Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid

Dovnload 382.55 Kb.

Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding: het bedrijvenbeleid



Pagina9/9
Datum04.04.2017
Grootte382.55 Kb.

Dovnload 382.55 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Een aflopend deel van de middelen, met name in de eerdere jaren, is gekoppeld aan lopende programma’s en bestaande instellingen. Deze lopende programma’s worden zoveel mogelijk ingezet en/of aangepast voor de topsectoren. Dit gebeurt in overleg met de topteams, onder meer in het kader van de innovatiecontracten. Deze programma’s hebben deels betrekking op FES gelden voor TTI’s en PPS consortia, waarvan de topteams hebben aangegeven dat deze aansluiten op de agenda’s.


Het kabinet verwacht van de private partijen een forse inspanning. In de agenda’s is al een behoorlijk privaat commitment uitgesproken. Dit commitment zal de komende tijd, onder meer in het kader van de innovatiecontracten, hard moeten worden gemaakt. Daarnaast zullen andere partijen zoals decentrale overheden, universiteiten, scholen en maatschappelijke organisaties een bijdrage leveren en zullen Europese middelen worden benut. Het bedrag dat de decentrale overheden zullen investeren bedraagt de komende jaren cumulatief circa € 3 miljard.
Voor verschillende acties uit de agenda’s doet het kabinet in deze brief concrete toezeggingen of reserveringen. Deze zijn in de voorgaande hoofdstukken benoemd. Deze toezeggingen of reserveringen worden uit de middelen uit de bovenstaande tabel gefinancierd of uit andere begrotingsartikelen van de betrokken departementen. Op de besteding van de overige middelen wordt hieronder verder ingegaan.
Kennis, innovatie en financiering

Voor kennis en innovatie vraagt het kabinet de topsectoren om innovatiecontracten af te sluiten voor de komende jaren. Op basis van de contracten zal in het voorjaar van 2012 een besluit worden genomen over de inzet van de middelen. Hiervoor is per jaar oplopend tot circa € 1 miljard in 2015 beschikbaar uit de middelen voor kennis en innovatie en een deel van de departementale bijdragen. De private bijdrage zal mede bepalen hoeveel middelen er uiteindelijk per contract beschikbaar komen. In 2012 zullen vooruitlopend op de innovatiecontracten al een aantal specifieke acties worden ondersteund. In hoofdstuk 2 en 3 worden deze  beschreven. Hiernaast zijn budgetten beschikbaar voor de generieke innovatie-instrumenten waaronder het Innovatiefonds MKB+, WBSO, RDA en Innovatiebox. Deze zijn toegankelijk voor bedrijven uit alle sectoren.


Specifieke bijdragen departementen

Voor de sectoren energie, agro&food, tuinbouw, logistiek, life sciences & health, en water zijn specifieke middelen beschikbaar. Deze worden door de betreffende departementen in samenspraak met de topteams ingezet, waarbij betrokken departementen verantwoordelijk blijven voor de besteding van hun middelen in lijn met de beleidsdoelstellingen. Voor de rest vallen deze besluiten de komende jaren, onder meer op basis van de innovatiecontracten. De middelen van Defensie zijn bestemd voor beleidsondersteunende contractresearch bij onderzoeksinstellingen en bedrijven. Op basis van de op te stellen innovatiecontracten voor onder meer High Tech en Water zal het ministerie van Defensie beslissen of en hoe deze middelen zodanig kunnen worden besteed dat zij optimaal bijdragen aan het versterken van deze topsectoren. Dit geldt eveneens voor de middelen voor toegepast onderzoek van het Ministerie van Defensie, welke indicatief voor 50 procent zijn toegerekend aan de topsectoren (deze vallen onder regel 2 van de tabel). De topteams kunnen inspelen op de kansen die de bedrijfsleveninstrumenten bieden in het kader van ontwikkelingssamenwerking. Met name bedrijven en kennisinstellingen op het gebied van water, food, tuinbouw, life sciences & health en high tech komen hiervoor in aanmerking. Het EL&I instrumentarium op het gebied van internationaal ondernemen zal de komende tijd worden ingericht en ingezet ten behoeve van de topsectoren. Deze middelen worden o.a. besteed aan PPP’s, strategische acquisitie en economische missies.


De minister van EL&I rapporteert in de genoemde jaarlijkse brief aan de Tweede Kamer en in het jaarverslag over de realisatie van de overzichtstabel. De betrokken departementen leggen verantwoording af over de realisatie van hun eigen middelen binnen deze tabel via hun jaarverslagen, mede op basis van de verantwoording door de partijen die financiering hebben ontvangen van de overheid.




1 Naast de negen topsectoren is ook een topteam ingesteld voor het doorsnijdende gebied hoofdkantoren.

2 Zie bijvoorbeeld de Grondstoffennotitie van het kabinet van 15 juli 2011.

3 OECD, Green Growth Strategy, mei 2011.

4 Planbureau voor de Leefomgeving, De Energieke Samenleving, juni 2011.

5 Planbureau voor de Leefomgeving, ‘De Energieke Samenleving’, 2011.

6 Zie ook ´De effectiviteit van economische diplomatie´, S. Moons en P. van Bergeijk, ESB 96(4616), 2011.

7 o.a. Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap (“Kwaliteit in verscheidenheid”), kamerstuk 31 288 nr. 194; Actieplan MBO, kamerstuk 31 524, nr. 88; beleidsbrief “Meer dan kwaliteit, een nieuwe visie op cultuurbeleid’, kamerstuk 32 820 nr. 1; AWT-advies nr. 76 “Kapitale Kansen’ (deze brief is tevens een reactie op dat advies); Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, kamerstuk 32 660, nr. 17; Beleidsbrief Prioritering investeringen mobiliteit en water, kamerstuk 32 500-A, nr. 83; Beleidsbrief Eenvoudig Beter, kamerstuk 31 953, nr. 40; Digitale Agenda, kamerstuk 29 515, nr. 331; Beleidsbrief Buitenlands beleid en handelspolitiek, kamerstuk 31 985, nr. 5 en de Brief Woonvisie, kamerstuk 32 847, nr. 1.

8 Wet vermindering afdracht loonbelasting en premies voor de volksverzekering, voorheen Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO).

9 De publicatie “Hoe de Nederlandse economie haar kenniswerkers behield”, die een dezer dagen aan de Tweede Kamer wordt gestuurd, laat de positieve ervaringen zien met het bevorderen van mobiliteit van kenniswerkers in de Kenniswerkersregeling 2009-2010.

10 Eind 2010 hebben EL&I en OCW het Valorisatieprogramma gestart, aansluitend op de valorisatie-agenda “Kennis moet circuleren”; hiervoor is € 80 miljoen beschikbaar (2010-12) als eenmalige impuls voor het faciliteren van verankering van valorisatie rondom kennisinstellingen in alle kennisdomeinen en het stimuleren van publiek-private netwerken rond de universteiten.

11 Zo wordt in samenwerking met OCW gewerkt aan een actieplan om ondernemerschap in het onderwijs te verankeren en belemmeringen voor student-ondernemers weg te nemen.

12 Handelingen 2010-2011, nr. 26, pag. 67

13 o.a. rapport Commissie De Swaan en het AWT-advies Kapitale kansen

14 van Ark, O'Mahony, Timmer: ‘The productivitity gap between Europe and the US’, OECD Factbook, 2009

15 32637, nr. 10.

16 Actieplan MBO 2011-2015 en de Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap

17 Betreft OCW-begroting: de besparingen van de langstudeerdersmaatregel en het sociaal leenstelsel masterfase worden op deze wijze geherinvesteerd in het hoger onderwijs. Betreft EL&I-begroting t.a.v. het groene onderwijs.

18 Naast bestaande bedrijfsleveninstrumenten als ORIO en PSI worden ook nieuwe instrumenten ontwikkeld zoals FOM-OS en het pro-por innovatiefonds.

19 In de kabinetsreactie op het SER advies over Bedrijfsleven en OS, gepland voor oktober a.s., zal hier nader op in worden gegaan.

20 Door het vorige kabinet gereserveerd; het betreft middelen van OCW.

21 Het eindrapport van het onderzoek wordt verwacht in september 2011. Dit rapport dient als input voor de uitwerkingsfase van de agenda van de topsector chemie.

22 Brief ‘Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid’, Kamerstuk 32820 nr. 1

23 Kamerstuk 31510, nr. 45

24 Wet ruimtelijke ordening, §3.6.3. In de rijkscoördinatieregeling worden de verschillende besluiten (vergunningen en ontheffingen) die voor een project nodig zijn tegelijkertijd en in onderling overleg genomen. Het gaat naast vergunningen en ontheffingen vaak ook om een inpassingplan van het Rijk. Dit is een ruimtelijk besluit van het Rijk, vergelijkbaar met een bestemmingsplan.

25 Het ministerie van VWS heeft daartoe in de brief aan de NFU over de Academische Component (subsidie voor de UMC’s) reeds verwezen naar de topsectoragenda.

26 Zie voor middelen en instrumenten ook paragraaf 2.5 over internationalisering/ontwikkelingssamenwerking.

27 Naar aanleiding van de evaluatie van de Raad van Bestuur van de NMa in 2010 zet de NMa in op het vergroten van de transparantie richting het bedrijfsleven, o.a. door thematische of sectorale rondetafelbijeenkomsten,. Kamerstukken II, 2010-2011, 24036, nr. 377.

28 Waaronder Greenports, Brainport, Food Valley, Maintenance Valley, Energy Valley, nanotechnologie in Twente en Delft, Zuidas in Amsterdam, Schiphol en de haven van Rotterdam.

29 ‘Economische visie op de langetermijnontwikkeling van Mainport Rotterdam, op weg naar een Mainport Netwerk Nederland’, 2009, Kamerstuknr. 24691 nr. 101

30 Moties Dijksma (TK vergaderjaar 2010-2011, 32637, nr. 3) en Verhoeven (TK vergaderjaar 2010-2011, 32637, nr.8)

31 De kasbedragen hebben deels betrekking op reeds aangegane verplichtingen. Daarnaast worden in de periode 2012 – 2015 nieuwe verplichtingen aangegaan (o.a. € 500 miljoen via het Innovatiefonds) die weer leiden tot kasbedragen na 2015.

32 Dit leidt tot een fonds met een omvang t/m 2015 van ca. € 500 miljoen.

33 Bedrag in 2012 is bestemd voor het handhaven van het plafond in de WBSO op € 14 miljoen. Vanaf 2013 is het bedrag bestemd voor ophoging van de WBSO, fiscale stimulering van de mobiliteit van kenniswerkers en voor de RDA+.

34 o.a. voor Onderzoeksinfrastructuur en STW.

35 Het bedrag is cumulatief € 16,4 miljoen. Voor de ‘Centers of Expertise’ is een bedrag in dezelfde orde van grootte beschikbaar.

1   2   3   4   5   6   7   8   9


Dovnload 382.55 Kb.