Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Inleiding 4 De gereviseerde taxonomie van Bloom 7

Dovnload 385.81 Kb.

Inhoudsopgave Inleiding 4 De gereviseerde taxonomie van Bloom 7



Pagina9/9
Datum13.03.2017
Grootte385.81 Kb.

Dovnload 385.81 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Voorbeeld 3 Op de stoel van de overheid. “Wat-zou-jij-doen?” Overheidsbemoeienis
Deze opdracht sluit aan op het onderwerp; taken van de overheid. De bedoeling is dat leerlingen hun mening geven op een aantal maatregelen van de overheid ten aanzien van jongeren. Zij zitten bij deze opdracht in het parlement en moeten hun reactie geven op verschillende voorstellen van de regering.
Voorbeelden van kaartjes

Vraag 1

Door bezoek aan disco’s en concerten en door het dagelijks dragen van een koptelefoon met te harde muziek neemt gehoorbeschadiging onder jongeren steeds verder toe. Wanneer deze trend zich voortzet zal dit leiden tot een enorme toename van de overheidsuitgaven aan ziektekosten in de nabije toekomst. De regering stelt voor een norm vast te stellen voor het aantal decibellen tijdens een concert of in de disco en om een maximale volumestand op mp3-spelers te verplichten.





Vraag 2

Nederland krijgt over twintig jaar de rekening gepresenteerd van het overmatige alcoholgebruik van de huidige jeugd. Het aantal jonge Korsakov-patiënten, een ernstige geheugenstoornis als gevolg van te veel drinken en slecht eten, neemt nu al toe. Als reactie hierop wil de regering de leeftijd voor alcoholverkoop in cafés, restaurants, etc. verhogen naar 21 jaar. In supermarkten zal de verkoop van drank helemaal moet worden verboden.







Vraag 3

Jaarlijks trekken duizenden jongeren de schooldeur achter zich dicht zonder een diploma. Deze voortijdig schoolverlaters hebben minder kansen op de arbeidsmarkt. Om deze groep toch een toekomst perspectief te bieden stelt de regering voor de leerplicht te verhogen naar 21 jaar. (de huidige leeftijd is 17 jaar) Hierdoor worden alle jongeren verplicht na hun middelbare school een vervolgopleiding te volgen.







Vraag 4

Die jeugd van tegenwoordig… De jeugdcriminaliteit is nog nooit zo groot geweest. Vooral de criminaliteit onder allochtone jongeren loopt de spuigaten uit. Dit wordt althans vaak beweerd door ouders, leraren en politici. Maar hoe wijdverbreid is die criminaliteit van de jeugd eigenlijk?

Om hier achter te komen stelt de regering voor om van elke jongere een dossier aan te leggen. Dit dossier wordt gevuld door o.a. school, politie en jeugdzorg. Wanneer een jongere negatief gedrag vertoond zal hij of zij verplicht een heropvoedingcursus moeten volgen.





Vraag 5

De regering stelt voor om het vak ‘waarden en normen’ in de basisvorming van het middelbaar onderwijs te introduceren. Het gaat bij dit vak o.a. om het aanleren van omgangsvormen, respect voor anderen en taalgebruik. Ook zullen onderwerpen als drugsgebruik en seksuele voorlichting aan bod komen. Hiermee hoopt de regering de ‘verloedering’ in de samenleving tegen te gaan.


Vervolgens moeten de leerlingen aan de hand van de kaartjes de volgende vragen beantwoorden:




Hier moet de leerling kunnen argumenteren en economisch redeneren.

  • En welke andere maatregel kun je bedenken voor een oplossing van dit probleem?

Als je je afvraagt hoe deze werkvorm in de les tot uitwerking komt, kijk dan naar de videocasus behorende bij deze katern.


  • Afbeeldingen

Economisch redeneren kan ook plaatsvinden bij het bekijken van afbeeldingen/cartoons.

Binnen het geschiedenis onderwijs is het werken met beelden één van de belangrijkste didactische middelen (Wilschut, Van Straten, & Van Riessen, 2004).Voor geschiedenis ligt dit anders dan voor economie. Binnen het economie onderwijs zijn beelden voornamelijk illustratief, als voorbeeld van de tekst. Naast de foto’s die illustratief zijn voor de economische teksten is de inzet van een cartoon binnen een les nog krachtiger.

Een cartoon is een komische tekening die betrekking heeft op de actualiteit (een hedendaagse gebeurtenis). Een cartoon is dus vaak humoristisch.

Kenmerken van een cartoon zijn (Pandel & Schneider, 2002),



Een cartoon kan dus gebaseerd zijn op een economisch gebeurtenis, waaraan de cartoonist zijn mening heeft gekoppeld. Die mening hoeft niet te voldoen aan de economische theorie die daarachter ligt. Voor leerlingen betekent dit dat zij moeten beoordelen of dit wel of niet het geval is en begrijpen/aangeven waar de cartoonist op doelt.
Stappen voor het lezen (en begrijpen) van een cartoon:
Stap 1

Geef in minimaal 5 steekwoorden aan wat je ziet op de cartoon.



Stap 2

Geef het verband aan tussen de door jouw genoemde steekwoorden.

Je bent nu bezig met het vertalen van de cartoon in woorden.
Stap 3

In de cartoon staat ook een tekst. Is er een relatie tussen deze tekst en de bij stap 2 beschreven verband?

Zo ja, geef deze relatie in woorden weer.

Stap 4

Wat is er economisch aan de cartoon? Welke economische theorie komt hier aan de orde? Klopt de mening gegeven in de cartoon met de economische theorie/principes?



Stap 5

De cartoonist heeft met zijn cartoon een boodschap. Wat zou die boodschap kunnen zijn?



Stap 6

. Wat is de achtergrond van deze boodschap, waarmee legt de cartoonist een verband? Ben je het eens met de cartoonist of heb je een andere mening. Leg dit uit.



Stap 7

Kun je uitleggen wat je humoristisch vindt aan de cartoon.


Voor stap 1, 2 en 3 kunnen leerlingen (bijvoorbeeld in tweetallen in het programma CMaptools: http://cmap.ihmc.us ) ook heel goed een concept map maken. Deze uitgeprinte maps kunnen dan eerst bekeken en vergeleken worden in de klas. Daarna wordt dan overgegaan naar stap 4.


      1. CREËREN

Creëren houdt in dat leerlingen een origineel product maken. Het gaat dan bij economie om het nemen van beslissingen in een specifieke situatie; het oplossen van een probleem, het geven van een advies. Het gaat hier met name om context gebonden vraagstukken waarbij geen vaste uitkomst is (ill-structured problems). Het product kan bestaan uit het maken van een krant of tijdschrift, een ingezonden brief, een adviesrapport, een PowerPoint presentatie, een tentoonstelling enzovoort.

Creëren kan in drie hoofdstrategieën verdeeld worden: genereren, plannen, product maken.


  1. Genereren of hypothese opstellen

Hierbij vragen de leerlingen zich af wat het probleem precies is, in welke richting hij een oplossing moet zoeken, wat hij aan voorkennis heeft, welke beperkingen er zijn. Op grond daarvan bedenken zij alternatieve oplossingen. Dit is creatief denken.

  1. Plannen of ontwerpen.

Hierbij ontwerpen de leerlingen een methode om de taak aan te pakken. Dat zal meestal uit een stappenplan bestaan. De taak wordt daarbij in stukjes opgedeeld.

  1. Produceren of construeren.

De leerlingen gaan nu het opgegeven product maken. In open opdrachten kan de leerling ook zelf voor een product kiezen.
Het katern Context - en Conceptgericht leren geeft uitgebreid informatie wat betreft probleemgericht leren.


  1. Instructie voor het leren van strategieën

In hoofdstuk 3 is ingegaan op de strategieën die leerlingen waarmee leerlingen kennis moeten maken om te kunnen beschikken over een breed scala ten einde economische kennis te kunnen verwerven, om economische beslissingen te kunnen nemen en om economische problemen te kunnen begrijpen of oplossen.

Maar wat kan de leraar doen om het leren van strategieën te bevorderen?

In de literatuur kunnen de volgende instructiemethoden worden gevonden:




    1. Modeling

Bij modeling staat de leraar model voor het uitvoeren van metacognitieve strategieën. Dat kan gebeuren door hardop denken. Hieronder wordt niet de manier van voordoen van een opgave verstaan zoals die gebruikelijk is in de klas. De leraar geeft dan de oplossing van zijn denken, de leerlingen weten dan niet hoe de leraar gedacht heeft om tot die oplossingen te komen.

Een manier om dat te doen is de volgende;



    1. Laat leerlingen op papier noteren wat de leraar eerst doet, wat daarna etc.

    2. Los een onbekende opgave hardop denkend op. Sta jezelf toe om op een verkeerd ingeslagen pad terug te komen, sta toe jezelf toe haperend te spreken m.a.w. vertoon echt zoekend gedrag.

    3. Bespreek met leerlingen hoe, met welke strategieën de oplossing gevonden is.

    4. Maak groepjes van leerlingen. Laat één leerling hardop denken. De andere leerlingen observeren en brengen verslag uit in hun groepje. De aanpak en de gebruikte strategieën worden besproken

    5. Een centraal klassengesprek vindt plaats aan de hand van de bevindingen.

Het zal duidelijk zijn, dat dit hardop denken geregeld herhaald zal moeten worden. Leerlingen vinden het misschien vreemd in het begin, maar zullen eraan wennen. Ook de leraar moet eraan wennen. Deze is meestal niet gewend om zoekgedrag te laten zien in de klas. Het geeft een mate van onzekerheid. Misschien is de oplossing niet zo eenvoudig te vinden. Juist dat is voor leerlingen nuttig om te zien. Welke wegen bewandelt de leraar dan?

Hieronder een voorbeeld van hardop denken door de leraar bij een opgave met een vast antwoord.
Opgave

Het bedrijf “De Gouden Koffieboon”, bekend van de vers gebrande koffie, heeft een afzet van 40.000 kg. De verkoopprijs is € 6,36 p/kg (incl. 6% BTW).

De bedrijfskosten bedragen per jaar € 150.000,-.

Vraag: bereken de netto winst van de “De Gouden Koffieboon”


De docent gaat nu hardop nadenkend de som oplossen:

1) Wat wordt er gevraagd?



Bereken de netto winst


  1. Wat weet ik van het bepalen van de nettowinst af? Welke gegevens heb ik? Weet ik misschien een formule? Kan ik het probleem misschien schetsen, in een tekening zetten? Ik ga het tekenen.



Ik weet dat in deze omzet de BTW zit. Die telt niet mee voor de nettowinst. Dat is belasting die het bedrijf doorbetaalt. Voor levensmiddelen is die 6%.

Ik weet ook dat de verkoopprijs vermeerderd wordt met BTW. De verkoopprijs zonder BTW is dus 100%. De omzet gegeven in de opgave 40.000 x € 6,36 is dus 106%.


3) Hoe nu verder?

Ik weet dus dat 106% 254.500 is. Nu berekenen wat 100% is.


Ik zou hiervoor een kruistabel kunnen gebruiken:





Aantal

Procenten

Deel

€ 254.400

106

Geheel

€ …….

100

Dus €254.400*100 = 106 x omzet zonder BTW

€25.440.000 = 106 omzet zonder BTW

€25.440.000 / 106 = omzet zonder BTW

Omzet zonder BTW = € 240.000
5) Heb ik nu de gegevens om de netto winst te berekenen?

Ja, ik kan de formule/tabel invullen.

Omzet excl. BTW(verkoopprijs x afzet) = € 240.000,-

(bedrijf)kosten = € 150.000,- -/-

Netto winst = € 90.000,-
7) Hoe kun je het antwoord controleren?

Dan ga ik de andere kant op rekenen: uitgaande van de nettowinst:

Nettowinst + bedrijfskosten = omzet zonder BTW. Dan omzet + 6% Btw. Daar moet dan €254.400 uitkomen.
De vaardigheid uitproberen.

Belangrijk is dat het stappenplan onderdeel wordt van de vaardigheden die de leerling in diverse situaties kunnen inzetten. Het stappenplan moet eigen gemaakt worden door de leerling. Oefenen is hiervoor de manier.

Uiteindelijk dient het uitvoeren van een procedure een automatische handeling te zijn.

Procedurele kennis beklijft alleen bij veelvuldige oefening.

Ook voor ill-structured problemen zonder vast antwoord kan hardop denken worden gebruikt. Het moet dan duidelijk worden dat er verschillende oplospaden kunnen worden bewandeld.

Het strategiegebruik kan goed opgenomen worden in toetsen. Laat leerlingen het stappenplan beschrijven bij het oplossen van een opgave of probleem. Reken dit mee in het cijfer.




    1. RECIPROCAL TEACHING

Reciprocal teaching is een methodiek die is ontwikkeld door Brown en Palincsar (1989) met als doel het begrijpend lezen te bevorderen. Deze methodiek kan binnen economie ook heel goed toegepast worden voor het lezen van economische teksten, zowel uit het leerboek als uit kranten en tijdschriften. Centraal staat de dialoog die leraar en leerlingen of leerlingen onderling met elkaar voeren over de inhoud en betekenis van een tekst. De leraar start met de methodiek door vier strategieën met leerlingen uit te voeren.



    1. voorspellen (na lezen van de titel of inleiding). Leerlingen halen hierbij hun voorkennis op en hebben tegelijk een doel om de tekst te gaan lezen om hun voorspelling te bevestigen dan wel af te wijzen. Ze krijgen daardoor de gelegenheid hun nieuwe kennis te koppelen aan bestaande kennis.

    2. verhelderen (van onduidelijke woorden of passages). Leerlingen beseffen daarmee, dat tekst soms moeilijk te begrijpen is en dat daar vele redenen voor kunnen zijn. Dit kan leiden tot herlezen van de tekst of tot het vragen van hulp.

    3. vragen stellen (over de inhoud). Zichzelf vragen stellen is een manier om er achter te komen of de tekst begrepen is.

    4. samenvatten. Hierbij wordt de belangrijkste informatie uit de tekst weergegeven in een zo kort mogelijke vorm. In het begin zijn leerlingen gefocust op de alinea’s. Als zij bekwamer worden zijn zij in staat tot integratie van de verschillende alinea’s.

Steeds na elke fase vindt er een gesprek plaats tussen leraar en leerlingen wat betreft de aan de orde zijnde strategie.

Later gaan leerlingen dit zelfstandig uitvoeren in een groepje, waarbij een van de leerling de leiding neemt naar het voorbeeld van de leraar. Leerlingen nemen dus de rol over van de leraar. Zie video’s op de volgende website:

http://video.google.nl/videosearch?hl=nl&q=reciprocal+teaching&um=1&ie=UTF-8&ei=O8swS8qpJJCE-QbD342vCg&sa=X&oi=video_result_group&ct=title&resnum=4&ved=0CCEQqwQwAw#


    1. LEARNING JOURNALS

De Groot(1980) stelde zich de vraag wat een onderwijseffect nu eigenlijk is. In zijn opvatting is het onderwijseffect een mentaal programma waarover de leerling vrij kan beschikken en waar hij zich bewust van is. Het gaat voornamelijk om de wat moeilijk te toetsen onderwijsdoelen. Affectieve onderwijsdoelen behoren hiertoe maar ook het beheersen van strategieën kan hieronder vallen. Om deze aspecten te kunnen beoordelen introduceerde onderwijskundige De Groot het zogenaamde leerlingverslag (learner report). De leerlingen doen hierin verslag van hun leerervaringen, aldus De Groot. Een ervaring is fundamenteel als zij door de lerende wordt herinnerd en gerapporteerd als belangrijk in de eigen ontwikkeling.


Naast het effect, dat de leerling door het schrijven van het leerverslag zich het geleerde weer voor de geest haalt waardoor het beter beklijft, is het leerverslag ook een nuttig instrument voor de leraar. Deze ziet in welke leerfase een leerling zich bevindt en kan zich daar in zijn onderwijs op richten.

Zie PowerPoint over learning journals op:

http://www.slideshare.net/ldubradford/writing-effective-learning-journals

Het leren van strategieën moet al vroeg beginnen. Als daar pas tegen het eindexamen bij het trainen van examenvragen aan de orde komt is het te laat. Strategisch denken kost veel oefening.


Literatuur

Airasian, P. W., & Miranda, H. (2002). The Role of Assessment in the Revised Taxonomy. Theory into Practice, 41(4, Autumn), 249-254.

Alexander, P. A. (2006). Psychology of learning and instruction. New Yersey: Pearson Education

Amer, A. (2006). Reflections on Bloom's Revised Taxonomy. Electronic Journal of Research in Educational Psychology, 4(1)(8), 213-230.

Anderson, L. W. (2002). Curriculum Alignment. Theory into Practice, 41(4, Autumn), 255-260.

Bergstrom, T. C. (2009). Teaching Economic Principles

Interactively: A Cannibal’s Dinner

Party. Journal for Economic Education, 40(4), 366-384.

Bloom, B. S. (1968). Learning for Mastery. Evaluation Comment, 1(2), 1-5.

Boekaerts, M., & Simons, P. R.-J. (1995). Leren en instructie. Assen: Van Gorcum.

Bransford, J. D., Brown, A. L., & Cocking, R. R. (1999). How People Learn. Washington, DC: National Academy Press.

Brown, A. L., & Palincsar, A. S. (1989). Guided cooperative learning and individual knowledge acquisition. In L. Resnick, B. (Ed.), Knowing, learning and instruction: essays in honor of Robert Glaser (pp. 395-451). Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum.

Bruer, J. T. (1993). Schools for thought: A science of learning in the classroom. Cambridge, Mass.: MIT Press.

Byrd, P. A. (2002). The revised Taxonomy and Prospective Teachers. Theory into Practice, 41(4, Autumn), 244-248.

De Groot, A. D. (1980). Over leerervaringen en leerdoelen. In Handboek voor de onderwijspraktijk (Vol. 10). Deventer: Van Lochum Slaterius.

Dekker, R., & Elshout-Mohr, M. (1998). A Process Model for interaction and mathematical level raising. Educational Studies in Mathematics, 36, 303-314.

Ebbens, S., & Ettekoven, S. (2005). Effectief leren. Basisboek. Groningen: Wolters-Noordhoff.

Ferguson, C. (2002). Using the Revised Taxonomy to Plan an Deliver Team-Taught, Integrated, Thematic Units. 2002, 41(4, Autumn), 238-243.

Grol, R. (2005). Leren denken met economie. Nijmegen: Stichting Omgeving en Educatie.

Grol, R. (2006). Leren denken met bedrijfseconomie. Nijmegen: Stichting Omgeving en Educatie

Hinloopen, J., Adriaansen, P., & Zuiderwijk, A. (2009). Praktische Economie. 's-Hertogenbosch: Malmberg.

Janssen, T., Ten Dam, G., & Van Hout-Wolters, B. (2002). Vaardigheden voor zelfstandig leren. Een praktijkoverzicht van onderzoek. Assen: Koninklijke Van Gorkum BV.

Krathwohl, D. A. (2002). A revision of Bloom's Taxonomy: An Overview. Theory into practice, 41(4, Autumn ), 212-218.

Marzano, R., & Miedema, W. (2005). Leren in vijf dimensies.Moderne didactiek voor het voortgezet onderwijs. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV.

Marzano, R. J. (1992). A different kind of classroom. Teaching with dimensions of learning. Alexandria: ASCD.

Mayer, R. E. (2002). Rote versus Meaningful Learning. Theory into Practice, 41(4), 226-232.

Pandel, H. J., & Schneider, G. (2002). Handbuch Medien im Geschichtsunterricht. Schwalbach: Wochenschau Verlag.

Pilot, A., Van Hout-Wolters, B., Jongepier, P., & Scheijen, W. (2009). Studeer effectief. Groningen: Noordhoff Uitgevers.

Pintrich, P. (2002). The Role of Metacognitive Knowledge in Learning, Teaching and Assessing. Theory into Practice, 41(4, Autumn), 219-225.

Rath, J. (2002). Improving instruction. Theory into Practice, 41(4, Autumn), 233-244.

Schuwirth, L. W. T., Verheggen, M. M., Van der Vleuten, C. P. M., Boshuizen, H. P. A., & Dinant, G. J. (2001). Do short cases elicit different thinking processes than factual knowledge questions do? Medical Education, 35, 348-356.

Syllabuscommissie. (2006). Examenprogramma economie havo/vwo. Utrecht: CEVO.

Teulings, C. N. (2005). The Wealth of Education. Enschede: SLO.

Van Dongen, H. (2007). Pincode. Groningen: Wolters- Noordhoff.



Wilschut, A., Van Straten, D., & Van Riessen, M. (2004). Geschiedenisdidactiek. Bussum: Coutino.



1 Zie hoofdstuk: Vaktaal



s.haverkamp 13-3-2017
1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Stappen voor het lezen (en begrijpen) van een cartoon: Stap 1
  • Stap 3
  • Stap 5
  • Instructie voor het leren van strategieën

  • Dovnload 385.81 Kb.