Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave 1

Dovnload 0.73 Mb.

Inhoudsopgave 1



Pagina4/7
Datum25.10.2017
Grootte0.73 Mb.

Dovnload 0.73 Mb.
1   2   3   4   5   6   7

3.3.d.2 Voor alle bn (voor zover ze niet vallen onder 3.3.d.3) geldt dat, wanneer de trappen niet worden vermeld bij het lemma, zij toch worden toegelaten in de volgende drie gevallen.

a. Het bn eindigt op het achtervoegsel -aal, -air, -eel, -esk, -fiel,


-gaam, -ieus, -isch, -(e)loos, -maan, -s en in de verklaring staat een synoniem dat trappen heeft of het bn wordt zelf als synoniem vermeld bij een ander lemma dat trappen heeft:

furieuzer (vanwege syn. woedend),
lyrischer (vanwege syn. enthousiast),
zonaler (vanwege syn. lokaal dat zelf trappen heeft omwille van syn. plaatselijk)

b. Het bn eindigt op een achtervoegsel dat apart als lemma in het EGWN 14 vermeld staat (te herkennen aan het voorafgaande liggend streepje) en trappen heeft en dat verschilt van de achtervoegsels opgesomd in punt a hiervóór:



angstiger, doenbaarst, eerlijker, raadzamer

Opmerkingen

1. Voor de in punt a en b genoemde bn geldt dat daarbij steeds het langst mogelijke achtervoegsel in overweging moet worden genomen:

biografischt (vanwege –grafisch, niet -isch), bladpotiger (vanwege –potig, niet -ig)

2. Voor de in punt a en b genoemde bn geldt dat bn die een algemene tijdsaanduiding of een tijdsduur aangeven, nooit trappen kunnen krijgen, ongeacht hun achtervoegsel:



daagser, dalijker, huidiger, overiger, vorigste

In het geval dat een bn zonder trappen zeer sterke vormelijke en inhoudelijke gelijkenis vertoont met een bn waarbij de trappen in het EGWN 14 wél zijn vermeld, zijn toch trappen toegelaten:



abundanter (vanwege: abondant), jovenst (vanwege: jofel)

3.3.d.3 Voor samenstellingen waarbij het tweede lid een op zichzelf bestaand bn is dat trappen heeft ofwel een van een zn afgeleid suffix is dat trappen heeft, gelden bijzondere regels die uitvoerig worden beschreven in bijlage 5. Kort samengevat:
a. Indien het eerste lid een telwoord is, een versterkende waarde of een gradatie voor het tweede lid is, indien het eerste lid dient als vergelijking van het tweede lid, of indien het eerste en het tweede lid op zichzelf bestaande bn zijn, krijgt het bn geen trappen:

driedikker, felroodst, minbekender, lelieblanker, blauwwitter

b. Indien het eerste lid bestaat uit een ontkennend voorvoegsel, of indien het eerste lid de hoedanigheid of de activiteit is waarop het tweede lid slaat, en verder nog in een aantal speciale gevallen, zijn de trappen wél toegelaten:



asociaalst, gasarmer, koelbloediger, weledeler

3.3.e Oude buigingsvormen

Oude buigingsvormen zijn toegelaten in geijkte uitdrukkingen als ze als afzonderlijk lemma of bij het onverbogen lemma terug te vinden zijn in het EGWN 14:

te eniger tijd, te gepasten tijde, ten huidigen dage

3.4 WERKWOORDEN (ww)

3.4.a Vervoegde vormen



3.4.a.1 De hoofdtijden

a. De vervoegingen gebeuren op basis van de hoofdtijden zoals die vrijwel steeds direct na het lemma worden vermeld. Indien deze informatie ontbreekt, terwijl het ww wel vervoegd kan worden, zijn de tijden soms vermeld in het uitklapvenster 'woordvormen'. Alleen in dat geval volgen we deze informatie. Ontbreken ook de 'woordvormen' dan duidt dat erop dat het ww alleen in de onbepaalde wijs wordt aanvaard en niet vervoegd mag worden (zie 3.4.b.2):



bazenbaasdegebaasd (onder 'woordvormen'),
corveeëncorveedegecorveed (onder 'woordvormen')

maar niet:



dauwtrapte gedauwtrapt (geen tijden vermeld, ook geen 'woordvormen')

b. Voor een aantal afgeleide en samengestelde ww die zowel zwak als sterk kunnen worden vervoegd, zijn ook andere dan de in het EGWN 14 vermelde vervoegingen toegelaten. In bijlage 6 zijn al deze ww met hun toegestane nevenvormen opgenomen:



aanklaagde – ook aankloeg, bekeef – ook bekijfde,
verzegde – ook verzei

maar niet:



meegebid (naast meegebeden), niet uitloech (naast uitlachte)

c. Indien de hoofdtijden niet of onvolledig voorkomen, mag het ww gewoon vervoegd worden, tenzij anders vermeld:



aanbassen, ook: aanbast, aangebast
netbellen
, ook: netbelde, genetbeld
(naar analogie met netsurfen)
omzitten, niet: omgezeten
(samengestelde tijden zijn niet in gebruik)
pannen, niet: pant, pannende
(alleen onbepaalde wijs, zie 3.4.b.2)
plegen2, wel: placht, maar geen voltooid deelwoord

d. Indien het EGWN 14 bij de hoofdtijden voor een bepaalde vorm verschillende mogelijkheden vermeldt, worden ze uiteraard allemaal toegelaten:



bidden: gebeden en gebid
browsen: browsede en browsete,
gebrowsed en gebrowset
melken: molk en melkte, maar alleen gemolken

3.4.a.2. De aanvoegende wijs

De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs (de conjunctief) wordt toegelaten, behalve van 'kunnen', 'willen' en de samenstellingen van deze ww. Het enkelvoud komt overeen met de infinitief zonder eind-n. Bij ww die eindigen op '-aan' valt uiteraard ook een a weg. 'Zijn' en samenstellingen daarmee hebben zowel 'weze' als 'zij' als aanvoegende wijs. Er mag geen -t aan het enkelvoud worden toegevoegd. Het ongebruikelijke meervoud komt overeen met de infinitief:



bijeenweze, kome, overkome, samenlope, taxië, welga

niet:


aankunne, meewille

De verleden tijd van de aanvoegende wijs wordt niet toegelaten, dus niet:



dat hij kwame, dat hij liepe

3.4.a.3 De gij-vorm

In verheven of gewestelijke taal komt in plaats van de algemeen gebruikte jij- en jullie-vorm ook nog de gij-vorm voor. In de tegenwoordige tijd zijn steeds beide vormen toegelaten:

je mag, gij moogt; jullie zijn of jullie bent, gij zijt

Van een onvoltooid verleden tijd die gevormd wordt met -de of -te is de gij-vorm in hedendaags Nederlands dezelfde als de jij-vorm. De vorm op


-t wordt niet aanvaard:

gij hoorde, gij maakte

niet:

gij hoordet, gij maaktet

De gij-vorm van een onvoltooid verleden tijd die niet gevormd wordt met


-de of -te bestaat uit de eerste persoon enkelvoud gevolgd door een t, behalve als die vorm al op een t eindigt:

gij liept, gij sprongt, gij vielt, gij zocht

Zie bijlage 7 voor een uitvoerige behandeling van de vorming van de gij-vorm.
3.4.a.4 Wegvallende eind-d

In de eerste persoon enkelvoud van de onvoltooid tegenwoordige tijd en in de gebiedende wijs enkelvoud, valt de eind-d van de stam soms weg. Zowel de vorm met als zonder -d zijn dan toegelaten. Dat geldt alleen voor de volgende ww en hun afleidingen of samenstellingen:

glijden glij(d); afglij(d), uitglij(d) enz.

houden hou(d); afhou(d), behou(d) enz.

rijden rij(d); berij(d), oprij(d) enz.

snijden snij(d); insnij(d), uitsnij(d) enz.

uitscheiden uitschei(d), schei(d) uit

3.4.a.5 Scheidbare werkwoorden

Delen van scheidbare ww die in een hoofdzin los van elkaar voorkomen, worden in een bijzin aan elkaar geschreven:

ik speelde mee, maar: zij vroeg of ik meespeelde

Losse delen van scheidbare ww zijn toegelaten, ook als ze niet op zichzelf bestaan:

hij ape haar na, zij juinde op, ik werd gewaar, wij taaiden af, hij stelde teleur

Van deze ww zijn alle vervoegingen in de onvoltooid tegenwoordige en de onvoltooid verleden tijd in de aantonende wijs toegelaten zowel in hun 'gescheiden', als in hun 'ongescheiden' vorm. De deelwoorden van de losse delen van de scheidbare ww zijn niet toegelaten:

afslanken, wel: slankte af, niet: slankend of geslankt
uitzavelen, wel: zavelden uit, niet: zavelend of gezaveld

Bijlage 8 geeft de volledige opsomming van de 112 ww, waarvan het werkwoordelijk deel als infinitief niet in het EGWN 14 voorkomt. In enkele gevallen laat de verbinding in een scheidbaar ww andere werkwoordsvor­men toe dan bij enkelvoudige ww.

3.4.b Vormbeperkingen



3.4.b.1 Alleen derde persoon

De ww die volgens hun betekenis en voorbeelden een handeling uitdrukken die niet door personen kan worden gedaan, kunnen niet in de eerste of tweede persoonsvorm worden vervoegd, en evenmin in de gebiedende wijs. Soms worden zulke ww gekwalificeerd als 'onpers. ww.', soms zijn ze vergezeld van een vermelding zoals 'van een motor' of 'van de wind' of 'van een vliegtuig', dus niet:



betaam, bezink, bezonkt, caleer, capoteer, gebeur,
na-eb, oon

Ook in eerste en tweede persoon:

De ww die, eventueel met een vermelding als 'van een gans' of 'van een hengst naar de merrie', het maken van dierengeluiden aanduiden en ww met betrekking tot dieren waaraan een menselijke betekenis wordt toegekend, worden ook aanvaard in de eerste en tweede persoon:

ik blaf als een hond, ik gak als een gans, broed jij iets uit, ik wrens als een paard



3.4.b.2 Alleen infinitiefvorm

a. De ww waarbij in alle betekenissen de aanduiding 'alleen onbep. wijs' geldt of waarbij uit de verklaring blijkt dat de (al dan niet) vermelde hoofdtijden niet voorkomen, zijn alleen toegelaten in de infinitief, dus niet:



abseilde (van abseilen), besjrieënd (van besjrieën), eierat (van eiereten), ontgold (van ontgelden), tuile (van tuilen)

b. Enkele ww komen alleen voor met het hulpwerkwoord 'komen', maar dit is alleen in de infinitief en in het onveranderlijke voltooid deelwoord toegestaan:

hij is komen aanrennen, hij komt aangerend (zie bij aan1 : 5)

maar niet:



aanren, aanrende, aangerende

3.4.b.3 Alleen presens of onvoltooid tegenwoordige tijd

Als alleen het presens is toegelaten, geldt dit voor de aantonende wijs (ik vut), voor de aanvoegende wijs (dat hij vutte) en voor het onvoltooid deelwoord (vuttend, vuttende, vuttenden).


3.4.b.4 Alleen voltooid deelwoord

Indien enkel het voltooid deelwoord als lemma (bn) voorkomt, mag daaruit niet het overeenstemmende ww met zijn vervoegingen worden geconstru­eerd:



geporteerd (bn), niet: porteren,
uitgeleerd (bn), niet: uitleren

3.4.b.5 Alleen enkelvoud

Enkele ww, vooral de onpersoonlijke, worden niet toegelaten in de meervoudsvorm, niet:



betaamden, ijzelden, motregenden

3.4.b.6 Alleen meervoud

Als enkel meervoudige hoofdtijden worden vermeld, zijn de enkelvoudige vormen niet toegelaten: rondpast (gij of u in het meervoud) en rondpasten (wij, zij); maar niet: (als ik) rondpas


Deze zogenaamde collectieve werkwoorden hebben in principe geen enkelvoud. Er zijn echter heel wat verzamelnamen die in betekenis meervoudig zijn, maar in getal enkelvoudig. Daarom kan een collectief ww ook in de derde persoon enkelvoud worden vervoegd:

een horde wolven omzwermde het bos

maar niet:

(ik) omzwerm

wel:


de plaats waar alles opeenligt

maar niet:

(als ik) opeenlig

3.4.c De deelwoorden



3.4.c.1 Het onvoltooid deelwoord

a. Van ww kan een onvoltooid deelwoord worden geconstrueerd door aan de infinitief een 'd' toe te voegen. Dit geldt ook voor eenlettergrepige ww en hun samenstellingen:



doend, gaand, inlopend, komend, nadoend, ziend, zijnd

b. Onpersoonlijke ww waarbij de hoofdtijden meestal beginnen met 'het', missen het onvoltooid deelwoord, dus niet:



betamend, ijzelend, motregenend, winterend

c. De gelede vorm op -e is toegelaten. Bovendien kan die nog worden verlengd met een -n als personen de handeling kunnen uitvoeren (zie ook 3.3.b. - bn):



koerende(n), onende, rottende(n), spelende(n)

maar niet:



onenden

d. Onvoltooide deelwoorden die alleen gebruikt worden in verbinding met een infinitief, komen enkel voor in de gelede vorm:



zullende vallen
e. De genitief-s is enkel toegelaten indien het onvoltooid deelwoord in het EGWN 14 uitdrukkelijk als bijvoeglijk naamwoord wordt vermeld. Het deelwoord volgt dan de gewone regels van de genitief -s (zie ook 3.3.c. - bn):

iets ruikends, niets spannends, maar niet: iets lekkends



3.4.c.2 Het voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord staat meestal vermeld bij de hoofdtijden. Soms bestaat het niet (zoals bij plegen2) en is het ook niet toegelaten.


a. Als een ww overgankelijk is of met het hulpwerkwoord 'zijn' wordt vervoegd, kan het voltooid deelwoord optreden als een bn en zich als dusdanig gedragen wat de uitgangen -e en -en betreft:

gedroste(n), gekegde, geklopte(n), gekomene(n), meegereisde(n), verstotene(n)

maar niet:



gekegden (personen kunnen de handeling niet ondergaan)

In de volgende gevallen kan het voltooid deelwoord niet bijvoeglijk worden gebruikt en kan het niet worden verbogen:

1. Het voltooid deelwoord van onovergankelijke ww die uitsluitend met 'hebben' worden vervoegd:

gegierde, geslapene, gewalgde

2. Het voltooid deelwoord van overgankelijke ww die als lijdend voorwerp slechts 'wat' of 'heel wat' hebben, inclusief de ww die vermeld staan bij af2 : 7:



(heel wat) afgegilde, (nogal wat) afgezanikte

3. Het voltooid deelwoord van onpersoonlijke ww die met 'het' worden vervoegd:



geijzelde, gemotregende, gewinterde

4. Het voltooid deelwoord van wederkerende ww:



zich geoute, zich geschaamde, zich gesettelde

5. Het voltooid deelwoord van 'hebben' en 'zijn' en hun samenstellingen, en van 'zullen':



gehadde, geweeste, beetgehadde, liefgehadde, gezulde

b. Wat de uitgang -s betreft, geldt bij de voltooide deelwoorden dezelfde regel als bij de onvoltooide deelwoorden: de vorm op -s is alleen toegelaten indien het voltooid deelwoord uitdrukkelijk als bn in het EGWN 14 staat vermeld:



gebogens, gepekelds, gestikts

maar niet:



afgestofts, gebleekts, opgerolds

ook niet:



gegetens, gegroets (zie verwijzing naar: ge-1)

3.4.d Infinitiefconstructies

Het is niet toegestaan ww te verbuigen in de infinitiefvorm. Constructies als 'moeilijk na te gane beweringen' of 'iets niet te missens' zijn wel denkbaar, maar worden niet toegelaten.
De uitgang -s aan de infinitief is toegelaten indien de vorm in het EGWN 14 is terug te vinden bij het ww, of als afzonderlijk lemma is opgenomen:

barstens, menens, spelens, willens en wetens

maar niet:



bloedens (alleen bij gesel)

3.4.e Oude werkwoordelijke vormen

Werkwoordelijke vormen die niet meer bestaan of alleen in een uitdrukking voorkomen, zijn niet toegelaten, dus niet

daghet (bij dagen), gepezen (bij pissen), zeit (bij zeggen)

3.5 TELWOORDEN

3.5.a Hoofdtelwoorden

Alle hoofdtelwoorden tot en met honderd mogen worden verlengd met


-en. Van 20 tot en met 99 wordt bovendien een verlenging toegelaten met -er en met -ers.

achttienen, negenen, tweeëntwintiger, vijfenzestigers

3.5.b Rangtelwoorden

Alle in 2.2.b toegelaten rangtelwoorden mogen als breukgetal worden verlengd met -n of, tot en met de achtste (klas), ook met een -s:

twaalfden, vijfdes, zesendertigsten

maar niet:



elfdes, vijftiendes

3.6 OVERIGE WOORDSOORTEN

De overige woordsoorten worden niet afzonderlijk besproken.

Hieronder vallen:



  • lidwoorden

  • voornaamwoorden

  • voegwoorden

  • voorzetsels

  • tussenwerpsels

  • bijwoorden

Enkele opmerkingen hierover:

1. Als algemene regel geldt hierbij dat deze woorden terug te vinden moeten zijn in het EGWN 14. Zij worden enkel toegelaten in de vormen die uitdrukkelijk vermeld staan, ofwel als afzonderlijk lemma, ofwel als verbogen vorm in de verklaring bij het lemma:

bijeen, des4, elks, maar4+5, over1+2, poeh (lemma's)

en ook:


dezes (bij: deze), iedere (bij: ieder)

maar niet:



anderer (alleen bij: een), elkse (niet vermeld bij: elks)

2. Ook de meest gebruikelijke bijvormen van voornaamwoorden zijn opgenomen in de Scrabblewoordenlijst.



onzes, zijner

3. Ook de volgende samenstellingen van een persoonlijk voornaamwoord en 'zelf' worden goedgekeurd:



gijzelf, haarzelf, hemzelf, henzelf, hijzelf, hunzelf, ikzelf, jezelf, jijzelf, jouzelf, julliezelf, mezelf, mijzelf, onszelf, uzelf, wijzelf, zichzelf, zijzelf

4. Tussenwerpsels die alleen medeklinkers bevatten, zijn ook toegestaan:



br3, brr, hm2, ks, kst, mmm, pf2, pst, rrrt, sst1, zzz2

BIJLAGE 1

DE TOEGELATEN VORMVARIANTEN

Vormvarianten met criteria 'formeel', 'archaïsch', 'verouderd', 'Bargoens', 'volkstaal', 'spreektaal' en 'literaire taal' worden niet aanvaard ter vervanging van hun basiswoord in een samenstelling.


De volgende vormvarianten worden toegelaten:


Basiswoord

Vormvariant

1e lid

2e lid

Voorbeeld(en)

AAD

ADE

-

ok

melkade

CEEL

CEDEL

ok

ok

cedelwicht,
doopcedel

DROP

DRUP

ok

ok

dropkant,
neusdrup


EB

EBBE

-

ok

halfebbe

EG

EGGE

-

ok

egelegge

EINDE

EIND (niet END)*

-

ok

oosteind

FRIT

FRITTE

-

ok

glasfritte

GARD

GARDE2 : 1

-

ok

visgarde

GETIJDE

GETIJ

-

ok

ebgetijde

-GEWIJS (bw)

-GEWIJZE (bw)

-

ok

kruisgewijze

GIF1

GIFT2

ok

ok

giftbel,
maaggift

GIJN

JIJN

ok

ok

jijnblok,
halfjijn

GILDE

GILD

ok

ok

gildeos,
slagersgild

GRIND2

GRINT

ok

ok

grintpad,
tuingrint


GRINDEN

GRINTEN

-

ok

ontgrinten

GROEF

GROEVE2

-

ok

balgroeve

GUM

GOM1-4

-

ok

inktgom

GUMMEN

GOMMENI : 3

-

ok

uitgummen

HEDE1

HEE

ok

ok

vlashee,
heekam


HEEM2

HEIM1

ok

-

heimdeur

HEFT2

HECHT2 : 1

-

ok

vijlheft,
dolkhecht

HEIDE

HEI2

ok

ok

heibloem,
netelhei


HOP2

HOPPE

ok

-

hoppezak

JODIUM

JOOD2

ok

-

jooddamp

Basiswoord

Vormvariant

Eerste lid

Laatste lid

Voorbeeld(en)

KAARDE

KAARD

-

ok

wolkaard

KADE

KA2, KAAI1

-

ok

loska,
loskaai


KEUS1

KEUZE

-

ok

stofkeus

KNOERT-

KNOER- *

ok

-

knoerhard

KNOTS-

KNATS- *

ok

-

knatsgek

KOR1

KORRE1

-

ok

rogkorre

KOU

KOUDE

-

ok

poolkou

KRIBBE

KRIB

-

ok

kerstkrib,
dwarskribbe


KUB

KUBBE

-

ok

aalkubbe

LADE

LA4

-

ok

schuifla

LARVE

LARF

-

ok

bijenlarf

LEER1

LEDER

ok

ok

ledergoed,
vetleder

LYMFE

LYMF

ok

ok

lymfecel,
endolymf


MARE1

MAAR1

-

ok

loopmaar

MELDE

MILDE

-

ok

zeemilde

MIAUWEN

MAUWEN

-

ok

namiauwen

MIRTE

MIRT

-

ok

looimirt

NIEZEN

NIESEN

-

ok

doodniesen

PEK

PIK1

ok

ok

houtpik,
pikton

PEKKEN

PIKKEN1

-

ok

toepikken

PITS2

PIT6

ok

-

pitpoes

POEDER

POEIERI

ok

ok

poeierdoos,
niespoeier

POEDEREN

POEIEREN

-

ok

inpoederen

PREKEN

PREDIKEN

-

ok

inprediken

RIB1, 4 t/m 13

RIBBE

-

ok

nokribbe

RISTEN

RISSEN

-

ok

afrissen

ROEDE

ROE

-

ok

geselroe

SALADE

SLA

-

ok

vissla

SAUZEN

SAUSEN

-

ok

besausen

SLURPEN1

SLORPEN

-

ok

afslorpen

SNEE

SNEDE

-

ok

buiksnee

SPADE2

SPA2

-

ok

hooispa

SPONZEN

SPONSEN

-

ok

afsponsen

SPORE

SPOOR1 : 7

-

ok

diaspoor

TERNEER-

TERNEDER-

ok

-

ternedersla

TIEND

TIENDE2 : II

-

ok

zaktiend

TREDE

TREE

-

ok

voettree

URN

URNE

-

ok

lijkurne

Basiswoord

Vormvariant

Eerste lid

Laatste lid

Voorbeeld(en)

VADER2

VAAR5

ok

-

vaarbeer

VADEM

VAAM

ok

ok

vaamhout,
oorvadem

VADEMEN

VAMEN

-

ok

afvamen

VOEREN1 : 1+5

VOEDEREN

-

ok

navoeren

VOOR1

VORE

-

ok

zaadvore

WAKE

WAAK

-

ok

lijkwaak

WEIDE1

WEI1

ok

ok

weikoe,
ligwei

-WIJS (bw)

-WIJZE (bw)

-

ok

kruiswijze

WOND1

WONDE *

-

ok

snijwonde

WORM

WURM1

-

ok

boekwurm

ZATE

ZAAT

-

ok

stamzaat

ZIJDE1, 6+7

ZIJ3

-

ok

linkerzij



* dit betreft specifieke beslissingen van de OTC

BIJLAGE 2

ZN MET MEERVOUD
(hoewel niet vermeld in het EGWN14)

In het EGWN14 staat achter de meeste enkelvoudige zn de meervoudsvorm vermeld. In de gevallen dat dit meervoud niet is vermeld, maar het zn wél een meervoud kan krijgen op basis van zijn betekenis, heeft de OTC besloten het meervoud toe te staan.


Het betreft de volgende limitatieve opsomming:


ABRAHAM

ABRAHAMS

ADDUCT

ADDUCTEN

AIRBRUSH

AIRBRUSHES

ANHINGA

ANHINGAS

APIS

APISSEN

BANJAAR

BANJAREN

BANJER

BANJERS

BEVAK

BEVAKS

BINK

BINKEN

BOELIJN

BOELIJNEN

BOGERD

BOGERDS

BOMMA

BOMMAS

BOMPA

BOMPAS

CHEDDAR

CHEDDARS

COBIA

COBIAS

COMMIS

COMMIS
(onv. mv.)

DOGCART

DOGCARTS

DOODAAS

DOODAZEN

DRES

DRESSEN

DRONE

DRONES

DUPLEX

DUPLEXEN

ECOUTE

ECOUTES

EXODUS

EXODUSSEN

GELEG

GELEGGEN

GITANA

GITANAS

HEXOSE

HEXOSEN,
HEXOSES

HOLEBI

HOLEBIS

HUNTER

HUNTERS

INLAAT

INLATEN

INSERT

INSERTS

INTIMA

INTIMAS

ISOBAAT

ISOBATEN

ISOBASE

ISOBASEN

ISOFOOT

ISOFOTEN

JABIROE

JABIROES

JETFOIL

JETFOILS

KARATER

KARATERS

KARPET

KARPETTEN

KLATS

KLATSEN

LOAFER

LOAFERS

LUPA

LUPAS

MAC

MACS

MAKA

MAKAS

MARIAGE

MARIAGES

MINCHA

MINCHOT

MISWAS

MISWASSEN

MORIAAN

MORIANEN

NAAIES

NAAIESEN

NESTOR

NESTORS

OMZET

OMZETTEN

PADDY

PADDYS

PASSAN

PASSANS

PATEEN

PATENEN

PENTOSE

PENTOSEN,
PENTOSES

PIGMENT

PIGMENTEN

PREVIEW

PREVIEWS

PUPITER

PUPITERS

SEXTOOL

SEXTOLEN

SICAV

SICAVS

SJEKKIE

SJEKKIES

SLARAAK

SLARAKEN

SLINGE

SLINGEN

SLOBBE

SLOBBEN

SMERIS

SMERISSEN

SOOS1

SOZEN

SPIM

SPIMS

STOA1

STOAS

SULK

SULKS

SUBREGNUM

SUBREGNA

SUPER

SUPERS

TIJLOOS

TIJLOZEN

TODDIK

TODDIKEN

TOORTEL

TOORTELS

TRACT

TRACTEN

TRITON2

TRITONEN

TUIER

TUIERS

VIPROOM

VIPROOMS

VOLTAGE

VOLTAGES

WANAKOE

WANAKOES

WIERDE

WIERDEN

WIJTE

WIJTEN

WIKKE

WIKKEN

WOKKEL

WOKKELS

XEROX

XEROXEN


BIJLAGE 3

SAMENGESTELDE ZN ZONDER MEERVOUD



De uitzondering op de hoofdregel voor de meervoudsvorming van zn om­vat een beperkt aantal zn, waarvan het laatste woorddeel zelf in alle betekenissen wél een meervoud krijgt, maar waarvan het meervoud niet automatisch doorgetrokken kan worden naar de samenstellingen met dit woord als laatste woorddeel en met een overeenkomstige betekenis. Het betreft voornamelijk zn in de betekenis van stoffen of substanties (in vaste, vloeibare of vluchtige toestand), planten en abstracte begrippen.
Indien deze zn voorkomen als laatste lid van de samenstelling, krijgt de samenstelling geen meervoud, tenzij het EGWN14 de meervoudsvorm daar­van expliciet vermeldt, hetzij bij het samengestelde woord hetzij in de tekst bij een ander lemma.
Hieronder staat de limitatieve opsomming van deze zn:



AZIJN




BALSEM




BASIS

bet. 10

BEITS




BIES1

bet. 1+3

BOEL1




BOORD1

bet. II, 6+7

BRAND

bet. 5 t/m 11

DAMP1

bet. 4

DEEG




FLUWEEL




FRUIT1




GALON




GEDRAG




GEN




GETIJ




GOM1

bet. 1+2+3

GRAAN




GROND

bet. 6+8

HARS1




HART

bet. 2 t/m 11

HUID

bet. 1+2

KERS1




KIT2




KLAVER

bet. 1+2

KOERS1

bet. 4

KORAAL2

bet. I

KOST

bet. 2+3+4

KUIT2




LAKEN1

bet. 1

LAVA2




LEVEN2




LICHT1

bet. 1+8 t/m 16

LIJM




LIS2

bet. 1

LOOG1




LOT2

bet. 3+4+6

LUST




MELDE




MIRTE




MIST1




MODE




PACHT




PEIL

bet. 3 t/m 8

PERS1

bet. 4+5+6

PIJN2




REGIE




RIET1

bet. 1+6+7+8

RIJS1

bet. 2

ROOS

bet. 14+15+16

RUS2




SCHADE1




SLIB1




SOEP




SPONS1

bet. 1

STAND1

bet. 7 t/m 17

STROOP2




TIJ




TIJD

bet. 1 t/m 10

VAK

bet. 12

VEEN

bet. 1

VELD

bet. 9+10

VLAK2

bet. 5

VLEES




VLOED




VREES




WAAN1




WAS2




WIER




WIKKE




WINDE

bet. 2

WORTEL

bet. 3

ZALF




ZEGGE1




ZIJDE1

bet. 7


BIJLAGE 4

HET VERKLEINWOORD

A. Niet toegelaten

De verkleinwoorden van de volgende uit een vreemde taal stammende woorden, ook al hebben ze een meervoudsvorm:



actio, amour, annus, caput, causa, civitas, crimen,
damnum, dominium, dominus, échange, editio, factum, jus1, lex, maître, missa, mixtum, onus, pactum,
1   2   3   4   5   6   7


Dovnload 0.73 Mb.