Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudstabel netekanaal

Dovnload 2.13 Mb.

Inhoudstabel netekanaal



Pagina1/4
Datum05.12.2018
Grootte2.13 Mb.

Dovnload 2.13 Mb.
  1   2   3   4


INHOUDSTABEL NETEKANAAL
1 Situering Netes en Netekanaal
2 Historiek van het Netekanaal
3 Functies van het Netekanaal

3.1 Scheepvaart

3.2 Industrie

3.3 Drinkwaterproductie door Antwerpse Waterwerken(AWW)

3.4 Waterafvoer

3.5 Natuur - Biodiversiteit

    1. Recreatie en Toerisme


4 Waterkwaliteit
    1. Algemene bespreking van de waterkwaliteit van het Netebekken (gegevens 2009)

    2. Rioolwaterzuivering



5 Steden en gemeenten langs het traject
6 Bronnen
1 Situering Netes en Netekanaal

Het bekken van de Grote en Kleine Nete (Netebekken) behoort tot het Scheldebekken en heeft een oppervlakte van 1673 km2. Het bevindt zich in de Kempische laagvlakte en ligt bijna volledig in de provincie Antwerpen. De Kleine Nete ontspringt in het Reties Goor op een hoogte van 24 m TAW. De totale lengte bedraagt ongeveer 50 km. De Grote Nete ontspringt ook in het Kempisch plateau, meer bepaald nabij Hechtel op 62,5m TAW1. De Grote Nete is bij benadering 85 km lang. De samenvloeiing van beide Netes vebindt zich op 3 m boven de zeespiegel. Door het lage verval en de geringe stroomsnelheid ontstond er een uitgesproken meanderend verloop.

De bevaarbare Nete ligt, behalve een stuk van de Kleine Nete te Grobbendonk, volledig ten zuiden van het Albertkanaal. Voor de Kleine Nete bedraagt dat 15,5 km, voor de Grote Nete 43,5 km lang. Na de samenvloeiing stroomt de bevaarbare Bedenen-Nete verder in zuidwestelijke richting om circa 14 kilometer later op de grens van Rumst en Mechelen uit de monden in de Rupel.

In het begin van de vorige eeuw werd het Netekanaal gegraven en werd later verlengd om rond Lier te gaan. Het oudste deel van het kanaal doorsnijdt de rechteroever van de Kleine Nete en wordt te Viersel gevoed door water van het Albertkanaal. Na de aanleg van de meer recente bocht rond Lier mondt het 15 km lange Netekanaal te Duffel uit in de Beneden-Nete. Het Netekanaal is gegraven om de verbinding voor de scheepvaart tussen de Zeeschelde en het industriebekken in Luik en de Kempen te vereenvoudigen. Door de aanleg van het kanaal hoefden de schepen niet rond te varen langs Antwerpen.



Rond Lier zorgt de Afleidingsvaart van de Nete tevens voor een snelle afvoer van overtollig water en vrijwaart zo de stad van wateroverlast.


Situering van de bevaarbare Nete

2 Historiek van het Netekanaal

De eerste plannen om de Kleine en Grote Nete gedeeltelijk te kanaliseren om zo de scheepvaart te bevorderen dateren uit de 14de eeuw (Bourgondische periode), maar tot het begin van de 18de eeuw werden weinig acties ondernomen. Gedurende de 18de eeuw (Oostenrijkse periode) besteedde de overheid meer aandacht aan het beheer van de bevaarbare Nete. Er werden enkele grote bochten doorstoken en de beide Netes werden uitgediept in een poging om het overstromingsprobleem op te lossen en de rivieren beter bevaarbaar te maken. Vanaf de 19de eeuw werden allerlei technische maatregelen (rechttrekkingen, sluizen, schanskorven, ruimingen, betonnen oeververdedigingen, ...) uitgevoerd om de erosie van de oevers zoveel mogelijk tegen te gaan en een zo snel mogelijke waterafvoer te garanderen.

Rond de vorige eeuwwisseling werd het eerste deel van het Netekanaal gegraven. Het nieuwe kanaal liep min of meer parallel met en ten noorden van de Kleine Nete en werd gevoed met water van het Albertkanaal. Het eerste deel was 7,8 km lang en met een sluis werd de vaart mogelijk van het Netekanaal naar de Kleine Nete. Deze plaats is nu nog herkenbaar door het "Dood stuk" waar de VVW Emblem zijn steigers heeft. In 1936 werden er besprekingen gevoerd over het verlengen van het Netekanaal. Daartoe dienden onder ander de Grote en de Kleine Nete te worden geherkalibreerd en via een sifon onder zowel het Albertkanaal als het Netekanaal te worden geleid. Het nieuwe stuk van het Netekanaal werd via een grote bocht ten zuiden van Lier doorgetrokken tot in Duffel. De lengte van het kanaal nam toe van 7,8 km tot 15,1 km, wat neerkwam op bijna een verdubbeling. Van 1937 tot 1942 werd op de Beneden-Nete het sluizencomplex van Duffel gebouwd. In 1947 besliste men om de Grote Nete juist opwaarts van de Maasfortbrug onder de te graven bedding van het Netekanaal te voeren. De uitwerking van de werken heeft bijna 20 jaar geduurd. Pas in 1950 was het kanaal doorgetrokken tot Duffel en op 23 oktober 1961 werden de sluizen geopend. Naar verluidt werd het Netekanaal niet enkel verlengd ten behoeve van de scheepvaart maar ook om de drinkwatervoorziening te vrijwaren die door de toenemende vervuiling van het Nete-water in gedrang was gekomen. Vandaag de dag onttrekt de Antwerpse Waterwerken (AWW) ten zuiden van Lier water aan het Netekanaal dat via het Albertkanaal gevoed wordt met Maaswater.

In 1977 besliste de Ministerraad tot de uitvoering van het Sigmaplan voor de beveiliging van het Zeescheldebekken tegen overstromingen. In het kader van dit plan werden de Netedijken verhoogd, versterkt en voorzien van een wegdek. Stroomafwaarts van Lier kwamen er langs weerzijde van de Beneden-Nete gecontroleerde overstromingsgebieden (zie Waterafvoer).



3 Functies van het Netekanaal
  1   2   3   4

  • Algemene bespreking van de waterkwaliteit van het Netebekken (gegevens 2009)

  • Dovnload 2.13 Mb.