Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave 1 Algemene informatie voor bachelorstudenten 9

Dovnload 1 Mb.

Inhoudsopgave 1 Algemene informatie voor bachelorstudenten 9



Pagina18/21
Datum04.04.2017
Grootte1 Mb.

Dovnload 1 Mb.
1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   21




subject

Microeconomics

code

60322030

credits

6

contact

36 hours (12 tutorial, 24 lecture)

period

2

lecturer

prof.dr. G.J. van den Berg

aim

To develop the theory of decision making at the level of a single agent and to understand the resulting outcomes at the market level.

content

In case of an individual, decisions are made concerning labor supply, consumption, savings, and so on, while in case of a single firm this concerns decisions on labor demand, product characteristics and, in certain market forms, on wages and product prices. Outcomes at the individual level are aggregated into outcomes at the market level. We focus on the labor market as the most relevant application. We consider models that allow for market imperfections due to incomplete information, notably job search models, efficiency wage models, and model that explain discrimination. This is used to study unemployment, wages, and the effects of policies concerning unemployment benefits, welfare, and minimum wages.

literature

  • Bosworth, D., P. Dawkins & T. Stromback, The Economics of the Labour Market. Addison Wesley, 1996

  • plus articles that are mentioned during the course

examination format

written interim examination

entry requirements

The participants are expected to have some basic familiarity with micro economics.




naam

Midden- en kleinbedrijf

code

60311070

studiepunten

6

contacturen

24 (24 hoorcollege)

 

Het vak wordt in het Nederlands gegevens vanwege de sterk institutionele inkadering. Het college is aanvullend bij de voorgeschreven literatuur.

periode

1

docenten

drs. E.A.H. Kleijn; prof.dr. A.R. Thurik; prof.dr. E. Masurel

doel

  • inzicht verschaffen in de rol die kleine en middelgrote bedrijven spelen in de economie

  • inzichtelijk maken waarin kleine bedrijven en grote bedrijven van elkaar verschillen

  • helderheid brengen in wat ondernemerschap is

inhoud

De afgelopen 25 jaar is de belangstelling voor ondernemerschap en het midden- en kleinbedrijf sterk toegenomen: in de markt, in het overheidsbeleid, en ook in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Begrippen als intrapreneurship en extrapreneurship geven de belangstelling voor het fenomeen ondernemerschap bij grote bedrijven aan. De managementeconomie van de vorige eeuw heeft zich omgevormd tot een ondernemerschapseconomie.

Het mkb (95 procent van de bedrijven, 60 procent van de werkgelegenheid in de private sector) speelt een belangrijke rol bij innovatie, bij het gezond houden van concurrentieverhoudingen, als omgeving waarin ondernemerschap zich thuis voelt en als generator van economische groei. Ondernemingen in het mkb spelen een belangrijke rol als samenwerkingspartner, als leverancier en als intermediair. In Nederland is inmiddels meer dan een derde van de startende ondernemers afkomstig van hbo of universiteit. Op de arbeidsmarkt groeit de vraag naar mensen die verstand hebben van de mkb-sector.



De discipline midden- en kleinbedrijf & ondernemerschap neemt in zijn veelzijdigheid een aparte plaats in het curriculum in: het gaat om bedrijf en markt, om economie en psychologie, om innovatie en ordening, om systeem en individu. Die aspecten komen, geordend in drie hoofdthema's aan de orde:

  • de rol van kleine bedrijven in de moderne economie (small business economics)

  • het belang van ondernemerschap in de moderne economie (entrepreneurship)

  • het starten, runnen en doen groeien van een klein bedrijf (small business management)

literatuur

Risseeuw, P.A. & A.R. Thurik, Handboek ondernemers en adviseurs: economie en management van het midden- en kleinbedrijf.  Deventer: Kluwer, 2003, behalve hoofdstuk 3, 4, 19 & 22.

toetsing

schriftelijk tentamen




naam

Milieueconomie en -management

code

60331100

studiepunten

6

contacturen

24 (16 hoorcollege, 8 discussiecollege)

periode

4

docenten

prof.dr. J.C.J.M. van den Bergh; prof.dr. C.A.A.M. Withagen

doel

De student bestudeert relevante economische en milieukundige aspecten van de milieuproblematiek. Tevens verkrijgt de student inzicht in het verband tussen theorie, methoden en empirische analyse. Studenten zullen een presentatie geven en discussie voeren over een artikel uit een wetenschappelijk tijdschrift.

inhoud

De cursus biedt een geavanceerde behandeling van moderne economische theorieën en methoden om de relatie te begrijpen tussen economische structuur en verandering enerzijds en natuurlijke hulpbronnen, milieukwaliteit en milieubeleid anderzijds. Deze benadering omvat tevens aandacht voor toepassingen, bijvoorbeeld op het gebied van modelleren en monetaire waardering. De volgende onderwerpen komen aan de orde.

  • Milieu-externaliteiten, publieke goederen en welvaartseconomie

  • Geavanceerde theorie van milieubeleid

  • Theorie en methoden van monetaire waardering van milieuveranderingen

  • Methoden voor de beoordeling van milieuprojecten en milieuinvesteringen

  • Macroeconomische en internationale handelsaspecten van milieu

  • Mondiale milieuproblemen

  • Productie en gebruik van energie

  • Afval, grondstoffen en materiaalgebruik

  • De economie van natuurlijke hulpbronnen, met ruim aandacht voor bossen, biodiversiteit en water

werkwijze

Hoorcolleges (16 uur) en presentaties/discussie (8 uur) door studenten van tijdschriftartikelen. Studenten moet een essay van 1500 woorden over drie tijdschriftartikelen schrijven (500 woorden per artikel). Zelfstudie omvat 136 uur.

literatuur

  • Kahn, J.R. The Economic Approach to Environmental and Natural Resources. 3rd edition, Forth Worth, Texas USA: The Dryden Press, 2005

  • Powerpoint slides met hoorcollegestof zullen beschikbaar worden gesteld via Blackboard

  • Studenten moeten in overleg met de docenten een geschikt artikel uit een milieueconomisch tijdschrift kiezen

toetsing

schriftelijk tentamen
(gesloten boek, open vragen). Het is vereist om aan de paper presentaties/discussieste hebben deelgenomen.




naam

Ondernemingsrecht

code

60311060

studiepunten

6

contacturen

24 (24 hoorcollege)

periode

1

co-ordinator

prof.mr. J.B. Huizink

docenten

mr. J.E. Brink-van der Meer; mr. P.A. Ledeboer

doel

  • Verwerven van kennis en inzicht in belangrijke onderdelen van het ondernemingsrecht

  • kweken van zekere 'awareness' ten aanzien van juridische complicaties

  • inzicht in actuele ontwikkelingen

inhoud

De colleges zijn gegroepeerd rond een zestal clusters:

  1. Inleiding (rechtsvormen, onderneming, concernbegrippen, listed vs non listed companies etc.)

  2. Kapitaalvennootschappen: kapitaal/vermogensbescherming en zorgvuldig vermogensbeheer

  3. Kapitaalvennootschappen: organen en bevoegdheden

  4. Concernrecht en aansprakelijkheid

  5. Financiering en insolventie

  6. Beurs- en effectenrecht

werkwijze

2 uur hoorcollege per week, gevolgd door 2 uur werkcollege waarin het accent ligt op de door de studenten te beantwoorden casus.

literatuur

  • De literatuur bestaat deels uit voor het vak geschreven teksten en deels uit teksten van derden. Een overzicht wordt half augustus 2006 via Blackboard bekend gemaakt.

  • Tevens wordt gebruik gemaakt van de wettenbundel Rechtspersonen 2006/2007, inclusief ondernemings- en handelsrecht met toekomstige wetgeving. Deventer: Kluwer.

toetsing

schriftelijk tentamen
met open vragen. Het resultaat daarvan telt voor 60% mee in het eindcijfer. In de vorm van de schriftelijke uitwerking van een case, vijfmaal, bespreking 1 uur. De case-uitwerkingen (vijf maal gewaardeerd van 0 t/m 10 gedeeld door 5) tellen voor 40% mee in het eindcijfer.

opmerkingen

Afhankelijk van het aantal deelnemers worden de cases individueel (tot 25 deelnemers) of in groepsverband (van 2 tot 4 leden naar gelang het aantal deelnemers) uitgewerkt.




subject

Organization Design

code

61332010

credits

6

contact

24 hours (24 lecture)

 

including Design Labs

period

4

co-ordinator

dr.ir. B.A.G. Bossink

aim

The first learning objective of this course is to gain knowledge and understanding of concepts, theories related to the design perspective on organizations. After following this course you will be able to:

  • discuss the history, theoretical perspective and nature of organization from a design perspective

  • discuss the key organizational configurations and their relation to organizational contingencies

The second learning objective of this course is to be able to design an effective organization structure and process in a scientific way. After following this course, you will be able to:

  • evaluate the effectiveness of a given organizational design in terms of fit between the organization and its contingencies

  • recognize in a real life situation the relevant contingencies that are of influence on the structure of an organization

  • use the prescribed design method to (re)design an effective organization structure for an organizational setting of your own choice

  • develop an implementation plan

content

An organization design consists of a choice for an organizational configuration. This choice can be supplemented with choices for the degree of formalization, media richness, coordination systems, control procedures, etc. The course focuses on the design and development of a strategic organization design within the meta-theoretical boundaries of the contingency approach. Important concepts that have to be taken into account are: dynamic fits, contingency factors, design factors, environmental elements and total design fit.

literature

Burton, R.M. & B. Obel, Strategic Organizational Diagnosis and Design: the Dynamics of Fit. Boston: Kluwer Academic Publishers, 2004

examination format

interim examination
The theory is examinated in an individual exam 60 %. The application of the theory is graded in a group-based design assignment 40 %.




subject

Organization Perspectives and Dynamics

code

61322000

credits

6

contact

24 hours (24 lecture)

 

and group project

period

2

co-ordinators

dr. P.J. Peverelli; drs. J.K. Verduijn

aim

After following this course, students will have gained insight in all aspects of basic organizing processes. They will be able to observe, analyze and discuss how complex organizational structures emerge from such basic processes.

content

The study of organisations is a theoretical field of study distinct from more practical fields like: general management, organisational behaviour, human resource management, etc. It is a basic science studying the ways human actors organise themselves into groups of various degrees of complexity. Organisation theory is not the study of organisations. Groups of actors referred to as 'organisations' in every day parlance are only one part of the groups introduced in this course. Organisation theory is therefore a necessary tool not only for students of business administration, but also for those of a wide range of other academic fields, including: sociology, cultural anthropology, public administration, education, philosophy, etc.

As this course is part of the business administration program, we will concentrate on offering tools to study and understand enterprises and their environment from an organisational perspective.

The main theme of this course will be the perspective that human organising is a continuous process of ongoing interaction between actors in their quest to make sense of the world. As a result of this process, groups of actors who frequently interact around a specific theme will gradually be perceived by the actors themselves and other actors as entities. Such entities are given generic names like: gangs, pressure groups, tribes, associations, enterprises, industrial sectors, nations, etc.

The members of a specific group will have a shared view on reality, at least on that part of reality relevant to their common task. This shared reality will determine the actions they take. Most actors will be members of a number of such groups. During social interaction in one group, actors can access the shared reality of other groups. This can alter the shared reality of the group in which the current interaction is taking place. Multiple group membership (referred to as multiple inclusion) is therefore considered the motor of organisational change.

Often, however, actors start perceiving the shared reality of one group as the one and only reality. As a result, they are less susceptible to other realities and in some instances even actively block access to alternative realities. In organisation theory this is referred to as reification or fixation. Reifications are the major cause of organisational problems.

Identifying social structures, the members of the structures (actors), the nature of the shared realities, the multiple group membership of actors and occurrences of reification are the core tasks of the organisation scientist. The main aim of this course is to teach students these basic concepts and to train them in exploring complex organisational processes. Although this introduction emphasises theory, attention will be paid to practical applications of the theory as well. These practical applications include firms, but also a few larger structures, in particular industrial clusters.



form of tuition

7 lectures + non-obligatory reflection sessions

literature

reader

examination format

paper
group paper 40 %
written interim examination
60 %




naam

Organizational Behavior

code

61111020

studiepunten

6

contacturen

36 (16 hoorcollege, 8 casecollege, 12 discussiecollege)

periode

4

coördinator

drs. J.S.E. Dikkers

doel

Tijdens het vak Organizational Behavior wordt aandacht besteed aan gedrag van mensen in organisaties, zowel op het niveau van het individu, de groep als de organisatie als geheel. Na afloop van dit blok zijn studenten in staat om:

  • Belangrijke termen en begrippen uit de sociale wetenschappen die relevant zijn voor het gedrag van mensen in organisaties te definiëren en uit te leggen

  • De dagelijkse interactie tussen individuen, groepen en organisaties in dergelijke termen te beschrijven

  • Verschillende theoretische benaderingen van deze interactie te vergelijken

  • Een probleem dat te maken heeft met het gedrag van mensen in organisaties te identificeren en te analyseren

  • Oplossingen voor dit probleem te genereren door theoretische kennis toe te passen en onderzoeksgegevens te benutten

inhoud

Organizational behavior heeft te maken met de factor 'mens' in de organisatie. Dit vak komt voort uit de sociale wetenschappen. Vanuit de bedrijfskundige context is inzicht in organizational behavior van belang voor het gericht kunnen sturen van de inzet van de factor mens in de organisatie. We zullen gedrag in organisaties op drie niveaus bestuderen: het individu, de groep en de organisatie. Hierbij komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Het individu: de persoon van de werknemer en zijn of haar baan (persoonlijkheid, attitudes, perceptie, motivatie, tevredenheid en stress)

  • De groep: de afdeling of het team van de werknemer; interactie binnen en tussen verschillende groepen werknemers (groepsprestaties, kenmerken van de groep)

  • De organisatie: de interactie tussen managers en medewerkers, groepen en de organisatie als geheel (cultuur, leiderschap en verandering).

werkwijze

Casecolleges: projectbijeenkomsten of practica waarin aan groeps- of individuele opdrachten wordt gewerkt. Hierbij is aanwezigheid verplicht.
Discussiecolleges: responsie- of discussiecolleges waarin de theorie wordt toegelicht en verhelderd op initiatief van de studenten.
Hoorcolleges: hier worden de theorie en praktijkvoorbeelden behandeld.

literatuur

Course manual, overige informatie en het boek: zie Blackboard

toetsing

schriftelijk tentamen
60% van het eindcijfer
presentatie
en opdrachten vormen 40% van het eindcijfer. Toekenning van een voldoende / onvoldoende beoordeling op basis van getoonde inzet.

Presentaties en opdrachten vormen samen 40 % van het eindcijfer (vereiste minimum cijfer is een 5). Het schriftelijk tentamen bepaalt 60 % van het eindcijfer (vereiste minimum cijfer is een 5). Studenten moeten beide onderdelen volbrengen om een eindcijfer te kunnen krijgen (vereiste minimum eindcijfer is een 5.5). Toetsingscriteria (zie Blackboard):



  • Voor case reports: inhoud, structuur, kwaliteit van de case analysis, mate waarin een antwoord gegeven wordt op het probleem

  • Voor presentaties: team prestatie, inhoud, presentatie skills; interactie met de klas
1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   21

  • Midden- en kleinbedrijf
  • Milieueconomie en -management
  • Ondernemingsrecht
  • Organization Design
  • Organization Perspectives and Dynamics
  • Organizational Behavior

  • Dovnload 1 Mb.