Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Inleiding

Dovnload 5.07 Mb.

Inhoudsopgave Inleiding



Pagina3/8
Datum25.10.2017
Grootte5.07 Mb.

Dovnload 5.07 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Lesgeven 2de les aan 3GTA (schoolbezoek van NHL)

Van tevoren:

Ik heb voor mijn lessen veel over lesmateriaal nagedacht, die zich aan de interesses van de leerlingen aansluiten. Als ik mijn lessen heb geplant had ik volgend dingen in de gade: Hoe oud zijn mijn leerlingen?

Hoe veel leerlingen zitten in de klas?

Welk thema hadden ze?

Hoe kan de leerstof ik het best overbrengen?



Ik gaf een les aan klas 3GTA. Daarvoor moest ik me goed voorbereiden. Van tevoren had ik aan deze klas nog nooit les gegeven. Vaak had ik samen met Ottje deze klas geobserveerd. Daardoor had ik kunnen zien hoe ver ze met het Duits zijn. Aan hand van de observaties heb ik een goed beeld over de leerlingen gekregen. Voor deze les had ik een makkelijk liedje uitgezocht. Die de leerlingen een keer tijdens de observaties hadden gezongen. Ik wist dat er deze liedje ook in het Duits is. Uit de songtekst had ik woorden gehaald, die ze tijdens het luisteren moesten invullen (zie bijlage 8). Het leerdoel is woorden te horen en op te schrijven. Dit liedje (http://www.youtube.com/watch?v=naHDYsJ9SeY) had ik ook gekozen om een goed atmosfeer tussen de leerlingen en mij te scheppen. De leerlingen zouden door dit bekende liedje zich vertrouwen om naar een Duitstalige tekst te luisteren. Iedereen was tijdens het liedje enthousiast en iedereen deed mee. Ik hield me aan mijn lesformulier en was goed op tijd. Na het liedje deed ik een dictee (bijlage 9). Dat vonden de leerlingen moeilijk. Ik had daarom niet de hele tekst gedicteerd. Ik wilde samen met de leerlingen hun geschreven zinnen contoleren en de fouten corrigeren. Ik had een dictee gekozen om hun schrijfvaardigheid te verbeteren. Ze zouden hun fouten zelf herkennen en zich zelf bewust maken welke fouten ze maken en hoe ze deze kunnen vermijden. Ik had ze uitgelegd waarom het zo moet geschreven worden en niet zo. Door het navragen “Heeft het iedereen begrijpen?”, hadden de leerlingen de kans om vragen te stellen. Ik heb open en op natuurlijke manier les gegeven. daarmee wilde ik de leerlingen laten zien, dat ze me altijd alles mogen vragen en ze op alles een antwoord krijgen. Ook een dag later kwam een paar leerlingen bij me en ze zeiden dat het een leuk les was. Ik vroeg ze of het leerzaam was. De leerlingen hadden gezegd, dat ze door het dictee (dat wel pittig was) hun fouten die ze doen konden herkennen. Ze wisten nu hoe het beter kan. Ook om van een Duitser de uitspaak te horen. Daar was ik erg blij mee en dat was ook de bedoeling, dat ze hun luister-, spreek- en schrijfvaardigheid verbeteren en hun woordenschat vergroten. Ik heb feedback van Ottje, mevrouw Zoutsma en de vrouw die van de NHL was (schoolbezoek) feedback gekregen (zie bijlage 10). Ook laat ik bij de bijlage 11 mijn lesformulier van deze les zien.

C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Lesgeven 2de les aan 3GTA (schoolbezoek van NHL)


Dat vonden de leerlingen moeilijk. Ik had daarom niet de hele tekst gedicteerd. Ik wilde samen met de leerlingen hun geschreven zinnen contoleren en de fouten corrigeren. Ik had een dictee gekozen om hun schrijfvaardigheid te verbeteren. Ze zouden hun fouten zelf herkennen en zich zelf bewust maken welke fouten ze maken en hoe ze deze kunnen vermijden. Ik had ze uitgelegd waarom het zo moet geschreven worden en niet zo. Het volgende keer zou ik een makkelijkere tekst uitkiezen. ik had opgemerkt dat de leerlingen het wel pittig vonden. Verder was het een heel leuke les. Een dag later zaaiden leerlingen uit deze klas tegen mij, dat ze mijn les heel leuk vonden. Daarover was ik zo erg blij. Dat is toch een motivatie, als de leerlingen jou les erg leuk vinden!

Stagedag 10, 09-05-11
A Waar ging het precies om?

Les geven 5de lesuur aan 2TLB

  • rollenspel over taaldorp

B Hoe heb je dat ervaren?

Les geven 5de lesuur aan 2TLB

Voor de les begon had ik de opdracht voor het rollenspel op het bord geschreven. Aan het begin van de les had ik Robin gevraagd om de papiertjes uit te delen. Op deze papiertjes zouden de leerlingen het rollenspel opschrijven. Toen Robin de papiertjes uitdeelde legde ik de leerlingen uit wat we in de les gaan doen. Ik vertelde hun, dat het een voorbereiding voor taaldorp is. De leerlingen hebben op 16 mei een taaldorp waarvoor ze mondeling een cijfer krijgen. Taaldorp is een soort gesprek wat ze nu in deze les gaan oefenen. Het is een gesprek tussen de ober en de klant. Daar moet de klant iets bestellen en de ober goed op reageren.



Opdracht:

  • Ga naar het restaurant. Vraag een tafel voor 1 persoon en vraag vervolgens de menukaart.

  • Bestel drinken, een voor- en een hoofdgerecht.

  • Vraag de rekening en reken af.

  • Geef passende reacties op vragen of handelingen van de ober of van de klant.

De leerlingen gaan in tweetalen werken. Een leerling is de ober en een leerling is de klant. De ober gaat 10 zinnen opschrijven en de klant gat 10 zinnen opschrijven. Ik geef voor de opdracht nog een voorbeeld voor het gesprek met een goede reactie. Ik zeg dat bijvoorbeeld de klant een soep heeft besteld en de ober brengt de soep met een mes en een vork. deze bestek hoort natuurlijk niet bij een soep (daar moet de leerling naar een lepel vragen). De leerlingen mochten het woordenboek en de papieren (woordenlijst zie bijlage 6 en gesprek “Im Restaurant” , zie bijlage 12) van vorige lessen die Ottje en ik gaven gebruiken. Ik gaf de leerlingen voor deze opdracht 20 minuten tijd. In de tijd waar de leerlingen de opdrachten deden, liep ik door het lokaal en had de leerlingen geholpen en vragen beantwoord. Erik zal alleen en daarom had ik hem in de groep van Robin en Hemaraj geplaatst. Twee meisjes wisten nog niet echt wat ze moesten doen en daarom had ik het hun nog een keer uitgelegd. Toen ik door de klas liep kwam een meisje en vroeg me of ze naar toilet mocht. Eigenlijk mogen ze dat niet, maar ik wist dat deze meisje heel eerlijk is en ze werkelijk plassen moest. Soms moest ik de leerlingen weer aan de slag krijgen, omdat ze met andere dingen bezig waren. Dat lukte me wel, maar soms ook niet. Het was voor me niet moeilijk om de overzicht te houden. Maar het was wel moeilijk om alle leerlingen aan de slag te krijgen. Ik had bij vorige observaties opgemerkt dat de leerlingen zich graag omdraaien naar de achterman. Dat vond ik tijdens mijn les lastig ze altijd te herinneren dat ze op hun tafel zullen kijken en met de buurman samen gaan werken. Veel meisjes deden dit vooral. Ook Wouter en Roy aan de slag te krijgen was moeilijk. Toe ik hun wat uitlegde had ik het gevoel dat ze het niet echt serieus nemen en over me lachten. Toen had ik Roy en Wouter de vragen beantwoord en ik liep weer weg, waren ze weer met andere dingen bezig. Maar ik kan niet de hele tijd naast hun blijven staan. Dat was echt moeilijk voor me. Later ging ik naar twee andere meisjes en die hadden de papieren (woordenlijstje en het gesprek “Im Restaurant”) niet meer (leuk dat ze het nu eerst opmerkten…). Ik vroeg Ottje of ze deze nog had. Tussendoor had ik nog zinnen of beleefdheidsvormen op het bord geschreven. Als ik zie dat leerlingen door het klaslokaal keken vroeg ik ze:”Lukt het?”. Daarmee wilde ik talen zien, dat ze me altijd vragen mochten stellen. Naar 20 minuten had ik weer naar aandacht gevraagd. Ik had gezien dat de leerlingen nog steeds moeite mee hadden. Dat kwam vooral omdat ze hun woordenlijst en “Im Restaurant” niet hadden geleerd. Zo hadden ze geen goed basis voor deze opdrachten. Ik wilde mondeling en samen met de leerlingen het rollenspel doen. Ik ben samen met de leerlingen een rollenspel doorgegaan. Tijdens het controleren had ik gezien dat sommigen weer gekletst hadden. Ik vroeg dan direct: “Heb jij dat gehoord?” of “kun jij dat nog een keer herhalen wat Yasmin zaaide?”, om weer de aandacht te krijgen.

Aan het einde van de les vertelde ik wanneer en waar het talendorp plaats vindt. Ik zaaide ook nog dat ze op tijd moeten zijn, niet te lat mochten komen en op het taaldorp een cijfer krijgen. Ik vertelde dat het mijn laatste les bij hun was en zaaide dat ik hoop dat ze mijn lessen leuk vonden. Ik vertelde hun ook dat het mijn eerste Duit lessen waren, die ik überhaupt had gegeven. Ik vertelde nog even kort over mijzelf. Ik had me bedankt en de les zo afgerond. Van deze les heb ik feedback van mevrouw Zoutsma gekregen (zie bijlage 13) en deze les heb ik met de camera opgenomen (filmpje 2 en drie).



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Les geven 5de lesuur aan 2TLB

De leerlingen waren tijdens de opdracht soms niet goed bezig. Ik denk dat komt, omdat ik niet consequent genoeg was. Ook als ik iets klassikaal uitleg, waren sommigen aan het kletsen. Het volgend keer zou ik eerst verder gaan tot het rustig is en ik de aandacht weer heb. Maar verder vond ik het leuk en mijn opbouw van de les goed.



A Waar ging het precies om?

Taaldorp 5de les 2TLB

  • achter elkaar een gesprek voeren

B Hoe heb je dat ervaren?

Taaldorp 5de les 2TLB

Ottje en ik hadden van tevoren borden, messen, lepels, vorken, glazen etc. opgehaald en op hun plek geplaatst. Aan de deur hebben we een papier opgehangen, wie wanneer en bij wie (Ottje, Zoutsma of me) het taaldorp heeft (zie bijlage 14). De eerste leerling bij me was Yasmin. Daarna kwamen Bouraq, Peter, Iris, Hemaraj, Renske, Wouter, Dennis en op het einde Mascha bij mij. Veel leerlingen hadden geleerd, maar sommige niet. Ik had goede cijfers kunnen geven. Daar was ik heel blij mee. Dat was ook de bedoeling van de lessen, om de leerlingen goed op het taaldorp voor te bereiden. Als de leerlingen klaar met hun toets waren kreeg ieder leerling nog een stuk taart (die ik een dag van tevoren met Ottje heb gebakken). Ik was heel tevreden hoe de toets is afgelopen. Zo had ik het me voorgesteld. In bijlage 15 heb ik het beoordelingsformulier van de taaldorp.



C Wat voor conclusie trek je daarvoor jezelf uit?

Taaldorp 5de les 2TLB

Ik had goede cijfers kunnen geven. Daar was ik heel blij mee. Dat was ook de bedoeling van de lessen, om de leerlingen goed op het taaldorp voor te bereiden.


Het beeld dat het werkplekleren mij heeft gegeven van mijn motivatie en geschiktheid van het leraarschap:
Ik ben heel gemotiveerd om leraar te worden. Deze beroep was al lang mijn droom en ik wil dat het niet meer alleen maar een droom blijft. Ik wil graag dat het werkelijkheid werd. Duits is mijn moedertaal en daarom heb ik er geen moeite mee. Het was heel leuk om positieve feedback van de leerlingen te krijgen. Vooral was het leuk te horen dat de leerlingen echt veel dingen bij mijn lessen hebben geleerd. Dat is met de grootst motivatie voor me. Ook dat ik altijd van mijn coach en Ottje goed feedback over mijn lessen heb gekregen. Ik vond het al van begin aan een belangrijk punt.

Natuurlijk moet ik nog heel veel leren tot ik leraar kan worden. Ik kan wel zeggen dat ik genoeg kwaliteiten in huis heb om leraar te worden. Ook een groet voordeel voor me is dat ik heel precies weet hoe ik met mensen om moet gaan. Voor een week heb ik ervaren, dat ik HSP heb (mensen die zeer gevoelig voor dingen, mensen en de omgeving zijn). Dat is geen negatief eigenschap. Vooral voor een leraar is het een zeer positief eigenschap. Die mensen kunnen bijvoorbeeld sneller in de gaten hebben dat iemand liegt, kleine(re) nuanceverschillen waarnemen, op dingen inspelen, voelen wat de ander nodig heeft, je beter concentreren (dat betreft me niet zo, ik ben heel snel afgeleidt, maar dat is bij HSP`er ook heel vaak zo) etc. Bij deze link kun je meer in ervaring brengen over HSP`ers: http://www.coachplus.nl/hsp.htm


Mijn stage was een heel leuke tijd. Ik moet zeggen dat het de beste tijd was die ik tijdens mijn opleiding had. Ottje en ik hadden en goed stagecoach (mevrouw Zoutsma). Wij mochten altijd vragen stellen en ze had all onze vragen kunnen beantwoorden. We hadden elkaar e-mails geschreven en zo goed in contact kunnen blijven. De school en de opbouw van een VMBO-school had ik door de praktijk goed/beter leren kennen. Ik had ook een heel geweldig samenwerking met Ottje. Wij stonden altijd klaar en hadden ons goed tijdens de stage kunnen helpen en ondersteunen. Door de stage had ik mijn leerdoelen kunnen bereiken. Ik heb tijdens de stage geleerd hoe ik een les moet voorbereiden en hoe ik ze moet uitvoeren. Ik heb dit geleerd door zelf lessen te geven en voor te bereiden. Door de observaties en vergaderingen had ik de leerlingen beter leren kennen. Ik had met hun gesproken en tijdens de observaties naar hun gekeken. Op de homepage (http://www.singelland.nl/vhs.aspx), de onderzoek vanuit mijn oogpunt en gesprekken met onze coach en collega`s had ik me goed over mijn stageschool kunnen informeren. Ik wilde zoveel mogelijk over deze school weten. Doordat we met verschillende leraren (Bram Sikkema, Yke Mary en Kirsten Zoutsma) en klassen (2TLB) ben meegelopen, had ik kunnen zien hoe verschillende leraren op een ander manier lessen geven en voor de klas staan. Iedere leraar gaf anders les. Ik had ook kunnen zien waar de zwakke punt van de leraren is en wat beter kan. Bij de verschillend leraren had ik de verschillenden rollen kunnen zien, die ik in het boek “De vijf rollen van de leraar” van Martin Slooter gelezen had. Zoals bijvoorbeeld de gastheer en de presentator. Door het observeren had ik kunnen zien hoe de leraren in speciale of moeilijke situaties reageren. Ik weet nu hoe ik mijn tijd moet inplannen als ik les geef. Een ontwikkelingspunt of leerdoel voor mijn volgende stage is: consequenties bij onwenselijk gedrag. Tijdens mijn lessen had ik daar veel moeite mee. Ik wist al door de roos van Leary (Basisprincipes van communicatie hoofdstuk 8) hoe ik ongewenst gedrag bij leerlingen moet verbeteren, maar het om te zetten was moeilijk voor mij.

Ik ben er overtuigd dat het niet aan het vak Duits zelf, echter aan de leraar zelf ligt, hoe de atmosfeer van een les is. Ik weet dat het vak Duits ook niet een vak is, wat leerlingen aanspreekt, maar ik kan nu wel zeggen dat de rol van de leraar een heel belangrijk rol speelt, om een vak goed over te brengen. Ik had veel inzicht van les geven gezien, doordat Ottje en ik vaak bij mevrouw Zoutsma meegelopen zijn. Voor de volgende stage is “consequenties bij onwenselijk gedrag” een leerpunt. Daar moet ik meer aandacht aan besteden. Ik heb geprobeerd de gedrag te verbeteren, maar dat viel me soms nog tegen. Het volgend stage ga ik daaraan werken.

Tijdens het voorbereiden van taaldorp had ik in de gade dat de klas 2TLB zich niet zo lang kan concentreren.

Een leerdoel was een les te gaan voorbereiden en uitvoeren. Ik had veel plezier mee en vond het leuk dat we alles mochten doen. Mevrouw Zoutsma had ons veel vrijruimte gegeven om ons uit te proberen. Eerst had ik met haar een les afgesproken en ze zaaide dat ik het mag doen. Zo had ik beter kunnen leren of het een goed manier is om les te geven. Ik heb geleerd hoe ik een taaldorp moet voorbereiden en uitvoeren. Ik had me goed op de belevingswereld van de leerlingen kunnen instellen. Vaak had ik over nagedacht hoe ik de leerstof aan de leerling kan vermiddelen en het goed overbrengen. Het doel is toch de leerling iets te leren en ze op een toets te gaan voorbereiden.

We hadden aan het begin van de stage geobserveerd. Een keer zijn we een hele dag met een klas meegelopen. Zo hadden we gezien hoe leerlingen zich gedragen. Bij een leraar zijn ze heel onrustig en luisteren niet en bij de andere leraar doen ze goed mee. Wij hebben een groot verschil tussen de manier hoe een leraar les geeft en hoe leerlingen zich daar gedragen gezien. Dat hangt van de leraar af, hoe jij voor de klas staat. De leraar waar ze naar luisteren en mee doen, begint al de les anders dan de ander. Hij begon met een interessant thema. De leerlingen wisten ook precies wat ze mogen en wat niet. Ze hadden veel respect voor deze leraar maar ook veel plezier.

Het speelt altijd een grote rol hoe de communicatie tussen de leraar en de leerling is. Er kan snel miscommunicatie ontstaan (bij stellen van een vraag). Het is belangrijk om goed te kunnen communiceren en iets goed te kunnen uitleggen. In deze tijd zitten er steeds meer verschillend culturen in een klas. Daar moet de leraar ook rekening mee kunnen houden, dat er geen miscommunicatie ontstaat. Op de laatste dag had ik feedback van mijn coach en Ottje gekregen. daarmee was ik erg blij. In bijlage 16 heb ik het feedbackformulier van mijn coach en van Ottje.

Ik hoop dat mijn volgend stage weer zo goed verloopt en ik weer zo veel leer.
Deze 3 leerdoelen stel ik me voor de volgende stage:


  • consequenties bij onwenselijk gedrag (dat was ook een advies van mijn stagecoach, ik wil in mijn volgend stage graag leren hoe ik onwenselijk gedrag kan verbeteren)

  • consequent zijn tegen over de leerlingen (ik heb vaak de leerlingen waarschuwt, maar was niet consequent en daarom gingen de leerlingen door met kletsen of andere dingen)

  • een goed uitleg van de grammatica geven (ik had nog geen grammaticales gegeven, ik wil zien en leren dat leerlingen mijn uitleg begrijpen en ik het goed kan uitleggen)


5 Bijlagen
Bijlage 1
Hausaufgaben
Maken:
5.1 Lesen
C Anna-Lena Grönfeld heeft druk nodig om te kunnen presteren.
5.2 Grammatik: Modalverben

a)
1. mogen

Heer Scholler, mogen wij alsjeblieft naar de toilet gaan?

2. kunnen

Wij kunnen goed tennissen.

3. houden van

Wij houden niet van vlees. Dat vinden wij niet lekker.

4. moeten

Wij moeten iedere dag huiswerk maken.

5. willen

Wij willen niets drinken.

6. weten


Wij weten antwoord niet.
c)
können 1. Kannst du Wasserball spielen?

müssen 2. Tobias muss heute um fünf Uhr trainieren.

wollen 3. Wollen Sie hier Mitglied werden?

mögen 4. Magst du keine Sportler?

wissen 5. Wisst ihr nicht, wann das Training anfängt?

dürfen 6. Ich darf keine Tanzstunden mehr nehmen.

können, wollen 7. Mehmet kann Trainer werden, wenn er will / wollte.

müssen 8. Wann müsst ihr vom Training abgeholt werden?

wollen, können 9. Willst du mal sehen, wie gut ich turnen kann?

dürfen mögen 10. Wir dürfen nicht mit ins Schwimmbad gehen.

mögen 11. Ich mag keine einzige Sportart.

wissen 12. Sie wissen bestimmt, wie der Sand ist, oder nicht?


d)
1. Kun jij waterpolen?

2. Tobias moet vandaag om vijf uur trainen.

3. Wilt u hier lidmaat worden?

4. Houd je niet van sporter (sportbeoefener)?

5. Weten jullie niet, wanneer (hoe laat) de training begint?

6. Ik mocht geen dansuren meer nemen.

7. Mehmet kun trainer worden, als hij wil.

8. Wanneer moeten jullie van het training opgehaald worden?

9. Wil je zien, hoe goed ik kan turnen?

10. Wij mogen niet in het zwembad gaan.

11. Ik houd van geen enkele sport.

12. U wet zeker, hoe de stand is of niet?


6.1 Lesen
1. Hali Altintop heeft een …

B oudere broer, Hamit Altintop

2. Zijn vader …

B stierf toen de tweeling twee jaar oud was.

3. De tweeling is …

B geboren en opgegroeid in Gelsenkirchen.

4. Halil heeft …

A het balgevoel van een turk en het doorzettingsvermogen van een Duitser.

5. Halil heeft een …

A goede techniek.

6. Halil kan goed …

A samenspelen en doelpunten maken.


6.2 Wörterbuch
Persoon:
1. C Schwimmring

2. A Socken oder Schienbeinschützer

3. F Stirnband

4. G Ohrenschützer

5. D Helm

6. B Boxerhandschuhe


Over blijft E Handschuhe
6.3 Fragewörter
1. Wo machst du Aerobic? In einem Klub in Köln.

2. Wie heißt der Klub? `Jung und fit`.

3. Wann trainierst du? Am Montag und am Donnerstag.

4. Was für Klamotten trägst du? Nichts Besonderes. Ein Trikot und eine lange

schwarze Hose.

5. Wohin gehst du nach dem Training? Direkt nach Hause, unter die Dusche.

6. Welche Übungen magst du überhaupt nicht? Bauchübungen finde ich ziemlich

ätzend.


7. Wie lange machst du schon Aerobic? Schon seit zwei Jahren.

8. Woher kommst du eigentlich? ich bin in Berlin geboren.


Leren
5.2 Nummer b en 3.2
Hausaufgaben:
Leren 3.2, 5.2

Maken: 7.1, 8.1, 8.2, 9.1, 9.2, 9.3, 9.4




Bijlage 2




Bijlage 3
Wat hoort bij elkaar?

1. reiten a) Joggen

2. Fußball b) Netz

3. Frisbee c) Schlittschuhlaufen

4. tanzen d) rudern

5. schwimmen e) Schläger

6. Volleyball f) Tor

7. Fahrrad g) Wasser

8. Faust h) Pferd

9. Eis i) Korb

10. Basketball j) Musik

11. Boot k) Schnee

12. laufen l) fahren

13. Ski fahren m) werfen

14. Tennis n) boxen




Bijlage 4
1. Eerste letter van het woord voor zeilen in het Duits. (op nummer 1)
2. Negende letter van het woord voor voetballen in het Duits. (op nummer 2)
3. Tweede letter van het woord voor volleyballen in het Duits. (op nummer 3)
4. Derde letter van het woord voor surfen in het Duits. (op nummer 4)
5. Vierde en het derde letter van het woord voor paardrijden in het Duits. (op nummer 5 en 6)
6. Derde letter van het woord voor tafeltennissen in het Duits. (op nummer 7)
7. Eerste letter van het woord voor dansen in het Duits. (op nummer 8)
8. Zevende letter van het woord voor zwemmen in het Duits. (op nummer 9)
9. Tweede letter van het woord voor boksen in het Duits. (op nummer 10)
10. Derde letter van het woord voor turnen in het Duits. (op nummer 11)
11. Zevende letter van het woord voor wielrennen in het Duits. (op nummer 12)
1 2 3 4 5 / 6 7 8 / 9 10 11 12

Bijlage 5





Bijlage 6

1   2   3   4   5   6   7   8

  • Hoe veel leerlingen zitten in de klas Welk thema hadden ze
  • Lesgeven 2 de les aan 3GTA (schoolbezoek van NHL)

  • Dovnload 5.07 Mb.