Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid

Dovnload 382.55 Kb.

Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid



Pagina5/9
Datum04.04.2017
Grootte382.55 Kb.

Dovnload 382.55 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Ontwikkelingssamenwerking en bedrijfsleven

Via consultaties tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen, ngo’s en ambassades en ministeries, en gezamenlijke missies, zijn kansen en obstakels voor voedselzekerheid in kaart gebracht in een zestal fast tracklanden. Het gaat hierbij zowel om concrete projecten als om voorstudies die mogelijk tot projecten kunnen leiden. Voor alle landen zullen al in 2011 activiteiten van start gaan. Daarbij kwam naar voren dat de vraag naar Nederlandse kennis en kunde aanwezig is maar sterk context afhankelijk waarbij soms het accent ligt op ontwikkelen van marktkansen en duurzame handelsketens en soms op voorwaardenscheppende vraagstukken. De focus zal vooral moeten liggen op een meerjarig perspectief.


Aanknopingspunten liggen vooral op de terreinen: kennis, training en innovatie, marktketenontwikkeling (incl. logistiek/infrastructuur), melkveehouderij, zaadsector, financiële sector, business support, verbintenissen met waterbeheer, co-financiering van landrechtenprogramma’s. Voor Ethiopië ligt er een voorstel om de Nederlandse betrokkenheid bij de zuivelsector een nieuwe fase in te laten gaan, gericht op het verbeteren van de enabling environment: beleidsondersteuning voor productie, verwerking en marketing van melk maar ook de verbetering van de productie en de organisatie van de toelevering, dienstverlening,verwerking en marketing. Hierbij wordt gewerkt met de gehele zuivelketen in Ethiopië, en worden Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ingezet om de capaciteit van de Ethiopian Dairy Board, de Ethiopian Meat and Dairy Institute, en producentenorganisaties te versterken.





  • In de bilaterale samenwerking wordt zoveel mogelijk samengewerkt met Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen. In de Meerjarig Strategische Plannen (MJSP’s) 2012-2015 van de ambassades wordt ingezet op publiek-private programmatische samenwerking tussen Nederland en de OS-partnerlanden, met name op de thema’s voedselzekerheid en water. Nederlandse kennis en kunde wordt betrokken bij het formuleren en uitvoeren van die plannen. Concreet voorbeeld is de nadrukkelijke betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven en kennisinstellingen bij de recente missies naar Afrika in het kader van het Fast Track initiatief voedselzekerheid en het Water OS-programma.

  • Er wordt een Transitiefaciliteit opgericht om in (bijna-) middeninkomenlanden via inzet van Nederlandse kennis en kunde de overgang van een bilaterale ontwikkelingsrelatie naar economische samenwerking mogelijk te maken. Vooralsnog is de faciliteit opengesteld voor Colombia, Zuid-Afrika en Vietnam. Op termijn kunnen ook andere landen met voldoende economisch potentieel voor de transitiefaciliteit in aanmerking komen. De transitiefaciliteit is een paraplu waaronder bestaande instrumenten kunnen worden ingezet om de transitie van een OS-relatie naar een wederzijds profijtelijke economische relatie vorm te geven. Vanuit EL&I is met ingang van 2012 € 5 miljoen per jaar beschikbaar, oplopend naar structureel €15 miljoen per jaar in 2014 (non-ODA). Vanuit BZ is in 2011 € 13 miljoen per jaar beschikbaar, oplopend tot €15 miljoen voor de periode 2012-2014 (ODA).

  • Voor kennisbeleid en samenwerking met kennisinstituten ten behoeve van ontwikkelingslanden en gericht op de prioritaire OS thema’s, heeft het kabinet voor het najaar een brief aan de Tweede Kamer toegezegd waarin het nieuwe beleid wordt toegelicht. Daarbij wordt de focus vooral gelegd op waar Nederland als kennisland goed in is. Uitwerking van de nieuwe onderzoeksaanpak zal in samenspraak met de betreffende instellingen in de topsectoren geschieden. Vanuit OS wordt structureel € 15 miljoen (in 2013) tot € 30 miljoen (in 2015) vrijgemaakt voor onderzoeksbeleid op het thema voedselzekerheid en private sector ontwikkeling.

  • De ORIO-regeling zal worden bijgesteld in overleg met het bedrijfsleven en in lijn met de adviezen van de topteams, dit om de ontwikkelkracht van het bedrijfsleven beter te benutten. Daarbij gelden wel de kaders die de regels voor het internationaal aanbesteden stellen.19

  • Beschikbare fondsen en leningen waarover ontwikkelingslanden beschikken via internationale financiële instellingen (IFI’s) als de Wereldbank bieden kansen voor topsectoren. Het kabinet zet zich daarbij actief in om de toegang en positionering van het Nederlandse bedrijfsleven bij deze fondsen en leningen te verbeteren. Bijvoorbeeld door bedrijven in hun lobby rond aanbestedingen te ondersteunen en toe te zien op de transparantie van aanbestedingen. Nederlandse bedrijven kunnen zich hierbij, naast hun mondiaal vooraanstaande kwaliteit, profileren met actief beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en ketenverantwoordelijkheid. In het kader van de economische diplomatie zullen bedrijven ook worden ondersteund bij het voldoen aan fundamentele arbeidsnormen in hun productieketen.



3. Acties per topsector
In het vorige deel van deze brief zijn de acties gepresenteerd die het kabinet gaat ondernemen ter versterking van het algehele ondernemersklimaat en de aanvullende maatregelen die worden genomen voor álle topsectoren.
In dit deel worden de acties per topsector integraal gepresenteerd, inclusief sectorspecifieke acties die worden gerealiseerd in aanvulling op de maatregelen uit deel 2. Per topsector is een box opgenomen met voorbeelden van investeringen van decentrale overheden in de komende jaren, die aansluiten bij de actieagenda’s.
1. Topsector Chemie
Voor de topsector Chemie pakt het kabinet samen met de sector de volgende acties op:
1. Investeren in kennis en innovatie

Uit het innovatiecontract dat in de gouden driehoek ook voor de sector chemie zal worden opgesteld, zal blijken welke initiatieven van prioritair belang zijn om de chemiesector verder te brengen. In aanloop daarop continueert het kabinet de financiering van de publiek-private samenwerking in DPI in 2012. Ook voor DPI Value Centre reserveert het kabinet € 1,2 miljoen als overbrugging in 2012. Tenslotte is er voor het Programmabureau Chemie € 0,18 miljoen gereserveerd om de continuïteit in 2012 te verzekeren. De sector chemie heeft in haar agenda een specifiek verzoek gedaan om het Sectorplan Natuur- en Scheikunde verder uit te breiden. De overheid heeft voor de sector chemie, als een van de weinige topsectoren, al eerder middelen vrijgemaakt met een omvang van € 20 miljoen per jaar (waarvan € 10 miljoen voor de chemische wetenschap).20 De sector kan derhalve zelf het initiatief nemen om het Sectorplan uit te breiden.


2. Het stimuleren van innovatief MKB
Topsector chemie geeft aan dat het stimuleren van innovatief MKB speciaal aandacht verdient (bijv. Kweekvijverfonds, COCI’s en Innovation Labs). Het kabinet deelt de mening van de sector dat het stimuleren van het innovatief MKB belangrijk is. Het kabinet zet hiervoor diverse generieke maatregelen in. Deze generieke maatregelen zijn geschikt voor het MKB. Denk bijvoorbeeld aan het Innovatiefonds MKB+, de Valorisatieregeling en de ophoging van het budget voor de InnovatiePrestatieConstracten (IPC’s).

3. Werken aan een samenhangende human capital agenda


Ook de chemiesector wordt uitgenodigd een integrale human capital agenda op te stellen. Daarbij kan worden voortgebouwd op de bestaande human capital agenda Chemie, de outreach activiteiten binnen het sectorplan Natuur- en Scheikunde en het sectorplan hbo chemie dat al in ontwikkeling is. Ook zijn er binnen de sector chemie al een Center of Expertise en twee Centra voor Innovatie Vakmanschap gerealiseerd. De agenda biedt een basis voor verdere zwaartepuntvorming in het onderwijs en voortzetting en uitbreiding van de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. 

In aanvulling op de human capital agenda’s van de topsectoren komt er één gezamenlijk masterplan bètatechniek. Hiermee worden de activiteiten uit de afzonderlijke agenda’s op het terrein van bètatechniek elkaar afgestemd. De sector Chemie krijgt hierbij het voortouw. Het platform bètatechniek krijgt van het kabinet de opdracht de totstandkoming van het masterplan te faciliteren. Om de lopende human capital agenda in 2012 te kunnen continueren, is voor de tweede helft van het jaar € 85.000 vrijgemaakt.


4. Wegnemen van knelpunten in regelgeving en regeldruk

Het kabinet pakt de door de sector aangedragen knelpunten op het gebied van wet en regelgeving actief op (Pakket D). Ten eerste wordt de Crisis- en Herstelwet permanent gemaakt. Ten tweede heeft het kabinet deze zomer een pilot opgestart voor de sector chemie om de vergunningsverlenings- en handhavingskosten te verminderen. Bij succes wordt het project breed binnen de sector uitgerold. Ten derde gaat de overheid samen met de sector aan de slag om de tien belangrijkste knelpunten rondom regelgeving en regeldruk die investeringen bemoeilijken in kaart brengen. De Regiegroep Chemie wordt gevraagd hierbij het voortouw te nemen. Het kabinet zal vervolgens in overleg met het bedrijfsleven mogelijke oplossingen identificeren en implementeren. Ten vierde zal de overheid zich inzetten voor een verdere harmonisatie van Nederlandse en Europese wetgeving. De in de agenda genoemde casus – REACH/Arbo – is inmiddels opgepakt en deels opgelost. Daarnaast wordt onderzocht welke REACH kan bieden voor innovatiekansen voor de sector.21



Tenslotte, erkent de overheid het belang van het level-playing field in relatie tot de Emission Trading System (ETS)-discussie en zal het daarom bij de toewijzing van rechten mogelijk maken dat toewijzing niet alleen per inrichting maar ook op installatieniveau mogelijk is.
Decentrale overheden in actie voor topsector chemie

  • Limburg: investeert circa € 100 miljoen aan de verdere ontwikkeling van de Chemelot-campus. Betreft investeringen in onder meer een incubator, een venturing fonds, marketing, business development en de oprichting van een campusorganisatie.

  • Zuidvleugel: In Delft (DSM) wordt € 100 miljoen geïnvesteerd in een Bio Process Facility. Het betreft een proeffabriek voor het opschalen van innovaties in de biotechnologie. Co-financiering door provincie Zuid-Holland, Rotterdam, Delft en Den Haag.

  • Zuidvleugel/Rotterdam: investeert in het vergroten van clustereffecten in de chemiesector door meer in te zetten op procesintensificatie, co-siting en warmte cascadering en smart-grid ontwikkeling. Met Plant-One is er een proeffabriek waarin nieuwe productieomgevingen getest kunnen worden.

  • Overijssel: investeert in het Polymer Science Park Zwolle; een kenniscampus polymeren/kunststoffen in samenwerking met Wavin, DSM en hogescholen in de regio.

  • Zeeland: investeert € 6 miljoen in een biobased investeringsfonds in de periode 2011-2020. Accent op drie kernthema’s: building blocks; vergroening procesindustrie; groene grondstoffen. Cross-over met topsector Agro.

  • Noord-Brabant: investeert € 10 miljoen in de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom.

  • Zeeland, Noord-Brabant en Limburg: investeren samen minimaal € 20 miljoen in versterking van de maintenance industrie, onder andere via het Dutch Institute World Class Maintenance.

  • Noord-Nederland: investeert ruim € 3 miljoen in de bio-based projecten BioCab, BioBrug en Wood Spirit. Betreft zowel vergroening van de input van bestaande procesinstallaties als hernieuwbare grondstoffen.





2. Topsector Creatieve Industrie
Voor de topsector Creatieve Industrie pakt het kabinet samen met de sector de volgende acties op:
1.Oprichting Dutch Creative Industries Council
De creatieve industrie is een jonge en krachtige topsector met grote groeikansen. Maar de sector moet zichzelf nog beter organiseren en meer aansluiting zoeken bij andere topsectoren om in 2020 tot de wereldtop te behoren en Nederland te kunnen laten uitgroeien tot de meest creatieve economie van Europa. Om het zelforganiserende vermogen te versterken en de verbindingen met andere topsectoren te verbeteren ondersteunt het kabinet de oprichting van de Dutch Creative Industries Council (D-CIC). De council zal de uitvoering van de agenda coördineren volgens het principe van de gouden driehoek. Het kabinet stelt daarvoor € 250.000 per jaar beschikbaar.

2. Ontwikkeling van een publiekprivaat topconsortium
Om een grotere bijdrage te kunnen leveren aan het innoverend vermogen van de Nederlandse economie moet de kennisbasis van de creatieve industrie en de samenwerking met kennisinstellingen worden versterkt. Het kabinet ondersteunt daarom het voorstel tot oprichting van een publiekprivaat topconsortium op het gebied van kennis en innovatie. Binnen het kader van het innovatiecontract zal het topconsortium een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van concrete innovatieprogramma’s. Daarbij zal het consortium zich richten op kennisintensieve activiteiten die voortvloeien uit het onderzoek en ook verder onderzoek initiëren. Het consortium zal nauw samenwerken met organisaties zoals IIP Create en iMMovator en met bedrijven en kennisinstellingen uit andere topsectoren. Het kabinet stelt tot en met 2013 € 1 miljoen beschikbaar voor het topconsortium. Daarnaast maakt het kabinet in het TNO-budget voor 2012 al € 1 miljoen vrij voor onderzoek. Bovendien zal TNO in 2012 zogenaamde ‘Creative Challenge Weeks’ organiseren waarin twee of drie maatschappelijke uitdagingen opgepakt worden door een team van bedrijven uit de creatieve sector en TNO'ers die gezamenlijk in een week tijd een oplossing bedenken voor het gestelde vraagstuk. Met deze activiteiten en middelen wordt in 2012 een vliegende start van het topconsortium mogelijk gemaakt.

Het businessplan voor het topconsortium moet evenals het innovatiecontract uiterlijk 31 december 2011 op hoofdlijnen gereed zijn. Beiden moeten in samenwerking met TNO, NWO en KNAW worden opgesteld, waarbij ondersteuning mogelijk is vanuit EL&I en OCW. In het innovatiecontract geven TNO, NWO en KNAW aan welke bijdrage ze mede op basis van private commitment leveren aan de activiteiten van het consortium na 2012. Het voorstel ‘Metrocampus’ van de Economic Development Board Amsterdam en de topopleiding THNK in Amsterdam sluiten goed aan bij het voorstel voor het topconsortium. De wethouder Economische Zaken & Cultuur van Amsterdam heeft de Minister van EL&I daarom aangeboden om samen te werken bij de ontwikkeling van het topconsortium. Daarbij ziet de metropoolregio Amsterdam goede kansen om samen op te trekken met de regio Eindhoven. Gezien dit aanbod verzoekt het Kabinet het topteam CI om samen met de Metropoolregio Amsterdam het initiatief te nemen bij de ontwikkeling van het consortium. Het kabinet dringt daarbij aan op samenwerking met Eindhoven en eventueel andere creatieve regio’s.



3. Vergroten maatschappelijke en economische meerwaarde
De creatieve industrie kan een grote bijdrage leveren aan economische en maatschappelijke uitdagingen op gebieden zoals duurzaamheid, zorg, onderwijs en stedenbouw. Het kabinet wil deze potentiële meerwaarde van de creatieve industrie tot uiting laten komen. Hiertoe zal de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een Fonds voor de Creatieve Industrie inrichten22. De missie van het fonds is om de maatschappelijke en economische meerwaarde van de creatieve industrie te vergroten, zowel in Nederland als internationaal. Dit fonds richt zich op het stimuleren van de kwaliteit van het Nederlands ontwerp en het versterken van de samenwerking tussen private partijen, particulieren en overheden. Het fonds heeft onder andere als taak om sectoroverstijgende programma’s uit te voeren, die maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken aanpakken en goed opdrachtgeverschap bevorderen.

Deze doelstelling sluit goed aan bij het advies van het Topteam Creatieve Industrie met betrekking tot het stimuleren van zogenoemde ‘crossovers’. De totale omvang van het fonds bedraagt € 11,4 miljoen per jaar. Het topteam Creatieve Industrie krijgt de mogelijkheid voorstellen in te dienen bij het Fonds Creatieve Industrie.



4. Verbetering van toegang tot kapitaal
De creatieve industrie bestaat hoofdzakelijk uit kleine en innovatieve bedrijven die meer dan gemiddelde knelpunten ondervinden bij het verkrijgen van kapitaal. Bovendien vindt de creatieve industrie nog weinig aansluiting bij het huidige innovatie- en kapitaalmarktpakket van EL&I.
Om deze knelpunten weg te nemen creëert de Minister van EL&I voor de creatieve industrie een luik van in totaal € 8 miljoen in het MKB+ Innovatiefonds. Hiermee wijkt de Minister af van de generieke systematiek van het MKB+ Innovatiefonds. Het bedrag is tot en met 2015 als lening beschikbaar voor voorstellen voor private investeringsfondsen die zich kwalificeren voor de regeling en passen bij de ambitie van het topteam om te komen tot crossovers tussen de creatieve industrie en andere (top)sectoren. De totale omvang van deze fondsen bedraagt inclusief de private bijdrage tenminste € 16 miljoen. De private investeringsfondsen en het eerder genoemde Fonds voor de Creatieve Industrie zullen elkaar aanvullen en versterken. Daarnaast neemt het kabinet het initiatief om samen met de creatieve industrie en de financiële sector de mogelijkheden te onderzoeken om sectorspecifieke knelpunten in de markt weg te nemen. Het kabinet heeft voor deze maatregel in 2012 € 50.000 beschikbaar onder de voorwaarde van minimaal gelijke matching. Daarnaast geeft het kabinet in 2012 en 2013 meer bekendheid aan de mogelijkheden van regelingen zoals de WBSO en het nieuwe Innovatiefonds MKB+ voor de creatieve industrie. Daarbij wordt een proeftuin gestart waarin zal worden nagegaan hoe specifieke innovatieactiviteiten van de creatieve industrie passen binnen de huidige definities van onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Dit zal in 2012 al tot tenminste 5 succesvolle aanvragen moeten leiden die als inspirerend voorbeeld dienen voor de sector.

5. Versterking van internationale positie

Met het huidige Dutch Design Fashion Architecture (Dutch DFA-) programma versterkt het kabinet de internationale positie van de creatieve industrie. Dit stimuleringsprogramma loopt eind 2012 af, maar het kabinet zal in 2013 doorgaan met het ondersteunen van internationaliseringactiviteiten van de creatieve industrie. Deze ondersteuning zal zich in hoofdzaak beperken tot enkele nog nader te bepalen creatieve subsectoren in een aantal prioritaire landen en een aantal voor deze industrie belangrijke internationale evenementen. Hierbij is een goede aansluiting op maatschappelijke vraagstukken in deze prioritaire landen van belang. Het kabinet versterkt de internationale positie van de creatieve industrie ook via de generieke maatregelen gericht op Holland Branding, economische diplomatie en acquisitie van topbedrijven, gebaseerd op input vanuit de creatieve sector. Het kabinet zal een drietal Nederlandse diplomatieke posten vragen om vanuit een economische, culturele en politiek-maatschappelijke invalshoek te inventariseren welke lokale kansen er voor de Nederlandse creatieve industrie bestaan. Deze inventarisatie zal in de eerste helft van 2012 gereed zijn en besproken worden met de relevante partijen uit de sector.




De creatieve sector in beeld: investeren in kennisdeling en ondernemerschap

Toonaangevende events, festivals en congressen bieden de creatieve industrie een belangrijk platform om elkaar te ontmoeten en om nieuwe innovatieve ideeën op te doen. Events als de Dutch Design Week, TEDx (Amsterdam, Maastricht, Brainport, Rotterdam), Amsterdam Dance Event (ADE), PICNIC, Start-up Weekend, NextWeb, en Design Conference leveren een belangrijke bijdrage aan het versterken van het ondernemerschap. Bij deze evenementen worden internationale topsprekers vanuit het bedrijfsleven en de wetenschap betrokken. Zo dragen deze events tevens bij aan de kennisdeling binnen de sector en biedt het de sector een podium om zich internationaal te profileren. Het totale netwerk aan events kan de komende jaren versterken wanneer er meer geïnvesteerd wordt in afstemming en samenwerking. Dit voorkomt doublures en verwatering van de boodschap. Daarnaast ontstaat hierdoor niet alleen efficiëntie in organisatie, maar tevens een interdisciplinaire netwerkomgeving waar de totale creatieve industrie van kan profiteren.





6. Verkenning economische kansen Digital Gateway to Europe.

Het kabinet start in het najaar 2011 een verkenning vanuit de Digitale Agenda.nl om inzicht te krijgen in de economische kansen van de mobiele creatieve industrie. Deze creatieve sector zoekt en benut innovatieve manieren om content te verzamelen, te delen en te her verpakken. Door digitalisering en convergentie in distributienetwerken lijken hier stevige kansen te liggen voor de doorgroei van de sector.


7.  Gebruik van open data en cloud computing stimuleren

Open Data is een prominent onderwerp in de Europese Digitale Agenda en de onlangs gepresenteerde Digitale Agenda.nl. Het kabinet wil ondernemerschap stimuleren door zoveel mogelijk van haar eigen data via open standaarden beschikbaar te stellen en vindt het belangrijk dat decentrale overheden dit ook doen. Daartoe zal het Kabinet in september een wedstrijd voor burgers, ondernemers en overheden organiseren "Apps for NL". Een ander belangrijk onderwerp in de Digitale Agenda is Cloud Computing (CC). Het kabinet beschouwt CC als een goed instrument om kostenbesparingen en innovatie te realiseren en wil in 2012 onder meer scherper in beeld krijgen wat de mogelijkheden zijn voor de overheid om CC in te zetten. Hiertoe wordt in 2012 een programma Productiviteit en Cloud Computing gestart. Aangezien de creatieve sector pionier is op het gebied van de toepassing van open standaarden en CC, kan de creatieve industrie in dit programma een voorbeeld- en voortrekkersrol spelen.


Decentrale overheden in actie voor topsector creatieve industrie

  • Metropoolregio Amsterdam werkt aan het metrocampus idee; de totale stadsregio als campus voor creatief en ICT. Het recent opgestarte topinstituut voor creatief leiderschap THNK is hierbij het vertrekpunt.

  • Utrecht: zet in op bijzondere locaties en regionale labs (zoals Protospace) en incubators (zoals Dutch Game Garden, UtrechtInc) en op zakelijke evenementen, congressen, festivals en ontmoetingsplatforms, zoals de Nederlandse Gamedagen of Game in the City.

  • Eindhoven: in Brainport-verband wordt geïnvesteerd in Design en Industrie, er wordt gestreefd naar 40 nieuwe businessconsortia via de Design Incubator Regeling en 20 design-ontwikkelkredieten.
    Er wordt gewerkt aan een nationaal netwerk voor creatieve industrie, design en technology mode en architectuur. Verder wordt de Dutch Design Week in haar programmering sterker internationaal neergezet. Dit geldt ook voor het STRP Festival (als een van de grootste Art & Technology festivals in Europa).

3. Topsector Energie
Voor de topsector Energie pakt het kabinet samen met de sector de volgende acties op:


  1. Innovatiecontract: omslag in programmering en financiering

Voor de programmering van het energieonderzoek bij ECN en TNO zal de onderzoeksagenda, te bepalen in het innovatiecontract, leidend worden. De agenda wordt opgesteld door de regiegroep en wordt zo meer dan nu gericht op vragen die in het bedrijfsleven spelen. Omdat de instituutsfinanciering hiermee flexibeler wordt zal deze omslag, mede op aanraden van het topteam, geleidelijk plaatsvinden. Het kabinet deelt de analyse van het topteam voor kansrijke segmenten op basis van eerder gedaan onderzoek: de duurzame energieopties (zon-pv, offshore wind, bioketen), energiebesparing en gas bieden op dit moment kansen voor Nederland en zijn daarmee een goed vertrekpunt voor het opstellen van het contract.


  1. Instellen van een regiegroep om de innovatieketen te optimaliseren.

De regiegroep moet advies geven over alle publieke middelen die betrekking hebben op onderzoek, ontwikkeling en demonstratie binnen het domein van de topsector energie en is verantwoordelijk voor het opstellen van het innovatiecontract. Deze middelen worden programmatisch ingezet. De regiegroep moet operationeel zijn voor het einde van dit jaar, zodat er geen momentum verloren gaat. In de nu in voorbereiding zijnde onderzoeksprogramma’s van o.a. TNO en ECN voor 2012 is al ruimte opgenomen voor bijsturing door de regiegroep, zodat de nieuwe aansturing snel merkbaar is. De regiegroep dient daarnaast ook een belangrijke rol te spelen door prioritaire innovatieonderwerpen, clusters en regio’s met elkaar te verbinden alsmede de internationaliseringagenda vorm te geven. Ook de verbinding met de projecten die in het kader van de Green Deal zullen worden uitgevoerd, zal de aandacht hebben van de regiegroep.


  1. Besteding rijksmiddelen: van exploitatie naar innovatie

Het Rijk zal het beleid voor de korte termijn richten op het zo efficiënt mogelijk realiseren van de hernieuwbare energiedoelstelling en de doelstelling voor CO2-reductie van 2020. Het beleid voor de lange termijn richt zich op het stimuleren van innovatie in technieken. Hiermee komt het kabinet tegemoet aan het advies van het topteam om de besteding van overheidsmiddelen op termijn te verschuiven van exploitatie naar innovatie, zoals ook gemeld in het energierapport23. Deze verschuiving vraagt om een scherpe blik op wat specifiek nodig is voor een techniek in een bepaalde fase van ontwikkeling. Het kabinet verwacht dat de door het topteam voorgestelde regiegroep hierin adviseert.


  1. Helder ruimtelijk beleid en snelle vergunningverlening

Het kabinet werkt aan drie nieuwe rijksstructuurvisies voor energiefuncties en stelt twee bestaande bij: Buisleidingen (2011), Windenergie op land (2012), evaluatie structuurschema elektriciteitsvoorziening (2012), Ondergrond (2013) en herziening Nationaal Waterplan (2015). Tevens gebruikt het rijk de rijkscoördinatieregeling24 om zelf grote energie-infrastructuurprojecten ruimtelijk in te passen en alle vergunningaanvragen te coördineren, zodat maar één maal bezwaar en beroep mogelijk is. Indien nodig zal deze rijkscoördinatieregeling worden verruimd, zodat meer projecten hiervan gebruik kunnen maken. Met deze maatregelen komt het kabinet tegemoet aan de behoefte aan helder ruimtelijk beleid voor de energiesector. Vermindering van regeldruk bij vergunningverlening regelt het kabinet in de Wet omgevingsrecht, waarvan de eerste fase in het voorjaar van 2012 wordt aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze wet is er onder meer op gericht om regels te vereenvoudigen, deze te bundelen en procedures te versnellen. Dit zorgt voor een belangrijke lastenreductie. Daarbij zal ook ruimte komen voor innovatieve projecten. Op dit moment kan voor innovatieve ontwikkelingen al gebruik gemaakt worden van de Crisis- en herstelwet waardoor de realisatie kan worden versneld.

Ook werkt het kabinet aan generieker werkende vergunningen op het gebied van windenergie op zee waardoor ruimte kan ontstaan voor maatwerk zonder de vergunning daarop te hoeven aanpassen. 




  1. Wegnemen van (financiële) barrières

Voor het wegnemen van financiële barrières biedt het aangekondigde innovatiefonds MKB+ een oplossing. Het financieren van proeftuinen via ondernemingen en demoprojecten uit dit fonds zal ook (onder bepaalde voorwaarden) mogelijk zijn. Wel verwacht het kabinet hier een actieve rol vanuit de sector. Het kabinet onderschrijft het advies van het topteam dat financiële participatie van omwonenden bij energieprojecten gunstig kan zijn voor het  draagvlak en duurzame energieprojecten kan versnellen. Met betrekking tot de voorgestelde helpfaciliteit om de opname van energie-innovaties door consumenten te versnellen, zal het kabinet bezien hoe de komende jaren gerichte acties en campagnes kunnen worden uitgevoerd met als doel de consument rechtstreeks te betrekken bij energiebesparing en energievernieuwing. Onder leiding van de minister van EL&I worden, mede in overleg met de ministers van BZK en Financiën, de mogelijkheden onderzocht voor een niet-fiscale financiële prikkel, die consumenten kan stimuleren om hun gedrag aan te passen en zuiniger om te gaan met energie.


  1. Inzet in EU op ETS

Het kabinet zet in op verbetering van de werking van het Emission Trading System (ETS), o.a. door het uitbreiden van emissiehandel naar andere sectoren. Zoals in het energierapport is aangegeven, ziet dit kabinet een goedwerkend ETS als het belangrijkste instrument om de CO2-uitstoot in de EU te verminderen. Ook pleit het kabinet in de EU voor het vaststellen van CO2-reductiedoelen na 2020, te vertalen naar ETS en non-ETS. De hoogte van de CO2 doelen na 2020 is dan mede afhankelijk van de uitkomst van het mondiale klimaatoverleg, de kosten van emissiereducties en mogelijke maatregelen om carbon leakage en verstoring van het level playing field te voorkomen.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • 3. Acties per topsector
  • 1. Topsector Chemie
  • Decentrale overheden in actie voor topsector chemie
  • 2. Topsector Creatieve Industrie
  • De creatieve sector in beeld: investeren in kennisdeling en ondernemerschap
  • Decentrale overheden in actie voor topsector creatieve industrie
  • 3. Topsector Energie

  • Dovnload 382.55 Kb.