Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudsopgave

Dovnload 172.04 Kb.

Inhoudsopgave



Pagina8/9
Datum12.03.2017
Grootte172.04 Kb.

Dovnload 172.04 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Herman Heijermans  (1864 – 1924), Op hoop van zegen (toneelstuk, fragment)


(Toneel, derde bedrijf: een armoedige kamer. De vissersvrouwen wachten vol vrees op de terugkomst van hun mannen en zonen, die op zee zijn)



een stilte.
't Is dwaas om zulke mallighede te denke - 't is je bestaan - en tegen je bestaan mag je niet in opstand komme.
truus

Ja - zij kan 'r van meeprate...


kniertje, stillekens stoppend

Me man was 'n visser één-uit-de-duzend. Als 'r gelooid wier, proefde-die an 't zànd waar-ie was. 's Nachts zei-ie menigmaal we binne op de 56 en dan wàs-ie op de 56. Wat het-ie al niet meegemaakt as matroos! Eens het-ie twee dage en twee nachte met drie andere in de boot rondgezworreve. Dat was toen ze de beug moste inhale en 'r zo'n mist opsting, dat ze geen jóon meer konde onderscheijen, laat staan de logger terugvinde. In twee dage en twéé nachte geen ete of drinke. - En later weer toen de schuit verging - dat had u 'm motte hore vertelle - zwom ie met ouwe Dirk na 'n omgeslage roeiboot - daar klom-ie op. Die nacht zei-die vergeet 'k nooit. Ouwe Dirk was te moe of te oud om 'n vasthou te krijge. Toen stak me man z'n mes in de boot en Dirk die grijpe wou en haast zonk, greep in 't mes dat drie van z'n vingers 'r bijhinge - ja, ja, - da's àllemaal gebeurd - en met gevaar van z'n eigen leven trok-ie 'm op de omgeslagen boot - Zo dreve ze met d'r tweeë in de nacht - en Dirk - die ouwe Dirk - of 't van bloedverlies kwam of van angst - Dirk wier gek. Die zat me man maar an te kijke met oge as van 'n kat - die sprak van de duvel die in 'm was - van de satan - en 't bloed, zei me man, liep over de boot - de golve hadde maar werk om 't weg te spoele. Net tegen de morgen glee Dirk na benee - zo uit zich zelf - me man wier opgepikt door 'n vracht-boot die langs voer. 't Het niet geholpe - drie jaar later - da's nou twalef jaar gelejen - bleef de Clémentine - die uw vader na u genoemd had - op de Doggersbank mèt me twee oudste - Van wat 'r met diè gebeurd is, weet 'k niks, helemaal niks. Nooit 'n luik of 'n joon angespoeld - niks meer, niks - Je kan 't je eerst niet voorstelle - maar na zoveel jare weet je d'r gezichte niegoed meer - en daar dánk je God voor. Want hoe erreg zou 't niet zijn as je de herinnering hield. Nou heb 'k óok me vertelsel gedaan - elleke zeemansvrouw het zo ies in d'r femilie - 't is geen nieuwigheid - Truus het gelijk: de vis wordt duur betaald... Huil je juffrouw?



clémentine, losbarstend

God - as 'r vànnàcht maar geen schèpen vergaan...


kniertje

 ...We zijn àllemaal in God's hand - en God is groot en goed...


jo, woest-opstuivend

...Schepe vergaan! Schepe vergaan! De een blert - de ander huilt... 'k Wou da'k van avond in me eentje gezeten had.



Met de vuisten haar hoofd bebonzend.

 

Jullie make iemand dol, dol, dol!...


clémentine, verbaasd

Jo - wat hèb je?...


jo, hartstochtelijk

...Háár man en háar broertje - en me arreme oom - die beroerde verhale - inplaas van je op te vrolijke!... Vraag mijn nou ook!


gillend.

Me vader is verdronken, verdronken, verdronken!... En... Jullie zijn ellendelinge - jullie zijn ....



smijt heftig de deur achter zich dicht.

Het fin de siècle: theorie



Dia nr 29 en 30
Theorie

“An artist is somebody who produces things that people don't need to have.” Dit is een uitspraak van de Amerikaanse kunstenaar Andy Warhol. Warhol leefde in de tweede helft van de twintigste eeuw, maar zijn 19e-eeuwse vakbroeders uit de periode die we het fin de siècle noemen, zouden het vast en zeker een mooie quote hebben gevonden. In het fin de siècle –de periode die duurt van ongeveer 1880 tot aan 1914, het begin van de Eerste Wereldoorlog, ontstond, heel voorzichtig, de eerste kunst van het soort waarvan veel mensen zich tegenwoordig afvragen: is dìt nou kunst?


‘JA!’, zou een artiest uit het fin de siècle vol overtuiging op die vraag antwoorden. Het is kunst omdat het als kunst bedoeld is, of, op z’n Frans: l’art pour l’art (de kunst voor de kunst). Het is dus géén kunst omdat er een romantisch gevoel in wordt uitgedrukt, en het is óók geen kunst omdat het op een heel realistische manier een verhaal vertelt: nee, iets is gewoon kunst omdat ik (de maker) vind dat het kunst is, punt uit!
Dat lijkt allemaal eenvoudig genoeg, maar de creatieve geesten uit het fin de siècle hielden zich wel degelijk aan allerlei kunstregels en –voorschriften. Want kunst was dan wel gewoon kunst, maar het moest wèl mooi zijn, esthetisch. En om schoonheid te bereiken moet je heel hard werken en je vak goed beheersen. Of het nou ging om rijm- en ritmeregels voor dichters, houtbewerkingstechnieken voor timmerlieden of de finesses van het edelsteenslijpen bij juwelenontwerpers: een kunstenaar uit het fin de siècle is voor een heel groot deel een ambachtsman. Schoonheid bereik je door talent en creativiteit te combineren met het toepassen van voorschriften en technieken.
In die zin waren fin de sièclekunstlieden heel bescheiden, harde werkers. Zij zouden blozen als ze zouden kunnen zien hoe hun kunstbroeders in de 20e en 21e eeuw met hun ideeën over l’art pour l’art aan de haal was gegaan. Een vloer van pindakaas, het inpakken van een enorm groot gebouw in Berlijn (met 100.000 vierkante meter textiel en 15.600 meter touw), een èchte schedel bezet met diamanten (kosten volgens Wikipedia 14 miljoen Britse ponden, huidige waarde zo’n 50 miljoen. 1 Britse pond is ongeveer 1,30 euro) of een metersgroot schilderij met vrijwel alleen een rood vlak erop (volgens de maker duizenden kleine rode stipjes, volgens anderen met een verfroller geschilderd): het zijn allemaal hedendaagse voorbeelden van l’art pour l’art. Honderddertig jaar geleden, in het fin de siècle hadden ze aan dit soort toepassingen van hun kunstprincipes vast nooit gedacht!
Aantekeningen

Dia nr 31
Theorie

Het is belangrijk om te weten dat we met het fin de siècle niet op een kunststroming duiden, maar op een tijdperk. De Romantiek was een tijdperk en een kunststroming, het realisme was een kunststroming maar geen tijdperk, en het fin de siècle is een tijdperk maar geen kunststroming. Zoals eerder geschreven liep het van ongeveer 1880 tot 1914. Kunst uit dat tijdperk heeft twee kenmerken: ze is l’art pour l’art en ze is bij uitstek individualistisch.

Over l’art pour l’art hier verder niets meer, zie vorige dia’s. Wat het individualisme betreft: dat geldt niet alleen voor de kunstenaar (die wil zich, net als in de Romantiek, door zijn kunstwerken onderscheiden van de grauwe massa) maar ook voor het kunstwerk. Als reactie op de opkomende massaproductie, die door de inmiddels ver voortgeschreden industriële revolutie mogelijk was, werd ambachtelijkheid en originaliteit in een kunstwerk zeer gewaardeerd. Van elk kunstwerk mocht er maar één, uniek exemplaar zijn, en je moest aan het kunstwerk kunnen zien dat het uniek was. Bij boeken is dat niet zo lastig, maar in bijvoorbeeld gebouwen zag je de fraaiste versieringen, die moesten benadrukken dat het hier vooral nièt ging om een massaproduct.
Dia nr 32, teksten uit de reader:



Theorie

Stel: je bent schrijver. Hoe kun je dan laten zien dat je de (taal)regels van je vak beheerst, dat je een vrij en onafhankelijk individu bent en dat je het talent hebt om schoonheid te scheppen? Antwoord: dan schrijf je een gedicht! In lyrische poëzie, kunstig gemaakte gedichten vol met persoonlijke gevoelens, kun je laten zien dat je als kunstenaar weet wat schoonheid is. Lyrische poëzie is daarom een veelbeoefend genre in de periode van het fin de siècle.

In Nederland werd de groep dichters die volgens dit principe schreef de Tachtigers genoemd, omdat ze in de jaren ’80 van de 19e eeuw samen een nieuw literair tijdschrift oprichtten, De nieuwe gids. Die naam was een plaagstootje in de richting van het bestaande tijdschrift De Gids, dat in de ogen van de tachtigers saai, burgerlijk en ouderwets was.

De voorman van de tachtigers was Willem Kloos, die klassieke ‘oneliners’ bedacht als ‘Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten’ en ‘Kunst is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’. Deze beide uitspraken passen naadloos in de denkwijze van kunstenaars van het fin de siècle!


Aantekeningen
Dia nr 33
Theorie

Nauw verwant aan het l’art pour l‘art-principe was de kunstbeweging die we kennen onder de naam impressionisme. Je komt deze term vooral tegen in de schilderkunst, en ook wel in de muziek. In impressionisme zit het woordje impressie, oftwel indruk. Een impressionistische schilder bijvoorbeeld probeerde op het doek weer te geven wat zijn individuele (!) indruk was van het door hem geschilderde object. Die indruk kon van tijd tot tijd veranderen. Daarom heeft de Franse impressionistische schilder Claude Monet wel dertien keer precies dezelfde kathedraal (die van de Franse stad Rouen) geschilderd, telkens op een ander tijdstip.

Maar impressionistisch of niet, aan het schoonheidsideaal van het fin de siècle werd onverkort vastgehouden. Ook impressionistische kunst moest in de eerste plaats esthetisch zijn.

Dia nr 34
Theorie

Aan alle moois komt helaas een eind. Dat geldt ook voor het estheticisme van het fin de siècle . Naarmate de nog jonge 20e eeuw vorderde zag men de bui al hangen. Dat dwepen met al die schoonheid, die zucht naar het maken en bezitten van mooie, nutteloze dingen was eigenlijk niets anders dan een poging om te ontsnappen aan de ruwe dagelijkse werkelijkheid. En die werkelijkheid werd steeds harder en grauwer: alle seinen stonden op oorlog. Een laatste waarschuwing dat de oude tijden ten einde liepen, was het nieuws van het zinken van de onzinkbaar geachte Titanic in 1912. Heel veel mensen zagen dit als een symbool voor de ondergang van de 19e-eeuwse ‘way of life’.

Ze kregen volop gelijk.Toen op 28 juli 1914 de Eerste Wereldoorlog begon was bijna niemand echt verrast, en velen niet eens bang of boos. Het moèst een keertje mislopen. Iedereen dacht dat het een hevige maar korte oorlog zou worden. Dat bleek al snel niet te kloppen, de strijd aan de fronten duurde en duurde maar voort. Uiteindelijk maakte de Russische revolutie van 1917 duidelijk dat er echt geen weg terug meer was naar het (althans voor de rijke bovenlaag) comfortabele leventje uit het fin de siècle. Nieuwe tijden braken aan, ook voor de kunst.

Aantekeningen

1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Het fin de siècle: theorie

  • Dovnload 172.04 Kb.