Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave

Dovnload 172.04 Kb.

Inhoudsopgave



Pagina3/9
Datum12.03.2017
Grootte172.04 Kb.

Dovnload 172.04 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Multatuli (pseudoniem voor Eduard Douwes Dekker, 1820 - 1887), het verhaal van Saïdjah en Adinda (samenvatting)



Het verhaal  van Saidjah en Adinda speelt zich af het in Nederlands-Indië van de 19e eeuw. Daar woonden, in Lebak, Saidjah en Adinda. De enige buffel en bron van inkomsten van Saidjahs vader werd afgenomen door het districtshoofd. Twee jaar later gebeurde hetzelfde met een tweede buffel. Toen Saidjah was vijftien jaar was, besloot hij werk te zoeken in de verre hoofdstad Batavia. Hij ging naar Adinda, zijn toekomstige vrouw, om afscheid van haar te nemen. Ze spraken af om na zesendertig manen elkaar terug te zien onder een boom.

Na drie jaar hard werken had Saidjah genoeg verdiend om drie buffels voor Adinda te kopen. Op de weg terug dacht hij alleen maar aan Adinda. Hij hoorde niet dat het nieuwe districtshoofd veel milder was en dat er in zijn woonplaats veel veranderd was. Toen hij 's nachts de boom bereikte, vond hij Adinda niet, maar hij bleef op haar wachten. De volgende dag bleef hij wachten, maar Adinda zag hij niet. Op het laatst rende hij het dorp in en begon te zoeken, maar vinden deed hij haar niet, zelfs haar huis niet. Ook vond hij zijn eigen familie niet.

Saidjah luisterde niet naar wat men hem vertelde: over zijn vader die gevlucht was en gestorven was in de gevangenis, over zijn moeder die van verdriet gestorven was en over Adinda die met haar vader gevlucht was naar een plek waar opstandelingen kwamen. Uiteindelijk barstte hij in een gelach uit en een oude vrouw neemt hem mee naar haar huis.

Toen het weer wat beter met hem ging, vertrok hij naar de opstandelingen en sloot zich bij hen aan om Adinda te zoeken. Op een dag liep hij door een dorp van opstandelingen dat het Nederlandse leger platgebrand had. Hij vond het lijk van Adinda's vader en even later ook het mishandelde lijk van Adinda. Doodongelukkig stortte hij zich daarop in de bajonetten van de soldaten en stierf.

Multatuli (pseudoniem voor Eduard Douwes Dekker, 1820 - 1887), Het lied van Saïdjah en Adinda (fragment uit de roman Max Havelaar)


 

Ik weet niet waar ik sterven zal.


Ik heb de grote zee gezien aan de zuidkust, toe ik daar was met mijn vader om zout te maken.
Als ik sterf op de zee, en men werpt mijn lichaam in het diepe water, zullen er haaien komen.
Ze zullen rondzwemmen om mijn lijk, en vragen: `Wie van ons zal het lichaam verslinden dat daar daalt in het water?'
Ik zal 't niet horen.

Ik weet niet waar ik sterven zal.


Ik heb het huis zien branden van Pa-ansoe, dat hij zelf had aangestoken omdat hij mata-glap was.
Als ik sterf in een brandend huis, zullen er gloeiende stukken hout neervallen op mijn lijk.
En buiten het huis zal een groot geroep zijn van mensen die water werpen om het vuur te doden.
Ik zal 't niet horen.

Ik weet niet waar ik sterven zal.


Ik heb de kleine Si-oenah zien vallen uit de klappa-boom, toen hij een klappa plukte voor zijn moeder.
Als ik val uit een klappa-boom, zal ik dood nederliggen aan de voet in de struiken, als Si-oenah.
Dan zal mijn moeder niet schreien, want zij is dood. Maar anderen zullen roepen: `Zie, daar ligt Saïdjah!' met harde stem.
Ik zal 't niet horen.

Ik weet niet waar ik sterven zal.


Ik heb het lijk gezien van Pa-lisoe, die gestorven was van hoge ouderdom, want zijne haren waren wit.
Als ik sterf van ouderdom, met witte haren, zullen de klaagvrouwen om mijn lijk staan.
En zij zullen misbaar maken als de klaagvrouwen bij Pa-lisoe's lijk. En ook de kleinkinderen zullen schreien, zeer luid.
Ik zal 't niet horen.

Ik weet niet waar ik sterven zal.


Ik heb velen gezien te Badoer, die gestorven waren. Men kleedde hen in een wit kleed, en begroef hen in de grond.
Als ik sterf te Badoer, en men begraaft mij buiten de dessa, oostwaarts tegen de heuvel, waar 't gras hoog is,
Dan zal Adinda daar voorbijgaan, en de rand van haar sarong zal zachtkens voortschuiven langs het gras...
Ik zal het horen.


William Wordsworth (1770 - 1850), zijn gedicht My heart leaps up





Het Engelse origineel:

My heart leaps up when I behold

A rainbow in the sky.

So was it when my life began;

So is it now I am a man;

So be it when I grow old,

Or let me die!

The Child is father of the Man;

And I could wish my days to be

Bound each to each by natural piety



In de Nederlandse vertaling:

Mijn hart springt op bij het aanschouwen
Van een regenboog.
Zo was het toen ik ter wereld kwam
En zo vergaat het mij, als man,
En dooft het als ik ouder ben,
Dan wil ik dood.
Het Kind is vader van de Man

En ‘k bind de dagen die ik verder slijt

Aaneen in oprechte nederigheid.



A.C.W. Staring (1767 – 1840), zijn gedicht Aan de maan (fragment)

Toon ons uw luister, o zilveren Maan!

Rijs uit het meer.

Lach den zwervenden scheepling aan.

Straal, op 's wandelaars donkere baan,

In uw lieflijkheid neer.


Johann Wolfgang von Goethe (1749 – 1832), zijn gedicht Wandrers Nachtlied




Het Duitse origineel:

Über allen Gipfeln
Ist Ruh,
In allen Wipfeln
Spürest du
Kaum einen Hauch;
Die Vögelein schweigen im Walde.
Warte nur, balde
Ruhest du auch.

In de Nederlandse vertaling:

Boven alle heuveltoppen is het stil,
in de boomtoppen word je
nauwelijks een zuchtje wind gewaar;
de vogels zwijgen in het bos.
Wacht maar, spoedig
rust jij ook.


1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • William Wordsworth (1770 - 1850), zijn gedicht My heart leaps up
  • A.C.W. Staring (1767 – 1840), zijn gedicht Aan de maan (fragment)

  • Dovnload 172.04 Kb.