Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave

Dovnload 35.96 Kb.

Inhoudsopgave



Datum14.03.2017
Grootte35.96 Kb.

Dovnload 35.96 Kb.


Fysieke en Cognitieve Ontwikkeling in de Adolescentie

hoofdstuk 11

Inhoudsopgave


Inleiding 4

Visies op adolescentie 4

Conclusie 5

1.Biologische veranderingen 5

1.1.Hormonale Veranderingen 5

1.2.Lichamelijke groei: Hersenontwikkeling 5

seksuele rijping 7



1.3.Individuele Verschillen in Timing van Puberteit 7

1.4.Psychologische Impact van Puberteit 8

Directe Reacties 8

Humeurigheid 8

Conflict met ouders 9

Timing van Puberteit 9

2.Cognitieve ontwikkeling 9

2.1.Formeel-Operationeel Stadium 9

2.2.Informatieverwerking: Vooruitgang in Adolescentie 11

2.3.Gevolgen van Abstract Denken 11

Imaginair publiek 11

Persoonlijke legende 12

Risicogedrag 12



Inleiding





  • Puberteit (10 – 15 jaar) pubertijd

reeks biologische gebeurtenissen die leiden tot

    • volwassen gestalte

    • seksuele rijpheid

  • Adolescentie (10 – 20 jaar)

volledige overgang tussen kindertijd en volwassenheid

Visies op adolescentie





  • Biologisch perspectief

    • Puberteit: hormonen

    • Storm and Stress

    • Freud – genitale stadium:

      • De seksuele drift “ontwaakt” na de latentiefase en veroorzaakt psychologisch conflict en losgeslagen gedrag.

      • Slechts tegen het einde van de adolescentie geraakt deze drift gekanaliseerd en mondt dit uit in de capaciteit om een intieme relatie aan te gaan.

  • Adolescentie = Sturm und Drang (generatieconflicten, irrationaliteit, en humeurigheid)

“Teens are emotionally unstable and pathic. It is the age of natural inebriation which made Plato define youth as spiritual drunkenness” (Stanley Hall) eerste die het woord adolescentie gebruikte

“Adolescents are excessively egoistic, regarding themselves as the centre of the universe and the sole object of interest, and yet at no time in later life are they capable of so much self-sacrifice and devotion” (Anna Freud)





  • Sociaal perspectief

    • Culturele invloeden: niet in elke cultuur verloopt de adolescentie zo turbulent: onderzoek van Margareth Mead (1928): “Coming of Age in Samoa”

    • Niet overal even sterke puberteit




  • Naar een evenwicht

    • Sommige zaken (biologische veranderingen, sociale verwachtingen) zijn universeel

    • Het soort verwachtingen en de mate van druk die op adolescenten wordt geplaatst verschilt van cultuur tot cultuur

    • In onze geïndustrialiseerde cultuur: lange adolescentie (moratorium):

      • Moratorium: Tolerantie nr jongeren toe, ruimte om te experimenteren zonder gestraft te worden  Erikson, hij vond het belangrijk dat het moratorium er is. Hoe sterk is dit aanwezig nu? Minder vrijheid voor jongeren…

      • Vroege adolescentie (11-14)

      • Midden adolescentie (14-16)

      • Late adolescentie (16-18)

Conclusie





  • Is de adolescentie een periode van normatieve toenames in probleemgedrag, losgeslagen emoties en ouder-kind conflicten?

  • Vanaf de jaren ’80 werd dit beeld vanuit onderzoek bijgesteld (vb. Coleman)

  • Toch vinden heel wat snelle en spectaculaire veranderingen plaats tijdens de adolescentie (biologisch, cognitief, sociaal)

  • Uitdagende en interessante periode, zowel voor de adolescenten zelf als voor psychologen!


  1. Biologische veranderingen




    1. Hormonale Veranderingen





  • Groeihormoon en thyroxine – toename rond 8 – 9 jaar (lengte en botten)

  • Geslachtshormonen:

    • Oestrogenen: meer bij meisjes

    • Androgenen (vb. Testosteron): meer bij jongens

  • Schema aanvullen

feedbacklus valt bij jongens gedurende een aantal maanden weg, overproductie van geslachtshormonen met als gevolg de geslachtsrijping, hormonen doen iets met lichaam maar ook met gedrag en we zien pieken van agressief gedrag bij jongens door testosteron


fig3
    1. Lichamelijke groei: Hersenontwikkeling





Synaptisch snoeien

Frontale cortex

Cognitieve voordelen

  • Aandacht

  • Plannen

  • Integreren van informatie

  • Zelf-regulatie

Versnelling van myelinisatie

  • tussen overgebleven cellen worden door myelinisatie beter gemaakt

  • sneller en beter denken

  • 200x sneller

  • voltooid op leeftijd van 25

Connecties tussen regio’s worden versterkt

Respons op neurotransmitter neemt toe

Meer sensitief voor exciterende prikkels

Intensere reactie op

  • Stress

  • Plezier, nieuwe stimuli

neuron2

paradox: adolescentie is een periode van grote vooruitgang maar toch ook periode van risico’s en roekeloos gedrag, gebied in hersenen subcorticaal al op jonge leeftijd goed ontwikkeld en die gebruik je om snelle impulsmatige beslissingen te nemen (gevoelig voor druk, plezier) wordt geactiveerd bij plezier maken; prefrontale cortex is de rem op je gedrag, het controle systeem dat er voor zorgt dat de impulsneigingen kunt remmen of uitstellen tot een hoger doel maar dit soort vaardigheid ontwikkeld zich pas later en dit zorgt voor een onevenwicht in de hersenen en dit zorgt voor roekeloos gedrag en risico’s maar hoeft niet negatief zijn  creativiteit, out of the box, nieuwe ideeën, kunstenaars gebruiken vaak drugs of drank om de prefrontale cortex uit te schakelen om zo niet geremd te zijn in ideeën


  • Adolescenten hebben nog evenveel slaap nodig als jongere kinderen, maar gaan typisch later slapen

    • Door melatonine wordt je ’s avonds moe en wil je slapen maar dit ontbreekt bij jongeren

    • Wordt veroorzaakt door biologie

    • Maar ook door gewoonten en sociale ontwikkeling (vb. TV, facebook, uitgaan, …)

  • Gebrek aan slaap interfereert met aandachts- en emotieprocessen en leidt tot

    • Slechtere schoolresultaten

    • Humeurigheid

    • Risicogedrag







Jongens

Meisjes

Groeiversnelling

Begint op 12 jaar 1/2

Begint op 10 jaar

Proporties

Schouders breder

Benen langer



Heupen breder

Spier-vet verhouding

Meer spiertoename, aerobic efficiency

Vet dat erbij komt verspreid



Meer vettoename

Vet komt op specifieke plaatsen: bbb



Lengtegroei per jaar (cm)
door snelle groei hebben jongeren veel eten nodig, zorgen dat er veel gezonde voeding in hun buurt is zodat ze naar deze grijpen en niet naar ongezonde snacks, pubers die niet op tijd eten krijgen worden agressief

seksuele rijping



Primaire geslachtskenmerken

  • Rijping voortplantings-organen

  • Meisjes: menarche (12 ½ à 13 jaar, samen met piek in groeispurt)

  • Jongens: spermarche (13,5 jaar)


Secundaire kenmerken

  • Andere zichtbare lichaamssignalen van seksuele rijpheid

  • Meisjes: borsten

  • Jongens: haar aangezicht, stem verandert

  • Beide: haar onderarmen en schaamhaar


Meisjes
Borstontwikkeling 10 (mediaanleeftijd)

Begin versnelde groei 10

Schaamhaar (begin) 10.5

Piek versnelling lengte 11.7

Menarche (menstruatie) 12.8

Volwassen gestalte 13

Borsten volgroeid 14

Schaamhaar (volledig) 14.5



Jongens
Testes groter 11.5

Schaamhaar (begin) 12

Penis groter 12

Begin versnelde groei 12.5

Spermarche (ejaculatie) 13

Piek versnelling lengte 14

Penis volgroeid 14.5

Volwassen gestalte 15.5



Schaamhaar (volledig) 15

    1. Individuele Verschillen in Timing van Puberteit





  • Erfelijkheid

  • Voeding, lichaamsbeweging

  • SES: sociaal economische status

  • Etnische groep

  • Ervaringen in het gezin

  • Seculaire trend

  • Steeds vervroeging van puberteit



    1. Psychologische Impact van Puberteit

Directe Reacties





  • Welke emoties overwegen vooral? Te maken met gezinscontext en leeftijdsgenoten

  • Reacties op menarche en spermarche kunnen erg gemengd zijn: zelfvertrouwen, teken van volwassenheid ó schrik, onzekerheid, en angst

  • Type reactie is sterk afhankelijk van de mate waarin en de manier waarop dit wordt aangekondigd

    • vb. voorlichting door ouders



Humeurigheid





  • Relatie met hormonen: zwak

  • Welke andere factoren kunnen de humeurigheid van adolescenten verklaren?

    • Onderzoek met ‘beepers’ (Larson en collega’s)

    • Methodologie: Experience Sampling Method: adolescenten worden 1 week gevolgd en worden 3x per dag onverwacht “opgebeeped”: aanduiden van gevoelens (negatief affect en positief affect) en life events




  • Resultaten onderzoek Larson:

    • (A) Adolescenten vertonen meer negatieve stemmingen

      • Maar: meer negatieve gebeurtenissen (vb. hogere verwachtingen op school, uitgebreider sociaal netwerk, …) en heftiger daarop reageren

    • (B) Gevoelens minder stabiel dan tijdens volwassenheid (‘mood swings’)

      • Maar: vaker van ene situatie in andere (vb. dagen van de week, activiteiten)

  • Conclusie: biologische en sociale factoren bepalen samen de toegenomen humeurigheid


Conflict met ouders


  • Dieren, niet-industriële samenlevingen: fysieke afstand (incest vermijden)

  • óIndustriële samenleving: psychologische afstand als alternatief

  • Conflict gaat doorgaans over alledaagse zaken waarbij ouders en adolescenten verschillen in visie (zie later: cognitieve ontwikkeling)

  • Meeste conflicten: mild (beperkt)

  • Als heel veel conflicten: negatieve gevolgen!



Timing van Puberteit








Jongens

Meisjes

Vroeg rijpen

  • Populair

  • Zelfvertrouwen, onafhankelijk

  • Positief lichaamsbeeld

  • Niet-populair

  • Teruggetrokken, weinig vertrouwen, beeld lichaam negatief

  • Meer deviant gedrag

Laat rijpen

  • Niet-populair

  • Angstig, praatziek, zoekt aandacht

  • Negatief lichaamsbeeld

  • Populair

  • Sociaal, levendig

  • Positief lichaamsbeeld




  • Lichamelijke aantrekkelijkheid

    • Lichaamsbeeld = opvatting over en houding tegenover eigen voorkomen

  • Aansluiten bij oudere peers  vroeg contact met drugs, delinquentie, en vroegtijdige seksuele ervaringen (+ depressie: “out of place”)




  • 14-15 jaar: uiterlijk is heel belangrijk, latere leeftijd wordt peergroup belangrijk

  • Lange-termijn gevolgen?

    • Vooral voor vroeg rijpende meisjes: stabiliteit in problemen (slechtere relaties met familie en vrienden, kleinere sociale netwerken en minder levenstevredenheid)



  1. Cognitieve ontwikkeling




    1. Formeel-Operationeel Stadium





  • Hypothetisch-deductief redeneren (= denken als een wetenschapper)

    • Hypotheses afleiden uit een algemene theorie

    • Denken als een wetenschapper

    • Hypothese formuleren en omzetten in toetsbaar experimenteel opzet

    • Slinger problem




  • Propositie-denken

    • De logica van verbale uitspraken evalueren (zonder verwijzing naar de echte wereld)

    • Experiment met de poker chips




  • Denken in termen van mogelijkheden!

    • over niet-waarneembare en niet-ervaren dingen (vb. toekomst)

    • over zaken die anders kunnen zijn dan ze nu zijn (vb. ouders)

    • zelfreflectie, dagdromen, fantasie

    • thema’s: milieu, oorlog, discriminatie, vrijheid, liefde, rechtvaardigheid, …

    • ik mag nooit iets van mijn ouders  doorhebben dat het ook anders kan, zien wat vriendinnen mogen




  • Veranderingen in de richting van formeel-operationeel denken gebeuren gradueel: formeel-operationeel denken “verschijnt” niet plots als een nieuw stadium




  • Formeel-operationeel denken is mogelijk niet universeel: gemodereerd door opleidingsduur – en niveau


    1. Informatieverwerking: Vooruitgang in Adolescentie





  • Aandacht (selectie van relevante informatie; inhibitie van irrelevante info)

  • Geheugenstrategieën worden efficiënter, op vlak van opslaan, verwerken en ophalen van info

  • Kennis neemt toe

  • Metacognitie breidt uit

  • Cognitieve zelf-regulering (vb. Flexibiliteit van denken)

  • Verwerkingscapaciteit: Snelheid van denken




  • Coördineren theorie en evidentie (= wetenschappelijk denken)

  • Jonge kinderen: gaan voorbij aan conflicterende evidentie of vervormen evidentie zo dat hun eigen ideeën bevestigd worden

  • Adolescenten: gaan systematisch de mogelijkheden na, leggen verbanden, en koppelen hypothesen terug aan de beschikbare evidentie.




  • Het coördineren van theorie met bevindingen verbetert met de leeftijd

    • Vanaf de kindertijd tot de volwassenheid

    • Er zijn interindividuele verschillen

  • Beïnvloedende factoren:

    • Capaciteit van het werkgeheugen

    • Ervaring met complexe problemen

    • Meta-cognitieve vaardigheden

(denken over denken)

    • Openheid van geest


    1. Gevolgen van Abstract Denken





  • Belust op discussie

  • Idealisme en Kritisch zijn; alles in vraag stellen, alles moet een oorzaak hebben

  • Planning en beslissingen nemen

    • Problemen bij nemen van alledaagse beslissingen (vb. onvoldoende opties overwegen)

    • Intuïtie eerder dan ratio speelt nog vaak een rol

      • Gebrek aan ervaring met complexe problemen

      • Korte termijn voordelen > lange termijn

  • Zelf-bewustzijn & Zelf-Gerichtheid

    • De blik nr binnen, focus op jezelf

    • Imaginair publiek

    • Persoonlijke legende



Imaginair publiek

De sterke focus op zichzelf leidt ertoe dat adolesenten het gevoel hebben dat iedereen ook op hen gefocust is (nadruk op imago, blozen, verlegenheid, gevoeligheid voor kritiek)



Persoonlijke legende

Adolescenten nemen aan dat hun eigen gedachten en gevoelens uniek zijn (niemand heeft ooit zo verschroeiend liefgehad of de muziek van hun favoriete band begrepen).

Persoonlijk levensverhaal ontwikkelen die niet het echte ik is

Ik ben zo uniek



Vb jongen die denkt dat hij meisjes verliefd kan maken door gwn in de ogen te kijken

Risicogedrag



Persoonlijke legende gaat vaak gepaard met een gevoel van onkwetsbaarheid: Adolescenten zijn geneigd om risicovol gedrag te stellen dat volwassenen nooit zouden durven stellen.

  • Biologische veranderingen Hormonale Veranderingen
  • Lichamelijke groei: Hersenontwikkeling
  • Individuele Verschillen in Timing van Puberteit
  • Psychologische Impact van Puberteit
  • Cognitieve ontwikkeling Formeel-Operationeel Stadium
  • Informatieverwerking: Vooruitgang in Adolescentie
  • Gevolgen van Abstract Denken

  • Dovnload 35.96 Kb.