Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Inleiding 4 De gereviseerde taxonomie van Bloom 7

Dovnload 385.81 Kb.

Inhoudsopgave Inleiding 4 De gereviseerde taxonomie van Bloom 7



Pagina6/9
Datum13.03.2017
Grootte385.81 Kb.

Dovnload 385.81 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Hoe kan een causaliteitschema ingezet worden?

De leerlingen kan de opdracht gegeven worden zelf een causaliteit schema te maken van een aantal losse begrippen of aan de hand van een stukje tekst. Uiteraard kun je de leerlingen dit schema geven en ze de opdracht geven de redenering achter de cijfers te geven.

Causaliteitschema’s kun je binnen het economieonderwijs voor meerdere onderwerpen gebruiken. Onderwerpen kunnen zijn:


  • De werking van de arbeidsmarkt

  • De relatie tussen lonen, collectieve lasten en werkgelegenheid

  • De relatie tussen effectieve vraag en begrotingstekort enerzijds en bezettingsgraad anderzijds en daarmee samenhangend de werkgelegenheid

  • De relatie tussen inflatie, rente en de betalingsbalans

  • De relatie tussen inflatie en flexibele wisselkoersen etc.

.

Een andere invulling voor het economisch redeneren, kan door middel van een spel.


Voorbeeld 3

Wat- zou- er- gebeuren – spel
Bij het “wat zou er gebeuren” spel dienen leerlingen antwoord te geven op verschillende oorzaak-gevolg relaties. De relaties die leerlingen aan kunnen geven zijn breed. Ze zijn weliswaar niet gebonden aan een schematische weergave, maar voor de zichtbaarheid van de redenaties is dit wel aan te bevelen. Toch gaat het hier om de redenering.

Het spel wordt in groepjes van maximaal 4 leerlingen gespeeld.


Hoe te spelen?

  • Spreek af wie notuleert.

  • Als docent deel je een pakketje kaarten uit.

  • In het midden ligt een aantal “wat-zou-er-gebeuren” kaarten met de onbeschreven kant naar boven.

  • Om de beurt pakt een leerling een kaart. De kaart wordt hardop voorgelezen en de leerling vertelt waaraan hij/zij denkt bij “wat zou er gebeuren”….

  • Nadat, de leerling is uitgesproken mogen de anderen reageren op het verhaal.

  • Vervolgens bespreken de leerlingen in de groep wat ze gezamenlijk besloten hebben ten aanzien van de voorspelling en op grond van welke argumentatie dat is gebeurd.

  • Nu is deze ronde afgesloten, de volgende leerling pakt een kaart.

Voorbeelden van kaartjes die gaan over de overheid




Wat zou er gebeuren als de kinderopvang gratis is


Wat zou er gebeuren als het onderwijs gratis is


Wat zou er gebeuren als er geen werklozen meer zouden zijn


Wat zou er gebeuren als er alleen maar zwartwerkers zouden zijn


Wat zou er gebeuren als

alle sociale uitkeringen afgeschaft worden





Wat zou er gebeuren als Nederland geen accijnzen meer heft


Wat zou er gebeuren als de overheid de uitkeringen niet meer betaald


Wat zou er gebeuren als de collectieve voorzieningen wegvallen


Wat zou er gebeuren als de overheid teveel geld uitgeeft


Wat zou er gebeuren als de overheid geen subsidies meer geeft


Wat zou er gebeuren als de belastingen worden afgeschaft


Wat zou er gebeuren als er geen scholen meer zijn


Wat zou er gebeuren als het openbaar vervoer gratis is



Wat zou er gebeuren als er geen BTW meer wordt geheven op producten


Wat zou er gebeuren als de pensioenleeftijd naar 70 jaar gaat


Wat zou er gebeuren als de leerplicht wordt verlengd naar 20 jaar


Wat zou er gebeuren als de minimale leeftijd voor bijstand 27 jaar is



Wat zou er gebeuren als er geen ambtenaren meer zijn


Wat zou er gebeuren als er alleen maar particuliere scholen zijn

Wat zou er gebeuren als de AOW wordt afgeschaft


Wat zou er gebeuren als er kilometerheffing wordt ingevoerd


Wat zou er gebeuren als Schiphol geprivatiseerd wordt


Wat zou er gebeuren als parkeren in de stad gratis is


Wat zou er gebeuren als de hypotheekrente wordt afgeschaft


De argumentaties die hierbij naar voren komen kunnen in de klas besproken worden.




    1. Strategieën ten behoeve van toepassen, probleem oplossen

Toepassen wil zeggen dat er strategieën gebruikt moeten worden om problemen op te lossen, waarbij kennis nodig is.


Toepassen kan op twee verschillende manieren uitgewerkt worden:

  1. Een opgave, waarvan leerlingen de aanpak bekend is.

Een voorbeeld (bron: Praktische Economie Deel a Opdrachtenboek havo, pag. 41).

Tourzege verkoopt

Op fietsen van professionele wielerploegen worden onderdelen van het Italiaanse merk Campa of het Japanse merk Shimo gemonteerd. Het van oudsher wat stijlvoller en duurdere Campa krijgt steeds meer concurentie van het wat goedkopere Shimo. Een bekende wielrenner die Shimo-onderdelen gebruikt, is Lance Armstrong. Zijn overwinningen in de Tour de France bleken uitstekende reclame te zijn : na de tourzeges van Armstrong nam de vraag naar Shimo-onderdelen flink toe. Om een grotere omzet te behalen, verhoogde het Japanse bedrijf na de tourzeges van Armstrong de prijs van een complete set Shimo-onderdelen van € 600 naar € 720 euro.





Prijs Shimo (per set)

Afzet Shimo (sets per jaar)

Voor tourzeges

600

120.000

Na tourzeges

720

108.000




    1. Bereken de prijselasticiteit van de vraag naar Shimo-onderdelen bij de gegeven prijsverhoging.

    2. Is de vraag naar Shimo-onderdelen bij de gegeven prijsverhoging prijselastisch of prijsinelastisch? Verklaar je antwoord.

De leerling kan deze opgave aan met de formule:


Prijselasticiteit van = Procentuele verandering gevraagde hoeveelheid

gevraagde hoeveelheid Procentuele verandering van de prijs


Eigenlijk hoeft hij het inleidende verhaal niet eens te lezen om de opgave juist te maken. Een handige leerling zal dat dus overslaan.

Voor het maken van deze opgave is het hierboven gegeven algoritme nodig: een vaste oplossing voor dit vraagstuk.




  1. Een probleem, waarvoor de leerling een oplossing moet geven, zonder dat hij kan zonder meer kan volstaan met het bekende algoritme. Hij moet een oplossingsmethode - heuristiek - bedenken om het probleem op te lossen. Afhankelijk van de aannamen en aanpakken kunnen verschillende antwoorden op het probleem juist zijn.

Een voorbeeld (bron: Praktische Economie Handboek Havo, pag.47 gewijzigd).


Yptisem staat bij de groenteboer. ‘Zeg, vorige week waren de mango’s nog € 1 per stuk, maar nu zie ik dat ze per stuk € 1,50 kosten. Wat een verschil!’ Dat komt doordat de inkoopprijs is gestegen,’antwoordt de groenteboer. ‘De oogst in Australië is dit jaar deels mislukt. Ik heb er niet te veel van ingekocht, want ik wil niet met overgebleven waar blijven zitten. Dat moet ik allemaal weggooien.’

Hoeveel mango’s heb je dan vorige week verkocht?’ vraagt Yptisem. ‘Ik had er vijfhonderd ingekocht, en heb er 400 verkocht. De rest heb ik weggegooid.’

Nou, ik laat ze vandaag liggen,’ zegt Yptisem, ‘ze zijn mij te duur.’ ’Je bent niet de eerste. Ik heb er deze week maar – op gevoel - driehonderd ingekocht. Ik hoop niet dat ik er veel moet weggooien.’

Yptisem denkt:’ Heeft die groenteboer wel een goed gevoel over de mogelijke hoeveelheid te verkopen mango’s? Als ik nu groenteboer was, wat zou ik – met mijn economische kennis - dan ingekocht hebben? Hoe zou ik tot dat aantal zijn gekomen?’

Los dat probleem voor Yptisem op!
Bij oplossen van het probleem moet de leerling niet alleen een heuristiek toepassen maar moet hij ook kunnen vertrouwen op zijn conceptuele kennis. Die moet goed begrepen zijn. Er is hier dus sprake van begrijpen en toepassen. Beide cognitieve processen zijn nodig voor het oplossen van problemen.
De volgende key learning points van korte probleemoplosvragen worden in de literatuur genoemd (Schuwirth, Verheggen, Van der Vleuten, Boshuizen, & Dinant, 2001):


  • Het oplossen van op casus gebaseerde vragen vraagt meer denkstappen van de leerling vergeleken met feitelijke kennisvragen.

  • De denkstappen in op casus gebaseerde vragen zijn gebaseerd op het gebruik van heuristieken. Op feitelijke kennisvragen is dit niet het geval.

  • In casus vraagstukken is de weging van informatie (in relatie tot de conditionele omstandigheden) essentieel; bij feitelijke kennisvragen is het eenvoudige ‘weten’ voldoende.

  • Casusvragen toetsen probleem oplosvaardigheden beter dan feitelijke kennisvragen.

Mogelijk kunnen we daaraan toevoegen: casusvragen toetsen kennis beter dan feitelijke kennisvragen, omdat de gebruikte kennis begrepen moet zijn om het probleem te kunnen oplossen.


      1. ANALYSEREN onderscheiden, organiseren en attribueren

Analyseren kan in drie hoofd strategieën worden onderverdeeld: onderscheiden, organiseren en attribueren.


Bij analyseren wordt de informatie in stukjes gedeeld en wordt nagegaan hoe de stukjes met elkaar en met de gehele structuur van de informatie, gerelateerd zijn.

Dus moet in de eerste plaats geleerd worden om de belangrijke delen van informatie te scheiden (onderscheiden) van de onbelangrijke.

Op de tweede plaats moet gezien worden hoe de stukjes zich ten opzichte van elkaar verhouden (organiseren) en op grond van dit alles moet op de derde plaats het doel, de boodschap, het gezichtspunt uit de informatie worden gehaald (attribueren).

Hoewel het leren van analyseren gezien wordt als zelfstandige denkvaardigheid, kan het zeker ook gezien worden als een uitbreiding van begrijpen of als een opmaat tot evalueren en creëren (Mayer, 2002).


Het volgende stappenplan kan in de klas geïntroduceerd kunnen worden voor het analyseren.
Uitgangspunt is dat leerlingen de afzonderlijke kenniscomponenten beheersen.


  1. Een goede analyse begint met het zeer zorgvuldig (grondig) lezen van de tekst.

Lezen lijkt eenvoudig, maar het lezen van een economisch stuk is ingewikkeld. De opdracht aan leerlingen: lees de tekst lijkt gemakkelijk, maar is voor leerlingen slecht te doen.

Eerste voorwaarde voor het maken van een goede analyse is grondig kunnen lezen.1




  1. Maak voor jezelf duidelijk of dat wat je gelezen hebt ook echt helder is. Dit kun je doen door een weergave in eigen woorden. Maak gebruik van schema’s. Onduidelijkheden moet je oplossen door het zoeken naar informatie.




  1. Knip de tekst in kleinere eenheden. Welke verklaringen kun je vinden voor deze eenheden. Kun je die opsporen?

Welke gegevens ontbreken en zijn noodzakelijk voor een goede analyse? Waar vind je die? Ontbrekende elementen kunnen ook tijdens de analyse boven komen, voor de analyse is dat niet problematisch.


  1. Benoem de verbanden (overeenkomsten/verschillen) tussen de eenheden. Verbanden die niet benoembaar zijn, dienen onderzocht te worden.




  1. Welke verklaringen kun je geven voor de verbanden. Welke oorzaken liggen aan de verbanden ten grondslag?

Tot slot:



  1. Welke conclusies, antwoorden of aanbevelingen kun je doen naar aanleiding van de bovenstaande stappen, welk vervolgonderzoek is nog nodig?

Bij economische vraagstukken zal vaak sprake zijn van een oorzaakgevolg relatie.


Hierbij een voorbeeld waarbij dit wordt toegepast:
De regering is van mening dat de BTW verhoogd moet worden. Ben je ervoor of er tegen? Ga na welke gevolgen de BTW verhoging heeft een geef op grond daarvan je mening.
Stap 1

Leerlingen krijgen de volgende begrippen:


De leerlingen gaan hiermee een concept map maken waarbij de gevolgen van het verhogen van de BTW (de oorzaak) duidelijk worden.


Een onderdeel van het schema (hierin zijn namelijk nog niet alle labels verwerkt) zou er als volgt uit kunnen zien:

Na toevoeging van de andere labels komt er een totaal plaatje te voorschijn van gevolgen, waarmee verschillende antwoorden kan worden gegeven op de vraag (als dit… dan dat etc).




        1. ONDERSCHEIDEN, selecteren, indelen, focus bepalen

Voorbeeld, waarbij bovengenoemde strategieën nodig zijn.


Inflatie

Als je de kranten openslaat is er een behoorlijke kans dat bij de economische pagina's het woord inflatie in de kop van een artikel voorkomt.




Inflatiespook roert zich

Door PEET VOGELS

DEN HAAG - Het inflatiespook is weer terug. Recordprijzen voor ruwe olie maken het leven veel duurder dan eerder aangenomen.

(...)

Afgelopen week ging de olieprijs door de grens van honderd dollar per vat. Als de prijs zo hoog blijft zal de inflatie een half procent hoger worden dan eerder aangenomen, waarschuwt het Centraal Planbureau (CPB). Dat komt voor Nederland neer op 2,5 procent.





Daarmee scoort ons land goed in Europa, want daar ligt de gemiddelde inflatie al boven de drie procent.

(...)
Oorzaak van de inflatie is de grote vraag naar olie en voedsel. Dé manier om inflatie te bestrijden is de vraag afremmen. Dat gebeurt traditioneel door de rente te verhogen. Dat maakt lenen duurder en dat zorgt er voor dat bedrijven minder investeren en gezinnen minder consumeren.


Bron: AD 9 januari 2008




Inflatie Zimbabwe nu 66.000 procent

HARARE - De inflatie in Zimbabwe is in december uitgekomen op meer dan 66.000 procent op jaarbasis, een record.

Dat maakte het nationaal statistisch bureau in het Afrikaanse land gisteren bekend. De centrale bank van Zimbabwe meldde onlangs dat






de inflatie in november ruim 26.000 procent bedroeg. Daarmee is de inflatie in een maand tijd bijna drie keer zo hoog geworden. Een jaar geleden bedroeg de inflatie nog 1600 procent op jaarbasis.

Bron: AD februari 2008




Inflatie eurozone naar record van 3,6 procent

Brussel, 16 april. De inflatie in de vijftien eurolanden is in maart naar een nieuw recordniveau gestegen van 3,6 procent op jaarbasis vergeleken met 3,3 procent in februari.

Dat blijkt uit een herziene tweede raming van het Europees statistisch bureau Eurostat, die vandaag werd gepubliceerd.

(...)
In maart 2007 stegen de consumentenprijzen in de eurozone nog met 1,9 procent. Op maandbasis nam





de inflatie in maart met gemiddeld 1 procent toe. Hier werd door economen op een toename van 0,9 procent gerekend. De inflatie staat nu op het hoogste niveau sinds Eurostat de inflatie in het eurogebied ging meten in januari 1997. De ECB, Europese ministers van Financiën en de Europese Commissie hebben hun bezorgdheid uitgesproken over de hoge inflatie. De verwachting is dat de inflatie in de eurozone tegen het einde van dit jaar en in 2009 weer zal afzwakken.

Bron: NRC 16 april 2008



Inflatie eurozone september licht hoger

(Novum/Dow Jones) - De inflatie in de eurozone is in september opnieuw licht gestegen. Dat blijkt woensdag uit cijfers van Eurostat, het bureau voor de statistiek van de Europese Unie.

De inflatie steeg in september met 0,2 procent. Op jaarbasis is de inflatie licht afgenomen tot 3,6 procent, maar blijft daarmee boven de grens van 2,0 procent die de Europese Centrale Bank (ECB) zich ten doel stelt.






(...)
Het cijfer voor de inflatie op maandbasis was licht hoger dan verwacht. Vooraf geraadpleegde economen rekenden op +0,1 procent. De inflatie op jaarbasis komt overeen met de verwachting. De stijging van het algemeen prijspeil is vooral te wijten aan hogere prijzen van voedsel, huizen en transport.

(...)


Bron: Trouw 15 oktober 2008

Opdracht
Bereid een spreekbeurt voor in de klas over het onderwerp inflatie. Je hebt als achtergrond informatie een aantal artikelen uit de krant geknipt. Andere informatie heb je niet.

Zorg ervoor dat je medeleerlingen aan het eind van je spreekbeurt begrijpen wat inflatie is en kunnen aangeven of dit gunstig is voor consumenten.


        1. ORGANISEREN, samenhang vinden, integreren, schetsen/ontleden, structureren

Een voorbeeld waarbij strategieën ten behoeve van organiseren nodig zijn.


Opdracht

Je vader en moeder gaan samen een vakantiereis maken. Jullie – je broer (drie jaar ouder dan jij) en jij – zijn oud genoeg om op jezelf, het huis en de hond te passen.

Zowel je vader als moeder heeft een goed verdienende, maar drukke baan en vinden dat ze eraan toe zijn om even uit te waaien in de natuur.
Ze hebben gepland om op 18 augustus een voettocht te gaan maken in Italië, die wordt georganiseerd door een reisorganisatie. De reis duurt 10 dagen, dus op 28 augustus zijn ze weer terug.

De reis kost, alles inbegrepen, € 845 pp.

Ze willen de reis nu gaan boeken, maar vragen zich af of ze een annuleringsverzekering moeten nemen.

Ze vinden op internet de volgende informatie:

Basisdekking Aflopende Annuleringsverzekering

De Aflopende Annuleringsverzekering van de Europeesche is een uiterst complete verzekering. Sommige annuleringsverzekeringen gelden slechts tot aan het moment van vertrek. Deze annuleringsverzekering blijft ook van kracht als u al bent gearriveerd op de plaats van bestemming. Wanneer u uw vakantie noodgedwongen moet afbreken, worden de gemiste vakantiedagen ook vergoed! Verder zijn ook de financiële gevolgen van vertrek- of aankomstvertraging gedekt.


Dus nog even in het kort:

  • Vergoeding van annuleringskosten

  • Vergoeding van niet gebruikte reisdagen

  • Vergoeding bij vertrek- of aankomstvertraging

Garantie-Annulering: nóg ruimere dekking!


Met de Garantie-Annulering gaan we nog een stap verder. Mocht u gedwongen zijn uw vakantie af te breken, dan wordt de hele reissom vergoed. Ook als u maar een deel van de vakantie mist! Dat is een prettige extra zekerheid.

Uitbreidingen

De basisdekking bij de Annuleringsverzekeringen van de Europeesche is al heel compleet. Tóch zijn er nog diverse uitbreidingen en aanpassingen van uw polis mogelijk. Zo kunt u met nog minder zorgen kunt genieten van uw vakantie.


Waarnemer


Aan het thuisfront doen zich vervelende ontwikkelingen voor binnen uw familie. U weet dat u  uw reis met een gerust hart kunt annuleren. Daarvoor bent u met de annuleringsverzekering van de Europeesche immers van alle zekerheid voorzien. Maar wat als er iets gebeurt buiten de familiekring, waardoor uw vakantie tóch in gevaar komt? Bijvoorbeeld met:

  • Degene die op uw huis en huisdieren past

  • Degene die uw zaken waarneemt tijdens uw vakantie

  • Een vriend of vriendin die plotseling ernstig ziek wordt

Ook dan biedt de Europeesche een oplossing. Voor slechts 1% extra premie per waarnemer kunt u iedereen meeverzekeren die u een reden kunnen geven vroegtijdig naar huis terug te gaan.
Wat kost de verzekering?
De premie voor een annuleringsverzekering voor twee personen voor deze reis van € 845
pp. bedraagt (incl. polis/administratiekosten en assurantiebelasting): € 103,68
Annuleringsverzekering + garantie annulering: € 112,77
Annuleringsverzekering zonder garantie annulering maar met

waarnemer € 121,85


Met zowel garantie annulering als waarnemer € 130,94

Je ouders vragen jou om advies. Jij hebt immers economielessen op school. Los dit probleem voor ze op. Moeten ze een annuleringsverzekering nemen en zo ja, welke? Licht voor je ouders je keuze uitvoerig toe en zorg dat je de economiekennis daarbij gebruikt.




        1. ATTRIBUEREN, deconstrueren

Attributie vindt plaats als uit informatie wordt opgemaakt vanuit welk gezichtspunt, door welke bril de informatie komt.


1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Garantie-Annulering: nóg ruimere dekking!
  • Waarnemer

  • Dovnload 385.81 Kb.