Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave 1 Inleiding 7

Dovnload 5.47 Mb.

Inhoudsopgave 1 Inleiding 7



Pagina34/36
Datum25.10.2017
Grootte5.47 Mb.

Dovnload 5.47 Mb.
1   ...   28   29   30   31   32   33   34   35   36

MFMI_MT700701_OPT_OV - Master File/Registry TECA-wrapper – Rol Subject met optionele overseer


D-MIM: MFMI_DM700700

R-MIM: MFMI_RM700700

HL7v3 gestructureerde naam: Master File / Registry Request, Role Subject (with optional overseer)

Deze wrapper is voor Master Files en Registries ten aanzien van rollen (Patiënt, Zorgverlener, Zorgaanbieder) op vertrouwensniveau laag of hoger. De inhoud van de wrapper is identiek aan MFMI_MT700701 met als enige uitzondering dat het doorgeven van de mandaterende (overseer) in deze TECA-wrapper optioneel is. Zie paragraaf 16.1 voor de specificatie.

    1. MFMI_MT700702 - Master File/Registry Act TECA-wrapper – Act Target


D-MIM: MFMI_DM700700

R-MIM: MFMI_RM700700

HL7v3 gestructureerde naam: Master File / Registry Control Act 2, Act Target

Deze wrapper is voor Master Files en Registries ten aanzien van gegevens (Verwijzing, Autorisatieprofiel) op vertrouwensniveau midden of hoger. De inhoud van de wrapper is identiek aan MFMI_MT700701 met als enige uitzondering dat RegistrationProcess hier is gekoppeld aan subject2/Act in plaats van met subject1/AssignedEntity. Zie paragraaf 16.1 voor de specificatie. Op deze plaats wordt alleen deze gewijzigde associatie gespecificeerd.

      1. subject2


        Element: subject2

        Pad: ControlActProcess/subject/RegistrationProcess

        Subelement

        DT

        Kard

        C

        LBA

        Omschrijving

        subject2




        0...*

        O




        Bevat één (te-)registreren gegeven per herhaling, zoals een Verwijzing of Autorisatieprofiel. Het gegeven is in deze wrapper een stubklasse Act, welke in interacties wordt vervangen door het message type voor de relevante gegevens.

        Of zogenaamde clusterregistraties, waarbij subject2 herhaalt, mogelijk zijn, hangt van de betreffende toepassing af. Tenzij anders gespecificeerd wordt maar één voorkomen van subject2 ondersteund.



        CONF subject2/@typeCode moet, indien aanwezig, de vaste waarde “SUBJ” bevatten.
    1. MFMI_MT700702_OPT_OV - Master File/Registry Act TECA-wrapper – Act Target met optionele overseer


D-MIM: MFMI_DM700700

R-MIM: MFMI_RM700700

HL7v3 gestructureerde naam: Master File / Registry Control Act 2, Act Target (with optional overseer)

Deze wrapper is voor Master Files en Registries ten aanzien van gegevens (Verwijzing, Autorisatieprofiel) op vertrouwensniveau laag of hoger. De inhoud van de wrapper is identiek aan MFMI_MT700702 met als enige uitzondering dat het doorgeven van de mandaterende (overseer) in deze TECA-wrapper optioneel is. Zie paragraaf 16.3 voor de specificatie.

    1. MFMI_MT700711 - Master File/Registry Act Query Response TECA-wrapper – Role Subject


D-MIM: MFMI_DM700700

R-MIM: MFMI_RM700710

HL7v3 gestructureerde naam: Master File / Registry Query Response Control Act, Role Subject

Deze wrapper is voor opleveringen uit Master Files en Registries ten aanzien van rollen (bijvoorbeeld Patiënt, Zorgverlener, Zorgaanbieder) op vertrouwensniveau laag of hoger. De inhoud van de wrapper is identiek aan MFMI_MT700701 met enige uitzonderingen welke hier specifiek worden toegelicht. Zie paragraaf 16.1 voor de basisspecificatie.

De uitzonderingen zijn:



  • Element overseer is optioneel omdat opleveren direct uit het register wordt gedaan

  • Er wordt gebruik gemaakt van het element overseer/assignedEntity in plaats van het element overseer/assignedPerson)

  • Element queryAck is toegevoegd

  • Element queryByParameter is toegevoegd in R-MIM maar wordt in de context van AORTA niet ondersteund
      1. overseer


        Element: overseer

        Pad: ControlActProcess

        Subelement

        DT

        Kard

        C

        LBA

        Omschrijving

        assignedEntity




        1..1

        M

        Mandaatverlener

        Bevat gegevens van de mandaatverlener. Zie verder §16.5.2
      2. assignedEntity


Zie paragraaf 5.1 “TECA-wrapper actoren (auteur en verantwoordelijke)” voor de specificatie van assignedEntity en onderliggende elementen. Merk op dat daar alleen de elementen en attributen worden beschreven die vanuit de context van de TECA-wrapper relevant zijn. Voor alle niet beschreven attributen geldt conformance “X” (Niet gebruiken) en dienen te worden genegeerd bij verwerking door een ontvanger.
      1. queryAck


Zie paragraaf 15.5.3 voor de specificatie.
    1. MFMI_MT700712 - Master File/Registry Act Query Response TECA-wrapper – Act Target


D-MIM: MFMI_DM700700

R-MIM: MFMI_RM700710

HL7v3 gestructureerde naam: Master File / Registry Query Response Control Act, Act Target

Deze wrapper is voor opleveringen uit Master Files en Registries ten aanzien van gegevens (Verwijzing, Autorisatieprofiel) op vertrouwensniveau laag of hoger. De inhoud van de wrapper is identiek aan MFMI_MT700702 met enige uitzonderingen welke hier specifiek worden toegelicht. Zie paragraaf 16.1 voor de basisspecificatie.

De uitzonderingen zijn:



  • Element overseer is optioneel omdat opleveren direct uit het register wordt gedaan

  • Er wordt gebruik gemaakt van het element overseer/assignedEntity in plaats van het element overseer/assignedPerson

  • Element queryAck is toegevoegd

  • Element queryByParameter is toegevoegd in R-MIM maar wordt in AORTA niet ondersteund
      1. overseer


        Element: overseer

        Pad: ControlActProcess

        Subelement

        DT

        Kard

        C

        LBA

        Omschrijving

        assignedEntity




        1..1

        M

        Mandaatverlener

        Bevat gegevens van de mandaatverlener. Zie verder §16.6.2
      2. assignedEntity


Zie paragraaf 5.1 “TECA-wrapper actoren (auteur en verantwoordelijke)” voor de specificatie van assignedEntity en onderliggende elementen. Merk op dat hier alleen de elementen en attributen worden beschreven die vanuit de context van de TECA-wrapper relevant zijn. Voor alle niet beschreven attributen geldt conformance “X” (Niet gebruiken) en dienen te worden genegeerd bij verwerking door een ontvanger.
      1. queryAck


Zie paragraaf 15.5.3 voor de specificatie.
  1. Message Types – CMET’s

    1. CMET MCAI_MT900001 – A_DetectedIssue universal


R-MIM: MCAI_RM900000

HL7v3 gestructureerde naam: Trigger Event Control Act Detected Issue

Deze CMET wordt gebruikt om waarschuwingen en fouten te identificeren die zijn gevonden bij het trigger event dat voorafging aan een interactie, of zijn gevonden gedurende het verwerken van het bericht. Het wordt gebruikt om de business-rules te identificeren waarmee de subject Act strijdig is.

Fouten en/of waarschuwingen met betrekking tot routering, interne fouten, syntax (bijvoorbeeld met betrekking tot kardinaliteit) en een beperkt aantal problemen gerelateerd aan codesystemen dienen in het Transmission wrapper element AcknowledgementDetail te worden teruggegeven.

Per keer dat deze CMET wordt gebruikt, kan één waarschuwing/fout worden doorgegeven, waarbij de volgorde van de klassen niet vastgelegd is; uit de volgorde mag geen prioriteit worden afgeleid.

In een initiële interactie wordt deze CMET gebruikt door de zender, om aan te geven dat hij op de hoogte is van business-rule gerelateerde uitkomsten bij de verwerking van de berichtinhoud door de ontvanger. Hij anticipeert daarmee op deze uitkomsten en stelt tevens hoe de zender denkt dat de ontvanger hiermee om zou moeten gaan. Of zulke omstandigheden kunnen worden gebruikt door de zender en of en hoe een ontvanger hierop mag danwel moet reageren, moet zijn gespecificeerd in een toepassing. Een voorbeeld van een gebruikscenario waarin deze functionaliteit werd gespecificeerd is opvraging bij noodgeval. Op deze wijze kon de zender de ontvanger vragen om toegang tot gegevens waar hij onder normale omstandigheden niet bij zou kunnen.

In een antwoordinteractie wordt deze CMET gebruikt door de antwoordende partij om waarschuwingen en/of fouten door te geven welke zijn opgetreden bij de verwerking van de interactie waarop wordt geantwoord. Een voorbeeld is een actuele conditie bij een patiënt waardoor een gevraagde toediening niet kan worden uitgevoerd.

Toepassingen specificeren altijd de geldende verwerkingsregels en op welke wijze bij problemen daarbij moet worden gereageerd.



Klassificatie/catogorisatie

Bij het definiëren van meldingen bij business-rules kan gebruik worden gemaakt van onder andere deze methoden:



  1. De melding wordt zo specifiek mogelijk gemaakt in DetectedIssueEvent/code. Deze methode wordt gehanteerd bij de specificatie van meldingen in [Foutentabel].
    Voorbeeld:



displayName="Het queryparameter RoleType is niet geldig omdat het queryattribuut Code niet wordt ondersteund."/>





  1. De melding wordt onder een bepaalde categorie geplaatst in DetectedIssueEvent/code. De categorie komt uit de internationale waardenset ActDetectedIssueCode. De feitelijke melding komt gecodeerd in in DetectedIssueEvent/value. Deze methode wordt gehanteerd bij de specificatie van meldingen in SBV-Z-specificaties.
    Voorbeeld:









      1. DetectedIssueEvent


Merk op dat de exacte eerste elementnaam afhangt van de wijze waarop het CMET wordt gekoppeld. Voorkomende namen zijn onder andere “justifyingDetectedIssueEvent” en “justifiedDetectedIssueEvent”.

Element: DetectedIssueEvent

Pad:

Subelement

DT

Kard

C

LBA

Omschrijving

@classCode

CS

0…1

F




Bevat het Act-klasse

CONF @classCode dient, indien aanwezig, de waarde “ALRT” te bevatten.

@moodCode

CS

0…1

F




Bevat de Act-intentie

CONF @moodCode moet de waarde “EVN” bevatten.

id

SET

0…*

O




Een unieke identificatie van de gevonden verwerkingsregeluitkomst.

code

CD CWE

1…1

M




Bevat de code voor de typering van de melding. De meeste situaties worden afgedekt in het document [Foutentabel]. Codes komen uit de HL7-tabel ActDetectedIssueCode met OID “2.16.840.1.113883.5.4” of uit de AcknowledgementDetailCodeAORTA met OID “2.16.840.1.113883.2.4.6.6.1.1000”. Zie ook Bijlage C.

Merk op dat berichten ook andere meldingen kunnen bevatten uit andere codesystemen, herkenbaar via de OID in @codeSystem.



CONF @code moet een geldige waarde bevatten uit het codesysteem dat verplicht wordt geïdentificeerd in @codeSystem

CONF @displayName is verplicht als de code niet uit de valueset ActDetectedIssueCode komt

text

ED

0…1

O




Een tekstuele omschrijving van de melding.

value

ANY

0…1

O




Bevat de specifieke aard van de melding. Het datatype is niet van tevoren bepaald waardoor deze informatie bijvoorbeeld gecodeerd kan worden (CD, CE, CV) of bijvoorbeeld als eenvoudige string (ST), eventueel met code (SC).

triggerFor




0…*

O




Bevat uit te voeren acties door het ontvangende systeem op basis van de onder DetectedIssueEvent genoemde business-rule.

CONF triggerFor is verplicht als dit door een toepassing voor een interactie is gespecificeerd.

targetOf




0…*

O




Bevat:

  • (initiërende interacties) de uitleg/reden(en) waarom de onder DetectedIssueEvent genoemde business-rule moet worden genegeerd/niet als probleem moet worden gezien door een ontvanger, of

  • (applicatieantwoorden) de mogelijke codes waarmee een initiërende applicatie de reagerende applicatie kan instrueren de op dit moment geconstateerde business-rules te negeren. De initiërende applicatie moet daartoe zijn verzoek opnieuw aanbieden met gebruikmaking van deze codes.

CONF targetOf is verplicht als dit door een toepassing voor een interactie is gespecificeerd.


1   ...   28   29   30   31   32   33   34   35   36

  • MFMI_MT700702 - Master File/Registry Act TECA-wrapper – Act Target
  • MFMI_MT700702_OPT_OV - Master File/Registry Act TECA-wrapper – Act Target met optionele overseer
  • MFMI_MT700711 - Master File/Registry Act Query Response TECA-wrapper – Role Subject
  • MFMI_MT700712 - Master File/Registry Act Query Response TECA-wrapper – Act Target
  • Message Types – CMET’s CMET MCAI_MT900001 – A_DetectedIssue universal
  • DetectedIssueEvent

  • Dovnload 5.47 Mb.