Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave Wijnbereiding

Dovnload 111.36 Kb.

Inhoudsopgave Wijnbereiding



Datum30.01.2019
Grootte111.36 Kb.

Dovnload 111.36 Kb.


Inhoudsopgave

1. Wijnbereiding

2. Ontwikkelingsstadia van de druif 2

3. De oogst en de most 3

4. De gisting 4
5. Bourgogne 5
6. Côtes du Rhône 8
7. Loire 10
8. Elzas 13

9. Bordeaux (1) 15


10. Bordeaux (2) 17
11. Bordeaux (3) 18

12. Duitsland 20

13. Italië 22

14. Spanje 24

15. Portugal 26

16. Overige wijnlanden 28

17. Het bewaren en schenken van wijn 31


2. De ontwikkelingsstadia van de druif

Bij de ontwikkeling van de druif kunnen we drie stadia onderscheiden, namelijk (i) de Periode Herbacee,


(ii) de Periode Veraison en
(iii) de Maturation.
(i) Periode Herbacee
Dit is het eerste ontwikkelingsstadium, vanaf de vruchtzetting totdat de druif zijn uiteindelijke omvang heeft bereikt. Er wordt nog geen suiker gevormd in het vruchtvlees, maar er is wel al veel appelzuur en wijnsteenzuur aanwezig.
(ii) Periode Veraison

In de tweede fase krijgt de druif zijn uiteindelijke kleur (geel, blauw of rood) en wordt chlorofyl omgezet. Ook komt er nu suiker in de druif welke afkomstig is van overtollige voedingstoffen uit de bladeren en wortels van de druivenranken.

(iii) Maturation
In de rijpingsfase neemt het suikergehalte in de druif toe en neemt het zuurgehalte juist af. De temperatuur en hoeveelheid zon spelen hier een belangrijke rol: hoe meer zon, hoe meer suiker, en een goede warme temperatuur zal het zuurgehalte doen dalen.


3. De oogst en de most

Om het goede tijdstip voor de oogst vast te stellen zijn er een paar manieren:


(i) de oogst wordt vrijgegeven door I.N.A.O.

(ii) door gebruik te maken van een mustimeter

(iii) door een refractometer te gebruiken

(iv) met behulp van de volgende formule:


(wijnsteenzuur * 100) / (wijnsteenzuur + appelzuur)
Na de oogst worden de druiven geperst of gekneusd. De substantie die dan ontstaat, noemen we most1.
De most bestaat achtereenvolgens uit

(i) 78-80% water, met daarin mineralen en organische stoffen;

(ii) suiker, hieruit zal de alcohol uit ontstaan, het zijn direct vergistbare
suikers;

(iii) zuren: deze zijn niet alleen van belang voor de smaak, maar werken ook als


een conserveringsmiddel. Zij zorgen ervoor dat bepaalde bacteriën de
most niet aantasten;

(iv) mineralen, die nodig zijn voor de gisting;

(v) insecticiden: gelukkig komen deze steeds minder vaak voor in de most;
(vi) tannine: deze stof komt uit de pitten en schillen van de druiven, maar ook
van het vat waarop de wijn gelagerd is;
(vii) kleurstoffen: de hoeveelheid kleurstof hangt samen met de hoeveelheid
zuurstof;
(viii) geurstoffen: vlak onder de schil zitten de geurstoffen. Hierdoor komen er
meer geurstoffen in de most terecht als de druiven gekneusd worden dan
wanneer ze worden geperst.
(ix) oliën: uit de druivenpitten komt een zeer kleine hoeveelheid olie die
onaangenaam smaakt.
(x) vitamine B16, uit de schil van de druiven.

4. De gisting

Direct nadat de druiven geperst of gekneusd zijn begint de eerste gisting. Glucose wordt omgezet in aethylalcohol (door middel van gistcellen en zuurstof), koolzuurgas en warmte.


De tweede gisting, de ‘Fermentation Secundaire’ komt pas in het voorjaar volgend op de oogst. Door kleine temperatuurstijgingen worden de agressieve zuren omgezet in minder agressieve zuren.

De bodemgesteldheid

Het meest geschikt voor wijnbouw is een bodem met een losse samenstelling en een grove structuur. Water en warmte worden dan eenvoudig opgenomen en vastgehouden.

Wijnen afkomstig van kalkgronden hebben vaak een iets hoger alcoholgehalte dan wijn van andere grondsoorten uit hetzelfde gebied.
Krijtgronden geven extra geur aan de wijn; bevat een grond veel ijzer dan heeft dat invloed op de kleur. Wijnen die van een leemhoudende grond komen onderscheiden zich door rijkdom en een mooi behoud van kleur; ze zijn vaak een beetje mollig.
Eerder is aangegeven dat tannine (uit de pitten en schillen van de druiven, maar ook van het vat) een rol speelt bij de ontwikkeling van de wijn. Humusrijke gronden geven meer tannine af aan de pitten en schillen dan andere grondsoorten. Zo is te zien wat voor invloed de grondsoort op de wijn heeft.

5. De Bourgogne

De Bourgogne ligt tussen de Chablis en Villefranche. Het gebied is verdeeld in vijf wijngebieden:


1. De Chablis

Dit is het meest noordelijk gelegen wijngebied en de enige druivensoort die wordt gebruikt voor de witte wijn. De Chardonnay-druif zorgt voor vrij dikke witte wijnen met een relatief hoog zuurgehalte. De Chablis kent een aantal appellaties, te weten:

(i) Petit Chablis: wordt gegeven aan de witte wijn die van boven de stad


Chablis komt. Deze wijn heeft de minste kwaliteit;
(ii) Chablis: deze komt ten zuiden van de stad Chablis vandaan;
(iii) Chablis premier cru: komen uit het hele gebied; het zijn vollere wijnen met
een hoger alcoholpercentage dan de vorige twee;
(iv) Chablis grand cru: deze wijn komt van de hellingen van het riviertje de
Yonne, vlak boven Chablis. Het alcoholpercentage ligt moet minimaal 11 zijn
en mag maximaal 35 hl/ha worden. Binnen de Chablis grand cru worden
zeven gemeentes (Climats) onderscheiden, die op het etiket toegevoegd
moeten worden aan de naam Chablis grand cru.

2. De Côte d’Or


Deze streek ligt tussen Dijon en Santenay en is het belangrijkste wijnbouwgebied van de Bourgogne. Het strekt zich uit over 40 kilometer. Gebruikte druivensoorten in deze streek zijn de Pinot Noir voor de rode wijn en de Chardonnay voor de witte wijn.
De ‘gouden heuvels’ van de Côte d’Or zijn weer onderverdeeld in twee subregio’s, de Côte de Nuits en de Côte de Beaune.
Wijnen uit de Côte de Nuits zijn doorgaans wat krachtiger dan die van de Côte de Beaune en kunnen daardoor ook wat ouder worden.

De gemeentes van de Côte de Nuits van noord naar zuid:


(i) Fixin;

(ii) Gevrey Chambertin;

(iii) Morey st. Denis;

(iv) Chambolle Musigny;

(v) Vougeot;

(vi) Vosne Romanee;

(vii) Nuits st. Georges en

(viii) Aloxe Corton.


Het zuidelijkste gedeelte van de Côte d’Or is de Côte de Beaune. De wijnen die hiervandaan komen zijn – afgezien van de premier en grand cru - niet zwaar en herkenbaar.
De classificatie in de Bourgogne is als volgt:

(i) Bourgogne (appellation generique);

(ii) Gevrey Chambertin (appellation de climats);
(iii) Premier cru Gevrey Chambertin;
(iv) Le Chambertin;

De gemeentes van de Côte de Beaune van noord naar zuid:

(i) Savigny les Beaune;
(ii) Beaune;
(iii) Pommard;

(iv) Volnay;

(v) Monthelie;
(vi) Auxey-Duresses;
(vii) Saint Romain;
(viii) Meursault;
(ix) Puligny-Montrachet;
(x) Chassagne-Montrachet;
(xi) Saint-Aubin en
(xii) Santenay.
3. De Challonnais:
Deze streek is eigenlijk een verlengde van de Côte d’Or, met vier gemeentes die wijn leveren die in kwaliteit niet onderdoet voor de grote wijnen uit de Côte d’Or. De vier gemeentes zijn:

(i) Mercurey;


(ii) Rully;
(iii) Givrey en
(iv) Montagny.
4. De Mâcconnais

Dit gebied strekt zich uit over een kleine 20 kilometer tussen Tournus en Chânes. De helft van de geproduceerde wijnen uit het gebied is wit.

De classificatie is als volgt:

(i) Mâcon;

(ii) Mâcon superieure (Mâcon village);
(iii) de Premiers Crus Pouilly Fuisse, Pouilly-Vinzelles en Pouilly Loche. Deze
wijnen zijn van hoge kwaliteit.
5. De Beaujolais:

Dit is het grootste productiegebied van de Bourgogne. Indien een rode wijn 95% van de oogst bestrijkt wordt hij gemaakt van de Gamay au jus blanc-druif die lichtere wijnen geeft dan de andere Bourgognes. De classificaties:

(i) Beaujolais;

(ii) Beaujolais-Villages;


(iii) Broilliy;

(iv) Côte de Brouilly;

(v) Morgon;

(vi) Chiroubles;


(vii) Fleurie;

(viii) Moulin–a-vent;


(ix) Chenas;
(x) Julienas;
(xi) Saint-Amour;

(xii) Regnie;

(xiii) Beaujolais-Blanc.

6. Côtes du Rhône

De rivier de Rhône loopt vanuit het meer van Genève tot aan de Côte d’Azur en geeft aan water aan de wijngaarden die zich ongeveer 200 kilometer lang uitstrekken langs de oevers. Dit grote wijngebied kan gesplitst worden in de noordelijke en de zuidelijke Côtes du Rhône.


De noordelijke Côtes du Rhône
De grond bestaat hier voornamelijk uit graniet, wat meebrengt dat de wijn van deze grond stevig is, maar niet verfijnd. Na de appellatie Côtes du Rhône vinden we de kwalitatief hogere appellatie Côtes du Rhône Villages. Vervolgens geeft de classificatie de gemeente aan als hoogste kwaliteitswijn in dit gebied. Van noord naar zuid:

(i) Côte de Rotie;

(ii) Condrieu (alleen droge en halfzoete witte wijnen);
(iii) Château Grillet (de op een na kleinste appellatie van Frankrijk en daardoor
erg schaars);
(iv) Hermitage (zowel de rode als witte wijn hiervan kan goed ouderen);
(v) Grozes Hermitage (omsluit de Hermitage en is van mindere kwaliteit);
(vi) Saint-Joseph (mooie volle wijn, goed bij wild);
(vii) Cornas (hoofdzakelijk gemaakt van de druivensoort Syrah);
(viii) Saint-Peray (hier komen mousserende rode en witte wijnen vandaan);
(ix) Clairette de Die (Methode Champenoise).
De zuidelijke Côtes du Rhône
De wijnen uit deze streek hebben gerijpt op krijt- en grindgronden. Ze zijn hierdoor wat zachter van smaak dan de wijnen uit de noordelijke Côtes du Rhône. Wijnen uit deze streek worden gemaakt van verschillende druivensoorten.

De gemeenten in de zuidelijke Côtes du Rhône:

(i) Château neuf du Pape (zeer krachtige rode wijnen, slechts 5% van de
productie bestaat uit witte wijnen);
(ii) Tavel (hier worden goede rosé wijnen gemaakt);
(iii) Lirac (mooie rode wijnen met een hoog alcoholgehalte);
(iv) Gigondas (goed alternatief voor de duurdere Château neuf du Pape);
(v) Beaumes de Venise (voor deze wijn wordt de Muscat-druif gebruikt. Hij
wordt gemaakt volgens de Pellerandage methode waardoor er veel
restsuiker inzit);
(vi) Rasteau (ook zoete wijnen geschikt voor bij het dessert, de wijn is iets
minder intens dan de Beaumes de Venise).

Methode Champenoise
Wanneer we spreken over de Methode Champenoise (of Methode Traditionelle) betekent dit dat de eerste gisting zoals bij alle andere methodes op open fusten plaatsvindt, maar de tweede gisting op fles.
De druiven worden eerst geperst waarna spontaan de eerste gisting ontstaat, de Bouillage. Dit duurt ongeveer drie weken en gebeurt in houten fusten of stalen tanks. In het begin van het jaar volgend op de oogst worden de verschillende jaren met elkaar vermengd om zo voor het wijnhuis een eigen, specifieke smaak te krijgen.
Vervolgens wordt de wijn gebotteld en worden gistcellen en, eventueel wat aangezoete witte wijn, toegevoegd (Liqueur de Tirage). De fles wordt afgesloten en door de stijging van de buitentemperatuur ontstaat in de fles een tweede gisting, die zorgt voor een natuurlijk koolzuur in de wijn. De flessen worden in Pupitres geplaatst en dan regelmatig gekanteld en gedraaid (de Remuage) zodat het bezinksel (overgebleven van de gisting) naar de flessenhals zakt.
De flessenhals wordt dan in stikstof of een koude zoutoplossing gedompeld, waardoor de depotprop bevriest en later makkelijker uit de flessenhals te verwijderen is (Degorgement). Vervolgens worden rietsuiker, citroensap en oude champagne (Liqueur d’Expedition) aan de wijn toegevoegd. Ten slotte komt de definitieve kurk op de fles en worden de flessen gelagerd. Hoe lang deze periode is, verschilt per wijnbouwer en wijnbouwgebied.
7. Loire

De Loire is de langste rivier van Frankrijk en bestrijkt daardoor ook een groot wijngebied. Oorspronkelijk kwamen hier rode wijnen vandaan, voornamelijk bestemd voor Parijs. Dit had zijn oorzaak in het feit dat een groot deel van de Bordeauxwijnen naar Engeland werd geëxporteerd en voor Bourgognewijnen duurde het te lang eer ze Parijs bereikten. Tegenwoordig wordt er vooral witte wijn gemaakt in het gebied, omdat het klimaat en de bodem zich daar het best voor lenen.


Oost-Loire
Hier worden drie druivensoorten gebruikt:

(i) de Pinot Noir voor de rode en rosé wijnen;

(ii) de Chasselas voor de witte wijnen;

(iii) de Sauvignon, ook voor de witte wijnen.


Pouilly
Wanneer we de Loire stroomafwaarts volgen, ligt het eerste wijngebied ten oosten van de rivier: Pouilly, gelegen in het departement Nivernais. Vroeger was de meest gebruikte druif in deze regio de Chasselas, waaruit de Pouilly-sur-Loire wordt gewonnen, zij het in kleine hoeveelheden. Pouilly-sur-Loire is een lichte wijn die jong gedronken moet worden.

De grote wijnen uit Pouilly zijn gemaakt van de Sauvignon-druif, ook wel Blanc Fume genoemd. De wijn ontleent zijn sterke kleur aan de vuursteenhoudende grond en heeft daarbij ook een zeer eigen neus. Een Pouilly-fume kan in het algemeen ouder worden dan een Sancerre. Hij heeft meer zuren en is iets verfijnder.


Sancerre
Sancerre-wijn komt uit negen dorpjes aan de westkant van de Loire, tegenover de Pouilly. Dit gebied ligt in het departement Berry. De negen dorpjes liggen om de plaats Sancerre heen, en mogen op het etiket als extra aanduiding de naam Sancerre zetten.

Alle witte wijn hier wordt gemaakt van de Sauvignon-druif; de rode wijn en rosé wijn komt hier van de Pinot Noir, die plaatselijk ook wel Auvernat Noir genoemd wordt.


De grond is voornamelijk kalkhoudend wat zorgt voor een hoog alcoholgehalte. Daarbij zijn de wijnen fris en hebben ze een hoog zuurgehalte. Kenmerkend voor deze wijn is hun geur: ze ruiken naar versgebakken brood.
De belangrijkste dorpen die de naam Sancerre mogen voeren zijn:

(i) Menetou-Ratel;


(ii) Montigny;

(iii) Crezancy;


(iv) Bue;
(v) Verdigny;
(vi) Sury-en-Vaux;
(vii) Saint-Gemme en
(viii) Sancerois.
Appellaties:

(i) Vouvray: kent zowel een stille witte wijn als een petillant en een


mousserende. Veel verschillende kwaliteiten;
(ii) Bourgeuil en Saint-Nicolas de Bourgeuil: wat stugge witte wijn, maar de
rode wijnen van deze appellatie behoren tot de beste van de Loire;
(iii) Chinon: veelal strakdroge, frisse witte wijnen, meestal gemaakt van de
Chenin Blanc;

(iv) Azay le Rideau: mooie witte wijnen, iets voller dan de Chinon.


Bovenstaande appellaties behoren tot het wijnbouwgebied de Touraine. Ten westen van de Touraine liggen de Anjou en de Saumur. Hier wordt overwegend (80%) witte wijn gemaakt.
(i) Saumur: mooie witte wijnen. Ook komen hier ook hele goede methode
traditionels vandaan, die hebben gerijpt in de kalkgrotten van het plaatsje
Saumur;
(ii) Côteaux-du-Layon: bereid volgens de methode van de Sauternes, net zoals
de volgende appellatie,
(iii) de Côteaux de l’Aubance;
(iv) Savenieres de Chenin Blanc rijpt hier op leisteen, die zorgt voor goede
houdbaarheid en complexiteit.


Pays Nantais
Als laatste streek aan de Loire vinden we de Pays Nantais waar de Muscadet-wijnen vandaan komen. Drie appellaties:

(i) Muscadet de Sevre et Maine, wijngebied tussen de twee rivieren Sèvre en


Maine;
(ii) Muscadet Côteaux de la Loire, komt van de hellingen langs de Loire
(iii) Muscadet Tout Court, gelegen ten zuidwesten van Nantes.
De aanduiding ‘sur lie’ betekent dat de wijn gebotteld is zonder dat hij eerst is overgeheveld. De wijn houdt hierdoor een frisse, zuivere smaak.

8. Elzas

De Elzas ligt in het Noordoosten van Frankrijk. Bijzonder aan de wijnen uit de Elzas is dat ze de naam hebben van de druivensoort waarvan ze gemaakt zijn; dit gebeurt nergens anders in Frankrijk.


Het gebied is door de ligging vrij droog: de Vogezen houden de westelijke (regen)invloeden tegen. Er zijn veel verschillende grondsoorten wat zorgt voor een grote variëteit aan wijnen met uiteenlopende karakters. Van noord naar zuid vinden we er onder meer graniet, rode zandsteen, klei, kiezel, kalk en krijt. In de Elzas worden de druiven pas laat geplukt: ze worden pas geoogst als ze volrijp zijn. Hierdoor hebben de druiven een hoog suikergehalte wat weer invloed heeft op het alcoholgehalte. De wijngaarden zijn grofweg in te delen in de Bas-Rhin en de Haut-Rhin. Het grote aantal druivenrassen in het gebied kunnen we splitsen in drieën:
Cepages Nobles
(i) Gewurztraminer:
een volle zware wijn met een kruidige en sterk geparfumeerde neus. De
druiven zijn lichtrood van kleur. Een Gewurztraminer wordt gedronken bij
een gekruid gerecht en bij schimmelkaas of, als de wijn veel restsuiker
heeft, bij niet al te zoet vruchtengebak;
(ii) Riesling:
een kleine druif die een aromatische wijn levert met een mooie balans.
Goed te combineren met gerechten met schaal- en/of schelpdieren;
(iii) Muscat: wordt meestal vrij laat geoogst en is zeer kwetsbaar vanwege de
dunne schil. De druiven zorgen voor een smaakvolle, fruitige en delicate
wijn. Een moeilijke wijn om te combineren;
(iv) Tokay (= Pinot Gris): een robuuste wijn die naar mildheid zweemt. De wijn
wordt gemaakt van rode druiven, heeft een mooie strogele kleur en is goed
te combineren met zowel fruitgerechten als met licht wild en gevogelte;
(v) Pinot Noir: Hiervan worden lichtrode of rosé wijnen gemaakt die goed
passen bij kalfsvlees en ander licht vlees.

Cepages Fins
(i) Sylvaner:
een ongecompliceerde wijn met veel fruit, geschikt als aperitief. In
restaurants wordt deze wijn dikwijls gebruikt als huiswijn.
(ii) Pinot Blanc:
een tegenwoordig steeds populairder wordende wijnsoort. Kwalitatief ligt
deze wijn tussen de Riesling en de Sylvaner. Het zijn doorgaans geurige,
fruitige wijnen. Een variant van de Pinot Noir, de Klevner, is goed te
combineren met lichte visgerechten met een zachte saus.
De Cépages Courants zijn niet van belang voor ons. In de Elzas komen we ook de Edelzwicker tegen, ook wel Zwicker of Friand genaamd. Het gaat dan om wijn die is ontstaan door het mengen van twee ander soorten, de Cepages Nobles en de Cepages Fins.


9. Bordeaux (1)

De Bordeauxwijnen zijn al jaren bekend, tot ver buiten Frankrijk. Door de gunstige ligging van het wijngebied konden de Bordeauxwijnen al heel vroeg door Europa geëxporteerd, en dus ook gedronken worden. Vergeleken met de Bourgogne is de Bordeaux een heel groot gebied, waardoor de wijnen goedkoper verkocht kunnen worden. In de Bordeaux werken veel wijnbouwers met ‘Courtiers’: dat zijn wijnmakelaars die bemiddelen tussen koper en verkoper. In het gebied worden de volgende druivenrassen gebruikt:

Voor rode wijn:
(i) Cabernet Sauvignon: deze wijn is laat rijp. Het zijn gecorseerde, harde
wijnen die moeten rijpen;
(ii) Cabernet Franc: elegantere wijn, lichter van kleur;
(iii) Merlot: deze heeft een minder bouquet en is geschikt om te mengen met
andere druivensoorten;
(iv) Bouchet;
(v) Malbec;
(vi) Petit Verdoc: wijnen met een hoog alcoholgehalte
Voor de witte wijn:
(i) Semillion: wijnen met een sterk geurig bouquet;
(ii) Sauvignon: al bekend uit de Loire (en andere gebieden) waar hij wordt
gezien als een elegante, zeer fijne droge wijn met veel klasse;

(iii) Muscadelle: niet te verwarren met de Muscat. Muscadelle is een wat


mollige wijn die vaak gebruikt wordt om te mengen met andere
druivensoorten.
Classificaties:
(i) De classificatie van 1855 voor de Medoc en de Sauternes is ingedeeld in
vijf Grands Crus (Premier Grand etc.), vervolgens de Crus Bourgeois
Superieur Exceptionnel, Crus Bourgeois Superieur en als minste kwaliteit
de Crus Bourgeois.
(ii) De classificatie van de Graves stamt uit 1959. Er zijn 13 rode Graves die
de classificatie Grand Cru de Graves hebben gekregen.

(iii) De classificatie van de Saint-Emilion beslaat vier categorieën:


a. Saint-Emilion Grand Cru klasse A;
b. Saint-Emilion Grand Cru klasse B;
c. Saint-Emilion Grand Cru;
d. Saint Emilion;

(iv) De classificatie genoemd onder (i) voor de Sauternes:


a. Premier Grand Cru Klasse de Sauternes;
b. Grand Cru Klasse de Sauternes.
10. Bordeaux (2)

De productiegebieden en hun kenmerken
De Medoc:
De beste wijngaarden liggen in een strook langs de rivier in het zuiden van de Medoc, de Haut-Medoc. Er zijn hier 21 gemeenten waar de wijn Haut-Medoc vandaan mag komen, maar slechts zes van deze gemeenten hebben een eigen appellation Communale. Die gaan we hieronder behandelen.

(i) De Saint-Estèphe: de druiven groeien hier op kleien kalk, wat de wijn


meer zuur geeft. Saint-Estèphes-wijnen zijn nogal stevig, vol en mollig en
hebben een rijk aroma met een diepfruitige neus. In hun jeugd zijn deze
wijnen vrij hard, pas later komen zij meer in evenwicht. Goed te
combineren met wildgerechten;
(ii) De Pouillac: Een grove kiezelgrond is de voedingsbodem voor wellicht wel
de bekendste wijnen ter wereld. Bijvoorbeeld de Mouton Rotschild, de Château Lafitte, de Château Latour en alle Premier Grand Crus. Het zijn volle wijnen met veel finesse en een vol bouquet zonder dat ze hierdoor
aan kracht en volheid verliezen. De wijnen zijn zeer geschikt voor bij
stevige vleesgerechten met daarin bijvoorbeeld truffels of ganzenlever
verwerkt;
(iii) De Saint-Julien: komt van kiezelgronden met vrij veel klei. Het zijn volle
wijnen met een prettige afdronk en een bouquet dat zich snel ontwikkelt. Deze klassieke wijn past erg goed bij zware vleesgerechten;
(iv) De Margaux: de meest zuidelijke gemeente waar de druiven groeien op
mergel en kiezels. De wijnen zijn niet opdringerig, maar elegant met een
zachte smaak die open en vriendelijk is. De wijn is goed te combineren met
gevogelte of fijne kaassoorten;
(v) Moulis en Listrac: liggen ten westen van de andere gemeenten. Wijnen
hiervandaan zijn in het algemeen wat lichter en hebben een aangenaam
bouquet. De wijnen zijn in het begin vrij hard, maar ontwikkelen zich later
erg mooi. Ze mogen wat ouder worden. Een goede wijn bij wildgerechten.

11. Bordeaux (3)

De Graves

Opvallend in dit gebied is dat de grote Châteaux veelal zowel goede rode als witte wijnen maken. Het gebied ontleent zijn naam aan de silicium-houdende Graves. Typerend voor de wijnen is hun eigen en krachtige bouquet, met een vleugje tabakgeur.


Ze zijn minder gecompliceerd dan de Medoc-wijnen waardoor ze goed samengaan met bijvoorbeeld een goede lendebiefstuk of ander rood vlees.
De Saint-Emilion
Aan de rechteroever van de Dordogne, ten oosten van de stad Libourne, vinden we veel natuurlijke grotten die uitermate geschikt zijn voor het lageren van de wijn. De Saint-Emilion is te verdelen in twee gebieden, de Côtes en de Graves.
De Côtes zijn de wijngaarden op de heuvels rond de stad Libourne. Hier komen de wat steviger wijnen vandaan.
De Graves liggen in het noordoostelijk deel van de Saint-Emilion tegen de Pomerol aan,met veel zand- en kiezelgronden. Naast het wijngebied is er ook een aantal gemeenten dat tegenwoordig ook het recht heeft om de naam Saint-Emilion te voeren, met als extra aanduiding op het etiket de eigen gemeentenaam: Pissequin, Saint-George, Montagne en Lussac.
De wijnen uit de Saint-Emilion bevatten doorgaans meer alcohol dan die uit de Medoc, maar zijn zachter van smaak en door het hoge gehalte aan Merlot ook sneller rijp dan de Medocs. Het zijn fruitige, sappige wijnen.
Pomerol
Een vrij klein wijngebied in de Bordeaux, de beste Crus komen uit het oostelijk deel van de Pomerol. Voornaamste druivensoort is de Merlot. De wijnen hiervandaan zijn evenwichtig en hebben een prachtige kleur, een fruitige elegante geur met een vleugje truffel in de neus, wat ze geschikt maakt bij gerechten met bospaddestoelen of truffels. De Pomerol kent twee subdistricten, te weten de Landale de Pomerol en Neac, waar wijnen vandaan komen die meer weg hebben van een Saint-Emilion dan van een Pomerol, maar die soms heel verrassend kunnen zijn.
Premières Côtes de Bordeaux
Dit wijngebied ligt aan de rechteroever van de rivier de Garonne. De wijnen die er vandaan komen zijn tegenwoordig steeds beter en men vindt er een heel goede Bordeaux tegen een redelijke prijs.

12. Duitsland

Sinds 1971 heeft Duitsland een nieuwe wijnwet waarin regels zijn opgenomen voor onder meer het alcoholpercentage en wat er op het etiket moet staan. Deze wet geldt voor alle wijnen die in de Bondsrepubliek worden gemaakt. De wijnen zijn in drie groepen verdeeld;


(i) Deutscher Tafelwein

Deutscher Tafelwijn moet een alcoholpercentage van minimaal 8,5 hebben. De wijnen komen uit de volgende vijf gebieden; Rhein, Mosel, Main, Neckar en Oberrhein. De wijnen zijn licht, fris en pretentieloos en goed te drinken bij de dagelijkse maaltijd. Ze worden in restaurants vaak geschonken als huiswijn.


(ii) Qualitätswein bestimmter Anbaugebiete (Q.B.A.)
Er zijn 11 Anbaugebiete waar deze wijnen vandaan kunnen komen. Ieder Anbaugebiet is weer onderverdeeld in Bereiche, een deel van een Anbaugebiet waar wijn wordt gemaakt met een eigen karakter. De naam van het Bereich staat dan op het etiket, alsook het Amptliche Prüfungsnummer: een garantie dat aan kwaliteitseisen is voldaan.

De elf Anbuagebiete zijn:

1. Ahr, 2.Baden, 3.Franken, 4.Hessische Bergstrasse, 5.Mittelrhein, 6.Mosel-Saar-Ruwer, 7.Nahe, 8.Rheingau, 9.Rheinhessen, 10. Rheinpfalz, en 11.Würtemberg.
(iii) Qualitätswein bestimmter Anbaugebiete mit Prädikat:
Voor deze wijnen gelden dezelfde eisen als voor de Q.B.A., maar daarbij mag er een speciaal ‘predikaat’ op het etiket staan, mits aan de voorwaarden hiervoor is voldaan. Deze predikaten zijn:

a. Kabinett: Deze wijn moet afkomstig zijn uit een Bereich, moet geoogst zijn in de maand oktober en moet tot januari in de kelder gerijpt hebben, zodat een mooie balans tussen zoet en zuur ontstaat.

b. Spatlese: De druiven voor deze wijn mogen pas in november geoogst zijn (late oogst).

c. Auslese: letterlijk vertaald ‘speciale selectie’. De druiven worden voor deze wijn niet per tros geoogst zoals bij de Spatlese, maar per tros worden alleen de rijpe druiven er uitgehaald, zodat de best gerijpte druiven worden geselecteerd. Hierdoor ontstaat een wijn met een natuurlijk hoog suikergehalte.

d. Beerenauslese: Het enige verschil met de Auslese is dat bij deze wijn de druiven zijn aangetast door de edele rotting (Edelfaule).
e. Trockenbeerenauslese: Hier gaat het om aangetaste druiven (Edelfaule) die op een laat moment zijn geoogst.

f. Eiswein: Dit predikaat bestaat los van de eerder behandelde predikaten: het kan naast één van de vorige op een etiket staan. Voor deze aanduiding geldt de eis dat de druiven geplukt zijn op een moment dat de buitentemperatuur zeven graden (celsius) onder nul is. Doordat het water in de druiven dan bevroren is ontstaat een zeer rijk residu dat nog niet bevroren is. Het suikergehalte in de most komt daardoor op een niveau dat anders alleen maar in de beste zomers gehaald wordt. De druiven worden ’s ochtends licht geperst, zodat enkel het residu in de gistkuipen loot. Het bevroren water in de druif, en de pitten en schillen blijven achter.

Nieuwe vinficatiemethoden:
In de vorige eeuw werden de Duitse wijnen als absolute top beschouwd. Dat betekende ook dat er veel voor deze wijnen werd betaald; die plaats is nu ingenomen door de Franse witte wijnen. Doordat de Duitse wijnen tegenwoordig minder populair zijn, zien we een goede prijs-kwaliteitverhouding.
De Duitse wijnboeren proberen die populariteit natuurlijk terug te winnen en ze doen dat onder meer door het gebruik van nieuwe vinificatiemethoden. In een van deze methoden laat men alle suikers vergisten zodat er na de alcoholische gisting geen restsuikers meer over zijn. Het alcoholpercentage stijgt hierdoor, maar het gevaar is dat de zuren in de wijn dan de overhand kunnen nemen. Deze manier wordt in het prädikat Kabinett veel toegepast door de Charta-wijnboeren.
13. Italië

Italië is het grootste wijnland van de wereld; de meeste wijn komt hier vandaan. De kwaliteitsaanduiding is als volgt:


1. D.O.S.: Denomazione di Origine Semplice

2. D.O.C.: Denomazione di Origine Controlatta

3. D.O.C.G.: Denomazione di Origine Controlatta et Garantita
Italië heeft 18 gewesten. Van noordwest naar zuidoost behandelen we achtereenvolgens:
(i) Piemonte: hier vinden we de Barolo’s (gemaakt van de Nebiolo-druif),
Barbera d’Alba en de bekende mousserende wijn Asti Spumante. Naast de
D.O.C.G. Barolo vinden we hier nog een ander: de Barbaresco;

(ii) Ligurië: levert een goede dessertwijn, de Cinque Terre;


(iii) Lombardije: hier komen rode, witte en rosé wijnen vandaan met de naam
Oltrepo Pavese;
(iv) Venetië: dit wijngebied kunnen we weer onderverdelen in twee streken:
Veneto en Trentino Alta Adige;
- Veneto: De Bardolino en de Valpolicella, daarnaast komt hier de Soave
vandaan, een licht naar banaan geurende witte wijn gemaakt van de
Trebiano-druif;
- Uit het tweede gebied, Trentino Alta Adige komt de Toraldego
Rotitaliano;

(v) Emilia Romagna: Een groot deel van de Povlakte ligt in deze regio. Hier


komen we de Lambrusco tegen, een betere kwaliteit is de Sangiovese di
Romagna;

(vi) Toscane: Naast de Chianti zien we hier nog een D.O.C.G.: de Brunello di


Montalcino. Deze wijn behoort tot de beste van Italië, kan goed rijpen en
is goed te combineren met wildgerechten;
(vii) Marche: De Verdicchio Dei Castelli di Jesi is een heerlijk geurende lichte
witte wijn, maar ook komt hier een stevige tafelwijn in Chianti-stijl
vandaan: de Rosso Conero;
(viii) Umbrië:Voornaamste wijn is hier de Orvieto. Zacht bitter van smaak, past
goed bij pastagerechten met vis;
(ix) Lazio: De heuvels rond Rome zijn zeer geschikt voor wijnbouw. Een
uitschieter is de Frascati: een wijn die van vulkanische bodem komt en
daardoor een friszuur karakter heeft;

(x) Abruzzen: een mooie rode wijn is de Montipulciano d’Abruzzo. Ook vinden


we hier lichte witte wijnen onder de naam Trebbiano d’Abruzzo;
(xi) Campania: de mooiste witte wijn uit dit gebied is de Creco di Tufo, de
mooiste rode is de Taurasi, die erg goed past bij wild zwijn;
(xii) Apulië: de Castel del Monte is hier de streekwijn, die maar weinig
geëxporteerd wordt;
(xiii) Basilicata: ook deze wijnen komen van vulkaangrond. De Agliano del Velture
heeft een hoog alcoholpercentage;
(xiv) Calabrië: bekend om de Ciro-wijnen waarvan de rode erg goed is;
(xv) Sicilië: rond de vulkaan de Etna komt de Marsala vandaan. Verder komen
van dit eiland weinig wijnen van belang;
(xvi) Sardinië: een leuke wijn is de Varnaccia di Oristano, die erg oud kan
worden.
14. Spanje

Spanje staat op de vierde plaats als het gaat om hoeveelheid wijn die in het land geproduceerd wordt. We behandelen de wijnbouwgebieden met het predikaat Denominaçion de Origen, ingesteld door het Consejo Regulador.


Rioja: genoemd naar een zijrivier van de Ebro, de Oja. Er heerst een gematigd zeeklimaat. Het gebied is door zijn ligging onderverdeeld in drie gebieden, te weten de Rioja Alta, Rioja Baja en de Rioja Alavesa. Er is in de Rioja een indeling gemaakt van goed naar beter:

(i) Rioja;

(ii) Vino de Crianza (moet minimaal een jaar fustrijping hebben en drie
maanden fles);
(iii) Reserva (twee jaar fust en een jaar flesrijping);
(iv) Gran Reserva (drie jaar houtrijping, twee jaar fles);
(v) Navarra: een opkomend gebied. De wijn zijn ongeveer even populair als die
uit de Rioja, maar iets goedkoper;
(vi) Malaga: een Malaga is zeer zoet en bestaat uit twee los van elkaar
gevinifieerde wijnen, de Maestro en de Tierno;
(vii) La Mancha: het grootste wijnbouwgebied van Spanje. Hier komen goede
schenkwijnen vandaan en ook wordt hier een groot deel van de Spaanse
brandy gemaakt;
(viii) Valdepeñas: dit gebied ligt ingesloten in La Mancha, maar hier komen
betere kwaliteitswijnen vandaan;
(ix) Valencia: mooie witte wijnen, stevige rode wijnen en goed Cava’s;
(x) Catalonië: hierbinnen ligt de wijnstreek Penedes, bekend om zijn Cava’s.
Daarbij komen uit dit gebied de Priorato-wijnen die afkomstig zijn uit
Taragona en waar druivenstokken gebruikt worden die tot 80 jaar oud
kunnen zijn;
(xi) Alicante en Jumilla: krachtige wijnen met een hoog alcoholgehalte, goed te
combineren met stevige vleesgerechten en licht wild;
(xii) Carineña: ligt ten westen van Barcelona. Hier komen geen bijzondere
wijnen vandaan;
(xiii) Huelva: naar de gelijknamige stad. Wijnen hiervandaan worden op dezelfde
manier gemaakt als Sherry, maar van mindere kwaliteit;
(xiv) Galicië: bekende wijnen hier zijn de Ribeiro en de Valdeorras, die vaak als
huiswijn worden aangeboden;
(xv) Valladolid: goede wijnen, met als paradepaardje de Vega Secilia, die door
velen wordt erkend als een van de beste wijnen ter wereld;
(xvi) Jerez: we zijn hier aangekomen in het gebied waar de Sherry vandaan
komt. Sherry wordt gemaakt van twee druivensoorten, de Palomino Blanco
en de Pedro Ximenez. Van goed naar beter: a. Arena, b. Barro en c.
Albariza.
Vinificatiemethode:
Droge sherry wordt in eerste aanleg op dezelfde manier bereid als witte wijn. Voor de zoete sherry laat men de druiven door de zon indrogen en worden ze daarna pas geperst en gegist. Na drie maanden wordt de wijn ingedeeld in vier klassen, namelijk de Raya, dos Rayas, tres Rayas en Parilla. Alleen de Raya wordt aangelengd tot 14% alcohol, waarna de Flor-vorming onstaat die de sherry zijn specifieke karakter geeft.
De dos Rayas en de tres Rayas worden gebruikt voor mindere kwaliteit sherry en de Parilla wordt doorgestookt tot wijnalcohol.

De Raya wordt na een jaar rijpen met de Flor ingedeeld in Fino of Oloroso. Bij Oloroso wordt wijnalcohol toegevoegd tot het alcoholpercentage op 20 ligt zodat de Flor verdwijnt. Daarna kan de wijn oxideren waardoor de volle oranjegele kleur ontstaat. Gecompliceerde wijnen met verschillende geuren.


15. Portugal

Portugal staat bekend om zijn Madeirawijnen en natuurlijk de Portwijn.



De Madeira’s zijn in vier klassen ingedeeld:
(i) Sercial: de droge uitvoering van de Madeira; prima als aperitief of in
combinatie met gegrild vlees;
(ii) Verdelho: een halfzoete wijn, licht van kleur, die erg goed past bij kazen
met een sterke smaak;
(iii) Boal: een halfzoete dessertwijn met een lichte frisse afdronk;
(iv) Malmsey: krachtige zoete wijn, sterk geurend die uitstekend past bij een
chocoladedessert. Bijzonderheid is dat de wijn zeer lang houdbaar is:
bijna onbeperkt.
Portwijn wordt ingedeeld in twee hoofdgroepen: aan de ene kant de Ruby’s en de Tawny’s, die meestal uit een mix bestaan van Port van verschillende jaren, en aan de andere kant de Vintage Ports, die alleen in zeer goede wijnjaren gemaakt worden.
(i) Vintage Port: Deze wijn wordt gemaakt van een oogstjaar, en twee jaar na
de oogst op fles gebracht. De wijn rijpt dan verder op zijn depot; er is dus
geen houtrijping;
(ii) Late Bottled Vintage Port: eveneens een wijn uit een jaar geoogst, maar
pas na vier of vijf jaar gebotteld. De rijping is minder omdat het depot
inmiddels verlaten is;
(iii) Colheita: een Vintage Port (met soms houtlagering) die na zeven jaar op
fles gebracht wordt;
(iv) Vintage Character Port: is een Ruby Port van hoge kwaliteit.

Blended Ports, de Ruby en de Tawny
Ruby Port is een jonge geblende Port, fruitig van smaak en goed te combineren met lichte kaassoorten.

Tawny is een gerijpte Ruby, die na een aantal jaren rijping lichter van kleur is geworden en daardoor meer suikers heeft ingekapseld. Tawny is een ideale afsluiting van de maaltijd.


Vinficatiemethode
Wijnbouwers uit de Douro-vallei bereiden hun Port op de volgende manier: Ze laten de most tot gisting komen; de gisting stopt dan vanzelf bij een alcoholpercentage van ongeveer 14, maar wordt dan aangevuld met wijnalcohol totdat de wijn 20% alcohol bevat. Vervolgens wordt de wijn verscheept naar het plaatsje Villa Nova de Gaia om geblend te worden.

Andere wijnbouwgebieden in Portugal
(i) Dao: genoemd naar de rivier die door het ruige landschap stroomt. De rode
wijnen hiervandaan zijn bruinrood van kleur, stevig van smaak en goed te
combineren met stoofvlees. De rode wijnen zijn van hoge kwaliteit, de
witte uit dit gebied zijn minder succesvol;
(ii) Vinho Verde: om de druiven van de vochtige grond weg te houden, worden
de wijnstokken langs pergola’s geleid. Voor de wijnbouwer betekent dit dat
hij naast de druiven ook nog andere gewassen kan verbouwen op de grond.
De Vinho Verde is bekend om zijn frisse witte wijnen, maar er komen ook
goede rode wijnen uit dit gebied, zoals de Velho en de Garrafeira;
(iii) Bucelas: ongeveer 25 kilometer ten noorden van Lissabon vinden we
frisdroge, strogele witte wijnen, die uitstekend samengaan met ansjovis;
(iv) Colares: ten westen van Lissabon, aan de kust wordt de witte Colares
gemaakt. De wijnstokken staan hier diep in het duinzand en kunnen heel
oud worden. De witte Colares is citroengeel, heeft veel zuren en kan vrij
oud worden; een goede begeleider van salade’s met een stevige dressing;
(v) Setubal: dit wijngebied ligt ten zuidoosten van Lissabon. Hier groeit de
Muscat-druif die gebruikt wordt om wijn te bereiden op dezelfde manier
als Port. Het resultaat is een dessertwijn met een mooi abrikoosachtige
kleur;
(vi) Carcavelos: net buiten Lissabon, aan de westkant van de stad. De wijnen
hiervandaan hebben veel gemeen met die uit de Bucelas;
(vii) Algarve: de wijnen uit dit gebied zijn kwalitatief niet hoogwaardig.

16. Overige wijnlanden

Tsjechië en Slowakije
In Tsjechië worden mooie rode wijnen gemaakt van de Blauburgunder, de Portugieser en St. Laurent. De witte wijnen zijn redelijk en komen van dezelfde druivensoorten als in Duitsland en Oostenrijk worden gebruikt. Wijnen uit Tsjechië worden maar weinig geëxporteerd. Het rijkste wijngebied is Slowakije.
Oostenrijk
De meeste kwaliteitswijnen uit Oostenrijk zijn wit. Vooral bekend zijn de Spatlese en de Eiswijn. Oostenrijk kan in vier wijnregio’s worden ingedeeld:
1. Neder Oostenrijk, 2.Wenen, 3.Burgenland en 4. Steiermarken. In Oostenrijk worden veel verschillende druivensoorten gebruikt, een aantal inheemse soorten zijn Gruner Veltliber, Neuberger, Zierfandler en Bouviertraube.
Voormalig Joegoslavië
Oude staatscoöperaties zorgen er in de nieuwe republieken voor dat de kwaliteit van de eenvoudige, plaatselijke wijnen wordt verbeterd. De voornaamste wijnbouwgebieden vinden we in Slovenië, Istrië, Kroatië, Dalmatië, Kosovo en Macedonië. Mooie rode wijnen uit Macedonië en Montenegro zijn de Vranac en de Kratosiva. Voor de wijn worden druivensoorten uit Italië, Oostenrijk en de Elzas gebruikt.
Hongarije
Hier komen de fijnste volle wijnen uit oost Europa vandaan, vanwege het gunstige klimaat en de vulkanische voedingsbodem. Bekende wijnbouwgebieden zijn Badascony, Tokay, Balatonfured, Eger en Sopron. Erg mooi is de Tokay-Aszu die bij het Balatonmeer vandaan komt; een dessertwijn met tonen van honing en rijp fruit.
Noord-Afrika
De Noordafrikaanse wijngebieden bestrijken eigenlijk de gehele noordkant van het continent, maar het grootste deel van de wijnen wordt geproduceerd in Tunesië, Algerije en Marokko. De witte wijnen uit dit gebied zijn van weinig betekenis, maar de rode zijn wat beter en veelal zondoorstoofd.
Bulgarije
Krijgt steeds betere wijnen doordat het vinificatieproces verbetert.
Roemenië
De wijnen hier worden veel gemaakt van inheemse druivensoorten. Vooral de rode wijnen zijn erg zwaar en rijk aan vaste stoffen en alcohol.
Argentinië
Argentijnse wijn wordt betrekkelijk weinig geëxporteerd, maar in eigen land is de consumptie groot. Goede wijnen komen uit Mendoza en uit San Juan.
Chili
In Chili is begonnen met wijnbouw toen de Spanjaarden het land bezetten; waarschijnlijk al rond 1535 werd hier wijn gemaakt, er bestaat dus een rijke wijncultuur. Tegenwoordig vestigen veel Franse wijnboeren zich in Chili. De wijnen zijn dan ook geïnspireerd door de Bordeaux-wijn. De beste wijngaarden van het land liggen in het midden: Santiago, O’ Higgins, Colchaqua, Curico en Talca. In tegenstelling tot in de Bordeaux mag hier wel worden geïrrigeerd. De beste Cabernet–Sauvignon komt uit de gemeente Maipo ten zuidoosten van Santiago, waar veel kalk in de grond zit, samen met klei en kiezel.

Chileense wijnen zijn de beste van Zuid-Amerika en hebben een goede prijs-kwaliteitverhouding.


Brazilië
Hier wordt Méthode Traditionelle bereid en tafelwijn, doorgaans gemaakt van klassieke druivenrassen.


Californië
Al in de 18e eeuw plantten kolonisten hier hun wijnstokken, die ze hadden meegenomen uit Europa. Helaas zonder veel succes; pas vrij recent is de kwaliteit van de wijn explosief toegenomen. Daarbij is het te danken aan de Amerikaanse wijnstokken dat wij in Europa nog druiven kunnen verbouwen: eind 19e eeuw ontdekte men dat de Amerikaanse stok immuun is voor druifluis, omdat zij zo vaak gekruist is.

Napa Valley is het bekendste wijnbouwgebied van Californië. De vallei strekt zich uit over een lengte van 40 kilometer, de breedte varieert van vijf tot acht kilometer.

De grondsoort is veelal alluviaal en vulkanisch en er zijn hier verschillende microklimaten zodat we diverse druivensoorten tegenkomen. Andere interessante wijngebieden in Californië zijn Santa Cruz, Monterey County, San Benito, San Luis Obispo, Santa Barbara en Interior Valley.


Zuid-Afrika
Ook Zuid-Afrika kent een lange wijngeschiedenis: sinds 1659 wordt hier wijn gemaakt. Oorspronkelijk werd de wijn er vaak aangesterkt waardoor er niet echt kwaliteitswijnen waren, maar tegenwoordig kent het land wijnen op topniveau. We treffen hier Riesling, Colombard en Chenin-Blanc aan voor de witte wijnen, voor de rode Cabernet-Sauvignon, Cinsaut en Pinotage. De beste wijndistricten zijn Constantia, vanwege de hoge kwaliteit van de rode wijn (er heerst een mild klimaat met vrij veel regen, vooral aan de voet van de bergketen) en Stellenbosch. De grondsoorten lopen hier nogal uiteen, van granietachtig tegen de bergen, zandsteen bij de Tafelberg en veel kalk bij de kust
Australië
Tot voor kort werden in Australië voornamelijk Sherry en Port-achtige wijnen gemaakt, maar nu winnen ook de kwaliteitswijnen terrein. Er is daardoor een enorme diversiteit aan wijnen. De gebruikte druivensoorten zijn voor de witte wijn Riesling, Semillion, Sauvignon en Chardonnay, voor rood de Cabernet-Sauvignon en de Shiraz (Hermitage). De voornaamste wijnbouwgebieden zijn Barossa Valley, Milawa, Hunter Valley en Coonawara. Kwaliteit en smaak van de wijnen verschillen sterk, doordat het land zo groot is en er dus veel verschillende microklimaten en grondsoorten zijn, wat natuurlijk ook weer zorgt voor een grote diversiteit. De beste wijnen van Australie worden in Coonawara en Barossa Valley gemaakt.
17. Het bewaren en schenken van wijn

Wijnen moeten liggend bewaard worden, zodat de kurk niet kan krimpen. Zo kan er geen lucht bij de wijn komen. Daarbij is het nodig om het etiket naar boven te leggen: de fles kan dan herkend worden zonder dat hij omgedraaid hoeft te worden, wat ook belangrijk is om het bezinksel of depot te kunnen zien.


Wijn moet donker en rustig liggen, in een ruimte met een constante, vrij lage temperatuur. Temperatuurschommelingen zijn erg slecht voor een wijn en een te hoge temperatuur zorgt ervoor dat de wijn zich sneller ontwikkelt.
Het openen van de fles mag niet te gehaast gebeuren. Maak de bovenkant van de fles goed schoon en snijd de bovenkant van de capsule langs de rand af. Het is de bedoeling dat bij het uitschenken de wijn niet in contact komt met het lood.

Wanneer de wijn geopend wordt moet het etiket naar de gastheer/vrouw gericht staan. Tijdens het openen wordt de fles niet meer gedraaid. Als de kurk eraf is moet de rand van de hals van binnen en van buiten goed schoon gemaakt worden.


De gastheer/vrouw proeft de wijn; het etiket wijst dan nog steeds in zijn/haar richting. Vervolgens wordt de oudste vrouw van het gezelschap ingeschonken, daarna de een na oudste etc. tot aan de jongste, dan gaat men verder met de heren in dezelfde rangorde: eerst de oudste en de jongste als laatste. Ten slotte wordt de gastheer/vrouw ingeschonken.
Sommige wijnen moeten van tevoren gedecanteerd worden. De reden hiervoor is:

(i) dat de wijn gescheiden moet worden van het depot;



(ii) dat de wijn belucht moet worden. Een jonge, gesloten, stugge wijn kan hierdoor veel beter drinkbaar worden. Het decanteren wordt dan gebruikt om het verouderingsproces van de wijn te versnellen.


1 In de most is nog geen alcohol aanwezig



  • 2. De ontwikkelingsstadia van de druif
  • 16. Overige wijnlanden Tsjechië en Slowakije
  • Bulgarije Krijgt steeds betere wijnen doordat het vinificatieproces verbetert. Roemenië
  • Brazilië Hier wordt Méthode Traditionelle bereid en tafelwijn, doorgaans gemaakt van klassieke druivenrassen. Californië
  • 17. Het bewaren en schenken van wijn

  • Dovnload 111.36 Kb.