Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inleiding pp1

Dovnload 72.79 Kb.

Inleiding pp1



Datum14.09.2017
Grootte72.79 Kb.

Dovnload 72.79 Kb.

De verbonden in de Bijbel
Inleiding

PP1

Je visie op de verhouding Oude en Nieuwe Verbond bepaalt wat je schrijft/zegt over alle verbonden in de Bijbel, bepaalt je visie op Oude en Nieuwe Testament en bepaalt dus je visie op de Bijbel in zijn geheel.
Wat is een verbond?

PP2

In het Oude Testament wordt het woord b’rît gebruikt. Dat betekent iets als 'verdrag'. Het wordt zowel gebruikt voor een verbond tussen twee gelijkwaardige partijen (Genesis 31:44 – Jakob en Laban) als tussen God en mens (Genesis 9:9 – God en Noach). Een verbond treedt in werking door de dood van een dier/dieren (Abraham – Genesis 15:7 e.v. ; Sinaï – Genesis 24:4-8). Dit is niet bij alle verbonden het geval. Het Palestijns verbond (Deuteronomium 29-30)


In het Nieuwe Testament gebruikt men het woord diatheke. Met dit woord maakt men duidelijk dat God de aangever is, ten voordele van de mens. Een verbond tussen gelijkwaardige partners is syntheke. In Hebreeën betekent het zoveel als 'testament’ of laatste wilsbeschikking (Hebreeën 9:16-18). Gods diatheke kon alleen in werking gezet worden door de dood van de erflater/Christus.
Wij zien een verbond meestal als een actie van God, zonder al te veel medewerking van de mens. In het Jodendom is het tweezijdige (actie God én medewerking mens) meer aanwezig. We zullen doorheen de studies zien dat die laatste visie terecht is.
De verbonden laten ons veel zien over wie God is. Het gaat over God die de mens een manier geeft om samen met Hem te leven. Het gaat over liefde, genade en herstel.

Zijn de verbonden eeuwig of niet?

PP3


We mogen in het nadenken over de verbonden niet vergeten dat ze bijna allemaal nog doorlopen. Het verbond aan de Sinaï is verbroken aan de zijde van Israël (bv. Jeremia 11:9-10), maar in Jeremia 31 wordt een nieuw of vernieuwd verbond met Israël aangekondigd.

Bedelingenleer versus verbondsleer

In de loop van de kerkgeschiedenis zijn er verschillende modellen gemaakt van hoe de heilsgeschiedenis (dat is Gods omgang met de mens door de tijd heen) verloopt. Er zijn twee grote strekkingen: bedelingenleer en verbondsleer. Daaronder zijn er verschillende vormen van bedelingen- en verbondsleer waar te nemen. Ik geef een ruwe weergave om van daaruit, in alle bescheidenheid, mijn eigen standpunt duidelijk te maken.


(a) Bedelingenleer

PP4

De geschiedenis is opgedeeld in onderscheiden periodes. In die periodes wordt de mens op basis van een openbaring van God getest op gehoorzaamheid. De bedeling van Abraham (gehoorzamen aan Gods belofte) was anders dan die van de Sinaï (wet gehoorzamen). Er is geen eensgezindheid over de preciese indeling van de periodes. Er wordt wel aangegeven dat de bedeling van Adam, Noach en Abraham nog doorlopen. De wet, het verbond op de Sinaï (het oude verbond – vanaf nu OV), is volgens de leer voorbij sinds Jezus’ opstanding. Dat het voorbij is, kan onderbouwd worden met teksten als Hebreeën 8:13.


Toch ben ik geen voorstander van de bedelingenleer. Het OV was niet slecht, hoewel dat van Christus beter is. Daarop ga ik uitgebreid in bij de bespreking van het Nieuwe Verbond (NV). Het NV is geen vervanging, maar een vernieuwing (vergelijk Matteüs 5:17).

Hebreeën 8:13 is een belangrijk vers. Het boek Hebreeën (vooral hoofdstuk 7-8) maakt duidelijk dat het priesterschap van Jezus veel beter is dan het priesterschap, offerdienst, … van de Levieten. Als het priesterschap wijzigt, wijzigt de wet. Toch is dat geen afschaffing, maar een wijziging van de wet.



  • Het centrale principe van de wet (zonden worden vergeven door offers; belang van het priesterschap) is er nog steeds. Het doel van de wet (mens en God bij elkaar brengen) is er ook nog steeds.

  • Er is nog steeds een wet, namelijk de wet van Christus (1 Korinthe 9:21, Galaten 6:2), de wet van de liefde (Romeinen 13:8,10), de wet van de Geest (Romeinen 8:2), in de harten van de gelovigen geschreven (Hebreeën 8:10, 10:16 – vergelijk Jeremia 31).

  • Als we kijken naar het einde van het boek Zacharia, dan zien we dat het loofhuttenfeest gevierd wordt, dat er gesproken wordt over het huis van de Heere (dan nemen we aan dat er nog een nieuwe tempel gebouwd zal worden; cfr. Ezechiël). Israëlieten zullen priesters zijn (Jesaja 61:6-9). Israël heeft een bijzondere plaats in het NV (Jesaja 61:8-9, Jeremia 32:37-41, 50:4 e.v., Ezechiël 37:24-28)

Zonder afbreuk te doen aan de absolute noodzaak dat er een NV kwam, wil ik toch duidelijk maken dat er ook continuïteit is tussen Oude en Nieuwe Testament, tussen OV en NV.
In veel lectuur wordt, op basis van de bedelingenleer, heel negatief gesproken over het OV. Een voorbeeld daarvan is Joseph Prince in Bestemd voor overwinning. Hij schrijft nuttige en fijne dingen, maar gaat in zijn spreken over het OV enorm kort door de bocht.

  • Hij schrijft dat het OV een verbond is van wet (het OV = rechtvaardiging door werken) en het NV een verbond van genade (het NV = rechtvaardiging door geloof) (p.63, 88)

  • God straft ons niet met ziekte en ellende. Als je dit wel denkt, dan is dat onderwijs gebaseerd op het OV, verwijzend naar de zegen en vloek in Leviticus (p.75)

Ik geloof niet dat je OV en NV zo scherp tegenover elkaar mag zetten.

  • Ook in het OV zien we heel veel genade. Het is genade dat er een offerdienst wordt ingesteld, dat er priesters zijn, … En zelfs als het volk die offers niet helemaal nauw neemt, dan nog is er genade en stelt God zijn oordeel vaak uit.

  • Het OV is voorwaardelijk, maar het NV vraagt ook een zekere verantwoordelijkheid van de mens.

(b) Verbondsleer



PP5

Er zijn drie verbonden

- God voorzag, voor de schepping, dat de mens fout kon gaan. Daarom besloot Hij, de Drie-eenheid, dat Jezus de mensheid moest verlossen. De Heilige Geest moest daarna Gods glorie in de gelovigen manifesteren. Dit is het eeuwig verbond of het heilsverbond of het verbond van redding (vb. Openbaring 13:8)

- Het tweede verbond is het werkverbond (Genesis 1:28-30; 3:15-17) dat werd verbroken tijdens de zondeval. De mens at van de Boom van de kennis van goed en kwaad. Daarom werden de mensen onderworpen aan de dood.

- Het genadeverbond (Genesis 3:15) kan deels worden beschouwd als een onvoorwaardelijk verbond en deels als een voorwaardelijk verbond. God schenkt uit genade het eeuwige leven, zonder verdienste aan de kant van de mens. De voorwaarde was echter dat iemand, namelijk Jezus Christus, in plaats van de mens de straf op het verbreken van het verbond zou dragen. De sacramenten (besnijdenis en Pascha in het Oude Testament, doop en Avondmaal in het Nieuwe Testament) worden beschouwd als de symbolische tekenen bij het genadeverbond. Dit genadeverbond loopt sinds de zondeval tot nu toe door. Het OV is dus nog steeds in voege! Het letterlijke Israël is overgegaan in een geestelijk Israël (de kerk). Het letterlijke Israël heeft geen enkele functie meer.

Dit wordt onderbouwd met Genesis 17:6-8 en 2 Samuël 7:12-16 (eeuwig!!). Deze verbonden zijn eigenlijk één verbond dat zich in verschillende vormen laat zien.


Toch ben ik het niet eens met deze visie. Het is onhoudbaar om het letterlijke Israël op te laten gaan in een geestelijk Israël (bv: Zacharia 2:10-13). Juda, Jeruzalem hebben nog een plaats. God zal bij hen wonen. Juda zal Gods eigendom zijn; Jeruzalem zal verkozen worden. Romeinen 9-11 spreekt over een toekomend herstel van Israël.
PP6

Je visie op de verbonden bepaalt hoe je de Bijbel leest. Iemand die de bedelingenleer aanhangt, zal aan heel wat verzen een andere invulling geven dan iemand die de verbondsleer aanhangt.


(c) Persoonlijk

Ik kan me niet vinden in bedelingenleer en evenmin in verbondsleer. Er zijn wel meer bewegingen of ideeën die een andere weg opgaan:

* New Covenant Theology is een poging om een middenweg te vinden. Ik ben het niet overal mee eens, maar de poging om elementen van beide “extremen” te zoeken, is nuttig en gezond.

* Theologie van het OT (Hendrik Koorevaar), die aangeeft dat we beter zouden spreken van een Vernieuwd Verbond in plaats van een Nieuw Verbond.

* Jewish New Testament Commentary (David Stern) of aanverwante ideeën van messiasbelijdende joden. Het NV is gegeven als tora. Drie gevolgen:


  • dus de tora in OV is niet opgeheven, maar explicieter gemaakt (Matteüs 5:17-48).

  • dus een jood is pas tora-observant (ze noemen zichtzelf observant van de geboden) als hij het NV accepteert.

  • dus een heiden die geënt is op Israël door zijn geloof in Jezus, de Messias, is in het kader van Israëls tora gekomen. Al is hetgeen de tora van hem vraagt anders dan wat het van een jood vraagt, toch moet een heiden nooit van zichzelf denken als ‘vrij van de wet’.

Dit is misschien nogal theoretisch, maar heeft echt wel belang voor hoe we kijken naar het Oude Verbond, Oude Testament.



Eén of meerdere verbonden

PP7

Het OV werd door God ingesteld als een eeuwig verbond (Exodus 31:16, Leviticus 24:8; Richteren 2:1). Net als het verbond met Abraham (Genesis 17:7, 1 Kronieken 16:14-18), wat toch ook een verbond met Israël is. Het Nieuwe Verbond (Jeremia 31) wordt in eerste instantie met Israël gesloten en is eveneens eeuwig.


Je zou kunnen zeggen dat deze verbonden een eenheid vormen, omdat ze gelijktijdig lopen en over hetzelfde volk gaan. Ze vullen elkaar aan. Toch is dat niet hetzelfde als het ene genadeverbond van de verbondsleer. Ze kunnen wel onderscheiden worden. Het verbond op de Sinaï is iets anders van het verbond met Abraham. Romeinen 9:4 en Efeze 2:12 spreken over de verbonden (meer dan één).

Voorwaardelijk en onvoorwaardelijk

PP8

Bij elk verbond hebben we wel een aanvoelen of het eerder een verbond is dat voorwaardelijk of onvoorwaardelijk is.


Verbond Abraham:

  • We denken hierbij eerder aan genade, onvoorwaardelijkheid (Genesis 17:7,13,19)

  • Toch zien we ook de verantwoordelijkheid als God zegt: ‘wandel voor Mijn aangezicht, wees oprecht’ (Genesis 17:1-2, 26:4-5)

Verbond Sinaï (OV): Tien Woorden (Ik ben de Heere… die u uit Egypte… geleid heb)

  • Hier denken we eerder aan menselijke verantwoordelijkheid, de voorwaarden (Exodus 19:5,6)

  • Toch geeft God enorm veel genade aan Zijn volk, door hen keer op keer weer terug. Een voorbeeld is het gouden kalf, onmiddellijk na de verbondssluiting. Er is genade (Exodus 19:5,6). Die is nodig om God te kunnen ontmoeten. God gaat genadevol om met Zijn volk!

Nieuw Verbond:

  • Bij dit verbond denken we eerder aan genade (Efeze 2:8-9)

  • Toch moeten we de geboden bewaren, ons geloof moet gepaard gaan met

werken (Matteüs 19:17, Jakobus 2:14,17).
Er zijn geen onvoorwaardelijke beloften zonder een zekere gehoorzaamheid van de mens. Die gehoorzaamheid wordt bewerkt door Gods genade. Er zijn geen voorwaardelijke beloften zonder Gods genade die de kracht heeft om aan de voorwaarden te voldoen. Het is dus een samenspel van goddelijke genade en menselijke verantwoordelijkheid.

Terugkerende kenmerken van verbonden

PP9

- twee partijen: God en mensen

- op initiatief van God: Genesis 9:9; Ik maak Mijn verbond met u

- met verplichtingen voor beide partijen: Gods geboden (plichten/verantwoordelijkheden van de mens) en Gods beloften (Gods plichten)

- in een context oordeel en genade

- gesloten door bloed: de dood zet het verbond in gang (niet in elk verbond te vinden!)




Overzicht verbonden + vernieuwingen (v)

PP10

* schepping

* Adam

* Noach


* Abra(ha)m

* Sinaïtisch verbond

* Levi

* Palestijns verbond



- Jozua (v)

* David


- David (v)

- Asa (v)

- Joas (v)

- Hizkia (v)

- Josia (v)

- Nehemia (v)

* Nieuw verbond


PP11

Willem Ouweneel maakt onderscheid tussen drie verbonden met de wereld (schepping, Adam en Noach), drie individuele verbonden (Abram, Levi en David) en drie verbonden met Israël (Sinaïtisch verbond, Palestijns verbond, nieuw verbond met Israël). Dat geeft op zich een mooi en nuttig overzicht en kan een hulpmiddel zijn om te onthouden. Ik vind het eerlijk gezegd een kunstmatige opdeling. Het verbond met Levi of David kan net zo goed bij 'verbonden met Israël staan'. Het verbond met Abram is ook een verbond met de wereld. We zullen zien dat het verbond met de schepping en met Adam niet door iedereen gezien worden als een verbond.




Verbond met de schepping (hemellichamen)

PP12

Tekst

Jeremia 33:20-22,25


Inhoud

Is dit een verbond? Ouweneel zegt ‘ja’, maar vele anderen zeggen ‘nee’. Het is alleszins geen typisch verbond, omdat bij alle verbonden in de Bijbel mensen betrokken zijn. Dat is hier niet het geval. Er komt ook geen verbondssluiting (met bloed) aan te pas.


In Jeremia 33:20,25 gaat het eigenlijk over het verbond van David dat niet verbroken wordt. Om dat kracht bij te zetten, verwijst God naar Zijn verbond met dag en nacht. Dat wordt ook niet verbroken. Ten diepste wordt dit dus gebruikt om Gods trouw aan de mens te laten zien. Dit leert ons iets over hoe God nog steeds kijkt naar het verbond met David.
Partner

De hele schepping.


Verbondsteken

Zon, maan en sterren zijn de verbondstekenen. Aangezien zij er al zolang zijn, wordt duidelijk dat God niet verandert wat Hij beloofd heeft.


Zegen

God houdt vast aan Zijn beloften, nog steeds.



Verbond met Adam

PP13

Teksten

- Genesis 1:28-30, 2:15-17, 3:15

- Hosea 6:7
Inhoud

Is dit een verbond? Ouweneel zegt ‘ja’. Bij de verbondsleer wordt dit ook als verbond gezien; zowel het werkverbond als het genadeverbond na de zondeval worden met Adam gesloten. Vele anderen zeggen ‘nee’.

Als we spreken over een verbond, is het niet duidelijk over wanneer dat verbond gesloten wordt. Als we uitgaan van een verbondssluiting vóór de zondeval, dan gaat dit verbond over Gods bedoeling met de mens, Zijn opdracht voor de mens (rentmeesterschap), niet alleen in Adams tijd, maar voor altijd. Als we uitgaan van een verbondssluiting ná de zondeval, dan houdt Gods belofte in dat het Nageslacht de kop van de slang zal vermorzelen (Genesis 3:15).
Strikt genomen wordt er in de Bijbel niet gesproken over een verbond met Adam. Dit is een probleem voor de verbondsleer. Voor hen zijn er twee verbonden met Adam, terwijl de Bijbelse basis erg dun is. Hosea 6:7 wordt in dit verband nogal eens aangehaald. Daar staat in de HSV: 'Zij hebben echter als Adam het verbond overtreden'. De GNB/NBV vertalen: 'Ze hebben het verbond verbroken, als eens in de stad Adam: daar werden zij mij ontrouw'. Het is m.a.w. een vertaalkwestie of er in dit vers sprake is van een verbond met Adam of niet.
Partner

Adam (&Eva)


Verbondsteken

De levensboom zou het verbondsteken kunnen zijn als het gaat over Adam vóór de zondeval. God belooft daarmee een eeuwigdurend leven, zolang er niet van de boom van kennis van goed en kwaad gegeten wordt.

De klederen van vellen zouden verbondsteken kunnen zijn als het gaat over Adam ná de zondeval. De dood van een dier als offer en basis voor het verbond.
Zegen + toekomst

Genesis 3:15 is een duidelijke zegen: het Nageslacht die de slang overwint.

We kijken uit naar de volledige overwinning over de slang (Openbaring 20:1-3; 7-10) en de voortdurende aanwezigheid van de levensboom (Openbaring 22:1-5). Het is een prachtige boog van het begin van Genesis naar het einde van Openbaring.


Verbond met Noach

PP14

Tekst

Genesis 8:20-9:17


Inhoud

Heel wat mensen zien dit verbond als het eerste verbond. Het is alleszins het eerste verbond dat zo duidelijk tussen God en mens gesloten wordt. De vorige 'verbonden' waren vager. We zien hier eerst Noachs offer, gevolgd door Gods verbond. God zegt: ‘Ik maak Mijn verbond met u’. Het is God die beslist dat er een verbond komt. Dat zullen we ook in de volgende verbonden telkens zien. Bij de verbondsvernieuwingen is dat ook op initiatief van de mens.

Dit is een verbond, in de eerste plaats met Noach, maar ook met zijn nageslacht (Genesis 9:9). God doet een belofte (Genesis 9:15) en maakt er een eeuwig verbond van (Genesis 9:16).
Voorwaarden

De nadruk ligt op het onvoorwaardelijke. Het is niet gebaseerd op wat de mens doet of ervan afhankelijk. In Jesaja 54:7-10 herhaalt God dit verbond. Hij houdt Zijn verbond in stand. Deze tekst staat in het kader van Zijn verbond met Davids nakomelingen. We leren hierdoor veel over wie God is: Hij is genadig en barmhartig. Ondanks alles gaat Zijn verbond voort. Ondanks alle slechtheid heeft God ooit beloofd nooit meer zo’n watervloed te laten komen. Dat blijft zo.

Eigenlijk is er geen voorwaarde in de zin dat God het verbond zal doen ophouden. Hij vraagt wel twee dingen (verantwoordelijkheden):

- Genesis 9:5 : geen bloed eten. Dat komt terug in Handelingen 15.

- Genesis 9:6-7 : geen menselijk bloed vergieten. Ook niet als een dier dit doet. Volgens Exodus 21:28-29 moet een dier gedood worden als het een mens doodt.
Partner

Noach, maar met hem alle levende wezens, dus niet alleen mensen (Genesis 9:15).


Offer

Het brandoffer, rein vee en reine vogels (Genesis 8:20-22). Het brandoffer, de dieren, worden helemaal verbrand. Het is een teken van verzoening. God ruikt de lieflijke geur. Het gaat dan niet zozeer over de geur van verbrand vlees (dat ruikt niet lekker), maar eerder over de toewijding aan God die de mens laat zien met zijn offer. Letterlijk is het een reuk van tot rust brenging, kalmering. De Heere ruikt het, Hij aanvaardt het. Noach is hier priester en middelaar voor heel de mensheid. Zijn offer pleit voor de mensheid.


Verbondsteken

De regenboog (9:12)


Zegen + toekomst

Het verbond met Noach loopt nog door en zal doorlopen zolang de aarde zoals die nu is, bestaat. Er is geen oordeel met water meer. 2 Petrus 3:5-13 spreekt wel over een oordeel van vuur.



Verbond met Abram

PP15

Teksten

Genesis 12:1-3 (herhaling: 22:18), 15:1-21, 17:1-22


Inhoud

In het kader van Gods trouw aan de schepping (een uitvloeisel van het verbond met Noach) kiest God Abram. Wellicht werd hij al in Ur geroepen! God wil de mens zegenen. Via Abrams nageslacht worden alle geslachten gezegend (Genesis 12:3). Het heil wordt tot aan Jezus’ eerste komst grotendeels beperkt tot één volk. Dat toont Paulus in Efeziërs 2:11-22.


In Genesis 15 wordt de belofte toegespitst op het land. Dat bestrijkt het gebied van de rivier van Egypte tot de Eufraat. Er zijn verschillende ideeën over hoe groot dat gebied is.

PP16-18
Genesis 17 is een nadere uitwerking van het verbond, met toespitsing op de nakomelingen. Er zal een talrijk nageslacht zijn, bestaande uit veel volken: Israël, maar ook Genesis 25:1-4, 12-18. Er zullen koningen uit voortkomen en het land Kanaän wordt beloofd als toekomstig bezit.
Vormen Genesis 15 en 17 één verbond? Het lijkt erop dat er twee verbonden gesloten worden. Het verhaal van Hagar/Ismaël staat tussen deze gedeelten in. Als Genesis 15-17 chronologisch juist is, dan zit er minstens 13 jaar tussen de twee hoofdstukken in. Wat mij betreft, is dat mogelijk. Er wordt in Genesis 15 een verbond gesloten. In Genesis 17 zien we dan een verdere uitwerking van dat verbond.

  • beloften (Genesis 15 – naamsverandering van verheven vader naar vader van menige volkeren veel nakomelingen, land)

  • één offer (Genesis 15)

  • beloften (Genesis 17 – Abraham, veel nakomelingen, land)

  • voorwaarde, één teken (Genesis 17 - besnijdenis)


Voorwaarden

De nadruk ligt ook in dit verbond op het onvoorwaardelijke. Geloof speelt een belangrijke rol (Genesis 15:5-6). Zeker met het Sinaïtisch verbond in gedachten, dat steeds het etiket ‘wet’ krijgt, is dit belangrijk. Het verbond met Abraham, waar geloof primeert, bleef gelden (Galaten 3:16-18). De wet is geen manier om de erfenis te krijgen (Romeinen 4:14-17).

Er worden ook echte voorwaarden gesteld: Genesis 17:1-3, 9-14. Onbesneden zijn, betekent dat je buiten het verbond staat. In die zin is het begrijpelijk dat Joden die in Jezus gingen geloven, vonden dat heidenen zich ook moesten laten besnijden. Voor hen was dat een logische stap om tot het verbond te behoren.
Partner

- Abram


- zijn nageslacht en bij uitbreiding alle volken, als ze Abram zegenen (Genesis 12:1-3)
Offer

In Genesis 15:9-10,17 worden enkele dieren genoemd: een driejarige koe, driejarige geit, driejarige ram, tortelduif, duif. Alle dieren, buiten de vogels, worden doormidden gedeeld. Driejarig betekent dat ze volwassen waren, in hun volle kracht. Drie keer een driejarig dier slachten, heeft het idee van onvergetelijk te zijn. Later werden ook de duiven in de tempel niet geslacht, maar wel de kop afgeknepen (Leviticus 1:14-17).


Verbondsteken

Genesis 17:9-14 : besnijdenis. Dat is het teken dat je tot het verbond hoort. Voor de verbondstheologie die één verbond zien, is de besnijdenis (letterlijk Israël) overgegaan in de doop (geestelijk Israël). Ook nu nog heeft de doop voor hen de betekenis van het behoren tot het verbond.


Zegen

- Genesis 12:1-3 : zegen voor alle volken

- Galaten 3:5-9 : rechtvaardiging uit geloof
Hoe je het OV/NV bekijkt, bepaalt je visie op verbonden, zelfs je visie op de hele Bijbel

Het verbond met Abram is de basis voor het Sinaïtisch verbond. Je mag het OV, zoals wij het Sinaïtisch verbond vaak noemen, eigenlijk niet loskoppelen van het verbond met Abram. Dat leren we uit bijvoorbeeld Galaten 3 of Romeind 4. God schrijft één verhaal, het verbond met Noach, met Abram, bij de Sinaï en het Nieuw Verbond. Als ik lees hoe sommigen schrijven over het OV, dan lijkt het alsof dat een vergissing van God was.




Verbond bij de Sinaï

PP19

Teksten

Exodus 19:3-8, 20:1-17, 24:1-8


Tora

Tora moeten we niet in de eerste plaats opvatten als ‘wet’, maar als onderwijzing/ richting gevend/ leiding. De eerste vijf boeken worden in hun totaal tora genoemd, soms is het zelfs de benaming voor heel het Oude Testament. God onderwijst Zijn volk veel breder dan met wetteksten.

We moeten tora (onderwijzing) niet zomaar zetten tegenover genade. Het verbond met Abram, gesloten op basis van genade/geloof, staat in lijn met het Sinaïtisch verbond. Tora en genade zijn niet tegengesteld.

Wat is wel tegengesteld? Een wettische interpretatie van de Tora tegenover genade. De tora zien als iets dat je volstreks moet naleven om gerechtigheid te verdienen, staat tegenover genade. Die wettische interpretatie is waar Paulus tegen fulmineert in bijvoorbeeld Romeinen 10:1-4. Israël maakte daar een grote fout.



PP20-21

Paulus is niet tegen de tora op zich. Laat ons niet vergeten dat Paulus Galaten en Romeinen schreef voor Handelingen 21:17-26 zich afspeelt.


Inhoud

Het verbond met Noach en Abram werden gesloten met één persoon en hun nageslacht. Het Sinaïtisch verbond werd gesloten met heel het volk (niet met Mozes als individu). Dit gebeurde enkele maanden na hun vertrek uit Egypte (de maat van de Amorieten was vol – vgl. Genesis 15:16).


Dit verbond draagt bij aan de verwezenlijking van het verbond met Abra(ha)m. Mozes beroept zich op dat Abramitisch verbond als Israël het gouden kalf gemaakt heeft (Exodus 32:13). Het Abramitisch en Sinaïtisch verbond kunnen we zien als één geheel: geloof (Abram) + onderwijzing (Sinai).
Onderwijzing maakt duidelijk waar je fouten maakt. Zonder onderwijs zou ik niet weten wat ik fout doe. Het maakt ook meteen duidelijk dat ik het niet kan. De wet maakt duidelijk dat Christus nodig was (Rom.10:4). Eigenlijk wijst de wet naar Christus en zegt: Niet via mij, maar via de Messias. De wet was niet bedoeld als een manier om gerechtvaardigd te worden.
Het was bedoeld als een eeuwigdurend verbond (Exodus 31:16, Jesaja 24:5). Van Gods kant is het eeuwigdurend. Het werd door Israël gebroken (zie Jesaja, maar ook andere profeten), door zonde (Jeremia 11:6-10, 17:1). Dit probleem kon niet opgelost worden, enkel en alleen door nieuwe gehoorzaamheid te vragen aan het verbond. De wet moet geschreven zijn op de tafel van het hart (Spreuken 3:3, Jeremia 17:1, Jeremia 31:33). Daar zit het probleem. Het hart van Israël is ver van God. Dat verwijt zien we bij diverse profeten terugkomen. Dat kan enkel opgelost worden door een nieuw verbond, met de belofte van een nieuw hart, een besneden hart.
Dit verbond wordt met enkele beelden uitgedrukt:

(a) Huwelijk: Jeremia 31:32, 3:20.

* In Exodus 19:5-8 en Exodus 20 (10 Woorden/geboden) wordt Gods jaloezie duidelijk.

* Door het huwelijk kan God aanwezig zijn bij Zijn volk in de tabernakel (Exodus 40:33-38)

* Hosea moet trouwen met een prostituee als type van God en Israël. De namen van zijn kinderen kregen betekenis voor hetgeen Israël verdiende en voor de genade die het kreeg. Vgl.: Jeremia 3:1. Dat huwelijk is nooit ontbonden. Het verbond op de Sinaï is door Israël verbroken, maar God heeft dat opgelost door een nieuw verbond aan te kondigen. Het huwelijk met Zijn volk kent een doorstart: Jeremia 31:1-5 (3x ‘opnieuw’).
(b) Gevangenbewaarder en tuchtmeester/lijfwacht: Galaten 3:23-26

* Een gevangenbewaarder (als gevangenen opgesloten) lijkt negatief . Je kan het ook positief zien: als een ‘bewaarder’ in afwachting van het nieuwe verbond, want een bewaarder geeft veiligheid.



PP22

* De paidagogos of leermeester, was een slaaf die een jongen naar en van school bracht. De paidagogos had zelf geen onderwijzende functie. In dit vers lezen we dat ook niet. De wet heeft een disciplinerende functie, zoals de paidagogos als functie had om iemand op correcte manier weg en weer thuis te brengen.

* De wet biedt bescherming, maar is niet volledig. De wet krijgt haar vervulling in Christus (Matteüs 5:17, Romeinen 10:4). Er is niets mis met de wet op zich (Romeinen 7:12). Paulus is ook positief over de wet, gebod. De tora is niet de vijand, maar de zonde (Romeinen 7:13). Het einddoel van de wet is Christus, de gerechtigheid voor iedereen, gerechtigheid door geloof in Christus.
Voorwaarden

Leviticus 26:14-37 : de vloek! Maar in Leviticus 26:40-45 wordt er al meteen herstel ingebed. Ook hier zien we Gods enorme genade en barmhartigheid!


De start van de Tien Geboden is in feite al genade: Ik heb u uit Egypte geleid (Exodus 20:2). Waarom deed Hij dat? Uit genade. Het was bepaald geen verdienste van Israël. Gods hield Zich aan Zijn belofte aan Abraham.
Partner

Israël als volk (Exodus 19:5-6, 24:4-7; cfr. 12 stenen).


Offer

Exodus 24:1-8 : jonge stieren. Dit is trouwens geen verzoenend bloed, het is geen offer dat moet dienen als verzoening voor zonden. Het is eerder dreigend bloed. Met het brengen van dit offer zeggen de Israëlieten akkoord te zijn; o wee, als ze het verbond zouden breken.


De offers daarna zijn wel verzoenend. In zichzelf hadden deze offers geen werkelijk verzoenende genade. Men onderzocht de dieren, die moesten perfect zijn. De mensen die het offer brachten moesten niet perfect zijn! Zo is het ook met ons. Jezus is ons offer; Hij moest perfect zijn. God vraagt niet onze perfectheid voor Hij ons als kind kan aanvaarden.
Verbondsteken

Exodus 31:13-17 : sabbat


Zegen

Deze komt tot uiting in het nieuwe verbond, als vernieuwing van het Sinaïtisch verbond. In de eerste plaats was dat verbond bedoeld voor Israël, maar ook voor heidenen.


Hoe je OV/NV bekijkt, bepaalt je visie op verbonden, visie op Bijbel

Negatieve uitlatingen over het OV hebben consequenties voor hoe je het Oude Testament, maar ook hoe je Jezus’ uitspraken tegen tijdgenoten, farizeeën, … leest. Ik pleit voor een eerlijke houding. Ja, het NV is beter (zie Hebreeën). Onder het OV was het al duidelijk dat de wet alleen niemand rechtvaardig kon maken. Er was genade nodig (verbond Abraham). De komst van de Messias en van de Heilige Geest hebben ons – Joden en heidenen – gegeven wat de wet ons niet kon geven.

Toch moeten we niet negatief naar de wet kijken. Als God het verbond op de Sinaï sluit, dan is dat een prachtige manier om ervoor te zorgen dat Hij bij Zijn volk kan wonen en een manier om Zijn volk te bewaren. Het is niet het einddoel (dat is Christus), maar toch al een heel eind op weg. Vaak wordt dit verengd tot ‘wij moeten de spijswetten toch niet meer naleven’. Het OV en bij uitbreiding OT hebben dan nog maar weinig te zeggen. Dat wil niet zeggen dat we de wetten nog moeten houden; vanuit het idee dat de paidagogos geen werk meer heeft. Zijn werk is met de komst van de Heilige Geest afgelopen. Nu schrijft God Zijn wetten in onze harten, cfr. Jeremia 31.

Heili
Het OT (OV) en OT laten ons Gods zeer genadevolle manier van omgaan met Zijn volk zien. Het toont ons ook heel veel van wie God is. Dat zijn zaken die je mist, als je het OV overboord kiepert en enkel het NV, lees NT, overhoudt. Dat is een miskenning van een verbond en gebod dat Paulus heilig, rechtvaardig en goed noemt (Galaten 5:14).

Daarenboven krijgt het NV alleen maar meer betekenis en kracht door het OV. Het boek Hebreeën laat zien dat het OV werkte (door offers, priesters, …), maar dat het NV zoveel beter is. Hoe kan je het NT goed begrijpen als je het OT, vanaf Exodus, weggooit?

Tijdens het OV keken profeten reikhalzend uit naar hoe God zou werken. Ze wilden het geheimenis kennen.


Een poging tot vergelijking:

Stel, je woont in een huis met een houtstoof. Dat kan best charmant en gezellig zijn, maar je moet toch maar telkens zorgen dat je hout gekapt hebt of pallets in huis hebt. Je moet ook telkens hout op het vuur gooien. ’s Morgens moet je een tijdje wachten voor je huis verwarmd is. Kortom, er zijn best wat nadelen aan.

Aangezien er ook centrale verwarming bestaat, kan het zijn dat je op een bepaald moment begint te verlangen naar zo’n manier van verwarmen. Met een automatische thermostaat blijft de temperatuur op peil en kan je ervoor zorgen dat het warm is als je ’s morgens je bed uitkomt. Als je dan beslist om cv te laten installeren, dan kijk je uit naar de dag waarop je geen hout meer in de stoof hoeft te gooien om het warm te krijgen en te houden.

Levitisch verbond

PP23

Numeri 25:6-13


Inhoud

Pinehas doodt twee mensen en krijgt daar een eeuwige belofte voor in de plaats. Strikt genomen is dit onbegrijpelijk. Je kan het ook zien als een voorbeeld van hoe één gebod kan primeren boven een ander gebod. In dit geval primeert gebod 1 (afgoderij) boven gebod 5 of 6, afhankelijk van je telling (niet doden). Sowieso laat het ons zien dat het zesde gebod nog niet zo gemakkelijk te interpreteren is.


We zien hier de belofte van een eeuwig priesterschap, o.w.v. de ijver van Pinehas, zoon van Eleazar (kleinzoon Aäron). Ook de nakomelingen van Eleazars zoon Itamar zijn priesters (1 Kronieken 24:1-6), maar de hogepriester komt wel uit de tak van Pinehas.
Dit is een verbond van vrede. Sjalom duidt in deze context (relatie tussen personen) op gemeenschap, vriendschap.
Voorwaarden/verantwoordelijkheden

geen
Partner

De stam Levi, meerbepaald Aäron/Pinechas
Offer

geen
Verbondsteken

Het levitisch hogepriesterschap. Nu is het er niet. Wat betreft later, kunnen we verwijzen naar Ezechiël 40:46, 43:19, … waar gesproken wordt over de priesters van Zadok. Zadok was een tijdgenoot van David en nakomeling van Aaron/Pinechas. Zijn nakomelingen dienen in de tempel; ervan uitgaande dat er een nieuwe tempel komt in duizendjarig rijk. De context van dit gedeelte is Ezechiël 36:26 waar gesproken wordt over een nieuw hart/geest. In Ezechiël 37:26-27 wordt gesproken over een verbond van vrede, een eeuwig verbond.


Palestijns verbond

PP24

Teksten

Deuteronomium 29:1,8-13, 30:1-10


Inhoud

Dit wordt nooit ‘palestijns verbond’ genoemd in de Bijbel. Het gaat specifiek over het bezit van het land Kanaän/Palestina/Israël. Sommigen noemen het ook het ‘landverbond’. Het is een versterking van de beloften aan Abraham. Hier worden ook Isaak en Jakob vermeld (Deuteronomium 29:13).


Het is een opdracht van God om dit verbond te sluiten (Deuteronomium 29:1; geboden door de Heere). In feite is het een hernieuwing van het Sinaïtisch verbond, in het bijzijn van de tweede generatie. Van de eerste generatie zijn enkel Mozes, Jozua en Kaleb nog in leven. Het gebied oostelijk van de Jordaan is al ingenomen.
Deuteronomium 30:6 bevat een aanzegging voor een nieuw verbond (vgl. Jeremia 31:33, Ezechiël 36:26). God voorzegt de ballingschap, maar bevestigt daarna de terugkeer naar het land (vgl. het Sinaïtisch verbond; Leviticus 26:40-45) en belooft beterschap (de besnijdenis van het hart). Daarmee is het ook een herbevestiging van het verbond met Abraham dat zijn nageslacht ooit het land voor altijd zal bezitten (Genesis 17:8).
Voorwaarden

Zegen en vloek (Deuteronomium 29:9,14-28; wegdoen uit het land, een verhard hart), maar de landbelofte blijft (Deuteronomium 30:1-6; geen verantwoordelijkheden).


Partner

De twaalf stammen van Israël. Zij worden gezien als de bezitters van het beloofde land


Offer

geen
Verbondsteken

Het land zelf. Het gegeven dat Israël het land in bezit heeft, is een teken van het verbond.
Toekomst

De landbelofte is eeuwig. Het messiaans vrederijk gaat hand in hand met een hersteld Israël (niet het geestelijke Israël!).




Davidisch verbond

PP25

Teksten

2 Samuël 7:12-13, 23:5, 1 Koningen 8:25, Jeremia 33:17-21, Ezechiël 37:25


Inhoud

Ook dit verbond bouwt voort op de vorige verbonden. Het is een uitwerking van het Abramitisch verbond: koningen komen uit hem voort, zijn nakomelingen zullen het land voor eeuwig in bezit hebben.


Het is een eeuwig koningschap en dus is er een eeuwige band tussen (1) het uitverkoren volk, (2) het beloofde land, (3) de uitverkoren stad, Jeruzalem/Sion (stad van God) en (4) de uitverkoren koninklijke familie. We doen er goed aan om dit te bedenken als we nadenken over de verbonden met Israël. Deze verbonden zijn niet afgesloten.
Hoe zit het nu? Jezus wordt in het Nieuwe Testament bekeken als Zoon van David (zie het geslachtsregister in Matteüs 1). Hij is de Messias, maar ook de Davidische koning.
Verantwoordelijkheden

2 Samuël 7:14


Partner

David en zijn huis (de koninklijke opvolgers). Dit culmineert in de persoon van Jezus


Offer

Dit is niet zo duidelijk als bij het Abramitisch of Sinaïtisch verbond.

- 2 Samüel 6:17-18: Dit is de meest logische, omdat David de offers brengt, maar er zit naar alle waarschijnlijk een tijd tussen 2 Samuël 6 en 7

- 1 Koningen 8:62-64: Hier zit nog veel meer tijd tussen dan tussen 2 Samuël 6 en 7.


Verbondsteken

Davidische koning. Je kan Jezus zien als de tegenwoordige (en toekomstige) Davidische koning.


Toekomst

Lucas 1:31-33

Jesaja 9:5-6


Verbondsvernieuwingen

PP26

* Jozua (Jozua 24) – ‘wij zullen de Heere dienen’ + oprichting grote steen


* David (1 Kronieken 11:3) – verbond + zalving David tot koning (volgens Gods Woord)
* Asa (2 Kronieken 15:9-15) – offers + verbond om God te zoeken
* Joas (2 Kronieken 23:3) – verbond om Joas koning te maken, volgens Gods wil met

Davids nakomelingen
* Hizkia (2 Kronieken 29:10 ev) – verbond met God om Zijn toorn af te wenden
* Josia (2 Koningen 23:2 ev) – verbond om de Heere te volgen (na vondst wetboek)
* Nehemia (Nehemia 9:38) – vaste overeenkomst, op grond van wat God in het verleden deed voor Zijn volk


Nieuw verbond

PP27

Teksten

Er is continuïteit en discontinuïteit tussen het OV en het NV.

- Deuteronomium 30:1-6 : Israël zal falen, met verwijdering uit het land tot gevolg (v.1); God zal de harten herstellen (v.6)

- Jeremia 4:4 (ook Deuteronomium 10:16) en Jeremia 31:31-33 : besnijdenis van het hart

- Matteüs 26:26-29 : nieuw verbond door Jezus (vgl. Exodus 24:8)

- Romeinen 9:30-10:10 : Christus als einddoel van de wet ; Romeinen 11:33-36 als prachtige samenvatting van Romeinen 9-11


Inhoud

De verbonden bouwen voort op elkaar. Er is eenheid en verscheidenheid. Toch kunnen we zeggen dat het NV een beter verbond is dan het OV. Waarom is het beter?

- Christus is priester naar de ordening Melchisedek. Zijn priesterschap en Zijn offer zijn volmaakt.

- Het onwaarschijnlijk prachtige, diepe en voortgaande werk van de Heilige Geest


Hebreeën spreekt op het eerste zicht over het OV als compleet achterhaald. Is dat ook de bedoeling?

- Hebreeën 7:11-12, 18-19 (vgl. Ps.110:4): Het is duidelijk dat het priesterschap naar de ordening van Melchisedek beter is dan het Aaronitische. Een verandering van wet is dan logisch, maar dat wil niet zeggen dat het oude helemaal afgeschaft wordt.

- Hebreeën 8:7: Het OV is niet onberispelijk. Dit wil niet zeggen dat er fouten in stonden, maar wel dat het niet effectief genoeg was (vgl: priesterschap Melchisedek en Aaron). Het NV is een verrijking, vervulling (vgl. Matteüs 5:17).

- Hebreeën 8:13. Het OV is verouderd en dus dichtbij verdwijning. Het onvolmaakte van het priesterschap en de offers zouden verdwijnen. Dit impliceert niet direct de afschaffing van het OV in haar essentie, maar wel een vervulling van het OV. Het raamwerk is er nog.

- Hebreeën 10:7: Het OV is een schaduw van het NV. Eigenlijk toont dit aan hoe de verbonden op elkaar voortbouwen. De schaduw is niet het volmaakte, maar heeft er toch een duidelijke verbondenheid mee.
Wist men in het OV niets over het NV? Is er een totale breuk tussen OV en NV?

- Matteüs 13:17. Met wist dat er een NV zou komen, maar niet precies door wie en hoe.

- Onder het OV (Deuteronomium 30:6, Jeremia 4:4) wordt al opgeroepen tot een besnijdenis van het hart. Dit liet al zien dat de lichamelijke besnijdenis niet volstond. De besnijdenis was het teken van het Abramitisch verbond. Vanaf de besnijdenis hoorde je bij het verbond. Dit verbond werd gesloten op basis van geloof (Abram geloofde en het werd hem tot gerechtigheid gerekend). In Kolossenzen 2:11-12 wordt gezegd dat wij in Hem besneden zijn met een geestelijke besnijdenis. Hoe? Door de besnijdenis van Christus en dat is Jezus’ dood als zoenoffer. Onze harten zijn besneden. Alles wat er niet thuishoorde, is weggenomen door Jezus’ offer. Wat wil dat zeggen voor de praktijk van ons leven? Enkele verzen om dit te duiden:

* Deuteronomium 30:6 – het hart besnijden, zodat we God liefhebben

* Deuteronomium 10:14-16 – het hart besnijden en niet meer hardnekkig zijn

* Vgl: Jeremia 6:10 – een onbesneden oor, zodat je niet kan luisteren

Een onbesneden oor betekent dat je niet goed kan luisteren naar wat God te zeggen heeft. Een onbesneden hart is een hart dat zich verzet tegen God; er zijn blokkades.

Als je hart (de kern van ons zijn, onze wil, onze verlangens, ons verstand) besneden wordt, betekent dat zoveel als het verwijderen van wat je belemmert om naar God te luisteren. Het hart wordt veranderd, zodat je God met je hele hart kan liefhebben en ook de medemens kan liefhebben. Dat is iets waar al in het OV naar uitgekeken werd. Lucas 10:25-28 maakt dat nog duidelijker. In Jezus’ tijd wist men (lees: een wetgeleerde) ook wat hét belangrijkste was!

- Galaten 3:11-18

* Het is interessant om te zien dat Galaten 3:11 refereert naar de profeet Habakuk. Die profeet schreef al dat de rechtvaardige zou leven uit geloof. Rechtvaardige betekent niet ‘zondeloze’, want Abraham was niet zondeloos (bvb. Genesis 15:6). Het betekent wel een houding van geloof in en vertrouwen op God. Dit kan je koppelen aan nederig zijn of arm van geest (Matteüs 5:3).

* Galaten 3:12 wil niet zeggen dat alle joden deze houding hadden en dachten dat ze eeuwig leven konden krijgen door de wet helemaal na te leven. Er was zeker wel een beweging van legalisme (wetticisme) bij de christenen in Galaten en daar reageert Paulus tegen. Dat legalisme haalt één vers uit de tora (in dit geval Leviticus 18:5) en zegt: ‘Dit is de hele wet!’ Dat vers wordt losgeweekt uit het raamwerk van geloof en genade.

PP28-29

Ter vergelijking zou je kunnen zeggen dat PP28 het Lam Gods is. Op zich ja, je ziet het lam Gods, maar eigenlijk klopt het niet. Het Lam Gods is veel meer PP29. Wie beweert dat PP28 het Lam Gods is, zal het aan de stok krijgen met iedereen die het hele schilderij kent. Zo werkt het legalisme ook. Het haalt één aspect uit de wet en bombardeert dat tot een samenvatting van de hele wet. Overigens gaat het in Leviticus 18:5 niet over hoe men rechtvaardig moet worden, maar hoe men rechtvaardig moet blijven (in het beloofde land); hoe men daar kan leven in het kader van het verbond. Dat zal niet lukken (Deuteronomium 30:1).

* In Galaten 3:13-4 wordt dan gesproken over het vrijkopen van de vloek der wet (Deuteronomium 28). Dat was nodig (Galaten 3:10)! Deuteronomium 30:1 kondigt aan dat het zal mislukken en dus zal de vloek in werking treden. Jezus verbreekt die vloek door zelf een vloek te worden, door de vloek op zich te nemen. Hij is een gehangene, sterft aan een kruis en is daardoor vervloekt. Met de verbroken vloek treedt het nieuwe verbond in werking en dat geeft ook heidenen toegang… door het geloof.

* Galaten 3:15-18 laat nog eens ziens dat het principe van geloof als belangrijke voorwaarde om te leven met God niet nieuw was (dit toont hoe het Abramitisch en Sinaïtisch verbond samen horen). Men wist wel dat God niet alleen via offers benaderd moest worden. Diverse profeten maakten dat duidelijk. Wat natuurlijk wel nieuw was, was het principe van op Christus’ werk gegrond geloof.



Verantwoordelijkheden

Geloof * in Jezus’ offer

* in de besnijdenis van ons hart

* in onze nieuwe identiteit (kind van God)

* in het werk van de Heilige Geest in ons
Partner

Het etnische (niet geestelijke) Israël en gelovige heidenen worden toegelaten (Jesaja 56:6-8). De heidenen worden geënt op de edele olijfboom (Romeinen 11:17-27).


Offer

Jezus’ sterven aan het kruis


Verbondstekenen

- Christus zelf: Jezus is borg (Hebreeën 7:22) én middelaar (Hebreeën 8:6, 9:15, 12:24)

* Borg: uit de rechtspraak; staat garant voor de uitvoering van een overeenkomst/contract

* Middelaar: tussenpersoon tss God en mensen, maar ook bemiddelaar bij het tot stand komen van het verbond én iemand die garant staat voor de uitvoering ervan.


- Brood en wijn
- Besnijdenis van het hart (Kolossenzen 2:11)
Zegen

Efeziërs 2:11-22



Efeziërs 3:16-21

  • Wat is een verbond PP2
  • Zijn de verbonden eeuwig of niet PP3
  • Bedelingenleer versus verbondsleer
  • Eén of meerdere verbonden PP7
  • Voorwaardelijk en onvoorwaardelijk PP8
  • Terugkerende kenmerken van verbonden PP9
  • Overzicht verbonden + vernieuwingen (v) PP10
  • Verbond met de schepping (hemellichamen) PP12
  • Verbond met Adam PP13
  • Verbond met Noach PP14
  • Verbond met Abram PP15
  • Verbond bij de Sinaï PP19
  • Levitisch verbond PP23
  • Palestijns verbond PP24
  • Davidisch verbond PP25
  • Verbondsvernieuwingen PP26
  • Nieuw verbond PP27

  • Dovnload 72.79 Kb.