Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoud Samenvatting 6 Inleiding 8

Dovnload 216.76 Kb.

Inhoud Samenvatting 6 Inleiding 8



Pagina1/9
Datum05.04.2017
Grootte216.76 Kb.

Dovnload 216.76 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9




Risicovol lijngedrag onder Nederlandse jongeren:

de rol van prototypes en willingness

Februari 2007

Faculteit Gedragswetenschappen: Psychologie
Maarten R. Dekker
Supervisie

Dr. C.H.C. Drossaert

Dr. M.E. Pieterse

Inhoud



Samenvatting 6

1. Inleiding 8

1.1 Achtergrond 8

1.2 Definitie van lijnen 9

1.3 Risico’s van lijnen 10

1.4 Modellen ter verklaring van risicovol gezondheidsgedrag 10

1.5 Het ‘Prototype/Willingness’ model 11

1.6 Onderzoeksvragen 13

2. Methode 15

2.1 Respondenten 15

2.2 Meetinstrument 15

2.2.1 Risicovol lijngedrag 15

2.2.2 Willingness 16

2.2.3 Prototype 16

2.2.4 Intentie 17

2.2.5 Attitude 17

2.2.6 Eigen effectiviteit 17

2.2.7 Sociale invloed 18

2.2.8 Distale factoren 19

2.2.9 Achtergrondgegevens 20

2.3 Procedure 20

2.4 Statistische Analyse 20

3. Resultaten 21

3.1 Demografische gegevens van de respondentengroep 21

3.2 Prevalentie van non-risicovol- en risicovol lijngedrag 23

3.3 Determinanten van risicovol lijngedrag 23



3.3.1 Het ‘klassieke’ beredeneerde pad 23

3.3.2 Het Prototype/Willingness onberedeneerde pad 24

3.4 Verklarende factoren van risicovol lijngedrag 25



4. Discussie 27

4.1 Prevalentie van non-risicovol- en risicovol lijngedrag 27

4.2 Determinanten van risicovol lijngedrag 28

4.2.1 Het ‘klassieke’ beredeneerde pad 28

4.2.2 Het Prototype/Willingness onberedeneerde pad 29

4.3 Verklarende factoren van risicovol lijngedrag 30

4.4 Overige discussiepunten 30

4.5 Aanbevelingen voor toekomstig onderzoek 31



5. Referenties 32

6. Bijlage 1: Vragenlijst 36





Samenvatting

Verschillende Nederlandse studies hebben aangetoond dat een aanzienlijk gedeelte van de Nederlandse jongeren aan de lijn doet. Binnen de huidige wetenschap wordt dit lijnen ingedeeld in drie groepen: ‘gezond lijnen’, ‘ongezond lijnen’ en ‘extreem lijnen’. Uit onderzoek is gebleken dat het lijnen in de ‘ongezonde’ of ‘extreme’ categorie onder andere een verhoogd risico met zich meebrengt voor het doorschieten in een eetstoornis zoals anorexia- of boulimia nervosa. Lijnen in deze categorieën kan dan ook worden getypeerd als zijnde risicogedrag.

Om menselijke risicogedragingen te verklaren zijn er verschillende modellen ontworpen. Overeenkomst tussen deze modellen is dat ze er van uit gaan dat een individu bewust beredeneerd of hij of zij de risicogedraging wel of niet gaat uitvoeren. Het nieuwe Prototype/Willingness model stelt dat er daarnaast ook de mogelijkheid is dat iemand een onbewuste bereidheid tot een bepaald risicogedrag kan hebben: willingness. Deze onbewuste bereidheid zou voortkomen uit het beeld dat een individu heeft van anderen uit zijn of haar omgeving die de betreffende risicogedraging uitvoeren: het prototype. Voor het huidige onderzoek werd een uniek model ontworpen waarin zowel een vorm van de ‘klassieke’ modellen is vertegenwoordigd als het nieuwe Prototype/Willingness model. Gegeven dit model werd geprobeerd antwoord te vinden op de volgende vragen. Wat is de prevalentie van de verschillende vormen van lijnen onder Nederlandse jongeren? Welke determinanten liggen ten grondslag aan dit lijngedrag? En wat zijn de verklarende factoren van dit lijngedrag?

Er werd een online vragenlijst ontworpen gebaseerd op het voor dit onderzoek gebruikte model. Deze vragenlijst werd afgenomen bij 205 jongeren van twaalf tot achttien jaar (34% jongen, 66% meisje) op verschillende zogenaamde online ‘community sites’. De verkregen data werd op verschillende manieren geanalyseerd. Voor het bepalen van de determinanten en de verklarende factoren van lijngedrag werden de respondenten ingedeeld in een non-risico- en een risicogroep. Waarna vervolgens aan de hand van ANOVA toetsing en logistische regressieanalyse resultaten verkregen werden.

De prevalentie van lijngedrag onder Nederlandse jongeren was hoog. Van alle jongeren had 81% het afgelopen jaar aan de lijn gedaan en viel 52% in de risicogroep. Bij de jongens was het percentage dat risicovol gelijnd had 29%, bij de meisjes 62%. Bij de jongens werden de volgende mogelijke determinanten van risicovol lijngedrag gevonden: intentie, attitude ten aanzien van slank zijn, lichaamstevredenheid, prototype en willingness. Bij de meisjes waren de mogelijke determinanten van risicovol lijngedrag: intentie, attitude ten aanzien van lijnen, attitude ten aanzien van slank zijn, eigen effectiviteit, sociale druk, media, prototype en willingness. Intentie werd gevonden als verklarende factor voor risicovol lijngedrag. Verwacht werd dat naast deze bewuste intentie, willingness ook een verklarende factor zou zijn. Dit werd niet gevonden.

De huidige studie is de eerste studie die geprobeerd heeft risicovol lijngedrag te verklaren aan de hand van het Prototype/Willingness model. De gevonden resultaten bevestigen voor het overgrote deel dat dit model een rol speelt bij dit type risicogedrag. Door verschillende problemen met de respondentengroep is het echter waarschijnlijk dat, wat betreft risicovol lijngedrag, nog niet het exacte functioneren ervan is blootgelegd. Toekomstig onderzoek moet dit uitwijzen.




1. Inleiding

1.1 Achtergrond


We leven in een cultuur waarin slank zijn over het algemeen gelijk staat aan mooi zijn en overgewicht hebben gelijk staat aan niet mooi zijn. Dat dit zeer belangrijk is zien we dagelijks om ons heen. Hollywood toont ons slanke fitte mensen, tijdschriften brengen ons tal van afslanktips en in de supermarkt heeft Slim-Fast zijn eigen afdeling. Ook jongeren worden beïnvloed door dit ideaal.

In 1998 liet toenmalig minister van volksgezondheid, welzijn en sport Els Borst weten dat alarmerend veel jongeren aan de lijn doen. Zij berichtte dat in het kader van preventief gezonheidsonderzoek, uitgevoerd door TNO in samenwerking met 18 landelijke GGD’s, onderzoek gedaan werd in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs (Børressen Gresko, Karlsen, Noordenbos, 1998). Daaruit bleek dat 8% van de Nederlands jongens weleens aan de lijn deed en 28% van de meisjes. Ook Brugman, Meulmeester, Spee-Van der Wekke, Beuker, Zaadstra, Radder, en Verloove-Vanhorick (1997) hebben in deze periode onderzoek gedaan naar lijngedrag onder jongeren. Uit hun onderzoek bleek dat onder 1.279 Nederlandse jongeren van 13-15 jaar 5% van de jongens en 13% van de meisjes op dat moment aan de lijn deed. Van deze groep lijnende jongeren bleek 50% daadwerkelijk overgewicht te hebben. Een aantal jaren later werd op een populaire jongeren internet site een peiling gedaan naar lijngedrag (Kaboem Media bv, 2004). Onder ongeveer 2.500 Nederlandse jongeren van 9-15 jaar gaf 23% van de jongens en 44% van de meisjes aan op dat moment aan de lijn te doen. In 2004 deed ook TNO nogmaals onderzoek naar lijngedrag onder jongeren. Dit keer een meer uitgebreid landelijk onderzoek dat gehouden werd onder 1.188 Nederlandse meisjes van 13 tot 18 jaar. Van deze meisjes gaf 81% aan het afgelopen jaar aan de lijn te hebben gedaan. Daarnaast bleek dat maar liefst 84% van alle meisjes met een gezond normaal gewicht toch aan de lijn had gedaan (Crone, Harland, Paulussen, Bruil, Öry, 2004).

Ook in het buitenland is de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de prevalentie van lijngedrag onder jongeren. In de Verenigde Staten werd in 1993 het eerste onderzoek opgezet om lijnen onder jongeren in kaart te brengen (Serdula, Collins, Williamson, Anda, Pamuk, & Byers, 1993). Het onderzoek werd gehouden onder 11.467 high school leerlingen verdeeld over alle verschillende staten. Van deze leerlingen bleek, op het moment van meten, 15% van de jongens en 44% van de meisjes aan de lijn te doen. Drie jaren later werd een poging gedaan de prevalentie van lijngedrag onder jongeren nog beter in kaart te brengen. Daarvoor werd er in 1996 een longitudinaal onderzoek opgezet waarbij 6.769 jongens en 8.203 meisjes in de pubertijd drie jaren lang gevolgd werden (Field, Austin, Taylor, Rosner, Rockett, Gillman, & Colditz, 2003). Het percentage van de jongens dat over de jaren, op de verschillende meetmomenten, aan de lijn deed bleef constant zo rond de 14%. Voor de meisjes steeg dit percentage over de jaren van 25% tot 30%. In 1999 zetten de Amerikanen nog een longitudinaal onderzoek op. Dit maal werd een groep meisjes in de pubertijd vijf jaren lang gevolgd (Neumark-Sztainer, Wall, Eisenberg, Story, & Hannan, 2006). Binnen deze studie werd er niet enkel gekeken naar lijnen maar werd er specifiek onderscheid gemaakt tussen ‘ongezond’ en ‘extreem’ lijngedrag. Aan het onderzoek deden 1.386 meisjes mee afkomstig uit de staat Minnesota. Van deze meisjes steeg het percentage dat ‘ongezond’ lijnde over de vijf jaren van 48% tot 59%. Het percentage van de meisjes dat ‘extreem’ lijnde steeg over de vijf jaren van 9% tot 24%. Van al deze meisjes had 29% daadwerkelijk overgewicht. Ook in Australië werd onderzocht wat de prevalentie van lijnen onder meisjes in de pubertijd was. Voor deze studie werd in 1996 aan 869 meisjes van 14 tot 16 jaar gevraagd of ze aan de lijn deden (Grigg, Bowman, & Redman, 1996). Maar liefst 57% van alle meisjes gaf aan te lijnen. Verder bleek dat van alle meisjes die een gezond gewicht hadden 56% desondanks toch aan de lijn deed. In Denemarken werd er in 2001 een onderzoek uitgevoerd onder 893 jongens en 1.201 meisjes van 14 tot 21 jaar (Waaddegaard & Petersen, 2002). Van de jongens gaf 17,5% aan wel eens gelijnd te hebben en van de meisjes 63,6%. Verder bleek dat 26,7% van deze lijnende jongens en 16,7% van de lijnende meisjes daadwerkelijk overgewicht had. Tenslotte werd in 2001 ook in Canada het lijngedrag onder jongeren gepeild (Jones, Bennett, Olmsted, Lawson, & Rodin, 2001). Van 1.739 meisjes van 12 tot 18 jaar bleek 23% op dat moment aan de lijn te doen.

Uit al deze gegevens kunnen vier relevante dingen geconcludeerd worden. Ten eerste dat een aanzienlijk gedeelte van de jongeren aan de lijn doet. Ten tweede dat over het algemeen meer meisjes dan jongens aan de lijn doen. Ten derde dat het percentage jongeren dat aan de lijn doet het afgelopen decennia is toegenomen. En ten vierde dat lijnende jongeren lang niet altijd daadwerkelijk overgewicht hebben en dus eigenlijk onnodig lijnen.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Samenvatting
  • 1. Inleiding 1.1 Achtergrond

  • Dovnload 216.76 Kb.