Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inleiding opening expositie ‘Vrouw in de twintigste eeuw’ door Anneke van Dok

Dovnload 16.82 Kb.

Inleiding opening expositie ‘Vrouw in de twintigste eeuw’ door Anneke van Dok



Datum04.04.2017
Grootte16.82 Kb.

Dovnload 16.82 Kb.

Inleiding opening expositie ‘Vrouw in de twintigste eeuw’ door Anneke van Dok

Wat fantastisch dat er zoveel mensen zijn die hun moederdagontbijt hebben laten staan om hier aanwezig te zijn!

Ik mocht de tekst van dit prachtige boek vooraf inzien vanwege deze inleiding. En ik kan u dit wel verklappen: Ik was vanaf de eerste bladzijde enthousiast. Niet alleen omdat ik 53 jaar lang de twintigste eeuw heb mogen beleven en daardoor steeds ‘o ja’ en ‘zo was het!’ riep tijdens het lezen.

Maar vooral omdat de positie van vrouwen van uit een breed perspectief is belicht: niet alleen van uit de vrouwenbeweging en de politiek, maar vooral vanuit de dagelijkse praktijk. Het gezin, de kerk, het werk, de kunst, de sport, de gezondheidszorg, het onderwijs, maar ook de kleding vormden kaders met kansen en beperkingen.

Zo zal de in het hoofdstuk onderwijs door Rita Lodde en Marianne Buisman geschreven passage voor veel vrouwen van mijn leeftijd zeer invoelbaar zijn . Bijvoorbeeld dat een goede opleiding in de stad niet doorging, omdat de ouders het van pittige moidje de gevaren van de stad vreesden. Of omdat vooral de oudste dochter thuis moest helpen in een groot gezin. Het kiezen voor een carrière hield bovendien bijna altijd in, dat je ongetrouwd zou blijven.

De wet, die vrouwen verbood na hun huwelijk als ambtenaar te blijven werken is pas in 1955 ingetrokken. Daarna bleef het toch min of meer taboe, om na je trouwdag nog buitenshuis te werken, zeker als er kinderen kwamen. Laten we eens kijken hoe het Antje, Annie en Anneke verging die samen een hele eeuw overspanden. Ik wil zo een context schetsen rond het boek, vanuit mijn eigen beleving.

Antje ging na de lagere school naar een dienstje in Amsterdam. Ze leerde verrukkelijk koken in het huis van een huisarts en later in het huishouden van een beroemd musicus. Toen ze met opa trouwde stopte ze met werken.

Mijn moeder Annie werd geboren in het jaar dat Suze Groeneweg als eerste vrouw in de Tweede Kamer kwam. Zij bereikte haar doel niet door de stem van vrouwelijke kiezers , want het actieve vrouwenrecht werd pas in 1919 ingevoerd. Het voorstel om vrouwen ook toe te laten in het ambt van burgemeester haalde het met de hakken over de sloot. Men twijfelde of het wel passend was voor een vrouw om op laarzen tussen de brandweerslangen te lopen.

Annie werd in haar eindexamenjaar van de mulo gehaald om voor haar drie jongere zusjes te zorgen, omdat Antje ziekelijk was.Haar zusjes haalden alle drie hun schooldiploma’s. De oudste werd hoofd van een laboratorium, de jongste kwam na een schitterende carrière in de raad van bestuur van Ahold. Zij trouwden niet.

Anneke was het eerste meisje in de familie, dat een gezin met een carrière combineerde. Ik zal straks uitleggen, dat dat bepaald niet van een leien dakje ging.

Mijn moeder werd in 1954 lid van de gemeenteraad in Zaandam. Zij en haar enige vrouwelijke collega in de raad moesten belangrijke beslissingen nemen, en documenten tekenen, ook op financieel terrein, terwijl zij thuis niets in de melk te brokkelen hadden.

De wet, die hen handelingsbekwaamheid verleende kwam pas in 1956 tot stand na grote inspanning van het PvdA Kamerlid Corry Tendeloo. Toen de wet was aangenomen, mochten vrouwen geld van de bank halen en andere transacties voor het gezin uitvoeren met haar eigen handtekening. Toen Annie werd voorgedragen voor het wethouderschap, moest ze het afleggen tegen een man met boekhoudkundige ervaring. Dat heeft haar gestoken, want zij had allang door dat het runnen van een huishouden met een krappe beurs veel overeenkomsten vertoonde met het huishoudboekje van de gemeente.

Zij werd vol overgave gesteund door mijn opa( zelf oud wethouder van Zaandam), die haar ooit van de mulo afhaalde, en mijn vader, die beroepskeuzeadviseur was.

Ik heb later zelf mogen ervaren hoe belangrijk mannen zijn voor de emancipatie. Het was niet alleen het werk van strijdbare vrouwen en actiegroepen, maar ook van kerels met gevoel voor rechtvaardigheid . Vandaar dat ik mij bij Man Vrouw Maatschappij beter thuis voelde dan bij Dolle Mina. Mijn eerste baan, als leerling journaliste bij het Zaanse dagblad De Typhoon dankte ik niet zozeer aan een man, omdat al vast stond dat de dagelijkse rubriek Goede Middag dames en de wekelijkse vrouwenpagina door een vrouw moesten worden gevuld.

Maar deze hoofdredacteur gaf Ageeth Scherphuis, tien jaar eerder wel de ruimte om als leerling journaliste haar voortreffelijke carrière bij de media te beginnen.

Ik was de enige vrouwelijke journaliste tussen 20 mannen, die verwachtten dat ik elke morgen voor de koffie zorgde, terwijl mijn deadline al op half negen stond. Als alles een beetje vastliep en de krant niet dicht kon omdat mensen niet bereikbaar waren voor een wederhoor, schudde de chef van de redactie de boel een beetje op. Hij liep naar het raam en riep ,, Ik zie een mokkel”, waarop de hele redactie naar het venster stormde. “Ze is net de hoek om”. Ik rende mee, want ik wilde niet achterblijven. Voor het modenieuws zocht men vrouwen, die naast de modeshows ook herenzaken mochten verslaan.

En dat waren in die tijd Jeanne Roos, Ciska Dresselhuis, Ageeth Scherphuis, en andere vrouwen, die naam maakten in de twintigste eeuw.

Ria Bremer, Paulien Broekema, Ria Oosterom en later ook ik bij het Noord Hollands Dagblad behoorden tot dezelfde groep, maar wij deden daar helemaal hetzelfde werk als onze mannelijke collega’s.

Bij de Typhoon kreeg ik als twintigjarige alle ruimte om mijn wekelijkse vrouwenpagina te vullen en vooral mijn interview met de koks van het Amstelhotel die het feestdiner bereidden voor het huwelijk van een Brenninkmeijer kreeg veel waardering. Die waardering sloeg iets om toen ik een pagina over geboortebeperking en sterilisatie maakte, min of meer aangestoken door de Dolle Mina beweging, die net in dat jaar was gestart.

Als illustratie liet ik de fotograaf een kinderwagen naast een vuilnisbak fotograferen. En dat was niet de bedoeling! Sterker nog het huis was te klein. Voor de acties van DolleMina bestond bij de collega redacteuren geen enkele sympathie

Het aardige van Pittige moide is, dat duidelijk wordt dat de actiegroepen niet het alleenrecht hadden op de successen op het gebied van emancipatie. Ik heb in het begin al iets gezegd over de rol van de mannen. Maar veel is ook te danken aan de traditionele vrouwenorganisaties, die het voor de vrouw

op het platteland en uit behoudende gezinnen mogelijk maakte haar vleugels uit te slaan. Via leesgroepen, cursussen en politieke en maatschappelijke vorming.

Het is daarom zo belangrijk dat juist op het platteland, in Middenmeer de moeder Mavo van start ging.

Het is juist daarom zo aardig, maar ook frappant dat de vrouwenraden van Noorder Koggenland en Venhuizen er door opheffing van zich zelf voor hebben gezorgd dat er geld kwam voor pittige moide.

Maar er waren ook andere factoren:

Toen ik als 31 jarige moeder met een baby en een peuter op 2 januari 1979 wethouder werd, vond driekwart van de Nederlandse bevolking, dat het geen goede zaak was, dat getrouwde vrouwen met kinderen ging werken.

Dat was overal voelbaar.

Een voorstel om de schooltijden te synchroniseren, zodat je er niet acht keer er op uit moest om twee kinderen van de kleuterschool en de lagere school te halen stuitte op het volgende argument: De school is er voor de kinderen en niet voor de moeders.

Toch was die kleine stap essentieel voor de ontplooiing van veel jonge moeders. Net zo essentieel als de uitvinding van de stofzuiger en de wasmachine, die ook veel kostbare tijd in het huishouden bespaarden.

Ook de invoering van deeltijdarbeid en duobanen werden met scepsis bezien.

Het kwam er eigenlijk op neer, dat ik als wethouder emancipatie zelf maar een voorstel schreef. Dat wederom dankzij de steun van sterke mannen met zelfstandige vrouwen werd aangenomen. Ik denk hier vooral ook aan Arie Sijm, Arie van Zoonen en Thom Groothuis.

Ook de komst van kinderopvang verliep niet van een leiendakje. Toen het uiteindelijk lukte een door het rijk gesubsidieerd kinderdagverblijf, De Bazzeroet in Hoorn te krijgen, ontmoette ik dezelfde scepsis. Geen taak voor de overheid vond een groot deel van de bevolking en ook een belangrijk deel van de raad. Het kwam er. Ik was niet de eerste klant, want ik vond dat het ongepast was, dus hield ik Ansellien, mijn kindermeisje fulltime in dienst.

Het doet me genoegen, dat één van de voorstanders in de gemeenteraad, Alien Albers nu met Berend Botje succesvol is op het terrein van de bedrijfsmatige kinderopvang. Wie had ooit kunnen denken dat kinderopvang big business zou worden. Het is aan de andere kant een trieste zaak, dat er nu

zo drastisch wordt bezuinigd dat de kinderopvang voor vrouwen met een laag inkomen weer onbereikbaar wordt.

Ik wil er één ding aan toevoegen: het geeft geen pas vrouwen te aan te spreken op hun emancipatorisch gedrag, als je het ze tegelijkertijd onmogelijk maakt door te korten op het budget.

Een vrouwelijke wethouder was eind jaren zeventig nog zo zeldzaam, dat de hand van de bezoeker langs mij heen ging naar een mannelijke ambtenaar, zoals Hans Haas, de chef van de afdeling onderwijs en welzijn.

Op een keer meldde zich twee ambtenaren uit Den Haag voor een gesprek over geld voor het museum.

Ze waren een beetje vroeg dus haalde ik ze op van de receptie en leidde ze trots rond door het nieuwe gemeentehuis. Toen we in de vergaderzaal kwamen stond Hans Haas ons op te wachten. ,, Wat hebt u een uitstekende secretaresse”, zei een van de mannen. .. ,, Ja, “zei Hans. ,, En we noemen haar wethouder.” En ik dacht, ik reken straks even met u af. Niet lang daarna kreeg ik de portefeuille financiën en grondbedrijf, wat een novum was, want de meeste vrouwelijke wethouders had zachte portefeuilles

Toen in 1984 burgemeester werd in Diemen, was ik de 24 e vrouwelijke burgemeester die in de 20e eeuw was benoemd.

Ik ondervond minder weerstand in die tijd,maar dat kwam ook omdat ik ervarener was, en vooral ouder.

Een enkeling durfde nog in het openbaar te zeggen ,, ik benijd uw man niet”. Maar toen kreeg ik applaus als ik antwoordde :,, Ik uw vrouw niet “.

Kreeg mijn moeder pas toen op 38 jarige leeftijd het recht om bankzaken af te doen met haar eigen handtekening, 28 jaar later , in 1984 schreef de ABN haar dochter in als kostwinner. Dat was overigens in het jaar dat de AOW voor vrouwen nog moest worden ingevoerd, en het recht op weduwnaarspensioen in Nederland door het Europese Hof moest worden afgedwongen, opdat Paul en andere huismannen dezelfde nabestaanden pensioenen kregen als weduwen. Nu waren het de vrouwen die protesteerden, omdat de pensioenpot over meer mensen moest worden verdeeld.

En dat brengt mij tot een minder jubelende conclusie over de dames: solidariteit was soms ver te zoeken. Ik beklaag me dan niet zozeer over de tegenwind die ik kreeg, toen ik als wethouder financiën de subsidie voor de vrouwenorganisaties wilde korten, maar meer over de relatie tussen vrouwenorganisaties en vrouwen onderling

Een vrouwelijke journaliste schreef, toen ik staatssecretaris was, neerbuigend over mijn loopbaan bij De Typhoon. Vrouwennieuws, dat vond ze niet het echte werk. En dat terwijl haar collega op de redactie, Ageeth, de kastanjes voor haar uit het vuur heeft gehaald. Ook binnen de vrouwenadviesorganen was de eenheid vaak ver te zoeken.

Naarmate de organisaties meer status en geld kregen brak de onderlinge kinnesinne los.

Solidariteit ontmoette ik onder de armsten op aarde:

Dichtbij huis: de moeders in onze straat, die elkaar hielpen, omdat zij geen geld hadden om hulp in te huren. Mijn moeder deed een hele dag verstelwerk, terwijl de buurvrouw haar keuken poetste.

Maar ook ver weg: de moeders van gehandicapte kinderen in Soweto, die een netwerk organisatie vormden om andere moeders te ondersteunen en, en die financieel werden gesteund door het fonds van Truus Menger

de 400.000 steen -biksters in India, die een coöperatie oprichtten om hun rechten op te eisen. Ook met mijn schaarse vrouwelijke collega ministers was de samenwerking goed. We waren er trots op toen de pers over de top van de Wereld Handels Organisatie in Singapore kopte :WTO conference ruled by four women.

We werden genoemd: Madam Wu yi van China mevr. Raffida Azziz uit Maleisie, Charlene Barchevsky uit de Verenigde Staten en Anneke van Dok uit Nederland



Dames en heren, Er moet nog heel veel gebeuren op emancipatorisch terrein, maar inmiddels Nederland telt 62 vrouwelijke Kamerleden,22 procent vrouwelijke burgemeesters, en gemiddeld 50 procent vrouwelijke raadsleden, West Friesland telt ook vrouwelijke sportkampioenen zoals het A1 team van SEW handbal en Tess Botman en Irene Schouten en voortreffelijke kunstenaressen van schilderkunst tot dans. En West Friesland heeft er een nu een nieuwe topper bij: een waardevol boek waarmee ik de vrienden van het Westfries Archief van harte feliciteer en complimenteer…

Pittige Moide.. en nu lezen !


Dovnload 16.82 Kb.