Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid

Dovnload 382.55 Kb.

Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid



Pagina7/9
Datum04.04.2017
Grootte382.55 Kb.

Dovnload 382.55 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Decentrale overheden in actie voor topsector Agro&Food

  • Gelderland: de provincie Gelderland, regio FoodValley en WUR trekken samen op in de ontwikkeling van de FoodValley Kennis-as (met o.a. WUR campus, bedrijvenparken, Expertise Centra, Kenniscluster Ede (HBO, MBO), ziekenhuis, StationTerminal). Gelderland heeft voor de periode 2011-2015 € 100 miljoen aan revolverende middelen beschikbaar gesteld voor co-financiering in Gelderse innovatieprojecten, waaronder in de topsector Agrofood. Eind 2011 wordt gestart met een revolverend fonds van € 10 miljoen.

  • Noord-Nederland: Noord-Nederland investeert de komende jaren € 20 miljoen in de realisatie van Dairy Campus. Tevens wordt er geïnvesteerd in het Carbohydrate Competence Centre en ingezet op Healthy Ageing waarin een focus op Food & Health ligt (o.a. met campus, programma’s als Life Lines).

  • Groningen: de provincie Groningen stelt de komende vier jaar € 40 miljoen beschikbaar voor projecten op het gebied van Agro&Food, Healthy Ageing en Energie.

  • Noord-Brabant: investeert € 10 miljoen in foodcampussen in o.a. Helmond (Food Technology Park Brainport) en Den Bosch (Fhealinc).

  • Limburg: investeert in de ontwikkeling van de Maastricht Health Campus (cross-over met topsector LSH) en de Greenport Venlo

  • Noordvleugel: Agro&food is een speerpuntcluster van de provincie Noord Holland, met projecten als Zaanstreek First in Food, Seed Valley en de Agriboard. De Noordvleugel investeert met de Green Life Science Hub in versterking van de veredeling van bloemen en planten door innovatieve combinaties met life science. Betreft samenwerking tussen overheid, kennisinstellingen (UVA en WUR) en regionaal bedrijfsleven.

  • Flevoland: zet samen met LTO, bedrijven en Flevolandse onderdelen van de WUR sterk in op het project Showcase Flevoland, een project gericht op het vermarkten van de kennis op gebied van verduurzaming, voedselveiligheid en voedselzekerheid.

  • Zeeland: zet in op biobased één van de kernthema’s is groene grondstoffen (cross-over met topsector chemie). Zeeland investeert € 6 miljoen in een biobased investeringsfonds in de periode 2011-2020.


7. Topsector Logistiek
Voor de topsector Logistiek pakt het kabinet samen met de sector de volgende acties op:


  1. De totstandkoming van een naadloze informatievoorziening in het logistieke systeem: de inrichting van een open ICT Platform.

In samenwerking met het bedrijfsleven en de kennisinstellingen zal een Open ICT Platform voor naadloze informatievoorziening worden ingericht. Medio 2012 wordt een masterplan, waarin wordt uitgewerkt hoe dit platform gerealiseerd gaat worden, opgeleverd. Het kabinet zal hieraan bijdragen middels de inzet van de middelen voor TNO en NWO. Uitgangspunt hierbij is dat overheidssystemen naadloos aansluiten op private systemen en ook de relevante private stakeholders betrokken worden bij het masterplan. In het masterplan zal het kabinet daarom o.a. aandacht hebben voor vraagstukken rondom mededinging, aansprakelijkheid, privacy, innovatie, ontwikkeling en beheer en de invloed van de internationale dimensie op de logistieke omgeving. Bij de uitvoering van het masterplan zal voortgebouwd worden op producten die bedrijfsleven en overheid gezamenlijk ontwikkelen in reeds lopende trajecten. Voorbeelden hiervan zijn het Window Handel en Transport zoals aangekondigd in de Digitale Agenda.nl en de Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen. Het kabinet zet zich daarnaast in op het stroomlijnen van de procedures van overheidsinstanties bij de logistieke afhandeling. De departementen I&M, EL&I, FIN, BZK en V&J trekken daarbij gezamenlijk op. Het kabinet zet zich ervoor in dat de Nederlandse procedures leidend zijn in het lopende EU harmoniseringproces (en niet de strengere regels van de andere landen) en dat Nederland als aandrijver fungeert bij de verdere ontwikkeling van wereldwijde standaarden. Steun wordt verleend aan de inspanningen van de Douane om te zorgen voor EU regels die voldoende rekening houden met de specifieke eisen van logistiek in de lidstaten.


  1. De ontwikkeling van een synchromodaal transportsysteem

Het bedrijfsleven neemt het initiatief voor een pilot voor flexibel en duurzaam transport via alle vervoerswijzen (synchromodaal systeem). Het kabinet stimuleert de totstandkoming van deze pilot middels inzet van de middelen voor TNO en NWO en het wegnemen van knelpunten bij de opschaling. Doel is te komen tot een betere benutting en duurzame inzet van het gehele transportsysteem (spoor, weg, water en door de lucht). Bij het opzetten van de pilot zal het kabinet verschillende lopende initiatieven samenbrengen, o.a. projecten die onder de hoede van het topinstituut Dinalog worden uitgevoerd. Het kabinet zal aandacht besteden aan internationale kansen. Het kabinet gaat zich tevens inspannen om een gunstiger formaliteitenstelsel te krijgen, bijvoorbeeld door het aanmerken van containers als vervoermiddel waardoor meerdere douaneaangiften bij synchromodaal vervoer niet meer nodig zijn, en vormgeven beveiligde corridors van en naar extended gates.
Samenwerking in de gouden driehoek - met behoud van ieders verantwoordelijkheden:

Komen tot een synchromodaal transportsysteem vereist een samenspel tussen bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen. Bedrijven die opdracht geven tot vervoer en vervoerders zullen (nog) vaker en slimmer lading bundelen, zodat de beladingsgraad omhoog gaat en ook andere vervoerwijzen dan het wegvervoer in aanmerking komen. De overheid past wet- en regelgeving aan zodat switchen van modaliteit gemakkelijk mogelijk is. Kennisinstellingen dragen bij door onderzoek te doen naar nieuwe contractvormen en businessmodellen en complexe besluitvormingsmodellen en innoverende technieken.




  1. Het opstellen van een gemeenschappelijke visie op een kernnetwerk van (inter)nationale verbindingen en multimodale knooppunten

Het kabinet werkt nog dit jaar samen met de sector (bedrijfsleven, havens, overheden) aan een gemeenschappelijke visie op een kernnetwerk. De visie geeft aan wat er nodig is aan verbindingen en knooppunten om te komen tot een optimale benutting en functioneren van alle modaliteiten en geeft de ruimtelijke en infrastructurele consequenties weer. Het kabinet zal de visie betrekken bij de totstandkoming van de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Milieu (SVIR) en zorg dragen voor aansluiting op het trans-Europese netwerk. De havensamenwerking, zoals aangekondigd in het achtpuntenplan van de Havenalliantie, biedt een belangrijke bijdrage aan de uitwerking van dit kernnetwerk. Dit geldt ook voor de activiteiten van de spoorgoederensector t.a.v. goed functionerende terminals en corridors, alsmede voor de luchtvaartactiviteiten zoals opgenomen in de Luchtvaartnota.

4. Samenwerking tussen zeehavens.

Het kabinet ondersteunt de samenwerking tussen de Nederlandse zeehavens om te komen tot een versterking van hun internationale concurrentiepositie. Het kabinet wil samen met de havenbeheerders de vormen van samenwerking verkennen en ontwikkelen, maar daarbij niet –zoals eerder bepleit door de Raad van Verkeer en Waterstaat in het briefadvies “Gateway Holland”- een blauwdruk, samenwerkingsstructuur of nationale havenstrategie opleggen. Het kabinet ondersteunt de door de Havenalliantie ingezette lijn en de verdere uitwerking van door de Havenalliantie ingezette en door het Topteam aangehaalde acties. Het Rijk richt zich bij aansluiten op deze acties primair op die delen waar het Rijksverantwoordelijkheden betreft. De gezamenlijke inzet van de havenbeheerders voor een optimaal vervoersnetwerk inclusief de daarvoor benodigde ICT-instrumenten, kan een belangrijke bijdrage leveren aan actiepunten 1 en 4. Uiteraard wordt bij initiatieven, vooral die op het vlak van commerciële samenwerking, steeds de nationale en internationale mededingingswetgeving gerespecteerd.  


5. Aanpassen belemmerende wet- en regelgeving

Het kabinet brengt samen met de sector in kaart waar en hoe aanpassing van wet- en regelgeving noodzakelijk is om de speerpunten van de actieagenda te kunnen realiseren. Dan gaat het bijvoorbeeld om vraagstukken rondom aansprakelijkheid t.a.v. koppeling van goederen- en informatiestromen. Waar het raamwerk Europees of internationaal bepaald is (bijvoorbeeld Rotterdam Rules), zullen vraagstukken op dat niveau geagendeerd worden.

Of om aanpassingen in het omgevingsrecht en het vergunningenstelsel voor de bouw en duurzame inrichting van multimodale overslagpunten. Wat betreft de mededingingswetgeving zet het kabinet in op een dialoog tussen de sector en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).27

Het kabinet start in 2012 op het terrein van wet- en regelgeving twee pilots. De eerste pilot gaat over informatiedeling vanuit het elektronisch binnenvaartmanifest door verschillende toezichthouders, waarbij verschillende overheden meermalig gebruik maken van een aangeleverd elektronisch bericht. De tweede pilot voorziet erin dat voor douanevervoer binnen Nederland het papieren begeleidingsdocument vervangen mag worden door een variant op een elektronische drager bijvoorbeeld barcode op smartphones en tablets.




  1. De ontwikkeling en uitvoering van een innovatiecontract in de logistiek

Begin 2012 zal de sector haar kennis- en innovatieagenda presenteren die de speerpunten uit het advies van het topteam logistiek ondersteunen.. Naast de hierboven genoemde speerpunten (ICT Platform, synchromodaal transportsysteem, kernnetwerk), zal het o.a. gaan om een demonstratieproject voor een cross chain control center, om kennisontwikkeling voor supply chain finance en het voortzetten van de kennisopbouw binnen het topinstituut Dinalog. Het kabinet vindt het van belang dat de topsector logistiek goed gebruik maakt van de EU-brede kennisontwikkeling, zoals het Strategic Transport Technology Plan (STTP) en EGNOS/Galileo, en aansluit op het Europese Kaderprogramma voor onderzoek en Technologische Ontwikkeling en Europese infrastructuur projecten.

Decentrale overheden in actie voor topsector Logistiek:

  • Rotterdam: ondersteunt de verdere uitbouw van Dinalog en investeert in Smart Port. Rotterdam streeft ernaar dat, samen met partners (in DelTri verband), de beladingsgraad van nu 45% stijgt naar 65% in 2020. Het Havenbedrijf Rotterdam zet in op het opschalen van de regionale samenwerking naar niveau Maasvlakte 2 - Moerdijk / West Brabant.

  • Rotterdam en de provincies Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland: willen de havensamenwerking in Nederland en over de grens (Gent / Antwerpen) intensiveren.

  • Gelderland: investeert € 300 miljoen in de verbinding van de A15 met de A12, als logistieke schakel tussen Rotterdam en het Duitse achterland.

  • Overijssel: investeert circa € 450 miljoen in infrastructuur. Er wordt onder meer geïnvesteerd in de verbreding van de A1.

  • Noord-Brabant: investeert € 8 miljoen in Dinalog en de Dinalog Campus en € 4 miljoen in het programma Logistic City (Midden-Brabant,). Daarnaast gaat de provincie investeren in het Logistiek Park Moerdijk.

  • Noordvleugel: investeert met het programma ‘Seamless Connections’ in innovatie in logistieke ketens (incl. leidende positie NL douane: smart gate concept). De Noordvleugel regio werkt samen met het Rijk aan de doorontwikkeling van de achterlandverbindingen, multimodale overslagpunten (ACT, Flevokust Lelystad, haven Amsterdam) en het versterken van de draaischijffunctie van Utrecht (Port of Utrecht).

  • Limburg: Provincie en gemeenten ondersteunen en investeren in de doorontwikkeling van Venlo en Sittard/Geleen tot centra van multimodaal en synchromodaal vervoer waarbij aansluiting op het Duitse en Belgische achterland en verknoping van de systemen van essentieel belang is.

8. Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen
Voor de topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen pakt het kabinet samen met de sector de volgende acties op:


  1. Wereldleider in internationaal ondernemerschap: investeren in opkomende landen en ontwikkelingslanden

Het kabinet zegt toe om samen met kennisinstellingen en bedrijfsleven te investeren in opkomende landen en ontwikkelingslanden, om bij te dragen aan de mondiale voedselzekerheid. Het gaat concreet om het samen met de Topsector Agro&Food ontwikkelen en vermarkten van nieuwe totaalconcepten die zijn toegesneden op de lokale behoeften en het bieden van maatwerkoplossingen door Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen. Daarnaast zullen investeringen in ontwikkelingslanden worden gestimuleerd.

Het kabinet zal zich sterk maken om de Nederlandse expertise optimaal in te zetten voor verbetering van de voedselzekerheid in ontwikkelingslanden waarbij gelden voor ontwikkelingssamenwerking ingezet zullen worden. Te denken valt aan initiatieven om in Afrika locale voedselgewassen te verbeteren door middel van veredeling en aan initiatieven om na oogstverliezen te verminderen, waarbij Nederlandse expertise op gebieden van agrologistiek, bewerking, verpakking en (koude) opslag kan worden ingezet. Beide typen initiatieven vragen een actieve inzet van zowel bedrijven, kennisinstellingen en overheid.




  1. Internationaal topcentrum voor kennis, onderzoek en onderwijs

Het kabinet onderschrijft de wens van de topsector om de bestaande goed functionerende Gouden Driehoek verder te laten evolueren tot een ‘Gouden Ring’. Dit kan gerealiseerd worden via het te ontwikkelen innovatiecontract.
Het kabinet financiert in 2012 het Technologisch Topinstituut Groene Genetica (TTI GG) en het Centre for Biosystems Genomics (CBSG) en neemt de verdere ontwikkeling ervan mee in het innovatiecontract. Een center of expertise voor Greenports is in ontwikkeling.
Het kabinet juicht het nieuwe initiatief van de sector toe om zelf € 75 miljoen te investeren in een Revolverend Innovatiefonds Tuinbouw&Uitgangsmateriaal gericht op de primaire sector. De sector (met uitzondering van de primaire sector) heeft daarnaast toegang tot het generieke Innovatiefonds MKB+.
Voor onderwijs: zie passage bij topsector Agro&Food.
Versterking Infrastructuur Plantgezondheid

Het programma “Versterking Infrastructuur Plantgezondheid” heeft de afgelopen twee jaar een serie moleculaire methoden ontwikkeld voor nVWA en keuringsdiensten op het gebied van identificatie, detectie, extractie en vitaliteit van belangrijke plantpathogenen. Uniek aan dit programma was dat de eindgebruikers al in de ontwikkelingsfase bij het project waren betrokken en praktische input konden leveren. Hieronder werden de ontwikkelingen steeds voor en door de praktijk bijgeschaafd. Dankzij deze aanpak is het grootste deel van de methoden inmiddels geschikt bevonden om gevalideerd en geïmplementeerd te worden. Samenwerking tussen kennisinstellingen, overheid en bedrijfsleven heeft zo geleid tot methoden waarmee de eindgebruiker import en export effectiever en efficiënter kan controleren op de aanwezigheid van schadelijke plantpathogenen. De kans op ernstige economische schade als gevolg van het binnenkomen van schadelijke plantpathogenen is daardoor een stuk kleiner geworden. De resultaten van dit programma zijn een goed voorbeeld van hoe samenwerking tussen de diverse onderdelen van de gouden driehoek leidt tot een sterkere positie van Nederland op het gebied van plantgezondheid en uitgangsmateriaal.




  1. De meest duurzame sector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen ter wereld

Het kabinet verwelkomt de uitgesproken hoge ambities op het gebied van duurzaamheid. Het kabinet blijft investeren investeren op duurzaamheidthema’s: energie (o.a. Kas als energiebon), water, plantgezondheid, duurzame bodem en biobased economy.


  1. Optimale ruimte en infrastructuur voor de gehele keten

Het kabinet pakt in MIRT-verband het verzoek op tot voldoende ontwikkelingsruimte voor vooral de Greenports en de ontsluiting hiervan. Zo heeft het kabinet besloten tot het doortrekken van de A4 tussen Delft en Schiedam, de investeringen in Coolport/Rotterdamse haven en het initiatief ACT/ Schiphol dat onder andere in verband met de ongestoorde logistieke verbinding Aalsmeer-Schiphol voor de sierteelt van groot belang is. Het kabinet neemt ook de verzoeken voor investeringen in fysieke infrastructuur voor multimodaal transport ter overweging mee in de uitvoering Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het MIRT. Hierbij zal het kabinet voortbouwen op initiatieven zoals Railwayteminal HTS Cargo, waar nacht- en vrachtvluchten worden vervangen door vervoer per rail. Tot slot zal worden bezien of onnodig beperkende of tegenstrijdige ruimtelijke regelgeving voor deze sector op centraal/decentraal niveau kan worden aangepakt.


  1. Randvoorwaarden: balans kwekers- en octrooirecht

Het kabinet streeft naar een goede balans tussen kwekers- en octrooirecht. Er wordt gewerkt aan een wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 om een beperkte octrooirechtelijke veredelingsvrijstelling mogelijk te maken. Tevens gaat het kabinet onderzoeken wat de haalbaarheid en wenselijkheid zijn van het invoeren van een uitgebreide veredelingsvrijstelling in het octrooirecht op Europees niveau, inclusief eventuele alternatieven. Tot slot zal een onafhankelijk voorzitter worden aangezocht om de dialoog met belanghebbenden over dit vraagstuk verder vorm te geven. Deze zal bemiddelen tussen de betrokken partijen en advies uitbrengen aan de bewindslieden over verder te nemen stappen. Daarnaast zal het kabinet zich proactief inzetten voor Europese wet- en regelgeving die het gebruik van nieuwe veredelingstechnieken stimuleert en versnelt.

Decentrale overheden in actie voor topsector Tuinbouw

  • Greenportoverheden: Overheden met een sterke tuinbouwsector zijn verenigd in het Greenportoverheden-overleg. De totale bijdrage van deze decentrale overheden aan projecten in de tuinbouw is € 645 miljoen tussen 2012 en 2014. Het betreft investeringen in ruimte en infrastructuur, campusvorming, duurzaamheid en kennisvalorisatie.

  • Limburg: tot 2040 ontwikkeling van 1.000 ha voor Greenport Venlo

  • Noord-Holland: investeert in het Flower Valley project; een regionaal expertisenetwerk dat zich richt op onderwijs en arbeidsmarkt, kennis en innovatie en duurzaamheid en door het beter vermarkten van het duurzame sierteeltproduct.

  • Zuid-Holland: investeert in geothermie en opschaling CO2 netwerk vanuit het havengebied t.b.v. de glastuinbouw. Bovendien investeert de provincie, samen met de gemeente Rotterdam en bedrijfsleven in Cool Port, een verbinding van de Greenport met de Mainport. Hiertoe is een gezamenlijk investeringsprogramma van meer dan € 200 miljoen opgesteld.



9. Topsector Water
Voor de topsector Water pakt het kabinet samen met de sector de volgende acties op:


  1. Een innovatieve thuismarkt

Het Topteam geeft aan dat de omvangrijke investeringen van de Nederlandse overheden een belangrijke katalyserende rol kunnen vervullen om innovaties uit te lokken, publieke middelen efficiënter in te zetten om maatschappelijke problemen op te lossen en de topsector internationaal te profileren. Het kabinet zal actief meewerken aan een intensievere samenwerking tussen markt en overheid zoals het Topteam voorstelt.
Bij overheidsinvesteringsstromen zullen innovatiemogelijkheden worden geïncorporeerd. Dat kan bijvoorbeeld voor deltatechnologie binnen het hoogwaterbeschermingsprogramma, dat onderdeel is van het samenhangend veiligheidsprogramma in het deltaprogramma. In 2012 zullen, op initiatief van de (nog nader vorm te geven) waterregisseur, afspraken worden gemaakt hoe binnen de beschikbare budgetten in het primaire proces innovatie worden geïncorporeerd en zal ook aandacht worden besteed aan risicodeling en kennisuitwisseling. Basis voor de afspraken zijn het topsectoradvies en het bestuursakkoord water. In de watertechnologie wordt een nauwere samenwerking ingezet van bijvoorbeeld waterschappen met technologiebedrijven in de ontwikkeling van nieuwe zuiveringstechnologieën. Defensie en de Rijksrederij blijven een belangrijke rol spelen als innovatieve aanbesteder en lead customer voor de maritieme sector.


  1. Uitwerking van de business cases

In reactie op een uitvraag van het topteam heeft de watersector ruim 70 businesscases ingediend, waarvan 13 voorstellen in een gevorderd stadium zijn en kansrijk in de uitvoering. NWO kan aansluiten bij een aantal van deze business cases en het fundamenteel onderzoek daarin meer betrekken. De businesscases bevinden zich nog in verschillende stadia van uitwerking. Het kabinet vraagt de waterregisseur om het uitwerkingsproces van de businesscases vorm te geven samen met de sector en kennisinstellingen. Het kabinet zal de ontwikkeling en realisatie van businesscases zoveel mogelijk faciliteren en helpen om knelpunten bij implementatie op te lossen. Diverse Rijksonderdelen (waaronder Rijkswaterstaat) zullen participeren bij specifieke business cases, en ook decentrale overheden hebben inmiddels aangegeven te willen participeren. Private businesscases kunnen financieel ondersteund worden vanuit het innovatiefonds MKB+. Daarnaast stelt het kabinet capaciteit en budget beschikbaar voor de uitwerking van kansrijke business cases die bijdragen aan een maatschappelijke doelstelling.
In het topsectoradvies zijn 7 speerpunten genoemd. Kenmerkende business cases worden uitgewerkt in samenwerking met de private sector, de kennisinstellingen en de overheid (Rijk en decentrale overheden). De speerpunten zijn:

1. Water for all: over de beschikbaarheid van goed en voldoende (drink)water voor iedereen, de voorbeeldcase

NL Watercluster richt zich op full-service aanbiedingen op de wereldwatermarkt.

2. More crop per Drop: het speerpunt richt zich op hoogwaardige zoetwatervoorziening voor de productie van

voedsel. Voorbeeldcases zijn Leven met Zout en Legio(nella) Free Watersystems.

3. Enabling Deltalife: over het leven met water in delta´s, met als voorbeeldcase Building With Nature /

Ecoshape en Flood Control.

4. Maritieme Wereldtop: over de ketens in de maritieme sector met als voorbeeldcases de bouw van schone

schepen, gegarandeerde inzetbaarheid van schepen (TCO) en haveninfrastructuur.

5. Winnen op Zee: het speerpunt betreft de energie- en grondstofwinning op en uit zee, met als voorbeeldcase

Deep Sea Mining.

6. Water en Energie: over de winning van energie uit en met water, voorbeeldcases zijn initiatieven voor

getijdenenergie in Zeeland en Blue Energy Afsluitdijk.

7. Water en ICT: kansen voor ICT in de watersector, met als business case Digitale Delta, die voorziet in een



open source water informatiesysteem waar data en applicaties worden uitgewisseld.


  1. Een sterke kennis- en innovatiebasis

Het kabinet werkt aan een excellente innovatie- en kennisklimaat en neemt daartoe verschillende generieke maatregelen (zie hoofdstuk 2), daarnaast worden er specifiek voor de topsector water een aantal acties in gang gezet. Het topteam 2.0 presenteert begin 2012 het innovatiecontract. Onderdeel daarvan is o.a.:

  • NWO zal het thema Water en Klimaat maximaal afstemmen met de sector en gezamenlijk gaan programmeren conform het verzoek van het topteam.

  • Het kabinet steunt het verzoek om te komen tot programmatische samenhang tussen KWR/STOWA/RIONED en TTIWater/WETSUS, deze partijen wordt gevraagd een samenhangend programma op te stellen in overleg met de sector.

  • Met de noordelijke overheden is het kabinet overeengekomen dat uit voor het Noorden geoormerkte Rijksgelden uit het Zuiderzeelijnbudget gedeeltelijk kunnen worden ingezet voorcontinuering van het TTIWater/Wetsus en voor uitwerking van het ICT en waterproject IJkdijk. De precieze inzet is voorwaardelijk op en medeafhankelijk van de uitwerking van de financiering van de TTIs voor 2013 en van de inzet van andere Rijksmiddelen.




  1. Versterking internationale positionering

Het kabinet stelt als doel om Nederland wereldwijd te positioneren als leidend en toonaangevend land op het gebied van delta- maritieme- en watertechnologie. Onder andere door:

  • Aan het voorstel van het topteam om mede privaat gefinancierde vertegenwoordigers vanuit de watersector strategisch in landen/regio’s in te zetten wordt invulling gegeven om de internationale positie van de sector te versterken. Mede vanuit het oogpunt van de rol en inzet van het postennetwerk is nadere uitwerking en afstemming noodzakelijk.

  • Het kabinet staat positief tegenover het verkennen van de mogelijkheden van drinkwaterbedrijven en waterschappen om bij te dragen aan het beter benutten van marktkansen in het buitenland. Daarbij geldt als voorwaarde een strikte scheiding tussen de publieke taken en andere activiteiten.

  • Het kabinet zal in 2012 samen met de maritieme sector de belemmeringen in internationale regelgeving op het vlak van innovatie en export in kaart brengen (o.a. internationale regelgeving inzake grondstoffenwinning op zee).

  • De aanpak uit het interdepartementale programma Water Mondiaal zal verder worden versterkt. Daarbij zal nadrukkelijk de samenwerking worden gezocht met de private sector en met initiatieven uit de kenniswereld die zich richten op het wereldwijd delen van kennis op het gebied van delta- en watertechnologie. Bij het aangaan van samenwerkingsrelaties met nieuwe Water Mondiaal landen zal het programma zich prioritair richten op de wederzijdse economische belangen in de samenwerking, en de handelsbevordering voor de watersector in het buitenland.

  • Ook zal het kabinet bij de totstandkoming van de meerjarenplannen voor de 5 nieuwe OS ‘waterlanden’ de aanpak van water mondiaal inzetten, waarmee de betrokkenheid van de sector bij het behalen van de ontwikkelingsdoelstellingen wordt versterkt. Samenwerking met de sector, zal analoog plaatsvinden aan de wijze waarop de sector wordt betrokken bij de herziening van het bedrijfsleveninstrumentarium.

  • Om internationale ontwikkelingsrelaties, kennisuitwisseling en marktontwikkeling op lange termijn te waarborgen worden jonge waterprofessionals geïnteresseerd voor het buitenland. Hiertoe wordt door de overheid samen met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties een Young Expert Program opgezet dat zich in eerste instantie richt op de OS partnerlanden.

  • Door vanuit dezelfde aanpak te werken wordt de synergie tussen de waterprogramma’s van de verschillende departementen vergroot en de samenwerking met bedrijven, NGO’s kennisinstellingen en de publieke sector vergemakkelijkt. Hiermee verzilvert het kabinet de kansen om economische- en ontwikkelingsdoelstellingen te combineren.

  • Het kabinet hecht aan het verduurzamen van natuurlijke hulpbronnen inclusief water en ecosystemen, ook in de ontwikkelingscontext. Milieu en klimaat zullen als dwarsdoorsnijdende thematiek meegenomen worden binnen de  OS prioriteiten voedselzekerheid en water. Een integrale visie ten aanzien van water - watersysteem- of ketenbenadering - zal worden gestimuleerd. De nadruk op duurzaamheid en integratie vergroot de behoefte aan kwalitatief hoogwaardige kennis en innovatie waarmee de concurrentiekracht van de Nederlandse watersector toeneemt.

  1. Financiering en financieringsvoorwaarden buitenlandse opdrachten

Binnen de topsector water gaat er een gemengde High Level-werkgroep van bedrijfsleven en overheid aan de slag om de exacte knelpunten voor financiering van buitenlandse opdrachten in kaart te brengen en te zoeken naar mogelijkheden voor een level playing field. Deze werkgroep maakt inzichtelijk in welke mate het aanpakken van knelpunten tot positieverbetering van het Nederlandse bedrijfsleven in zijn algemeenheid leidt. De werkgroep wordt gevraagd om uiterlijk in het voorjaar van 2012 met voorstellen voor oplossingen te komen, waarbij rekening wordt gehouden met de bestaande nationale en internationale kaders.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • 7. Topsector Logistiek
  • Samenwerking in de gouden driehoek - met behoud van ieders verantwoordelijkheden
  • Decentrale overheden in actie voor topsector Logistiek
  • 8. Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen
  • Versterking Infrastructuur Plantgezondheid
  • Decentrale overheden in actie voor topsector Tuinbouw
  • 9. Topsector Water

  • Dovnload 382.55 Kb.