Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inleiding Deel A: Studievoortgang en opdrachten

Dovnload 381.2 Kb.

Inleiding Deel A: Studievoortgang en opdrachten



Pagina5/7
Datum04.04.2017
Grootte381.2 Kb.

Dovnload 381.2 Kb.
1   2   3   4   5   6   7




Voorbeeld observatieformulier: Student: Daniëlle vd Vegt
School: Thai Nguyen School of Foreign Languages Coach: Mme Kieu
Datum: 13-12-2013 Observant: Julia Visser

A. Voorbereiding

1. Lesformulier


Duidelijke doelen, les in verschillende fases ingedeeld > inleiding, oefening, afsluiting

2. Keuze leerstof


Leerstof uit het boek + extra hulp voor zwakkere leerlingen

3. Keuze werkvormen


Individueel en in groepjes, past goed bij de opdrachten, maar misschien kun je ze ook in duo’s laten werken?

4. Zorg besteed aan voorbereiding


Compleet lesformulier, gesprekje uitgedacht, goede planning

5. Inventiviteit (Activeboard)


Gebruik bord+ krijt, in het lokaal is een beamer + scherm, daar zou je gebruik van kunnen maken.

B. Lesgeven

1. Peiling voorkennis/stemming


Je vraag de leerlingen om informatie over luisterstrategieën. In je lesformulier staat: bedenktijd geven. Tijdens de les geef je de leerlingen niet zo veel tijd, stel je de vraag klassikaal en zeg je zelf ook een aantal punten voor. Op die manier bereik je niet zoveel individuele aanspreekbaarheid

2. Aangeven doelen (van de les/van de opdrachten)


Je geeft aan wat het lesplan is en koppelt daar de leerdoelen aan, kort en krachtig!

3. Activeren van leerlingen


-De leerlingen werken tijdens de luisteroefeningen individueel, je zou het activerender kunnen maken door antwoorden te laten vergelijken met de buurman > uitleg aan elkaar geven. Bij het checken van de antwoorden wijs je voor de eerste twee vragen een leerling aan, de rest van de vragen stel je klassikaal. Probeer hierin wat consequenter te zijn, zodat je zoveel mogelijk verschillende leerlingen een keer aan het woord kunt laten.

4. Gebruik werkvormen


Je laat de leerlingen in groepjes werken en wijst 1 leerling aan als leider (de sterkste leerlingen). Dit werkt heel goed en de meeste leerlingen doen goed mee aan de gesprekjes. Je checkt de opdracht door 2 groepjes te vragen voor de klas te komen om het gesprekje voor te doen. Er blijkt wat verwarring over de inhoud van de rollen (positief/negatief zijn) > zie instructie

5. Instructies geven


Je introduceert de luisteroefening kort, je geeft daarbij weinig details, maar dit komt ook doordat de opdracht is dat de leerlingen zelf deze informatie moeten achterhalen.
De instructie voor de groepswerkvorm (conversatie) verloopt een beetje chaotisch, doordat er een paar leerlingen niet zijn. Je herpakt jezelf en weet het te herorganiseren > hoe zou je dit de volgende keer anders kunnen doen (groepjes indelen)? Bij je groepswerkvorm zou je ook nog een tijdsindicatie kunnen geven.


Bij je instructies voor de verschillende rollen had je wat meer voorbeelden (zinnen) kunnen geven. ‘positief’ of ‘negatief’ zijn erg brede begrippen. Op je lesformulier zie ik dat je hierin wel uitgebreider bent. Nu zijn er een paar leerlingen die een eigen invulling aan de rollen hebben gegeven.

6. Vragen stellen


Je stelt na je instructie de gelegenheid voor het stellen van vragen. Tijdens de werkvorm in groepjes loop je rond en beantwoord je ook vragen. De leerlingen voelen zich vertrouwd en zijn niet terughoudend om je aan te spreken.

7. Gebruik media/bordschrift


Je schrijft groot en leesbaar en je gebruikt het hele bord. Op het einde wordt het een beetje een wirwar vanwege alle verschillende onderdelen. Je zou de beamer kunnen gebruiken. Je zet een grote krul door een onderdeel als dit afgehandeld is.

8. Niveau presentatie


Goed

9. Vakkennis:Goed



10. Organisatie van de les
Prima, alles goed voorbereid.

11. Procesevaluatie

12. Productevaluatie
Je vraagt 2 groepjes om hun gesprekje voor de klas voor te doen, je schrijft daarbij dingen op het bord waar je feedback op wilt geven. > directe feedback, snel en effectief. Je zou hierbij ook de foute zinnen op kunnen schrijven en de leerlingen laten nadenken over het goede alternatief.

13. Didactische correctie


Je geeft de leerlingen veel directe feedback op hun taalgebruik. De leerlingen vinden dit niet erg en zeggen meteen de goede versie na.

Bij het bespreken van de phonetique zinnen vraag je enkele leerlingen antwoord te geven. Je zegt hierbij of het goed of fout is. Je had bij deze oefening de leerlingen kunnen vragen om op te schrijven wat ze horen, zodat je meer inzicht hebt in hun luistervaardigheid. Nu is het een kwestie van gokken tussen 2 antwoorden.
Je laat de leerlingen de zinnen een paar keer nazeggen. In je lesformulier maak je daarbij onderscheid tussen sterke en zwakke leerlingen, maar in de les heb je dit niet uitgevoerd.

Je geeft de leerlingen correctieve feedback na het voordoen van de gesprekjes voor de klas. De leerlingen schamen zich niet om fouten te maken en gecorrigeerd te worden.

C. Relatie met de leerlingen:

1. Contact met de leerlingen buiten de les


Niet gezien

2. Overwicht


Je straalt autoriteit uit en de leerlingen accepteren je gezag, ondanks dat ze allemaal ouder dan je zijn. Heel mooi om te zien.

3. Contact met de klas als groep


Er heerst een ontspannen sfeer, er worden grapjes gemaakt/gelachen en leerlingen zijn niet bang om vragen te stellen.

4. Houding tegenover de leerlingen


Je hebt een professionele houding en het is duidelijk dat jij de touwtjes in handen hebt.

5. Overzicht over de groep


Je ziet iedereen, hebt veel oogcontact met de leerlingen en je hebt de namen van de leerlingen op een plattegrond geschreven.
Bij het gesprekjes voordoen zitten veel leerlingen er doorheen te smoezen, daar zou je wel strenger mogen optreden. Je bent ondertussen bezig met zinnen op het bord schrijven dus het is lastig om ondertussen het overzicht over de groep te houden.

6. Feedback geven


Je geeft de leerlingen veel directe feedback over hun taalgebruik. De leerlingen accepteren dit en zijn gemotiveerd om je na te zeggen.

7. Prijzen


Je geeft ze de klas als groep een compliment voor de gesprekjes en individuele leerlingen als ze het goede antwoord hebben. Je benadert de leerlingen positief.

8. Inspelen op onverwachte gebeurtenissen


Het indelen van de groepjes gaat niet helemaal soepel en je zit even (letterlijk) met je handen in het haar. Je laat je niet van de wijs brengen en begint gewoon opnieuw.

9. Aansluiten op belevingswereld leerling/actualiteit


10. Leerlingen zelf oplossing laten bedenken


Dit zou je nog meer kunnen doen door bijv. de leerlingen feedback op elkaar te laten geven/foute zinnen te laten verbeteren/ te laten nadenken over waarom een antwoord goed of fout is.

D Taalhandeling:

1. Taalgebruik


Hoog tempo van spreken (vooral begin van de les), maar je bent duidelijk te verstaan en de leerlingen begrijpen je. Je gebruikt ook goed je lichaamstaal (sluit je boek> je maakt een gebaar erbij)

2. Doeltaal = voertaal (voor talenstudenten)


Je praat de hele les Frans en gebruikt 1 keer een Engelse zin om iets te verduidelijken (je ‘t’aime). Soms lijk je te twijfelen over je eigen zinsconstructies en wordt de tweede helft van je zin wat moeilijker verstaanbaar (beetje mompelend). Verder ben ik ontzettend onder de indruk van je fluency (vloeiendheid?). Het komt op mij over alsof je een native speaker bent.

3. Stemgebruik


Duidelijk te verstaan, vriendelijke stem.

E Resultaten:

1. Wat hebben leerlingen deze les geleerd?


In je lesformulier heb je een evaluatie gepland, maar deze heb ik tijdens de observatie niet gezien

F. Algemeen:

-Probeer bij het stellen van vragen de leerlingen hun hand op te laten steken of leerlingen aan te wijzen. Nu zijn het vaak dezelfde (sterke) leerlingen die het antwoord hardop zeggen terwijl veel anderen een beetje mee mompelen. Door het hand opsteken kun je ook beter controleren wie de opdracht/vraag begrepen heeft.



- Andere manieren om leerlingen in groepjes in te delen?

-
Bij het oefenen van phonetique zou je de leerlingen kunnen laten opschrijven wat ze horen (hele zin)

7. Feedback van studenten

De voertaal met mijn studenten is Frans, vandaar dat het lastig is om de 360 graden feedback te gebruiken. Ook zijn ze hier niet gewend om feedback te geven en vinden ze het moeilijk om verbeterpunten op te schrijven. Ik heb de studenten gevraagd om wat positieve en verbeterpunten te schrijven.



  • Samenvatting van bevindingen

Uit alle verhaaltjes van de studenten heb ik opgemaakt dat ze de methodes waarmee ik werkte erg fijn vonden. Ik werkte bijvoorbeeld met spreekvaardigheid met een toverstokje die ze door moesten geven, zodat iedereen aan het woord kwam. Ook liet ik ze vaak dingen uitbeelden, presenteren en nazeggen. Wat ze ook leuk vonden is dat ik uit Europa kom en daardoor veel kon vertellen over mijn cultuur en de Franse cultuur, wat ze erg interessant vonden. Ik leerde ze luisterstrategieën en bij allemaal trucjes bij de uitspraak. Mijn lessen waren over het algemeen gevarieerd genoeg.

Zoals ik al aangaf zijn de studenten mijn manier van lesgeven niet gewend, dus vinden ze het al snel goed. Ikzelf denk dat ik alsnog wel vaak te snel sprak waardoor ze af en toe me niet begrepen.

Feedback van studenten :

Au début, je voudrais dire à mon prof ”Je vous remercie bien!”. Je trouve vos leçons intéressantes, dynamiques et c’est la première fois nous faisons les séances françaises avec le prof aux Pays-Bas qui parle couramment et bien le français. Grace a vos méthodes, nous pouvons améliorer nos vocabulaires, nos grammaires, nos capacités de la parole, de l’écoute. Dans vos séances de français, vous avez fait beaucoup de jeux pour les leçons françaises meilleures. J’aime beaucoup vos méthodes d’enseigner le français. Par exemple: Nous prenons les baguettes magiques pour faire les conversations (Parler français mieux, poser quelques questions pour tout le monde, apprendre les sujets qui sont plus intéressants). Nous pouvons aussi apprendre beaucoup d’expériences pour reposer les questions dans l livre (Alter Ego 1+2). C’est bien pour nous!! . Votre intonation de français est facile pour nous. A cote d’appendre le français, nous pouvons apprendre bien des votre pays (La culture, les passages en France et aux Pays-Bas aussi.)Vous êtes toujours respectables avec nous, vous êtes serviable avec nous. A présent, nous parlons le français mieux et les capacités de la parole et de l’écoute sont meilleure! Vous avez fait bonne impression avec nous et nous voulons vous remercier bien. GarconQuy

D’abord, je trouve que je sens vraiment intéressant avec les leçons de Ms Daniëlle. Elle est une hollandaise, mais elle prononce le Français très bien. Dans sa cours, Nous travaillons plus et parlons français plus souvent. elle est vraiment dynamique dans la classe. Elle a eu beaucoup de jeux avec le Français. ça nous aide souvenir des vocabulaires plus vite et plus longtemps. La première fois elle nous enseigne, je n’ai pu pas comprendre ce qu’elle a parlé. Mais pendant 8 semaines, je trouve que je parle français et j'écoute français mieux. Maintenant, je parle non seulement mieux le français, mais aussi je peux parler à l'autre beaucoup de sujets différents. Non seulement cela, elle nous a aides comprendre la culture du Français en particulier et de l’Europe en général. J’ai entièrement content avec les leçons de Ms Danielle. J’espère qu’elle nous enseigne plus de 8 semaines. Enfin, je veux dire que merci beaucoup Ms Danielle!


L'étudiant de Ms Danielle Phạm Thái Học

8. Bronvermelding

Staatsen, F. (2009) Moderne vreemde talen in de onderbouw. Bussum, coutinho.
Ebbens, Ettekoven, Effectief leren, Groningen: Wolters Noordhoff, 2005
Ebbens, Ettekoven, Actief leren, Groningen: Wolters Noordhoff, 2005
Geerlings, Van der Veen, Lesgeven en zelfstandig leren, Van Gorcum, 2010


Deel C: Beroepsbeeld

C1 Algemeen beeld stage-ervaringen en feedback.

a. feedback schoolcontactpersoon ~ stage jaar 1


c.


Feedback medestudent ~ stage jaar 1

d. Feedback stagecoach ~ stage jaar 2



Evaluatieformulier
Naam: Greetje van der Haag
Ingevuld door coach
Datum: 03/04/’12

Het formulier wordt ingevuld door te omschrijven.


- De bedoeling van het eindgesprek is om vast te stellen in welk stadium je als student je bevindt in je ontwikkeling tot docent:
o waar gaat het goed?
o waar gaat het nog niet goed?
o welke punten van vooruitgang zijn er?
o waar zal in de toekomst verder aan gewerkt moeten worden?
- Van de coach wordt verwacht dat hij/zij zijn/haar bevindingen over de wijze waarop jij het werkplekleren hebt uitgevoerd ook samenvat in een advies voor de toekomst.

Competentie

Indicator:

Geef aan wat goed gaat, wat minder goed gaat en waar aan gewerkt moet worden. Geef ook ontwikkelingen aan (aan het begin van de stage: …… maar nu aan het einde: …….., Aandachtspunten hierop zijn nog: …….)

1. Interpersoonlijk competent

Ik schep een klimaat voor samenwerking met de leerlingen en tussen de leerlingen onderling.

Je opdrachten vragen geregeld om samenwerking met en tussen leerlingen.




Ik spreek leerlingen

aan op ongewenst

gedrag en stimuleer

gewenst gedrag.



Je vertelt wat je vervelend vindt en daarin ben je heel duidelijk, en prijst ook leerlingen die het goed doen of werken aan hun gedrag.




Ontwikkeling in deze competentie van het begin tot aan het eind van de stage.

De leerlingen zien in jou een autoriteit en accepteren je opdrachten en aanwijzingen zonder zeuren.

2. Pedagogisch competent

Ik stem mijn taalgebruik en omgangsvormen af op mijn leerlingen.

Je bent heel duidelijk in je taalgebruik. In het begin was je nogal een flapuit en zei je dingen, die je niet waar kon maken (‘Ik zet je in de hoek.’) Daar heb je heel duidelijk aan gewerkt.




Ik stimuleer zelfstandigheid en

initiatief van

leerlingen.


Je spoort leerlingen aan zelf oplossingen te zoeken,voor bijv. een grammaticaal probleem. Zo worden ze zelf aan het werk en aan het denken gezet.




Ik herken en houd rekening met verschillen tussen

leerlingen.



Sommige leerlingen moeten gestimuleerd worden en anderen afgeremd. Dat heb je snel door.




Ontwikkeling in deze competentie van het begin tot aan het eind van de stage

Je bent gegroeid in je taalgebruik. Je wist de leerlingen direct met je houding en stemgebruik te ‘pakken’.

3. Vakinhoudelijk en didactisch competent

Ik kan evaluatiemiddelen

(proefwerken, enquêtes e.d.) ontwerpen en

gebruiken om te

bepalen of leerlingen

voldoende hebben

geleerd en of mijn

onderwijs effectief is

geweest.


Je hebt so’s, toetsen en een project ontwikkeld. Je legde het vooraf aan mij voor, voor op- en aanmerkingen. Daarmee deed je dan ook iets. Na een so of toets besprak je het werk om te kijken of er nog iets niet was begrepen of om te kijken of je zelf iets fout had gedaan.




Ik maak bij mijn

onderwijs gebruik van moderne middelen,

waaronder ICT.


Vrijwel elke les heb je gebruik gemaakt van de laptop en het digibord.

Je hebt daarbij ook gebruik gemaakt van geluidsbestanden. Je bent hierin heel bedreven.






Ik laat zien dat ik bij

het ontwerpen en

uitvoeren van mijn

onderwijs rekening

houd met verschillen

tussen de leerlingen.



Op allerlei manieren probeer je de leerlingen de stof bij te brengen: door vragen te stellen, een probleem voor te leggen, vragen te laten formuleren, uitleg te laten geven, etc. Zo worden de leerlingen op verschillende manieren gestimuleerd.




Ontwikkeling in deze competentie van het begin tot aan het eind van de stage

Je laat zien dat je heel wat variaties op een thema in praktijk kunt brengen.

4. Organisatorisch competent

Ik maak werkbare

afspraken met de

leerlingen en hanteer

die consequent.




Je bent duidelijk in je wensen t.o.v. de te maken stof. Je legt uit en verwacht van de leerlingen dat ze het zo doen. Je spreekt leerlingen aan op het niet/onvoldoende maken van het huiswerk (maar vergeet er nog wel eens op terug te komen).




Ik organiseer de

praktische kant van

mijn onderwijs

(leermiddelen, ICT,

inrichting lokaal et

cetera) effectief en

efficiënt.


Je bent heel bedreven in het gebruik van laptop en digibord. Vooraf heb je de zaken gekopieerd en indien nodig en/of mogelijk het lokaal in orde.




Ontwikkeling in deze competentie van het begin tot aan het eind van de stage

Je hebt goed voor ogen wat er nodig is om een les te geven. Je overziet de situatie snel en handelt daar ook naar.

5. Competent in samenwerken met collega’s.

Ik geef en ontvang

collegiale feedback.




Je bent heel open en in het begin ben je daar nogal dominant in. Die dominantie neemt snel af, nadat je daar een paar opmerkingen over hebt gekregen. Je bent bereid te leren van op-/aanmerkingen van anderen over je handelen.




Ik ontwikkel samen

met collega’s (al dan

niet vakoverstijgend)

onderwijsmateriaal en ben betrokken bij het gebruik daarvan.





Hierbij kan ik niets bedenken, maar misschien zie ik iets over het hoofd.

6. Contact in samenwerking met de omgeving

Ik heb met ouders van leerlingen en andere betrokkenen contact over het functioneren

van die leerlingen.



Je hebt met mij en met collega’s gesproken over het functioneren van leerlingen. Met ouders is geen contact geweest.




Ik ben op de hoogte

van maatschappelijke

ontwikkelingen en

geef die een plaats

binnen mijn onderwijs.


Dit weet ik niet.




Ontwikkeling in deze competentie van het begin tot aan het eind van de stage

-

7. Competent in reflectie op persoonlijke ontwikkeling

Ik maak gebruik van

feedback van

leerlingen en collega’s

om mezelf als docent

te ontwikkelen.


Je hebt de leerlingen een enquête over jezelf laten invullen. De resultaten daarvan zijn nog niet bekend. Je bent bereid te luisteren en lering te trekken uit datgene wat je gehoord hebt.




Ik kan een onderzoek

opzetten en uitvoeren

t.b.v. mijn eigen

professionele

ontwikkeling.


Ik denk wel dat je dit kunt, maar het is niet aan de orde geweest. (Of zie ik iets over het hoofd?)




Ontwikkeling in deze competentie van het begin tot aan het eind van de stage



1   2   3   4   5   6   7

  • C. Relatie met de leerlingen
  • Feedback van studenten
  • Létudiant de Ms Danielle Phạm Thái Học
  • Deel C: Beroepsbeeld
  • Evaluatieformulier
  • Competentie Indicator

  • Dovnload 381.2 Kb.