Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoud Inleiding. 3 Werkstukken: 4

Dovnload 162.5 Kb.

Inhoud Inleiding. 3 Werkstukken: 4



Pagina2/7
Datum12.07.2017
Grootte162.5 Kb.

Dovnload 162.5 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

1.4 Bronvermelding (Hoe maak ik een overzicht van geraadpleegde bronnen?)


Een werkstuk sluit je af met een bronvermelding. Je noteert alle door jou geraadpleegde bronnen in onderstaande volgorde (als je andere bronnen hebt gebruikt dan boeken, kijk dan onder Voorbeeld):

a. De naam van de auteur of schrijver van het boek (alfabetisch op achternaam).

b, De titel van het boek CURSIEF.

c. Plaats en naam van uitgever, en jaar van uitgifte.

d. Precieze pagina aanduiding.

Voorbeeld:
Je hebt voor een werkstuk voor biologie drie boeken gebruikt. Bijv. “Natuur van maand tot maand. Planten en dieren in de vier seizoenen, door Michael Lohmann; “Natuurleven in Nederland”, geschreven door J.P. van Blijdestijn en D. Bacher; “De grote natuurgids voor iedereen”, geschreven door Wilhelm Eisenreiche. De bronvermelding ziet er dan zo uit:

Bronnenlijst:


  1. Blijdestijn, J.P. van en Bacher, D(= a); Natuurleven in Nederland(= b); Groningen, Wolters-Noordhoff,1976 (= c); H. 2 Het strand, blz. 77 – 138 (= d).

  2. Eisenreiche, Wilhelm; De grote natuurgids voor Nederland; Ede, Zomer & Keuning Boeken B.V., 1983; H. 4 Strand en Kust, blz. 156 – 159.

  3. Lohmann, Michael; Natuur van maand tot maand. Planten en dieren in de vier seizoenen; Ede, Zomer & Keuning Boeken B.V., 1985; H. 4 Juli-Augustus, blz. 114 – 131.

Denk ook aan het volgende:
als de schrijver onbekend is, begin je met het eerste woord van de titel (Lidwoorden en rangtelwoorden tellen niet mee).

Als je andere bronnen hebt gebruikt dan boeken (tijdschrift- en/of krantenartikelen,), houd dan deze volgorde aan:

a. De naam van de auteur of schrijver van het boek (alfabetisch op achternaam).

b. De titel van het artikel.

c. Naam van het tijdschrift, de krant CURSIEF.

d. het jaartal van de uitgave het nummer van de uitgave, de eerste en laatste bladzijde van het artikel.

Websites.
Als je websites hebt gebruikt, maak je een aparte lijst met bezochte sites. Geef deze het kopje: “Door ons bezochte en gebruikte sites”. Hanteer deze volgorde:
http//www.gevolgd door de naam van de site op alfabetische volgorde.

2. Verslagen:

2.1 Boekverslagen Nederlands, Frans, Duits en Engels. Inhoud en lay-out.

Onderdeel A is voor alle vakken gelijk. Afhankelijk van het vak wordt het boekverslag uitgebreid met een B- (en C-)onderdeel.


De volgende eisen worden aan het verslag gesteld:

  • verslagen worden ingeleverd in een (Leitz)mapje zonder insteekhoesjes.

Getypt:

  • lettertype: Times New Roman,

  • lettergrootte: 12.

  • 1 kant beschrijven.


A.

1. Titel.

2. Schrijver/schrijfster.

3. Uitgeverij.

4. 1e druk.

5. Aantal bladzijden.

6. Samenvatting (maximaal 400 woorden. Goede alinea-indeling).

7. Titelverklaring (minimaal 25 woorden)

8. De hoofdpersoon:

a. uiterlijk en karakter.

b. leeftijd.

c. opleiding.

d. thuissituatie.

e. wat is zijn/haar probleem.

f. hoe lost hij/zij het probleem op.

9. Mening met argumenten (en eventueel voorbeelden uit het boek).



2.2 Filmverslagen Nederlands, Frans, Duits en Engels. Inhoud en lay-out.

Onderdeel A is voor alle vakken gelijk. Afhankelijk van het vak wordt het filmverslag uitgebreid met een B- (en C-)onderdeel.


De volgende eisen worden aan het verslag gesteld:

  • verslagen worden ingeleverd in een (Leitz)mapje zonder insteekhoesjes.

Getypt:

  • lettertype: Times New Roman,

  • lettergrootte: 12.

  • 1 kant beschrijven.


A.

1. Titel.

2. De regisseur.

3. Jaar van uitkomen.

4. Lengte.

5. Taal.


6. Is de film:

a. een verfilming van een boek (Zo ja, wat is de titel van het boek?),

b. waar gebeurd,

c. verzonnen.

7. Acteurs en actrices.

8. Samenvatting (maximaal 400 woorden. Goede alinea-indeling).

9. Mening met argumenten (en eventueel voorbeelden uit de film).


2.3 Artikelen Frans, Duits en Engels. Inhoud en lay-out.

De volgende eisen worden aan de verwerking van de artikelen gesteld:



  • verslagen worden ingeleverd in een (Leitz)mapje zonder insteekhoesjes.

Getypt:

  • lettertype: Times New Roman,

  • lettergrootte: 12.

  • 1 kant beschrijven.

1. Titel van het artikel.

2. Schrijver/schrijfster van het artikel.

3. Soort artikel:

a. actualiteit,

b. achtergrondreportage,

c. showbizznieuws,

d. sportnieuws,

e. interview,

f. bericht over ervaringen/belevenissen,

g. anders, nl.

4. De bron (welk(e) krant, tijdschrift, internetpagina).

5. Inhoud (maximaal 80 woorden).

6. Opvallend (wat was nieuw(s) voor je).

7. Mening (vond je het artikel interessant) met argumenten.

2.4 Verslagen Biologie/Natuurkunde/Scheikunde. Inhoud en lay-out.

De volgende eisen worden aan het verslag gesteld:



  • verslagen worden ingeleverd in een (Leitz)mapje zonder insteekhoesjes.

Getypt:

  • lettertype: Times New Roman,

  • lettergrootte: 12.

  • 1 kant beschrijven.

Inhoud van het verslag:



    1. Titel: korte, maar duidelijke omschrijving van de proef,

    2. Samenwerking met: naam van de medeonderzoeker,

    3. Onderzoeksvraag: moet ook als vraag worden geformuleerd, er mogen geen subjectieve woorden worden genoemd, de formulering moet meetbaar zijn,

    4. Hypothese: (ALLEEN BIJ BIOLOGIE. NASK-VERSLAGEN HEBBEN DIT ONDERDEEL NIET.) voorlopig antwoord op de onderzoeksvraag, wordt niet gegokt, wordt niet uitgelegd,

    5. Materialen: alle tijdens de proef gebruikte middelen worden genoemd, onder elkaar (eventueel in “groepjes van 5) voorzien van een -,

    6. Werkwijze: duidelijke weergave van de handelingen die zijn verricht, onder elkaar, in commandostijl, elke handeling wordt apart genoemd en ook weer voorzien van een -,

    7. Resultaten: worden gepresenteerd in tabel en/of grafiek met eventuele toelichting van wat af te lezen is,

    8. Conclusie: aan de hand van de resultaten volgt het definitieve antwoord op de onderzoeksvraag,

    9. Discussie: de leerlingen kunnen in overleg met de docent kiezen uit één (of meer) van de volgende opdrachten:

  1. leg je hypothese uit, (ALLEEN BIJ BIOLOGIE)

  2. probeer een verklaring te geven als hypothese en conclusie niet overeenkomen, (ALLEEN BIJ BIOLOGIE)

  3. bedenk hoe je de resultaten en de conclusie betrouwbaarder kunt maken,

  4. beschrijf wat er niet goed ging tijdens het onderzoek en geef aan hoe je de uitvoering zou kunnen verbeteren.

Ook voor de discussie geldt dat de docent aangeeft welke onderdelen in het verslag moeten worden opgenomen.

3. Brieven:
1   2   3   4   5   6   7

  • 2.1 Boekverslagen Nederlands, Frans, Duits en Engels. Inhoud en lay-out.
  • 2.2 Filmverslagen Nederlands, Frans, Duits en Engels. Inhoud en lay-out.
  • 2.3 Artikelen Frans, Duits en Engels. Inhoud en lay-out.
  • 2.4 Verslagen Biologie/Natuurkunde/Scheikunde. Inhoud en lay-out.

  • Dovnload 162.5 Kb.