Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inleiding tot de menswetenschappen

Dovnload 260.26 Kb.

Inleiding tot de menswetenschappen



Pagina6/6
Datum05.12.2018
Grootte260.26 Kb.

Dovnload 260.26 Kb.
1   2   3   4   5   6

Nozick grijpt terug naar het liberale individualisme, zoals hij het aantreft in het werk van John Locke. Daarin vormt de erkenning van zekere onvervreemdbare natuurlijke vrijheidsrechten van het individu het uitgangspunt. De vraag is dan of op grond van dergelijk uitgangspunt, de staat als legitiem kan verschijnen. Een centraal argument van Nozick is dat pogingen om baten en lasten te verdelen volgens een vastgelegd schema, onaanvaardbaar zijn omdat ze een onaanvaardbare inmenging in de individuele autonomie impliceren, en omdat ze gedoemd zijn om te mislukken omwille van het gebrek aan betrouwbare informatie over samenlevingen en economieën.




    1. Twee soorten beginselen van rechtvaardigheid




  1. Benaderingen die zich baseren op eindtoestanden

Deze benaderingen hebben volgens Nozick geen enkele morele waarde. Hij verwijt benaderingen die zich baseren op eindtoestanden vooral dat zij een voortdurende inmenging met individuele vrijheidsrechten legitimeren.




  1. Nozicks benadering: het principle of entitlement

Dit luidt: ‘from each as they choose, to each as they are chosen. Dit is volgens Nozick de enige manier om te ontvluchten aan de rechtvaardigheidstheorieën die zich om eindtoestanden bekommeren.


Een rechtvaardige, libertaire samenleving huldigt volgens Nozick volgende stelregels:


  • Mensen hebben recht op hun natuurlijke eigenschappen.

  • Indien mensen recht hebben op iets dan hebben zij ook recht op alles wat daaruit voorspruit zolang ze de rechten van anderen respecteren.

  • Eender welke verdeling van eender welk goed is moreel aanvaardbaar, als zij maar het resultaat is van vrijwillige interindividuele transacties.

In deze benadering vormen rechten side constraints die onder geen enkel beding, zelfs niet om de welvaart van de hele maatschappij te verhogen mogen worden overschreden en die evenmin op grond van een regelutilitarisme tegenover elkaar mogen worden afgewogen.

Alleen het individu is souverein binnen zijn rechten.

De vrije markt is volgens Nozick een superieur verdeelmechanisme omdat het de individuele vrijheidsrechten van mensen respecteert terwijl het bovendien de economische efficiëntie bevordert. De markt brengt een superieure maatschappelijk ordening tweed: een evolutionair ordeningsmechanisme (cosmos), niet een gewild geplande ordering (taxis).


Beginselen als: voor iedereen evenveel zijn voor Nozick onaanvaardbaar  principle of entitlement

“from each as they choose, to each as they are choosen”

Het is de enige mogelijkheid om te ontsnappen aan de voortdurende interferentie met individuele vrijheidsrechten die iedere rechtvaardigheidstheorie bekommerd om eindtoestanden met zich meebrengt. Hij justifieert dit beginsel als volgt: een theorie die ervan uitgaat dat er zekere goederen zijn die men te verdelen heeft berust op drijfzand. (vb. ‘Wilt Chamberlain’ casus)


    1. De moraliteit van liftersgedrag

Vanuit dit perspectief ontkent Nozick tevens dat individuen een morele plicht tot sociale solidariteit zouden hebben die gebeurlijk afdwingbaar zou zijn. Solidariteit afdwingen is in strijd met een individueel vrijheidsmoraal.

Belasting en iedere vorm van herverdeling zijn niets anders dan moderne vormen van slavernij.


    1. De minimale staat

Men zou denken dat in de theorie van Nozick er geen plaats meer is voor een staat die over een geweldmonopolie beschikt maar dit klopt niet helemaal. Er kan een staat ontstaan als die staat zich beperkt tot het beschermen van de basisrechten: minimal state of nightwatchman state.



Volgens Nozick verloopt het ontstaan van deze staat in vijf stappen:


  • State of nature: ieder individu oefent zijn rechten over zichzelf en over de externe natuur vrijelijk uit. Ieder heeft hier het recht om zich delen van de natuur toe te eigenen zonder dat de positie van anderen daardoor verslechtert. Maar dit kan leiden tot jaloezie. En tegen wie het niet zo nauw neemt met de rechten van anderen zullen individuen zich op eigen kracht wapenen. Dit zal leiden tot wederzijds wantrouwen en een voortdurend gevoel van onveiligheid.

  • Mutual protective agencies: omdat men in een suboptimale toestand komt te staan waar individuen meer tijd in de bescherming dan in de uitoefening van hun basisrechten, zullen zij wederzijdse bondgenootschappen sluiten waarbij zij afspreken als een van hen wordt aangevallen, zullen alle bondgenoten samen de agressie afslaan.

  • Private protective agencies: dit zal uiteindelijk leiden tot een zekere arbeidsdeling waarbij individuen zich zullen specialiseren in hetgeen waarin zij uitmunten. Dit zal leiden tot het ontstaan van private beschermende agentschappen waarbij individuen zich toeleggen op verdedigende activiteiten en hun diensten aanbieden aan andere individuen in ruil voor zekere goederen.

  • Dominant protective agency: dit zal leiden tot een concurrentieslag tussen de veiligheidsagentschappen en tenslotte zal één agentschap een dominante positie verovert hebben over een welbepaald territorium.

  • Minimal state: het dominante agentschap zal uiteindelijk ook beperkingen opleggen aan de niet-leden op zijn territorium. En dit agentschap zal ook instaan voor de veiligheid van zijn niet-leden. Dus de leden betalen voor de bescherming van de niet-leden. Dit is een vorm van herverdeling waarin Nozick een wezenskenmerk van de staat ziet.


    1. Een paar kritieken




  • Nozick geeft geen justificatie voor de natuurrechten/basisrechten die hij als uitgangspunt neemt. Het enige wat hij doet is stellen dat deze rechten gelinkt worden aan de idee van een zinvol bestaan.

  • In Nozicks argumentatie over het derde basisrecht (verwerven van eigendom) is er sprake van een randvoorwaarde: de ‘aquisition’ mag de anderen niet off worse maken. Dit veronderstelt dat hoe dan ook gevolgen overwogen worden: utilitaristisch element.

  • Een belangrijk aspect van Nozicks theorie betreft het rechtzetten van onrechtvaardigheden. Rechtzetting is noodzakelijk indien de verwerving is gebeurd zonder dat er arbeid aan te pas is gekomen, of via onvrijwillige transacties.

  • Kritiek vanuit de communitaristische strekking door Nozicks vijandige houding tegenover distributieve opvattingen van rechtvaardigheid houdt hij er totaal geen rekening mee dat het feit dat sommigen in staat zijn meer bezit te verwerven dan anderen sterk afhankelijk is van:






  1. De rechtvaardigheidstheorie van John Rawls

Hij vertrekt van de gedachte dat een maatschappij een samenwerkingsverband is tussen rationele personen ter bevordering van hun belangen. Om zijn opvattingen van rechtvaardigheid te introduceren, stelt hij zich voor dat de basisstructuur van de maatschappij het voorwerp vormt van een oorspronkelijk contract tussen rationele personen die hun eigenbelang nastreven. De voorwaarden van dit contract zijn:




  • Een egalitaristisch beginsel: een notie van gelijkheid staat centraal en er moet steeds rechtvaardiging worden gegeven voor het afwijken van deze gelijkheidsregel.

  • Een fainess-beginsel: de principes afgesproken in het maatschappelijk contract dienen alle verdere afspraken te reguleren.

  • De contractanten zijn ‘rationeel’ in de standaardbetekenis van de economische theorie: zij proberen alleen hun doelen te bereiken met de meest efficiënte middelen.

  • De contractanten zijn wederzijds gedesinteresseerd: zij zijn niet geïnteresseerd in de belangen van anderen.

In de oorspronkelijke gelijkheidspositie worden de beslissingen genomen achter een ‘sluier der onwetendheid’: de contractanten weten met andere woorden niet welke plaats ze zullen innemen in welk soort maatschappij, welke gaven en gebreken ze zullen hebben, tot welke generatie ze behoren, wat hun sociale klasse zal zijn…. Zij weten alleen dat er dingen zijn waarvan zij liever meer dan minder hebben.


Het samenwerkingsverband tussen de contractanten heeft betrekking op de verdeling van de primaire sociale goederen (dit zijn goederen die elk mens nodig heeft om een menswaardig bestaan te leiden). Er zijn vijf soorten:


  • Basisvrijheden: met betrekking tot meningsuiting, politieke vrijheid, geweten, vereniging, persoonlijke integriteit.

  • Vrijheid van beweging en beroepskeuze.

  • Macht en voordelen verbonden aan ambten en verantwoordelijke posities.

  • Inkomen en vermogen

  • De sociale grondslagen van het zelfrespect

Deze goederen moeten rechtvaardig verdeeld worden want zij vormen de basis van elk levensplan.

In de oorspronkelijke gelijkheidspositie, waarin de contractanten zich bevinden achter een ‘sluier der onwetendheid’, zullen zij de volgende twee regels in acht nemen:


  • Het vermijden van risico’s (risk aversion) wat leidt tot een maximin-strategie: zij zullen zo kiezen dat mochten zij terechtkomen in een slechte situatie, die toch zo goed mogelijk is.

  • Het principle of redress (beginsel van herstel): onverdiende ongelijkheden vragen om correctie. Dit houdt in dat zowel geluk als ongeluk gecorrigeerd moet worden (vb. handicap, erfenis).

De toepassing van deze twee regels zal volgens Rawls de contractanten ertoe brengen twee beginselen vast te leggen (het eerste heeft voorrang op het tweede):




  • Het gelijkheidsbeginsel: iedereen behoort een gelijk recht te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke basisvrijheden, dat verenigbaar is met een gelijksoortig systeem van vrijheden voor eenieder.

  • Sociale en economische ongelijkheden moeten zo geregeld zijn dat ze tegelijk aan deze twee beginselen voldoet:




    • Verschilbeginsel: de sociale en economische ongelijkheden moeten in het grootste voordeel van de minst begunstigden uitvallen.

    • Beginsel van de faire gelijkheid van kansen: sociale en economische ongelijkheden moeten gekoppeld zijn aan maatschappelijke posities die voor iedereen openstaan in omstandigheden die een faire gelijkheid van kansen verzekeren.

De theorie van Rawls heeft alvast een ‘raamwerk’ geboden waarbinnen normatieve ethische theorie kan worden beschreven. In die zin spreken we van een ‘Rawlsiaans paradigma’: een paradigma waarin morele argumentatie wordt gecombineerd met economische theorie en analythische wijsbegeerte.



Rawls tracht om zijn rechtvaardigheidsconceptie zoveel mogelijk los te koppelen van ethische overwegingen: de besliskunde (rational choice theory) is het primaire kader.




- -


1   2   3   4   5   6


Dovnload 260.26 Kb.