Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid

Dovnload 382.55 Kb.

Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid



Pagina6/9
Datum04.04.2017
Grootte382.55 Kb.

Dovnload 382.55 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Decentrale overheden in actie voor topsector Energie:

  • Rotterdam: In de Havenvisie 2030 zet het Havenbedrijf Rotterdam in op de ontwikkeling van het haven industrieel complex tot de Energy Hub voor Noordwest Europa. Dit door de uitbouw van de global hub positie voor energiestromen en door nieuwe investeringen in energieopwekking en productie van (bio) brandstoffen. Voor de komende 5 jaar is de ambitie om circa € 2 miljard private investeringen per jaar aan te trekken, met een zwaartepunt in ‘Europe’s Industrial Cluster.

  • Zuidvleugel: De gemeenten Rotterdam, Delft en Leiden investeren samen met TU Delft, Universiteit Leiden, TNO en bedrijfsleven in de energievoorziening van de toekomst, zowel door behoud van de positie op de markt van conventionele energieproducten als door inzet op schone en duurzame (biobased) brandstoffen.

  • Noord Nederland: de drie noordelijke provincies (Energy valley) werken aan de bundeling van energieonderzoek en -onderwijs over de gehele keten in de Energy Academy en colleges, om te kunnen voldoen aan de vraag naar energiepersoneel en –experts. De provincie Noord-Holland heeft zich hierbij aangesloten.

  • Gelderland: heeft voor de periode 2011-2015 € 100 miljoen aan revolverende middelen beschikbaar voor co-financiering in Gelderse innovatieprojecten, waaronder in de topsector Energie.

  • Overijssel: start een energiefonds van € 250 miljoen (deels revolverend) t.b.v. risicodragende investeringen en innovatieprojecten voor hernieuwbare energie opwekking en t.b.v. energiebesparing.

  • Noord-Brabant: investeert ruim € 71 miljoen in de Brabantse Energie agenda. Onderdeel hiervan is een investering van € 40 miljoen voor uitvoering van een solar innovatie- en valorisatieprogramma. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de biobased economy in Zuidwest-Nederland (cross-over met chemie), de vestiging van FOM en het KIC InnoEnergy in Eindhoven en in de stimulering van elektrisch rijden.

  • Noord-Holland: investeert € 60 miljoen in het Duurzaam EnergieFonds Noord-Holland ter ondersteuning projecten en bedrijvigheid op het gebied van duurzame energie.

  • (Metropoolregio) Amsterdam: investeert € 60 miljoen in een fonds voor energietransitie (o.a. windenergie, energie uit afval via Afval Energiebedrijf). Daarnaast wordt samengewerkt met o.a. Alliander en KPN voor investeringen tot € 1 miljard om efficiëntie te bevorderen en “Smart Solutions” mogelijk te maken.

  • Utrecht: het Utrecht Sustainability Institute en Hogeschool Utrecht richten zich met de steun van de provincie en de stad op ondersteuning en versterking van het innovatievermogen van het mkb op het gebied van duurzame energie.



4. Topsector High Tech Systemen en Materialen (HTSM)
Voor de topsector High Tech Systems en Materialen pakt het kabinet samen met de sector de volgende acties op:


  1. Verstevigen sterke kennisbasis: gezamenlijke R&D inspanningen

Het kabinet waardeert de inzet van de high tech sector om de R&D inspanningen te verhogen, en in het bijzonder de inspanningen gericht op het gezamenlijke innovatiecontract. In de HTSM sector wordt de inzet van de diverse deelsectoren gebundeld waarmee de netwerken, die al in de gouden driehoek zijn opgebouwd, verder worden versterkt. Bestaande onderzoekroadmaps kunnen worden geactualiseerd en aangevuld en zijn daarmee een goede basis voor het innovatiecontract waarin de hightech sector de sterke deelsectoren nog meer met elkaar verbindt. Het resultaat voor de sector zal een totaalbeeld zijn van de onderzoeksvelden mechatronica, micro-elektronica, materiaalkunde, ICT en embedded systemen, nanotechnologie en fotonica, automotive en aerospace gerelateerd aan hun (maatschappelijke) toepassingen. Tevens wordt generieke ondersteuning ontwikkeld voor alle topsectoren door eScience en de nationale e-infrastructuur. Maatschappelijke thema’s zullen daarom mee worden genomen bij het opstellen van het innovatiecontract: high tech kan een bijdrage leveren aan o.a. veiligheid en transport. Verder is aansluiting op het Europees onderzoeks- en innovatiekader gewenst, bijvoorbeeld bij Eniac op het gebied van nano-elektronica, bij Artemis voor embedded computing systems en bij Clean sky voor luchtvaart. Op basis van het innovatiecontract, waar ook de private bijdrage uit blijkt, zal worden besloten hoe de publieke kennis- en innovatiemiddelen vanaf 2013 worden verdeeld. Defensie zal in dit kader een belangrijke rol blijven spelen als innovatieve aanbesteder en customer voor het maatschappelijke thema veiligheid. Voor 2012 heeft het kabinet de toezegging gedaan dat de financiering voor het Embedded Systems Institute (ESI), het Materials2Innovate instituut (M2i) en het Holst Centre worden gecontinueerd. In aanvulling hierop is € 0,4 miljoen gereserveerd voor 2012 om de functionaliteit van de programmabureaus HTAS en Point One te behouden.
De sector in beeld: Enkele voorbeelden van onderzoek in de gezamenlijke gouden driehoek:

  • Op het gebied van zonnecellen werken TU/e, ECN, TNO, IMEC, gefaciliteerd door Philips, samen in het verband ‘Solliance’ aan de ontwikkeling van goedkope en efficiënte zonnecellen.

  • In samenwerking met het bedrijfsleven en kennisinstellingen zal voor 2012 een onderzoeksprogramma ICT opgesteld worden onder leiding van TNO.

  • NWO en STW treffen voorbereidingen voor tenminste één PPS-programma over Cyber Security.

  • 24 grote en mkb bedrijven en 7 kennisinstellingen zijn gezamenlijk van plan te gaan werken aan slimme mobiliteit en toekomstige voertuigaandrijving (elektrisch rijden).

  • Nanotechnologie: de belangrijkste pijler van de opgestelde strategische researchagenda is het NanoNext NL programma waarin honderd bedrijven, universiteiten, kennisinstituten en universitaire medische centra samenwerken.

  • In samenwerking binnen M2i (DAF, Tata Steel Europe, SKF, Hauzer Techno Coatings, TNO en RWTH Aachen) richt men zich op een nieuwe achteras voor vrachtwagens. Dit moet een aanzienlijke besparing van het energiegebruik opleveren (lichter, minder energieverlies, maar niet meer geluid).




  1. Herkenbaar en attractief bètatechnisch onderwijs

Zeker voor de HTSM-sector en de ICT-sector neemt de kwalitatieve en kwantitatieve krapte op de arbeidsmarkt de komende jaren toe. De sector zal daarom samen met de onderwijsinstellingen een human capital agenda opstellen voor het brede onderwijsveld, waarin ook aandacht is voor regionale initiatieven in bijvoorbeeld Zuid-Oost Brabant en Twente. Het bedrijfsleven investeert zelf in de aantrekkelijkheid van het onderwijs door het leveren van (jonge) vak- en gastdocenten en het creëren van stageplaatsen op alle niveaus.


  1. 2,5% van het overheidsbudget inzetten voor innovatiegericht inkopen

De HTSM sector daagt de overheid uit om 2,5% van het overheidsinkoopbudget in te zetten voor innovatiegericht inkopen. Het kabinet gaat samen met de sector, (decentrale) overheden en andere sectoren in gesprek om de innovatiekansen bij inkooptrajecten van de overheid in kaart te brengen. Zie hierover ook paragraaf 2.1. Zo is defensie bijvoorbeeld actief als innovatief aanbesteder en lead customer op het gebied van veiligheid.

Het kabinet gaat tevens structurele samenwerkingstrajecten tussen (strategische) overheidspartijen en het bedrijfsleven realiseren, zoals bijvoorbeeld het overleg tussen Point-One/HTAS en Rijkswaterstaat al bestaat. Het ministerie van EL&I zal zich inspannen jaarlijks 4 à 5 innovatiegerichte inkooptrajecten te starten tussen de overheid en de HTSM-sector, waar een SBIR-programma aan vooraf kan gaan. Het kabinet maakt graag gebruik van de bijdrage die de HTSM-sector noemt en kan leveren aan oplossingen op gebied van duurzaamheidsvraagstukken, zoals op het gebied van duurzame productieprocessen (gesloten ketens), energiezuinige concepten en duurzame opwekking van energie.


De sector in beeld: Samenwerking op gebied van slimme verkeersystemen

Zo’n twintig bedrijven, wegbeheerders en kennisinstellingen hebben 15 mei een Letter of Intent getekend om in de regio Eindhoven–Helmond (Brainport) een permanente testomgeving voor slimme verkeerssystemen te realiseren. Doel is de ontwikkeling van innovatieve mobiliteits-toepassingen te versnellen en de Nederlandse toppositie in Europa te versterken. De kern ligt in het delen van kostbare faciliteiten en het gezamenlijk werken aan innovatieve verkeersystemen voor een betere doorstroming, verkeersveiligheid en leefbaarheid.




  1. Holland High Tech: gezamenlijke profilering in binnen- en buitenland

Het kabinet richt haar buitenlandbeleid op het actief uitdragen van de topsectoren in economische diplomatie, waaronder high tech. Het optrekken van verschillende markt- en overheidspartijen bij internationale missies is hierbij een belangrijke voorwaarde voor een eenduidig beleid. Holland High Tech zal in 2012 dan ook onderdeel van een of meerdere strategische missies uitmaken. De buitenlandse posten van het Rijk trekken samen op en focussen zich in hun ondersteuning primair op de topsectoren. Het kabinet heeft daarbij aandacht voor de markten die voor de HTSM-sector belangrijk zijn: de opkomende economieën als China, India en Brazilië en ook de relaties met de Verenigde Staten en nabijgelegen landen.


  1. Specifieke aandacht voor de financieringsbehoefte van het mkb en hun betrokkenheid bij het innovatiecontract

Voor het MKB+ komt er een innovatiefonds, waarin zowel ruimte gemaakt wordt voor investeringen in innovaties als in startende ondernemingen. Ook het high tech mkb zal hier gebruik van kunnen maken. Ook onderlinge samenwerking tussen het mkb wordt bevorderd, het kabinet ondersteunt dit al met de zogenoemde InnovatiePrestatieContracten. Het toekennen van publieke middelen aan het innovatiecontract HTSM zal als voorwaarde kennen dat het MKB bij het opstellen en implementeren actief betrokken is.


Decentrale overheden in actie voor topsector High Tech Systemen en Materialen:

  • Noord-Brabant: investeert meer dan € 100 miljoen in campussen en starterscentra. Bijvoorbeeld High Tech Campus Eindhoven, Automotive Campus Helmond en via Avenue A2.

  • De regio Zuidoost Brabant: zet in op de ontwikkeling van bestaande en van nieuwe research instituten rondom High Tech Systems zoals HOLST en het CFT 2.0, een kenniscentrum op het gebied van productietechnologie.

  • Noord-Nederland: investeert de komende jaren € 19 miljoen in een programma van Astron en IBM in sensorsystemen en energie-efficiente supercomputing. Doel is de acquisitie van de Europese Control Room van de superradiotelescoop SKA.

  • Den Haag: zet in op verdere versterking van het veiligheidscuster, waarbij men nauwe samenwerking zoekt met Eindhoven en Twente.

  • Overijssel: investeert in het businessplan High Tech Twente, gericht op gezamenlijke business development, kennisvalorisatie en de arbeidsmarkt. Plan wordt uitgevoerd met regionale bedrijfsleven, de UT, de instituten MESA+, MIRA en CTIT, Saxion Hogeschool, Innovatieplatform Twente, Kennispark Twente en de regio Twente. Daarnaast investeert de provincie in totaal 96 miljoen euro in de Innovatiedriehoek (Hengelo, Enschede, Vliegveld Twente).

  • Limburg: investeert met Canon/Océ en de universiteit Maastricht in het Open innovatiecentrum van Document Services Valley. Dit centrum i Venlo, waar technologieën rondom het verwerken van veel en complexe informatie wordt ontwikkeld, wordt in september geopend. Aan de Universiteit Maastricht is hiervoor onlangs een Canon-Océ leerstoel in Business Services Innovation ingesteld.


5. Topsector Life Sciences & Health (LSH)
Voor de topsector Life Sciences & Health pakt het kabinet samen met de sector de volgende acties op:


  1. Investeren in een sterke kennis en innovatiebasis

Begin 2012 zal de sector haar kennis- en innovatieagenda presenteren in de vorm van een innovatiecontract dat de ambities van de sector zal ondersteunen. Onderdeel van het contract is de voortzetting en verdere ontwikkeling van de bestaande succesvolle publiek-private samenwerking. Het kabinet is van mening dat ook de strategische keuzes van de UMC’s - zij het niet uitsluitend - op het innovatiecontract moeten aansluiten.25 Instrumenten als kweekvijvers en proeftuinen kunnen hierin worden meegenomen. Zoals de sector zelf aangeeft, zal het landschap van publiek-private samenwerking dan wel geconsolideerd moeten worden, waarbij ook andere initiatieven zoals IMDI een plaats moeten krijgen. Voor deze onderwerpen kan NWO met haar thema Leven in Gezondheid een belangrijke aanzet geven. Voor TI Pharma, CTMM en BMM zijn de eerste stappen al gezet ten behoeve van de omvorming naar één organisatie. Andere passende initiatieven (bijvoorbeeld IMDI) kunnen aansluiten. Het kabinet vraagt daarbij aandacht voor het veterinaire kennisdomein, voor alternatieven voor dierproeven en voor de zorgvraag in ontwikkelingslanden, in het bijzonder de OS prioriteit seksuele en reproductieve gezondheid.


  1. Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt

De sector zal samen met onderwijsinstellingen een human capital agenda opstellen met daarin bijzondere aandacht voor ondernemerschap binnen de life science & health sector. In de agenda worden ook de kwaliteitseisen ten behoeve van het onderwijs in de life sciences beschreven.


  1. Optimaliseren van wet- en regelgeving op het terrein van de Life Sciences & Health

Het kabinet neemt de volgende maatregelen om de wet- en regelgeving op het terrein van LSH te optimaliseren, zodat er voldoende ruimte is voor de ontwikkeling voor nieuwe producten en diensten:

  • Het kabinet wijzigt de wet Medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) in lijn met het kabinetsstandpunt op het advies van de commissie Doek. Het voorstel tot wetswijziging is eind 2011 gereed.

  • Het kabinet verkort de doorlooptijden bij medisch ethische toetsing en vergoedingsbeslissingen, waar mogelijk via invoering van tarieffinanciering.

  • Het kabinet breidt de mogelijkheid tot voorwaardelijke vergoeding van geneesmiddelen uit. Hiermee kunnen veelbelovende (zorg)oplossingen die grote toegevoegde waarde lijken te hebben in een vroeg stadium worden ingezet. Zo ontstaat meer ruimte om proeftuinprojecten, zoals genoemd in de sectoragenda LSH, uit te voeren.

  • Het kabinet vraagt op EU-niveau aandacht voor passende regelgeving en werken aan een gelijk speelveld.




  1. Vergroten financieringsmogelijkheden voor de sector

De beschikbaarheid van voldoende financiering is een bijzonder punt van aandacht voor de sector LSH, mede gezien het veelal hoge risicoprofiel van de bedrijfsactiviteiten. De instelling van het Innovatiefonds MKB+ sluit goed aan bij de financieringsbehoefte in de sector. Het Innovatiekrediet en de daarin reeds opgenomen faciliteit voor projecten op het terrein van klinische ontwikkeling blijken in de praktijk goed aan te sluiten op de behoefte van het MKB in deze sector. Ook het voorgestelde ‘later stage fonds’ zou een beroep kunnen doen op het Innovatiefonds en daarmee een nieuwe financieringsbron kunnen vormen, die is toegesneden op de kritische financieringsbehoefte voor de verdere groei van jonge, succesvolle LSH bedrijven.

Ook de garantiefaciliteiten kunnen uitkomst bieden. Voor de LSH-sector worden deze vaak nog weinig gehanteerd door de banken, mogelijk uit onbekendheid met deze jonge hightech bedrijfstak.



  1. Sterke clusters/sterke regio’s

Het topsectorplan heeft het besef in de sector versterkt dat clustervorming en samenwerking cruciaal zijn voor succes. Het wordt steeds duidelijker dat bepaalde regio’s clusters vormen op deelgebieden van de brede topsector LSH. De betrokken provincies nemen daarin een actief aandeel, mede in het belang van een sterke regionale infrastructuur en werkgelegenheid. Daarmee leveren ook decentrale overheden een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling en versterking van LSH-clusters. Onderstaande box bevat daarvan een aantal voorbeelden.
Het is daarbij van belang dat er verbindingen worden gelegd tussen landelijke en regionale maatregelen en initiatieven. Het kabinet ziet het Parelsnoer Initiatief als een uitstekend voorbeeld daarvan. De synergie met andere topsectoren (denk aan Agro&Food, Chemie en High Tech) kan juist in regionale clusters tot stand komen. Zo investeert het kabinet, samen met een aantal provincies en gemeenten, in diverse clusters waaronder Healthy Ageing in Groningen en het nieuwe Life Sciences Park in Oss. En investeert het RIVM in het zich ontwikkelende cluster rond veterinaire en humane vaccins.

Decentrale overheden in actie voor topsector Life Sciences:

  • Zuidvleugel: Provincie Zuid-Holland, Rotterdam, Delft en Leiden investeren in de Medical Delta. Totale geschatte omvang van de investeringen € 30-50 miljoen. Betreft onder meer experimenteerruimten / regionale proeftuin voor zorginnovatie, gedeelde labfaciliteiten, aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt, campusvorming, regionaal groeifonds en Europese clustersamenwerking (ROK, KIC). Daarnaast heeft het Leiden Bio Science park zich gevormd tot een aantrekkelijke omgeving voor niet alleen het innovatieve MKB, maar ook voor grotere spelers in deze topsector (Astellas, Janssen Biologics, Crucell, Hal Allergy).

  • Noordvleugel: investeert in kennisvalorisatie met de volgende initiatieven:
    de Economic Development Board Amsterdam zet in op het versterken van kennisvalorisatie met het Lifesciences fund II.
    Utrecht investeert in kennisvalorisatie met het Utrecht Valorisation Centre. Via het Utrecht Life Sciences programma wordt de kennisvalorisatie en samenwerking met het bedrijfsleven gecoördineerd rondom Public Health – One Health en Cancer, Regenerative Medicine & Stem Cells. Verder investeert Utrecht € 6 miljoen in gezamenlijke faciliteiten en huisvesting voor (pré)starters (Utrecht Science Park).
    Flevoland investeert samen met regionale partners in de start van een Emerging Diseases Campus in Lelystad. In Almere wordt gewerkt aan het ZorgInnovatie Experiment, een proeftuinconcept met als doel betere zorg tegen lagere kosten.

  • Gelderland en Overijssel: investeren samen in de RedMedtechHighway met een verbinding naar Eindhoven. Hier wordt via Health Valley geïnvesteerd in een intensieve koppeling van de biomedische en de technologische kennis en daarmee in de verdere ontwikkeling van de RedMedTechHighway (as Eindhoven-Nijmegen-Twente). Gelderland draagt € 1,5 miljoen bij aan de opzet van een Center for Translational Medicine. Dit vehikel om onderzoek voor derden aan te bieden moet uitgroeien tot een campus voor onderzoek en bedrijfsleven op het gebied van medicijnontwikkeling (totale projectomvang € 20 miljoen).

  • Limburg: gaat investeren in de ontwikkeling van de Maastricht Health Campus, vooral t.b.v. zorginnovaties.

  • Noord-Brabant: investeert in het Life Sciences Park Oss, Fhealinc Den Bosch (crossover food en health) en het medische technologie cluster rondom Eindhoven/Best (crossover met high tech).

  • Noord-Nederland: zet in op Healthy Ageing. Een voorbeeld is het programma Life Lines waar tot 2017
    € 109 miljoen in wordt geïnvesteerd.



6. Topsector Agro&Food
Voor de topsector Agro&Food pakt het kabinet samen met de sector de volgende acties op:


  1. Zorgen voor een stevige kennis- en innovatiebasis

De sector heeft toegezegd de huidige private investeringen in publiek-private programma’s voor kennis en innovatie te verdubbelen van €75 naar €150 miljoen per jaar en geeft daarmee invulling aan de ambitie op het gebied van duurzaamheid en gezondheid. Om deze ambities te realiseren zal het kabinet blijvende ondersteuning bieden door investeringen in kennis- en innovatie. Leidend is het nog op te stellen innovatiecontract. Middelen hiervoor zullen onder andere worden gereserveerd bij NWO, DLO en TNO. De wijze waarop de succesvolle publiek private samenwerkingsverbanden zoals het Topinstituut Food and Nutrition (TIFN) en de Food en Nutrition Delta ketenbreed kunnen worden verankerd zal vorm moeten krijgen in het nog op te stellen innovatiecontract. Voor TIFN is reeds een totaalbijdrage van € 40 miljoen voor de periode 2011-2014 toegezegd. NWO overweegt een nieuw thema Agro, Food en Tuinbouw in te stellen. MKB bedrijven spelen een cruciale rol in het innovatieproces, vooral waar het gaat om het als eerste toepassen van nieuwe kennis (valorisatie). Deze koplopers in het MKB die de kennis naar de praktijk brengen zijn cruciaal voor de uitrol van innovatie naar een grotere groep bedrijven. Het kabinet gaat er vanuit dat bij de uitwerking van het innovatiecontract deze rol van het MKB verder wordt uitgewerkt. Om goed lopende initiatieven op dit gebied in het FND-programma te ondersteunen, trekt het kabinet € 1,6 miljoen uit als ondersteuning voor 2012.


  1. Kansen pakken op duurzaamheid

Het kabinet zal als partner in business deelnemen aan de door het topteam voorgestelde PPS-constructie gericht op duurzaamheid en ondersteunt daarmee de duurzaamheidambities van de sector. Hiermee wordt tegelijkertijd invulling gegeven aan het verzoek van het topteam om een efficiencyslag voor de nu lopende convenanten gericht op duurzaamheid te realiseren (o.a. Platform Verduurzaming Voedsel, Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij). Het kabinet zal, afhankelijk van bereidheid van de sector om de financiële inzet te matchen,  € 5-10 miljoen beschikbaar stellen voor innovatietrajecten die leiden tot keteninnovaties en bijdragen aan duurzaamheid.


  1. Nieuwe kansen op de wereldmarkt

Het kabinet zet zich actief in om markttoegang en een eerlijk internationaal speelveld te behouden en te vergroten. Het kabinet zal in dit kader zorgen voor ondersteuning van exporterende bedrijven door gebruik te maken van economische diplomatie waaronder de inzet van landbouwraden. Ook het starterinstrumentarium voor nabije markten wordt gecontinueerd. Tevens wordt bij de uitwerking van het kabinetsbeleid gericht op voedselzekerheid (één van de vier speerpunten van ontwikkelingssamenwerking) het Nederlandse bedrijfsleven actief betrokken.
Om te komen tot een goede afstemming van het beleid en de uitvoering op het terrein van voedselzekerheid, heeft het kabinet het Platform Voedselzekerheid opgericht. Concrete inzet op het gebied van voedselzekerheid kan via het nieuwe instrument voor publiek private partnerschappen verlopen. De topsectoren Agro&Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen kunnen hierop inspelen26.

Binnen het nieuwe Fast Track initiatief Voedselzekerheid en Water OS worden de relevante sectoren intensief en structureel betrokken en geconsulteerd bij het vormgeven van de bilateraal uit te voeren OS-programma’s, o.a. via deelname in missies en strategische afstemming. Deze participatie wordt vanuit de overheid gefaciliteerd. De lokale behoefte blijft leidend maar bij het oplossen van de lokale ontwikkelingsvraag wordt hiermee de Nederlandse toegevoegde waarde beter benut, hetgeen de overgang naar een economische relatie bespoedigd.


Het kabinet hecht aan het verduurzamen van natuurlijke hulpbronnen, ook in de ontwikkelingscontext. Milieu en klimaat zullen als dwarsdoorsnijdende thematiek meegenomen worden binnen de OS prioriteiten. Een integrale visie ten aanzien van deze prioriteiten (bijvoorbeeld ketenbenadering) zal worden gestimuleerd.

De nadruk op duurzaamheid en integratie vergroot de behoefte aan kwalitatief hoogwaardige kennis en innovatie waarmee de concurrentiekracht van de Nederlandse topsectoren toeneemt.




  1. Een sterk ondernemersklimaat

Het kabinet creëert de benodigde randvoorwaarden om Nederland te laten fungeren als internationale ‘proeftuin’ voor het realiseren en implementeren van innovaties rond duurzaamheid en gezondheid. Het topteam geeft in haar advies aan dat zij het belang vindt om een sterkere verbinding tussen regionale initiatieven en (inter)nationale ontwikkelingen te leggen. Het kabinet beschouwt dit primair als een taak van het bedrijfsleven, maar zal op verzoek van de sector in overleg met decentrale overheden treden om afspraken te maken over afstemming.
Naar aanleiding van een in de Tweede Kamer aangenomen motie wordt momenteel de toekomst van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie bezien aan de hand van een takeninventarisatie en een advies van drie onafhankelijke beoordelaars. Hierover wordt de Kamer binnenkort separaat geïnformeerd.


  1. Versterking relatie onderwijs-arbeidsmarkt

Het kabinet erkent dat onvoldoende beschikbaarheid van gekwalificeerde vaklieden op specifieke terreinen een knelpunt vormt voor de verdere ontwikkeling van de topgebieden Agro&Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen. Doel is om, in combinatie met een verbetering van het imago door het bedrijfsleven bij jongeren, voldoende en adequaat gekwalificeerde uitstroom naar de arbeidsmarkt voor Agro&Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen te borgen. De inzet van het kabinet is om de rol van de scholen als (regionaal) kenniscentrum verder uit te bouwen, waarbij op structurele wijze de kennisdoorstroming en de inhoud van de opleiding wordt afgestemd op de behoeften van (regionale) stakeholders. De uitwerking hiervan zal samen met het bedrijfsleven worden opgepakt in de programmering via de Groene Kennis Coöperatie en de uitwerking van sectorplannen HAO en AOC. Hierbij werkt men ook samen met partijen vanuit andere kennisgebieden op crosssectorale thema's. Centres of expertise voor Biobased economy en Greenports zijn in ontwikkeling als onderdeel van het sectorplan hao.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • 4. Topsector High Tech Systemen en Materialen (HTSM)
  • De sector in beeld: Enkele voorbeelden van onderzoek in de gezamenlijke gouden driehoek
  • De sector in beeld: Samenwerking op gebied van slimme verkeersystemen
  • Decentrale overheden in actie voor topsector High Tech Systemen en Materialen
  • 5. Topsector Life Sciences Health (LSH)
  • Decentrale overheden in actie voor topsector Life Sciences
  • 6. Topsector AgroFood

  • Dovnload 382.55 Kb.