Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Inleiding

Dovnload 5.07 Mb.

Inhoudsopgave Inleiding



Pagina2/8
Datum25.10.2017
Grootte5.07 Mb.

Dovnload 5.07 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Doelen stage

Tijdens de stage had ik veel leerdoelen. Ik wilde gewoon alles weten over lesvoorbereiding, lesgeven, over de leerlingen en de school. Ik wilde zien hoe verschillende leraren op een andere manier les geven en voor de klas staan. Ik wil weten hoe een leraar zijn les geeft, hoe hij in speciale of moeilijke situaties reageert en hoe de samenwerking met collega’s gaat.




Korte beschrijving van de stageschool:
De Van Haersmasingel (VHS) is een openbare vmbo-school in de Nederlandse plaats Drachten, met ongeveer 950 leerlingen en zo'n 130 medewerkers. De school is onderdeel van de Openbare Scholengemeenschap Singelland.

Naast OOM en de theoretische leerweg worden in het vmbo de volgende sectoren aangeboden: Zorg en Welzijn, Techniek Breed, Consumptieve Techniek Breed, Handel en Administratie en de ICT-route. De VHS is gehuisvest in een nieuw schoolgebouw.


Voorbereidend Middelbaar Onderwijs (VMBO):
Op het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs komt 60 % van de twaalfjarigen terecht. Wat houdt die opleiding in? Wat kunnen de leerlingen na hun eindexamen? Hieronder een beknopte uitleg van de keuzes voor sectoren en leerwegen.
Algemeen:

Elke leerling die op het V.M.B.O. terechtkomt, volgt een basisvorming van twee jaar. Daarin is een verplicht vakkenpakket opgenomen dat voor alle leerlingen het zelfde is. Aan het einde van het tweede leerjaar kiest de leerling een van de sectoren en zal worden geplaatst op een van de leerwegen.Bij elke leerweg en sector horen vakken waarin de leerling examen gaat doen. Gemeenschappelijke vakken zijn Nederlands, Engels, Maatschappijleer, gym en kunstvakken (zoals tekenen, dans en muziek).

Leerwegondersteunend onderwijs wordt gegeven aan leerlingen met onderwijs- of gedragsproblemen.
Verplichte vakken in elke sector: Nederlands en Engels.
Sectoren
Techniek


  1. Metaal en metalektro

  2. Technische installatie

  3. Bouwtechniek

  4. Mobiliteit

  5. Transport en Logistiek

  6. Grafimedia

  7. Voertuigentechniek

  8. Elektrotechniek

  9. Techniek breed


Voor Techniek zijn verplicht: wiskunde en natuur- en scheikunde.
Economie


  1. Economie

  2. Horeca, toerisme

  3. Voeding


Voor Economie zijn verplicht: Economie en wiskunde of een vreemde taal.
Zorg


  1. Verzorging/zorg en welzijn

  2. Uiterlijke verzorging

  3. Sport, Dienstverlening of Veiligheid


Voor Zorg zijn verplicht: Biologie en Maatschappijleer of Aardrijkskunde of Geschiedenis of Wiskunde

Groen (ook landbouw genoemd)


Voor landbouw zijn verplicht: Wiskunde en biologie of natuur- en scheikunde.
Leerwegen
Theoretische leerweg
Deze richting lijkt op de vroegere MAVO (waarvan er overigens weer veel zelfstandig worden). Deze leerweg vormt het hoogste niveau van het V.M.B.O. en is niet gericht op een speciale beroepskeuze. De leerling doet examen in 6 algemene vakken: O.a. diverse talen, wiskunde en geschiedenis.

Gemengde leerweg
Het woord zegt wat het is: Hiervoor kiezen leerlingen die willen leren maar zich ook willen voorbereiden op een beroep. Deze leerweg bestaat uit zowel theoretisch als praktisch onderwijs. De leerling doet examen in 5 algemene vakken en een beroepsgericht vak.

Kaderberoepsgerichte leerweg
De leerling doet kennis op door voornamelijk praktische vakken te volgen. In het derde jaar wordt een stage gelopen van twee weken, bij een bedrijf dat bij de beroepsgerichte leerweg hoort. Leerlingen doen examen in 4 algemene vakken en een beroepsgericht vak.
Basis-beroepsgerichte leerweg
Deze leerweg is vooral praktisch gericht, minder zwaar. Er wordt meer dan 12 uur praktijkonderwijs gegeven, bijvoorbeeld door een buitenschools leerwegtraject. De leerling doet examen in 4 algemene vakken en een beroepsgericht vak, minder uitgebreid.
Na het V.M.B.O.:

Na het examen theoretische leerweg kan een leerling doorstromen naar het HAVO-onderwijs. Wel met verplichte vakken als wiskunde en Frans of Duits. Het vervolgonderwijs voor de overige leerwegen kan zijn : Een R.O.C. (regionaal opleidingscentrum), waarin de beroepsgerichte vakken worden vervolgd en gespecialiseerd.


Enquêtes: Veiligheid op school:
Aandachtspunt:

Leerlingen geven aan het moeilijk te vinden om over hun problemen te praten. Daarbij vinden leerlingen het niet gemakkelijk om de stap te nemen problemen te bespreken met een vertrouwenspersoon of mentor. Dit wijkt overigens niet af van het provinciaal beeld; ook daaruit blijkt dat leerlingen moeite hebben om met derden te spreken over hun problemen.


Sterk punt:

Leerlingen voelen zich veilig in de klas; een hoog percentage leerlingen beantwoordt deze vraag met ‘altijd’. Ook voelen zij zich veilig op school, omdat er duidelijke regels zijn tegen spijbelen, geweld en discriminatie. Daarnaast vinden zij dat deze regels goed bewaakt worden. Ook ervaren leerlingen dat er positief met hen wordt omgegaan en dat zij goed worden geholpen als zij om hulp vragen. Alle locaties van Singelland scoren hierbij hoger dan het provinciaal gemiddelde!


Contactgegevens van de stageschool:
Singelland Van Haersmasingel


Van Haersmasingel 37, 9201 KN Drachten
Postbus 112, 9200 AC Drachten
Tel. (0512) 58 23 45
Fax (0512) 58 23 49
E-mail VHS: info.vhs@singelland.nl
E-mail Singelland Centraal/algemeen directeur: info@singelland.nl
Algemeen directeur: de heer drs. T. Wagenaar

Zorginstellingen:



De volgende instanties zijn externe partner voor Singelland:


  • GeestelijkeGezondheidsZorg

  • PAL Friesland

  • PI groep

  • Stichting In de Bres

  • JeugdGezondheidsDienst

  • VerslavingsZorg Noord Nederland

  • Maatschappelijk Ondernemen Smallingerland

  • Leerplicht Ambtenaar

  • Politie

  • Bureau Jeugdzorg

  • Jeugdhulp Friesland


Schoolregels:
Binnen alle locaties van Singelland zijn samen met de leerlingen de 'zeven eigenwijze leefregels' afgesproken. Deze kunt u nalezen onder het kopje Algemeen: leefregels. Elk schooljaar krijgen de leerlingen een flyer waarin de zeven eigenwijze leefregels staan. Daarnaast heeft de VHS regels over te laat komen, spijbelen en aanvullende afspraken.   
2 Stageplan
1. Beschrijving van mijzelf en mijn motivatie:

Mijn naam is Nadine Knepper en ik ben 22 jaar oud. Ik woon in Buitenpost. Ik woon nu ongeveer 1 jaar en 10 maanden in Nederland. Op dit moment zit ik in het eerste jaar van de opleiding `docent Duits`. Oorspronkelijk kom ik uit Duitsland. Ik heb deze opleiding gekozen omdat ik graag Duits aan jonge mensen wil geven, graag met jongeren werk en Duits mijn moedertaal is. Vooral wil ik jongeren begeleiden in de opvoeding / maatschappij. Dat was altijd mijn droom.


2. Beschrijving van wat ik (van tevoren) aan de weet ben gekomen over mijn stageschool.

Ik heb van tevoren een heel leuk filmpje over mijn stageschool gevonden. Dat moet u zien! Geweldig! Het filmpje staat op Youtube. De link is: http://www.youtube.com/watch?v=ZM-xTSbFRdw


e / of

http://www.singelland.nl/vhs.aspx
Singelland Van Haersmasingel (VHS) is een moderne VMBO-school met ongeveer 950 leerlingen en ongeveer 130 medewerkers. Naast OOM (onderwijs op maat) en de theoretische leerweg worden in het VMBO de volgende sectoren aangeboden: Zorg en Welzijn, Techniek Breed, Consumptieve Techniek Breed, Handel en Administratie en de ICT-route. Er wordt gewerkt met 8 kernteams, waardoor de betrokkenheid met leerlingen en collega’s groot is. De VHS is gehuisvest in een nieuw, bijzonder schoolgebouw.
Op de homepage (http://www.singelland.nl/vhs.aspx) heb ik veel informatie over mijn stageschool gevonden (bijvoorbeeld roosterwijzigingen, algemeen, onderwijs, organisatie, impressie open dag, download, vacatures, contact).
3. Praktische vragen aan mijn stagecoach:

  • Is het mogelijk een videocamera op de stageschool te lenen (voor opnemen van lessen)?

  • Wat zijn de regels van school?

  • Aan welk klassen kan ik les geven?

  • Hoe lang duurt een lesuur?

  • Hoe laat zullen we elke maandag op school zijn?

  • Aan welke klassen geef jij les?

  • Hoe groot zijn de klassen?

4.1 Mijn leerdoelen voor p-taak 3 en wensen / voorkeuren t.a.v. de uitvoering van p-taak 3:

Competentie 3.1a:

Ik wil graag een toets van de leerlingen nakijken en daarna samen met mijn coach die toets gaan bespreken. Ik heb die toets van tevoren met mijn stagecoach gemaakt. Tijdens de les wil ik dan de toets bespreken. Ik wil de meest gemaakte fouten opschrijven en nog een keer aan de leerlingen gaan uitleggen. Ik ben er zeker van dat ik mijn leerdoel bereik.



Competentie 4.1a:

Al mijn eerste Pop (korte termijndoel) en mijn tweede Pop (lange termijndoel) was een leerdoel `plannen en structureren`. Dit kan ik realiseren door lesplanningen, uitvoeren en dit bespreken met mijn coach.



4.2 Mijn leerdoelen / leerervaringen voor het werkplekleren als geheel (inclusief andere activiteiten) en gewenste activiteiten:

  • Ik wil graag zien hoe ik een les voorbereid (in de praktijk) en uitvoer. Dit kan ik leren d.m.v. lessen zelf voorbereiden en geven.

  • Ik wil veel informatie over de leerlingen krijgen. Dit kan ik krijgen als ik naar vergaderingen ga, met mijn coach over de leerlingen praat en ook zelf met de leerlingen gespreken ga voeren.

  • Ik wil zoveel mogelijk weten over mijn stageschool. Ik informeer me op de homepage, stel vragen aan mijn coach en onderzoek de school vanuit mijn oogpunt.

  • Ik wil zien hoe de verschillende leraren op een andere manier les geven en voor de klas staan. Ik observeer verschillende leraren en maak aantekeningen.

  • Ik wil weten hoe een leraar zijn les geeft, hoe hij in speciale of moeilijke situaties reageert en hoe de samenwerking met collega’s gaat.(bv. als de kinderen druk zijn) Dit kan ik leren d.m.v. observaties, een les voorbereiden, die ik dan van tevoren met mijn coach bespreek.

  • Hoe reageert een leraar als de les anders verloopt dan gepland? Dit kan ik leren d.m.v. observaties en gespreken met mijn coach en gespreken met andere leraren over dit thema.

5. Bronnen die ik wil gaan gebruiken:

  • Leren lesgeven

  • De vijf rollen van de leraar

  • Identiteitsontwikkeling en leerlingbegeleiding


Globale Urenverantwoording
Maandag 31 januari: 6 uur school + 2 uur voorbereiding

Maandag 7 februari: 6 uur school

Maandag 14 februari: 7.45 uren school

Maandag 28 februari: 8.45 uren school + 1 uur voorbereiding

Maandag 7 maart: 7 uren school + 2 uren voorbereiding

Maandag 14 maart: 6 uren school + 3 uren voorbereiding (tekst klas 3)

Dinsdag 15 maart: 3 uren kernteam vergadering met nabespreking

Maandag 21 maart: 4 uren school + 2,30 uren voorbereiding (gezamenlijke les Ottje)

Dinsdag 22 maart: 1 uur rapportvergadering

Woensdag 23 maart: 3 uur voor stage bezig samen met Ottje

Maandag 28 maart: 4 uren school + 2 uren intervisie

Maandag 18 april: 3 uren school

Dinsdag 26 april: 4 uren school

Woensdag 27 april: 3 uren school

Donderdag 28 april: 3 uren school

Maandag 9 mei: 5 uren stage

Maandag 16 mei: 3 uren stage (1 uur lesgeven + 2 uur voorbereiding)

Verslag schrijven – 18 uren


108 uren
3 Competentielogboek
1 Interpersoonlijk competent

1.1a Ik beheers sociale en communicatieve vaardigheden zoals gespreksvaardigheden, luistervaardigheden, feedbackvaardigheden.

Deze competentie moet je als toekomstige leraar goed beheersen. Op mijn stageschool heb ik veel E-mails naar mijn stagecoach en Ottje gestuurd. Ook op school hadden we veel met elkaar gesproken (bijvoorbeeld: Wanneer en waar moeten we zijn?, Wat moeten we mee nemen?, Bij welk onderdeel moet ik les geven?, Wat moet ik doen?, Hoe kan ik de leerstof het best overbrengen?, Vragen over haar als leraar etc.). Met de leerlingen heb ik veel gesproken. Aan het begin was ik een beetje bang met hun te spreken, maar later was het geen probleem meer voor me. De leerlingen zijn op me toegegaan en we hadden over alles kunnen spreken. Tijdens de les en pauze vroegen ze me waar ik vandaan kom, hoe het in Duitsland is en wat voor cultuurverschillen tussen Nederland en Duitsland zijn. Ik had hun altijd een antwoord gegeven en stond open voor hun vragen. Ik had hun veel uitleg over Duitsland kunnen geven en dat vonden de leerlingen heel interessant en leuk te horen. Nu weet ik dat ik positief overkom en altijd vragen mocht stellen. Ik had de vragen altijd beantwoord. Ik was aan het begin bang voor de vragen van de leerlingen, omdat ik niet wist wat voor vragen ze me gaan stellen en of ik deze vragen kan of durf beantwoorden. Nu ben ik opener geworden en heb er geen moeite meer mee.



1.1b Ik kan sociale interacties in een klas herkennen en verklaren.

Vaak had ik de klas 2TLB geobserveerd. In deze klas had ik tijdens het observeren gezien, dat de leerlingen een goed band met elkaar hadden. Niemand werd gepest of uitgesloten. Dat vond ik geweldig, omdat het meestal voorkomt, dat er iemand in een klas gepest word. Door de goed band had ik gemakkelijk groepen kunnen beelden.

Me valt op hoe en kind zich in de klas gedraagt. Vaak kijken ze uit het raam, zijn ze afwezig of aan het dromen. je ziet ook wel dat ze het verkeerde boek voor zich hebben liggen. Tijdens mijn les liet ik ze vaak aan het woord komen en dan keken ze verschikt op. ze weten niet waar we met de les mee bezig zijn. In een kleine klas valt het natuurlijk nog sneller op dan in een grotere. Tijdens vergaderingen (klas 2TLB) had ik meer informatie over een kind kunnen krijgen. Ik wist dan meer van de achtergrond van het kind en van de thuissituatie. Soms zie je dan ook wel aan het kind, bijvoorbeeld als het nooit zijn huiswerk heeft of als het in vieze kleding rondloopt. Dan ga ik me toch wel afvragen of er bij het kind thuis niet iets aan de hand is. Toen me iets opviel ging ik met mijn coach een gespreek over dat kind voeren om meer over het kind in te hervaren.

Samen met Ottje had ik tijdens ons stage aan een vergadering deel genomen. Tijdens de vergadering ging het om de klas 2TLB. Ze hadden het over ieder leerling. Een leerling was 14 jaar en zwanger. Ik was geschokt. Ik kon het niet begrijpen dat een meisje met 13 of 14 al een baby verwacht. Lang had ik in het internet over tienermoeders gezocht. Ik stelde me volgend vragen:



  • Wordt te weinig aandacht besteed aan goede voorlichting?

  • Weten de leerlingen te weinig over voorbehoedmiddel?

  • Wat zijn de oorzaken van een vroeg zwangerschap?

  • Wat zijn de kenmerken en hoe kan ik het de leerling uitleggen?

  • Als een meisje me zegt dat ze zwanger is en ze weet niet wat ze nu moet verder doen, wat voor advies kan ik haar geven?

  • Welk hulpverleningen bestaan er?

Bij bijlage 20 ziet u meer informaties, die ik heb uitgevonden.
3 Vakinhoudelijk & didactisch competent

3.1a Ik kab onderwijsactiviteiten voorbereiden en uitvoeren waarbij ik de vakinhoudelijke en didactische keuzes die ik gemaakt heb onderbouw.

Op 28 april 11 had ik een les aan klas 3GTA gegeven. Daarvoor moest ik me goed voorbereiden. Van tevoren had ik aan deze klas nog nooit les gegeven. Vaak had ik samen met Ottje deze klas geobserveerd. Daardoor had ik kunnen zien hoe ver ze met het Duits zijn. Aan hand van de observaties heb ik een goed beeld over de leerlingen gekregen. Voor deze les had ik een makkelijk liedje uitgezocht. Die de leerlingen een keer tijdens de observaties hadden gezongen. Ik wist dat er deze liedje ook in het Duits is. Uit de songtekst had ik woorden gehaald, die ze tijdens het luisteren moesten invullen. Het leerdoel is woorden te horen en op te schrijven. Dit liedje had ik ook gekozen om een goed atmosfeer tussen de leerlingen en mij te scheppen. De leerlingen zouden door dit bekende liedje zich vertrouwen om naar een Duitstalige tekst te luisteren. Iedereen was tijdens het liedje enthousiast en iedereen deed mee. Ik hield me aan mijn lesformulier en was goed op tijd. Na het liedje deed ik een dictee. Dat vonden de leerlingen moeilijk. Ik had daarom niet de hele tekst gedicteerd. Ik wilde samen met de leerlingen hun geschreven zinnen contoleren en de fouten corrigeren. Ik had een dictee gekozen om hun schrijfvaardigheid te verbeteren. Ze zouden hun fouten zelf herkennen en zich zelf bewust maken welke fouten ze maken en hoe ze deze kunnen vermijden. Ik had ze uitgelegd waarom het zo moet geschreven worden en niet zo. Door het navragen “Heeft het iedereen begrijpen?”, hadden de leerlingen de kans om vragen te stellen. Ik heb open en op natuurlijke manier les gegeven. daarmee wilde ik de leerlingen laten zien, dat ze me altijd alles mogen vragen en ze op alles een antwoord krijgen. Ook een dag later kwam een paar leerlingen bij me en ze zeiden dat het een leuk les was. Ik vroeg ze of het leerzaam was. De leerlingen hadden gezegd, dat ze door het dictee (dat wel pittig was) hun fouten die ze doen konden herkennen. Ze wisten nu hoe het beter kan. Ook om van een Duitser de uitspaak te horen. Daar was ik erg blij mee en dat was ook de bedoeling, dat ze hun luister-, spreek- en schrijfvaardigheid verbeteren en hun woordenschat vergroten. Ik heb feedback van Ottje, mevrouw Zoutsma en de vrouw die van de NHL was (schoolbezoek) feedback gekregen zie bijlage 10. Ook laat ik bij de bijlage 11 mijn lesformulier van deze les zien.



4 Organisatorisch competent

4.1a ik kan plannen en struktureren.

Vaak had ik de klas 3GTA geobserveerd. Daardoor had ik kunnen zien hoe ver ze met het Duits zijn. Aan hand van de observaties heb ik een goed beeld over de leerlingen gekregen.

Ik had me aan het begin van de les aan de leerlingen voorgesteld. Ik zaaide dat ik bij mijn observaties een liedje heb gehoord, dat ik heel bekend vond. Het was van “Der König der Löwen”. Uit de songtekst had ik woorden gehaald, die ze tijdens het luisteren moesten invullen. Het leerdoel is woorden te horen en op te schrijven. Dit liedje had ik ook gekozen om een goed atmosfeer tussen de leerlingen en mij te scheppen. De leerlingen zouden door dit bekende liedje zich vertrouwen om naar een Duitstalige tekst te luisteren. Iedereen was tijdens het liedje enthousiast en iedereen deed mee. Ik had van tevoren een lesformulier gemaakt. Ik hield me goed aan mij gemaakt lesformulier. Zo had ik de tijd goed kunnen inplannen. Voor het lied had ik 15 minuten ingeplant. Na het lied deed ik een dictee. Voor het begin van de les had ik lestekens aan het board geschreven. Daarmee begon ik (inleiding dictee). Bij het dictee begon ik eest de hele tekst voor te lezen. Daarna had ik eerst een zin voorgelezen om de leerlingen deze zin te verinnerlijken. Stap voor stap begon ik de woorden (ongeveer 3 tot 4) voor te lezen. Ik had ze twee tot drie keer voorgelezen. De leerlingen hadden meegeschreven. Toen wij klaar waren controleerden we samen de zinnen. Daarbij had ik ze verbeterd en de goede zinnen aan het board geschreven. Ik had er op de uitspraak gelet en de leerlingen verbeterd. Toen de les bijna af was had ik me bij de leerlingen bedankt en complimenten aan ze gegeven. Dat was de enige les die ik aan klas 3GTA gaf. Ik heb tijdens het maken van de les op de opbouw gelet. Ik vroeg me af met welk opdracht ik zou beginnen, hoe ik een goed inleiding kan geven, hoe veel leerlingen in de klas zitten, welk onderwerp bij de belevingswereld past en had opgelet dat de opdrachten niet te moeilijk waren.
5 Competent in het samenwerken met collega`s

De hele deerde periode ben ik samen met Ottje stage op de Van haersmasingel gelopen. Wij hadden samen lessen voorbereidt en uitgevoerd. Ons eerste les gaven we aan 2TLB. Hier zouden we het huiswerk dat de leerlingen zouden doen nakijken. Wij deelden ons deze opdracht goed in. Het was heel leuk om met Ottje samen te werken. Als er Ottje iets niet heeft begrijpen had ik het aan haar uitgelegd en als ik er iets niet snapte had ze het aan me uitgelegd. Wij werkten heel fijn samen en hadden er veel plezier. Ons lessenserie hadden wij ook samen gedaan. Ottje kwam bij mij thuis en wij hadden overlegd wat wij voor een thema wilden doen. Iedereen had leuke ideeën die wij goed in ons lessenserie konden inbrengen en uitvoeren. Op het laatste dag van ons stage wilden wij twee taarten baken. Dat was een klein afscheidscadeau voor de leerlingen en ons stagecoach. Samen hebben wij de taarten bij mij thuis gebakken. De samenwerking met Ottje vond ik geweldig en ik zou heel graag weer met haar stage lopen. Ik had feedback van Ottje en ons stagecoach (mevrouw Zoutsma) gekregen. Op het feedbackformulier (bijlage 16) staat bij punt 5.1a het feedback die ik van Ottje en mevrouw Zoutsma heb gekregen. Ik was er heel tevreden met mijn feedback, omdat wij een heel goed samenwerking hadden (Ottje en mevrouw Zoutsma).



6 Competent in het samenwerken met de omgeving

6.1a Ik heb een globaal beeld van de verschillende partijen waarmee de school contact onderhoudt

Samen met Ottje heb ik meneer A. Visser geïnterviewd. Het interview vond op Van Haersmasingel in Drachten plaats (ons stageschool). Meneer A. Visser stond open voor al ons vragen. Wij hadden ons de Instellingen genoteerd, waarmee de school contact heeft. Door het interview hadden we goed inzicht kunnen krijgen waarmee de school contact heeft. Het was heel interessant en leerzaam. Voor een leraar is het belangrijk te weten met wie de school contact heeft. Als er problemen optreden moet een leraar weten met wie hij contact moet opnemen. Ons stageschool heeft met volgend zorginstellingen contact:



  • Geestelijke gezondheidszorg

  • PAL Friesland

  • PI groep

  • Stichting In de Bres

  • Jeugd gezondheidsdienst

  • Verslavingszorg Noord Nederland

  • Maatschappelijk Ondernemen Smallingerland

  • Leerplicht Ambtenaar

  • Politie

  • Bureau jeugdzorg

  • Jeugdhulp Friesland

Op bijlage 19 zie je de zorginstellingen, met die de school te maken heeft.

Ik weet door het interview nu met welk instellingen de school contact heeft. sommige begrippen begreep ik niet en daarom had ik samen met Ottje de uitleg geformuleerd. Vroeger had ik een jaar lang als schoonmaakster bij de Jeugdhulp Friesland in Drachten gewerkt. Ik wist niet precies wat hun werk inhield en wat ze doen. De Jeugdhulp Friesland helpt kinderen, jongeren en hun ouders bij opvoedings- en/of gedragsproblemen. De vragen en problemen rond opgroeien en opvoeden variëren in ernst en omvang. Hun zorgaanbod sluit hierbij aan en loopt uiteen van lichte ambulante hulp tot zeer intensieve en specialistische behandelvormen. De kwaliteit van leven en de ontwikkelingsmogelijkheden van jeugdigen staan steeds centraal. Ze bieden vanuit 39 locaties en drie regio’s een dekkend behandelaanbod in Friesland. De organisatie heeft circa 700 medewerkers, jaarlijks worden gemiddeld meer dan 2000 cliënten geholpen. Dat was zeer informatief en ik vindt het goed om te weten waar ik vroeger heb gewerkt. In bijlage 19 ziet u mijn bewijsstuk (de uitleg van ieder schoolcontact).



7 Competent in reflectie en ontwikkeling

7.1a Ik kan reflecteren op mijn eigen professionele ontwikkeling en studiegedrag

Mijn ontwikkelingspunten tot einde van de deerde periode was om mijn Nederlands te verbeteren. Ik reflecteer mijn Nederlands van de eerste periode tot nu toe. De laatste manden was ik heel bezig met het Nederlands. Ik wilde mijn Nederlands ontwikkelen om betere studieresultaten te krijgen, toetsen en portfolio’s te halen. Ik had altijd deelgenomen aan spelling en stijl. Daardoor had ik kunnen beter schrijven. Ook mijn woordenschat had zich vergroot. In periode drie zijn we stage gelopen. Ik had er veel les gegeven. Daardoor vond ik het heel belangrijk om dingen goed te kunnen uitleggen. Ik was bang om les te geven, omdat ik dacht dat de leerlingen me misschien niet kunnen begrijpen. Toch het verliep heel anders. Alle dingen, die ik had uitgelegd verstonden de leerlingen. Ik had een duidelijk uitleg kunnen geven. Daar was ik erg blij mee. Hoe heb ik mijn doel kunnen bereiken? Ik had veel presentaties gehouden. Door verslagen te schrijven, veel boeken lezen, les geven, groepswerk en de exclusie had ik mijn Nederlands kunnen verbeteren. In de deerde periode had ik er geen moeite mee teksten uit te werken of boeken te lezen. Ik had alle lessen kunnen volgen en de belangrijke dingen eruit halen. Ottje had me heel veel bij het Nederlandse grammatica kunnen helpen. De vakken spelling en stijl waren er heel ondersteunend voor het verbeteren van mijn Nederlands. Ik wilde mijn doel tot einde van periode vier halen. Als ik terug naar de eerste periode kijk kan ik zeggen, dat ik mijn doel heb bereiken kunnen. Natuurlijk is het nog niet perfect, maar is zie er een groot ontwikkeling. Mijn medestudenten delen mijn mening. Ik ben er blij mee als ik te horen krijg dat mijn Nederlands is verbeterd.

Als toekomstige leraar is het heel belangrijk goed Nederlands te kunnen schrijven. Ook moet ik later een goed uitleg kunnen geven. De leraar moet in stand zijn de Nederlandse grammatica te beheersen. Later neem ik aan vergaderingen deel. Daar moet ik natuurlijk ook begrijpen kunnen over wat het gaat.

Omdat ik heel graag een leraar wil worden is het een groot motivatie voor me.

In periode 3 had ik leren lesgeven kunnen halen. Het leren voor dit vak viel wel mee. Ik had er geen moeite mee en had er alles kunnen begrijpen. Dat komt ook doordat ons klas veel aan het toneelstuk had gewerkt. De hele tijd hadden we Nederlands gesproken. Ik heb opgemerkt dat ik daardoor beter kan uitleg geven en geen moeite meer heb me uit te drukken. Daardoor zie ik dat ik mijn doel heb bereiken kunnen. Ik ben er heel blij mee en ga door met mijn ontwikkeling.
Zo verliep mijn gehele stage:
Stagedag 1, 31-02-11
A Waar ging het precies om?

Rondleiding door de school en kennis maken met coach, collega´s en leerlingen leren kennen.



B Hoe heb je dat ervaren?

Het was heel spannend. Ik had niet zo´n groot school verwacht. Onze coach was heel vriendelijk en stond open voor vragen. Ottje en ik waren er heel nieuwsgierig naar de leerlingen en de lessen van onze coach. We hebben gekeken hoe onze coach (mevrouw Zoutsma) les gaf. Het was leuk om te zien hoe een Duitse les eruit ziet.



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Het was een mooie stagestart en heel spannend. Nu ben ik erg nieuwsgierig naar wat wij de volgende stagedagen kunnen verwachten.


Stagedag 2, 07-02-11
A Waar ging het precies om?

Observatie 3de klas VMBO:

  • Carnaval en Pasen

Observatie 2de klas VMBO:

  • Grammatica

Observatie 4de klas VMBO –tl

  • taaldorp “Im Hotel”

B Hoe heb je dat ervaren?

Het was leuk om te zien hoe de leerlingen zich gedroegen. Als je observeert zie je de fouten die de leraar maakt, maar ik wil geen grote bek hebben. Ik zelf had nog nooit voor een grote klas gestaan en les gegeven.

Ik vond het heel leuk om bij de 4de klas te helpen. We hielpen hen met zinnen schrijven of beantwoorden vragen. Dit was onze eerste “uitlegcontact” met leerlingen.

Observatie 3de klas VMBO:

Twee jongen kwamen te laat en de lerares vraagt waarom ze te laat zijn. Het thema was carnaval en Pasen. De leerlingen praten en letten niet op. Sommige zitten met de rug naar haar toe, omdat ze in een vierkant zitten. Zo kan de leraar de leerlingen niet allemaal zien, omdat de leerlingen niet in een handige formatie zitten. Ze maakt met de leerlingen luisteropdrachten. Daarna worden de opdrachten samen mondeling gecontroleerd. Aan het einde van de les gaf ze huiswerk op en vroeg of er nog vragen waren.



Observatie 2de klas VMBO:

Iedereen zat op een andere plaats (dan de vorige keer). Mevrouw Zoutsma wordt boos op de klas, omdat ze door haar heen praten. De klas was eerst onrustig en daarna weer wat rustiger. Na een tijdje bleef de klas constant onrustig en mevrouw Zoutsma moest de leerlingen weer waarschuwen. Tijdens het nakijken van een opdracht lachen leerlingen om fouten van andere leerlingen. De lerares was wel aardig en positief tegen deze klas. De lerares gaf uitleg, maar 11 leerlingen schrijven niets op bij de uitleg (grammatica). Veel leerlingen hadden de grammatica niet geleerd. Mevrouw Zoutsma praat door luide geluiden heen.



Observatie 4de klas VMBO –tl

Mevrouw Zoutsma deelde wat uit (“Im Hotel”). Ze gaf de leerlingen uitleg en een planning. Ottje en ik hielpen de leerlingen met taaldorp. De leerlingen moesten een gesprek schrijven over “Im Hotel”.



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Observatie 3de klas VMBO:

De klas was onrustig en de leraar had geen overzicht. Dit komt misschien, omdat:

- de klas sowieso druk is

- de lerares niet consequent was

- de leerlingen weten dat de lerares het wel voor hen doet

- ze zitten niet in een handige formatie



Observatie 2de klas VMBO:

De leerlingen waren heel druk. De leraar waarschuwde de leerlingen altijd, maar als de leerlingen doorgingen met kletsen gaf ze geen straf of stuurde ze niemand uit het lokaal. Dit komt misschien, omdat:

- de leerlingen geen vaste plek hebben

- de lerares weer niet altijd consequent is (wel consequent met onder tijdens de les niet naar de wc gaan)


Stagedag 3, 14-02-11
A Waar ging het precies om?

Meelopen bij Bram Sikkema.

Observatie 1ste les klas 2tl

  • kaartjes zelf maken en schrijven

Observatie 2de les klas 2 kader

  • herkenning van Duitse feestdagen

Observatie 3de les klas 2tl:

  • De hereniging van Duitsland

Observatie 4de les klas 2 kader

  • maken van opdrachten uit het boek (mondeling

  • leerlingen stellen vragen over Duitsland, die hij goed beantwoord

Observatie 5de les klas 2 kader om

  • samen worden mondeling vragen gecontroleerd

  • grammaticaregels

B Hoe heb je dat ervaren?

Observatie 1ste les klas 2tl

De klas was erg druk. De leerlingen praten maar door. Hij was niet consequent. Hij schreeuwde erover heen. De leraar schrijft aan het begin `wat te doen` op het bord. Tijdens de opdrachten liep meneer Sikkema door de klas. De leerlingen moesten zelfstandig werken (kaarten maken) en dit werkte niet in deze klas. Iedereen liep door de klas. De leerlingen zijn meer bezig met hun mobieltjes en mp3. Soms geven de leerlingen elkaar klapjes. Wat mij direct opviel is dat de leerlingen niet naar hem luisteren en hem proberen te testen. Nu is er een meisje klaar en laat hem het kaartje zien. Hij kijkt er een kort naar en zegt dan dat ze nu de opdrachten uit het boek moet doen (hij gaf geen compliment). Aan het einde van de les schrijft hij het huiswerk op het bord. De leerlingen begonnen tegelijk hun spullen in te pakken en sommigen liepen door de klas. Veel leerlingen hebben het huiswerk in hun agenda geschreven en willen alleen maar pauze hebben.



Observatie 2de les klas 2 kader

Deze klas is veel rustiger dan die eerste klas. Er zitten maar 13 leerlingen in de klas. De meeste leerlingen zitten aan de ene kant van het klaslokaal. Drie andere leerlingen zitten helemaal aan de anderen kant en die praten. De leraar staat ook niet naar de drie andere leerlingen toe gedraaid. Hij controleert samen met de leerlingen het huiswerk en iedereen doet mee. Een meisje werd eruit gestuurd, omdat ze al een tijdje vervelend deed (waarschuwingen van de leraar waren er wel). Een jongen heeft de hele les niets gedaan (zat maar wat te storen). De leraar ging er op het eind van de les wel heen. Daarbij liep hij overal even bij langs. Aan het eind van de les is de klas een beetje onrustig en sommigen hebben geen zin meer in de les. De leerlingen moesten de laatste paar minuten (10 minuten nog les) naar een tekst luisteren en herkennen wat voor feestdagen er in Duitsland gevierd worden. Maar de klas is zo onrustig, dat ze niet naar de tekst kunnen luisteren en de luisteroefening onverstaanbaar is. Drie meisjes zitten een beetje apart van de klas en nemen niet deel aan de les, maar hij besteedt daar geen aandacht aan. Nu luisteren de leerlingen een tweede keer naar de tekst. Tijdens de tweede keer luisteren de leerlingen niet (ze kletsen en zijn met ander dingen bezig). Aan het eind van de les schrijft hij het huiswerk op het bord en iedereen schrijft mee. Ik vond deze les de beste les, die ik tijdens mijn observaties heb gezien, misschien ligt het daaraan, dat er niet zo veel leerlingen in de klas zaten.



Observatie 3de les klas 2tl:

Aan het begin van de les is de klas een beetje onrustig. Wat mij opvalt is, dat vooral de meisjes heel veel kletsen. Het thema vandaag is de hereniging van Duitsland. Hij vertelt over de deling van Duitsland, maar de helft van de klas luistert niet naar hem. De leerlingen krijgen opdrachten, die ze moesten maken en ze moesten een tekst lezen. De leerlingen gaan niet aan het werk en kletsen de hele tijd. 3 tot 4 leerlingen proberen de opdrachten te maken, de rest van de leerlingen deden de opdrachten niet. Hij liep door de klas en probeerde sommige leerlingen aan het werk te krijgen, maar een paar seconden later waren ze weer aan het kletsen. De leerlingen kletsten en waren niet bezig met de opdrachten, ze keken uit het raam en lachten om grapjes etc.. Sommige meisjes liepen zonder reden door de klas en deden wat ze wilden. Een meisje liep uit het klaslokaal en de leraar vroeg haar waar ze naartoe wilde gaan en ze antwoordde heel onbeleefd “Naar de wc.”. Hij probeert de leerlingen weer rustig te krijgen maar het lukt hem niet. Nu was er een minuut rust, maar daarna was er weer veel lawaai. Hij dreigt met het stiltelokaal en twee minuten later wordt er ook een meisje naartoe gestuurd. Aan het einde van de les is er onwaarschijnlijk veel lawaai. Hij zegt dat ze de volgende dag deze opdrachten klaar moeten hebben, maar er luistert niemand meer. Een meisje loopt weer door het klaslokaal. Nu is de les voorbij en hij kan de les helaas niet goed afsluiten, want er waren geen leerlingen meer in het klaslokaal.



Observatie 4de les klas 2 kader

Er zitten 11 leerlingen in de klas. Meneer Sikkema had over deze klas de controle. Iedere leerling luistert en doet mee. Het is relatief rustig en de leerlingen stellen aan hem veel vragen over Duitsland, die hij ook beantwoord en uitleg geeft. Hij werkt mondeling met de klas samen opdrachten en iedereen is rustig en luistert. Ik moet echt zeggen dat het tot nu de best les was, die ik heb gezien in mijn drie dagen stage. Ik merk op, dat het meneer Sikkema meer plezier bij deze les heeft en dat overdracht zich (volgens mij) ook aan de leerlingen. De leerlingen hebben veel plezier. Nu is bijna de les voorbij en het is heel goed afgelopen. Hij heeft de vijf rollen van de leraar goed gedaan. Aan het eind is hij ook een heel goed afsluiter. De leerlingen zijn rustig en pakken hun spullen tot het einde niet in de tas, compliment! Iedereen wacht tot de bel gaat en hij neemt goed afscheid (wenst een fine dag verder, geeft complimenten etc.) leuk!!!



Observatie 5de les klas 2 kader om

Sommige leerlingen zijn het boek vergeten en moeten het halen (brengt veel onrust aan het begin van de les). Nu worden samen mondeling vragen gecontroleerd. Een meisje heeft het mobile op de tafel liggen en meneer Braam wilde het haar weg nemen, maar ze heeft het heel snel gepakt en in haar tas gedaan. Toen hij zich omdraaide heeft het meisje haar mobile weer uit de tas gehaald en op de tafel gelegd. Ook het meisje naast haar doet het haar naar. Tijdens het controleren van de opdrachten is veel lawaai. Op de linke kant van het klaslokaal zitten twee meisjes en kletsen de hele tijd (ook tijdens het controleren). Hij besteed aan hun geen aandacht en ze gaan natuurlijk ook zo door. Ook twee meisjes in het lokaal (achter aan) brengen veel onrust in de les en hebben een grote bek tegen hem. Toen hij grammaticaregels uitlegt is het voor een kort tijd rustig, maar toen hij klaar was met zijn uitleg was het weer ongelofelijk veel lawaai en onrust in de klaslokaal. Nu moeten de leerlingen opdrachten maken, maar zijn er niet mee bezig en kletsen. Hij krijgt de klas niet onder controle zodat hij de oplossing voorleest.



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Observatie 1ste les klas 2tl

De drukte komt misschien, omdat:

- hij niet consequent genoeg was

Observatie 2de les klas 2 kader

Hij had geen overzicht, maar hij gaf wel een leuke les. Dat komt misschien, omdat:

- er alleen maar 13 leerlingen in de klas zitten

- de meeste leerlingen aan de ene kant van het klaslokaal zitten



Observatie 3de les klas 2tl:

De drukte komt misschien, omdat:

- het wel rumoerig blijft

- hij niet consequent genoeg is (hij waarschuwt maar de leerlingen houden zich er niet aan)



Observatie 4de les klas 2 kader

De leerlingen waren niet echt concentreert. Dat komt misschien, omdat:

- de leerlingen een korte spanningsboog hebben

- de leraar een opdracht gaf, waar ze bijna alles over kunnen schrijven



Observatie 5de les klas 2 kader om

De leerlingen waren heel onrustig en deden niet mee. Ze vergeten boeken en het huiswerk. Dat komt misschien, omdat:

- de leraar ervan uit gaat, dat de leerlingen meeschrijven maar hij controleert het niet (waarom zegt hij niet dat iedereen mee moet schrijven?)

- het uitsturen makte geen indruk op de leerlingen


Stagedag 4, 28-02-11
A Waar ging het precies om?

Meelopen met de klas 2 TLB

Ottje en ik gaan kijken hoe de onderlinge relaties in de klas zijn en hoe de leerlingen zich gedragen bij een leraar. Er zitten 22 leerlingen in de klas (op deze dag).



Observatie 1ste les

  • menselijke bloed

Observatie 2de les economie bij de heer Boomgaarden:

  • het thema weet ik helaas niet, maar de leraar kek samen met de leerlingen het huiswerk na en de leerlingen deden tijdens de les opdrachten uit het boek

Observatie 3de les aardrijkskunde bij de heer Overmaat:

  • Hij keek met de leerlingen huiswerk na. Daarna moesten de leerlingen zelfstandig in het boek werken.

B Hoe heb je dat ervaren?

Observatie 1ste les biologie bij de heer Eijlander

De relaties onderling in de klas zitten wel goed. Het ziet er niet naar uit dat er iemand in de klas echt uitligt. Misschien komt het, omdat het de eerste les na de vakantie is. De klas was echt stil als de leraar wat zei. Meneer Eijlander had echt overwicht. De leerlingen hadden (positief) respect voor hem. Als hij sprak waren de leerlingen stil, maar als hij niet sprak spraken de leerlingen wel eens (maar heel zacht en ze deden geen lawaai dan in andere lessen). Dit liet de leraar ik toe. Als hij stilte wilde, duurde dit ongeveer 10 seconden. Toen Akmal iemand uitlachte, zei hij: “Wil jij het anders vertellen, Akmal?”. Daarna was Akmal stil. De leraar praat rustig en niet te luit (hij hoeft de klas niet te overschreeuwen). De leerlingen moesten zelfstandig werken en waren ook echt stil. De leraar liep bij de rijen langs of stond achterin of voorin. Toen meneer Eijlander zei `rustig overleggen`was het ook redelijk rustig. Hij vroeg de leerlingen wat het belangrijkste van de les was en had binnen no-time het antwoord. Zo sluit hij de les af. dat was een echt leuke les!



Observatie 2de les economie bij de heer Boomgaarden:

De onderlinge relatie was tussen de leerlingen niet verandert. De klas was wel drukker en de leraar moest vanaf het begin vaker waarschuwen. Je merkte dat de leerlingen de leraar uitdaagden. De leraar ging hier heel erg op in. De leraar ging op een gegeven moment in een hoekje staan. Als de leraar sprak waren de leerlingen meestal wel stil. Toen ze zelfstandig moesten werken, waren de leerlingen aan het praten. Ottje en ik hadden het idee dat de leerlingen deze leraar iemand vonden, die je op de kost kon jagen. Als jij iets stoms zei of deed, ging hij daar acht keer van de tien erop in. De leraar controleerde of de leerlingen hun huiswerk er ook in hadden geschreven. De leerlingen moesten tot het einde zelfstandig werken, maar sommigen bleven wel praten.



Observatie 3de les aardrijkskunde bij de heer Overmaat:

de leraar begroet de leerlingen, deelde daarna de planning uit en legde de planning omvangrijk uit. De klas was aan het praten en vervolgens zaaide de leraar dat 5 mensen hun mening over de laatste aflevering van `boer zoekt vrouw`mochten geven. Ottje en ik hadden het idee dat hij dat vaker doet. Het werd hierdoor nog drukker en de leerlingen buit het uit. Akmal werd er toen uitgestuurd en de leraar ging met hem mee (op de gang) om te praten) De klas werd heel rustig toen hij weg ging en ze praten bijna niet. Toen de heer Overmaat weer terug kwam begonnen ze weer met praten. Hij riep Robin bij zijn tafel en vertelde een publiek dat de leraren een mail hadden gekregen, dat Robin en Akmal niet bij elkaar moesten zitten. Sommige leerlingen waren heel goed bezig. Anderen waren aan het praten. De klas bleef rumoerig. De leraar moet heel erg zijn best doen om een paar kinderen stil te krijgen, andere leerlingen zijn ook aan het praten, maar die blijven de hele les praten. het was de bedoeling om zelfstandig te werken, maar het merendeel van de leerlingen praten maar wat. De houding van de leerlingen tegenover de leraar is dat ze bij hem in de les lekker kunnen praten. De leraar weet niet wat hij tegen kan doen en laat deze onzekerheid aan de leerlingen zien.



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Observatie 1ste les biologie bij de heer Eijlander

De relaties onderling in de klas zitten wel goed. Het ziet er niet naar uit dat er iemand in de klas echt uitligt. Misschien komt het, omdat het de eerste les na de vakantie is.

Meneer Eijlander had echt overwicht. Misschien komt het, omdat de leerlingen (positief) respect voor hem hadden.

Observatie 2de les economie bij de heer Boomgaarden:

Je merkte dat de leerlingen de leraar uitdaagden. Misschien komt het, omdat de leraar op een vraag van de leerling acht keer van de tien erop in ging. De leraar controleerde of de leerlingen hun huiswerk er ook in hadden geschreven. Misschien komt het, omdat de leerlingen hun huiswerk vaak niet deden of het vergeten te maken (omdat ze het niet in hun agenda hadden geschreven).



Observatie 3de les aardrijkskunde bij de heer Overmaat:

De houding van de leerlingen tegenover de leraar is dat ze bij hem in de les lekker kunnen praten. Misschien komt het, omdat de leraar niet weet wat hij tegen kan doen en hij laat deze onzekerheid aan de leerlingen zien.


Wat Ottje en mij non-verbaal opviel in deze drie lessen:

- de houding

De eerste leraar stond heel zelfverzekerd en gebruikte weinig stemverheffing o.i.d. de andere 2 leraren stonden wat voorover gebogen en gebruikten wel stemverheffing. Daarbij stonden die 2 leraren niet altijd centraal of zaten ze achter hun bureau. Dit gold niet voor de eerste leraar (meneer Eijlander).


Stagedag 5, 07-03-11
A Waar ging het precies om?

Ottje en ik zouden het hoofdstuk 5 (sport) uit het boek voorbereiden en lesgeven aan klas 2TLB. De leerlingen hadden huiswerk op en we zouden het nakijken.



Observatie 6de en 7de les klas 4

  • leerlingen moesten de examentekst VMBO-GL en TL van 2007 doen

B Hoe heb je dat ervaren?

De leerlingen hadden huiswerk op en we zouden het nakijken. Wij hadden ons heel goed op voorbereidt (zie bijlage 1). De eerste deel van de les deed Ottje en het tweede deed ik. We houden het tempo goed erin. De leerlingen deden goed mee en waren heel enthousiast. maar wij ook. We hadden van ons stagecoach feedback gekregen (zie bijlange 2).



Observatie 6de en 7de les klas 4 GL

Een jonge zaaide iets tegen mevrouw Zoutsma en ze reageerde hier heel boos op en liet hem dit duidelijk merken, dat dit niet geaccepteerd werd. Je merkte dat hij het wel begreep. Daarna ging ze weer heel gewoon verder met de les. Ze moesten een examentekst maken. Aan het begin was het even stil, maar daarna was er wat geroezemoes (maar het bleef bij geroezemoes). De leerlingen kregen een keer tussendoor 7 minuten pauze en wij dus ook.

Daarna gingen ze weer aan de slag met het examen. Als de leerlingen klaar waren gingen ze hun Duitse leesboek lezen. Ottje en ik liepen daar met 2 meisjes mee, die een nieuw boekje moesten zoeken. Wat ons opviel, toen we het kastje met boeken bekeken, was gewoon de meeste boeken saai en gewoon uit eruit zagen en het vooral ook waren. Hier zou ik wel wat meer op willen letten, omdat dat ene meisje wel van lezen houdt, maar deze boekjes gewoon niks aan vindt. Dat was natuurlik heel jammer.

C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Ik had er zo veel plezier. Aan het begin was ik erg nerveus maar naar een tijdje niet meer zo erg. Na deze les had ik gezien dat ik het niveau van de leerlingen heel goed had ingeschat. Ik was trots op mij, omdat ik de leerlingen heel goed motiveert had. ik een vooral de leerlingen hadden veel plezier. wat voor een leuke eerste les!



Observatie 6de en 7de les klas 4

Omdat de leerlingen bijna tentamen hadden waren ze heel goed bezig tijdens de les (examentekst).


Stagedag 6, 14-03-11
A Waar ging het precies om?

Ottje gaf de 4de les aan klas 3TL les. Ik gaf de 5de les aan 2TLB les. Ik had twee quizzen bedacht en sluit me aan bij het thema waar ze zijn. Aan het begin deed ik een mindmap. De leerlingen zouden Duitse woorden zeggen,die met het thema te maken hebben.



Les geven aan 2TLB

  • het thema was sport

  • van tevoren wist ik dat de leerlingen niet goed met het woordenboek kunnen werken, daarom deed ik opdrachten, waarbij ze het woordenboek moeten gebruiken (om de opdracht te kunnen oplossen)

B Hoe heb je dat ervaren?

Feedback genoteerd voor Ottje (4de les 3TL)

Les geven aan 2TLB

Ik zoude het hoofdstuk 5 uit (sport) het boek voorbereiden en lesgeven aan klas 2TLB. Ik had twee quizzen bedacht. Aan het begin deed ik een mindmap. De leerlingen zouden Duitse woorden zeggen,die met het thema te maken hebben.

Ze waren heel stil en nieuwsgierig wat er zou komen. Ik legde de leerlingen aan het begin uit, wat we tijdens de les gaan doen. Ik begon met een mindmap. De leerlingen zouden Duitse woorden zeggen,die met het thema te maken hebben. Daarna deelde ik woordenboeken en mijn eerste opdracht (zie bijlage 3) uit. Ik legde hun de opdracht uit. De opdracht was: wat hoort bij elkaar? Er stonden 28 woorden op het plaatje. Twee woorden passen bij elkaar (bijvoorbeeld zwemmen en water). Ze vonden deze opdracht leuk en iedereen deed de opdracht. Ik was er blij mee dat de leerlingen het leuk vonden. Toen de leerlingen klaar waren besprak ik met hun de opdracht. Ik schreef de antwoorden aan het boord. De tweede opdracht uit (opdracht zie bijlage 4) ging ook weer over het thema sport. De leerlingen zouden een antwoord op de vragen geven en de gevraagde letter op de juiste plek invullen. Welke Duitse zin komt hier uit? De leerlingen waren goed bezig en ze mochten het woordenboek gebruiken. Daarna had ik weer met hun de opdrachten besproken. Ik legde hun het zin uit wat er bij uit kwam. De les had ik met een spelletje afgerond. Van tevoren had ik kleine stukken papier gemaakt, waar een sport opstond. Ik had een leerling uitgekozen. Deze leerling kwam dan bij me en haalde een stuk papier uit de zak. De leerling lees de sport, maar hij mocht het niet de klas latten zien wat voor een sport erop stond. Dan moeste hij zonder iets te zeggen deze sport nadoen. De klas moest raden wat hij voor een soort spoort deed. Dat was een leuke afronding en de leerlingen vonden het geweldig. Aan het eind had ik me bij de leerlingen bedankt en ik had een spontane applaus gekregen. Dat was zo leuk!!! Ik zelf had er ook veel plezier mee. Ik had feedback van Ottje en van mijn coach gekregen (zie bijlage 5).

C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Ik had erg veel plezier aan het lesgeven. Ik had mijn les goed voorbereidt en de tijd goed in de gade. De leerlingen waren motiveert en deden alles mee.


Stagedag 7, 21-03-11
A Waar ging het precies om?

Observatie 6de + 7de les: rol van de pedagoog

  • naamvallen en grammatica

Vergadering (het ging over klas 2TLB

Tijdens de vergadering ging het om de klas 2TLB. Ze hadden het over ieder leerling. Het ging ook over de cijfers van de leerlingen.



B Hoe heb je dat ervaren?

Observatie 6de + 7de les: rol van de pedagoog

1) leerlingen hebben ontspannend gezichtsuitdrukking ++

2) leerlingen geven antwoord op de aan hun gestelde vragen +

Ze vraagt niet altijd 1 leerling (meer de hele klas), dus iemand geeft altijd wel antwoord. Late stelde ze leerlingen persoonlijk vragen.

3) leerlingen laten zich sturen in gedrag, volgen de instructie op +

Ze corrigeert niet altijd het ongewenst gedrag van de leerlingen (zoals de leerlingen hun huiswerk niet hebben gemaakt. Dan zegt ze alleen sarcastisch `handig`).

4) leerlingen reageren ontspannen op positieve feedback ++

5) leerlingen reageert op een correctie en stopt met zijn gedrag ++

6) leerlingen accepteren correcties van gedrag van andere leerlingen

n.v.t. (dit gebeurde deze les niet)

7) leerlingen kennen de voor ieder bekende normen/regels +

Een leerling bleef constant te wiebelen met de stoel.

8) leerlingen worden betrokken bij het delen van verantwoordelijkheden

De leerlingen kregen niet echt verantwoordelijkheid.



Vergadering (het ging over klas 2TLB

Tijdens de vergadering ging het om de klas 2TLB. Ze hadden het over ieder leerling. Een leerling was 14 jaar en zwanger. Ik was geschokt. Ik kon het niet begrijpen dat een meisje met 13 of 14 al een baby verwacht.



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Observatie 6de + 7de les: rol van de pedagoog

Onze coach gaf een leuke les. Iedereen deed mee en had op haar vragen geantwoord. Wat me een beetje opviel was, dat ze niet zo vaak het ongewenst gedrag corrigeert (bijvoorbeeld een jonge had de hele les lang met de stoel gewiebeld). Maar verder was het leuk om de rol van de pedagoog aan ons stagecoach te zien. Daardoor let jij op zo veel dingen op, die jij tijdens het lesgeven niet ziet.



Vergadering (het ging over klas 2TLB

Tijdens de vergadering ging het om de klas 2TLB. Ze hadden het over ieder leerling. Een leerling was 14 jaar en zwanger. Ik was geschokt. Ik kon het niet begrijpen dat een meisje met 13 of 14 al een baby verwacht. Lang had ik in het internet over tienermoeders gezocht. Ik stelde me volgend vragen:



  • Wordt te weinig aandacht besteed aan goede voorlichting?

  • Weten de leerlingen te weinig over voorbehoedmiddel?

  • Wat zijn de oorzaken van een vroeg zwangerschap?

  • Wat zijn de kenmerken en hoe kan ik het de leerling uitleggen?

  • Als een meisje me zegt dat ze zwanger is en ze weet niet wat ze nu moet verder doen, wat voor advies kan ik haar geven?

  • Welk hulpverleningen bestaan er?

Bij bijlage 18 ziet u meer informaties, die ik heb uitgevonden.

Tijdens de vergadering ging het ook over de cijfers van de leerlingen. Eerst had ik getwijfeld of ik deze in mijn verslag mocht indoen, omdat het toch heel persoonlijke dingen over de leerlingen zijn. Op vertrouwensbasis doe ik het toch wel (bijlage 17).


Stagedag 8, 28-03-11
A Waar ging het precies om?

De roos van Leary (Basisprincipes van communicatie hoofdstuk 8)

Roos van Leary klas 3

  • de leerlingen moesten een examentekst lezen en de bijhorende vraag beantwoorden

B Hoe heb je dat ervaren?

Roos van Leary klas 3

Waar zaten de leerlingen en de leraar en waarom?

Leerlingen: Eerst: onder – tegen

Later: onder – samen

Leraar: Eerst: boven – tegen

Later: boven – samen


De leerlingen moesten een examentekst lezen en de bijhorende vraag beantwoorden. Maar aan het begin vertelde mevrouw Zoutsma nog iets i.v.m. de laatste rapportvergaderingen. De leerlingen waren heel druk en jij merkte dat de leraar in de boven - tegen hoek werd gedrukt. Ze verhief haar stem en zei dat de leerlingen op moesten houden. De leerlingen hielden met het ergste op, maar praten nog wel zacht en lachen nog (onder – tegen). Toen de leerlingen met de tekst bezig waren, werd iets meer `samen`bij beide partijen. Een leerling vroeg om papier, zij gaf het aan de leerling. Het was nu wel stil.

C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Het is niet makkelijk om het ongewenst gedrag van leerlingen te verbeteren. de leraar deed het wel goed. Het was leerzaam tijdens de les op de roos van Leary te observeren.


Stagedag 9, 18-04-11
A Waar ging het precies om?

Observatie klas 2

B Hoe heb je dat ervaren?

Observatie klas 2

Mevrouw Zoutsma zette de leerlingen aan het werk en ging daarna weg. Wij (Ottje en ik) moesten ervoor zorgen dat de leerlingen aan het werk gingen en bleven. Aan het begin was het behoorlijk druk en Ottje en ik probeerden de leerlingen aan het werk te zetten. De leerlingen hadden eerst de hele tijd gekletst en waren niet met de opdrachten uit het boek bezig. Op een gegeven moment zaaide Ottje tegen de klas dat ze 5 minuten stil moesten zijn. Dit had Ottje ook echt bijgehouden en na die tijd had ze zich bij de leerlingen bedankt, want ze waren echt stil geweest. Heel even werd het weer wat druk, maar daarna was het weer rustig. Toen kwam mevrouw Zoutsma weer en rondte de les af.



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Observatie klas 2

Het was moeilijk om de leerlingen de hele tijd aan het werk te zetten. Ze dachten, omdat de leraar niet erbij was dat ze niets moeten doen. Ze kletsten en waren er niet bezig mee. Daarom zou ik het volgend keer ook de initiatief nemen en mijn rol innemen (als leraar).


Stageweek 26-04-11 tot en met 29-04.11
26-04-11

A Waar ging het precies om?

Les geven in 5de les aan 2TLB

  • controleren of de leerlingen het woordenlijst hebben geleerd (voor talendorp)

Observatie 4de les 2OBC

  • Mevrouw Zoutsma had het erover dat dit een moeilijke klas was en Ottje en ik wilden graag bekijken waarom ze dit vindt.

  • mondeling opdrachten doen (omdat de leerlingen zo druk zijn)

B Hoe heb je dat ervaren?

Observatie 4de les 2OBC

Direct aan het lesbegin hadden de leerlingen hun boeken vergeten. Een leerling was zijn boek helemaal kwijt (het meisje had overal in het lokaal gezocht en ging daarna na haar kluis). De leerlingen waren heel druk aan het praten. Wanneer de leraar iets voorleest zijn de leerlingen wel stil. Twee jongens stampen met hun voet op de grond. Drie jongens van klas 4 komen binnen en mevrouw Zoutsma loopt met hun mee. De leerlingen testen ons gelijk uit. Ottje deed bijvoorbeeld de deur dicht en zo´n jongen deed de deur gewoon weer open. Ottje vroeg eerst netjes en daarna luid en duidelijk, maar hij deed de deur niet weer dicht. Dan stond ik op en deed de deur weer dicht. De leerlingen naaien elkaar op en ze doen niks, maar praten met elkaar en maken geluiden. Jongens zitten pijltjes weg te blazen. Een jonge vraagt na ongeveer 10 minuten of hij weer naar binnen mag. De leraar vroeg of hij zich gedeisd kan houden. Ja zegt hij en mag weer naar binnen. Hij was dan de les wel stil. Bij een meisje waren haar sleutels afgepakt. Mevrouw Zoutsma wachtte totdat ze de sleutels terug gaven en daarna wachtte ze op rust. Als laatste vertelde ze dat ze dit niet zo weer wilde hebben. De leerlingen naaien elkaar op en na dit jaar hebben ze ook geen Duits meer, dus erg gemotiveerd zijn ze ook niet.



Les geven in 5de les aan 2TLB

De eerste les voor taaldorp deed Ottje. Ze had een woordenlijst (zie bijlage 6) uitgedeeld, die ieder leerling tot het volgend les (een week later) moest leren. Ik wilde kijken of er iedereen het had geleerd. Ik wist dat de leerlingen niet 10 minuten heel stil kunnen werken en dat ze graag iets doen (bijvoorbeeld spelletjes). Ik wilde hun woordjes spelend leren. Daarmee ze gemakkelijker een zin in het Duits kunnen maken. Uit een onderzoek dat ik in de eerste periode deed, wist ik dat leerlingen aanhand van speeltjes beter kunnen leren en alles goed kunnen onthouden. Ik bedacht een spel waar ieder leerling mee doet. Van tevoren had ik ervoor gezorgd dat ik een klein zacht bal mee neem.


Hoe gaat deze spel? Ik werp aan een leerling de bal. Ik zeg dan aan de leerling die het bal heef, een woord in het Nederlands uit de woordenlijst. Deze woord moet de leerling eerst in het Duits vertalen en daarna en zin met deze woord kunnen maken. Ik schrijf dan de goed zin op het board. Daarna werpt de leerling de bal aan een ander leerling. Dan begint het weer van nieuw. Die leerling die het woord in het Duits wist, kun gaan zitten. Als de leerling het niet weet, moet hij blijven staan en wachten tot hij weer de bal heeft.

Dat had ik van tevoren de leerlingen uitgelegd. De leerlingen vonden het heel leuk om te doen. Alles ging goed. Toen ieder leerling aan de rij was, zoude ieder leerling nog een keer een zin voorlezen. Dat deed ik om op hun uitspraak te letten. Toen we nog 15 minuten tijd hadden, had ik de leerlingen deze zinnen laten opschrijven. Dat deed ik omdat ze een goed voorbeeld hadden voor het taaldorp.

Toen ieder leerling opstond begon ik met een meisje, omdat ze zwanger was en niet zo lang mag staan. Het woord dat ik aan haar gaf was reserveren. Dat was een makkelijk woord. Ze wist het woordje maar had geen Duits zin kunnen maken. Daarom had ik aan iemand anders gevraagd om haar te helpen. Een jonge wist een zin met het woord. Hij zaaide: “Kan ich das Tafel reservieren?”. Dat was een goed zinsopbouw, maar geen goed Nederlands. Ik had hem verbeterd. Ik zaaide: “Kann ich den Tisch reservieren?”. Ik had gezegd dat het wel goed was. Daarmee wilde ik laten zien, dat ze fouten mogen maken en dat het niet erg is. Misschien zoude ik beter kunnen vragen wat het Duitse woord voor tafel is. Maar verder vond ik het goed.


Na het balspel had ik de leerlingen de zinnen van het bord laten opschrijven. Dat deed ik omdat ze voor het volgend les, voor het leren en voor talendorp een voorbeeld hadden. Aan het einde Deze les heb ik op video. Op mijn les had ik feedback van mevrouw Zoutsma gekregen (zie bijlage 7).

C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Observatie 4de les 2OBC

De klas was onrustig en een moeilijke klas. Dit komt misschien, omdat:

De leerlingen een moeilijk verleden hadden en hun t´huis situatie niet best is.

De leerlingen naaien elkaar op en na dit jaar hebben ze ook geen Duits meer, dus erg gemotiveerd zijn ze ook niet.



Les geven in 5de les aan 2TLB

Ik denk dat we het volgend keer duidelijker moeten aangeven dat de leerlingen het woordenlijstje moeten leren. Het is belangrijk voor talendorp, waarop ze ook een cijfer krijgen.

Het balspel ging er heel goed, maar wat ik had opgemerkt was dat het speel veel te lang duurde. Sommige leerlingen waren al klaar en wisten niet, wat ze zouden doen. Ik dacht dat het speel niet zo lang gaat duren. Dat zou ik het volgend keer anders gaan doen. Ik zou alleen maar het woord in het Nederlands voorzeggen en de leerlingen zouden het woord alleen maar in het Duits overmaken. Het volgend keer zou ik het speel zonder zinnen gaan doen. Ik wil dat iedereen mee doet. Ik had opgemerkt dat ik heel nerveus was. Dat lag misschien aan het spelletje wat ik wilde doen. Ik was benieuwd of het leuk is voor de leerlingen.
27-04-11

A Waar ging het precies om?

Meelopen met Yke Mary

Observatie 2de les Fans


  • toets (Frans)

Observatie 3de les 2TLC (Duits)

  • gezamenlijk opdrachten uit het boek doen

Observatie 4de les Frans

  • boeken lezen en de bijhorende vragen beantwoorden

B Hoe heb je dat ervaren?

Observatie 2de les

We liepen met Yke Mary mee. ze had eerst een les Frans met daarin een toets. Daardoor konden we deze les niet echt observeren. Wat ons wel opviel was dat het niveau van de klas voor franc laag was.



Observatie 3de les 2TLC (Duits)

De leraar deed opdrachten de hele les gezamenlijk (behalve 1 opdracht) met de klas. De leerlingen letten op en iedereen krijgt wel de beurt. Ze deed de les goed en de leerlingen hadden veel plezier aan haar les. Dat merkte ik op, omdat de leerlingen heel enthousiast en gemotiveerd waren.



Observatie 4de les Frans

De leerlingen moesten de hele les kleine boeken lezen en vragen beantwoorden. De leerlingen waren de hele les goed bezig. De antwoorden moesten de leerlingen op een plaatje schrijven en bij de leraar inleveren. Als ze met een boek klaar waren moesten ze het volgende pakken. Dat ging zo lang tot ze iedere boek hadden gelezen.



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Ik had vastgesteld dat de leerlingen graag naar de les van Yke Mary gaan. Ze hadden respect en het gedrag was perfect! Het was leuk om te zien hoe een Frans les er afloopt. Ik had nu 3 Duitse leraren geobserveerd en jij zie toch altijd wat nieuwe methoden. Ook de lesopbouw is verschillend bij iedere leraar. Dat was een doel van mij om het verschil te zien.


28-04-11

A Waar ging het precies om?

Lesgeven 2de les aan 3GTA (schoolbezoek van NHL)

  • De leerlingen hebben nog niet een groot woordenschat en kunnen nog niet goed schrijven.

  • Ik wilde de luister- en schrijfvaardigheid verbeteren en woordenschat vergroten.

Ottje gaf les aan 2TLB in de 4de les (ik had gefilmd (schoolbezoek van NHL)

Doordat ik Ottjes les had gefilmd, had ik geen observatie kunnen opschrijven.



B Hoe heb je dat ervaren?

Lesgeven 2de les aan 3GTA (schoolbezoek van NHL)

Van tevoren:

Ik heb voor mijn lessen veel over lesmateriaal nagedacht, die zich aan de interesses van de leerlingen aansluiten. Als ik mijn lessen heb geplant had ik volgend dingen in de gade: Hoe oud zijn mijn leerlingen?

Hoe veel leerlingen zitten in de klas?

Welk thema hadden ze?

Hoe kan de leerstof ik het best overbrengen?



Ik gaf een les aan klas 3GTA. Daarvoor moest ik me goed voorbereiden. Van tevoren had ik aan deze klas nog nooit les gegeven. Vaak had ik samen met Ottje deze klas geobserveerd. Daardoor had ik kunnen zien hoe ver ze met het Duits zijn. Aan hand van de observaties heb ik een goed beeld over de leerlingen gekregen. Voor deze les had ik een makkelijk liedje uitgezocht. Die de leerlingen een keer tijdens de observaties hadden gezongen. Ik wist dat er deze liedje ook in het Duits is. Uit de songtekst had ik woorden gehaald, die ze tijdens het luisteren moesten invullen (zie bijlage 8). Het leerdoel is woorden te horen en op te schrijven. Dit liedje (http://www.youtube.com/watch?v=naHDYsJ9SeY) had ik ook gekozen om een goed atmosfeer tussen de leerlingen en mij te scheppen. De leerlingen zouden door dit bekende liedje zich vertrouwen om naar een Duitstalige tekst te luisteren. Iedereen was tijdens het liedje enthousiast en iedereen deed mee. Ik hield me aan mijn lesformulier en was goed op tijd. Na het liedje deed ik een dictee (bijlage 9). Dat vonden de leerlingen moeilijk. Ik had daarom niet de hele tekst gedicteerd. Ik wilde samen met de leerlingen hun geschreven zinnen contoleren en de fouten corrigeren. Ik had een dictee gekozen om hun schrijfvaardigheid te verbeteren. Ze zouden hun fouten zelf herkennen en zich zelf bewust maken welke fouten ze maken en hoe ze deze kunnen vermijden. Ik had ze uitgelegd waarom het zo moet geschreven worden en niet zo. Door het navragen “Heeft het iedereen begrijpen?”, hadden de leerlingen de kans om vragen te stellen. Ik heb open en op natuurlijke manier les gegeven. daarmee wilde ik de leerlingen laten zien, dat ze me altijd alles mogen vragen en ze op alles een antwoord krijgen. Ook een dag later kwam een paar leerlingen bij me en ze zeiden dat het een leuk les was. Ik vroeg ze of het leerzaam was. De leerlingen hadden gezegd, dat ze door het dictee (dat wel pittig was) hun fouten die ze doen konden herkennen. Ze wisten nu hoe het beter kan. Ook om van een Duitser de uitspaak te horen. Daar was ik erg blij mee en dat was ook de bedoeling, dat ze hun luister-, spreek- en schrijfvaardigheid verbeteren en hun woordenschat vergroten. Ik heb feedback van Ottje, mevrouw Zoutsma en de vrouw die van de NHL was (schoolbezoek) feedback gekregen (zie bijlage 10). Ook laat ik bij de bijlage 11 mijn lesformulier van deze les zien.

Ottje gaf les aan 2TLB in de 4de les (ik had gefilmd (schoolbezoek van NHL)

Doordat ik Ottjes les had gefilmd, had ik geen observatie kunnen opschrijven.



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Lesgeven 2de les aan 3GTA (schoolbezoek van NHL)


Dat vonden de leerlingen moeilijk. Ik had daarom niet de hele tekst gedicteerd. Ik wilde samen met de leerlingen hun geschreven zinnen contoleren en de fouten corrigeren. Ik had een dictee gekozen om hun schrijfvaardigheid te verbeteren. Ze zouden hun fouten zelf herkennen en zich zelf bewust maken welke fouten ze maken en hoe ze deze kunnen vermijden. Ik had ze uitgelegd waarom het zo moet geschreven worden en niet zo. Het volgende keer zou ik een makkelijkere tekst uitkiezen. ik had opgemerkt dat de leerlingen het wel pittig vonden. Verder was het een heel leuke les. Een dag later zaaiden leerlingen uit deze klas tegen mij, dat ze mijn les heel leuk vonden. Daarover was ik zo erg blij. Dat is toch een motivatie, als de leerlingen jou les erg leuk vinden!
29-04-11

A Waar ging het precies om?

Meelopen met Yke Mary

Observatie 1de + 2de les Duits

  • film gekeken (de tweeling)

Observatie 3de + 4de les Frans

  • toneelspel (de 3 kleine biggetjes) met gebaren en dan door die gebaren de Franse woordjes zeggen

Observatie 5de les Frans klas 1TLB

  • in het boek werken en mondeling bespreken

Observatie 7de les Duits

  • film gekeken (de tweeling)

B Hoe heb je dat ervaren?

Observatie 1de + 2de les Duits

Sommige leerlingen keken er geïnteresseerd naar de film en anderen niet.



Observatie 3de + 4de les Frans

In deze les deed de leraar een toneelspeel over de 3 kleine biggetjes met de leerlingen. Ze moesten met gebaren iets voordoen en dan door die gebaren de Franse woordjes zeggen.



Observatie 5de les Frans klas 1TLB

Wat ons opviel was dat deze klas om de beurt vroeg. De leerlingen waren wel druk maar nog kinderlijk enthousiast. Ze werkten goed mee en deden wat de leraar zegt.



Observatie 7de les Duits

De leerlingen keken 1 uurtje de film “de tweeling”. Ottje en ik hadden verwacht dat deze klas drukker zou zijn, omdat er bijna vakantie is en het de 7de lesuur is. De leerlingen waren heel rustig en keken geïnteresseerd naar de film. Misschien komt dit omdat ze ouder waren en alleen maar nog een uurtje hadden.



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Observatie 1de + 2de les Duits

Ik had gezien dat sommige leerlingen deze film leuk vonden en sommige leerlingen hadden geen interesse aan deze film. Ik denk dat ik normaal. Er zijn altijd leerlingen die een bepaald thema of film niet leuk vinden.



Observatie 3de + 4de les Frans

De leerlingen hadden niet goed de woordjes geleerd, die ze eigenlijk moesten leren. Daarom hadden ze moeite mee, om hun test op te zeggen.



Observatie 5de les Frans klas 1TLB

De klas was druk en hadden veel met elkaar over privédingen gesproken. Ik denk dat komt omdat de leerlingen bijna vakantie hebben.



Observatie 7de les Duits

De leerlingen waren heel rustig en keken geïnteresseerd naar de film. Misschien komt dit omdat ze ouder waren en alleen maar nog een uurtje hadden.


Stagedag 10, 09-05-11
A Waar ging het precies om?

Les geven 5de lesuur aan 2TLB

  • rollenspel over taaldorp

B Hoe heb je dat ervaren?

Les geven 5de lesuur aan 2TLB

Voor de les begon had ik de opdracht voor het rollenspel op het bord geschreven. Aan het begin van de les had ik Robin gevraagd om de papiertjes uit te delen. Op deze papiertjes zouden de leerlingen het rollenspel opschrijven. Toen Robin de papiertjes uitdeelde legde ik de leerlingen uit wat we in de les gaan doen. Ik vertelde hun, dat het een voorbereiding voor taaldorp is. De leerlingen hebben op 16 mei een taaldorp waarvoor ze mondeling een cijfer krijgen. Taaldorp is een soort gesprek wat ze nu in deze les gaan oefenen. Het is een gesprek tussen de ober en de klant. Daar moet de klant iets bestellen en de ober goed op reageren.



Opdracht:

  • Ga naar het restaurant. Vraag een tafel voor 1 persoon en vraag vervolgens de menukaart.

  • Bestel drinken, een voor- en een hoofdgerecht.

  • Vraag de rekening en reken af.

  • Geef passende reacties op vragen of handelingen van de ober of van de klant.

De leerlingen gaan in tweetalen werken. Een leerling is de ober en een leerling is de klant. De ober gaat 10 zinnen opschrijven en de klant gat 10 zinnen opschrijven. Ik geef voor de opdracht nog een voorbeeld voor het gesprek met een goede reactie. Ik zeg dat bijvoorbeeld de klant een soep heeft besteld en de ober brengt de soep met een mes en een vork. deze bestek hoort natuurlijk niet bij een soep (daar moet de leerling naar een lepel vragen). De leerlingen mochten het woordenboek en de papieren (woordenlijst zie bijlage 6 en gesprek “Im Restaurant” , zie bijlage 12) van vorige lessen die Ottje en ik gaven gebruiken. Ik gaf de leerlingen voor deze opdracht 20 minuten tijd. In de tijd waar de leerlingen de opdrachten deden, liep ik door het lokaal en had de leerlingen geholpen en vragen beantwoord. Erik zal alleen en daarom had ik hem in de groep van Robin en Hemaraj geplaatst. Twee meisjes wisten nog niet echt wat ze moesten doen en daarom had ik het hun nog een keer uitgelegd. Toen ik door de klas liep kwam een meisje en vroeg me of ze naar toilet mocht. Eigenlijk mogen ze dat niet, maar ik wist dat deze meisje heel eerlijk is en ze werkelijk plassen moest. Soms moest ik de leerlingen weer aan de slag krijgen, omdat ze met andere dingen bezig waren. Dat lukte me wel, maar soms ook niet. Het was voor me niet moeilijk om de overzicht te houden. Maar het was wel moeilijk om alle leerlingen aan de slag te krijgen. Ik had bij vorige observaties opgemerkt dat de leerlingen zich graag omdraaien naar de achterman. Dat vond ik tijdens mijn les lastig ze altijd te herinneren dat ze op hun tafel zullen kijken en met de buurman samen gaan werken. Veel meisjes deden dit vooral. Ook Wouter en Roy aan de slag te krijgen was moeilijk. Toe ik hun wat uitlegde had ik het gevoel dat ze het niet echt serieus nemen en over me lachten. Toen had ik Roy en Wouter de vragen beantwoord en ik liep weer weg, waren ze weer met andere dingen bezig. Maar ik kan niet de hele tijd naast hun blijven staan. Dat was echt moeilijk voor me. Later ging ik naar twee andere meisjes en die hadden de papieren (woordenlijstje en het gesprek “Im Restaurant”) niet meer (leuk dat ze het nu eerst opmerkten…). Ik vroeg Ottje of ze deze nog had. Tussendoor had ik nog zinnen of beleefdheidsvormen op het bord geschreven. Als ik zie dat leerlingen door het klaslokaal keken vroeg ik ze:”Lukt het?”. Daarmee wilde ik talen zien, dat ze me altijd vragen mochten stellen. Naar 20 minuten had ik weer naar aandacht gevraagd. Ik had gezien dat de leerlingen nog steeds moeite mee hadden. Dat kwam vooral omdat ze hun woordenlijst en “Im Restaurant” niet hadden geleerd. Zo hadden ze geen goed basis voor deze opdrachten. Ik wilde mondeling en samen met de leerlingen het rollenspel doen. Ik ben samen met de leerlingen een rollenspel doorgegaan. Tijdens het controleren had ik gezien dat sommigen weer gekletst hadden. Ik vroeg dan direct: “Heb jij dat gehoord?” of “kun jij dat nog een keer herhalen wat Yasmin zaaide?”, om weer de aandacht te krijgen.

Aan het einde van de les vertelde ik wanneer en waar het talendorp plaats vindt. Ik zaaide ook nog dat ze op tijd moeten zijn, niet te lat mochten komen en op het taaldorp een cijfer krijgen. Ik vertelde dat het mijn laatste les bij hun was en zaaide dat ik hoop dat ze mijn lessen leuk vonden. Ik vertelde hun ook dat het mijn eerste Duit lessen waren, die ik überhaupt had gegeven. Ik vertelde nog even kort over mijzelf. Ik had me bedankt en de les zo afgerond. Van deze les heb ik feedback van mevrouw Zoutsma gekregen (zie bijlage 13) en deze les heb ik met de camera opgenomen (filmpje 2 en drie).



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Les geven 5de lesuur aan 2TLB

De leerlingen waren tijdens de opdracht soms niet goed bezig. Ik denk dat komt, omdat ik niet consequent genoeg was. Ook als ik iets klassikaal uitleg, waren sommigen aan het kletsen. Het volgend keer zou ik eerst verder gaan tot het rustig is en ik de aandacht weer heb. Maar verder vond ik het leuk en mijn opbouw van de les goed.



Stagedag 11, 16-05-11
A Waar ging het precies om?

Taaldorp 5de les 2TLB

  • achter elkaar een gesprek voeren

B Hoe heb je dat ervaren?

Taaldorp 5de les 2TLB

Ottje en ik hadden van tevoren borden, messen, lepels, vorken, glazen etc. opgehaald en op hun plek geplaatst. Aan de deur hebben we een papier opgehangen, wie wanneer en bij wie (Ottje, Zoutsma of me) het taaldorp heeft (zie bijlage 14). De eerste leerling bij me was Yasmin. Daarna kwamen Bouraq, Peter, Iris, Hemaraj, Renske, Wouter, Dennis en op het einde Mascha bij mij. Veel leerlingen hadden geleerd, maar sommige niet. Ik had goede cijfers kunnen geven. Daar was ik heel blij mee. Dat was ook de bedoeling van de lessen, om de leerlingen goed op het taaldorp voor te bereiden. Als de leerlingen klaar met hun toets waren kreeg ieder leerling nog een stuk taart (die ik een dag van tevoren met Ottje heb gebakken). Ik was heel tevreden hoe de toets is afgelopen. Zo had ik het me voorgesteld. In bijlage 15 heb ik het beoordelingsformulier van de taaldorp.



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Taaldorp 5de les 2TLB

Ik had goede cijfers kunnen geven. Daar was ik heel blij mee. Dat was ook de bedoeling van de lessen, om de leerlingen goed op het taaldorp voor te bereiden.


4 Terugblik en vooruitblik

Doelen stage

Tijdens de stage had ik veel leerdoelen. Ik wilde gewoon alles weten over lesvoorbereiding, lesgeven, over de leerlingen en de school. Ik wilde zien hoe verschillende leraren op een andere manier les geven en voor de klas staan. Ik wil weten hoe een leraar zijn les geeft, hoe hij in speciale of moeilijke situaties reageert en hoe de samenwerking met collega’s gaat.


Eigen reflectie op lesgeefactiviteiten:

Stagedag 5, 07-03-11
A Waar ging het precies om?

Ottje en ik zouden het hoofdstuk 5 (sport) uit het boek voorbereiden en lesgeven aan klas 2TLB. De leerlingen hadden huiswerk op en we zouden het nakijken.



B Hoe heb je dat ervaren?

De leerlingen hadden huiswerk op en we zouden het nakijken. Wij hadden ons heel goed op voorbereidt (zie bijlage 1). De eerste deel van de les deed Ottje en het tweede deed ik. We houden het tempo goed erin. De leerlingen deden goed mee en waren heel enthousiast. maar wij ook. We hadden van ons stagecoach feedback gekregen (zie bijlange 2).



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Ik had er zo veel plezier. Aan het begin was ik erg nerveus maar naar een tijdje niet meer zo erg. Na deze les had ik gezien dat ik het niveau van de leerlingen heel goed had ingeschat. Ik was trots op mij, omdat ik de leerlingen heel goed motiveert had. ik een vooral de leerlingen hadden veel plezier. wat voor een leuke eerste les!



Stagedag 6, 14-03-11
A Waar ging het precies om?

Ik gaf de 5de les aan 2TLB les. Ik had twee quizzen bedacht en sluit me aan bij het thema waar ze zijn. Aan het begin deed ik een mindmap. De leerlingen zouden Duitse woorden zeggen,die met het thema te maken hebben.



Les geven aan 2TLB

  • het thema was sport

  • van tevoren wist ik dat de leerlingen niet goed met het woordenboek kunnen werken, daarom deed ik opdrachten, waarbij ze het woordenboek moeten gebruiken (om de opdracht te kunnen oplossen)

B Hoe heb je dat ervaren?

Les geven aan 2TLB

Ik zoude het hoofdstuk 5 uit (sport) het boek voorbereiden en lesgeven aan klas 2TLB. Ik had twee quizzen bedacht. Aan het begin deed ik een mindmap. De leerlingen zouden Duitse woorden zeggen,die met het thema te maken hebben.

Ze waren heel stil en nieuwsgierig wat er zou komen. Ik legde de leerlingen aan het begin uit, wat we tijdens de les gaan doen. Ik begon met een mindmap. De leerlingen zouden Duitse woorden zeggen,die met het thema te maken hebben. Daarna deelde ik woordenboeken en mijn eerste opdracht (zie bijlage 3) uit. Ik legde hun de opdracht uit. De opdracht was: wat hoort bij elkaar? Er stonden 28 woorden op het plaatje. Twee woorden passen bij elkaar (bijvoorbeeld zwemmen en water). Ze vonden deze opdracht leuk en iedereen deed de opdracht. Ik was er blij mee dat de leerlingen het leuk vonden. Toen de leerlingen klaar waren besprak ik met hun de opdracht. Ik schreef de antwoorden aan het boord. De tweede opdracht uit (opdracht zie bijlage 4) ging ook weer over het thema sport. De leerlingen zouden een antwoord op de vragen geven en de gevraagde letter op de juiste plek invullen. Welke Duitse zin komt hier uit? De leerlingen waren goed bezig en ze mochten het woordenboek gebruiken. Daarna had ik weer met hun de opdrachten besproken. Ik legde hun het zin uit wat er bij uit kwam. De les had ik met een spelletje afgerond. Van tevoren had ik kleine stukken papier gemaakt, waar een sport opstond. Ik had een leerling uitgekozen. Deze leerling kwam dan bij me en haalde een stuk papier uit de zak. De leerling lees de sport, maar hij mocht het niet de klas latten zien wat voor een sport erop stond. Dan moeste hij zonder iets te zeggen deze sport nadoen. De klas moest raden wat hij voor een soort spoort deed. Dat was een leuke afronding en de leerlingen vonden het geweldig. Aan het eind had ik me bij de leerlingen bedankt en ik had een spontane applaus gekregen. Dat was zo leuk!!! Ik zelf had er ook veel plezier mee. Ik had feedback van Ottje en van mijn coach gekregen (zie bijlage 5).

C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Ik had erg veel plezier aan het lesgeven. Ik had mijn les goed voorbereidt en de tijd goed in de gade. De leerlingen waren motiveert en deden alles mee.



Stageweek 26-04-11 tot en met 29-04.11
26-04-11

A Waar ging het precies om?

Les geven in 5de les aan 2TLB

  • controleren of de leerlingen het woordenlijst hebben geleerd (voor talendorp)

B Hoe heb je dat ervaren?

Les geven in 5de les aan 2TLB

De eerste les voor taaldorp deed Ottje. Ze had een woordenlijst (zie bijlage 6) uitgedeeld, die ieder leerling tot het volgend les (een week later) moest leren. Ik wilde kijken of er iedereen het had geleerd. Ik wist dat de leerlingen niet 10 minuten heel stil kunnen werken en dat ze graag iets doen (bijvoorbeeld spelletjes). Ik wilde hun woordjes spelend leren. Daarmee ze gemakkelijker een zin in het Duits kunnen maken. Uit een onderzoek dat ik in de eerste periode deed, wist ik dat leerlingen aanhand van speeltjes beter kunnen leren en alles goed kunnen onthouden. Ik bedacht een spel waar ieder leerling mee doet. Van tevoren had ik ervoor gezorgd dat ik een klein zacht bal mee neem.

Hoe gaat deze spel? Ik werp aan een leerling de bal. Ik zeg dan aan de leerling die het bal heef, een woord in het Nederlands uit de woordenlijst. Deze woord moet de leerling eerst in het Duits vertalen en daarna en zin met deze woord kunnen maken. Ik schrijf dan de goed zin op het board. Daarna werpt de leerling de bal aan een ander leerling. Dan begint het weer van nieuw. Die leerling die het woord in het Duits wist, kun gaan zitten. Als de leerling het niet weet, moet hij blijven staan en wachten tot hij weer de bal heeft. Dat had ik van tevoren de leerlingen uitgelegd. De leerlingen vonden het heel leuk om te doen. Alles ging goed. Toen ieder leerling aan de rij was, zoude ieder leerling nog een keer een zin voorlezen. Dat deed ik om op hun uitspraak te letten. Toen we nog 15 minuten tijd hadden, had ik de leerlingen deze zinnen laten opschrijven. Dat deed ik omdat ze een goed voorbeeld hadden voor het taaldorp. Toen ieder leerling opstond begon ik met een meisje, omdat ze zwanger was en niet zo lang mag staan. Het woord dat ik aan haar gaf was reserveren. Dat was een makkelijk woord. Ze wist het woordje maar had geen Duits zin kunnen maken. Daarom had ik aan iemand anders gevraagd om haar te helpen. Een jonge wist een zin met het woord. Hij zaaide: “Kan ich das Tafel reservieren?”. Dat was een goed zinsopbouw, maar geen goed Nederlands. Ik had hem verbeterd. Ik zaaide: “Kann ich den Tisch reservieren?”. Ik had gezegd dat het wel goed was. Daarmee wilde ik laten zien, dat ze fouten mogen maken en dat het niet erg is. Misschien zoude ik beter kunnen vragen wat het Duitse woord voor tafel is. Maar verder vond ik het goed.Na het balspel had ik de leerlingen de zinnen van het bord laten opschrijven. Dat deed ik omdat ze voor het volgend les, voor het leren en voor talendorp een voorbeeld hadden. Aan het einde Deze les heb ik op video. Op mijn les had ik feedback van mevrouw Zoutsma gekregen (zie bijlage 7).

C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Les geven in 5de les aan 2TLB

Ik denk dat we het volgend keer duidelijker moeten aangeven dat de leerlingen het woordenlijstje moeten leren. Het is belangrijk voor talendorp, waarop ze ook een cijfer krijgen.



Het balspel ging er heel goed, maar wat ik had opgemerkt was dat het speel veel te lang duurde. Sommige leerlingen waren al klaar en wisten niet, wat ze zouden doen. Ik dacht dat het speel niet zo lang gaat duren. Dat zou ik het volgend keer anders gaan doen. Ik zou alleen maar het woord in het Nederlands voorzeggen en de leerlingen zouden het woord alleen maar in het Duits overmaken. Het volgend keer zou ik het speel zonder zinnen gaan doen. Ik wil dat iedereen mee doet. Ik had opgemerkt dat ik heel nerveus was. Dat lag misschien aan het spelletje wat ik wilde doen. Ik was benieuwd of het leuk is voor de leerlingen.

28-04-11

A Waar ging het precies om?

Lesgeven 2de les aan 3GTA (schoolbezoek van NHL)

  • De leerlingen hebben nog niet een groot woordenschat en kunnen nog niet goed schrijven.

  • Ik wilde de luister- en schrijfvaardigheid verbeteren en woordenschat vergroten.

  • B Hoe heb je dat ervaren?
1   2   3   4   5   6   7   8

  • Zorginstellingen
  • Lesgeven 2 de les aan 3GTA (schoolbezoek van NHL)
  • Hoe veel leerlingen zitten in de klas Welk thema hadden ze
  • Doelen stage

  • Dovnload 5.07 Mb.