Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid

Dovnload 382.55 Kb.

Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid



Pagina3/9
Datum04.04.2017
Grootte382.55 Kb.

Dovnload 382.55 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Een overheid die ruimte biedt aan ondernemers…

Ondernemerschap is een speerpunt in de agenda’s van alle topsectoren. Breed wordt aandacht gevraagd voor het belang van het MKB, innovatieve starters en doorgroeiende bedrijven. En voor knelpunten waar ondernemers tegenaan lopen. Zoals te veel regels op nationaal en Europees niveau. Regeldruk wordt niet alleen als kostbaar en irritant ervaren, maar is bovendien vaak onnodig belemmerend voor vernieuwend ondernemerschap. Onvoldoende toegang tot ondernemings- en projectfinanciering is een ander knelpunt. In de afgelopen jaren is het aantal ondernemers in Nederland spectaculair gegroeid. Uit de in augustus jl. uitgekomen Global Entrepreneurship Monitor blijkt zelfs dat Nederland het meest ondernemende land is van de EU: ruim 7% van de Nederlanders tussen 18-64 jaar heeft een startend bedrijf of bedrijf in oprichting.


Internationale vergelijkingen laten echter ook zien dat Nederland achterblijft op het terrein van jong innovatief ondernemerschap en snelgroeiende bedrijven. Het beleid richt zich, conform het advies van de topteams, op ambitieuze ondernemers en snelgroeiende bedrijven11. De in het najaar van 2011 te verschijnen MKB-groeibarometer helpt om de juiste accenten te plaatsen in het beleid. Deze barometer - een initiatief van MKB-Nederland - is een graadmeter van het ondernemingsklimaat in Nederland voor het MKB. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de toezegging tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van EL&I aan de Tweede Kamer om een MKB-indicator te ontwikkelen12.
met minder en eenvoudiger regels…

Alle topsectoren vragen aandacht voor een merkbare vermindering van regeldruk. Het gaat hierbij zowel om minder regels (verlaging administratieve lasten en nalevingskosten, schrappen van vergunningen) als om meer gemak met regels (o.a. snelle vergunningverlening, betere dienstverlening, meer gebruik maken van ICT en beter toezicht). Ook zal het kabinet de effecten van regelgeving voor de concurrentiekracht van bedrijven zwaarder laten wegen. De concrete plannen voor vermindering van regeldruk worden op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer gestuurd.


Regeldruk aspecten die in meerdere topsectoren spelen, hebben betrekking op zaken als vergunningen, invoeren Lex Silencio principe, invoeren experimenteerruimte, vertrouwen sterker inbouwen bij controle/handhavingsbeleid, vermindering van nalevingskosten, beter toezicht en betere dienstverlening, aanpassen kennismigrantenregeling, versoepeling van intellectueel eigendom - overdracht door kennisinstellingen aan bedrijven en het permanent maken van de crisis en herstelwet. Per sector zal er door het kabinet een regeldruk agenda worden bijgehouden, waar deze knelpunten in worden opgenomen, gemonitord en zo nodig worden aangevuld met nieuwe knelpunten. In aanvulling op de algemene regeldruk agenda, pakt het kabinet gericht de knelpunten aan die er bij de topsectoren zijn (zie onderstaande box).



Regeldruk knelpunten uit de Topsectoragenda’s die door het kabinet worden opgepakt

  • Knelpunten in de vervoers- en aansprakelijkheidswetgeving bij de inzet van flexibele vervoerswijzen worden aangepakt, met maximale harmonisatie tussen de diverse vervoersmodaliteiten.

  • Knelpunten in het omgevingsrecht en het vergunningenstelsel voor de bouw en duurzame inrichting van (multimodale) overslagpunten en bedrijfsterreinen worden aangepakt.

  • De termijn voor het bijeenroepen van een aandeelhoudersvergadering zal worden verkort en in lijn worden gebracht met wat in vergelijkbare Europese landen gebruikelijk is.

  • Vergunningverlening op het gebied van ruimtelijke ordening wordt vereenvoudigd en verduidelijkt zodat er snel zekerheid kan worden geboden over de realisatiemogelijkheden van investeringen op het gebied van duurzame energie, zoals windenergie op zee.

  • Uitvoeren van een pilot-progamma ‘Natuur als kans’, gericht op innovatieve oplossingen die bevorderen dat uitbreiding van bedrijven samengaat met de implementatie van internationale (Natura 2000) en nationale (EHS-) doelen voor natuur en biodiversiteit.

  • De toetsing door de verschillende reguleringsinstanties in de zorg wordt gestroomlijnd.

  • Voertuigeisen en andere beperkingen aan vrachtverkeer in binnensteden kunnen via afspraken tussen bedrijfsleven en gemeenten worden aangepast.

  • Harmonisatie van de Nederlandse wetgeving met de Europese wetgeving i.h.k.v. REACH/CLP. Hierbij wordt gestreefd naar mondiale harmonisatie op VN-niveau (VN-GHS).

  • Experimenteerruimte voor innovatieve waterprojecten wordt vergroot.

  • Internationale regelgeving inzake grondstoffenwinning op zee wordt verduidelijkt.

  • Internationale maritieme regelgeving voor schone en slimme schepen.

  • De crisis- en herstelwet wordt permanent gemaakt.

  • De heffingen voor de Kamers van Koophandel worden afgeschaft.

  • Zeven kleinere fiscale heffingen worden afgeschaft waardoor de administratieve lasten met circa € 24 miljoen dalen en onnodige irritatie bij bedrijven over de veelheid aan belastingen wordt weggenomen.

dat een gezonde ondernemersdynamiek ondersteunt…

Alle topsectoren wijzen op het belang van een gezonde ondernemerdynamiek voor de concurrentiekracht van de economie. Het kabinet neemt daarom een aantal maatregelen om het starten en doorgroeien, maar ook overdragen en beëindigen van een bedrijf te vergemakkelijken. Acties:


  • Het is van belang dat de reeds lang lopende wetswijziging van het BV-recht voortvarend wordt afgerond. Met deze wetswijziging wordt onder meer de afschaffing van het verplichte minimumkapitaal voor BV´s gerealiseerd. Dit betekent een aanzienlijke vermindering van administratieve lasten voor het bedrijfsleven. In een vervolgtraject wordt een verdere reductie van lasten uitgewerkt in het bijzonder in de situatie dat BV´s met gebruikmaking van standaardstatuten worden opgericht. Veel kleine BV´s kunnen hiermee volstaan, wat een aanzienlijke verdere lastenverlichting mogelijk maakt. Notariële tussenkomst lijkt alleen noodzakelijk wanneer de aandeelhouders kiezen voor niet-standaardstatuten. In dat geval moeten de machtsverhoudingen binnen de vennootschap goed worden vastgelegd in het belang van aandeelhouders en derden en worden getoetst of de gemaakte afspraken in lijn zijn met de wet.

  • De doorlooptijd van een faillissement naar een ‘schone lei’ moet worden versneld. Dit kan helpen om het risico van een investering voor ondernemers te verlagen. Daarom zal in samenspraak met stakeholders worden bezien hoe door mogelijke aanpassingen in de huidige faillissementswetgeving het doorstarten en reorganiserend vermogen van bedrijven kan worden verbeterd.

  • Rigide vertrekclausules die verhinderen dat een werknemer zich op korte termijn als zelfstandige kan vestigen binnen dezelfde branche of een vlotte overstap naar een productievere baan bij een concurrent in de weg staan, zijn niet wenselijk. Daarom zal het kabinet het concurrentiebeding zodanig aanpassen dat het leidt tot meer proportioneel en subsidiair gebruik van het concurrentiebeding.



Sociale innovatie voor ondernemers

Sociale innovatie draagt bij aan het groei- en innovatievermogen van bedrijven, door verhoging van de arbeidsproductiviteit en het rendement uit R&D. Het kabinet zet in op het vergroten van de bewustwording hierover, met name in het MKB.



  • Vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) is € 24 miljoen beschikbaar gekomen om via een voucherregeling ondernemers te stimuleren hun bedrijfsprocessen te verbeteren en duurzame inzetbaarheid te vergroten. De economische waarde van eerdere ESF-inzet op sociale innovatie is gebleken uit evaluaties.

  • De financiering van het NCSI zal stoppen na 2012. De door NCSI opgebouwde databases en het NCSI voorlichtingmateriaal zullen beschikbaar blijven. Via Syntens en KvK’s/Ondernemerspleinen zullen bedrijven bewust gemaakt worden van het belang van sociale innovatie.

  • De opgebouwde kennisinfrastructuur rond sociale innovatie wordt voortgezet via TNO, hogescholen, universiteiten en Syntens.

  • Het belang van sociale innovatie voor het innovatievevermogen wordt in de agenda´s van diverse topsectoren onderschreven. Naar verwachting zal de noodzakelijke wisselwerking tussen sociale en technologische innovatie worden meegenomen in de uitwerking van de innovatiecontracten voor de topsectoren. TNO en NWO zullen de topsectoren hierbij ondersteunen.

Met deze reactie geeft het kabinet invulling aan de motie Verhoeven c.s. en aan de motie Dijkgraaf/Rouvoet.

met een betere dienstverlening aan ondernemers…

Ondernemers moeten makkelijk toegang hebben tot de overheid voor informatie en advies. Besluitvorming over vergunningen moet tijdig, professioneel en klantgericht zijn. Het kabinet gaat de informatie-, voorlichtings- en ondersteuningsinfrastructuur op het gebied van ondernemerschap en innovatie grondig moderniseren en stroomlijnen.
Acties:


  • De huidige Kamers van Koophandel en Syntens worden de komende jaren samengevoegd tot een centraal bestuurde ZBO. De dienstverlening zal samen met die van AgentschapNL worden geïntegreerd tot een samenhangend pakket, waaronder begeleiding van (startende) ondernemers en het faciliteren van netwerken. 

  • De heffingen voor de Kamers voor Koophandel worden per 2013 afgeschaft. De nieuwe organisatie zal voortaan begrotingsgefinancierd worden. Hiermee ontstaat de basis voor de in het Regeerakkoord aangekondigde Ondernemerspleinen. Nog vóór de begrotingsbehandeling van EL&I zal de Tweede Kamer hierover nader worden geïnformeerd.

  • Het kabinet stimuleert de mede-overheden om hun dienstverlening aan ondernemers te verbeteren op basis van concrete kwaliteitsnormen voor dienstverlening aan bedrijven die zijn vastgelegd in het 'Bewijs van Goede Dienst'.

en betere financiering van (innovatief) ondernemerschap…

De adviezen van de topsectoren en andere partijen13 laten zien dat het met name voor startende, innovatieve en snelgroeiende MKB-ondernemingen lastig is om voldoende financiering (zowel risicokapitaal als bancair) te verkrijgen. Daarom worden de bestaande garantie- en financieringsinstrumenten gemoderniseerd (zie ook bijlage 4).
Daarnaast start het kabinet een fonds voor het MKB en bedrijven die net iets groter zijn om in deze leemte te voorzien. Investeringen uit dit fonds moeten bij succes weer worden terugbetaald, zodat het geld weer in nieuwe innovaties kan worden geïnvesteerd.
Acties:


  • Per 1 januari 2012 gaat het innovatiefonds MKB+ van start. Dit fonds bestaat uit twee onderdelen: (1) innovatiekredieten, die rechtstreeks aan ondernemingen worden verstrekt; (2) risicokapitaal (seed capital en later-stage capital) dat via investeringsfondsen bij ondernemingen terecht komt. Het kabinet trekt hiervoor tot en met 2015 ruim € 500 miljoen uit. EL&I werkt bij de inrichting van het innovatiefonds MKB+ nauw samen met belanghebbenden en financiers uit het bedrijfsleven. Het innovatiefonds is een instrument voor en door het bedrijfsleven en zal eenvoudig en laagdrempelig worden ingericht. Risicodeling en matching van private financiële middelen zijn belangrijke condities voor het verkrijgen van financiering uit dit fonds.

  • Het budget van het Innovatiekrediet wordt (conform AWT-advies) in 2012 verdubbeld tot € 95 miljoen en de doelgroep wordt uitgebreid naar ondernemingen groter dan het MKB, de midkap-ondernemingen.

  • De huidige innovatie- en risicokapitaalregeling Seed Capital wordt gecontinueerd en er wordt gewerkt aan een initiatief voor de later-stage risicokapitaalmarkt. Deze acties betekenen voor het bedrijfsleven dat er via deze fund-of-funds constructies voor vaak sectorspecifieke private investeringsfondsen meer risicokapitaal beschikbaar komt.

  • In samenwerking met provincies worden verschillende initiatieven ontwikkeld om gezamenlijk in private investeringsfondsen te co-financieren.

  • Met betrekking tot het verstrekken van risicokapitaal aan het innovatieve bedrijfsleven spelen de participatiebedrijven van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) een belangrijke rol die complementair is ten opzichte van het innovatiefonds MKB+. Aangezien de participatiebedrijven van de ROM’s niet landsdekkend opereren, wordt de behoefte aan risicokapitaal in de Randstad onderzocht.


Sectorspecifieke fondsen

Investeringsfondsen voor jonge innovatieve en snelgroeiende ondernemingen hebben vaak een sectorspecifieke focus in hun investeringsstrategie. Bij de fondsen met een cofinanciering vanuit het innovatiefonds MKB+ is dit ook aan de orde. Hierdoor zal door een goede match ontstaan tussen het innovatiefonds MKB+ en de initiatieven vanuit de topsectoren. Onderstaande fondsinitiatieven illustreren dit.


E2 Cleantech: seed capital duurzaamheidsfonds.

E2 is opgezet door professionele risicokapitaalverstrekkers (waaronder informal investors) en clean-tech-experts die een bijdrage willen leveren aan de duurzaamheidsdoelstelling en een goed economisch rendement willen behalen. De seed capital regeling verstrekt een cofinanciering aan dit fonds. E2 investeert risicodragend kapitaal en richt zich met name op energiebesparing en schone (decentrale) energie opwekking. Citaat:

De kracht van E2 is dat we techniek, financiering en relevante marktpartijen bij elkaar brengen en zelf risicodragend mee ondernemen’.
Agro&Food fonds

In de Nederlandse Agro&Food sector liggen grote kansen voor economische groei door innovaties in duurzame voedselsystemen. Daarnaast zijn er goede investeringsmogelijkheden in de ontwikkeling van nieuwe producten met meer toegevoegde waarde gericht op gezondheid, duurzaamheid, smaak en gemak. De Provincie Gelderland en EL&I verkennen de mogelijkheden om samen te investeren in een specifiek publiek-privaat Agro&Food fonds. De financiering vanuit EL&I zal dan verlopen via het Innovatiefonds MKB.




  • Het budget voor de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) is voor 2011 inmiddels verhoogd van € 765 miljoen naar € 1 miljard. Dit vooruitlopend op de honorering van de aanvraag ingediend bij het Europees Investeringsfonds (EIF) voor ondersteuning op de BMKB voor de jaren 2011-2013. De BMKB wordt beleidsmatig versoberd om tot een betere kostenbeheersing te komen, met als doel dat meer bedrijven van de regeling gebruik kunnen blijven maken, terwijl een premieverhoging zo mogelijk achterwege dan wel beperkt kan blijven.

  • Voortzetting van de crisismaatregel Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) in 2012. De nog onbenutte garantieruimte onder de € 1,5 miljard wordt opnieuw opengesteld voor leningen tot maximaal € 50 miljoen;

  • De Groeifaciliteit wordt in het licht van de veranderende verhoudingen op de kapitaalmarkt aangepast om de effectiviteit te vergroten en met het bestaande garantiebudget het MKB+ beter te kunnen faciliteren bij het aantrekken van buffervermogen. Het kabinet is hierbij van zins het huidige individuele garantieplafond neerwaarts bij te stellen;

  • Om een bredere groep (potentiële) kleinere ondernemers te kunnen bereiken met microfinanciering zal Qredits via een pilot in 2012 de mogelijkheid krijgen om leningen tot € 50.000 te verstrekken (was € 35.000);

  • In het advies van de expertgroep bedrijfsfinanciering wordt geschetst dat er behoefte is aan nieuwe aanbieders van financiering voor het MKB. Het creëren van nieuwe aanbieders is in beginsel een zaak voor de markt, waarbij het wel denkbaar is dat de overheid een stimulans geeft in de opstartfase. Een dergelijke stimulans is echter gebonden aan stringente voorwaarden, met name waar het de budgettaire ruimte betreft die het kabinet heeft en Brusselse voorschriften inzake staatssteun. Binnen deze kaders is het kabinet bereid de mogelijkheden te onderzoeken van een garantieregeling, die financiers waaronder institutionele beleggers ondersteunt bij initiatieven gericht op het verbreden en verdiepen van MKB financiering en daarover in het voorjaar 2012 te beslissen.

een goed fiscaal klimaat…

Fiscaliteit is een van de cruciale vestigingsplaatsfactoren. Het huidige fiscale instrumentarium is divers, complex en nog te weinig gericht op doorgroei en winstgevend ondernemerschap. Het kabinet wil de belemmerende marginale druk uit de zelfstandigenaftrek verwijderen en toegroeien naar een geïntegreerde ondernemersfaciliteit die winstgevend ondernemerschap bevordert.


Acties:

  • In 2012 komt het kabinet met een verkennende nota over de winstbox als mogelijk instrument om het fiscale instrumentarium te vereenvoudigen. In het Belastingplan 2012 wordt de zelfstandigenaftrek al vormgegeven als een vaste basisaftrek. Hierdoor verdwijnt de belemmerende marginale druk uit de zelfstandigenaftrek.

gunstige ruimtelijke condities…



Het creëren van een aantrekkelijk, internationaal concurrerend vestigingsklimaat betekent ook in fysieke zin zorgen voor ruimte voor ondernemerschap. Zo is de verdere ontwikkeling van mainport Schiphol als internationaal knooppunt met een uitgebreid bestemmingennetwerk en een sterk luchtvaartcluster van groot belang voor het vestigingsklimaat, zo blijkt ook uit de adviezen van de topteams. Dat vraagt om een internationaal level playing field (zie 2.5). Ruimtelijke versterking vraagt daarnaast om versnelling van infrastructuurprocedures en reductie van het aantal regels, wetten en regelingen op het terrein van de fysieke leefomgeving. Een goed voorbeeld daarvan is de beoogde koepelvergunning voor de inrichting van de Tweede Maasvlakte bij de Rotterdamse haven. Zo’n aanpak sluit aan bij de wens van de topsectoren om meer fysieke ruimte voor experimenten mogelijk te maken en tijdig vergunningen te krijgen voor investeringen. Nu zijn infrastructuurprocedures vaak complex, waardoor vergunningen voor ruimtelijke projecten van ondernemers te veel kosten en tijd met zich meebrengen. Dit belemmert de gewenste flexibiliteit om snel in te spelen op nieuwe marktkansen. Acties:

  • Met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet in 2012 levert het kabinet op korte termijn een bijdrage aan vereenvoudiging van de regelgeving waardoor versoepeling optreedt bij uitvoering van ruimtelijke projecten. Ook treedt in 2012 de vierde tranche experimenten in het kader van de Crisis- en herstelwet in werking.

  • Het kabinet vernieuwt het omgevingsrecht en reduceert daarmee de tientallen regels, wetten en regelingen op het terrein van de fysieke leefomgeving. Dit zal leiden tot 10% plankostenreductie. In het voorjaar van 2012 wordt het voorstel voor de Omgevingswet ingediend bij de Tweede Kamer. Inwerkingtreding van de wet is beoogd in 2013. Het nieuwe omgevingsrecht gaat gepaard met een nieuwe Wet natuur die voorziet in een integraal, transparant stelsel van regels ter bescherming van de natuur, die nationale koppen op Europese wetgeving afschaft, optimaal aansluit op het omgevingsrecht en die ruimte biedt voor een programmatische aanpak. 




  • De Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 3 augustus 2011 ter visie is gelegd, biedt een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. In de SVIR is een nadrukkelijke koppeling gelegd met de ontwikkeling van de topsectoren. Gezien de concentratie van de topsectoren in de stedelijke regio’s rond de mainports, brainport en greenports zet het kabinet extra in op het versterken van de ruimtelijk economische structuur en mobiliteitsinvesteringen in deze regio’s. Bij de definitieve vaststelling van de SVIR (eind 2011) en bij de actualisatie van de MIRT-gebiedsagenda’s zal het kabinet rekening houden met de ruimtelijke en infrastructurele opgaven uit de agenda’s voor de topsectoren, voor zover deze opgaven door het kabinet worden herkend als van Rijksbelang en deze zo worden bekrachtigd.

  • Het kabinet gaat dit najaar samen met de Alliantie Olympisch Vuur en met nauwe betrokkenheid van het bedrijfsleven aan de slag om de (investerings)opgaven van eventuele Olympische en Paralympische Spelen verder uit te werken gericht op een internationaal onderscheidend en innovatief plan. Daarbij wordt nadrukkelijk de verbinding gelegd met de ideeën van de topsectoren.

en een betere benutting van ICT

De toepassing van Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is belangrijk voor economische groei.14 Daarom vraagt de motie Schaart/Verburg15 het kabinet aandacht te besteden aan het optimaal benutten van ICT.


ICT en de wetenschappelijke uitdagingen op ICT-gebied zijn integraal onderdeel van de agenda van de sector High Tech Systemen en Materialen, maar ook de andere topteamagenda's laten zien dat sleutelinnovaties - van internationale ketenregie in de logistieke sector, gaming in de creatieve sector, smart grids in de energiesector tot geavanceerde vormen van precisielandbouw en bioinformatica - een zware ICT-component kennen. ICT is dus een key driver voor het realiseren van de ambities van product, - proces, - en businessmodelinnovatie in de verschillende topsectoren. Uit de agenda’s van de topteams komen daarnaast andere belangrijke uitdagingen naar voren op het vlak van ICT. 
Dit betreft met name de beschikbaarheid van open standaarden en van open data voor hergebruik door het bedrijfsleven en de borging van veiligheid en privacy in ICT voorzieningen van de overheid voor bedrijven (inclusief de bestrijding van cybercrime). Veiligheid van ICT-voorzieningen is dusdanig belangrijk in de communicatie tussen overheid en bedrijven dat hierover in het kader van de Digitale Implementatieagenda.nl een nadere analyse zal worden gemaakt. Slim gebruik van ICT door het bedrijfsleven vraagt daarnaast om een ICT-vaardige beroepsbevolking.
Bovenstaande uitdagingen worden uitgewerkt in de Digitale Implementatieagenda.nl. De Tweede Kamer zal hierover in het najaar worden geïnformeerd.

2.3 Talent voor het bedrijfsleven
Een onderwijsbeleid dat talenten kweekt voor het bedrijfsleven…

De topsectoren wijzen op het belang om al het beschikbare talent in Nederland te benutten om (toekomstige) tekorten - zeker ook de technische vakkrachten - op de arbeidsmarkt te voorkomen. Een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is hiervoor cruciaal. Dit vereist meer en ook structurele verbinding tussen bedrijven en onderwijsinstellingen. Ook wijzen de topteams op het versterken van de employability van werknemers en het belang van een nog eenvoudiger toelating van internationale kenniswerkers.


Wat betreft de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt heeft het kabinet al een aantal ambitieuze maatregelen genomen om het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger onderwijs (ho) toekomstbestendig te maken16. Deze maatregelen sluiten goed aan bij veel van de voorstellen uit de agenda’s van de topteams. Binnen het mbo worden instellingen gestimuleerd om samen met het bedrijfsleven keuzes te maken voor een heldere profilering en het aanbod aan opleidingen. Ook wordt de samenwerking tussen het bedrijfsleven en de mbo-instellingen verstevigd door de oprichting van de Stichting Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Door deze stichting wordt de betrokkenheid van het bedrijfsleven op het gebied van o.a. examineren en inhoud van de opleidingen groter. Verder wordt geïnvesteerd in een betere loopbaanoriëntatie via onder meer skills-wedstrijden.
In het hoger onderwijs gaat het roer om: intensiever onderwijs, een strenger studieklimaat, meer selectie van studenten, meer profilering en differentiatie in het onderwijsaanbod en studievoorlichting met meer aandacht voor beroepsprofiel en arbeidsmarktperspectieven. De agenda’s van de topsectoren worden meegenomen bij de herordening van het bestaande aanbod en worden medebepalend voor het profiel van de onderwijsinstellingen. Dit vraagt actie van het onderwijs, maar ook van de werkgevers zelf. Het is aan brancheorganisaties om hun vraag naar hoger opgeleiden en hun opleidingsbehoefte duidelijk richting het onderwijs te articuleren. Ook kan het bedrijfsleven aangeven op welke wijze het kan bijdragen door het bieden van stageplaatsen, beurzen voor studenten, validatie van diploma’s, detachering van vakdocenten en aanstelling van lectoren. Voor deze en andere maatregelen die leiden tot een hogere kwaliteit en een scherper profiel van onderwijsinstellingen is vanuit de Strategische Agenda Hoger Onderwijs een bedrag oplopend tot € 310 miljoen in 2015 beschikbaar voor het gehele hoger onderwijs.17 Over de besteding van het grootste deel hiervan (€ 260 miljoen) maakt OCW - en betreffende het groene onderwijs EL&I - prestatieafspraken met de individuele universiteiten en hogescholen, waarop de instellingen met een bonus-malus worden afgerekend. Daarnaast wordt € 50 miljoen (op jaarbasis, in de periode 2013-2016) selectief toegewezen om zwaartepuntvorming en profilering in het hoger onderwijs te stimuleren.
met human capital agenda’s per topsector…

De topsectoren gaan een human capital agenda (onderwijs en scholing) voor de langere termijn opstellen en zullen onderwijsinstellingen en de onderwijsdeelnemers hierbij betrekken. De agenda’s bevatten o.a. een analyse van de behoefte aan human capital in de topsector, een gezamenlijke visie op het onderwijs (van vmbo tot wo en scholing) dat daarvoor nodig is en afspraken over bijdragen van onderwijs en bedrijfsleven aan de uitvoering van de agenda. Tevens staat in de agenda het ‘Leven lang leren’ centraal. Ook gedurende de loopbaan is het noodzakelijk dat werkenden hun ‘menselijk kapitaal’ via scholing op peil houden en verder door ontwikkelen. Daarbij kunnen, als het gaat om scholing, vanuit werkgevers- en werknemerskant ook de O&O-fondsen betrokken worden. De agenda’s kunnen ook afspraken bevatten over publiek-private sectorplannen en samenwerkingsverbanden tussen werkgevers, werknemers en onderwijsinstellingen, zoals de centers of expertise (hbo) en centra voor innovatief vakmanschap (mbo).

Verder kan het bedrijfsleven afspraken maken over een aantrekkelijk beroepsperspectief in de sector, onder meer door private investeringen in imago en scholing van werkenden. De agenda legt ook een verbinding met de innovatiecontracten. De human capital agenda’s bieden hoger onderwijsinstellingen mede een basis voor profielkeuzes in hun instellingsplannen en kunnen jongeren helpen bij hun studiekeuzes.
Omdat de instellingsplannen vóór de zomer van 2012 bij de Staatssecretaris van OCW en betreffende het groen onderwijs bij de Minister van EL&I moeten worden ingediend, is het wenselijk dat de human capital agenda’s eind 2011 gereed zijn. Bij het opstellen van de agenda’s kan worden voortgebouwd op bestaande samenwerkingsverbanden en structuren. Als bij het opstellen van de human capital agenda’s blijkt dat er behoefte is aan nieuwe professionele masteropleidingen in het hbo, heeft OCW hiervoor in de komende jaren € 7 miljoen per jaar beschikbaar. Aanvragen moeten gebaseerd zijn op een duidelijke arbeidsmarktvraag (bijvoorbeeld geïdentificeerd in de topsectoragenda’s). Om deze masteropleidingen te kunnen realiseren, zal ook het bedrijfsleven een substantiële bijdrage moeten leveren via co-financiering en/of bijdragen in natura.

1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Regeldruk knelpunten uit de Topsectoragenda’s die door het kabinet worden opgepakt
  • Sociale innovatie voor ondernemers
  • Sectorspecifieke fondsen
  • 2.3 Talent voor het bedrijfsleven Een onderwijsbeleid dat talenten kweekt voor het bedrijfsleven…

  • Dovnload 382.55 Kb.