Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave 1 Inleiding 7

Dovnload 5.47 Mb.

Inhoudsopgave 1 Inleiding 7



Pagina2/36
Datum25.10.2017
Grootte5.47 Mb.

Dovnload 5.47 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   36

Legenda


Dit document gebruikt de volgende symbolen:



Let op! Dit is een aandachtspunt.

Een opmerking die de aandacht vestigt op een bepaald opvallend aspect.





Dit is een ‘open issue’ of ‘known issue’

Een kwestie die nog open ligt voor discussie, maar onderkend is.





Dit is een frequently asked question (FAQ) met antwoord.

De specificatie van een interactie wordt aan de hand van de XML-structuur van het bericht beschreven. In de volgende tabel worden alle onderdelen van bericht(elementen) beschreven in volgorde van voorkomen in het bericht.

Element: Message (een “stub” - wordt vervangen door interactienaam)

Pad:

Subelement

DT

Kard

C

LBA

Omschrijving

processingCode

CS CNE

1..1

M




Geeft aan of het bericht te verwerken is als een productie-, training- of debugging-bericht.

CONF @code moet gelijk zijn aan “D” (voor debugging bericht) of “P” (voor bericht in productieomgeving) of “T” (voor testberichten). Een bericht met een processingCode.code ongelijk aan “P” mag niet in een productieomgeving worden verwerkt.

Element een onderdeel van een bericht, een ‘contextnode’, zoals die in XML-structuur van het bericht voorkomt. Een element is een onderdeel dat eigen subelementen (attributen) kan hebben.

Pad - XPath pad. Beschrijving van een (relatief) pad door XML-structuur naar een onderdeel van het bericht. Zo’n pad begint bij het element (‘contextnode’) en bestaat uit stappen, die ieder gescheiden worden door een slash ( ‘/ ‘).

Een (sub)element kan een XML-attribuut of een XML-element hebben. In de omschrijving wordt door een ‘@’ aangeduid dat het een XML-attribuut is.



DT - beschrijft het datatype van het subelement. Zie [HL7v3 IH BC] voor meer informatie over datatypen.

Kard - beschrijft de kardinaliteit van het onderdeel. Dit bepaalt het aantal keer dat het onderdeel mag/moet voorkomen. Zie voor meer informatie over de kardinaliteit [HL7v3 IH BC].

C - beschrijft de conformiteit van het attribuut die de volgende waarden kan aannemen:

M - mandatory (vereist)

R - required (verplicht ondersteunen)

Ooptioneel

C - conditioneel verplicht

F - vaste waarde ongeacht of deze in het bericht voorkomt. Alleen te gebruiken voor structuurattributen (@classCode, etc.)

NP - niet toegestaan (not permitted) betekent dat het onderdeel niet mag voorkomen.

X - het onderdeel mag voorkomen, maar wordt niet meegenomen in de verwerking van de interactie

LBA - logisch bericht attribuut. Logische berichten en hun attributen zijn in het document architectuurontwerp toepassing beschreven.

Omschrijving - beschrijving van het onderdeel, korte tekst.

CONF Iedere subelementrij wordt gevolgd door een rij met nul of meer conformanceregels.

Aan de tabel worden de volgende links toegevoegd:

Rij Element - link naar de relevante paragraaf met beschrijving van het onderdeel.

Rij Pad - link naar de relevante paragraaf met beschrijving van het onderdeel.

Inhoud van de kolom Subelement – link naar het relevante fragment in het voorbeeldbericht.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   36

  • Element: Message (een “stub” - wordt vervangen door interactienaam) Pad
  • CONF

  • Dovnload 5.47 Mb.