Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inhoudstabel netekanaal

Dovnload 2.13 Mb.

Inhoudstabel netekanaal



Pagina2/4
Datum05.12.2018
Grootte2.13 Mb.

Dovnload 2.13 Mb.
1   2   3   4

3.1. Scheepvaart


Reeds in de middeleeuwen werden de Netes bevaren met kleine schuiten, zij het soms met grote moeilijkheden voor de schippers. Die moesten hun bootje trekken door deels overstroomde gebieden. De scheepvaart op de Nete kende waarschijnlijk zijn hoogtepunt in de 16de en 17de eeuw. Toen voer men tot Herentals op de Kleine Nete en tot Westerlo op de Grote Nete. In de 18de eeuw was er echter niet veel scheepvaart mogelijk. Men raakte niet verder dan Emblem en slechts moeizaam tot Kessel en Berlaar. In het begin van de vorige eeuw kende het scheepvaartverkeer op de Netes een laatste opflakkering. Sindsdien verdween de binnenscheepvaart bijna integraal en is nu beperkt tot de Beneden-Nete en het Netekanaal.

Het Netekanaal en de Beneden-Nete vormen de verbinding tussen het Albertkanaal en de Rupel en zijn samen 26,5 kilometer lang. Het Netekanaal begint te Viersel (Zandhoven) en komt even voorbij de sluis van Duffel (15,1 km stroomafwaarts) uit in de Beneden-Nete, een samenvloeiing van de Kleine en de Grote Nete. 11 kilometer voorbij de sluis van Duffel komt de Beneden-Nete uit in de Rupel.

De maximumsnelheid bedraagt op het kanaal 9 km/u. Overal op het kanaal is een maximaal toegelaten diepgang van 2,5 meter vastgelegd.

Er is vooral trafiek voor bouwmaterialen (doorvaart van schepen die de sluis van Viersel kunnen passeren) om zo de Schelde te bereiken zonder over Antwerpen te moeten. Dit is echter afhankelijk van het getijde achter de sluis van Duffel.



Sluizen

De overgang van het Albertkanaal naar Netekanaal wordt gemaakt door de Sluis van Viersel met afmetingen van 81, 6 m x 10,5 m, één enkele schutkolk en met een verval van ongeveer 5 m.

De Sluis van Duffel bestaat uit twee schutkolken, één van 136 m x 16 m en één van 55 m x 7,5 m. Na versassing komt men op de tijgevoelige Beneden-Nete uit. Het verval van de sluis is afhankelijk van het getijde, met een gemiddeld verval van 3,4 meter bij laag water.

Oeververstevigingen


Het Netekanaal loopt grotendeels tussen verticale oevers gemaakt van damplaten, afgeboord met een betonnen balk die vlak boven het wateroppervlak ligt. Daarboven zijn de oevers schuin en van aarde, begroeid met gras, struiken en hier en daar wat laag loofhout.

3.2. Industrie


Ook langs het Netekanaal hebben zich verschillende bedrijven gevestigd:

Hier vooral betoncentrales (Devos-Kets, NV Ergon sa, Catteau & Zoon BVBA) en bouwbedrijven (Goormans, A Lambrechts NV, Van den Broeck NV(centerbeton), Puttiens & Zoon NV), maar ook afvalverwerking (IGEMO Vuilverwerking CV).

Vroeger had je ook voedingsindustrie langs het kanaal: INEX-international. Maar vanaf 2008 is de verwerking en het afvullen van melk gestopt. Het enige dat overbleef was de aanvoer van ruwe melk, opslag en afvoer naar Inex in Bavegem. Het afvalwater, ongeveer 30m3/d, was afkomstig van het spoelen van de opslagtanks. Het bedrijf is sinds 29 juni 2010 volledig gestopt.

3.3. Drinkwaterproductie – Antwerpse Waterwerken (AWW)


Vanaf 1881 tot 1955 werd voor de drinkwaterproductie van de Antwerpse agglomeratie gebruik gemaakt van Netewater, dat eerst te Rumst en later te Duffel werd ingenomen. Omdat de Nete als getijdenrivier te weinig water kon leveren en de kwaliteit van het rivierwater alsmaar verslechterde werd in 1955 overgeschakeld op Maaswater. De Maas voedt inderdaad het Albertkanaal en een aftakking ervan, het Netekanaal. En het is precies aan deze kanalen dat AWW het ruwe water onttrekt en dat in haar beide productiecentra, de Zuiderproductie (gemeenten Lier, Duffel en Rumst) en de Noorderproductie (gemeente Oelegem - Ranst), tot drinkwater verwerkt.

Omwille van het verschil in schuthoogte tussen de sluizen van Olen en Wijnegem komt bij het schutten van de schepen in het Albertkanaal, in het kanaalvak Olen-Wijnegem, dagelijks voldoende water vrij voor de inname van ruw water. De kwaliteit van het ruwe water in het Albertkanaal wordt permanent bewaakt door middel van monsternames stroomopwaarts van de innamepunten Lier en Broechem. Hierbij worden zelfs tot in Luik waterstalen genomen.

De hogervermelde productiecentra bevoorraden alle verbruikers binnen het gehele verzorgingsgebied, evenals de volledige Antwerpse haven- en industriezone, met drinkwater. Bovendien levert AWW grote hoeveelheden water aan de drinkwatermaatschappijen PIDPA2, TMVW3 en VMW4.

Grensoverschrijdend werd met de Nederlandse drinkwatermaatschappij EVIDES een contract voor permanente drinkwaterleveringen afgesloten.. In haar eigen verzorgingsgebied heeft AWW ca. 150.000 abonnees die aangesloten zijn op een distributienet dat ongeveer 2.600 kilometer lang is. Zo levert AWW in Vlaanderen dagelijks aan ruim 1 miljoen mensen het drinkwater.


Zuiderproductie (340.000 m³/dag) te Lier–Duffel-Rumst

Spaarbekkens Lier-Duffel

Vanaf de watervang op het Netekanaal te Lier, stroomt het water door zwaartekracht via vijf opeenvolgende bekkens (inhoud : 2,5 miljoen m³) naar het Productiecentrum Notmeir-Walem. Het ruwwater doet ruim 6 dagen over dit traject, waardoor het, door bezinking en biologische activiteiten, reeds een eerste kwaliteitsverbetering ondergaat. Deze bekkens vormen tevens een onderdeel (1 miljoen m³ nuttig beschikbaar) van de totale veiligheidsreserve. Vanuit het vijfde en laatste bekken worden twee afzonderlijke productie-eenheden gevoed.

De eerste eenheid bestaat uit de opeenvolging van klassieke behandelingstrappen. Het duurt ongeveer 40 uur vooraleer het water alle trappen doorlopen heeft. De tweede eenheid bestaat uit de opeenvolging van snellere behandelingstrappen, waardoor de verblijftijd van het water teruggebracht wordt tot nog slechts twee uur. Deze worden hierna beschreven.

Productie-eenheid “Notmeir-Walem één” (180.000 m³/d)

Vooreerst wordt aan het ruwwater een vlokmiddel toegevoegd, dat de bezinking van vuildeeltjes activeert. Na doorgang door bezinkingsbekkens wordt het water voorgezuiverd in dubbellaagsfilters. Dit voorgefilterd water wordt opgeslagen in een klein bufferbekken en in het Spaarbekken Eekhoven, met een bijkomende nuttige waterreserve van ongeveer 2 miljoen m³. Het voorgefilterde water stroomt vervolgens naar de langzame zandfilters, waar het een biologische zuivering ondergaat. Nadien wordt het water opgepompt naar actieve-koolfilters, waar mogelijke restanten van schadelijke stoffen zoals bestrijdingsmiddelen worden verwijderd. Dankzij de filtratie over actieve kool wordt een onberispelijk eindproduct bekomen. Tenslotte wordt het water in reinwaterkelders opgeslagen. Na veiligheidschloring, die ook op de volgende productielijnen wordt toegepast, wordt het water naar de

klanten verpompt.

Productie-eenheid “Notmeir-Walem twee” (220.000 m³/d)

Omdat in deze eenheid hoge filtratiesnelheden worden toegepast, moeten allereerst de algen, die erg storend kunnen werken, verwijderd worden. Dit gebeurt door middel van flotatie. Tijdens deze zuiveringstrap worden de algen gevangen met een vlokmiddel. Dit ruwwater passeert een luchtbellengordijn. De opstijgende luchtbelletjes brengen de gevormde vlokken naar de oppervlakte, waar zich een schuimdeken vormt dat wordt afgeschraapt. Vervolgens wordt het geflotteerde water geoxideerd waardoor de micro-organismen worden gedood. Hierna wordt het gefilterd door dubbellaagsfilters en vervolgens door actieve koolfilters. Een gedeelte van het drinkwater (50.000 m³/d) wordt van dit productiecentrum rechtstreeks in het zuidelijke deel van het verzorgingsgebied gepompt. Het resterende gedeelte stroomt naar de reinwaterkelders waar het met het eindfiltraat van “Notmeir-Walem één” vermengd wordt. Een deel van dit water wordt gepompt naar TMVW en PIDPA; het overblijvende drinkwater wordt, via het Hoofdpompstation Luithagen in Mortsel, in het eigen aanvoer- en distributienet gepompt. Alle reststoffen, zoals onder meer de afgeschraapte algen in de flotatie eenheid, worden tijdelijk opgeslagen in een reststoffenreservoir. Na indikking in een centrifuge, worden deze reststoffen aangeboden als grondstof voor de cementnijverheid. Het hele procédé wordt gevolgd en bijgestuurd vanuit de centrale dispatching in Notmeir waar dag en nacht personeel aanwezig is.

De Antwerpse Waterwerken (AWW) en PIDPA, die nu samenwerken, voorzien de volledige provincie Antwerpen van drinkwater. PIDPA en AWW gebruiken niet enkel oppervlaktewater voor drinkwaterproductie; er wordt ook grondwater opgepompt. Deze grondwaterwinning kan leiden tot een verdroging van de vallei. De grondwaterstanden worden voortdurend opgemeten en de metingen kunnen door de gemeentes gevolgd worden.
Aandachtspunten

Momenteel wordt in het Netebekken dus enkel oppervlaktewater uit het Albertkanaal en het Netekanaal (met innamepunten in resp. Broechem en Duffel) gebruikt als ruwwaterbron voor de drinkwaterproductie. Aangezien beide kanalen gevoed worden met Maaswater, vormt de potentiële verontreiniging van de Maas in Wallonië en Frankrijk een belangrijk bekkengrensoverschrijdend, en zelfs stroomgebiedgrensoverschrijdend, knelpunt.



De reservecapaciteit van het Waterproductiecentrum (WPC) Walem bedraagt slechts een week. Dat wordt door de sector onvoldoende geacht voor het overbruggen van lange droogteperiodes of calamiteuze verontreinigingen van het Netekanaal.

De drinkwatersector staat zeer huiverachtig tegenover de mogelijke lozing van afgekoppeld hemelwater van bedrijventerreinen in het Albertkanaal. In het verleden werd het Netekanaal te Broechem (Ranst) verscheidene malen verontreinigd door het afleiden van overstromingswater van de Molenbeek-Bollaak via buizen in de dijk naar het kanaal om enkele woningen tegen wateroverlast te beschermen. De waterinname te Duffel diende dan stilgelegd te worden en het Netekanaal moest ‘gespoeld’ worden met zuiver water uit het Albertkanaal wat een aanzienlijke verspilling betekent.

1   2   3   4

  • Oeververstevigingen
  • 3.2. Industrie
  • 3.3. Drinkwaterproductie – Antwerpse Waterwerken (AWW)

  • Dovnload 2.13 Mb.