geen infecties veroorzaakt bij voedselproducerende dieren.
Welke specifieke factoren of combinatie van factoren bepalend zijn voor de introductie van salmonella op een boerderij via diervoeder staat nog niet volledig vast, maar vermoedelijke of bekende factoren die ertoe bijdragen zijn de opslagomstandigheden van het voeder, de prevalentie en concentratie van salmonella in het voeder en de voederstrategieën.
In streken en/of dierenpopulaties met endemische salmonellabesmettingen worden andere factoren dan besmette diervoeders belangrijker geacht voor de introductie en verspreiding van salmonella. In Denemarken wordt thans geoordeeld dat dit het geval is in de varkensteelt.
In situaties met een lage prevalentie kan de introductie van salmonella via besmet diervoeder leiden tot grote uitbraken die zich naar mensen kunnen verspreiden via besmette levensmiddelen van dierlijke oorsprong. Zulke uitbraken worden sporadisch vastgesteld in bv. Zweden en Finland en kunnen ook worden verwacht in Denemarken in dierenpopulaties met een lage prevalentie, zoals leghennen en vleeskuikens.
De belangrijkste serotypen die voorkomen bij runderen in Denemarken zijn Salmonella Dublin en Salmonella Typhimurium en diervoeders lijken geen grote rol te spelen bij de introductie en verspreiding ervan. In verschillende studies wordt diervoeder dat met andere serotypen is besmet beschreven als bron van infecties bij runderen. Enkele van die studies documenteerden ook een verspreiding naar de mens via besmette levensmiddelen.
Voor deze evaluatie werd slechts een heel klein aantal studies over de rol van met salmonella besmet visvoer gevonden en geen enkele daarvan leverde aanwijzingen op voor de overdracht van salmonella op mensen via visvoer. Bijgevolg wordt het risico verwaarloosbaar geacht.
Uit verscheidene studies waarbij in diervoeder gevonden serotypen worden vergeleken met bij dieren en mensen gevonden serotypen blijkt dat de meest voorkomende salmonellaserotypen bij mensen zelden worden geïsoleerd uit diervoeders. Toch worden veel in diervoeder gevonden serotypen ook bij mensen gevonden en volgens een studie kan ongeveer 2 % van de menselijke infecties in Denemarken worden toegeschreven aan door diervoeder overgedragen serotypen.
De rol van diervoeder als indirecte bron van salmonellose bij de mens is beschreven in verscheidene gevalsstudies waarbij uitbraken bij dieren en/of mensen zijn teruggetraceerd tot besmet diervoeder.

Het is evenwel moeilijk om met de thans beschikbare gegevens te bepalen in welke mate besmet diervoeder bijdraagt tot menselijke ziekten, in vergelijking met andere besmettingsbronnen.


2. Vaststelling van diervoedergerelateerde factoren (pH, structuur, enz.) die bepalen

of blootstelling aan salmonella leidt tot besmetting bij vleeskuikens, leghennen, runderen,

kweekvissen en slachtvarkens

Diervoeders op basis van oliehoudende zaden zoals soja-, raap- en zonnebloemzaad worden, op basis van de beschikbare gegevens, beschouwd als de belangrijkste bronnen van salmonellabesmetting via diervoeder. Van dieren afkomstige eiwitbronnen worden ook vaak besmet met salmonella, maar behalve voor visvoer worden zij op dit ogenblik heel weinig gebruikt. Niet-verwerkte granen, daarentegen, zouden nauwelijks een rol spelen. In het algemeen echter bestaan er zeer weinig gegevens over de aanwezigheid van salmonella in diervoeders.


Uit veel studies is gebleken dat varkensstapels die met warmte behandeld diervoeder in pelletvorm krijgen een aanzienlijk groter risico op salmonellabesmetting lopen dan varkensstapels die schrootvoer krijgen. Het beschermende effect van schrootvoer wordt toegeschreven aan de verhoogde productie van organische zuren en de verlaagde zuurtegraad in de darmen van de varkens. Er wordt geoordeeld dat dit effect opweegt tegen de grotere kans op de aanwezigheid van salmonella in (niet-gepelletiseerde) diervoeders die landbouwers zelf mengen op basis van bv. olieproducten. Er bestaan slechts een paar studies over de aanwezigheid van salmonella in zelfgemengde diervoeders.
Een grovere vermaling en het gebruik van gerst in plaats van tarwe verminderen op vergelijkbare wijze het risico op salmonellabesmetting bij varkens.
In Denemarken krijgt pluimvee uitsluitend gedroogd voeder. Meer dan 40 % van het varkensvoer is nat voeder. Veevoer is meestal een mengsel van krachtvoer en ruwvoer. Melkrunderen worden bijgevoerd met pellets.


3. Beoordeling van de beschikbare preventieve maatregelen, controlemethoden en methoden om de aanwezigheid van salmonella in diervoeders te verminderen

In vergelijking met de varkens- en runderteelt hebben strikte biobeveiligingsmaatregelen en de uitroeiing van salmonella bij pluimveemoederdieren in veel landen geleid tot een sterke vermindering van de verticale overdracht van salmonella bij de productie van eieren en vleeskuikens. Daarom wordt de introductie van salmonella bij pluimveekoppels via voeder bijzonder ongewenst geacht en wordt voeder voor vleeskuikens in veel landen, waaronder Denemarken, systematisch behandeld met warmte.


Het effect van een warmtebehandeling op salmonella hangt af van de temperatuur, de behandelingstijd, de vochtigheid en de initiële salmonellaconcentratie. In diervoederbedrijven kan dit effect echter worden aangetast door het risico op herbesmetting na de verwerking via bv. stof dat aanwezig is in het bedrijf. De blijvende besmetting van productie-installaties is ook vastgesteld als een belangrijke bron van voederbesmetting die leidt tot uitbraken bij dieren.
E. coli is voorgesteld als een betrouwbare indicator voor de aan- of afwezigheid van salmonella na een warmtebehandeling. Slechts weinig wetenschappelijke publicaties leveren hier evenwel statistische bewijzen voor.
Het effect op salmonella van aan diervoeder toegevoegde organische zuren is meermaals aangetoond. Dit effect hangt af van de opslagtijd, -temperatuur en -vochtigheid. Aangezien het watergehalte van commerciële diervoeders over het algemeen laag is, werken de zuren niet altijd optimaal en het is niet duidelijk wat de hoofdreden is van hun beschermende werking tegen salmonella wanneer ze worden vervoederd aan dieren: een effect in het voeder of een gastro-intestinaal effect.
Door de lage testgevoeligheid en de grote hoeveelheden diervoeder die worden gebruikt, kan onmogelijk worden gegarandeerd dat partijen diervoeder volledig salmonellavrij zijn. De thans toegepaste bemonsteringsprocedures kunnen alleen sterk besmette partijen voeder of mengvoer op betrouwbare wijze identificeren. De echte uitdaging voor risicomanagers bestaat er daarom in om een aanvaardbaar besmettingsniveau vast te stellen, zodat partijen diervoeder met een besmettingsniveau dat boven die limiet ligt op een kosteneffectieve manier kunnen worden behandeld, waarbij de bereikte risicoreductie in verhouding is tot de kosten van de behandeling.
Diervoederproducenten zouden moeten streven naar een verminderde aanwezigheid van salmonella in mengvoer voor alle voedselproducerende dieren. De toepassing van op HACCP gebaseerde programma's en van microbiologische criteria (overeenkomstig de verordening inzake diervoederhygiëne) in alle stadia van de voederproductieketen zouden de (her)besmetting van diervoeders moeten voorkomen en aldus de kwaliteit van het eindproduct moeten waarborgen.

4. Beoordeling van het systematische evaluatieproces als middel om de gevolgen van salmonella in diervoeders voor de volksgezondheid te beperken

Het doel van deze evaluatie was een beoordeling en samenvatting te maken van de aanwijzingen voor een verband tussen de aanwezigheid van salmonella in diervoeders en de incidentie van salmonellose bij de mens. We hebben gekozen voor een systematisch evaluatieproces om de beschikbare informatie te beoordelen, gebruik makend van transparante en herhaalbare methoden. We hebben geprobeerd om de impact van vertekeningen op de conclusies van de evaluatie zoveel mogelijk te beperken en om de lezer niet alleen de conclusies aan te reiken, maar ook voldoende informatie om de in de conclusies vermelde waarden te kunnen beoordelen.


De studies waarop we onze antwoorden op de onderzoeksvragen hebben gebaseerd waren zeer verschillend van aard en varieerden van eenvoudige beschrijvende studies van controlegegevens tot gerandomiseerde studies met controlegroepen. Heel weinig studies probeerden dezelfde vraag te beantwoorden. Dat maakte het uitermate moeilijk om een strikt systematische evaluatie uit te voeren, waarbij studies worden beoordeeld en vergeleken die een specifieke hypothese (d.w.z. een antwoord op een onderzoeksvraag) met bewijzen staven of ontkrachten.
Wat alles nog meer compliceerde, was het feit dat de meeste studies die aanwijzingen bevatten voor een verband tussen diervoeders met salmonellabesmetting en infecties bij dieren en/of mensen gevalsstudies (casestory's) waren die vooral door besmet diervoeder veroorzaakte uitbraken beschreven. Kennelijk bestaan er in de literatuur geen studies die geen aanwijzingen voor een dergelijk verband bevatten, hoewel elke incidentie van dieren die met salmonella besmet voeder hebben gekregen zonder een besmetting op te lopen, in theorie als dusdanig kan worden beschouwd.
Het is ook mogelijk dat veel van de vastgestelde infecties bij dieren en mensen wel degelijk veroorzaakt zijn door besmet diervoeder. Alleen is het verband niet aangetoond wegens de complexiteit van de overdrachtswegen en de beperkte hoeveelheid gegevens over salmonella in diervoeders, of misschien is het verband gewoon niet vermeld in de beschikbare literatuur. Dat betekent dat de beschikbare literatuur hoogstwaarschijnlijk een vertekend beeld van de werkelijke situatie geeft.
Vanaf het begin van het onderzoek waren we ons ervan bewust dat deze systematische evaluatie slechts een kwalitatieve beoordeling van relevante literatuur kon worden (en dus geen meta-analyse, bijvoorbeeld), maar zelfs dat bleek een zeer moeilijke opgave te zijn. We concluderen hieruit dat systematische evaluaties moeten vertrekken van heel specifieke onderzoeksvragen en dat het verkieslijk is dat de onderzochte studies dezelfde doelstellingen hebben, gevoerd worden op basis van een duidelijk omschreven en adequaat onderzoeksopzet, en statistische metingen voor het onderzochte verband bevatten. Studies die controlegegevens beschrijven of gebaseerd zijn op praktijkgevallen kunnen zeker aanwijzingen opleveren voor het onderzochte verband, maar ze zijn om de bovenvermelde redenen niet geschikt voor een systematische evaluatie.
De uitsluiting van schijnbaar relevante onderzoeksbevindingen wegens slechte kwaliteit is een grote bekommernis voor de lezers van systematische evaluaties. Tijdens de fase van de kwaliteitsbeoordeling hebben wij 32 referenties uitgesloten. Dit heeft volgens ons de conclusies van de evaluatie niet beïnvloed. Het is evenwel altijd mogelijk dat er nuttige referenties zijn uitgesloten bij het selecteren van titels, omdat de relevantie voor het onderzoek niet uit de betreffende titels bleek.

1 Verordening (EG) nr. 2160/2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers – bijlage 3, blz. 15

2http://www.dtu.dk/english/~/media/Institutter/Foedevareinstituttet/Publikationer/Pub-2013/Report-Assessment-of-the-human-health-impact-of-Salmonella-in-animal-feed.ashx,%20page%2022,37

3http://www.bfr.bund.de/cm/343/4_sitzung_der_bfr_kommission_fuer_zusatzstoffe_erzeugnisse_und_stoffe_in_der_tierernaehrung.pdf

4 Foodborne Pathogens and Disease, vol., 2004, Davies et all, The role of contaminated feed in the epidemiology and control of Salmonella Enterica in pork production - post-intervention recontamination of feed : mill to mouth, blz. 206

5 Codex Alimentarius - Principles for the establishment and application of microbiological criteria for foods (CAC/GL 21 - 1997), §5.1 Microorganisms, parasites and their toxins/metabolites of importance in a particular food

6http://www.efsa.europa.eu/sites/default/files/scientific_output/files/main_documents/biohaz_op_ej720_mra_feedingstuffs_en_v3,3.pdf

7 Codex Alimentarius - Principles for the establishment and application of microbiological criteria for foods - Introduction (CAC/GL 21-1997)

Informatieblad salmonella versie 1.0 / november 2014

1   2   3

  • 7.0 Meer feiten
  • 9.0 Dankwoord
  • 2. Vaststelling van diervoedergerelateerde factoren (pH, structuur, enz.) die bepalen

  • Dovnload 125 Kb.