Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Inleiding 4 De gereviseerde taxonomie van Bloom 7

Dovnload 385.81 Kb.

Inhoudsopgave Inleiding 4 De gereviseerde taxonomie van Bloom 7



Pagina8/9
Datum13.03.2017
Grootte385.81 Kb.

Dovnload 385.81 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Het ontdekken van inconsistenties in informatie betreffende de economische theorie wordt aangegeven met bekritiseren. Het kan ook kritiek inhouden op de juistheid van een oplosprocedure van een probleem. We raken hier het wezen van kritisch denken.

Een voorbeeld:



De docent heeft het duidelijk voor ogen: deze les staat de BTW centraal. Verhogen, niet verhogen is een politiek issue. Mooi die actualiteit binnen de les. Hoe kun je nu een dergelijk onderwerp in de les goed behandelen.

Na lang denken heeft hij het: hij gaat aan de hand van een stelling het onderwerp behandelen.

De stelling: het is goed dat de BTW wordt verhoogd.

De stelling wordt met grote letters op het bord geschreven. De leerlingen kijken hem vragend aan: wat kan de meester daar nu mee bedoelen?

De opdracht volgt: steek je vinger op, wie is het met de stelling eens?

De commissie “Teulings ” omschrijft de doelstelling van het vak economie als het “begrijpen van economische verschijnselen, door het ontwikkelen van een economische kijk”.

Letterlijk: “Het vak economie bereidt leerlingen voor op een adequate deelname aan het maatschappelijke verkeer. Dit betekent dat leerlingen met behulp van de belangrijkste economische beginselen de economische verschijnselen in de maatschappij begrijpen…..” en vooral verder: , verschijnselen waar ze als persoon in de verschillende rollen binnen huishoudens, bedrijven of overheidsinstellingen mee te maken krijgen en waarbinnen zij beslissingen moeten nemen of waar zij als lid van de (nationale en internationale) samenleving mee te maken krijgen (Teulings, 2005 p. 18). Dit vergt van leerlingen meer dan alleen een economische kijk. Uiteindelijk gaat het om de beslissing die zij als persoon in de verschillende rollen moeten nemen.
Foutenanalyse

Een foutenanalyse is een goede werkvorm voor het checken en beoordelen.

Voor een foutenanalyse is argumenteren en rederenen vereist. Het is een goed bruikbare methode in de klas.
Vaststellen of informatie correct is dan wel fouten bevat, is een van de belangrijkste manieren van denken. We zijn er dagelijks mee bezig: Komen de treintijden uit het boekje overeen met de aangekondigde tijden op het stationsbord? Wat moet ik denken van de telefonische enquêteur die mij dikke beleggingswinsten voorspelt? Klopt mijn antwoord op vraag 11b? Enzovoort.

Het bewust demonstreren en achterhalen van foutieve informatie is een bruikbaar middel om de kennis van leerlingen uit te breiden en te verdiepen.




  • Foutenanalyse opdelen in te ondernemen stappen

Er zijn algemene richtlijnen voor het uitvoeren van foutenanalyse:

  • soort informatie bepalen: bedoeld om je te misleiden, om reclame te maken, je ergens van te overtuigen? (Wat voor soort informatie?)

  • bepalen welke beweringen 'verdacht' overkomen (Waar twijfel ik aan?)

  • de juistheid van de 'verdachte' beweringen controleren (Wat klopt er niet?)

  • hoe kom ik aan de juiste informatie? (Wat klopt er wel?)

De demonstratie van deze stappen aan de leerlingen kan weer het beste gebeuren aan de hand van een voorbeeld, waarbij de docent 'hardop denkend' de vragen afgaat. (“Eens kijken, in dit artikel is staan de gevolgen van de kredietcrisis. Waardoor ontstond ook alweer de kredietcrisis? Wat had de hypotheekcrisis hier weer mee te maken. Bedoelen ze hetzelfde of is er toch verschil tussen? Aan deze passage twijfel ik. We weten wel dat het om banken gaat en gebrek aan vertrouwen maar wat heeft de Overheid daar nu mee te maken? En de aandelen, waarom zullen bedrijven nu last hebben van een kredietcrisis. Ze hoeven toch geen emissie te doen. We weten dat er onderzoek wordt gedaan naar oorzaken van de kredietcrisis en de aangedragen oplossingen. Uit persberichten komt naar voren dat er is gesjoemeld met hypotheken. Ik twijfel of de Overheid wel zoveel geld heeft om deze crisis het hoofd te bieden. Zeker als je kijkt naar de totale Rijksbegroting.”)




  • confronteer leerlingen met onjuiste 'feiten' en procedures

Het opsporen van onjuiste informatie is een uiterst krachtig middel voor het doen beklijven van juiste informatie. Voorbeeld betreffende feitenkennis:
Welk feit hoort niet thuis in het volgende rijtje?

  • De EU heeft geen invoerbeperkingen aan de binnengrenzen

  • Elke toerist, binnen de EU, mag meenemen wat hij wil van land tot land

  • De WTO. kan het beleid van de EU toejuichen mits de handelsbeperkingen transparant zijn.

  • EU burgers mogen zich vrij vestigen in een van de lidstaten.

Let op: leerlingen moeten feiten en meningen niet door elkaar halen.

Een voorbeeld maakt dit duidelijker:
Welke hoort er niet bij.


  • De euro is in elk EU land een betaalmiddel.

  • Bij invoering van de euro zal het “zwart” geldcircuit zichtbaar worden.

  • De euro zal altijd een zwakke munt blijven t.o.v. de Amerikaanse dollar.

  • De prijs van aardgas is gekoppeld aan de prijs van ruwe aardolie.



Foutenanalyse bij een grafiek

In een economieles vraagt de docent de leerlingen de fout uit deze figuur te halen:


EV=Y

C+I

C + I


C
I


Yev Y



Kritisch lezen van tabellen en grafieken

Voordat leerlingen een grafiek of tabel kunnen interpreteren, is het noodzakelijk dat ze een goede analyse verrichten

Leerlingen slaan de stappen van analyseren vaak over en gaan meteen over op het interpreteren van de tabel of grafiek.
Stappen voor het lezen van een tabel


  1. Het onderwerp

  • Welk onderwerp wordt behandeld? (zie ook de titel)

  • Welke bronnen?

  • Welke variabelen en meeteenheden?

  1. Analyseschema

    • Bekijk de benoeming van de kolommen en rijen. Let op: een kolom is verticaal en een rij is horizontaal)

    • Bekijk de totalen

    • Bekijk de tussenkopjes

  2. Interpretatie

  • Welke informatie wordt gegeven?

  • Welke conclusies kun je trekken?

  • Wat voor kennis heb je al over het onderwerp?



Stappen voor het lezen van een grafiek

1. Het onderwerp



  • Welk onderwerp wordt behandeld? (zie ook de titel)

  • Welke bronnen?

  • Welke variabelen en meeteenheden?

2. Analyseschema

    • Bekijk de benoeming van de x-as en y-as. Let op: de y-as is verticaal en de x-as is horizontaal)

    • Bekijk de totalen

    • Bekijk de legenda

3. Interpretatie

  • Welke informatie wordt gegeven?

  • Welke conclusies kun je trekken?

  • Wat voor kennis heb je al over het onderwerp?


Voorbeeld van het lezen van een tabel en grafiek

Ingeroosterde HVA OO- uren in week 40



Maandag

Dinsdag

Woensdag

Donderdag

Vrijdag

Mo

Mi

Mo

Mi

Mo

Mi

Mo

Mi

Mo

Mi

120




90




120




118




100







165




145




165




162




40

Het is moeilijk te zien waar pieken en dalen liggen. Je moet daarvoor de hele tabel doornemen.

Een diagram geeft in één keer meer inzicht. Is een tabel nog een tamelijk saai plaatje, een diagram laat in één keer zien wat belangrijk is.


Ingeroosterde

uren per dagdeel




Dagen in de week

Je kunt aan de hand van de tabel en staafdiagram de stappen voor het lezen van een tabel/grafiek doorlopen. Ook hier geldt weer dat als je deze vaardigheid wilt aanleren je het als docent eerst hardop denkend moet voordoen, vervolgens de leerlingen het zelf laat proberen en uiteindelijk het ze veelvuldig laat oefenen om het te automatiseren.


        1. ECONOMISCHE KIJK vraagt economische redeneren

Wat is economisch redeneren nu eigenlijk? Wanneer redeneert iemand economisch?



  • Economie is het maken van keuzes.

  • Economisch redeneren is het maken van keuzes en het nemen van beslissingen door het vergelijken van (marginale) kosten en (marginale) baten.

  • Om tot een vergelijk te komen, moeten economische modellen en economische principes worden toegepast op het betreffende probleem waarvoor een beslissing moet worden genomen.

  • Een economisch model is een raamwerk, dat een algemeen economisch inzicht plaatst in een specifieke context.

  • Een economisch principe is een economische wet of een algemene economische aanname.

  • Opportunity cost is de basis van kosten/baten economisch redeneren

Hierboven is het raamwerk geschetst van het economisch redeneren. Het omvat alle kennis en cognitieve processen die hiervoor beschreven zijn.


De BTW verhoging in de stelling hierboven komt neer op een vergelijking van kosten en baten bij wel of niet verhogen van de BTW. De argumenten daarvoor moeten komen uit economische modellen en principes, met de daar onderliggende economische concepten, uit kennis van instituties, uit analyseren, argumenteren etc.

De vraag van de leraar: ‘’Steek je vinger op, wie is het er mee eens?’ is niet zomaar te beantwoorden als de leraar economisch redeneren verwacht.


Voorbeeld (bron; The wealth of Education pag. 42)

Er komt een popgroep in Ahoy en je bent een echte fan. Hoewel het entreekaartje maar €20 kost is het popconcert € 40 euro voor jou waard. Dat wil zeggen, in het uiterste geval zou je bereid zijn € 40 te betalen. Je hebt echter een bijbaantje als pompbediende. Met een avondje achter de kassa van de benzinepomp verdien je € 30 maar echt leuk vind je het werk niet. Voor minder dan € 20 zou je dat werk niet doen.

Voor welke van de twee opties ga je?
Redenering

Het gaat om een eerste keuze Ahoy en het beste alternatief, de 2e keuze, het werk. Die ga ik vergelijken. Ik vergelijk de kosten en baten in beide situaties. Zijn de baten hoger dan de kosten, dan ga ik naar Ahoy. Zijn de kosten hoger dan de baten, dan ga ik naar het werk.

Procedure: Een overzicht van de kosten en baten





Ahoy

Benzinepomp




Kosten

baten

Kosten

baten




20

€40




€ 10




€ 10










Totaal

€ 30

€ 40






Principe: Opgegeven kosten worden baten en opgegeven baten worden kosten.


Het is duidelijk. Ik ga naar Ahoy. De baten zijn hoger dan de kosten. De opportunity cost is € 10.
In de oplossing van dit probleem wordt gebruik gemaakt van aannames, van economische principes en procedures. Het is dus een economische redenering.


  • Inductief redeneren

Bij inductief economisch redeneren ga je uit van waarnemingen in de praktijk. Je verzamelt bijv. feiten bijvoorbeeld over lonen, prijzen en beurskoersen op een bepaald tijdstip. Daaruit trek je een conclusie betreffende een conjunctuurcyclus op basis van een economische regel, een economisch model of een economisch economisch principe. Inductief onderzoek – daar komt de term vandaan – wordt de algemene regel, het principe of model ontworpen op grond van waarnemingen. Bij economisch redeneren in de klas is dit natuurlijk niet het geval. Daar moet toegewerkt naar een bestaande algemene regel, model of principe. In de praktijk van alle dag komt dit veel voor. We zien iets gebeuren – bijvoorbeeld de plotselinge ineenstorting van de beurs en gaan verklaren op grond van economische kennis waardoor dat kon ontstaan. We moeten dan algemene regels, principes of modellen kennen, die een verklaring geven voor die ineenstorting en we moeten op grond van de huidige situatie bepalen welke theorie hier nu aan de orde is.

Voor inductief redeneren moet de leerling in staat zijn economische kennis (van modellen, principes en regels) te herkennen in de praktisch situaties. Dat is nog niet zo eenvoudig en zal in de klas veel geoefend moeten worden.


  • Deductief redeneren

Bij deductief redeneren wordt uitgegaan van een algemeen geldende economische regel, van een economisch principe of van een economisch model (de theorie). Vervolgens wordt dit getoetst aan een specifieke situatie. Een voorbeeld: de leerlingen bestuderen de theorievorming rond conjunctuurdaling. Waardoor, door welke regels, principes en/of modellen wordt een conjunctuurdaling verklaard. Dan verzamelen ze de feiten/gegevens van een bepaalde situatie of een bepaald tijdstip en onderzoeken hoe deze op en op welke manier deze situatie beantwoordt aan het model.


In de lespraktijk zie je vaak dat eerst de theorie aan de orde komt. Vervolgens geeft de leraar voorbeelden van situaties waarbij de theorie klopt. In plaats daarvan kunnen leerlingen dit onderzoeken aan praktijksituaties. Zij zullen dan actiever met de theorie bezig zijn.

Het voordeel van een inductieve benadering is dat leerlingen het eerst in aanraking komen met praktisch situaties waarbij zij zich iets kunnen voorstellen. Daardoor kunnen zij gemotiveerd worden om uit te zoeken hoe dat dan in de theorie verklaarbaar is.


Stappenplan
Marzano en Miedema (2005) geven een stappenplan voor inductief en deductief redeneren. Deze luiden als volgt:
Inductief redeneneren

  1. Concentreer je op specifieke informatie. (wat zijn de details?)

  2. Zoek naar patronen of verbanden in de gegeven informatie. (wat is het verband?)

  3. Benoem de verbanden die je hebt ontdekt. (wat zijn de algemene conclusies?)

  4. Ga na of de conclusies gelden voor nieuwe informatie. (kloppen de conclusies?)

Deductief redeneren



  1. Vaststellen welke situatie bestudeerd wordt.

  2. Bepalen welke regels op de gegeven situatie van toepassing zijn (wat zijn de regels?)

  3. Bepalen of alle noodzakelijke voorwaarden voor de geldigheid van de regel aanwezig

  4. zijn (gaat de regel in de gegeven omstandigheden op?)

  5. Bepalen wat, gegeven de regel, waar moet zijn (Uitgaande van de regel: wat moet er

  6. gebeuren of wat moet er waar zijn?)




        1. ARGUMENTEREN

Argumenteren kan gerekend worden tot een onderdeel van redeneren. Argumenten vormen immers de uitkomsten van redeneren.


Componenten van een goed opgebouwde argumentatie (R. Marzano & Miedema, 2005)

Argumenten kunnen een beroep doen op de emoties van de toehoorders, of op hun politieke of levensbeschouwelijke overtuigingen; soms worden argumenten zo retorisch gebracht, dat de toehoorders er domweg voor vallen. Niettemin maken argumenten die een beroep doen op het verstand (de ratio) de meeste kans van slagen. Er is geen eenduidige manier waarop verstandige redeneringen kunnen worden opgezet, maar de volgende componenten zijn belangrijk:




  • Feiten: informatie die tot uitspraken leiden. Bijvoorbeeld: “in het jaar 2011 krijgen we te maken met een begrotingstekort.”




  • Stellingname: beweren dat iets waar is. Bijvoorbeeld: 'Ondanks een begrotingstekort kan de staatsschuld zowel absoluut als relatief afnemen.




  • Toelichting: voorbeelden en verklaringen om de bewering te staven. Bijvoorbeeld: “In het begrotingsoverschot zit de aflossing van de staatsschuld”




  • Aanscherping: De bewering nuanceren of gedeeltelijk ontkrachten. Bijvoorbeeld: “de aflossing van de staatsschuld moet dan wel groter zijn dan het begrotingstekort”


Voorbeeld 1: Het Lagerhuis
Een werkvorm waarin leerlingen de vaardigheid argumenteren kunnen ontwikkelen, is geleend van het VARA programma het (jongeren) Lagerhuis.
Dit is een spel waarbij de klas is ingedeeld in drie groepen.

De klassenopstelling is in U vorm.

Groep 1 moet/kan voor de stelling zijn. Dit moeten zij beargumenteren. Groep 2 is tegen deze stelling en moet ook met argumenten hun gelijk halen. Groep 3 is de jury. Zij bepalen wie na afloop gewonnen heeft.
De docent is de voorzitter en hij zorgt ervoor dat iedereen aan het woord komt. Als dit spel vaker gespeeld wordt, dan kun je een leerling aanwijzen die de rol van voorzitter op zich neemt.

Afhankelijk van de gekozen stelling kan 5 á 10 minuten “speeltijd” gegeven worden.


Voor een succesvol verloop van dit spel moet de docent de spelregels strikt hanteren.
Voorbeeld 2 Stelling onderbouwen
Leerlingen moeten bewust gemaakt worden van het feit dat elke maatregel voor- en nadelen heeft. In de onderstaande opdracht laat je leerlingen deze voor- en nadelen opschrijven en laat je ze vervolgens voor- en tegenargumenten bedenken bij de stelling.
Leerlingenopdracht (deel 1)

Aan elk alternatief zitten voor- en nadelen. Wil je echt weten of jij voor- of tegenstander bent van een maatregel, dan moet je de voor- en nadelen heel goed weten.

Je vult in de onderstaande tabel de voor- en nadelen per maatregel.


Maatregel

Voordelen

Nadelen

Kilometerheffing

1)



1)

2)



2)

Tolweg

1)



1)

2)



2)

Snelwegvignet

1)



1)

2)



2)


Leerlingenopdracht (deel 2)
Feiten die zijn er, maar een mening is altijd persoonlijk, die moet je dus goed kunnen onderbouwen.
Stelling:

Kilometerheffing is een goede overheidsmaatregel om het fileprobleem op te lossen.
Plan van aanpak:
1. Groepjes maken

Maak nu groepjes van vier personen (in overleg drie) en schuif de tafels tegen elkaar.


2. Argumenten voor of tegen

Schrijf, op de volgende bladzijde, de argumenten voor of tegen op. Probeer dit eerst te doen en dan pas een mening te ontwikkelen. Je hebt hier 6 minuten voor. Let op: nog niet discussiëren! De docent geeft aan wanneer je mag discussiëren.

Argumenten voor

………………………………………………………………………………………………

Argumenten tegen

………………………………………………………………………………………………

3. Groepsdiscussie

Je gaat nu discussiëren. Gezamenlijk kom je tot een standpunt voor de groep. Luister goed naar elkaar en laat elkaar uitpraten. Doe allemaal mee want ik wijs iemand willekeurig aan die het standpunt van de groep uitlegt (Ebbens & Ettekoven, 2005).

Voor dit onderdeel heb je 6 minuten. Dus zorg dat je binnen deze tijd een standpunt hebt ingenomen.
4. Hoe ga je die onderbouwing geven?

Hier moet je bepalen hoe je de anderen en de jury gaat overtuigen van je standpunt. Dit doe je door het geven van feiten, bewijzen en voorbeelden. Bedenk ook dat het niet alleen om argumenten gaat. Het gaat ook om overtuigingskracht. Praat duidelijk met uitstraling (borst vooruit, kijk naar de jury en de andere groepjes, kijk vriendelijk).

Hier heb je 5 minuten voor.

Begin met: ‘Wij zijn het eens/oneens met de stelling, want…’


5. De laatste ronde

In 3 minuten onderbouwt de woordvoerder het standpunt van de groep.


Jury

Uit elke groep wijs ik een jurylid aan. De jury bepaalt aan de hand van argumenten en overtuigingskracht welke groep het beste zijn standpunt heeft onderbouwd.


Voorbeeld 3
1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Foutenanalyse
  • Welke hoort er niet bij.
  • Foutenanalyse bij een grafiek
  • Stappen voor het lezen van een tabel
  • Stappen voor het lezen van een grafiek
  • Voorbeeld van het lezen van een tabel en grafiek
  • Stelling: Kilometerheffing is een goede overheidsmaatregel om het fileprobleem op te lossen.

  • Dovnload 385.81 Kb.