Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave

Dovnload 172.04 Kb.

Inhoudsopgave



Pagina5/9
Datum12.03.2017
Grootte172.04 Kb.

Dovnload 172.04 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

A.C.W. Staring (1767 – 1840), Het verschijnsel


"Ibant obscuri, sola sub nocte, per umbram." (Virgillius).
't Werd nacht; de kim betrok; geen vogel zong aan 't pad

Waar langs een Reizend Man het wijde woud doortrad.

Holrommlend komt het oost het westen tegenrukken;

Een bui schijnt, zaamgepakt, der eiken top te drukken;

Zij scheurt; het luchtruim brandt; en, onder stormgeluid,

Berst gure regen over dal en heuvlen uit.

Waar zal de Wandelaar, waar zal hij redding vinden!

De hemel gloeit alleen, om hem nog meer te blinden!

Verbijsterd tast hij rond, naar zijn verloren baan;

Dan spoort de hoop zijn treen, dan houdt hem wanhoop staan;


Zie daar op eens een lamp, die in de diepte flikkert,

En, over zwalpend nat, met breeder stralen blikkert!

Omringd van puinval schraagt een toren, bij den vloed,

De kluis der needrigheid, het hutjen aan zijn voet

Hier kwam de helle glans verrassend uitgeschenen.
Hoe moedig worstelt nu, door kreupelruig en steenen,

De vreemdling naar de stulp, als naar een haven, voort!

Doch hij bereikt ze naauw, of ziet zijn vreugd verstoord!

Hij vindt het klein gezin, met doodsverw op de kaken,

Een muurhol ingevlugt, het dwarlend licht bewaken;

De schaamle rietkap aan 't geknakte bint ontroofd,

En de overstelpte vlam der haardstede uitgedoofd.
O al te harde keus uit even bange nooden!

't Gevaar hier binnen grimt hem toe, gelijk 't ontvloden!

Of zal hij, ligt te stout! niet luistren naar 't vermaan

Van huiswaard en waardin, en wagen 't op te gaan,

Langs de enge kronkeltrap; vernachten in de toren;

In 't zwarte slaapvertrek, waar 't Spooksel zich liet hooren?


Het leger staat bereid, wijl 't vaak hun heer gelust,

Dat hij den burg bezoekt, en daar van 't jagen rust;

Maar 't strekt bij dag alleen; het duister doet hem vlugten;

Dan krijgt de Geest hier magt! Men hoort een treurig zuchten;

Een vreemd gestommel, dat onrustig gaat en kromt,

En eindigt met een galm, die onder de aarde bromt,

Als rouwgelui. Een steen, vol schrift uit vroeger dagen,

Draagt heugnis van een Gast, in 't oud kasteel verslagen;

Meldt, hoe zjn gouden pronk de roofzucht had bekoord;

En noemt den burgheer zelv' als dader van den moord.

De nacht verborg het feit; de helle dag zou' 't wreken!

Hij rees! de stroom zwol bruizend aan; de dammen weken;

Het land vloot weg, en 't slot, dat om den toren stond,

Begroef den onverlaat, die 't heilig gastregt schond!"


Zoo spreekt het grijze paar, en laat, in 't eerlijk wezen,

Den angst voor 't spookrumoer, ten borg der waarheid, lezen.


De vreemdling, na 't verhaal, peinst lang, en blijkt ontzet.

Doch nooddrang werkt als moed: hij zoekt met rasschen schred,

Het eenzaam leger op; strekt afgemat zijn leden;

En slaapt ten lesten in, bij 't momplen van gebeden.


En 's middernachts, wordt voor den slaper 't stormgerucht

Grafstil. Doch nu ... wat komt - staag nader! - Zucht op zucht

Komt hartdoorsnijdend uit den zwarten muur gevaren,

Waaraan het lamplicht blaauwt. Als fluistering van blaaren,

Door herfstwind saamgejaagd, is 't ridslen in den wand.

Hij loert er angstig heen, en eene ontvleeschde hand

Breekt uit den steen, en wenkt, met opgestoken vinger.

Zij wenkt nog eens; nog eens! Daar zwiert, met wild geslinger,

De lamp ter aarde, en straalt op bloed, aan 't bed geplengd!

Een doodsrif staat er bij! "Rijs, dien mij 't noodlot brengt,

Om aan mijn dor gebeent', vermoeid van om te zweven,

Een beter grafplaats in gewijden grond te geven!

Eens lag ik daar, als gij; maar een verrader hield

Meedoogloos staal bereid; 'k sliep in, en was ontzield!

Dit bloed, op de aard gestort, zal, voor ik rust, niet droogen.

Rijs op! mijn stonde vliedt!" Hier grijpt met alvermogen

Het spook den hoorden aan, en laat niet los, en dwingt

Hem dreigend naar den muur, die voor hen open springt.


Hij volgt, onmagtig om de beenderhand te ontsnappen,

Zijn leidster in den nacht, van trappen voort tot trappen,

Den sluipweg af, dien 't lest de Moordenaar, alleen

Met zijn geweten, ging. Een akelig gesteen

Steen uit de diepten op, waarin zij nederdalen.

't Wordt klank1 't zijn galmen, met geen woorden af te malen!

't Is 't rouwgelui, de schrik van dit verlaten oord,

Dat, om hen zwoegend, door het sombre donker boort.


Doch eindlijk heeft het Paar, 't gedreun der burgt ontronnen

Langs afgestorte bres, het open veld gewonnen.

De vloed rolt achter hen zijn nevel tusschen 't riet.

Het perk der akkers is doorloopen; het gebied

Der wouden ingetreen. De braambosch dringt de reten

Eens hoogen steenwands uit. De schuifuil knert, gezeten

In 't riekend groen. Nu daalt de smalle hofweg af,

Naar laagten, die 't geruisch der popels leven gaf.

Met eenmaal klimt hij weer, door nederhanged loover,

De steile schuinte van een heuvel glibbrig over.


Zoo voert hen 't wisslend pad tot aan 't geheime dal,

Waar, midden op een beemd, hun loopbaan einden zal.

Intusschen klaarde 't zwerk; de maan verving het duister;

En 't geraamt houdt stand, doorschenen van haar luister.


"Hier is 't! Ga heen, en slaap. Maar als de morgen licht,

Gedenk mijn langen nood, en uwen duren pligt!"

Dus spreekt het, en verzinkt. Met wildgerezen haren,

Blijft nog zijn Togtgezel op 't effen grasveld staren:

"Hoe teekent hij den plek, voor 't hem bevolen werk?

't Ontberelijkst gewaad verstrekk' hem tot een merk!"

Hij legt het af; met een is ook zijn droom geweken;

Het grasveld wordt de vloer; 't gevallen dek zijn teeken.


Het realisme: theorie



Dia nr 20 en 21
Theorie

“Wat ging er door je heen?” Dè standaardvraag van iedere sportverslaggever aan een voetballer, wielrenner of andere sporter die, nog nahijgend van de inspanning, commentaar moet leveren op zijn eigen prestatie. Dat deze vraag inmiddels zó standaard is geworden dat bijna niemand meer ‘m durft te stellen komt, omdat wij allemaal nieuwsgierige mensen zijn. Wij willen weten wat zich in het hoofd van die beroemdheid op het tv-scherm afspeelt. Geen acteerwerk, nee èchte emotie; èchte tranen van vreugde of geluk willen we zien. Het moet allemaal zo realistisch mogelijk zijn, ‘alsof we het zelf beleven’.


Dat geldt natuurlijk niet alleen voor sporters. Een heleboel mensen zijn ook benieuwd naar de smaak die Barbie uit Oh oh Cherso heeft, of naar de spanningen waaraan de deelnemers in America’s next top model lijden. Er moet een verhaal verteld worden. De term reality tv, die hiervoor wel wordt gebruikt, is bij iedereen ingeburgerd.

Als zo’n verhaal op een heel knappe manier wordt verteld (‘net echt’) kan het zijn dat het gaat om kunst. Voor dat soort kunst gebruiken we de term realisme. De foto van de vrouw (waarschijnlijk de moeder) die een gewonde soldaat (?) (waarschijnlijk haar zoon) vasthoudt is, zo vonden veel deskundigen, geen gewone foto; het is kunst, realistische kunst. Omdat er met één beeld zoveel wordt verteld, kozen fotojournalisten uit de hele wereld deze foto uit tot world press photo 2011.


Natuurlijk kun je met dat vertellen ook overdrijven. Voor ons lijken de emoties van de Noord-Koreaanse arbeider niet meer echt, zijn verhaal over ijver en werklust is nep. Ook met de pijp op de andere afbeelding lijkt iets mis. Hij zit niet in de mond van een roker, er komt geen rook uit, je ziet helemaal niets anders dan die pijp. Hoewel het een heel realistische pijp is, wordt er geen verhaal bij verteld. ‘Ceci n’est pas une pipe’, oftewel: dit is géén pijp. Dat klopt ook: het is een afbeelding van een pijp, dus geen ‘echte’ pijp. En dat is nou net het ‘verhaal’ dat de schilder ons wil vertellen! Daarom is het schilderij met de pijp dus ook realistische kunst.
Het realisme als kunststroming is ontstaan rond 1850, vooral in Frankrijk. Het realisme werd al heel snel populair in heel West-Europa (men was die ‘overdreven huilerige’ verhalen uit de Romantiek blijkbaar een beetje zat) en die populariteit is eigenlijk nooit afgenomen. Ook nu nog wordt er volop realistische kunst geproduceerd.

Tot slot: let erop dat het realisme vooral een kunststroming aanduidt, en niet zozeer een tijdperk (dit in tegenstelling tot de Romantiek, die zowel een kunststroming als een tijdperk is!)


Aantekeningen
Dia nr 22
Theorie

Het eerste en belangrijkste kenmerk van het realisme ligt voor je hand: het weergeven van het hier en nu. Géén middeleeuwse fantasiekastelen meer, of mysterieuze berglandschappen in de mist: gewoon schilderen, beeldhouwen of opschrijven wat je ziet. De natuur is geen piepklein vergezichtje op de achtergrond, en ook geen enorm bergmassief waarin de mens een klein dwergje lijkt: het is gewoon de natuur (in dit geval het door de mensen op de voorgrond bewerkte veld) zoals een ‘normaal’ mens de natuur ziet.

Wat geldt voor de natuur, geldt voor ieder ander onderwerp waarover kunstenaars van het realisme schilderen, beeldhouwen of schrijven: vooral niet teveel (bij)fantaseren. Laten merken dat je over veel fantasie beschikt: bij de romantici stond dat in hoog aanzien, maar bij de realisten zeker niet.
Dia nr 23

Theorie

Kenmerk nummer twee van het realisme: als je het hier en nu beschrijft, moet je die weergeven op een objectieve manier. Of je, bijvoorbeeld als schrijver, nou de natuur, een veldslag, een liefde, het werk in een staalfabriek of iets anders beschrijft: het realisme schrijft voor dat een kunstenaar dat zo ‘echt’ mogelijk moet doen. De emotie moet je er als kijker of lezer zelf maar bij krijgen; als het een goed kunstwerk is, lukt dat vanzelf wel. Da’s een belangrijk verschil met de Romantiek, waar de emotie door het kunstwerk als het ware werd ‘opgedrongen’.


Bij schilderijen was er een probleem: je ziet de afbeelding in een plat vlak, maar ‘in het echt’ kun je gewoon om je heen kijken. In de 19e eeuw, de tijd van het ontstaan van het realisme, vond men daar wat op: de panorama’s. Dit waren ronde gebouwen waarvan de hele wand met een geschilderd doek was bedekt: een ‘rond’ schilderij dus. Vèr voor Windows Mediaplayer ® of Apple QuickTime ® bestond er dus al een 360 graden view!

Deze panorama’s werden al snel in verschillende Europese steden gebouwd en genoten een zeer grote populariteit. Het was voor veel gewone mensen de eerste en enige gelegenheid om een ‘kijkervaring’ op te doen die ‘net echt’ was. Het Panorama Mesdag in Den Haag (genoemd naar de schilder Hendrik Mesdag) is helemaal gerestaureerd en kan in volle glorie worden bekeken.


Aantekeningen
Dia nr 24
Theorie

(Ook) aandacht voor de “gewone man” is de derde eigenschap van realistische kunst. Door de industriële revolutie was er een hele massa aan arme fabrieksarbeiders ontstaan, die in de steden woonden, vlak bij hun werk in vaak armoedige omstandigheden. Veel kunstenaars trokken zich het lot van deze mensen aan en schilderden het verhaal van hard werk en weinig geld, op realistische wijze, op het schildersdoek of in een roman.

Niet langer waren in opdracht geschilderde staatsieportretten van rijke edellieden de voornaamste bron van (schilder)kunst. De tijd van de koningen en keizers met absolute macht was sowieso bijna voorbij. Het volk zou vroeg of laat aan de macht komen, en stiekum wist iedereen dat wel. En zo geschiedde ook, na de Russische revolutie.



Aantekeningen
Dia nr 25, teksten uit de reader:

  • L.N. Tolstoj  (1828 – 1910), Oorlog en Vrede (fragment)


Theorie

Het realisme van het midden tot aan het eind van de 19e eeuw is wat betreft de letterkunde de bloeitijd van de (pyschologische) roman. De reden voor de populariteit van dit genre bij realisten ligt voor de hand: in een roman wordt een verhaal verteld, van een personage en van zijn lotgevallen en zijn gedachten en gevoelens. Als je dat allemaal zo realistisch mogelijk opschrijft, ontstaat er vanzelf een roman. Omdat we zó gewend zijn geraakt aan dit type romans (als we een literaire roman in de klassieke zin van het woord kopen, verwachten we géén politieke propaganda, géén actiethriller, géén science fiction, maar gewoon een verhaal over een of meer personages) , worden psychologische roman en roman vaak door elkaar gebruikt. Hoewel dat lang niet altijd echt het geval is, mag je ‘roman’ en ‘psychologische roman’ in deze reader als synoniemen van elkaar beschouwen.



Bekende buitenlandse schrijvers van realistische romans
1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Het realisme: theorie

  • Dovnload 172.04 Kb.