Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave 1 Algemene informatie voor bachelorstudenten 9

Dovnload 0.79 Mb.

Inhoudsopgave 1 Algemene informatie voor bachelorstudenten 9



Pagina16/18
Datum04.04.2017
Grootte0.79 Mb.

Dovnload 0.79 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18




naam

Ondernemingsrecht

code

60311060

studiepunten

6

contacturen

24 (24 hoorcollege)

periode

1

docent

mr. H.M. Heijnen

doel

Het recht faciliteert en normeert ondernemingsactiviteiten. Krediet van de bank is meestal onmisbaar. Hoe dat krediet verkregen kan worden, welke zekerheden mogelijk zijn, is een zaak van het recht: faciliterende functie. Niet alles is geoorloofd al ondernemende, geen kartelvorming bij voorbeeld: normerende functie. Bewustwording daarvan en inzicht daarin vormen het doel van de cursus.

inhoud

Het aantal regels waarmee de ondernemer wordt geconfronteerd, groeit en zal blijven groeien, alle dereguleringsbeloften ten spijt. De bewustwording daarvan en het inzicht daarin die het doel van de cursus vormen, zijn dan ook op een selectie van die regels gebaseerd. Na een inleidend college waarin de keuze van ondernemingsvorm aan de orde komt , wordt aandacht besteed aan het MKB, waarbij vermogensbescherming en bestuurdersaansprakelijkheid centraal staan. Het andere uiterste is de beursgenoteerde onderneming, ook die wordt met specifieke regelgeving geconfronteerd. Beide soorten ondernemingen moeten gefinancierd worden, de eerste vooral met bankleningen, de tweede in het bijzonder via de kapitaalmarkt. Insolventie overkomt zowel de MKB-onderneming als de beursvennootschap. Wat ook de omvang van de onderneming is, aan het kartelrecht is elke onderneming onderworpen. Zeker van de beursgenoteerde ondernemingen maar in toenemende mate ook van die uit het MKB strekken de activiteiten zich over de grenzen uit. Dat heeft ook rechtens gevolgen.

literatuur

  • De literatuur bestaat uit deels voor de cursus geschreven teksten en deels uit teksten van derden. Een overzicht wordt half augustus 2005 via Blackboard bekend gemaakt.

  • Tevens wordt gebruik gemaakt van de tekstbundel 'Ondernemingsrecht 2005/2006, inclusief rechtspersonen' , Kluwer, Deventer.

toetsing

schriftelijk tentamen
open vragen; het resultaat daarvan telt voor 60% mee in het eindcijfer. In de vorm van de schriftelijke uitwerking van een case, vijfmaal, bespreking 1 uur. De case-uitwerkingen (vijf maal gewaardeerd van 0 t/m 10 gedeeld door 5) tellen voor 40% mee in het eindcijfer.

opmerkingen

Afhankelijk van het aantal deelnemers worden de cases individueel (tot 25 deelnemers) of in groepsverband (van 2 tot 4 leden naar gelang het aantal deelnemers) uitgewerkt.




naam

Organization Design

code

61331010

studiepunten

6

contacturen

24 (24 hoorcollege)

 

groepswerk en 'design laboratory'

periode

4

coördinator

dr.ir. I.S. Lammers

doel

Na deze cursus ben je in staat:

  • De relevante theorieën en wetenschappelijke debatten gerelateerd aan het ontwerpperspectief op organisaties te bespreken

  • Zelfstandig de kwaliteit van een willekeurige organisatieinrichting te analyseren, en aanbevelingen te doen voor de verbetering van de organisatiestructuur van een organisatie.

inhoud

Een organisatieontwerp bestaat uit een hoofdkeuze voor een bepaalde organisatorische configuratie, aangevuld met keuzes op het gebied van formalisatiegraad, mediagebruik, systemen van coordinatie en beheersing etc. en wordt gezien als een basisvaardigheid voor iedere manager en consultant. In dit vak gaan we praktijkgericht te werk. Studenten maken groepjes van 3-4 personen, en kiezen een organisatie waarvoor ze een herontwerp gaan maken. Hierbij maken ze gebruik van de wetenschappelijk gefundeerde organisatie ontwerpmethode van Burton & Obel. Via hoorcollege's worden studenten ingeleid in de wetenschappelijke achtergronden bij het ontwerpen. In het `design laboratory' wordt op interactieve wijze de vaardigheid van het ontwerpen uit de doeken gedaan.

literatuur

  • R.M. Burton & B. Obel,  Strategic Organizational Diagnosis and Design, the dynamics of fit. 3rd edition 2004, Springer.

toetsing

schriftelijk tentamen
werkstuk




subject

Organization Perspectives and Dynamics

code

61322000

credits

6

contact

24 hours (24 lecture)

 

and discussion groep

period

2

co-ordinators

dr. P.J. Peverelli; drs. D.A. Driver-Zwartkruis

aim

The aim of this course is to enhance the students awareness of differences between actors in organizations: the processes & structures that construct these differences, and their consequences. These topics will be introduced and embedded in organization theory. The students will gain a complex understanding of organization theory and the acutual practice in contemporary work environments.

content

Although there are as many definitions of organisations as there are researchers in this field, all definitions include at least one item: an organisation is a group of actors co-ordinating their resources and activities to execute tasks in a more efficient way. Most theories stress the need for the actors involved to share to a certain extent a perception of reality. As a result, management theories based on those definitions also focus on unifying perceptions, team building, etc.

However, actors differ in many respects. They differ according to gender, race, religion, place of birth (different countries or different regions of same country), age, education, membership or social networks, etc. These differences are bound to affect the organizing processes. Classical management theories tend to regard these differences as a necessary evil, something that exists, but needs to be contained. Classical managment often describe this in terms of formal and informal processes, in which the former refers to regular co-ordinated actions controlled by the managers and the latter to the informal uncontrollable interactions.

In this course, we maintain the position that differences between actors are an organic aspect of healthy organising processes, these differences are regarded as the motor of the sustained duration of organisations. Management is thus positioned as the tool for perceiving and appreciating differences between actors, and thereby creating value from those differences. The first half of the course will be spent with an introduction to a number of current models of organisational diversity.

Each year, another source of difference will be highlighted as the central theme. The central theme of this year will be culture.



form of tuition

The course starts with four weeks of lectures: two weeks of lectures in general organisation theory, followed by two weeks of lectures on the central theme. Two hours of lectures are followed by one response hour and one hour for work groups.

The student will also view which highlights the central theme. Students will be required to make notes while watching, on the basis of which they will write their group paper.



The students will be reponsible for preparing one essay report, and one group project report.

literature

  • Best, Shaun, Understanding Social Divisions, 2005,  Sage /London.

  • Other required reading matter placed on Blackboard.

examination format

paper
general individual paper + group paper on the year's central theme.




naam

Organizational Behavior

code

61131000

studiepunten

6

contacturen

36 (16 hoorcollege, 8 casecollege, 12 discussiecollege)

 

casecollege: projectbijeenkomsten of practica waarin aan groeps- of individuele opdrachten wordt gewerkt.

 

hoorcollege: hier worden de theorie- en praktijkvoorbeelden behandeld.

 

discussie- of responsiecollege: waarin de theorie wordt toegelicht en verhelderd op initiatief van de studenten.

periode

1

coördinator

Dr. A.H. de Lange

doel

Tijdens het vak Organizational Behavior wordt aandacht besteed aan gedrag van mensen in organisaties, zowel op het niveau van het individu, de groep als de organisatie als geheel. Na afloop van dit blok zijn studenten in staat om:

  • Belangrijke termen en begrippen uit de sociale wetenschappen die relevant zijn voor het gedrag van mensen in organisaties te definiëren en uit te leggen

  • De dagelijkse interactie tussen individuen, groepen en organisaties in dergelijke termen te beschrijven

  • Verschillende theoretische benaderingen van deze interactie te vergelijken

  • Een probleem dat te maken heeft met het gedrag van mensen in organisaties te identificeren en te analyseren

  • Oplossingen voor dit probleem te genereren door theoretische kennis toe te passen en onderzoeksgegevens te benutten.

inhoud

Organizational behavior heeft te maken met de factor 'mens' in de organisatie. Dit vak komt voort uit de sociale wetenschappen. Vanuit de bedrijfskundige context is inzicht in organizational behavior van belang voor het gericht kunnen sturen van de inzet van de factor mens in de organisatie. We zullen gedrag in organisaties op drie niveaus bestuderen: het individu, de groep en de organisatie. Hierbij komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Het individu: de persoon van de werknemer en zijn of haar baan (persoonlijkheid, attitudes, perceptie, motivatie, tevredenheid en stress)

  • De groep: de afdeling of het team van de werknemer; interactie binnen en tussen verschillende groepen werknemers (groepsprestaties, kenmerken van de groep)

  • De organisatie: de interactie tussen managers en medewerkers, groepen en de organisatie als geheel (cultuur, leiderschap en verandering).

literatuur

  • W. Bloisi, C. W. Cook & P. L. Hunsaker, Management and Organisational Behaviour, European edition 2003, ISBN 0-07-709945-1, McGraw-Hill Education, Berkshire

  • Course manual en overige informatie op Blackboard

toetsing

schriftelijk tentamen
60% van het eindcijfer
presentatie
en opdrachten vormen 40% van het eindcijfer. Toekenning van een voldoende / onvoldoende beoordeling op basis van getoonde inzet.

opmerkingen

Voor de discussie- en casecolleges geldt een aanwezigheidsplicht.




naam

Philosophy I

code

61261010

studiepunten

3

contacturen

24 (24 hoorcollege)

 

Gecombineerd met case- en discussiecolleges.

periode

6

coördinator

dr. B. Kee

doel

In het perspectief van de notie van reflective practitioner is het doel het leren stellen van reflexieve en conceptueel-analytische vragen ten aanzien van management- en organisatiedenken.

inhoud

Als operationalisering van het gestelde doel wordt de reflexieve en conceptuele aandacht gericht op human resource management met bijzondere aandacht voor de verhouding tussen human resources en human beings.

werkwijze

Combinatie van hoorcolleges, en feedback tijdens discussie- en casebehandelingen

literatuur

Reader

toetsing

schriftelijk tentamen




naam

Philosophy II

code

61361000

studiepunten

3

contacturen

16 (8 werkcollege, 8 hoorcollege)

 

hoorcollege: er worden 6 hoorcolleges gegeven waarin de opgegeven hoofdstukken uit het boek worden besproken als ondersteuning voor de eigen bestudering.

 

werkcollege: deelname aan een werkgroep als de tweede vorm van onderwijs is niet verplicht, maar kan wel maximaal 1 bonuspunt opleveren. Bij deelname moet voor iedere bijeenkomst van een werkgroep een opgave gemaakt worden.

periode

5

docent

dr. C.H. Krijnen

doel

Inzicht verwerven in de aard van wetenschappelijk onderzoek en de beslissingen die ten aanzien van de criteria voor waarheid, betrouwbaarheid en geldigheid van kennisclaims genomen moeten worden. Inzicht hierin is verbonden met verschillende filosofische opvattingen aangaande die beslissingen.

inhoud

De algemene formulering 'wetenschappelijk onderzoek' moet verder gepreciseerd worden. Om aan te sluiten bij kennisgebieden of disciplines waarin de studenten min of meer thuis zijn, is ervoor gekozen om specifiek aandacht te geven aan wetenschappelijk onderzoek in het veld van management & organisatie. In deze context komen aan de orde de stromingen van positivisme, conventionalisme, kritische theorie en kritisch realisme.

literatuur

  • Phil Johnson &Joanne Duberley, Understanding Management Research. An Introduction to Epistemology, 2000, SAGE Publications, hoofdstukken 1-4, 6-8.

  • Sheets en aantekeningen van de hoorcolleges die beschikbaar komen op Blackboard, sommige daarvan komen in de plaats van de tekst uit het boek.

toetsing

schriftelijk tentamen




naam

Products, Services and Business Processes

code

61111010

studiepunten

6

contacturen

36 (16 hoorcollege, 8 casecollege, 12 discussiecollege)

 

In de casecolleges wordt de theorie toegepast op concrete bedrijfsvraagstukken en bedrijfsproblemen (cases).

 

In de discussiecolleges wordt de theorie uitgediept door behandeling van vraagstukken en groepsgewijze discussie over relevante vraagstukken.

periode

4

coördinator

drs. M.J. Flikkema

doel

Het verwerven van kennis en inzicht in de overeenkomsten en verschillen tussen dienstverlenende en goederenproducerende bedrijven en tussen diensten en goederen. Het verwerven van kennis en inzicht in de primaire processen van dienstverlenende bedrijven en het gebruik van procesmodelleringstechnieken.

inhoud

Het vak 'Products, Services and Business Processes' zorgt voor een kennismaking met de drijvende krachten achter de opkomst van de diensteneconomie, overeenkomsten en verschillen tussen het managen van dienstverlenende en productiebedrijven, de heterogeniteit in de dienstensector en het modelleren van bedrijfsprocessen.

Naast een functionele benadering van dienstverlening (onderwerpen: marketing van diensten, HRM in diensten en innovatie in diensten) wordt tijdens het vak ook kort ingegaan op verschillen tussen dienstverleners onderling. Professionele dienstverleners zijn bijvoorbeeld uit heel ander hout gesneden dan logistieke dienstverleners.



literatuur

  • B. van Looy, R. van Dierdonck & P. Gemmel, Services Management: An Integrated Approach, 2nd edition 2003, ISBN 0 273 67353 X, Prentice Hall, London.

  • Course manual and cases via Blackboard

toetsing

schriftelijk tentamen
60 % van het eindcijfer
presentatie
40 % van het eindcijfer.
Studenten werken de cases uit door middel van een schriftelijk verslag en/of mondelinge presentatie.

opmerkingen

Voor de casecolleges geldt een aanwezigheidsplicht.




naam

Professional Skills and Competencies

code

61341000

studiepunten

6

contacturen

36 (24 practicum, 12 hoorcollege)

periode

5

coördinator

dr. C.J. Vinkenburg

docent

dr. C.J. Vinkenburg

doel

Het doel van 'Professional skills and competencies' is het verkrijgen van kennis en het aanleren van vaardigheden die Bedrijfswetenschappers nodig hebben voor het uitoefenen van een beroep in de zakelijke dienstverlening. Het gaat hierbij om zowel kennis en inzicht als om interview- en gespreksvaardigheden die van belang zijn bij ontwikkelings- en veranderingsprocessen in organisaties. Aan deze onderwerpen wordt aandacht besteed tijdens hoorcolleges en een practicum gespreksvaardigheden. Het hoorcollege en het practicum vormen ieder een op zichzelf staand onderdeel van dit vak.

Na afloop van dit vak zijn studenten in staat om:



  • Belangrijke termen en begrippen uit het vakgebied organisatieontwikkeling en organisatieverandering te definiëren en uit te leggen;

  • Veranderingsprocessen in organisaties en organisatieontwikkeling in dergelijke termen te beschrijven;

  • Diverse fasen in een adviesproces en verschillende adviesrollen te herkennen en onderscheiden;

  • Het belang en de verschillende benaderingen van het houden van interviews in veranderingsprocessen te onderkennen;

  • Gespreksvaardigheden toe te passen die van belang zijn bij het houden van een interview.

inhoud

In zijn of haar toekomstige werkkring zal de afgestudeerde Bedrijfswetenschapper dikwijls in situaties terechtkomen waarin een beroep wordt gedaan op kennis van organisatieontwikkeling en op gespreksvaardigheden. Dit geldt niet alleen voor consultants maar ook voor projectmedewerkers, projectmanagers, management trainees, beleidsmedewerkers en financieel adviseurs. Het vak Professional skills and competencies sluit aan op de stof zoals behandeld in de vakken Organizational Behavior (1ste jaar), Human Resource Management (2de jaar) en Introduction to Consultancy Industry (3de jaar).

Hoorcolleges

Tijdens de hoorcolleges zal gekeken worden naar algemene kenmerken van ontwikkelings- en veranderingsprocessen in organisaties, waarbij aandacht wordt besteed aan de verschillende fasen van een veranderingsproces. Specifiek zal worden ingegaan op de plaats en rol van verschillende soorten interviews en gesprekken tijdens de intake- en startfase van een veranderingsproces. Interviews zijn belangrijk in de eerste fasen van een adviestraject of opdracht, om informatie te verzamelen, voor het diagnosticeren van vraagstukken en het doen van onderzoek. Tevens zal een overzicht van adviesrollen en taken worden behandeld. Tijdens de gastcolleges zullen deskundigen uit de praktijk deze onderwerpen nader illustreren.

Practicum Gespreksvaardigheden



Tijdens het practicum wordt aandacht besteed aan gespreksvaardigheden die nodig zijn in adviestrajecten en veranderingsprocessen. Gespreksvaardigheden kunnen niet los gezien worden van sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn bij het omgaan met in- en externe opdrachtgevers, cliënten en collega's. Het practicum zal vooral gericht zijn op het oefenen van vaardigheden die nodig zijn voor het houden van interviews. Interviews zijn belangrijk in de eerste fase van een adviestraject of opdracht, om informatie te verzamelen, voor het diagnosticeren van vraagstukken en het doen van onderzoek. Er zal in dit practicum met name aandacht zijn voor vaardigheden zoals vragen formuleren en stellen, luisteren, samenvatten, procesbewaking, schriftelijke verslaglegging van gesprekken en het leren herkennen van en omgaan met weerstanden tijdens een gesprek. Tijdens dit practicum van 6 bijeenkomsten worden in kleine groepen middels rollenspellen en met behulp van een videocamera adviesvaardigheden zoals luister-, gespreks- en feedbackvaardigheden geoefend. Het practicum wordt afgesloten met een opdracht. Dit betreft het afnemen van een interview en het maken van schriftelijk verslag waarin zowel aandacht wordt besteed aan het proces als aan de inhoud van het interview.

literatuur

  • Th.G. Cummings & Ch.Worley, Organization Development & Change, 2001, Thomson South-western, Mason, diverse hoofdstukken

  • Artikelen

  •  H.T. van der Molen, F. Kluytmans & M.Kramer,  Gespreksvoering. Vaardigheden en modellen, 1995,  Wolters-Noordhof / Open Universiteit, Groningen/Heerlen(practicum gespreksvaardigheden).

toetsing

schriftelijk tentamen
50% van het eindcijfer
practicumverslag
en participatie 50% van het eindcijfer.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

  • Organization Design
  • Organization Perspectives and Dynamics
  • Organizational Behavior
  • Philosophy I
  • Philosophy II
  • Products, Services and Business Processes
  • Professional Skills and Competencies

  • Dovnload 0.79 Mb.