Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave 1

Dovnload 0.73 Mb.

Inhoudsopgave 1



Pagina2/7
Datum25.10.2017
Grootte0.73 Mb.

Dovnload 0.73 Mb.
1   2   3   4   5   6   7
2. De lemma's die door de OTC zijn bijgemaakt op basis van drie criteria: zie hoofdstuk 2.2 hierna.

2.2 TOEGELATEN LEMMA'S

Naast de lemma's die vetgedrukt in het EGWN 14 voorkomen en niet vallen onder de 'niet-toegelaten lemma's' (zie hoofdstuk 2.3) worden ook lemma's bijgemaakt op basis van de volgende drie criteria:

2.2.a Samenstellingen met vormvarianten

Vormvarianten zijn kleine varianten van een lemma, hierna genoemd: hoofdlemma. De vormvarianten hebben dezelfde betekenis als het hoofdlemma, maar worden anders geschreven en uitgesproken. Ze zijn te vinden in het EGWN 14 bij iedere betekenis van een hoofdlemma, onder aan de verklaring, met de vermelding 'vormvariant: …'. Bij het opzoeken van die vormvariant staat in het algemeen 'zie …', waarbij wordt verwezen naar het hoofdlemma.

eg/egge, -gewijs/-gewijze, kade/ka/kaai, worm/wurm

Bij samenstellingen wordt de vormvariant niet vermeld, maar als het hoofdlemma voorkomt in een samenstelling dan mag dit worden vervangen door zijn vormvariant, mits het woord zijn oorspronkelijke betekenis niet verliest. Deze vervanging is ook andersom toegestaan, dus een vormvariant mag worden vervangen door het hoofdlemma op voorwaarde dat het dezelfde betekenis heeft.

'leer' is een vormvariant van 'leder'; lederbok mag niet vervangen worden door leerbok (wegens betekenisverandering)

Vormvarianten kunnen niet altijd in elke mogelijke positie van de samenstelling (eerste of tweede deel) worden vervangen. In bijlage 1 is hiervan de volledige opsomming opgenomen.

2.2.b Telwoorden en hun samenstellingen

De hoofdtelwoorden en de overeenkomstige rangtelwoorden die aaneengeschreven worden, zijn toegelaten, ook wanneer ze niet in het EGWN 14 zijn vermeld:



honderdzestig, zesenveertigste

Ook zijn toegelaten: alle samengestelde woorden bestaande uit een hoofdtelwoord (behalve nul) met een achtervoegsel, waarbij het EGWN 14 uitdrukkelijk vermeldt dat het met een hoofdtelwoord kan worden verbonden. Vaak komt dan bij het achtervoegsel de volgende omschrijving voor: 'zoveel … tellend als door het telw. wordt aangegeven' of : '… zo veel … als in het tweede lid wordt aangegeven'. Om praktische redenen worden de hoofdtelwoorden in samengestelde woorden beperkt tot de getallen:


1 tot en met 20, alsmede 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100 en 1000.

achttienzijdig, driebladig, elfjarig, vijfkleurig, zesurig

Ook zijn toegelaten: alle samengestelde woorden bestaande uit een rangtelwoord met een achtervoegsel, waarbij het EGWN 14 uitdrukkelijk vermeldt dat het met een rangelwoord kan worden verbonden. Meestal komt dan bij het achtervoegsel de volgende omschrijving voor: 'in samenstellende afleiding met een rangtelwoord' of 'als tweede lid in samenst. als de volgende, met als eerste lid een rangtelwoord'.



elfdejaars (zie bij jaar1 : 4), vierde-eeuws, zesdehands

2.2.c Lemma's uit de twaalfde en dertiende uitgaven van Van Dale

Uit de twee vorige edities van Van Dale (12e en 13e) werd een aantal lemma's behouden, hoewel ze in het EGWN 14 niet zijn vermeld. Daarbij gaat het uitsluitend om persoonsnamen op -er en samenstellingen van zelfstandige naamwoorden die behoren tot het algemene taalgebruik. Bijvoorbeeld:

bowler, breiwol, eendenei, eivorm, schermer, trouwjas

2.3 NIET-TOEGELATEN LEMMA'S

2.3.a Lemma's met vormafwijkingen

2.3.a.1 Lemma's die één of meer punten bevatten:

a.e., afk., bevr., bde.-gen., c.o.d., f.o.b., fr., mevr.,
n.o.-akte


2.3.a.2 Lemma's waarin een hoofdletter voorkomt:

Ada, ARALL, Duits, Emmy, Mig, OZO, pH-meter, SIMM

Hierbij geldt dat deze lemma's volledig uitgesloten worden, ook indien zou blijken uit hun verklaring, dat ze op één of andere manier tot een aanvaardbaar woord kunnen leiden:



gijs (bij Gijs, in vaste verbindingen als: een hongerige gijs)
roelen (bij Roel: zij zijn bereisde roelen)

2.3.a.3 Lemma's met een Arabisch of Romeins cijfer of met een letter die op afwijkende hoogte staat:

1984-scenario, 3VO, 4wd, b2a, ao , fo, km2, kwik-II-chloride, mp3

Regel 2.3.a.3 is niet van toepassing op het superscripte betekenisnummer dat achteraan sommige trefwoorden staat. Dit betekenisnummer mag weggedacht worden, dus wel:



elf (in het EGWN 14 vermeld als elf1, elf2, elf3 en elf4)

Regel 2.3.a.3 is niet van toepassing op ®. Dit merknaamteken mag weggedacht worden, dus wel:



jetski, lego, scrabble, umer

2.3.a.4 Lemma's die bestaan uit één letter, alsmede lemma's waarin een letter voorkomt die onmiddellijk wordt voorafgegaan door een liggend streepje, een apostrof, of niets en onmiddellijk wordt gevolgd door een liggend streepje, een apostrof of niets:

à, bric-à-brac, coq-à-l'âne, door-x'en, e-mailen, huig-r, j'accuse, j-zak, koh-i-noor, m'n, o, O-benen, rock-'n-roll, u, u-weet-wel, z'n

Behalve bij de gevallen bedoeld onder 2.3.b.2 is deze regel niet van toepassing op woorden met de tekenreeks 's die een meervoud of een genitief aanduidt, dus wel:



ambigu's, delta's, porto's, zloty's

2.3.b Afkortingen en initiaalwoorden



2.3.b.1 Afkortingen, zoals de verkorte notaties van wetenschappelijke begrippen en eenheden, de afkortingen van weekdagen en maanden, en de afkortingen van landen voor internetadressen. Deze lemma's zijn in het EGWN14 herkenbaar omdat ze geen woordsoortinformatie bevatten (d.i. vermelding van geslacht, getal en/of woordsoort) én elke genummerde definitie, na een eventuele tekst tussen haakjes en/of grammaticale informatie, begint met cursief gedrukte tekst.

ame, ata, atm, ato, by, cuft, di, fur, gcal, ipk, kcal, okt, oz, qa, sep, syn, tan, woe

2.3.b.2 Initiaalwoorden: dit zijn lemma's die bestaan uit de beginletter van bij elkaar horende woorden, woorddelen of woordgroepen, waarvan we kunnen aannemen dat ze letter per letter worden gelezen en uitgesproken. Deze lemma's hebben in het EGWN14 geen afbrekingsinformatie. Deze info is te herkennen aan de herhaling van het lemma met toevoeging van één of meer halfhoge afbrekingspuntjes (bijv.: tref.woor.den.ca.ta.lo.gus) of aan de vermelding "(geen afbreking)" (bijv.: boek (geen afbreking)), zoals:

adi, adv, btk, cifc, flo, gvd, kno, ots, pps, www

1. Voor de toepassing van regel 2.3.b.2 gelden bovendien de volgende vier voorwaarden die altijd vervuld moeten zijn:


a. indien het lemma een meervoudsvorm of een verkleinvorm heeft, zal die steeds gevormd zijn met toevoeging van een apostrof:

bvba, cifc, cob, ecg, emp, goc, has, ic, pdf, so, sob, vog

maar wel:



bov, cai, gaaz, imp, mic, soa, vic

b. indien het lemma voorkomt in samenstellingen dan zal het lemma in alle samenstellingen met de rest van het woord verbonden zijn door een liggend streepje:



btw (btw-fraude), cao (mantel-cao), hiv (hiv-virus), leao (leao-school), pc (pocket-pc)

maar wel:



cif (cifbeding), epo (epogebruik), havo (havoklas), mulo (muloschool), nimby (nimbysyndroom), scuba (scubaduiken)

c. indien het lemma informatie geeft over beklemtoning (herkenbaar aan een onderstreepte letter in het lemma) dan zal die klemtoon steeds liggen op een medeklinker of een eindklinker:



anw

maar wel:



aio, cara, ebit, haio, oio, raio, ufo

d. uit de cursieve tekst van de verklaring, waaruit het lemma geconstrueerd is, zal van het begin van de woord(del)en maximaal één letter gebruikt worden. Er zullen ook geen letters gebruikt worden die niet in de cursieve tekst voorkomen:



btk, bu, bvba, eeg, hava, kmo, oetc

maar wel:



alu, aso, buso, dobil, hafa, lic, sicav, zamak

2. Hoewel niet direct door deze taalregel afgekeurd, worden ook volgende lemma's beschouwd als initiaalwoorden die (soms gedeeltelijk) letter voor letter worden uitgesproken, en dus afgekeurd:



ab3, abc, bao, bubao, cai, ij, jpeg, lltus, ltus, mpeg, mtus, sbao, xtc

3. Uitzonderingen: de volgende 14 lemma's worden beschouwd als letterwoorden die als één vloeiend woord worden uitgesproken. Zij worden daarom toegelaten:



agnio, ahboris, aki, avas, fifo, lifo, lio, nesp, pabo, scart, ulo, wika, wysiwyg, zoab

2.3.c Samenstellingen en afleidingen



2.3.c.1 Samenstellingen waarbij minstens één woorddeel niet is toegelaten volgens de in 2.3.a en 2.3.b vermelde regels:

abc-boek, cao-loon, hbo-diploma, hiv-test, newage-cd, pay-tv, wc-rol

2.3.c.2 Samenstellingen waarbij minstens één woorddeel geen klinker bevat:

achter-pv, bpt-uren, debuut-lp, dt-fout, dl-melkzuur

2.3.c.3 Afleidingen, verbuigingen of vervoegingen van lemma's die niet toegelaten zijn volgens de in 2.3.a en 2.3.b vermelde regels, ook al staan ze als lemma vermeld in het EGWN14:

abc'tje, ge-e-maild, g'tje, hbs'er

Deze regel is niet van toepassing op afleidingen waarvan het grondwoord uit de afleiding minstens één klinker bevat en veranderd is in een aanvaardbare schrijfwijze (zonder hoofdletters en zonder puntjes) of waarbij de afleiding gevormd wordt zonder toevoeging van een apostrof:



nagger (van 'nag'), nahosser (van HOS), oweeër (van OW), vutten (van VUT)

2.3.d Niet op zichzelf staande lemma's



2.3.d.1 Voor- en achtervoegsels die als lemma zijn opgenomen, maar op zichzelf niet bestaan. Ze zijn te herkennen aan een koppelteken:

azo-, -ist, mega-, -noom, -teit

2.3.d.2 Delen van een meervoudig lemma, voor zover ze niet op zichzelf alfabetisch worden vermeld:

droit de suite, foie gras, hoc anno, per se, hasta la vista, natte his, pol en soc, spic en span, vox populi

wel toegestaan:



fine, nutshell, picture, rato, vues e.d. (omdat ze als een op zichzelf staand lemma in het EGWN14 vermeld worden)

2.3.d.3 De vreemdtalige voorzetsels en voegwoorden die niet met Nederlandse woorden gecombineerd worden, ook al staan ze als lemma in het EGWN14:

con, coram, infra, sine, sive, seu

2.3.e Niet als lemma in het EGWN14 vermeld



2.3.e.1 Spellingvormen van het lemma, zoals die alleen in citaten voorkomen:

krinklen (bij krinkelen: "o krinklende winklende waterding" (G. Gezelle))

2.3.e.2 Woorden die niet als lemma worden vermeld in het EGWN 14, maar enkel zijn terug te vinden als synoniem bij een ander lemma:

décafé (bij decaf)

2.3.e.3 Woorden die niet als lemma worden vermeld in het EGWN 14, maar enkel zijn terug te vinden als opnoemer bij een ander lemma:

vistapas, kaastapas (bij tapa)

2.3.e.4 Woorden die niet als lemma worden vermeld in het EGWN 14, maar enkel zijn terug te vinden in de verklarende tekst van een ander lemma:

codering (bij cryptografie, secam, UAC), leu (bij ROL), naks (bij niks)

HOOFDSTUK 3 – DE FLEXIES

3.1 WAT ZIJN FLEXIES

Flexies (of: woordvormen) zijn veranderingen aan lemma's ter aanduiding van de grammaticale betrekkingen waarin ze voorkomen, te weten verbui­gingen, vervoegingen en afleidingen. De volgende woordvormen kunnen voorkomen:


Bij de zelfstandige naamwoorden (zie hoofdstuk 3.2)

meervoudsvomen: school - scholen

verkleinwoorden: water - watertje

oude buigingsvormen: huis - (de heer des) huizes
Bij de bijvoeglijke naamwoorden (zie hoofdstuk 3.3)

gelede vormen: zacht – zachte

substantiverings-n: mooi – mooien

buigings-s: wit - (iets) wits

trappen van vergelijking: lief - liever, liefst

oude buigingsvormen: goed – (te) goeder (trouw)
Bij de werkwoorden (zie hoofdstuk 3.4)

vervoegingen: roepen: roepe, roep(t), riep(t), riepen, roepend(e)(n),
geroepen(e)(n)
Bij de telwoorden (zie hoofdstuk 3.5)

hoofdtelwoorden: twintig – twintigen, twintiger(s)

rangtelwoorden: vijf – vijfde(n)
Bij de overige woordsoorten (zie hoofdstuk 3.6)

afgeleide vormen: dezes, jijzelf

3.2 ZELFSTANDIGE NAAMWOORDEN (zn)

3.2.a Het meervoud

3.2.a.1 Algemeen

a. Het meervoud is toegelaten als het onmiddellijk bij het lemma, bij een van de betekenissen bij het lemma of in een voorbeeld bij het lemma staat:



arenden (bij lemma: arend)
fora of forums (bij forum: 3, 4 en 5)
seizings (bij seizing: 'seizings van de kabelaring')

b. Bij een beperkt aantal lemma's wordt een meervoud aanvaard, hoewel dit niet uitdrukkelijk is vermeld in het EGWN 14. Deze zijn opgenomen in bijlage 2.

gitana's, sextolen, wokkels

c. Bij op een achtervoegsel eindigende zn zonder meervoudsvermelding wordt het bij de overeenkomstige betekenis van het achtervoegsel vermelde meervoud aanvaard. Soms wordt bij het lemma verwezen naar het achtervoegsel, maar vaak moet men zelf zoeken naar een passend achtervoegsel:



berinnen (volgens het meervoud van -in)
bottines (volgens het meervoud van -ine 3, niet bottinen)
vitaminen en vitamines (volgens het meervoud van -ine1)
idealisten (volgens het meervoud van -ist)
lafaards (volgens het meervoud van -aard)
viezerds (volgens het meervoud van -erd)
neurosen en neuroses (volgens het meervoud van -ose2)
telegrafen (volgens het meervoud van -graaf)
vleiers (volgens het meervoud van -er1)

Uiteraard is geen meervoud toegelaten als bij de overeenkomstige betekenis van het achtervoegsel wordt vermeld dat het meervoud niet is toegestaan, dus niet:



maltosen en maltoses (wegens 'g.mv.' bij -ose1)

d. Bij samengestelde zn zonder meervoudsvermelding is de hoofdregel dat de meervoudsvorm van het laatste woorddeel van de samenstelling wordt toegepast, mits de betekenis daarvan gelijk is aan dat woorddeel in het samengestelde zn:



galblazen (volgens het meervoud van blaas2)
manholen (volgens het mv van hol2)
boompadden (volgens het mv van pad2, niet: boompaden)
bospaden (volgens het mv van pad1, niet: bospadden)
duinpaden en duinpadden (volgens het mv van pad1 en pad2)

De uitzondering op deze regel omvat een beperkt aantal zn, waarvan het laatste woorddeel zelf in alle betekenissen een meervoud krijgt, maar waarvan het meervoud niet automatisch doorgetrokken kan worden naar de samenstellingen met de overeenkomstige betekenis. Het betreft voornamelijk zn in de betekenis van stoffen of substanties (in vaste, vloeibare of vluchtige toestand), planten en abstracte begrippen. Indien deze zn voorkomen als laatste lid van de samenstelling, krijgt de samenstelling geen meervoud, tenzij het EGWN 14 de meervoudsvorm daarvan expliciet vermeldt, hetzij bij het samengestelde woord hetzij in de tekst bij een ander lemma. Een volledige lijst van deze zn vindt u in bijlage 3.


Let op! In de bijlage zijn niet opgenomen de zn die in het EGWN 14 zowel betekenissen mét meervoud als betekenissen zónder meervoud hebben. In die gevallen moet worden bepaald bij welke betekenis het samengestelde zn aansluit. Voorbeeld:

olie (mv. oliën),
echter geen meervoud in samenstellingen als
olijfoliën, slaoliën, theeoliën (wegens bet. 1 van olie),
wél meervoud in samenstellingen als
aardoliën, smeeroliën (wegens bet. 3 van olie)

3.2.a.2 Opmerkingen

a. De bij het lemma vermelde meervoudsinformatie primeert altijd op de vorm die wordt vermeld bij het eventuele achtervoegsel, of bij het laatste deel van de samenstelling:



accolades (en niet accoladen),
melkmannen (en niet melklieden, melklui)

niet:


boevenpaden (g.mv., ondanks: pad-paden)

b. Bij woorden die eindigen op het achtervoegsel -atie, -eur, -ier of


-sel is de meervoudsvorm die eindigt op respectievelijk -atiën, -euren,
-ieren of -selen alleen toegelaten als hij direct na het lemma of in een voorbeeld bij het lemma wordt vermeld:

beginselen, directeuren, fondatiën, kanselieren

maar niet:



acteuren, donatiën, juwelieren, legselen

c. Indien een zn meerdere meervoudsvormen heeft waarvan er één omschreven wordt als 'gewesttaal' of 'verouderd' ('archaïsch'), mag dat meervoud niet worden toegepast op de samenstellingen:



duiveneiers, hertenkalvers, oliemans, tijgerpelsen

d. Bij een achtervoegsel vermeldt het EGWN 14 soms: 'alleen bij telbare zn'. Dit is onder meer het geval bij de achtervoegsels: -age, -heid,


-ine 1
, -ij, -ing1, -schap, -te, -teit. Daarnaast geldt de aanduiding 'alleen bij telbare zn' ook bij de achtervoegsels: -ing2 en -sel. In al deze gevallen betekent telbaar: 'een niet-unieke zelfstandigheid noemend en daardoor een meervoudsvorm hebbend'. Alles waar er 'meer dan één' van kan bestaan, heeft dus een meervoud.
e. Soms wordt bij een lemma vermeld: 'onv.' (= onveranderd meervoud), wat betekent dat het woord wel een meervoud heeft, maar in dezelfde vorm als het enkelvoud:

chinois, foon, hertz, jeans, loden1 : II

f. Als een zn alleen in het meervoud wordt vermeld, is het niet toegelaten daaruit een enkelvoud af te leiden:



noedels (niet: noedel), visresten (niet: visrest), zeebenen (niet: zeebeen)

g. Bij samenstellingen waarbij het laatste lid slechts een deel aanduidt van wat met dat laatste lid in de samenstelling wordt bedoeld, nemen we aan dat de betekenis van het laatste lid gelijk blijft:



dikbuiken, driemasten, eenlopen, langpoten, rechthoeken, warhoofden, zevenogen

h. De vrouwelijke persoonsnamen die bestaan uit de overeenkomstige mannelijke persoonsnaam gevolgd door een 'e' mogen in het meervoud met 's' verlengd worden, ook als het EGWN 14 dit meervoud niet vermeldt:


1   2   3   4   5   6   7


Dovnload 0.73 Mb.