Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave wat mag ik van deze brochure verwachten?

Dovnload 412.12 Kb.

Inhoudsopgave wat mag ik van deze brochure verwachten?



Pagina6/7
Datum13.04.2019
Grootte412.12 Kb.

Dovnload 412.12 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

Op basis van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie wordt het Centrum belast met de behandeling van discriminaties, zonder objectieve en redelijke motivering, op grond van racisme of één van volgende motieven:
» leeftijd;

» seksuele geaardheid;

» burgerlijke staat;

» geboorte;

» fortuin;

» geloof of levensbeschouwing;

» politieke overtuiging;

» huidige of toekomstige gezondheidstoestand;

» handicap;

» fysieke of genetische kenmerken;

» sociale achtergrond;
Twee motieven, die ook in de wet van 10 mei 2007 staan ingeschreven, worden niet door het Centrum behandeld:
» taal: de regering moet een specifieke instelling aanstellen die deze materie behandelt;

» geslacht: discriminaties op basis van het geslacht (man, vrouw,

transgender) worden door het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen1 behandeld.

Het Centrum treedt op verschillende manieren op:
» het verleent bijstand en advies aan slachtoffers van discriminatie;

» het informeert, sensibiliseert en/of geeft opleidingen aan verschillende actoren uit de maatschappij: werkgevers, vakbonden, magistraten, politie, verenigingen, sociale werkers, …; 



» het formuleert adviezen en aanbevelingen voor bevoegde overheden.


2. Gevolgen van een bij het Centrum ingediende melding
Je kan contact opnemen met het Centrum voor

  • een inlichting, raad, advies

  • een gewone melding: je kan een discriminatie melden zonder verder stappen te zetten. Het Centrum verzamelt die informatie, die belangrijk kan zijn om later tussen te komen

  • een klacht, een vraag om tussen te komen.

Op elke klacht volgt een antwoord. Soms kan het Centrum niet antwoorden en dan stuurt het je naar iemand anders door. Soms zegt het Centrum dat het niet echt om discriminatie gaat en legt het jou uit waarom.


Indien het Centrum vindt dat het wel om discriminatie gaat, kan het een verzoening voorstellen.

Een verzoening is een ontmoeting tussen de verschillende personen:



  • het slachtoffer,

  • de persoon die verantwoordelijk is voor de discriminatie

  • en een persoon van het Centrum.

Door deze ontmoeting kan een oplossing worden gevonden of kunnen de problemen worden hersteld, zonder dat de rechtbank moet tussenkomen.

Indien het slachtoffer akkoord is, kan het Centrum ook beslissen om naar de rechtbank te gaan.

Het Centrum neemt dan een advocaat.
Zich tot het Centrum richten, is niet hetzelfde als een formele klacht indienen (zoals men dat bij een politiedienst zou doen).
Voor de volgende gevallen kan je gratis een beroep doen op het Centrum:
» voor een inlichting, raad, advies over de materies die het behandelt;

» voor een eenvoudige melding van een feit (zonder verzoek om tussen te komen): dergelijke initiatieven kunnen nuttig zijn voor ons, ook al komen we in je persoonlijk dossier niet tussen. Het kan immers wijzen op een problematiek, of kan bij andere dossiers worden gevoegd waar dezelfde problematiek aan bod komt;

» voor een klacht, een verzoek om tussen te komen: op elke binnenkomende vraag of melding bij het Centrum zal een antwoord volgen:

» ofwel is het Centrum bevoegd en is er een vermoeden van discriminatie. Je klacht zal dan behandeld worden en er wordt bekeken op welke manier het beste wordt gereageerd (verzoening, bemiddeling, gerechtelijke procedure, …)

» ofwel verklaart het Centrum zich niet bevoegd en verwijst het je door;

» ofwel meent het dat er geen redenen zijn om te spreken het discriminatie en motiveert het zijn beslissing.



In rechte optreden?
Indien het Centrum meent dat er sprake is van discriminatie in de zin van de wet van 10 mei 2007, dat er geen redenen zijn om een verzoening voor te stellen, of dat die is mislukt, kan het Centrum, na instemming van het slachtoffer en na akkoord van de Raad van Bestuur van het Centrum, beslissen in rechte op te treden.
Het Centrum schakelt een externe advocaat in en de zaak wordt voor een bevoegde rechtbank (rechtbank van eerste aanleg, rechtbank van koophandel, arbeidsrechtbank) gebracht.

3. Hoe reageert het Centrum op je aanvraag?
Het Centrum kan niet alle discriminaties oplossen.

Een voorbeeld:



  • een persoon met een handicap vindt geen sociale woning.

  • een persoon met een handicap wil een andere bewindvoerder.

Het Centrum bestudeert elke klacht en stelt daarbij volgende vragen:



  • Is de discriminatie in België gebeurd?

  • Waarom werd je op een andere manier behandeld?

  • Is het wel als gevolg van je handicap?

  • Heb je getuigen en bewijzen van uw discriminatie?

  • Op welke plaats is de discriminatie gebeurd?

Het Centrum controleert ook of de discriminatie iets te maken heeft met de antidiscriminatiewet van 10 mei 2007.

Wanneer het Centrum meent dat er sprake is van discriminatie,

- stelt het een verzoening voor.

Wanneer een vrijetijdscentrum bijvoorbeeld een kind met een handicap weigert, kan het Centrum voorstellen een aanpassing te vinden waardoor het kind aan de activiteiten kan deelnemen, zonder dat dit een probleem is voor de dagorganisatie.

- indien het slachtoffer akkoord is, gaat het Centrum naar de rechtbank.
Een aantal situaties worden als een discriminatie of een onrechtvaardigheid door een persoon ervaren. Niet alle situaties kunnen worden opgelost via de antidiscriminatiewetgeving en/of een tussenkomst van het Centrum.
Voorbeelden:

Een persoon met een handicap krijgt geen sociale woning.
Een persoon met een handicap wil een andere bewindvoerder.
Een aantal situaties zullen wel onder het toepassingsgebied van de antidiscriminatiewetgeving vallen en daarvoor zal het Centrum wel kunnen optreden.
Voorbeelden:

Een eigenaar weigert zijn appartement te verhuren aan een persoon met een handicap uit schrik dat hij zijn houten deuren met zijn rolstoel zal beschadigen.
De gemeente weigert een persoon met een fysieke handicap als getuige bij een huwelijk, omdat hij niet in staat zou zijn z’n handtekening te zetten.
Elk aan het Centrum voorgelegd geval wordt binnen het kader van de wet van 10 mei 2007 geanalyseerd.
Enkele vragen die je je vooraf moet stellen:

» Hebben de feiten zich in België voorgedaan? Is dat niet het geval, dan kan het Centrum je doorverwijzen naar een eventuele gelijkaardige instelling in een ander land.


» Welke redenen zijn aangehaald om je anders of minder goed te behandelen? Is het wel degelijk omwille van je handicap of je gezondheidstoestand dat je anders wordt behandeld? Het Centrum kan de persoon die wordt geacht discriminerend gedrag aan de dag te hebben gelegd, aanspreken om de exacte redenen van zijn gedrag te achterhalen. Het Centrum zal vervolgens zijn motivering analyseren.
» Heb je bepaalde elementen (brieven, getuigenissen) kunnen verzamelen die op mogelijke discriminatie kunnen wijzen? Is dit niet het geval, dan kan het Centrum je helpen om deze elementen te verkrijgen, door bijvoorbeeld de aangeklaagde persoon aan te schrijven.
» Vallen de feiten onder het toepassingsgebied van de wet (tewerkstelling, diensten, sport- of cultuuractiviteiten, …)? Het antwoord vind je in de voorstelling van de wet (zie hoofdstuk 1). Het Centrum kan je helpen na te gaan of de feiten al dan niet onder het toepassingsgebied van de antidiscriminatiewet of een andere wetgeving vallen.
Wanneer het Centrum meent dat het om discriminatie gaat, kan het op verschillende manieren optreden:
» een verzoening voorstellen

(wanneer een ontspanningscentrum een kind met een handicap weigert, dan kan het Centrum een aanpassing voorstellen waardoor het kind wel aan de activiteiten kan deelnemen, zonder daarbij de dagorganisaties te verstoren);


» optreden in rechte, na instemming van het slachtoffer en na akkoord van de Raad van Bestuur van het Centrum.
Meestal zal het gaan om een rechtsvordering voor een burgerlijke rechtbank: rechtbank van koophandel, arbeidsrechtbank of rechtbank van eerste aanleg.
Voor ernstige gevallen die onder het Strafwetboek ressorteren, zoals bijvoorbeeld slagen en verwondingen, kan het Centrum:
» een eenvoudige klacht indienen bij de procureur des Konings;

» zich burgerlijke partij stellen.



4. Praktische tips in geval van discriminatie
- Alles opschrijven of hulp vragen om op te schrijven wat er is gebeurd, om zeker niets te vergeten.
- Een getuige zoeken.

Een getuige is een persoon die heeft gezien of gehoord wat er is gebeurd.

De getuige kan je helpen om te vertellen wat er is gebeurd.

De getuige wordt beschermd door de wet.

De getuige is niet verplicht om zijn naam aan het Centrum te geven.
- Advies vragen van personen die de antidiscriminatiewet goed kennen.
- Bewijzen bijhouden.

Een bewijs is een spoor van wat er is gebeurd.

Een voorbeeld: een brief, een e-mail, een foto, een sms.
- Vragen stellen aan de persoon die heeft gediscrimineerd. Hem of haar vragen waarom hij of zij jou zo behandelt.
- Indien er slagen en verwondingen zijn, snel naar een dokter gaan en een medisch attest vragen.
- Indien de situatie erg is, een klacht indienen bij de politie. Vraag een kopie van wat je aan de politie hebt verteld. Dit document noemt een proces-verbaal.

Neem nota’s

Wanneer feiten, woorden, daden (eenmalig of herhaaldelijk) je discriminerend lijken, kan het nuttig zijn deze incidenten schriftelijk vast te leggen. Probeer zo concreet mogelijk te zijn en noteer de feiten zo snel mogelijk nadat ze zich hebben voorgedaan.


Verzamel getuigenissen

Indien er getuigen zijn, wees er dan zeker van dat ze willen getuigen; zet hun getuigenis indien nodig op papier en noteer hun gegevens. Indien de getuige schrik heeft (voor represailles of negatieve reacties) is het belangrijk hem erop te wijzen dat er organen bestaan (zoals het Centrum), die als tussenpersoon kunnen fungeren en die getuigenissen kunnen opnemen en de vertrouwelijkheid en/of anonimiteit kunnen garanderen. Ook al wordt de getuigenis niet onmiddellijk gebruikt (dit kan enkel met instemming van de getuige), toch kan het dossier op die manier worden vervolledigd. Hoe minder dicht de getuige bij het slachtoffer staat (familie, vriend, …), des te meer gewicht de getuigenis heeft.


Vraag vooraf advies

Vraag gerust advies vooraleer je een klacht formaliseert en verzamel informatie over de kwalificatie van de feiten (type overtreding of misdrijf), mogelijke procedures, bewijzen die moeten worden voorgelegd, eventuele bescherming, wat de resultaten van een klacht kunnen zijn, …


Voor nuttige informatie kan ja steeds terecht bij gespecialiseerde verenigingen, vakbonden of het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen. Er zijn ook heel wat infodocumenten en –brochures beschikbaar.
Verzamel bewijzen

Het verhaal van het slachtoffer en de eventuele getuigenissen zijn belangrijk, maar niet altijd voldoende. In sommige gevallen is het woord tegen woord. Het is dus essentieel om materiële bewijzen bij te houden die een dossier kunnen stofferen en onderbouwen:


» een tekst (annonce in een krant, e-mail, brief, handgeschreven aantekening op een document, een tussenkomst op een discussieforum op Internet…);

» affichefoto’s, annonces, tags…;

» boodschappen op een antwoordapparaat of mailbox, sms-sje …
Spreek de vermoedelijke dader aan

Het is van belang de vermoedelijke dader van de discriminatie vragen te stellen over de situatie en hem duidelijk te maken dat een bepaalde beslissing onbegrijpelijk is. Probeer uitleg te krijgen bij een situatie (misschien is er wel een valabele uitleg). Zet de gesprekspartner niet met zijn rug tegen de muur door een agressieve of beschuldigende houding aan te nemen. Dit kan schriftelijk gebeuren, of mondeling in aanwezigheid van getuigen.


Laat een medisch attest opmaken

In ernstige gevallen (slagen en verwondingen, pesterijen, …) is het belangrijk om zo snel mogelijk na de feiten een medisch attest te laten opmaken.


Dien klacht in bij de politie

In ernstige of flagrante gevallen kan een klacht bij de politie worden ingediend. Wie een klacht indient, heeft recht op een kopie van het proces-verbaal van zijn verhoor.



5. Hoe neem je contact op met het Centrum?
Het Centrum heeft een Eerstelijnsdienst.

Die ontvangt alle oproepen en boodschappen.

Tijdens de week is er het gratis nummer 0800.12.800.

Een ander telefoonnummer is de 02-212.30.00.

Fax: 02-212.30.30,

E-mail:epost@cntr.be

Internet:www.diversiteit.be
Adres om een brief te schrijven:

Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding

Koningsstraat 138

1000 Brussel

Het Centrum is bereikbaar:

» via telefoon: op het gratis nummer van het Centrum 0800-12.800, of via het algemene nummer 02-212.30.00 (telefoonpermanentie van maandag tot vrijdag van 9 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur, behalve op maandag en vrijdag namiddag en donderdag de hele dag).


» via fax: op 02-212.30.30.
» via e-mail: epost@cntr.be.
» via onze website www.diversiteit.be: je kan er een formulier invullen om een discriminatie te melden of om contact op te nemen.
» via de post:

Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding

Koningsstraat 138

1000 Brussel.


» Op donderdagmorgen kan je (al dan niet op afspraak) terecht in de lokalen van het Centrum.

.

1   2   3   4   5   6   7

  • Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen 1
  • 2. Gevolgen van een bij het Centrum ingediende melding
  • 3. Hoe reageert het Centrum op je aanvraag
  • Enkele vragen die je je vooraf moet stellen
  • 4. Praktische tips in geval van discriminatie
  • Spreek de vermoedelijke dader aan
  • Laat een medisch attest opmaken

  • Dovnload 412.12 Kb.