Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave nieuwsbrief 178 – 15. 06. 2013

Dovnload 0.63 Mb.

Inhoudsopgave nieuwsbrief 178 – 15. 06. 2013



Pagina7/15
Datum12.03.2017
Grootte0.63 Mb.

Dovnload 0.63 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   15

De Europese Economische Gemeenschap blijkt een nazi-ontwerp

Vooruitlopend op het Red House Report openbaart Hitler in 1940 zijn plannen om Europa politiek, sociaal en economisch tot een eenheid te smelten volgens zijn Nieuwe Orde of “Neuordnung.” Walther Funk, president van de Reichsbank, tevens minister van Economische zaken, ontwerpt samen met vakgenoten de blauwdruk van de Europese Economische Gemeenschap zoals de EU voorheen genoemd werd. In de serie essays uit 1942, getiteld “De Europese Economische Gemeenschap” (“Der Europaïsche Wirtschaftgemeinschaft” ), zetten vooraanstaande nazi-economen als Funk, professor dr. Jecht en vertegenwoordigers van corporaties en zakenverenigingen als de Verein Berliner Kaufleute und Industrieller, hun plannen voor Europa uiteen. In hoofdstuk 1 bepleit Walther Funk een totaal vrije markt voor de corporaties met een “volledige wegneming van import- en munteenheid-barieres.”xv In deel 2 spreekt professor Jecht over de totale ineenstorting van het oude wereldeconomie-model na een korte periode van ongebreidelde vrije markt en het economisch “excessieve” protectionisme dat daarop volgt. De nazi-auteur schrijft dat “het alleen vanuit deze historische achtergrond mogelijk is het belang van de economische nieuwe orde van Europa in te schatten die is ingevoerd in de laatste paar jaren in een bijna adembenemend tempo.” “We staan nu op de drempel van een nieuwe periode in de historie van de wereldeconomie,” vervolgt hij, en eindigt zijn epistel met “...de creatie van een Europees economisch gebied dat immuun is voor Eurofobische invloeden…”xvi Waar hebben we deze woorden eerder gehoord?

De nazi-blauwdruk voor een verenigd Europa komt verbluffend veel overeen met de structuur van de Europese Unie, zoals wij die nu kennen,”

concludeert een vakblad voor bankiers “The International Currency Review.” Al eerder in 1940 presenteert de Reichsbank een ontwerp voor een Europese monetaire unie en in datzelfde jaar introduceert men de plannen voor een centrale Bank voor Europese Betalingen.xvii Walther Funk neemt tevens zitting in de in 1930 opgerichte Bank for International Settlements – de huidige centrale bank van de centrale banken, tezamen met nazi-autoriteit Emil Puhl, Herman Schmitz directeur van IG Farben en Baron von Schroeder, eigenaar van de J.H.Stein Bank, de bank die de Gestapo-tegoeden beheert.xviii Met een innige verstrengeling van bedrijfs- en overheidsbelangen vergelijkbaar met die van huidige politici, is Funk in zijn hoedanigheid als BIS-directielid, minister van economische zaken en Rijksbankpresident, de opvolger van Hitler’s financiële genie Hjalmar Schacht.

Ook Robert Edwin Herzstein, geschiedenisprofessor aan de Universiteit van Zuid Carolina, komt tot dezelfde conclusies over de nazi-plannen voor een corporatief Europa volgens ‘Der Neuordnung’ en de uiteindelijke dominering van een wereld waarin de werknemer geen rechten en niets te zeggen heeft in zijn boek When Nazi Dreams Come True.xix

Hitlers oorlog is een opstap naar een wereldsysteem van financiële controle in privé handen

Hitlers Neuordnung is een mekka voor corporaties en corporatieve banken. Overheid, het corporate bedrijfsleven en bankwezen gaan een innig huwelijk aan. Mussolini ziet fascisme en corporatisme als eenheid als hij zegt:

Het is toepasselijker als men fascisme, corporatisme noemt want het is de samensmelting tussen staats- en corporate macht.”xx

Geen wonder dat Hitler zijn financiering ontvangt van banken en corporaties uit Amerika en ook uit Nederland. Professor Anthony Sutton bewijst in “Wall Street and the Rise of Hitler,” hoe de opkomst van Hitler en het nationaal socialisme enkel tot stand kon komen door de financiering van buitenlandse, voornamelijk Amerikaanse banken en corporaties, veelal in nauwe collaboratie met hun Europese tegenhangers of nevenvestigingen.xxi

William E. Dodd, ambassadeur voor Duitsland schrijft in 1937:

Een kliek van VS-industriëlen zet alles op alles om een fascistische staat te stichten die ons democratische bewind omver werpt en werkt nauw samen met het fascistische regime in Duitsland en Italië. Ik heb op mijn post te Berlijn ruimschoots gelegenheid gehad om getuige te zijn van hoe “close” onze Amerikaanse regerende families zijn met het nazi-regime.”xxii

Deze “closeness” met het fascistisch gedachtegoed geldt ook voor de Nederlandse machtselite.xxiii

In hoofdstuk 1 schrijft Sutton dat een analyse van de contemporaine media-uitingen aantoont dat men destijds volledig op de hoogte is of kan zijn van de nazi-dreiging en activiteiten. Journalist George Seldes schrijft zelfs:

...Hitler had de steun van het meest wijdverbreide tijdschrift uit de geschiedenis, “Readers Digest”, alsmede van negentien grootstedelijke kranten en een van de drie Amerikaanse persbureaus, het Hearst imperium van $ 220-miljoen.”xxiv

Bovendien schrijft hij dat de betrokken “firma’s in eigendom waren van dezelfde financiers die periodiek hun bankiershoeden afzetten en nieuwe opzetten als “staatlieden.” Als staatslieden formuleerden zij het Dawes en Young plan voor de terugbetaling door Duitsland van gigantische leningen aan de internationale bankiers. Ook Hitlers nazi-minister Hjalmar Schacht, net als zijn opvolger Funk zowel staatsman als bankier, neemt samen met andere nazi-corporatisten als A. Voegler van de Duitse Vereinigte Stahlwerke, zitting in de commissie van experts voor het ontwerp van het Dawes planxxv Onder het kopje “B.I.S. – The Apex of Control” citeert Sutton professor Carroll Quigley, welke concludeert dat deze grenzenoverstijgende alliantie van banken en corporaties

...niets minder [is] dan [een middel] ter creatie van een wereldsysteem van financiële controle in privé handen, capabel om het politieke systeem van elk land en de wereldeconomie in haar geheel te domineren.”

Het vehikel hiervoor is de Bank of International Settlements te Bazel, de “spil van het systeem”, aldus Quigly.



Onze “bevrijders” financieren tevens de vijand van wie wij bevrijd moeten worden

Duitsland is bankroet. I.G. Farben, producent van Zyklon-B, en de Vereinigte Stahlwerke produceren in 1937-‘38 vijfennegentig procent van hun explosieven dankzij Amerikaanse leningen en deels technologie, schrijft Sutton. De meeste van deze corporaties als I.G Farben, A.E.G., en DAPAG zijn destijds niet puur Duits maar hebben tevens buitenlandse vestigingen, met name in Amerika.

Na zijn jarenlange archiefonderzoek komt Sutton, met overlegging van documenten en cijfermateriaal in hoofdstuk 12 tot de volgende conclusies:


  • Wall Street financiert de Duitse coporatieve cartels in het midden van de jaren twintig die op hun beurt Hitler aan de macht brengen.

  • De financiering van Hitler en zijn SS straat-terroriseerders komt deels van partners of dochterondernemingen van Amerikaanse firma’s met inbegrip van Henry Ford in 1922, betalingen door I.G. Farben (=Duits-Amerikaans) en General Electric in 1933, direct gevolgd door aanvullende betalingen van Standard Oil uit New Jersey en I.T.T. tot 1944 aan Heinrich Himmler, leider van Hitlers SS.

  • Amerikaanse multinationals beheerst door Wall Street, profiteren aanzienlijk van Hitlers militaire opbouwprogramma in 1930 en doen dat tenminste tot 1942.

  • Dezelfde internationale bankiers gebruiken hun politieke invloed in de Verenigde Staten om hun oorlogscollaboratie te verhullen en om dit te doen infiltreren zij de U.S. Control Commission voor Duitsland.

In hoofstuk 1 presenteert Sutton bewijs dat de Dawes en Young plannen ten behoeve van de Duitse herstelbetalingen na de Eerste Wereldoorlog zijn geformuleerd door Wall Streeters, die op dat moment hun overheidspet dragen. Deze leningen genereren gigantische winsten voor het cartel van internationale bankiers. Schatrijk geworden door WOII is Amerika het enige land ter wereld dat sindsdien voortdurend betrokken is geweest bij een oorlog “voor vrede en democratie.”

Standard Oil, onder supervisie van de Rockefeller familie, helpt nazi-Duitsland aan de techniek ter ontwikkeling van synthetische olie. De International Telephone and Telegraph Company (nu I.T.T.) werkt aan beide kanten van de oorlog, demonstreert Sutton in hoofdstuk 5. Henry Ford steunt Hitler al sinds 1922 en Edsel Ford continueert de traditie in 1942 met de productie van oorlogsvoertuigen voor de Wehrmacht die in 1944 tegen de eigen Amerkaanse militairen zijn gebruikt als zij landen op de Normandische kust tijdens D-Day.

Een ander kopstuk van de internationale corporatieve elite dat Hitler steunt, is de grootvader van George W. Bush: Prescott. De Guardian beschrijft in een artikel van 25 september 2004 getiteld “How Bush’s grandfather helped Hitler’s rise to power hoe Prescott Bush Hitler financieel dekt en mede aan de macht helpt. Als aandeelhouder verdient hij enorme sommen aan de nazi-leningen, geld dat, aldus de krant, de politieke Bush dynastie mogelijk heeft gemaakt. De Union Banking Corporation (UBC) waar opa Bush directeur van is, wordt in 1929 opgericht door de Nederlander H.J. Kouwenhoven, directeur van de August Thyssen Bank in Berlijn and van Fritz Thyssens Vereinigte Stahlwerke, tezamen met de Amerikaanse investeringsbank Brown Brothers Harriman, schrijft de Guardian. Het is een Amerikaanse dependance van de August Thyssen Bank die in 1926 eigendom wordt van Fritz Thyssen; “Hitlers engel” en sponsor. De bank functioneert als geldsluis naar nazi-Duitsland. De krant schrijft:

Tegen het einde van de jaren dertig hebben Brown Brothers Harriman, die ‘s werelds grootste private investeringsbank claimt te zijn en UBC, voor miljoenen dollars aan goud , brandstof, staal, kolen en staatsobligaties gekocht en verscheept naar Duitsland, die zowel de opbouw van Hitlers oorlogsmachine voeden en financieren.”

De enorme goudinvesteringen van UBC gaan de aandacht trekken. Op 30 juli 1942 publiceert de New York Herald-Tribune een artikel over de UBC-bank getiteld: “Thyssen heeft $ 3.000.000 aan contanten in New Yorkse kluizen.”xxvi De transacties met nazi-geld laten Bush geen windeieren leggen. “Bush heeft aanzienlijke winsten behaald uit Auschwitz slavenarbeid” schrijft Clamor Magazine op 14 mei 2002. De winsten uit de concentratiekampen worden doorgesluisd via Rotterdam naar de UBC. De schatrijk geworden directeur van deze VS-bank, Prescott Bush zou echter van alles niets geweten hebben.

In hoofdstuk 10 van “Wall Street and the Rise of Hitlertoont Sutton dat het omstreden in 1933 door Van Holkema & Warendorf in Nederland verschenen boekje van Sidney Warburg, getiteld “De geldbronnen van het Nationaal Socialisme” feitelijk wel degelijk juist is. Het werkje wordt direct na de publicatie uit de handel genomen en de overgebleven exemplaren vernietigd. Een exemplaar dat enige tijd geleden is teruggevonden is opnieuw gepubliceerd door Uitgeverij Elmar. In het boekje beschuldigt de auteur de Rockefellers, Warburgs en de belangrijkste oliecorporaties, waaronder Shell, ervan Hitler te hebben gefinancierd met Nederland als financieel knooppunt.

Sutton beschrijft in drie boeken, tezamen de “Wall Street and…” -trilogie, hoe de groep van internationale bankiers en corporaties tegenover elkaar staande kampen financiert met als doel macht en gewin door politieke oproer, financiële crises, revoluties en oorlogsvoering. Moedige, zelfopofferende soldaten denken hun leven te geven voor “volk en vaderland”, miljoenen onschuldige burgers vinden de dood: Zowel het Bolsjevistische Socialisme (=communisme) en de Trotski-Lenin revolutie van 1917, het Nationaal Socialisme (=nazisme) met de machtsovername in 1933 van Adolf Hitler, als het New Deal Socialisme met de verkiezing in 1933 van Franklin D. Roosevelt wordt door hen gefinancierd en gesteund. Daarbij stelt hij in hoofdstuk twaalf dat het in het financiële belang van de internationale bankiers is om de macht te centraliseren, hetgeen het best gerealiseerd kan worden in een collectivistische maatschappij zoals, bijvoorbeeld, geportretteerd in de Neuordnung vormgegeven in Funks “Der Europaïsche Wirtschaftgemeinschaft” , het tussenstation voor een mondiaal machtssysteem.

Nederland naast Amerika spil in de financiering van nazi-Duitsland

Het aandeel van Nederland in de organisatie rond, en de daadwerkelijke financiering van Hitler is opmerkelijk groot geweest. In hoofdstuk 7 beschrijft Sutton het aandeel van Shell met verwijzing naar een boek van Glyn Roberts. In “The Most Powerful Man in the World” beschrijft Roberts de Nederlandse zakenman Henri Deterding als persoonlijk financier van Der Führer. De aanduiding “belangrijkste man ter wereld” is van Deterding zelf afkomstig. Op zijn begrafenis in 1939 is zijn doodskist omringt door nazi-vlaggen en nazi-prominenten, terwijl Adolf Hitler als dank voor bewezen diensten een krans laat bezorgen.xxvii Steeds meer feiten over de rol van Shell komen aan het licht. Op 7 augustus dit jaar publiceert John Donovan een artikel getiteld “Bewijs van hoe Koninklijke Nederlandse Shell, Hitler en de nazi-partij redt.” Dankzij een enorme financiële injectie door Shell wordt Hitlers partij van ineenstorting gered met indirect miljoenen doden tot gevolg. Deterding heeft een vier dagen durende bijeenkomst met Hitler in het Adelaarsnest te Berchtesgaden. Een van de motieven is toegang tot nieuwe olievelden. Documenten van de Amerikaanse inlichtingendienst typeren Shell als nazi-collaborateur en exploitant van nazi-slavenarbeid, schrijft Donovan.xxviii

Het Vrije Volk publiceert op 20 september 1947 een artikel over hoe Shell samen met Standard Oil de bezinefabricage voor Hilters Luftwaffe financiert.xxix Ook heeft Shell een aandeel van 25% in Deutsche Benzinewerke en deels een supervisietaak over IG Farben. Net als Philips produceert Shell met goedvinden van de Nederlandse overheid voor de Duitse oorlogsmachine, gebruikmakend van slavenarbeid. Bijna anderhalf duizend slaven hebben volgens pagina 374 van “Verzeichnis der Haftstatten unter dem Reichsfuhrer-S.S.” onder de meest erbarmelijke omstandigheden voor deze corporatie gearbeid.xxx Shell behoort tot de 255 nog actieve bedrijven die in de nazi-tijd van slavenarbeid gebruik hebben gemaakt zonder de slachtoffers te compenseren, aldus de Los Angeles Times, Orange County Edition van 8 December, 1999.xxxi

Volgens bovengenoemd artikel in The Guardian van 25 september 2004 staat Bush’s Union Banking Corporation in direct contact met de Rotterdamse Bank voor Handel en Scheepvaart (BHS). Sutton beschrijft in hoofdstuk 10 van zijn boek hoe via deze bank, de Mendelsohn & Co Bank te Amsterdam en een Italiaanse bank, het geld voor Hitler wordt doorgesluisd en hoe omgekeerd via de Rotterdamse BHS nazi-winsten worden wit gewassen en geruisloos naar de New Yorkse UBC worden overgemaakt om te ontkomen aan eventuele herstelbetalingen na de oorlog. De Bank voor Handel en Scheepvaart blijkt de spil in het doorsluizen van nazi-geld. De bank is eigendom van de Nederlands-Hongaarse-Zwitserse broers staalmagnaat Fritz Thyssen en de in Scheveningen geboren Baron Hans Heinrich Thyssen-Bornemisza. Fritz gaat prat op zijn steun aan Hitler en publiceert in 1941 zijn boek getiteld “Ik financierde Hitler.” Op de bankrekeningen van de BHS worden de oorlogswinsten van ondermeer slavenwerkkampen als Auschwitz geparkeerd.

Net als Bush een financieel belang heeft in de Amerikaanse vestiging van Thyssen, de Union Banking Corporation, heeft Koningin Wilhelmina, grootaandeelhoudster van de Nederlandsche Handels Maatschappij (op haar beurt erfgename van de VOC-slaven en harddrugshandelxxxii) een belang in deze Thyssen vestiging te Rotterdam. De NRC bericht hierover op 1 juni 1991 in “Operatie Juliana” waarbij een deel van het Oranje-kapitaal oorspronkelijk geparkeerd bij de BHS, in 1946 hals over kop vanuit de moederbank te Berlijn, de August Thyssen Bank, naar Nederland wordt gesmokkeld teneinde confiscatie door de Russen of geallieerden te verhinderen. Onderzoeksjournalist Ton Biesemaat schrijft dat hem uit dossieronderzoek is gebleken dat de geldsmokkel veel omvangrijker is dan de NRC meldt. Het veel grotere nazi-vermogen van de familie Thyssen smokkelt men terug naar Rotterdam. Dankzij kringen rond Prins Bernhard – de prins is dikke maatjes met Hans Heinrich – is de TBG Thyssen Bornemisza Groep sinds 1948 weer springlevend.xxxiii

De terreuraanslagen blijken nep; de “complotters” krijgen gelijk

Als de oorlog in 1945 ten einde is, is tevens de betovering van Hitler voorbij. De massa realiseert zich steeds meer zijn ware aard. Aanvankelijk worden de twijfelaars aan de voorgewende toedracht van de terreuraanslag op de Rijksdag nog weggezet als paranoïde aanhangers van samenzweringstheorieën maar de geruchten dat Hitler de brand zelf zou hebben laten aansteken worden steeds sterker. Op 12 januari 2008 schrijft The Guardian dat de jonge Nederlandse communist Martinus van der Lubbe ten onrechte door de nazi’s als aanstichter van de brand is beschuldigd en onthoofd gezien het concept dat de nazi-rechtspraak indruiste tegen de basisideeën over rechtvaardigheid. Hitler had de terroristische aanslag nodig om de verregaande beperking van privacy en burgervrijheden “voor de veiligheid” aannemelijk te kunnen maken met als doel de Neuordnung in Europa. Van der Lubbe wordt 75 jaar na dato vrijgesproken na jaren getouwtrek.xxxiv Al deze inspanning lijkt zinloos als Van der Lubbe toch de initiator is van de terreuraanslag.

Historicus Alexander Bahar en psycholoog/fysicus Wilfried Kugel onderzoeken 68 jaar na de terreurdaad 50.000 bladzijden aan juridische en Gestapo-documenten uit de nazitijd die tot 1990 liggen opgeborgen in Moskou en Oost-Berlijn. Het resultaat is een opmerkelijk en explosief 800 pagina’s dik boekwerk, getiteld “De Rijksdagbrand – hoe geschiedenis wordt gecreëerd” dat voor het eerst nagenoeg compleet bewijs levert dat de nazis de Rijksdagbrand zelf hebben aangestoken en daarmee definitief de Van-der-Lubbe-mythe hebben ontkracht.xxxv Hitler zei overigens zelf al:

Terreur is het beste politieke wapen daar niets mensen meer aanspoort dan de angst voor een plotselinge dood.”xxxvi

Na de oorlog richten overheden, internationale corporaties en banken in rap tempo mondiale instituten op als de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldgezondheidsorganisatie, de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie met een internationaal leger en de Verenigde Naties, dit alles “ter bewaking van de vrede en democratie en ter voorkoming dat er ooit weer een tweede wereldoorlog uitbreekt” zo luidt de officiële uitleg. Het is dé kans om de uitkomsten van de oorlog te benutten ter verdere centralisering van de macht en de mogelijkheid op een collectivistische, gecontroleerde maatschappij te vergroten.

De centrale rol van Nederland bij de grondvesting van een naoorlogs corporatief Europa

Nederland behoort bij de oprichtende lidstaten van het eerste uur. De in 1996 overleden “Mister Europe”, VVD-er Hans R. Nord, neemt een cruciale voortrekkersrol in bij de vorming van de Europese Economische Gemeenschap. Mister Europe wordt gezien als een van de belangrijkste grondvesters van het Europees Parlement. Hij is onder meer juridisch adviseur van de corporatieve big-pharma lobby, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Pharmacie van 1946 tot 1962, secretaris-generaal van het Europees Parlement van 1962 tot 1979 en voorzitter van de Beweging Europese Federalisten van 1950 tot 1958. In weekblad “De Baanbreker” publiceert hij in 1945 een drietal artikelen. In het artikel getiteld “Voor een federatief Europa” schrijft hij:

Het probleem van een nieuwe wereldorde is op het ogenblik meer acuut dan ooit. Nu de oorlog voorbij is, en daarmede de voornaamste prikkel tot samenwerking tussen de grote mogendheden is weggevallen, is het noodzakelijk dat men gaat beseffen wat het winnen van de vrede van ons allen zal vergen, een krachtsinspanning die zeker niet minder groot is dan die, welke tot het verslaan van de vijand heeft geleid.”

Nord continueert in het artikel met uit te leggen dat voor een Europese superstaat de soevereiniteit van de afzonderlijk staten moet worden opgeheven, hetgeen betekent dat defensietaken, buitenlandse zaken, internationale financiering en betaalverkeer in handen komen van de Europese federatie. In “Praktische consequenties van een Europese federatie” beklemtoont hij dat nog eens en zegt dat een Europese federatie

geen doel op zich [is] maar een eerste stap naar wereldfederatie.”xxxvii

In 1954 is Prins Bernhard een van de twee oprichters van de Bilderberggroep en tevens voorzitter. Bernhard is onder Hitler werkzaam voor de spionagedienst van het nazi-chemiebedrijf IG-Farben, verantwoordelijk voor de productie van het concentratiekampgas Zyclon-B. Hij is lid van de Sturmabteilung van Hitlers partij de NSDAP en van een onderdeel van Hitlers paramilitaire terreurpolitie, de Reiter-SS.xxxviii

De Bilderberggroep onder leiding van Zijne Koninklijke Hoogheid is een van de belangrijkste pleitbezorgers van een verenigd Europa. In een aflevering uitgezonden op 6 januari 2004 van VPRO’s “Andere tijden” getiteld “Bilderbergconferentie 1954” wordt gesteld dat de eerste conferentie vooral dient om de anti-Amerikaanse gevoelens bij de Europeanen weg te nemen en eenheid onder de naties te bevorderen, te beginnen met een verenigd Europa. Majoor-generaal F. Howley, net terug van een Europareis, verwoordt de argwaan van het volk gedomineerd te worden door de Amerikaanse banken en corporaties met de woorden: “we gebruiken ons geld hen te vertellen hoe te leven.” Aan de andere kant is er de Amerikaanse irritatie over de schroom van Europa om, bij wijze van dank voor de geboden oorlogshulp, mee te willen werken aan de oorlog tegen de nieuwe “terroristen”, in dit geval de communisten.

Deze vijand is echter, net als de Nationaal Socialisten, gecreëerd voor persoonlijke macht en gewin. Anthony Sutton bewijst in “Wall Street and the Bolshevik Revolution” hoe hetzelfde internationale cartel van banken, corporaties en overheidsvertegenwoordigers het communisme met geld en steun in het zadel helpt en de revolutie van 1917 mogelijk maakt.xxxix Nu is het geen Duits staatshoofd maar een Amerikaanse president die de wereldbevolking door te appelleren aan angst voor “de terroristen” voor zijn machtsbelangen probeert over te halen. In de VPRO-documentaire roept president Harry S. Truman in 1951 de “Naties van de Vrije Wereld op zich te bewapenen voor de Vrede” (bewapening of oorlog = vrede):

Onze huizen, onze natie; alles waarin we geloven verkeert in groot gevaar! Het communisme is bereid om de wereld in een oorlog te storten om haar zin te krijgen. [...]We breiden ons materieel in hoog tempo uit. […] laat geen agressor denken dat we verdeeld zijn.”

David Rockefeller, kernlid en stamgast bij de conferentie vanaf het eerste uur, verwoordt het doel van de bijeenkomsten als volgt: “Particulieren uit diverse hoeken van het bedrijfsleven samen te brengen [waaronder corporaties als Shell en Unilever] met personen met een openbare functie om over kwesties van mondiaal belang te praten.” Het is een ondemocratisch samengaan van staats- en corporate macht waaraan de burger in het geheel niet te pas komt.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   15

  • Hitlers oorlog is een opstap naar een wereldsysteem van financiële controle in privé handen
  • Onze “bevrijders” financieren tevens de vijand van wie wij bevrijd moeten worden
  • Nederland naast Amerika spil in de financiering van nazi-Duitsland
  • De terreuraanslagen blijken nep; de “complotters” krijgen gelijk
  • De centrale rol van Nederland bij de grondvesting van een naoorlogs corporatief Europa

  • Dovnload 0.63 Mb.