Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inleiding I. Palestina

Dovnload 2.22 Mb.

Inleiding I. Palestina



Pagina3/20
Datum07.10.2017
Grootte2.22 Mb.

Dovnload 2.22 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

De kustvlakte


De kust. De kust van Palestina is een duinenkust. Een zee­stroom uit het zuiden voert sedimenten aan; en de wind heeft de duinen gevormd.

De kust is vrijwel zonder havens. In een beschutte baai achter de Karmel kon Haifa de havenstad worden. En daar, waar het zand onderbroken wordt door harde rots, konden zeesteden verrijzen als Jaffa en Akko.

De Joden zijn niet een zeevarend volk geweest. Voor een deel is dit wellicht te verklaren uit de omstandigheid, dat de kustvlakte door vreemden werd overheerst. Flavius Josephus schreef eens: “Wij bewonen geen land aan de zee en verblijden ons niet in de handel”.

De kustvlakte. Achter de duinen is de kustvlakte. Deze is bij Gaza ongeveer 40 km breed, maar wordt naar het noorden smaller.

De kustvlakte bestaat uit drie delen: 1. Sjefeela. 2. Saron. 3. De vlakte van Akko ten noorden van de Karmel.



Sjefeela. De Sjefeela wordt in de vertaling “Laagte” genoemd. Deze laagte omvat twee gebieden

a. het lagere land achter de duinen.

b. het heuvelachtig terrein ten oosten daarvan. Het is het hellingland vóór het gebergte van Juda (de hellingen, Jozua 10: 40). Dit heuvelland was de grenszoom van Judea; hier zijn de oorlogen gevoerd tussen Israël en de Filistijnen, vooral in de dalen.

De dalen van de Sjefeela en de oorlogen (kaart 5 en 6)

1. Het noordelijkste is het dal, dat van Jaffa over Lydda door het dal Ajalon voert (kaart 5).

Aan het hoge boveneinde daarvan kwam het invallende Israël het eerst uit het Jordaandal te voorschijn; Jozua vervolgde hier de Kanaänieten toen hij de zon beval stil te staan (Jozua 10:10 v.v.). Langs deze weg heeft David de Filistijnen geslagen van Gibea af tot bij Gezer (2 Sam. 5:25). De uitgang werd beheerst door het sterke Gezer, dat tegen Jozua troepen zond (Jozua 10:32).

2. De beek Sorek, de Wadi es‑Sarrar (hierdoor gaat thans de spoor­weg Lydda, Er Ramle, Jeruzalem). Het is het terrein van Simson; hier lagen Zora en Estaol (Richt. 13:25). Door dit dal keerde de wagen met de ark, langs Beth Semes (1 Sam. 6:13).

3. Het Terebintendal (Wadi es Sant), het terrein van de strijd tussen David en Goliath (1 Sam. 17) bij Socho en Azeka.

4. De beek Besor (zuidoostelijk van Gaza; 1 Sam. 30: 9‑15).



5. Het Zoutdal (Wadi el‑Milh) het oostelijke bovendeel van het dal van Berseba; waar de Edomieten de nederlaag leden tegen David (2 Sam. 8:13; 1 Kron. 18:12; Psalm 60:2) en tegen Amazia (2 Kon. 14:7; 2 Kron. 25:11).

Vruchtbaarheid. De eigenlijke kustvlakte is vruchtbaar. Reeds in de dagen der aartsvaders was de korenbouw be­langrijk en als er hongersnood heerste in Kanaän ging men naar het Filistijnenland, waar Gerar (Gen. 20:1; 26:1) een middelpunt was van korenhandel, gelijk de graan­silo’s bewijzen, die men bij de opgravingen vond. ‑ In de Sjefeela zijn thans o.m. uitgestrekte katoenvelden bij het oude Lachis.

Saron. Saron is de zeevlakte tussen Joppe en de Karmel. In de oudheid waren in Saron weideplaatsen voor runderen. (1 Kron. 27:29). Thans zijn hier vele bloeiende koloniën der Joden met uitgestrekte citrusgaarden.

De vlakte van Akko. Deze kustvlakte was eenmaal aan Aser toege­wezen; ook hier hebben de Joden grond geworven.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

  • De kustvlakte.
  • De dalen van de Sjefeela en de oorlogen (kaart 5 en 6)
  • Vruchtbaarheid.
  • De vlakte van Akko.

  • Dovnload 2.22 Mb.