Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave nieuwsbrief nr. 115 – 23. 01. 11 Pag

Dovnload 4.3 Mb.

Inhoudsopgave nieuwsbrief nr. 115 – 23. 01. 11 Pag



Pagina19/46
Datum05.12.2018
Grootte4.3 Mb.

Dovnload 4.3 Mb.
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   46

President is beter en goedkoper dan koning


Gepubliceerd door De Redactie op 17 January 2011
Intuïtief wisten we het al, maar nu is het ook wetenschappelijk bewezen: een president kost minder dan een koning. Een presidentieel regime is ook transparanter.Dat blijkt uit een studie van professor Herman Matthijs (VUB), die een vergelijking heeft gemaakt van de budgettaire kostprijs van de monarchie in acht West-Europese landen en de presidenten van de republieken Frankrijk en Duitsland.

Met een jaarloon van 275.000 euro is Nicolas Sarkozy een van de goedkoopste staatshoofden. (Foto Junge Union). Een zinnige vergelijking maken tussen de kostprijzen van de Europese monarchieën is vrijwel onmogelijk, omdat de systemen te veel verschillen en bepaalde kosten in sommige landen wel of niet worden meegerekend. Wel enigszins vergelijkbaar zijn de persoonlijke wedden van de staatshoofden. Dat bedrag is evenwel enkel bekend in Noorwegen, het Groothertogdom Luxemburg, Nederland en de twee onderzochte republieken. Voor de vijf andere landen met een monarchie (Spanje, het Verenigd Koninkrijk, België, Denemarken en Zweden) zijn die gegevens niet bekend, omdat zij niet bepalen wat het persoonlijke loon is van de koning.



Onkostenvergoedingen

De Duitse bondspresident Christian Wulff en de Franse president Nicolas Sarkozy verdienen elk ongeveer 275.000 euro per jaar. “Dit presidentieel loon is beduidend minder dan het gekende loon van de monarchen”, stelt Matthijs. Ter vergelijking: de Noorse koning verdient jaarlijks 1,2 miljoen euro, de Nederlandse koningin 829.000 euro en de groothertog van Luxemburg 645.000 euro. Bovendien zijn de dotaties van de monarchen fiscaal vrijgesteld. Barack Obama, de president van de Verenigde Staten, heeft een jaarwedde van 355.000 euro, inclusief een aantal onkostenvergoedingen, maar moet op dat bedrag gewoon belastingen betalen. De president van de Europese Unie, Herman Van Rompuy, verdient 350.000 euro op jaarbasis. Rekening houdend met een EU-taks van 25 procent geeft dat een netto maandwedde van ongeveer 21.800 euro. Presidenten verdienen dus individueel minder dan monarchen. Wel loopt in een republiek de loonkost op door de pensioenen die moeten worden betaald aan gewezen presidenten. In Duitsland betekent dat bijvoorbeeld een bijkomende loonkost van één miljoen euro op jaarbasis. Uit een vergelijking van de vijf landen, rekening houdend met de lonen van de staatshoofden plus de dotaties en de pensioenen, blijkt dat Noorwegen de duurste monarchie is. De twee republieken komen uit op het niveau van Nederland.



  • Noorwegen: 2,19 miljoen euro (koning en kroonprins)

  • Nederland: 1,3 miljoen euro (koningin, kroonprins en kroonprinses)

  • Duitsland: 1,27 miljoen euro (president en vijf gewezen presidenten)

  • Frankrijk: 1 miljoen euro (president en drie gewezen presidenten)

  • Luxemburg: 0,8 miljoen euro (groothertog en gewezen groothertog)

Bij gebrek aan transparantie zijn de kosten van de acht onderzochte monarchieën en de twee republieken moeilijk of niet te vergelijken. Maar Matthijs heeft daar iets op gevonden, en heeft de verschillende systemen beoordeeld op basis van tien parameters. Naarmate het land beter scoort, krijgt het meer punten.

  1. Transparant stelsel. Frankrijk heeft het meest transparante systeem. In minder mate bestaat dat ook in Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

  2. Controle. Parlementaire controle of die van het Rekenhof of een auditbureau op de begroting van het staatshoofd bestaat vooral in de republieken en in het Verenigd Koninkrijk.

  3. Openheid. Het bestaan van jaarverslagen over de werking en de financiën van de staatshoofden. Op dit punt scoren Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken het beste.

  4. Fiscaliteit. Deze parameter bekijkt in welke landen de staatshoofden speciale fiscale voordelen genieten. In beide republieken en in Zweden en Spanje bestaan die voordelen niet.

  5. Aantal dotaties. Het aantal personen dat geniet van een civiele lijst of dotatie in het kader van het ambt van staatshoofd. In Zweden en Spanje krijgt enkel de koning zelf een dotatie. In Noorwegen en Luxemburg gaat het telkens om twee personen. In België genieten vijf leden van het koningshuis een dotatie.

  6. Gekend loon staatshoofd. In de eerder genoemde landen kent men het persoonlijk loon van het staatshoofd.

  7. Opdeling per gerechtigde persoon. Spanje en Zweden zijn de enige landen waar een algemene civiele lijst bestaat, zodat men niet weet hoe die verder wordt verdeeld over de andere leden van de koninklijke familie.

  8. Bijdrage sanering openbare financiën. In het kader van de besparingen in de diverse landen moeten ook de staatshoofden en/of andere leden van de koninklijke familie hun duit in het zakje doen en een voorbeeld stellen voor de bevolking. In eigen land zijn de dotaties van het koningshuis het afgelopen jaar met tien procent gedaald. Aan het budget van de koning en de koningin wordt niet geraakt, maar de andere leden van de koninklijke familie hebben vorig jaar ongeveer tien procent ingeleverd. Het is overigens de eerste keer in de geschiedenis dat er gesnoeid werd in de dotaties.

  9. Gebouwen. De hoeveelheid gebouwen die de staat gratis ter beschikking stelt van het staatshoofd. België scoort hier goed, want het stelt slechts twee paleizen ter beschikking.

  10. Wettelijke basis. In de meeste landen wordt de civiele lijst een grondwettelijk vastgelegd, zo ook in België. Dotaties aan andere leden van de koninklijke familie hebben niet altijd een wettelijke basis. In een parlementaire democratie zouden deze systemen van civiele lijst en dotaties moeten steunen op een duidelijk uitgebouwde administratieve basis. Nederland en de twee republieken halen hier de beste punten.

De puntenverdeling op basis van deze tien parameters geeft volgende rangschikking:


Bij een vergelijking van Europese landen blijkt dat presidentiële regimes (groen) performanter zijn dan monarchieën (geel).



De republieken scoren dus het best. Dat is onder meer te wijten aan de openheid, de afwezigheid van fiscale voordelen, de bestaande publieke controle en het transparante begrotingssysteem. Het Britse model sluit daar nauw bij aan. De groep koningshuizen in de groep van zes tot acht punten, waaronder België, moet volgens Matthijs “hun budgettair stelsel dringend moderniseren om aansluiting te krijgen bij de Europese middenmoot”.

http://www.apache.be/2011/01/president-is-beter-en-goedkoper-dan-koning/
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   46

  • Onkostenvergoedingen

  • Dovnload 4.3 Mb.