Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave 1

Dovnload 0.73 Mb.

Inhoudsopgave 1



Pagina6/7
Datum25.10.2017
Grootte0.73 Mb.

Dovnload 0.73 Mb.
1   2   3   4   5   6   7

afkwaamt, aftradt, innaamt, opat, uitbraakt, uitvrat,
vergaaft
BIJLAGE 8

DE SCHEIDBARE WW IN SAMENSTELLINGEN



Dit zijn de 112 scheidbare ww in het EGWN14 waarvan het werkwoordelijk deel op zichzelf niet bestaat, of waarvan de verbinding met een voorvoeg­sel bijkomende werkwoordsvormen toelaat (zie *1 tot en met *13). Er zijn soms meerdere voorvoegsels mogelijk dan de genoemde voorbeelden.





APEN

na-




BAFFEN

aan-




BALJOENEN

af-




BASTEN

af-




BEELDEN

in-

*1

BERSEN

aan-




BLADEN

af-




BLOTTEN

af-




BOEDELEN

uit-




BOEZEMEN

in-




BORDEN

op-




BREIDEN

uit-




BRIEVEN

over-




BUITEN

uit-




BURGEREN

in-




DIGGELEN

op-




DOFFELEN

op-

*2

DOOIEN

op-




DUFFELEN

in-

*3

DUIKEN

koppeltje-




EIGENEN

toe-




FLAUWEN

af-




GAZEN

af-




GEESTEN

af-




GIJNEN

op-




GLIPPEREN

af-




GOEDEN

af-




GREPPEN

op-




HALLEN

uit-




HUIDEN

op-




HUWELIJKEN

uit-




JUINEN

op-




KADEN

af-




KAPSELEN

in-




KAVEREN

af-

*4

KLINKEN2

uit-




KLUWEN

op-




KOHIEREN

in-




KONDIGEN

aan-




KRAGEN

uit-




KRAGGEN

af-




KROOIEN

af-




KWARTIEREN

in-




KWATSEN

aan-




LAPPEREN

om-




LEDEN

af-




LEESTEN

uit-




LEUKEN

op-




LEUKEREN

op-




LIJVEN

in-




LUXEN

op-




MOEDIGEN

aan-




MONTEREN

op-

*5

MUREN

af-




NAVELEN

af-




PEPPEN

op-




PIETEREN

uit-




PINGEN

aan-




PLAMEN

af-




POLEN

om-




PONDEN

af-




RIJKEN

aan-

*6

RIJVEN

binnen-




ROTSTRALEN

op-




ROZEN

uit-

*7

SCHEIDEN2

uit-

*8

SCHENKEN2

af-




SCHERREN

op-

*9

SCHIJTEN2

uit-




SCHIJVEN

af-




SLANKEN

af-




SLIJKEN

aan-




SOLFEREN

op-




SOURCEN

in-




SPAAIEN

af-




SPAKEN

uit-




SPANEN

af-




SPIJLEN

aan-




SPONDEN

in-




SPONNEN

toe-




STAARTEN

aan-




STUKKEN

uit-




TAAIEN

af-




TEILEN

af-




TICHTEN

aan-




TIEFEN

op-

*10

TIJGEN2

aan-




TODDEREN

aan-




TODDIKEN

op-




TOEKEN

af-




TRECHTEREN

in-




TROEFELEN

af-




TROEPEN

samen-




TROFFELEN

af-




TULKEN

op-




VAARDIGEN

af-




VEMEN

af-




VLIEZEN

af-




VLOTEN

af-

*11

VRIEZEN

in-




VROLIJKEN

op-




WETEREN

af-




WIGGEN

op-




WIJEREN

aan-




WIMPELEN

af-

*12

WINTEREN

door-




ZAVELEN

uit-




ZODEN

af-




ZOEDELEN

uit-

*13

ZOMEREN

op-




ZONDEREN

af-




ZUINIGEN

uit-



*1

bersen (alleen onbep. wijs)

berste aan

*2

dooien

dooiden op (3e persoon mv)

*3

duiken - dook

duikte koppeltje

*4

klinken - klonk

klinkte uit

*5

monteren - monteerde

monterde op

*6

rijven – reef

rijfde binnen

*7

scheiden - scheidde

schee(dt) uit

*8

schenken - schonk

schenkte af

*9

schijten - scheet

schijtte uit

*10

tijgen - toog

teeg of tijgde aan

*11

vriezen - vroor (alleen 3e persoon)

vroort, vroos(t) in (1e en 2e persoon)

*12

winteren

winterden door (3e persoon mv)

*13

zomeren

zomerden op (3e persoon mv)
1   2   3   4   5   6   7


Dovnload 0.73 Mb.