Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid

Dovnload 382.55 Kb.

Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid



Pagina4/9
Datum04.04.2017
Grootte382.55 Kb.

Dovnload 382.55 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

De Groene aanpak

De agrosector kenmerkt zich van oudsher door een samenhangende systeembenadering, waarin succesvol wordt samengewerkt tussen bedrijfsleven, onderwijs, onderzoek en overheid. Knelpunten en oplossingen voor Agro&Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen worden aangepakt in het kader van de groene school als (regionaal) kenniscentrum. Binnen dit concept werkt het groen onderwijs als geheel (VMBO, MBO, HBO en WO) samen in het verband van de Groene Kennis Coöperatie (GKC). Op crosssectorale thema’s wordt samengewerkt met partijen uit andere kennisgebieden. Hierbij wordt op structurele wijze de kennisdoorstroming en de inhoud van de opleidingen afgestemd op de behoeften van (regionale) stakeholders én nieuwe ontwikkelingen vanuit het onderzoek. Sectorplannen Hoger Agrarisch Onderwijs (HAO) en AOC verbinden het GKC-proces met de implementatie van het algemeen onderwijsbeleid. Centra voor Biobased Economy en Greenports zijn in ontwikkeling als onderdeel van het sectorplan HAO. Dit biedt een goede basis voor een snelle doorvertaling van de agenda’s van de topsectoren.


een offensief voor bètatechniek…

Uit de analyses van de topsectoren is duidelijk naar voren gekomen dat er grote zorgen bestaan over de toekomstige beschikbaarheid van voldoende technisch geschoold personeel, juist ook op mbo-niveau. In dat verband zijn er ook groeiende zorgen over de dalende instroom voor techniek in het vmbo en daardoor de doorstroom naar het mbo. Het kabinet heeft al een aantal maatregelen genomen om bètatechniek over de hele onderwijskolom te stimuleren. Zo is er in het primair en voortgezet onderwijs € 19,5 miljoen per jaar beschikbaar voor het stimuleren van bèta/techniek. OCW heeft daarbovenop voor de jaren 2011-2014 in totaal € 3 miljoen gereserveerd om meer meisjes te stimuleren een bèta-technische opleiding te kiezen. Ook binnen het Sectorplan Natuur- en Scheikunde is € 2 miljoen per jaar beschikbaar voor het versterken van het onderwijs en het vergroten van de in- en uitstroom. Verder trekt OCW tot en met 2013 € 33 miljoen uit voor versterking van het techniekonderwijs aan de drie TU’s.

Expedition Chemistry

Stichting C3 promoot de opleidingen en de beroepen in de chemie, life sciences en procestechniek onder jongeren. Met de promotiematerialen en activiteiten van het C3-project ‘Expedition Chemistry’ maken kinderen op een speelse manier kennis met chemie en toepassingen van chemie in het dagelijks leven. Leerkrachten worden gestimuleerd om een succesvolle les met chemie te geven. Door aan de slag te gaan met de materialen uit dit project ervaren leerkrachten dat hoe leuk en eenvoudig het is om aan chemie en science te doen met kinderen! Chemici zetten de beschikbare materialen en activiteiten van het project ‘Expedition Chemistry’ in tijdens een open dag of een techniekevenement. Zij promoten op deze manier niet alleen chemie onder kinderen, maar ook hun eigen bedrijf of organisatie. In 2010 vroegen 234 kinderen het spreekbeurtpakket over chemie aan, 2.000 leerkrachten ontvingen de chemiesurvivalgids voor het basisonderwijs en 21.292 kinderen ontdekten in het kinderlab hoe leuk chemie is.


Acties:

  • Het kabinet vraagt de topsectoren om een Masterplan Bètatechiek op te stellen waarmee de tekorten aan bètatechnici worden aangepakt. Met het masterplan worden die activiteiten uit de human capital agenda’s op elkaar afgestemd waar brede samenwerking tussen sectoren waardevol is (zoals acties gericht op imago, instroom, basisonderwijs). Het Masterplan verbindt de bestaande en nieuwe activiteiten om bèta en techniek te stimuleren en te versterken. De sector chemie neemt hierbij het voortouw; het Platform Bèta Techniek en de Groene Kenniscoöperatie zorgen voor ondersteuning.

  • Het kabinet stelt specifiek voor de topsectoren geld ter beschikking voor het oprichten van Centra voor Innovatief Vakmanschap (mbo) en Centers of Expertise (hbo). Deze centra stimuleren de samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs. EL&I en OCW hebben €16,4 miljoen vrijgemaakt om in het mbo per topsector één à twee Centra voor Innovatief Vakmanschap te realiseren. Gezien het belang van ICT-vaardigheden voor de topsectoren, wordt onderzocht of ICT-vaardigheden kunnen worden meegenomen in het curriculum van de centra. Voor hbo-instellingen geldt dat de plannen voor Centers of Expertise kunnen passen in de profielkeuzes die zij maken in hun instellingsplannen. Met die plannen kunnen ze dingen naar extra bekostiging voor de Centers (zie daarvoor de Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap). Voor de Centers in het hbo is een totaalbudget in dezelfde orde van grootte beschikbaar als voor de Centra in het mbo.

  • Het kabinet roept de topsectoren op om in navolging van de topsectoren high tech en life sciences met voorstellen te komen voor private beurzen. Ook onderzoekt het kabinet op welke manier vanuit de overheid (financiële) stimulansen mogelijk zijn om de keuze voor bètastudies te bevorderen.

een betere functionerende arbeidsmarkt…

Voor een dynamische economie is een goed opgeleide beroepsbevolking, die in staat is zich aan te passen aan veranderende omstandigheden een vereiste. Door toenemende internationale concurrentie en snelle technologische veranderingen nemen de eisen aan het kennisniveau en aanpassingsvermogen van de beroepsbevolking toe. Daarnaast zal door de vergrijzing de krapte op de arbeidsmarkt weer toenemen. Nederland staat voor een urgente opdracht: extra participatie en een beter functionerende arbeidsmarkt.
Acties:


  • Werkgevers kunnen werknemers thans na een kort tijdelijk contract van bijvoorbeeld 1 jaar geen langjarig tijdelijk contract aanbieden van bijvoorbeeld 7 of 10 jaar, zonder dat een contract voor onbepaalde tijd ontstaat. Het is of weer hetzelfde korte tijdelijk contract of een vast contract. Een tussenvorm ontbreekt. Dat sluit niet aan bij de huidige arbeidspraktijk waarin mensen geen baan voor het leven hebben. Werknemers zullen moeten blijven investeren in duurzame inzetbaarheid om zo hun talent in elke fase van de carrière optimaal te ontplooien. Langjarige, tijdelijke contracten maken het voor werknemers aantrekkelijk om te blijven investeren in hun eigen inzetbaarheid, in tegenstelling tot de situatie waarin vaak sprake is van een opeenstapeling van eenjaarscontracten. Langjarige tijdelijke contracten vergroten daarmee de wendbaarheid van personen op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd vormen lange contracten ook een prikkel voor werkgevers om meer te investeren in de inzetbaarheid van tijdelijk personeel. De terugverdienperiode wordt immers langer. De ketenbepaling wordt daarom zo aangepast dat na afloop van een kortdurend contract een lang tijdelijk contract aangeboden kan worden, zonder dat een contract voor onbepaalde tijd ontstaat. Dit verhoogt de baanmobiliteit en bevordert investeringen in duurzame inzetbaarheid. 

en een aantrekkelijk klimaat voor internationale kenniswerkers

De ambities die de Topsectoren internationaal koesteren vragen om een daarop toegesneden toelatingsbeleid voor internationale kenniswerkers. De succesvol gebleken Kennismigrantenregeling en de 30%-regeling voor expats worden verfijnd:
Acties


  • Zo stelt het kabinet nog dit jaar een pilot in om de toelating van kortverblijvende kennismigranten, een toenemende doelgroep onder de kennismigranten, te vereenvoudigen.

  • De creatieve sector zal in samenwerking met SZW nagaan of de toelating van arbeidsmigranten voor functies in de ‘creative industry’(o.a. architecten, design, mode) beter gefaciliteerd kan worden.

  • Ook wordt de fiscale 30%-regeling voor expats beter gericht en aangepast zodat een buitenlandse promovendus die na zijn/haar promotie in Nederland tewerk wordt gesteld ook als ingekomen werknemer wordt beschouwd. Deze regeling behoort tot een van de sterke punten van ons land als aantrekkelijke vestigingsplaats voor talent en buitenlandse investeerders.


2.4 Groene groei
Een beleid dat kansen in de groene economie aangrijpt...

Duurzaamheid is een belangrijke cross-over tussen verschillende topsectoren en in toenemende mate een belangrijke factor voor de concurrentiekracht van bedrijven. Nederlandse bedrijven hebben nu al veel kennis, technologie en producten in huis die bijdragen aan duurzame ontwikkeling en een belangrijk exportproduct zijn. Uitdaging is om door intensieve samenwerking tussen bedrijven, kennistellingen, maatschappelijke organisaties en overheid goede voorbeelden en ervaringen verder op te schalen en nieuwe kansen te benutten. De topsectoren wijzen in dit kader op de kansen van onder andere de biobased economy.


met goede randvoorwaarden voor verduurzaming…

  • Belangrijke randvoorwaarden voor duurzaamheid zijn innovatie, voldoende financieringsmogelijkheden en het ontstaan van concrete markten voor duurzame oplossingen. De maatregelen die het kabinet in dit verband neemt dragen dan ook bij aan het benutten van kansen voor een de groene economie. Te denken valt o.a. aan structurele verbinding tussen wetenschappelijke kennis, economische sterktes en maatschappelijke uitdagingen via de innovatiecontracten, het innovatiefonds MKB+ en het beter benutten van de inkoopkracht. Teneinde investeringen in innovatieve bedrijfsmiddelen te versnellen die leiden tot duurzamere productieprocessen focust het kabinet groene investeringsinstrumenten zoals de MIA/Vamil op de duurzaamheidsambities van de topsectoren.

  • Aansluiten op de EU-agenda: de Europese Commissie zet via "Horizon 2020" in op belangrijke maatschappelijke thema's, zoals vergrijzing, energievoorziening, klimaatverandering en schaarste van grondstoffen. Samen met bedrijven en kennisinstellingen zet het kabinet zich in om de topsectoren goed aan te haken op deze thema’s, met name door in de innovatiecontracten een goede verbinding te leggen naar de (middelen uit de) Europese programma’s (zie paragraaf 2.1). Een voorbeeld is de biobased economy (zie hieronder). In Europees verband zet Nederland zich verder in voor heldere Europese visie op dit vlak met duidelijke doelen en normen en een eerlijk speelveld. 

  • Binnenkort komt het kabinet met een Duurzaamheidsagenda. In de agenda geeft het kabinet zijn visie op duurzame ontwikkeling en de wijze waarop deze ontwikkeling de Nederlandse economie kan stimuleren. De agenda formuleert de inzet op de diverse aandachtsgebieden en verbindt daar concrete speerpunten aan om gezamenlijk met het maatschappelijk veld duurzaamheid te versterken.

dat inzet op de biobased economy…

De topsectoren zien de biobased economy als een belangrijk cross-sectoraal thema voor het stimuleren van innovatie en economische groei in Nederland. Het kabinet onderschrijft de kansrijkheid van dit thema, getuige de reactie op het SER-advies over de biobased economy (zie bijlage 5). Ambitie is dat Nederland in de top 3 van de wereld komt op het gebied van biobased economy en dat Nederland de toegangspoort tot Europa wordt voor groene grondstoffen.
Het kabinet erkent dat de transitie naar een economie die mede gebaseerd is op groene grondstoffen hinder kan ondervinden van knelpunten in bestaande wet- en regelgeving.

Een voorbeeld betreft de Europese importheffingen op groene grondstoffen die gebruikt worden door de chemische industrie. Oplossingen voor dergelijke knelpunten moeten in Europees verband worden gevonden. Nederland zal er daarom gericht voor pleiten om binnen het EU handels- en landbouwbeleid meer ruimte te creëren voor additionele invoer van groene grondstoffen voor de bulkchemie en de fermentatie industrie. In dit kader is de in december 2011 te verwachten mededeling van de Europese Commissie over de biobased economy ook relevant. Verder zijn innovatie en het zo efficiënt mogelijk inzetten van biomassa en reststromen richting productieprocessen cruciaal om de kansen van de biobased economy te verzilveren.


Acties:


  • Het kabinet ondersteunt de wens van bedrijven en kennisinstellingen om een high-level groep op te richten. Deze groep zal onder meer het businessplan voor de biobased economy "Naar een punt op de horizon" verder concretiseren, inclusief een innovatiecontract met financieel commitment van het bedrijfsleven, in nauwe samenwerking met de verschillende topsectoren.

  • Het kabinet zal de ontwikkeling van concrete businesscases stimuleren via het BioRenewables Business Platform. Voor het MKB zal het transitiehuis deze businesskansen begeleiden. Waar nodig zal het Kabinet belemmeringen in de wet- en regelgeving wegnemen.

  • Het kabinet erkent de noodzaak van het sluiten van kringlopen. De overheid start daarom een aantal pilots/onderzoeken (onder andere met betrekking tot struviet en digestaat) om afval- en reststromen meer en beter te benutten voor mestverwerking. In de kabinetsvisie op het mestbeleid (najaar 2011) zal het kabinet aangeven hoe zij mestverwerking verder wil bevorderen.

  • Voor de acties die de overheid op zich gaat nemen komt er dit najaar een overheidsagenda voor de overgang naar een Biobased Economy.



Grondstoffen en biodiversiteit

Het kabinet heeft op 15 juli 2011 een grondstoffennotitie aan de Kamer gezonden. Daarin is uitgewerkt wat nodig is om tot een nationaal grondstoffenbeleid te komen, in een wereldmarkt met steeds grotere staatsbemoeienis.

· De overheid zal met bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en het Platform Biodiversiteit en Bedrijfsleven (in november 2010 opgericht door VNO-NCW, LTO Nederland, MKB Nederland en IUCN) voor eind 2011 een programma uitwerken voor de gezamenlijke uitvoering van de acties die in de Grondstoffennotitie zijn opgenomen. Hierbij zal het kabinet bezien hoe via een publiek private aanpak en door inzet van innovatie instrumenten productieprocessen grondstofefficiënter kunnen worden. En hoe hernieuwbare grondstoffen kunnen worden ontwikkeld en toegepast om zo tot substitutie te komen. Hierbij zal worden bezien met welke gelijkgestemde landen internationale samenwerking kansrijk is (zie Green Deal).

· Via economische diplomatie wordt verder ingezet op de versterking van bilaterale relaties met landen om grondstoffentoevoer en/of de leverantie van voor ons belangrijke halffabricaten veilig te stellen.

· De TaskForce Biodiversiteit en Natuurlijke hulpbronnen zal op 13 december 2011 advies uitbrengen over hoe economische ontwikkeling en behoud van biodiversiteit samen kunnen gaan.

en initiatieven voor groene groei stimuleert via Green Deals

Met de Green Deal beoogt het kabinet obstakels voor groene groei weg te nemen en concrete initiatieven vanuit het bedrijfsleven (en andere stakeholders) een extra impuls te geven.

De projectmatige aanpak van de Green Deal richt zich op energie, maar strekt ook verder naar andere duurzame terreinen als water, grondstoffen, mobiliteit en Biobased Economy. Vlak na het verschijnen van voorliggende brief ontvangt de Tweede Kamer een aparte brief over de resultaten van de Green Deal.


Om de financiering van duurzaamheidsprojecten verder te verbeteren is de financiële sector bezig met de ontwikkeling van een aantal initiatieven. Zo heeft het Holland Financial Centre (HFC) met steun van onder meer de ministeries van EL&I en I&M een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar een Groene Investeringsmaatschappij. HFC wil haar expertise inzetten voor de Green Deals die een knelpunt ervaren op het gebied van financiering.

2.5 Internationalisering
Een buitenlandbeleid waarmee we de BV Nederland krachtig positioneren…

Internationalisering krijgt veel aandacht in de agenda’s van de topteams. Centrale lijnen die daaruit naar voren komen, zijn de gewenste versterking van de Nederlandse economische diplomatie, het belang van een gelijk speelveld, een effectievere promotie en Holland branding in het buitenland, strategische en gerichte acquisitie van hoogwaardige buitenlandse bedrijven in de topsectoren, het stimuleren van innovatiesamenwerking en het beter inzetten van Nederlandse sterktes voor ontwikkelingssamenwerking (OS). Het kabinet maakt werk van deze aanbevelingen. Voor het algehele overzicht van het internationale economische beleid ten behoeve van het bedrijfsleven verwijs ik naar de beleidsbrief “Buitenlandse markten, Nederlandse kansen” van 24 juni 2011.


De belangrijkste maatregelen ter ondersteuning van de internationalisering van het bedrijfsleven in het algemeen en onze topsectoren in het bijzonder zijn:
door actieve ondersteuning van internationaal ondernemende bedrijven…

  • Het kabinet zal gerichte economische missies organiseren die aansluiten op de behoefte vanuit bedrijfsleven en kenniswereld, waarbij ook bestuurders van decentrale overheden kunnen aanhaken. Ook oud CEO’s en voormalige topbestuurders/-politici kunnen daarbij gericht worden ingezet. Inzet is een krachtige en eenduidige positionering van Nederland in het buitenland. Bij economische missies zijn het initiatief en commitment van het bedrijfsleven leidend.

  • In het kader van de strategische reisagenda van het kabinet zullen bedrijvenmissies van de bewindslieden worden afgestemd met de decentrale overheden, teneinde de effectiviteit van missies zo groot mogelijk te maken. De bedrijvenmissies van de centrale overheid worden jaarlijks via de Dutch Trade Board aan de decentrale overheden voorgelegd voor onderlinge afstemming. Het Ministerie van EL&I, IPO en VNG zullen in overleg gaan om tot een afstemmingsmechanisme te komen. Met een afgestemde reisagenda dragen we een uniforme boodschap uit en kan de ondersteuning van de missies door het postennetwerk zo efficiënt mogelijk worden ingericht.

  • De dienstverlening van het postennetwerk in het buitenland zal worden ingezet voor een optimale behartiging van de belangen van Nederlandse bedrijven. Het postennetwerk wordt, conform de kamerbrief “Modernisering Nederlandse diplomatie”, toegerust om de economische belangen in het buitenland optimaal te behartigen. Het gaat hierbij om de volle breedte van economische dienstverlening die kan bijdragen aan het succes van Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven.

  • De focus van het bilaterale economische beleid komt te liggen op landen met het grootste potentieel waar de buitenlandse overheid een belangrijke rol speelt in het economisch verkeer. Dat betekent een verschuiving van de inzet naar opkomende markten, zoals China, Brazilië, India en Vietnam.

  • Naast de hierboven genoemde focus op opkomende markten, blijft het onderhouden van bilaterale relaties binnen Europa en met andere westerse, ontwikkelde landen zoals de VS een belangrijke zaak. Omdat nabije markten voor een groot deel van het MKB, starters in het bijzonder, belangrijk zijn, zal het startersinstrumentarium op deze markten beschikbaar blijven. 

  • Naast de strategische inzet van economische diplomatie voor het veiligstellen van de toevoer van voor ons belangrijke grondstoffen, zal ook de relatie met grondstoffen producerende landen worden versterkt om internationale kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven te vergroten. In overleg met bedrijven uit de topsectoren zal hier verder uitwerking aan worden gegeven.

zorgen voor een gelijk speelveld voor ondernemers…

Diverse topsectoren, zoals Agro&Food, Chemie en High Tech Systems en Materialen, wijzen op het belang van een gelijk speelveld voor bedrijven binnen de EU en de bredere internationale markt. Het kabinet is van mening dat een gelijk speelveld en eerlijke concurrentievoorwaarden cruciaal zijn voor een krachtig bedrijfsleven.
Acties:


  • Het kabinet vergroot de capaciteit van het Meldpunt Handelsbelemmeringen (voorheen Crashteam Oneerlijke Concurrentie) en brengt het prominenter onder de aandacht van het bedrijfsleven;

  • Nationale koppen op EU-regelgeving in de natuurwetgeving worden opgespoord en verwijderd. Door het bedrijfsleven aangekaarte nationale koppen op overige regels worden aangepakt. De sectoragenda’s bieden hiervoor een goed vertrekpunt. Er komen geen nationale koppen op nieuwe EU-wetgeving;

  • Het kabinet zal zich er bij de totstandkoming van nieuwe investeringsbeschermings-overeenkomsten (IBO´s) in EU-verband maximaal voor inzetten dat deze een minstens zo hoog beschermingsniveau bieden aan Nederlandse investeerders als dat met de huidige Nederlandse IBO´s het geval is.

buitenlandse topbedrijven aantrekken voor Nederland en hier verankeren…

Buitenlandse investeerders in Nederland zijn met ruim 780.000 banen een grote bron van werkgelegenheid in ons land. Daarnaast zijn ze met 33% van de private R&D-uitgaven een belangrijke aanjager van innovatie. Om investeerders aan te trekken is een proactieve en krachtige inzet van de Nederlandse overheid nodig, in samenspraak met bedrijfsleven en kenniswereld.

Nieuw Europees onderzoekscentrum Heinz naar Nederland
Het Amerikaanse voedingsmiddelenconcern Heinz gaat een nieuw innovatiecentrum bouwen in Nijmegen. Het is de grootste investering in een innovatiecentrum ooit van het bedrijf. Ook wordt het hoofdkantoor in Zeist uitgebreid met een Europese Supply Chain Hub. De investering in het innovatiecentrum van Heinz zal op termijn circa 200 hoogwaardige banen opleveren, de versterking van het kantoor Zeist op termijn 100. Het Netherlands Foreign Investment Agency, onderdeel van NL EVD Internationaal (Agentschap NL), heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de uiteindelijke keuze van Heinz voor Nederland. Zo is er onder meer geholpen met locatieonderzoeken en de aanlevering van het bidbook. De WBSO en Innovatiebox hebben een rol gespeeld bij de uiteindelijke keuze van Heinz voor Nederland.

Acties:


  • In de acquisitie van buitenlandse investeringen komt de nadruk op het aantrekken van hoogwaardige, strategische investeringen in de topsectoren, met speciale aandacht voor bedrijfsfuncties die de topsectoren versterken, zoals hoofdkantoren en R&D. Met die focus lopen op dit moment twee pilotprojecten in de sectoren chemie en agro&food. Hierbij wordt gericht gezocht naar buitenlandse bedrijven die deze twee Nederlandse topsectoren verder kunnen versterken. Deze strategische aanpak wordt verder uitgerold en structureel ingebed in de werkwijze van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA). De netwerken van NFIA en Technisch-Wetenschappelijke Attachés in het buitenland gaan intensiever samenwerken op het terrein van hoogwaardige, kennisintensieve investeringen.

  • De focus op opkomende markten als China, India, Brazilië en Rusland wordt verder uitgebouwd, waarbij het postennetwerk actief wordt ingeschakeld. Ambassades, consulaten en Netherlands (Agri-) Business Support Offices (NBSO’s, NABSO’s) worden actiever ingezet bij het aantrekken van nieuwe buitenlandse bedrijven. Met deze nieuwe aanpak wordt het bereik van het acquisitiebeleid vergroot.

  • Het strategisch account management van in Nederland gevestigde bedrijven wordt versterkt. Via frequente bedrijfsbezoeken blijven EL&I/NFIA, postennetwerk en de decentrale acquisitiepartners in dialoog met de belangrijkste reeds in Nederland gevestigde buitenlandse bedrijven en investeerders en houden we de ontwikkelingen in het Nederlandse vestigingsklimaat constant in de gaten. 

  • Er komt een Regiegroep Acquisitie en Vestigingsklimaat onder leiding van EL&I waarin bestuurlijk overleg plaatsvindt met decentrale overheden en vertegenwoordigers uit de topsectoren (bedrijfsleven en kenniswereld) over de Nederlandse acquisitiestrategie en het vestigingsklimaat voor internationale bedrijven. De NFIA zal een convenant afsluiten met de decentrale acquisitiepartners met afspraken over de wervingsinspanningen in het buitenland en de begeleiding van buitenlandse bedrijven. De samenhang tussen de centrale en decentrale wervingsactiviteiten van de overheid wordt daarmee versterkt.

  • Er komt een pool van buitenlandse CEO’s die fungeren als vraagbaak voor CEO’s van buitenlandse bedrijven die vestiging in Nederland overwegen. Zij zijn als ervaringsdeskundigen immers de beste ambassadeurs van Nederland voor potentiële investeerders. Ook Nederlandse multinationals zullen actiever bij het acquisitiebeleid worden betrokken.

  • Het ministerie van EL&I zal, in overleg met andere departementen, VNG en IPO, de belangrijkste relevante overheidsdocumentatie voor buitenlandse bedrijven en expats zo veel mogelijk in het Engels beschikbaar stellen.

  • Het ministerie van EL&I ontwikkelt in overleg met de expatdesks, een model voor uniforme dienstverlening en uitstraling door alle expatdesks in Nederland.

en Nederlandse sterktes inzetten voor ontwikkelingssamenwerking (OS)

Het kabinet wil een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid en duurzame ontwikkeling van ontwikkelingslanden. Economische ontwikkeling wordt daarom belangrijker in het OS-beleid. De behoefte vanuit ontwikkelingslanden staat daarbij voorop. Echter, de inzet van het lokale en het Nederlandse (top)bedrijfsleven kan de weg naar zelfredzaamheid en duurzame economische ontwikkeling van deze landen bevorderen. Samenwerking tussen EL&I en Buitenlandse Zaken (BZ/OS) leidt tot grotere betrokkenheid van bedrijven bij OS en een betere aansluiting op elkaars instrumentarium.
Initiatieven vanuit de topsectoren die de economie en maatschappij in ontwikkelingslanden

versterken zullen via onderstaande programma’s steun krijgen vanuit OS:




  • Er is vanaf 2012 ca. € 55 miljoen gereserveerd voor nieuwe instrumenten voor publiek-private partnerschappen (PPP’s) (€ 25 miljoen voor voedselzekerheid/private sector ontwikkeling en € 30 miljoen voor de topsector water).

  • Conform de wens van het bedrijfsleven heeft het kabinet besloten de lijst van landen die in aanmerking komen voor inzet van het OS bedrijfsleveninstrumentarium niet verder in te krimpen. De meeste bedrijfsleveninstrumenten18 staan nu open in 60 landen waarmee ook buiten de 15 partnerlanden kansen liggen voor inzet van Nederlandse kennis en kunde. De bedrijfsleveninstrumenten staan op de begroting van OS, waarvoor de beschikbare middelen oplopen van € 130 miljoen in 2012 naar circa € 200 miljoen in 2015.


1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • 2.4 Groene groei Een beleid dat kansen in de groene economie aangrijpt...
  • Grondstoffen en biodiversiteit
  • 2.5 Internationalisering Een buitenlandbeleid waarmee we de BV Nederland krachtig positioneren…

  • Dovnload 382.55 Kb.